15660893_omslag108px
Rss

Contracteren


Meer op het gebied van Burgerlijk (proces)recht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 1, 2017 Alle samenvattingen uitklappen
Redactioneel

Redactioneel

    Voor een rechtsgeding tussen contractspartijen afkomstig uit twee of meer EU-lidstaten is in de Brussel I Verordening herschikking bepaald welke rechter in de zaak bevoegd is, en ook dat de erkenning en tenuitvoerlegging van de door het gerecht van herkomst gegeven ‘beslissing’ automatisch dient te geschieden. Die automatische erkenning en tenuitvoerlegging is gebaseerd op het Unierechtelijke beginsel van ‘wederzijds vertrouwen in de rechtsbedeling in de Unie’. Het is de balans tussen deze eenvoudige erkenning en tenuitvoerlegging enerzijds en de weigering om dat te doen vanwege dringende redenen anderzijds die in dit artikel naar aanleiding van de recente zaak Avotiņš/Letland centraal staat.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability (Ucall) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce).
Diversen: Boilerplates etc.

Is de nietigheidsecarterende (en/)of conversieclausule (severability clause) eigenlijk wel toegestaan?

Trefwoorden boilerplate, nietigheid, bepaalbaarheid, afdwingbaarheid, severability
Auteurs Prof. mr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt de vraag behandeld of een “severabilty clause” – een clausule die vaak standaard als boilerplate in een contract wordt opgenomen en waarin partijen nietigheden en vernietigbaarheden op voorhand willen reguleren – wettelijk is toegestaan en/of opname van een dergelijke clausule zinvol is.
    De auteur komt tot de conclusie dat dergelijke clausules – binnen een bepaalde bandbreedte – zijn toegestaan, maar hij bepleit dat opname van een dergelijk clausule tot een dermate grote onduidelijkheid kan leiden, dat opname daarom niet zinvol is. Dit geldt temeer omdat er een uitgebalanceerde wettelijke regeling bestaat voor de gevallen dat partijen geen afspraken hierover hebben gemaakt.


Prof. mr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. E. van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie advocaten, notarissen en belastingadviseurs en (parttime) hoogleraar Professional Legal Counselling OU

    In deze bijdrage wordt beschreven hoe de bewijsovereenkomst kan worden gebruikt om boilerplate-clausules zodanig te verstevigen dat ze ook in de Nederlandse contractspraktijk het beoogde effect hebben. Na een korte inleiding over de toelaatbaarheid van bewijsovereenkomsten in het Nederlandse recht wordt specifiek ingegaan op het nut van bewijsafspraken voor een no oral modification clause, een non-waiver clause en een entire agreement clause. Daarbij wordt voor elk van deze drie veelgebruikte clausules een tekstsuggestie aangereikt. Verder wordt aan de hand van de jurisprudentie van de laatste tien jaar uitgelegd in welke situaties het waarschijnlijk geen zin heeft om zulke clausules uit te breiden met een bewijsregeling.


Mr. M. Uijen
Mr. M. Uijen is advocaat bij Griffiths Advocaten.
Diversen

Exoneraties voor indirecte schade

Over de uitleg van dit boilerplate-beding naar Nederlands en Anglo-Amerikaans recht

Trefwoorden Uitleg, indirecte schade, Gevolgschade, Anglo-Amerikaans recht, Exoneratie
Auteurs Mr. J.W.A. Dousi
SamenvattingAuteursinformatie

    Een veelgebruikte aansprakelijkheidsbeperking (exoneratie) is een uitsluiting voor zogenoemde ‘indirecte schade’. Deze term is afkomstig uit het Anglo-Amerikaanse recht. De auteur bespreekt deze Anglo-Amerikaanse achtergrond en betoogt dat deze achtergrond, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, een gezichtspunt kan zijn bij de uitleg van dit begrip naar Nederlands recht en bovendien een bron van inspiratie voor contractspartijen wanneer zij bij het opstellen van het contract een definitie opnemen van de term ‘indirecte schade’. De auteur concludeert dat de Anglo-Amerikaanse betekenis goed is in te passen in het Nederlandse recht, omdat zij aansluit bij (en kan fungeren als een verdere verfijning van) het element voorzienbaarheid in de toerekeningstoets van artikel 6:98 BW.


Mr. J.W.A. Dousi
Mr. J.W.A. Dousi is promovendus bij de Radboud Universiteit Nijmegen en legal counsel bij Koninklijke FrieslandCampina N.V.
Praktijk

Recht doen aan wat partijen bedoelen

Trefwoorden Uitleg, Haviltex, Cao, sociaal plan, Redelijkheid en billijkheid, Onvoorziene omstandigheden
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het leerstuk van de uitleg van overeenkomsten blijft in beweging. Waar in 1981 en 1993 de grenspalen werden geslagen door ontwikkeling van de Haviltex-norm en de cao-norm, is sindsdien binnen die norm verfijnd. In 2004 oordeelde de Hoge Raad in DSM/Fox dat tussen beide normen een vloeiende overgang bestaat. Tussen de Haviltex- en cao-norm bleef evenwel een waterscheiding bestaan. Op 25 november 2016 sloeg de Hoge Raad in zijn arrest FNV/Condor een brug tussen cao en Haviltex. Bij uitleg gaat het om wat concreet met een bepaling is bedoeld, niet om wat partijen zouden hebben gewild als ze overal rekening mee hadden gehouden, aldus de Hoge Raad in zijn arrest Flexabram/Iprem van 9 december 2016. Beide arresten worden in deze bijdrage besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Agenda

Agenda