DOI: 10.5553/PROCES/016500762023102004002

PROCESAccess_open

Artikel

De hedendaagse erosie van de term narcisme

Onderbouwde diagnose narcisme bij geweld in afhankelijkheidsrelaties is essentieel

Trefwoorden narcisme, geweld in afhankelijkheidsrelaties
Auteurs
DOI
Toon volledige grootte
Samenvatting Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Désiré Palmen en Janine Janssen, 'De hedendaagse erosie van de term narcisme', PROCES 2023, p. 208-220

    In this article we will discuss some important issues regarding the recurrent occurrence of the term narcissistic violence in the debate on psychological violence and abuse in intimate partner relationships. We will elaborate on what the specific correlation between narcissism and psychological abuse and other forms of violence in intimate partner relationships and other relationships may entail and what the limitations are of this research at the present time. Most importantly, we will outline the possible risks of lay people labeling perpetrators of intimate partner violence as ‘narcissistic’ and make a plea for accurately diagnosing these perpetrators with narcissism or any other psychopathology by qualified psychologists and psychiatrists.

Dit artikel wordt geciteerd in

    • 1. Inleiding

      Bij geweld in afhankelijkheidsrelaties – dat is geweld dat niet alleen gepleegd wordt door een bekende dader, maar door een dader met wie het slachtoffer een emotionele of materiële afhankelijkheidsband onderhoudt – gaat het niet alleen om fysiek geweld. Er komt steeds meer aandacht voor psychologische vormen van geweld. Denk bijvoorbeeld aan het uitsluiten, uitschelden of vernederen van slachtoffers. De praktijk leert dat ook woorden pijn kunnen doen. De gevolgen van psychisch geweld kunnen bovendien net zo intens zijn als die van fysiek geweld.1x S. Arabi, ‘Narcissistic and psychopathic traits in romantic partners predict post-traumatic stress disorder symptomology: Evidence for unique impact in a large sample’, Personality and Individual differences 2023, p. 1-6; B.A. van der Kolk, The body keeps the score: Brain, mind, and body in the healing of trauma, Penguin Books 2015. Gezien de ernst van dit geweld is de aandacht voor psychisch geweld alleen maar toe te juichen.
      In tegenstelling tot fysiek geweld is psychisch geweld echter moeilijker af te bakenen.2x J. Janssen, W. Dreissen & K. Juncker, Naar een aparte strafbaarstelling van psychisch geweld? Voor- en tegenargumenten, Den Bosch: Avans Hogeschool/Open Universiteit 2022. Een term die geregeld in verband wordt gebracht met deze specifieke vorm van geweld, vooral binnen intieme partnerrelaties, is ‘narcistisch geweld’. Termen voor fenomenen uit de wereld van de psychologie en de psychiatrie, zoals narcisme, worden ook geregeld gebruikt door professionals en andere betrokkenen die niet in deze disciplines zijn getraind en geschoold. Aan de ene kant valt het wellicht toe te juichen dat psychische fenomenen bij een breder publiek bekend raken. In theorie zou dat herkenning ten goede moeten komen en bepaalde verschijnselen ook uit de taboesfeer kunnen halen. Aan de andere kant kan toch ook de kritische vraag gesteld worden of gebruik door leken van dit soort fenomenologische etiketten daadwerkelijk risicoloos is. Zij zijn immers niet bekwaam in het toepassen van het instrumentarium waarmee psychologen en psychiaters tot diagnoses komen.3x Eerder werd in PROCES al eens aandacht besteed aan het (ondeskundige) gebruik van het begrip ‘trauma’. Zie E. van Ee & J. Janssen, ‘Misverstanden over trauma: een illustratie aan de hand van ervaringen met geweld uit naam van de familie-eer’, PROCES 2020, 1, p. 43-51; E. van Ee & J. Janssen, ‘Misverstanden over trauma. Een illustratie aan de hand van ervaringen van professionals’, PROCES 2020, 2, p. 102-109.
      In dit artikel stellen we ons de vraag of er sprake is van een erosie van de term ‘narcisme’ bij geweld in afhankelijkheidsrelaties en welke de mogelijke risico’s daarvan zijn. In paragraaf 2 zoomen wij in op de vraag wat narcisme is. In paragraaf 3 komt de relatie tussen narcisme en geweld in afhankelijkheidsrelaties aan bod, waarbij de focus wordt gelegd op geweld in intieme partnerrelaties. In deze paragraaf besteden we ook specifiek aandacht aan de relatie tussen narcisme en psychisch geweld in intieme partnerrelaties. In de vierde en laatste paragraaf komen we nog eens terug op onze hoofdvraag: zitten er risico’s aan het gebruik van de term ‘narcisme’ door leken in het debat en de aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties?

    • 2. Wat is narcisme?

      2.1 De oorsprong van het woord narcisme

      In de Griekse mythologie die meer dan 2000 jaar geleden werd geschreven, is Narcissus een jonge man die, hoewel hij door een schare vrouwen (én mannen) werd bewonderd, ten onderging aan de exponentiële bewondering van zichzelf. Nadat Narcissus voor de zoveelste keer niet in was gegaan op de avances van de nimf Echo, een vrouwelijke aanbidster, werd Narcissus door de godin Nemesis vervloekt om verliefd te worden op de volgende persoon die hij zou aanschouwen. Ongelukkigerwijs voor Narcissus zag hij vervolgens zijn eigen reflectie in het water waarin hij staarde. Aan de grond genageld in adoratie voor zijn eigen schoonheid stierf Narcissus uiteindelijk aan de waterkant. Op de plek van zijn levenloze lichaam ontsprong er volgens de vertelling een gele bloem uit het gras: de narcis.4x T. Bulfinch, Stories of gods and heroes, New York: Crowell 1913.
      De term ‘narcistisch’ werd op grond van dit werk van de Romeinse dichter Ovidius aan het eind van de negentiende eeuw voor het eerst door de artsen Ellis en Näcke toegekend aan patiënten die opvielen door een opmerkelijke seksuele voorkeur. Deze narcistische patiënten toonden geen enkele seksuele interesse in anderen, maar waren vooral gebiologeerd door hun eigen voorkomen: ze keken het liefste naar hun eigen naakte lichaam.5x E. Brummelman e.a., ‘What separates narcissism from self-esteem? A social-cognitive perspective’, in: A.D. Hermann, A.B. Brunell & J.D. Foster (red.), Handbook of trait narcissism: Key advances, ­research methods, and controversies, Cham: Springer 2018, p. 47-55. De psychoanalyticus Freud adopteerde het begrip en vormde de semantiek van het woord ‘narcisme’ om tot een persoonlijkheidstrek die uiting geeft aan de bredere term ‘eigenliefde’. Volgens de psychoanalytische stroming in die tijd wordt ieder mens geboren met deze eigenliefde, maar leren we als we ouder worden ook liefde te voelen voor anderen. Psychoanalytici zagen toen al in dat er wel degelijk verschillen zijn tussen mensen in de mate waarin zij deze narcistische persoonlijkheidstrek bezitten.6x Brummelman e.a. 2018.

      2.2 De groei van narcisme in de jongere generaties

      Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar narcistische trekken in onze westerse samenleving. Deze onderzoeken laten zien dat mensen steeds narcistischer zijn geworden. Dit kan ook niet verwonderlijk zijn, aangezien onze cultuur ook steeds individualistischer is geworden.7x E. Brummelman, Bewonder mij! Overleven in een narcistische wereld, Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds 2019; F. Fukuyama, Het liberalisme en zijn schaduwzijden. Verdediging van een klassiek ideaal, Amsterdam: Atlas Contact 2022. Tekenend voor onze individualistische samenleving is het eerste woord dat kinderen tegenwoordig leren op school. Vroeger was dat voor de oudere generaties het woord ‘aap’ (van ‘aap, noot, mies’), tegenwoordig is dat het woord ‘ik’. Dat in het onderwijs ‘het specialer of beter zijn dan andere kinderen’ misschien niet bewust of met kwade bedoelingen wordt aangemoedigd bij kinderen kan kloppen, maar de keuze voor boeken met de titel Ik ben speciaal, ik ben ik geeft toch te denken. Het zal in ieder geval niet meteen waarden zoals zorgzaamheid, loyaliteit en empathie bij jonge kinderen bevorderen.
      Data uit onderzoek van de afgelopen jaren gericht op narcistische persoonlijkheidstrekken én op de narcistische persoonlijkheidsstoornis (een extreme vorm) laten inderdaad een duidelijke stijging zien. Amerikaans onderzoek uit 2008 bij duizenden respondenten toonde aan dat twintigers drie keer vaker voldeden aan de kenmerken van de narcistische persoonlijkheidsstoornis dan 65-plussers.8x F.S. Stinson, D.A. Dawson, R.B. Goldstein e.a., ‘Prevalence, correlates, disability, and comorbidity of DSM-IV narcissistic personality disorder: results from the wave 2 National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions, Journal of Clinical Psychiatry 2008, p. 1033-1045. Ook narcistische trekken zijn in de westerse wereld sinds de jaren zestig sterk toegenomen en daarom spraken Twenge en Campbell op grond van dit grootschalige onderzoek dan ook van een ‘narcistische epidemie’.9x J.M. Twenge & W.K. Campbell. The narcissism epidemic: Living in the age of entitlement, New York: Free Press 2009.
      De oorsprong van het toegenomen narcisme in onze huidige samenleving lijkt gegrond te zijn in twee hoofdoorzaken. De afgelopen decennia zijn onze westerse culturele waarden steeds meer verschoven van een collectivistische samenleving naar een individualistische samenleving. Waarden die eerder gestoeld waren op solidariteit, gemeenschapszin en zorg voor elkaar, zijn in de huidige maatschappij verdrongen en vervangen door culturele waarden waarbij zelfsturing, autonomie en het nastreven van uniekheid centraal staan.10x G. Hofstede, Cultural Consequences: Comparing Values, Behaviors, Institutions and Organizations Across Nations, Thousand Oaks, CA: Sage 2016. Daarbij heeft de zogenoemde self-esteem beweging, waarbij precies deze individualistische waarden werden bewerkstelligd, een stuwende werking gehad in deze verschuiving. Sinds het eind van de jaren vijftig vormde deze beweging zich in Amerika vanuit het werk van Ayn Rand met haar boek The Virtue of Selfishness, en dat van Alan Greenspan en Nathaniel Branden met het boek The psychology of Self-esteem. Toen de Democratische politicus John Vasconcellos in de jaren tachtig de ideeën van deze beweging omarmde, vormden ze de basis voor de Task Force to promote Selfesteem and Personal and Social Responsibility, waarbij het vergroten van zelfwaardering (self-esteem) als dé oplossing werd gezien voor allerlei maatschappelijke problemen, van het terugdringen van criminaliteit tot het voorkomen van tienerzwangerschappen.11x Brummelman 2022. Vanaf dat moment werden er in alle Amerikaanse scholen en daarna in de rest van de westerse wereld programma’s ingevoerd om zelfwaardering bij kinderen te vergroten. Achteraf werd de zelfwaarderingsbeweging echter verweten dat ze met de programma’s eerder het narcisme dan de zelfwaardering in onze westerse cultuur verder hebben aangezwengeld door de nadruk te leggen op overwaardering van kinderen in plaats van zelfwaardering. De programma’s richten zich namelijk op het bijzonder en speciaal zijn van kinderen. Programma’s die – weten we nu uit onderzoek – inderdaad narcisme bij kinderen bevorderen en juist zelfwaardering verminderen.12x Brummelman e.a. 2018. De laatste jaren zijn er ook steeds meer onderzoekers die in de explosieve groei van socialemediaplatforms een verheerlijking van narcistisch gedrag zien die de al reeds aanwezige narcistische trekken bij steeds grotere groepen jongeren nog verder lijken te versterken. Immers, op de verschillende mediaplatforms is het de bedoeling om jezelf te promoten en van je beste (geïdealiseerde) kant te laten zien als een vorm van self-branding.13x K. Campbell & J. Twenge, ‘Narcissism, emerging media, and society’, in: L. Rosen, N. Cheever & L. Carrier (red.), The Wiley handbook of psychology, technology, and society, Chichester, VK: Wiley 2015, p. 358-369; Twenge & Campbell 2009.
      Mensen die hoog scoren op narcisme scheppen vaak op over hun prestaties, over de belangrijke mensen die ze kennen en over hoe geliefd ze zijn bij anderen. Daarmee zou men gemakkelijk kunnen concluderen dat zulke individuen erg tevreden zijn over zichzelf en dus ook een hoge zelfwaardering hebben. Toch laat onderzoek zien dat narcisme en zelfwaardering nauwelijks met elkaar samenhangen.14x Brummelman e.a. 2018. Daarbij is het grootste verschil tussen narcisme en zelfwaardering de kernovertuigingen die erbij horen. Mensen die hoog scoren op narcisme voelen zich superieur aan anderen en zijn vooral bezig om superieur aan anderen te blijven. Personen die hoog scoren op zelfwaardering zijn tevreden met zichzelf en beschouwen anderen ook als waardevolle mensen met wie ze graag in verbinding willen staan.15x Brummelman e.a. 2018.

      2.3 Pathologische en gezonde vormen van narcisme?

      In de psychologie wordt narcisme door de meeste onderzoekers als een normatieve, gezonde persoonlijkheidstrek beschouwd en tevens als een persoonlijkheidsstoornis.16x A. Green, R. MacLean & K. Charles, ‘Unmasking gender differences in narcissism within intimate partner violence’, Personality and individual differences 2020, p. 1-6. Narcisme kan daarom het best uiteen worden gezet op een continuüm waarop iemand lager of hoger kan scoren. Maar in welke mate wordt een narcistische persoonlijkheidstrek bij een persoon pathologisch? Narcistische trekken worden beschouwd als pathologisch als hier een beschadigde zelfwaardering aan ten grondslag ligt. Om hiermee te kunnen omgaan wordt er een manier van zelfregulatie gehanteerd waarbij er voortdurend gestreefd wordt naar zelfverheffing om het positieve zelfbeeld in stand te houden en om de gevoelens van minderwaardigheid af te weren.17x O. Kernberg, Aggressivity, narcissism, and self-destructiveness in the psychotherapeutic relationship: New developments in the psychopathology and psychotherapy of severe personality disorders, Yale University Press 2008; A.L. Pincus e.a., ‘Initial construction and validation of the pathological narcissism inventory’, Psychological Assessment 2009, 3, p. 365-379. Deze emotieregulatieprocessen uiten zich zowel in de werkelijkheid, waarbij succes, aandacht en roem voortdurend worden nagestreefd, als in fantasieën over toekomstige successen en faam.
      De narcistische persoonlijkheidsstoornis wordt in de klinische psychologie beschouwd als een extreme en dus pathologische vorm van de narcistische persoonlijkheidstrek.18x American Psychiatric Association, Diagnostic and statistical manual of mental disorders, Arlington, VA: American Psychiatric Publishing 2013; Brummelman e.a. 2018. In de DSM-5 (voluit: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), hét classificatiesysteem om psychische stoornissen vast te stellen, wordt iemand met een narcistische persoonlijkheidsstoornis beschreven als een persoon die een aanhoudend patroon laat zien van grandiositeit, een gebrek aan empathie en een excessieve hang naar bewondering.19x American Psychiatric Association 2013. Opvallend is dat recentelijk een aantal onderzoekers zich de vraag heeft gesteld of er wel sprake kan zijn van ‘gezonde’ vormen van narcisme, omdat de pathologische maar ook de gezonde vormen van narcisme een hoge correlatie laten zien met agressie en geweld.20x S.L. Kjærvik & B.J. Bushman, ‘The link between narcissism and aggression: A meta-analytic review’, Psychological Bulletin 2021, 5, p. 477-503. Dit wordt verder ondersteund door data uit onderzoeken die laten zien dat er een hoge correlatie is tussen normale narcistische trekken en de narcistische persoonlijkheidsstoornis.21x E.A. Krusemark e.a., ‘Comparing self-report measures of grandiose narcissism, vulnerable narcissism, and narcissistic personality disorder in a male offender sample’, Psychological Assessment 2018, 7, p. 984-990; J.D. Miller e.a., ‘Is research using the narcissistic personality inventory relevant for understanding narcissistic personality disorder?’, Journal of Research in Personality 2009, 3, p. 482-488.

      2.4 Het overte narcistische type en het coverte narcistische type

      Uit het onderzoek naar de narcistische persoonlijkheidsstoornis is gebleken dat er twee varianten mogelijk zijn op het narcistisch continuüm: het overte (openlijke) narcistische type en het coverte (verborgen) narcistische type.22x Miller e.a. 2009; J. Oltmanns, C. Crego & T. Widiger, ‘Informant assessment: The informant five factor narcissism inventory’, Psychological Assessment 2018, 1, p. 31-42. Beide typen delen een hoge mate van egocentrisme en antagonisme, lage empathie en het idee recht te hebben op een speciale behandeling (entitlement).
      Aan de ene kant van het continuüm bevindt zich het overte type, dat is het type dat beschreven wordt in de DSM-5 en dat is tevens de operationalisatie van narcisme in het meest veelvuldig gebruikte meetinstrument: de Narcissistic Personality Inventory (NPI).23x R. Raskin & H. Terry, ‘A principal-components analysis of the Narcissistic Personality Inventory and further evidence of its construct validity’, Journal of personality and social psychology 1988, 5, p. 890-902. Dit overte type kan het best beschreven worden als het type dat zich openlijk (overt) uit naar anderen. In lijn met de beschrijving van de narcistische persoonlijkheidsstoornis in de DSM-5 is het overte type opvallend in zijn of haar arrogantie en grootspraak en duldt dit type geen tegenspraak omdat dat als bedreiging ervaren kan worden van de eigen positie ten opzichte van anderen. In het geval van een echte (of gepercipieerde) aanval of bedreiging van de eigen positie kan dit overte type anderen openlijk devalueren. Dit narcistische type laat een duidelijke correlatie zien met extraversie, dominantie, exhibitionisme en agressiviteit.
      Het coverte narcistische type, dat net zo egocentrisch, onempathisch en antagonistisch is als het overte narcistische type, uit zich heel anders en lijkt op het eerste gezicht juist verlegen en overgevoelig en heeft last van bewuste schaamtegevoelens.24x Miller e.a. 2009; J. Oltmanns e.a. 2018. Dit type heeft weliswaar dezelfde onderliggende narcistische fantasieën over aandacht en roem, maar deze blijven over het algemeen verborgen (covert) voor anderen. Het coverte narcistische type heeft de neiging zich juist vermijdend op te stellen in situaties waarbij hij of zij in het middelpunt van de aandacht staat. Dit type geeft eerder graag uiting aan aandacht en bewondering voor anderen, maar kan zich ook cynisch en wantrouwend uiten naar anderen. Verder laat dit type een hoge correlatie zien met introversie, submissiviteit en angst.25x N.M. Cain, A.L. Pincus & E.B. Ansell, ‘Narcissism at the crossroads: Phenotypic description of pathological narcissism across clinical theory, social/personality psychology, and psychiatric diagnosis’, Clinical Psychology Review 2008, p. 638- 656; Oltmanns e.a. 2018. Het coverte narcistische type heeft veel minder aandacht gekregen in de literatuur en onderzoek en wordt door de focus op het overte narcistische type overschaduwd: 75% van al het onderzoek is gedaan met de NPI (of door middel van een diagnose vanuit de DSM) waarbij alleen het overte type wordt gemeten.26x Cain e.a. 2008; Oltmanns e.a. 2018.

      2.5 Genderverschillen in narcisme tussen mannen en vrouwen

      De overbelichting van het overte narcistische type in onderzoek heeft ook invloed gehad op de kennis die verkregen is over de genderverschillen bij narcisme. ­Meta-analytische reviews laten zien dat mannen 75% vaker de DSM-diagnose van de narcistische persoonlijkheidsstoornis krijgen dan vrouwen en dat zij hoger scoren op de NPI in vergelijking met vrouwen.27x E. Grijalva e.a., ‘Gender differences in narcissism: a meta-analytic review’, Psychological bulletin 2015, 2, p. 261-310. Deze verschillen tussen mannen en vrouwen kunnen gedeeltelijk verklaard worden doordat het coverte narcistische type meer bij vrouwen lijkt voor te komen en het overte narcistische type meer bij mannen.28x Green e.a. 2020; A.L. Pincus e.a., ‘Initial construction and validation of the pathological narcissism inventory’, Psychological Assessment 2009, 3, p. 365-379; A.G.C. Wright e.a., ‘The higher order factor structure and gender invariance of the pathological narcissism inventory’, Assessment 2010, p. 467-483. Aangezien zowel de definiëring in de DSM-5 als de operationalisatie in de NPI gebaseerd is op het overte narcistische type, is de oververtegenwoordiging van mannelijke narcistische individuen vanuit onderzoek dan ook goed te verklaren.

      2.6 Oorzaken van het ontstaan van narcisme

      Net als bij de ontstaansverklaringen van de meeste andere psychopathologie werd eerder verondersteld dat ook het ontstaan van narcisme ligt in de interactie tussen een bepaalde predispositie en ervaringen in de omgeving. Echter, in empirisch onderzoek van de laatste tien jaar onderschrijven de meeste onderzoekers de theorie dat vooral de socialisatie vanuit ouders (naast de eerder beschreven culturele veranderingen) de meest bepalende factor is in het ontstaan van narcisme.29x S. Thomas & E. Brummelman, ‘Parents’ socialization of narcissism in children’, in: A.D. Hermann, A.B. Brunell & J.D. Foster (red.), Handbook of Trait Narcissism: Key Advances, Research Methods, and Controversies, Cham: Springer 2018, p. 144-149. Dit onderzoek laat verder zien dat narcisme bij kinderen en jeugdigen zich op dezelfde manier uit als bij volwassenen: namelijk in trekken van overte of coverte grandiositeit, gebrek aan empathie, emotionele reactiviteit en agressie en dominantie (of submissiviteit, al naar gelang het type narcisme) in het contact met anderen.30x C.T. Barry, P.J. Frick & A.L. Killian, ‘The relation of narcissism and self-esteem to conduct problems in children: A preliminary investigation’, Journal of Clinical Child and Adolescent Psychology 2003, p. 139-152; E.Y. Ong e.a., ‘Narcissism, extraversion and adolescents’ self-presentation on Facebook’, Personality and Individual Differences 2011, p. 180-185; R.E. Pauletti e.a., ‘Narcissism and adjustment in preadolescence’, Child Development 2012, p. 831-837; S. Thomaes & E. Brummelman, ‘Narcissism’, in: D. Cicchetti (red.), Developmental psychopathology. Maladaption and psychopathology, Wiley 2016, p. 679-725. De grote invloed die ouders hebben op het ontstaan van narcisme bij hun kinderen wordt verklaard door de sociale leertheorie,31x T. Millon, Modern psychopathology: A biosocial approach to maladaptive learning and functioning, Philadelphia: Saunders 1969. waarin wordt gesteld dat kinderen zichzelf gaan ervaren op de manier waarop hun eigen ouders hen zien.32x Brummelman e.a. 2018. In het geval van het ontstaan van narcisme betekent dit dat ouders hun kinderen zien als specialer dan andere kinderen, waardoor deze kinderen zich op een bepaalde manier superieur voelen ten opzichte van andere kinderen. Dit gevoel van superioriteit wordt ook wel gezien als de kern van narcisme.33x Thomas & Brummelman 2018. Narcisme in de kindertijd is een duidelijke voorspeller van narcisme in de adolescentie en volwassenheid.34x P. Cramer, ‘Young adult narcissism: A 20 year longitudinal study of the contribution of parenting styles, preschool precursors of narcissism, and denial’, Journal of Research in Personality 2011, p. 19-28; Thomas & Brummelman 2018.

    • 3. Narcisme en geweld

      Een grote meta-analytische studie met 437 onafhankelijke onderzoeken waarbij de link tussen narcisme en agressie en geweld is onderzocht, laat zien dat zowel ‘pathologisch’ als ‘gezond’ narcisme gecorreleerd is met agressie en geweld.35x Kjærvik & Bushman 2021. Deze bevindingen passen in het beeld dat sommige onderzoekers het onderscheid tussen ‘gezonde’ of ‘normale’ narcistische persoonlijkheidstrekken en pathologisch narcisme in twijfel hebben getrokken omdat de ‘normale’ narcistische persoonlijkheidstrekken een hoge correlatie vertonen met de narcistische persoonlijkheidsstoornis en met psychopathie.36x Krusemark e.a. 2018; Miller e.a. 2009. De relatie tussen zowel pathologisch narcisme als normaal narcisme en agressie en geweld was significant voor zowel het overte (grandioze) narcistische type als het coverte narcistische type en was onafhankelijk van geslacht of leeftijd.
      Gezien de onderliggende mechanismen van narcisme zijn deze bevindingen niet heel verrassend. Op grond van de data uit de hiervoor genoemde meta-analytische studie, die de relatie tussen narcisme en agressie en geweld in kaart heeft gebracht, kan er geconcludeerd worden dat de aanwezigheid van narcistische trekken bij een persoon een groot risico op geweld naar anderen in verschillende typen relaties met zich meebrengt. Deze risico’s liggen daarin dat narcisme een hoge correlatie vertoont met de persoonlijkheidseigenschappen antagonisme en niet-meegaand zijn (disagreeableness). Aangezien mensen met narcistische trekken vinden dat ze superieur zijn aan anderen, verwachten ze ook dat ze een speciale behandeling krijgen en dat ze bewonderd worden. Als ze niet deze bijzondere behandeling krijgen en bewonderd worden, terwijl ze wel denken daar recht op te hebben, kunnen ze ‘narcistisch uithalen’ naar anderen, waarbij ze op een agressieve manier laten merken dat ze niet op deze manier bejegend willen worden. Daarnaast zullen degenen die hoger scoren op narcisme als ze zich beledigd, gekwetst of bekritiseerd voelen, geneigd zijn anderen van (verbaal) gewelddadige repliek te dienen. Maar ook op momenten dat narcistische personen niet aangevallen worden of de perceptie hebben aangevallen te worden, kunnen zij zich gewelddadig of agressief naar anderen opstellen vanuit instrumentele gronden. Als men in bepaalde situaties iets van anderen nodig heeft, zoals bijvoorbeeld het verkrijgen van status, een erg belangrijke opbrengst voor iemand met narcistische trekken, zal hij of zij niet schuwen om agressie en geweld in te zetten om dit doel te bereiken.37x T.V. Du, J.D. Miller & D.R. Lynam, ‘The relation between narcissism and aggression: A meta-analysis’, Journal of Personality 2022, 4, p. 574-594; Kjærvik & Bushman 2021.

      3.1 Narcisme en geweld in intieme partnerrelaties

      De studies die een verband laten zien tussen narcisme en geweld, laten ook een specifiek verband zien tussen narcisme en intiem partnergeweld (IPG).38x Kjærvik & Bushman 2021. Deze data geven aan dat narcisme gecorreleerd is met psychisch misbruik,39x B. Gormley & F.G. Lopez, ‘Correlates of psychological abuse perpetration in college dating relationships’, Journal of College Counseling 2010, p. 4-16. verbaal geweld40x J. Lamkin, J.A. Lavner & A. Shaffer, ‘Narcissism and observed communication in couples’, Personality and Individual Differences 2017, p. 224-228. en seksueel en fysiek geweld in intieme partnerrelaties.41x V. Blinkhorn, M. Lyons & L. Almond, ‘The ultimate femme fatale? Narcissism predicts serious and aggressive sexually coercive behaviour in females’, Personality and Individual Differences 2015, p. 219-223. Echter, omdat het meeste onderzoek naar narcisme zich gericht heeft op het overte narcistische type, dat oververtegenwoordigd wordt door mannen, weten we veel minder over narcistische vrouwen en hun rol in intiem partnergeweld.42x Green e.a. 2020. Een bijkomend probleem in het onderzoek naar de correlatie tussen narcisme en partnergeweld is dat binnen veel van deze studies niet altijd het gehele spectrum aan psychische, fysieke en seksuele geweldsuitingen wordt onderzocht binnen IPG. Er zijn ook studies die zelfs vrouwen als daders geheel uitsluiten vanuit de gedachte dat mannen hogere scores laten zien op narcismeschalen en op het vlak van agressie dan vrouwen.43x N.M.L. Buck e.a., ‘Personality traits are related to intimate partner violence among securely attached individuals’, Journal of Family Violence 2014, 3, p. 235-246; Green e.a. 2020; L.S. Rinker, Narcissism and type of violent relationships for perpetrators of intimate partner violence (ProQuest Dissertations and Thesis), A&M University; F. Talbot, M. Babineau & S. Bergheul, ‘Narcissism and self-esteem dimensions as predictors of aggression in intimate partner violence’, Annales Medico-Psychologiques 2015, 2, p. 193-196.

      3.2 Covert en overt narcisme, genderverschillen en typen geweld

      Een meta-analytische studie van Du en collega’s uit 202244x Du e.a. 2022. die 118 studies includeerde, liet zien dat er ook verschillen lijken te zijn in het type agressie dat het overte narcistische type en het coverte narcistische type laten zien. Hierbij werd een verschil gemaakt tussen twee typen agressie. Proactieve agressie verwijst naar een doelgerichte vorm van agressie die instrumenteel wordt ingezet. Reactieve agressie is een vorm van agressie die zich uit na een (vermeende) provocatie, zoals een verbale kwetsing of een fysieke aanval of als de persoon in kwestie negatieve emoties ervaart. Uit deze studie bleek dat covert narcisme een correlatie laat zien met reactieve agressie en algemene agressie (maar niet met proactieve agressie). Overt narcisme was gecorreleerd met zowel reactieve als algemene agressie, maar ook met proactieve agressie.45x Du e.a. 2022.
      Ook binnen het onderzoek naar narcisme en intiem partnergeweld lijken er verschillen te zijn in de uitingen van geweld tussen het overte en het coverte narcistische type in interactie met gender: in een studie van Green en collega’s uit 2020 vonden deze onderzoekers dat bij mannen covert narcisme een significante voorspeller was van fysiek en seksueel geweld en misbruik in intieme partnerrelaties.46x Green e.a. 2020. Bij mannen met het overte narcistische type werd er een correlatie gevonden met psychisch geweld. Bij vrouwen werd alleen een verband gevonden tussen covert narcisme en fysiek en seksueel geweld en met psychisch geweld en misbruik. Met name het psychische geweld gepleegd door daders met narcistische trekken lijkt een instrumenteler karakter te hebben, waarbij het voornaamste doel van dit psychisch geweld het manipuleren van de partner is, meer dan bij andere vormen van geweld.47x Arabi 2023.

      3.3 Narcisme en psychisch geweld in intieme partnerrelaties

      Zoals in de vorige paragraaf al is beschreven, laat onderzoek een duidelijk verband zien tussen narcistische trekken en verschillende vormen van lichamelijk, seksueel en psychisch geweld in intieme partnerrelaties.48x W. Hart, J.M. Adams & G. Tortoriello, ‘Narcissistic responses to provocation: An examination of the rage and threatened-egotism accounts’, Personality and Individual Differences 2017, p. 152-156; Kjærvik & Bushman 2021; K. Massar e.a., ‘Green-eyed snakes: The association between psychopathy, jealousy, and jealousy induction’, Personality and Individual Differences 2017, p. 164-168. Op het vlak van psychisch geweld lijken narcistische trekken geassocieerd te worden met een specifiek cluster van gedragingen die kunnen leiden tot ernstige vormen van interpersoonlijk leed, zoals symptomen van PTSS (posttraumatische stressstoornis).49x Arabi 2023; Van der Kolk 2015; Hart e.a. 2017; Kjærvik & Bushman 2021; Massar e.a. 2017.
      Tot nu toe zijn er weinig onderzoeken gedaan naar de specifieke uitingen van psychisch geweld door mensen met narcisme. Data uit een beperkt aantal studies lijken aanwijzingen te geven dat er binnen dit cluster van specifieke gedragingen verschillende vormen van psychisch geweld worden aangewend waarbij het manipuleren van de partner het centrale doel is.50x Arabi 2023. De manipulatieve gedragingen die in de literatuur benoemd worden, zijn: conflict oproepende communicatiestijlen (conflict-ridden communication) en verbale agressie,51x J. Lamkin, J.A. Lavner & A. Shaffer, ‘Narcissism and observed communication in couples’, Personality and Individual Differences 2017, p. 224-228. overmatige aandacht en vleierij naar de partner (love-bombing), het abrupt stopzetten van de onderlinge communicatie (stone-walling), het uitlokken van jaloezie (jealousy inducation), en het in twijfel trekken van de perceptie van de realiteitszin of het geheugen van de partner (gas-lighting).52x Arabi 2023. Binnen de eerder beschreven indeling tussen reactieve agressie en proactieve agressie zou het hiervoor beschreven cluster van psychisch misbruik het beste te interpreteren zijn als een vorm van instrumentele, proactieve agressie. Dit omdat er met deze specifieke vorm van psychisch misbruik een beoogd doel voor ogen wordt gesteld: bijvoorbeeld het uitoefenen van macht en controle over de niet-narcistische partner door middel van manipulatieve strategieën.53x Du e.a. 2022.
      Naast deze manipulatieve vorm van proactieve agressie door de narcistische partner kan hij of zij ook psychisch geweld vertonen als uiting van reactieve agressie waarbij hij of zij reageert op een kwetsing of aanval (bijvoorbeeld kritiek) van de partner of als uiting van eigen negatieve emoties (bijvoorbeeld frustratie) naar de partner. Vormen van reactieve psychische agressie zijn bijvoorbeeld verbale agressie (uitschelden, kleineren) en pestgedrag (bullying).54x Du e.a. 2022. Op grond van deze indeling lijken er dus verschillende typen psychisch geweld te kunnen worden onderscheiden die gepleegd kunnen worden door partners met narcistische trekken.

    • 4. De erosie van de term narcisme in het debat rondom IPG

      In de inleiding van dit artikel gaven we aan dat de term ‘narcistisch geweld’ steeds vaker wordt gebezigd in het debat rondom psychische vormen van geweld in afhankelijkheidsrelaties en specifiek met betrekking tot intieme partnerrelaties. De vraag die we ons daarbij gesteld hebben is: is er momenteel sprake van een erosie van de term ‘narcisme’ in het debat over geweld in afhankelijkheidsrelaties en wat zijn daar de mogelijke risico’s van? Oorspronkelijk werd de term ‘narcistisch geweld’ in de psychologie en de psychiatrie gehanteerd in beschrijvingen van emotioneel misbruik van kinderen door hun narcistische ouders,55x A. Miller, The drama of being a child: The search for the true self, Londen: Virago 1995. maar de term valt ook met steeds grotere regelmaat in het debat rondom relaties tussen volwassenen, waarbij het lijkt te verwijzen naar een specifieke vorm van emotioneel en psychologisch misbruik.
      In dit artikel hebben we een verkenning gemaakt van de huidige wetenschappelijke stand van zaken over wat narcisme is en wat de mogelijke verbanden zijn met geweld in afhankelijkheidsrelaties. Daarbij hebben we in de literatuur over narcisme en geweld ons ook gericht op onderzoeken waarin beschrijvingen te vinden zijn van vormen van dit zogenoemde ‘narcistisch geweld’ of ‘narcistisch misbruik’.
      Samenvattend kan er op grond van data geconcludeerd worden dat narcisme in onze samenleving sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw behoorlijk is toegenomen. Daarnaast laten onderzoeken zien dat de narcistische persoonlijkheidsstoornis, maar ook de ‘normale’ narcistische trekken een risico vormen daar waar het gaat om agressie en geweld naar anderen, ongeacht leeftijd of gender. Narcisme wordt in verband gebracht met fysiek geweld, seksueel geweld, verbaal geweld, emotioneel geweld en psychisch geweld. Ook met betrekking tot intieme partnerrelaties laten studies een hoge correlatie zien tussen narcisme en geweld en agressie, zowel bij de overte (grandioze) vorm van narcisme als bij het coverte (verborgen) narcistische type. Over dit coverte narcistische type weten we uit onderzoek veel minder dan over het overte narcistische type, omdat dit laatste type veel meer overeenkomsten vertoont met de narcistische persoonlijkheidsstoornis zoals beschreven in de DSM-5 en de operationalisatie vanuit het meest gebruikte meetinstrument om narcisme te meten: de NPI. Deze onderbelichting van het coverte narcistische type zou ook de reden kunnen zijn dat we veel minder weten van vrouwen met narcistische persoonlijkheidstrekken, omdat het erop lijkt dat bij vrouwen vaker het coverte narcistische type kan worden vastgesteld dan het overte narcistische type. Ook lijken er verschillen te zijn tussen de typen geweld die het overte narcistische type en het coverte narcistische type laten zien in intieme partnerrelaties.
      Verder is er een beperkt aantal recente studies die aanduidingen geven dat er ook een specifieke vorm van psychisch geweld voorkomt in intieme partnerrelaties die lijkt te horen bij de geweldsuitingen van diegenen met een narcistische persoonlijkheid. Vaak wordt bij dit type psychisch geweld gerefereerd aan de term ‘narcistisch geweld’. Dit ‘narcistische geweld’ kan worden omschreven als agressieve en non-agressieve uitingen naar een ander (de partner), die als voornaamste doel hebben om de ander te manipuleren. Voorbeelden van deze psychische uitingen van misbruik zijn het uitlokken van jaloezie bij de partner en het uitdagen tot conflicten in de communicatie, maar ook het overmatig prijzen en positieve aandacht geven aan de partner, wat kan bijdragen aan een bepaalde afhankelijkheid van de partner aan deze wijze van ‘love-bombing’ door de narcistische partner. Naast deze vorm van psychische manipulatie vertoont narcisme ook een verband met reactieve vormen van psychische agressie, zoals uitschelden, kleineren en pesten. Deze en andere uitingen van dit psychisch en emotioneel misbruik kunnen ernstige gevolgen hebben voor de misbruikte partner en kunnen in bepaalde gevallen leiden tot symptomen van PTSS. Daar de gevolgen van dit psychisch geweld net zo ernstig kunnen zijn als de gevolgen van fysiek en seksueel geweld gepleegd door mensen met narcistische trekken, is het van groot belang om het onderzoek naar de correlatie tussen narcisme en agressie en geweld verder uit te breiden met het thema psychisch geweld.

    • 5. Conclusies en aanbevelingen

      In deze bijdrage hebben we ons afgevraagd of er sprake is van een erosie van de term ‘narcisme’ bij geweld in afhankelijkheidsrelaties en welke de mogelijke risico’s daarvan zijn. Op basis van vorenstaande bevindingen uit de literatuur is het misschien niet verwonderlijk dat er in deze tijd vaker gesproken wordt over ‘narcistisch geweld’ als er sprake is van intiem partnergeweld. Immers, het aantal mensen met narcistische trekken lijkt significant te zijn toegenomen in vergelijking met vroeger, en deze narcistische trekken vertonen ook een hoge correlatie met agressie en (psychisch) geweld in intieme partnerrelaties.
      In het geval van huiselijk geweld, casussen van stalking of andere vormen van fysiek of psychisch geweld kan het daarom zinvol zijn om in het kader van de beste aanpak voor alle partijen, zijnde de daders, slachtoffers en hun omgeving, ook bij het vermoeden daarvan, de mogelijk aanwezige psychopathologie die een rol zou kunnen spelen bij dit geweld in kaart te brengen. Indien er namelijk bij één of meerdere partijen sprake is van een psychische aandoening, kan het behandelen van deze psychische problematiek ook een onderdeel zijn van de aanpak van psychisch en lichamelijk geweld tussen partijen. Als er vermoedens zijn van bijvoorbeeld narcisme of andere psychopathologie die een rol zouden kunnen spelen in het geweld, is het stellen van de juiste diagnose en de daaropvolgende passende behandeling essentieel.
      In deze tijd lijkt het misschien zo dat een ‘diagnose’ ook door leken makkelijk te stellen is met alle informatie die op het internet te vinden is. Het inschatten van de accuraatheid van deze informatie is voor mensen zonder gedegen kennis op het vakgebied van de psychopathologie echter een onbegonnen taak. En zelfs als men deze informatie op waarde weet te schatten, is een lijst met kenmerken van een bepaald psychisch ziektebeeld ‘herkennen’ bij bijvoorbeeld een partner, niet hetzelfde als een uitgebreid psychiatrisch onderzoek. Het vaststellen van narcistische trekken of een narcistische persoonlijkheidsstoornis bij daders van intiem partnergeweld vraagt om een onderbouwde diagnose door daarvoor geschoolde psychologen of psychiaters, omdat psychische aandoeningen alleen op een gedegen manier met een uitgebreid psychiatrisch onderzoek en met gevalideerde en betrouwbare meetinstrumenten adequaat kunnen worden vastgesteld. Vervolgens kan er dan door diezelfde gecertificeerde psychologen of psychiaters ook een passend behandeltraject worden ingezet waar alle betrokken partijen baat bij hebben. Als diagnoses ‘vastgesteld’ worden door leken, kan dat een passend behandeltraject in de weg staan. Partners of ex-partners kunnen op grond van onjuiste diagnoses gestigmatiseerd en gelabeld worden tot een ‘onhandelbare’ en ‘onbehandelbare’ partij door betrokkenen en hulpverleners. Daarbij is het minder ‘in het oog springende’ coverte narcistische type voor een leek nog lastiger te herkennen dan het overte narcistische type, terwijl ook voor dit eerste type een behandel- en begeleidingstraject mogelijk is in het kader van de juiste begeleiding bij geweldsproblematiek. Daarnaast zouden ook vrouwelijke daders van narcistisch geweld vanwege de onderbelichting in onderzoek naar het coverte narcistische type wellicht eerder uit beeld kunnen blijven. Verkeerd gestelde diagnoses kunnen daarmee het toch al complexe behandel- en begeleidingstraject bij geweldsproblematiek in intieme partnerrelaties extra bemoeilijken.
      We sluiten ons betoog af met de boodschap dat uitingen van betrokkenen bij (psychisch) geweld in intieme partnerrelaties waarbij de andere partij wordt aangeduid als ‘narcist’ (of bijvoorbeeld ‘borderliner’, ‘autist’ of ‘psychopaat’), in sommige gevallen begrijpelijke uitingen kunnen zijn van een omgeving of van slachtoffers die een houvast proberen te vinden in dergelijke psychische kwalificaties. Voor de professional in het veld, of dat nu een politieagent of een social worker is, is het van belang een luisterend oor te hebben en begrip te tonen voor dit soort uitingen van betrokkenen bij psychisch of fysiek geweld en dit tevens als signaal op te pikken van een mogelijk aanwezige psychische aandoening bij betrokkenen. Het diagnostisch werk en het bijbehorende begeleidingstraject horen daarentegen thuis bij de gekwalificeerde psycholoog of psychiater. Alleen op deze manier kunnen verschillende partijen die als netwerk van ondersteuning dienen, met onderbouwde kennis en kunde aan de slag om voor alle betrokkenen een zo goed mogelijk traject aan te bieden, waardoor het psychische en fysieke geweld in de toekomst kan worden voorkomen.
      We hopen dat we met de uiteenzetting van de bevindingen uit vorenstaande onderzoekingen én de overdenkingen rondom de besproken thema’s in dit artikel de kennis en het bewustzijn hebben kunnen vergroten onder hulpverleners, slachtoffers, daders en de media over wat de betekenis van bepaalde psychologische kwalificaties en diagnoses is, én welke gevolgen het te pas en te onpas claimen van kennis en kunde over deze kwalificaties en diagnoses kunnen hebben.56x S.O. Lilienfeld e.a., 50 great myths of popular psychology: Shattering widespread misconceptions about human behavior, Hoboken, NJ: John Wiley & Sons 2011.

    Noten

    • 1 S. Arabi, ‘Narcissistic and psychopathic traits in romantic partners predict post-traumatic stress disorder symptomology: Evidence for unique impact in a large sample’, Personality and Individual differences 2023, p. 1-6; B.A. van der Kolk, The body keeps the score: Brain, mind, and body in the healing of trauma, Penguin Books 2015.

    • 2 J. Janssen, W. Dreissen & K. Juncker, Naar een aparte strafbaarstelling van psychisch geweld? Voor- en tegenargumenten, Den Bosch: Avans Hogeschool/Open Universiteit 2022.

    • 3 Eerder werd in PROCES al eens aandacht besteed aan het (ondeskundige) gebruik van het begrip ‘trauma’. Zie E. van Ee & J. Janssen, ‘Misverstanden over trauma: een illustratie aan de hand van ervaringen met geweld uit naam van de familie-eer’, PROCES 2020, 1, p. 43-51; E. van Ee & J. Janssen, ‘Misverstanden over trauma. Een illustratie aan de hand van ervaringen van professionals’, PROCES 2020, 2, p. 102-109.

    • 4 T. Bulfinch, Stories of gods and heroes, New York: Crowell 1913.

    • 5 E. Brummelman e.a., ‘What separates narcissism from self-esteem? A social-cognitive perspective’, in: A.D. Hermann, A.B. Brunell & J.D. Foster (red.), Handbook of trait narcissism: Key advances, ­research methods, and controversies, Cham: Springer 2018, p. 47-55.

    • 6 Brummelman e.a. 2018.

    • 7 E. Brummelman, Bewonder mij! Overleven in een narcistische wereld, Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds 2019; F. Fukuyama, Het liberalisme en zijn schaduwzijden. Verdediging van een klassiek ideaal, Amsterdam: Atlas Contact 2022.

    • 8 F.S. Stinson, D.A. Dawson, R.B. Goldstein e.a., ‘Prevalence, correlates, disability, and comorbidity of DSM-IV narcissistic personality disorder: results from the wave 2 National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions, Journal of Clinical Psychiatry 2008, p. 1033-1045.

    • 9 J.M. Twenge & W.K. Campbell. The narcissism epidemic: Living in the age of entitlement, New York: Free Press 2009.

    • 10 G. Hofstede, Cultural Consequences: Comparing Values, Behaviors, Institutions and Organizations Across Nations, Thousand Oaks, CA: Sage 2016.

    • 11 Brummelman 2022.

    • 12 Brummelman e.a. 2018.

    • 13 K. Campbell & J. Twenge, ‘Narcissism, emerging media, and society’, in: L. Rosen, N. Cheever & L. Carrier (red.), The Wiley handbook of psychology, technology, and society, Chichester, VK: Wiley 2015, p. 358-369; Twenge & Campbell 2009.

    • 14 Brummelman e.a. 2018.

    • 15 Brummelman e.a. 2018.

    • 16 A. Green, R. MacLean & K. Charles, ‘Unmasking gender differences in narcissism within intimate partner violence’, Personality and individual differences 2020, p. 1-6.

    • 17 O. Kernberg, Aggressivity, narcissism, and self-destructiveness in the psychotherapeutic relationship: New developments in the psychopathology and psychotherapy of severe personality disorders, Yale University Press 2008; A.L. Pincus e.a., ‘Initial construction and validation of the pathological narcissism inventory’, Psychological Assessment 2009, 3, p. 365-379.

    • 18 American Psychiatric Association, Diagnostic and statistical manual of mental disorders, Arlington, VA: American Psychiatric Publishing 2013; Brummelman e.a. 2018.

    • 19 American Psychiatric Association 2013.

    • 20 S.L. Kjærvik & B.J. Bushman, ‘The link between narcissism and aggression: A meta-analytic review’, Psychological Bulletin 2021, 5, p. 477-503.

    • 21 E.A. Krusemark e.a., ‘Comparing self-report measures of grandiose narcissism, vulnerable narcissism, and narcissistic personality disorder in a male offender sample’, Psychological Assessment 2018, 7, p. 984-990; J.D. Miller e.a., ‘Is research using the narcissistic personality inventory relevant for understanding narcissistic personality disorder?’, Journal of Research in Personality 2009, 3, p. 482-488.

    • 22 Miller e.a. 2009; J. Oltmanns, C. Crego & T. Widiger, ‘Informant assessment: The informant five factor narcissism inventory’, Psychological Assessment 2018, 1, p. 31-42.

    • 23 R. Raskin & H. Terry, ‘A principal-components analysis of the Narcissistic Personality Inventory and further evidence of its construct validity’, Journal of personality and social psychology 1988, 5, p. 890-902.

    • 24 Miller e.a. 2009; J. Oltmanns e.a. 2018.

    • 25 N.M. Cain, A.L. Pincus & E.B. Ansell, ‘Narcissism at the crossroads: Phenotypic description of pathological narcissism across clinical theory, social/personality psychology, and psychiatric diagnosis’, Clinical Psychology Review 2008, p. 638- 656; Oltmanns e.a. 2018.

    • 26 Cain e.a. 2008; Oltmanns e.a. 2018.

    • 27 E. Grijalva e.a., ‘Gender differences in narcissism: a meta-analytic review’, Psychological bulletin 2015, 2, p. 261-310.

    • 28 Green e.a. 2020; A.L. Pincus e.a., ‘Initial construction and validation of the pathological narcissism inventory’, Psychological Assessment 2009, 3, p. 365-379; A.G.C. Wright e.a., ‘The higher order factor structure and gender invariance of the pathological narcissism inventory’, Assessment 2010, p. 467-483.

    • 29 S. Thomas & E. Brummelman, ‘Parents’ socialization of narcissism in children’, in: A.D. Hermann, A.B. Brunell & J.D. Foster (red.), Handbook of Trait Narcissism: Key Advances, Research Methods, and Controversies, Cham: Springer 2018, p. 144-149.

    • 30 C.T. Barry, P.J. Frick & A.L. Killian, ‘The relation of narcissism and self-esteem to conduct problems in children: A preliminary investigation’, Journal of Clinical Child and Adolescent Psychology 2003, p. 139-152; E.Y. Ong e.a., ‘Narcissism, extraversion and adolescents’ self-presentation on Facebook’, Personality and Individual Differences 2011, p. 180-185; R.E. Pauletti e.a., ‘Narcissism and adjustment in preadolescence’, Child Development 2012, p. 831-837; S. Thomaes & E. Brummelman, ‘Narcissism’, in: D. Cicchetti (red.), Developmental psychopathology. Maladaption and psychopathology, Wiley 2016, p. 679-725.

    • 31 T. Millon, Modern psychopathology: A biosocial approach to maladaptive learning and functioning, Philadelphia: Saunders 1969.

    • 32 Brummelman e.a. 2018.

    • 33 Thomas & Brummelman 2018.

    • 34 P. Cramer, ‘Young adult narcissism: A 20 year longitudinal study of the contribution of parenting styles, preschool precursors of narcissism, and denial’, Journal of Research in Personality 2011, p. 19-28; Thomas & Brummelman 2018.

    • 35 Kjærvik & Bushman 2021.

    • 36 Krusemark e.a. 2018; Miller e.a. 2009.

    • 37 T.V. Du, J.D. Miller & D.R. Lynam, ‘The relation between narcissism and aggression: A meta-analysis’, Journal of Personality 2022, 4, p. 574-594; Kjærvik & Bushman 2021.

    • 38 Kjærvik & Bushman 2021.

    • 39 B. Gormley & F.G. Lopez, ‘Correlates of psychological abuse perpetration in college dating relationships’, Journal of College Counseling 2010, p. 4-16.

    • 40 J. Lamkin, J.A. Lavner & A. Shaffer, ‘Narcissism and observed communication in couples’, Personality and Individual Differences 2017, p. 224-228.

    • 41 V. Blinkhorn, M. Lyons & L. Almond, ‘The ultimate femme fatale? Narcissism predicts serious and aggressive sexually coercive behaviour in females’, Personality and Individual Differences 2015, p. 219-223.

    • 42 Green e.a. 2020.

    • 43 N.M.L. Buck e.a., ‘Personality traits are related to intimate partner violence among securely attached individuals’, Journal of Family Violence 2014, 3, p. 235-246; Green e.a. 2020; L.S. Rinker, Narcissism and type of violent relationships for perpetrators of intimate partner violence (ProQuest Dissertations and Thesis), A&M University; F. Talbot, M. Babineau & S. Bergheul, ‘Narcissism and self-esteem dimensions as predictors of aggression in intimate partner violence’, Annales Medico-Psychologiques 2015, 2, p. 193-196.

    • 44 Du e.a. 2022.

    • 45 Du e.a. 2022.

    • 46 Green e.a. 2020.

    • 47 Arabi 2023.

    • 48 W. Hart, J.M. Adams & G. Tortoriello, ‘Narcissistic responses to provocation: An examination of the rage and threatened-egotism accounts’, Personality and Individual Differences 2017, p. 152-156; Kjærvik & Bushman 2021; K. Massar e.a., ‘Green-eyed snakes: The association between psychopathy, jealousy, and jealousy induction’, Personality and Individual Differences 2017, p. 164-168.

    • 49 Arabi 2023; Van der Kolk 2015; Hart e.a. 2017; Kjærvik & Bushman 2021; Massar e.a. 2017.

    • 50 Arabi 2023.

    • 51 J. Lamkin, J.A. Lavner & A. Shaffer, ‘Narcissism and observed communication in couples’, Personality and Individual Differences 2017, p. 224-228.

    • 52 Arabi 2023.

    • 53 Du e.a. 2022.

    • 54 Du e.a. 2022.

    • 55 A. Miller, The drama of being a child: The search for the true self, Londen: Virago 1995.

    • 56 S.O. Lilienfeld e.a., 50 great myths of popular psychology: Shattering widespread misconceptions about human behavior, Hoboken, NJ: John Wiley & Sons 2011.


Print dit artikel