13806424_covr
Rss

Recht der Werkelijkheid

Meer op het gebied van Algemeen

Over dit tijdschrift  

Meld u zich hier aan voor de attendering op dit tijdschrift zodat u direct een mail ontvangt als er een nieuw digitaal nummer is verschenen en u de artikelen online kunt lezen.

Aflevering 1, 2017 Alle samenvattingen uitklappen

Hilke Grootelaar
Hilke Grootelaar is promovenda bij het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht. Ze doet onderzoek naar ervaren procedurele rechtvaardigheid en vertrouwen in instituties. Daarnaast is ze redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Werkdruk en organisatieontwikkeling in de rechtspraak

Trefwoorden Occupational stress, Dutch judicial organization, Organizational development and change, Judicial autonomy
Auteurs Ivo van Duijneveldt, Peter Wijga en Kirsten van Reisen
SamenvattingAuteursinformatie

    What causes occupational stress in the Dutch judicial organization? And what can be done to moderate the effects? This article addresses these questions from an organizational perspective. The well-known job demand/job control-model (Karasek) and sociotechnical principles for organizational design are used as a theoretical framework. Increasing job demands (workload, complexity) combined with reduced opportunities for individual judicial professionals to control their work are considered root causes for organizational stress. In addition to these factors, the specific characteristics of the judicial organizational culture should also be acknowledged. This culture is based on a strong emphasis on individual professional performance and responsibility, making it a complex task to mitigate occupational stress from an organizational perspective. A short overview of recent developments to manage occupational stress in the Dutch judicial organization concludes the article.


Ivo van Duijneveldt
Ivo van Duijneveldt is als adviseur en onderzoeker verbonden aan organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak heeft hij in de periode oktober 2015 tot juni 2016 verdiepend onderzoek uitgevoerd naar verklarende factoren voor werkdruk in de rechtspraak. Dit onderzoek is verschenen onder de titel ‘Naar een vitale organisatie. Duurzaam omgaan met werkdruk binnen de rechtspraak’, in de reeks Research Memoranda van de Raad voor de rechtspraak.

Peter Wijga
Peter Wijga is als adviseur en onderzoeker verbonden aan organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak heeft hij in de periode oktober 2015 tot juni 2016 verdiepend onderzoek uitgevoerd naar verklarende factoren voor werkdruk in de rechtspraak. Dit onderzoek is gepubliceerd onder de titel ‘Naar een vitale organisatie. Duurzaam omgaan met werkdruk binnen de rechtspraak’, in de reeks Research Memoranda van de Raad voor de rechtspraak.

Kirsten van Reisen
Kirsten van Reisen is als adviseur en onderzoeker verbonden aan organisatieadviesbureau Andersson Elffers Felix. In opdracht van de Raad voor de rechtspraak heeft zij in de periode oktober 2015 tot juni 2016 verdiepend onderzoek uitgevoerd naar verklarende factoren voor werkdruk in de rechtspraak. Dit onderzoek is gepubliceerd onder de titel ‘Naar een vitale organisatie. Duurzaam omgaan met werkdruk binnen de rechtspraak’, in de reeks Research Memoranda van de Raad voor de rechtspraak.
Artikel

Waarom schakelen burgers (geen) rechtshulp in?

Trefwoorden Legal advice / assistance, Acces to justice, Income level, Judicial autonomy, Cost-benefit analysis
Auteurs Dr. Marijke ter Voert en Dr. Carolien Klein Haarhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article serves to gain insight in the use and non-use of various types of legal advice, particularly in relation to income levels and legal costs. Based on (logistic regression) analyses involving survey data on 1,928 Dutch citizens who experienced a non-trivial problem in the period May 2009 to May 2014, main findings are as follows: (1) 37% of citizens facing a (potential) legal problem contacted various types of legal advisers once or repeatedly. (2) In the explanation of use/non-use of advocates, problem characteristics turned out to matter significantly, in contrast with the level of household income. Entitlements to subsidized legal aid (lower income groups) as well as legal expenses insurance have made income a factor of less importance. (3) Looking at the degree in which citizens reported (high) costs being a reason for not using legal advice, again no significant differences were found between income groups. Especially advocates were deemed too expensive, regardless of household income; a reason for non-use in half of the cases in which advocates had been considered.


Dr. Marijke ter Voert
Marijke ter Voert is werkzaam als (senior-)onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij is betrokken geweest bij inmiddels drie edities van het Geschilbeslechtingsdelta-onderzoek naar (potentieel) juridische problemen van burgers en de wegen die zij bewandelen om die op te lossen.

Dr. Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis is werkzaam als (senior-)onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij is betrokken geweest bij inmiddels drie edities van het Geschilbeslechtingsdelta-onderzoek naar (potentieel) juridische problemen van burgers en de wegen die zij bewandelen om die op te lossen.
Artikel

‘Ik ben slecht in het legen van mijn brievenbus en heb een telefoonfobie’

Het belang van een match in het soort contact tussen uitkeringsgerechtigden en uitkeringsinstanties

Trefwoorden Satisfaction, Digital contact, Matching, Public Assistance
Auteurs Dr. Willem Bantema
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, contacts between citizens and the government have increasingly become digital. Most people believe that the development toward more digital and thus more impersonal contact could be negative in terms of procedural justice and policy effectiveness. Higher educated and younger citizens embrace contact through the internet more than lower educated and older citizens. This study questions the call for more personal contact. Based on a panel survey, two different kinds of recipients of public assistance are compared: recipients of municipal social services (N=596) and recipients of unemployment benefits (N=709). Because of the social-demographic characteristics mentioned earlier, the recipients of the former are expected to be more negative about digital contact than the latter. This study identifies how these types of recipients of public assistance prefer to have contact with their municipality or agency, and how that works in practice. It shows that neither personal contact preferences, nor the way contact works in practice are decisive for satisfaction with the contact, but the way those two elements are matched. A match of impersonal contact leads to similar satisfaction as a match of personal contact.


Dr. Willem Bantema
Dr. Willem Bantema is senior onderzoeker binnen de interdisciplinaire onderzoeksgroep ‘Handhaving van onderop’ aan de Rijksuniversiteit Groningen en is werkzaam als docent-onderzoeker aan het lectoraat Cybersafety aan de Noorderlijke Hoge School Leeuwarden (NHL). Hij is gespecialiseerd in kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden en geïnteresseerd in de wijze waarop mensen in hun dagelijks leven met wetgeving omgaan.
Praktijk

De ‘governmentality’ van een lokaal prostitutieveld?

Trefwoorden Prostitution, Policy, Morality, Governing, Empirical research
Auteurs Eelco van Wijk Msc
SamenvattingAuteursinformatie

    Many scholars interpreted the lifting of the ban on brothels in 2000 (often called the legalization of prostitution) in The Netherlands, as a sign that selling sex was no longer deemed morally objectionable. Governing prostitution thus became primarily a technical matter of government. A task that, for a large part, was delegated to municipalities. However, nearly two decades later, the debate surrounding prostitution (policy) is still characterized by its moral tone of voice, and we lack insight into the strategies and techniques deployed by local governments. This raises two important questions. First, what actually happens in legalized local prostitution markets? Extant research, focusses too much on (changes in) national policy, and too little on what key actors (such as municipalities) are actually doing in local prostitution markets. Second, what is the role of moral aspects? When local actors are studied, insufficient attention is paid to the influence of moral issues. My PhD research addresses these two questions, by looking at the relationship between moral beliefs surrounding prostitution and the way in which local governments attempt to stabilize or change the modus operandi of a local prostitution market. It develops a theoretical framework combining field theory and Foucauldian governmentality concepts, and tries to shed light on the broader theme of the relation between morality and governing in late modern times.


Eelco van Wijk Msc
Eelco van Wijk is onderzoeker en docent aan de afdeling bestuurswetenschap en politicologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Ronald Janse
Universitair hoofddocent encyclopedie van het recht, Universiteit van Amsterdam. Werkt aan een monografie over de evolutie ‎van de bevoegdheid van de EU om de rechtsstaat in lidstaten te beschermen.
Diversen

Subjectivity in Empirical Legal Research

Auteurs Dr. Marc Simon Thomas
Auteursinformatie

Dr. Marc Simon Thomas
Marc Simon Thomas is Assistant Professor of Sociology of Law and connected to the Montaigne Centre for Judicial Administration and Conflict Resolution at the Utrecht University. He is trained in legal anthropology and has worked on legal pluralism and dispute settlement in Latin America. His present empirical socio-legal research focuses on ADR in the Netherlands.
Diversen

Redeloze voorzorg

Auteurs Dr. Jaap Hanekamp en Prof. em. mr. dr. drs. Lukas Bergkamp
Auteursinformatie

Dr. Jaap Hanekamp
Jaap Hanekamp is zowel gepromoveerd in de chemie en geneeskunde (1992) als in de theologie en filosofie (2015). Hij is Universitair Hoofddocent University College Roosevelt, Middelburg en adjunct-professor, University of Massachusetts, Environmental Health Sciences, Amherst, MA, USA.

Prof. em. mr. dr. drs. Lukas Bergkamp
Prof. em. mr. dr. drs. Lucas Bergkamp, arts en jurist, is partner bij Hunton & Williams, Brussel. Hij was hoogleraar international milieuaansprakelijkheidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Diversen

Nederlandse (niet-)naleving

Auteurs Dr. Agnes Schreiner
Auteursinformatie

Dr. Agnes Schreiner
Agnes Schreiner is oud-redacteur van Recht der Werkelijkheid en op het moment lid van de redactieraad. Als universitair docent is Schreiner werkzaam bij de Afdeling Algemene Rechtsleer, sectie Rechtssociologie/antropologie, van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam. In 1990 promoveerde ze op Roem van het recht. Tegenwoordig draagt ze bij aan het onderwijs van de genoemde afdeling, onder meer de vakken Recht en menselijk gedrag en Europese rechtsgeschiedenis. Ze begeleidt studenten met belangstelling voor Australische en Europese rechtsculturen. Over deze onderwerpen heeft ze regelmatig gepubliceerd.