DOI: 10.5553/TvRRB/187977842015006001002

Tijdschrift voor Religie, Recht en BeleidAccess_open

Artikel

Allahoe Akbar! - de jihadisten

Auteurs
DOI
Toon PDF Toon volledige grootte
Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze Citaties (2)
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Maurits Berger en Masha Rademakers, 'Allahoe Akbar! - de jihadisten', TvRRB 2015-1, p.

Dit artikel wordt geciteerd in

    • Inleiding

      Sinds de Syrische opstanden tegen het regime van president Assad in 2011 zijn ontaard in een burgeroorlog, heeft het conflict niet alleen duizenden strijders uit de regio aangetrokken, maar ook uit het Westen, inclusief uit Nederland. Het merendeel van hen sloot zich aan bij islamitische ‘jihadistische’ organisaties die met het omverwerpen van het regime van Assad hopen op de stichting van een islamitische staat. In juni 2014 riep de organisatie die zich ‘Islamitische Staat in Syrië en Sham’ (ISIS) of kortweg ‘Islamitische Staat’ (IS) noemt, een dergelijke ‘staat’ uit in noordelijk Syrië en Irak, en veroverde van daaruit in korte tijd een groot gebied. Aan de oproep van ISIS aan alle moslims ter wereld om naar dit nieuwe ‘kalifaat’ te komen, werd ruim gevolg gegeven.
      Het is niet de eerste keer dat moslims aangetrokken worden door een conflict in een moslimland. De burgeroorlogen in onder andere Afghanistan, Bosnië en Somalië hebben grote aantallen buitenlandse moslims aangetrokken die daar in naam van de jihad gingen strijden. Nooit tevoren vertrok echter zo’n groot aantal buitenlandse strijders om deel te nemen aan een jihadistische strijd als in het geval van de Syrische burgeroorlog en het kalifaat van IS.
      Op het moment van schrijven, januari 2015, heeft een onbekend aantal niet-Syrische strijders – met name van Hezbollah en Iran – zich aan de kant van het Syrische regime gevoegd, en naar schatting zeker 12.000 niet-Syrische strijders aan de kant van de Syrische oppositie. Onder deze laatste groep strijders bevinden zich ongeveer 3000 ‘westerlingen’, afkomstig uit Noord-Europa, Amerika, Canada en Australië.1x R. Barrett, Foreign Fighters in Syria, The Soufan Group 2014, online publication: http://soufangroup.com/wp-content/uploads/2014/06/TSG-Foreign-Fighters-in-Syria.pdf; D. Rand & A. Vassalo, ‘Bringing the Fight Back Home. Western Foreign Fighters in Iraq and Syria’, Policy Brief, Center for a New American Security 2014. In de literatuur staan zij inmiddels bekend als ‘buitenlandse strijders’ (foreign fighters).2x Het International Center for Counter-Terrorism (ICCT) in Den Haag geeft de volgende definitie van ‘buitenlandse strijders’: ‘niet-burgers van conflictstaten, die zich aansluiten bij opstanden tijdens een burgeroorlog’ (www.icct.nl/activities/projects/foreign-fighters). In de westerse volksmond en politiek worden zij vaak aangeduid als ‘jihadisten’, maar in dit artikel wordt de term Syrië-ganger gebezigd aangezien niet iedere strijder noodzakelijkerwijs een islamitische ideologie hanteert.
      Met het uitroepen in juni 2014 van een ‘kalifaat’ door IS is de blik op de Syrië-ganger vertroebeld. Naast de Syrië-gangers die gericht zijn op het verdrijven van het regime van Assad zijn er nu ook de buitenlandse moslims die, hetzij direct vanuit het buitenland, hetzij vanuit het Syrische front, naar het door ISIS veroverde gebied trekken. Hun doel is niet altijd deel te nemen aan de veroveringsoorlog die IS voert; er zijn ook buitenlandse moslims die naar ISIS-gebied trekken om zich daar te vestigen.
      De cijfers over buitenlandse deelname aan ISIS zijn nog onduidelijk op het moment van schrijven, omdat onder hen ook veel Syrië-gangers zijn, maar met name omdat ISIS, meer dan het Syrische conflict, een enorme aanzuigende werking op buitenlandse moslimstrijders heeft: in juni 2014 werd het aantal buitenlandse ISIS-strijders geschat op 3000, van wie 500 uit Europa,3x ‘Two Arab countries fall apart’, The Economist 14 juni 2014. Het artikel vermeldt echter niet de bronnen van deze cijfers. en eind oktober 2014 was al sprake van 15.000 buitenlandse strijders uit tachtig verschillende landen.4x Rapport van de Verenigde Naties dat niet openbaar is, maar is aangehaald door o.a. The Guardian, ‘Foreign jihadists flocking to Iraq and Syria on “unprecedented scale”’, 30 oktober 2014.
      Zowel de termen als de aantallen Syrië-gangers en ISIS-gangers worden regelmatig door elkaar gebruikt, maar niettemin zullen ze in het navolgende onderscheidenlijk gebruikt worden. Het totaal aantal Nederlanders dat naar het Syrische front en ISIS is getrokken, werd in januari 2015 door de minister van Justitie en Veiligheid vastgesteld op 180.5x Verklaring van de minister volgens ANP van 9 januari 2015.
      In dit artikel wordt besproken hoe dit fenomeen van de Nederlandse Syrië- en ISIS-ganger zich heeft ontwikkeld tegen de achtergrond van het internationale conflict, de situatie van islam en moslims in Nederland, en de islamitische jihad-ideologie. Waarom hebben moslims, geboren en opgegroeid in Nederland, huis en haard verlaten met de wil om te strijden voor een idealistisch doel in een land dat zij vaak niet kennen, en met de bereidheid daarvoor te sterven? En hoe reageren de Nederlandse overheid en samenleving hierop?

    • 1 Situatie van de islam in Nederland

      In Nederland wonen ongeveer 900.000 moslims, dat is 6% van de bevolking.6x Voor alle cijfers, zie: Forum, Fact Book. De positie van moslims in Nederland, Utrecht 2010. Zij wonen vooral in de Randstad, waar zij soms wel een kwart van de bevolking van steden als Amsterdam en Rotterdam uitmaken. Een derde van de moslims is van Marokkaanse origine, een derde van Turkse origine, en de overige moslims zijn van allerlei nationaliteiten, met de Surinaamse, Irakese en Afghaanse moslims als grootste groepen.
      De komst van migranten naar Nederland piekte in de jaren tachtig van de vorige eeuw vanwege de gezinshereniging, en deze plotselinge groei zwengelde de discussie aan over integratie. Deze discussie werd sedert de jaren negentig steeds feller, waarbij zowel moslims als de islam veel kritiek kregen over hun vermeende gebrek aan of onwil om deel uit te maken van de Nederlandse samenleving.7x F. Sleegers, In debat over Nederland. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Amsterdam: Amsterdam University Press 2007; W.A. Shadid, ‘Public Debates over Islam and the Awareness of Muslim Identity in the Netherlands’, European Education 2006, 2, p. 10-22; B. Prins, Voorbij de onschuld: het debat over de multiculturele samenleving, Amsterdam: Van Gennep 2000. Islam werd door een groot deel van de Nederlandse bevolking gezien als onverenigbaar met Nederlandse waarden.8x J. Donselaar & P.R. Rodrigues, Monitor Racisme & Discriminatie: Islamofobie neemt toe, Amsterdam: Pallas Publications 2008; I. Esveldt & J. Traudes, Kijk op en contacten met buitenlanders: immigratie, integratie en interactie, Den Haag: WRR 2001; Pinto, Beeldvorming en integratie: Is integratie het antwoord? Beeldvorming van Turken, Marokkanen en Nederlanders over elkaar, Houten: Bohn Stafleu Van Loghum 2004; M. Poorthuis & T. Salemink, Van Harem tot Fitna, Nederland 1848-2010, Nijmegen: Valkhof Pers 2011. Deze afwijzing van de islam – en daarmee ook moslims – gaf met name jonge moslims die geboren en getogen waren in Nederland het sterke gevoel dat zij ongewenst waren in Nederland.9x Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie, Derde Rapport over Nederland, Straatsburg: Raad van Europa 2007; H.B. Entzinger & E. Dourleijn, De lat steeds hoger: de leefwereld van jongeren in een multi-etnische stad, Assen: Van Gorcum 2008; M. Gijsberts & J. Dagevos, At home in the Netherlands: Trends in integration of non-Western migrants: Annual Report on Integration 2009, Den Haag: SCP 2009.

      Identiteit van moslims

      Met name voor de jongere generatie moslims in Nederland is de islam belangrijk geworden als identiteit: waar de vorige generatie zich nog identificeerde met de nationale of culturele achtergrond van het land van herkomst, is de huidige generatie – die is geboren en getogen in Nederland – zich in toenemende mate gaan identificeren als ‘moslim’. Dit betekent overigens niet dat deze moslim ook praktiserend gelovig is; net als bij de joden kan een onderscheid gemaakt worden tussen religieuze en culturele moslims.10x B. Maréchal, ‘The Question of belonging’, in: B. Maréchal, S. Allievi, F. Dassetto & J. Nielsen (red.), Muslims in the Enlarged Europe (Muslim Minorities, Volume 2), Leiden/Boston: Brill 2003, p. 5-18, i.h.b. p. 9; M. Buitelaar, ‘Islamisering van identiteit onder Marokkaanse jongeren’, in: Borg e.a. (red.), Religie in Nederland, Zoetermeer: Uitgeverij Meinema 2008, p. 239-252; S Vellenga e.a. (red.), Mist in de Polder. Zicht op ontwikkelingen omtrent islam in Nederland, Amsterdam: Aksant 2009.
      Onder de jonge generatie van religieuze moslims zijn kennis en naleving van de islamitische leerstellingen belangrijker dan het navolgen van de rituelen zoals hun ouders dat doen. De jongere generatie laat zich daarbij steeds minder gelegen liggen aan de traditionele autoriteiten die de leerstellingen interpreteren, zoals lokale imams; zij nemen de studie van hun islam zelf ter hand en kiezen daarbij de bronnen en personen die zij zelf autoritatief achten.11x J. Nielsen, Muslims in Western Europe, Edinburgh: Edinburgh University Press 1992; J. Cesari, Musulmans et republicains. Les jeunes, l’islam et la France, Brussel/Parijs: Editions Complexe 1998. Voor Nederland, zie: M. Maliepaard & M. Gijsberts, Moslims in Nederland, Den Haag: Sociaal Cultureel Planburaeu 2012. Het gevolg is dat deze moslims, die vaak hoog zijn opgeleid, zich afwenden van de vorige generatie en de wijze waarop die omgaan met de islam, en een interpretatie ontwikkelen van de islam die, in hun ogen, ‘puur’ en ‘echt’ is.12x M. de Koning, Zoeken naar een ‘zuivere’ islam. Geloofsbeleving en identiteitsvorming van jonge Marokkaans-Nederlandse moslims. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker 2008.
      Voor het onderwerp van dit artikel is een belangrijk effect van deze ontwikkeling dat deze Nederlandse puriteinse moslims hun islam niet meer zien als lokaal of cultureel gebonden, maar als een globale en universele binding die alle culturele en nationale verschillen overstijgt.13x O. Roy, Globalised Islam, New York: Columbia University Press 2004. Dit heeft zonder meer bijgedragen aan de internationale solidariteit die zij vandaag de dag ervaren met gebeurtenissen in de moslimwereld.
      Een ander effect is de combinatie van enerzijds de sterke islamitische identiteit en anderzijds de afwijzing daarvan door de Nederlandse omgeving. Reeds in 2004 sprak de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) bij monde van de minister van Binnenlandse Zaken zijn zorg uit dat dit een bron van radicalisering was: ‘Vooral jongeren uit de groep van de tweede of derde generatie immigranten lijken de vermeende verwijdering tussen de samenleving en moslimburgers zwaar op te nemen. De groep van de zich onheus bejegend voelende jongeren vormt een voorname vijver van voor radicalisering en eventueel rekrutering ontvankelijke personen.’14x Notitie ‘Jihadrekruten in Nederland’, brief van minister Remkes van Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer, 10 maart 2004.

      Salafisme en jihadisme

      Deze radicalisering speelde zich vooral af binnen de groeiende groep van moslimjongeren die bekendstaan als salafisten. Salafisme is een wereldwijde trend die dogmatisch een zeer rigide en vaak onverzoenlijke positie inneemt.15x U. Ryad, ‘Van progressief naar conservatief. De wortels van het salafisme’, Tijdschrift voor Religie Cultuur en Politiek 2009, 4, p. 21-24. Moslims die de salafistische lezing van de islam niet onderschrijven, worden aangemerkt als ongelovigen, en omgang met christenen en joden – die formeel weliswaar erkend worden door de islam als degenen die dezelfde openbaring hebben ontvangen – dient zo veel mogelijk vermeden te worden.
      Deze vorm van salafisme (de islam heeft in de negentiende eeuw ook andere, juist zeer tolerante vormen van salafisme gekend16x Zie o.a. A. Hourani, Arab Thought in the Liberal Age, 1798-1913, Cambridge: Cambridge University Press 1983. ) heeft ook een agressieve variant die gewapende strijd (jihad) voorstaat. Deze ‘kleine’ jihad17x De term jihad betekent ‘inspanning’. De klassieke theologie van de islam maakt onderscheid tussen de ‘grote’ jihad, die staat voor de persoonlijke inspanning van iedere moslim om een goede gelovige te zijn, en de ‘kleine’ jihad, die staat voor gewapende inspanning. was in de klassieke theologie van de islam alleen toegestaan voor een volk als geheel en pas na oproep daartoe door de leider van dat volk. In de jaren zestig werd echter het idee ontwikkeld dat de jihad ook door individuele moslims gevoerd mocht worden, en dat de oproep van moslimleiders geen vereiste meer was, aangezien de regeringsleiders wegens hun onderdrukkende gedrag en samenspanning met het Westen niet meer als moslims aangemerkt konden worden.18x J. Haynes, ‘Al Qaeda: Ideology and Action’, Critical Review of International Social and Political Philosophy 2005, 2, p. 177-191.
      Deze aangepaste versie van het concept van de jihad als gewapende strijd werd met name in de jaren tachtig populair, toen tienduizenden Arabische moslims ten strijde trokken tegen de Sovjet-Unie na de inval in Afghanistan in 1979.19x J. de Roy van Zuijdewijn & E. Bakker, Returning Western foreign fighters: The case of Afghanistan, Bosnia and Somalia, Den Haag: International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) 2014, p. 2. Uit deze mujahideen strijders is later de jihadistische Al Qaida ontstaan. Osama Bin Laden, voormalig Al Qaida-leider, deed de oproep aan iedere individuele moslim om een globale jihad te voeren tegen zowel ongelovige moslims als niet-islamitische leiders en het Westen.20x P. Nesser, ‘Ideologies of Jihad in Europe’, Terrorism and Political Violence 2011, 2, p. 173-200, i.h.b. p. 175; Haynes 2005, p. 177-191, i.h.b. p. 184.
      Het hedendaagse Al Qaida is uiteengevallen in verschillende splintergroeperingen, waaronder ook de jihadistische groepen vallen die in de Syrische regio actief zijn. ISIS is een van deze splinterorganisaties die de terreur van Al Qaida naar een nog afschrikwekkender niveau heeft weten te tillen.
      Het salafisme is ook aangeslagen in Nederland, waarbij een kleine groep zeer sterk radicaliseerde.21x M. de Koning & R. Meijer, ‘Going All the Way. Politicization and Radicalization of the Hofstad Network in the Netherlands’, in: E.A. Assaad e.a., Identity and Participation in Culturally Diverse Societies: A Multidisciplinary Perspective, Hoboken: Blackwell Publishing 2001, p. 220-238; I. Roex, S. van Stiphout & J. Tillie, Salafisme in Nederland: aard, omvang en dreiging, Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, IMES 2010. Dat radicalisme is niet noodzakelijkerwijs gewelddadig: sommigen beperken zich tot prediking (da’wa), anderen propageren het herstel van het kalifaat met politieke middelen. Degenen die geweld propageren om het doel van een kalifaat of islamitische staat te bereiken, staan bekend als ‘jihadisten’.22x F.J. Buijs, F. Demant & A. Hamdy, Strijders van eigen bodem: radicale en democratische moslims in Nederland, Amsterdam: Amsterdam University Press 2006; M. Slootman, Salafi-jihadi’s in Amsterdam, Utrecht: Forum 2009.
      In Noord-Europa is een salafistisch netwerk actief dat vooral uit politieke (dus geen geweld propagerende) salafisten bestaat. Ook hier zijn cijfers moeilijk vast te stellen. In 2007 berichtte de AIVD over vier salafistische centra in Nederland die naar schatting gezamenlijk tijdens de vrijdagpreek ongeveer 3000 bezoekers trokken.23x AIVD, Radicale dawa in verandering. De opkomst van islamitisch neoradicalisme in Nederland, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2007. In België, Duitsland, Frankrijk en Nederland zijn zij de meest actieve groep in het publieke veld.24x A. Boukhars, ‘Islam, Jihadism, and Depoliticization in France and Germany’, International Political Science Review 2009, 3, p. 297-317. AIVD 2007, p. 52. In Nederland lijken vooral Marokkanen vatbaar te zijn voor de ideeën van het politieke salafisme.25x Roex, Stiphout & Van Tillie 2010, p. 175.
      De jihadistische variant van het salafisme in Nederland is vertegenwoordigd in groeperingen als Sharia4Holland, Street Dawah en Behind Bars, die enerzijds geweld tegen ongelovigen en vijanden van de islam legitimeren, maar anderzijds stellen niet bereid te zijn in de Nederlandse samenleving direct geweld in te zetten.
      De populariteit van deze meer extreme salafistische groepen is de afgelopen jaren toegenomen. De oorzaken daarvan zijn enerzijds het toenemend gebruik van internet om ideeën te verspreiden26x AIVD 2007 en AIVD, Local jihadist networks in the Netherlands. An evolving threat, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2009. of juist te verzamelen,27x Het internet maakt het individuele moslims en ook islamitische geleerden mogelijk zelf een zogenoemde ‘knip en plak’ islam te creëren, waarbij zij verschillende doctrines uit de Koran kiezen en die met ideeën van geleerden combineren, waardoor uit een zeer individuele interpretatie van de Koran een gewelddadig wereldbeeld kan ontspruiten. Zie A. Wilner & C.J. Dubouloz, Homegrown Terrorism and Transformative Learning: An Interdisciplinary Approach to Understanding Radicalization, Canadian Political Science Association Conference, Ottawa: University of Ottawa 2009, p. 13. en anderzijds het toenemende activisme van deze groeperingen, onder meer door het geven van (drukbezochte) lezingen, maar ook door zich op provocerende wijze in het publieke domein te manifesteren (zoals in de zomer van 2014 het geval was met de pro-IS-demonstratie in Den Haag).28x AIVD 2007.

    • 2 Toedracht van het conflict in Syrië en Midden-Oosten

      Het Syrische conflict

      In de nasleep van de Arabische Lente begon het Syrische conflict in maart 2011 als een aantal opeenvolgende demonstraties in diverse Syrische steden, waarin werd opgeroepen tot hervormingen van het dictatoriale regime onder Assad. De onevenredig harde aanpak van deze demonstraties leidde tot een escalatie, en de oproep aan president Assad voor hervormingen sloeg om in een oproep om af te treden. Een burgeroorlog was het gevolg, waarbij enorme aantallen slachtoffers onder de burgerbevolking vielen, in eerste instantie vooral door toedoen van het Syrische leger van Assad.
      De gewapende oppositie was zeer verdeeld vanwege zowel etnische als sektarische en ideologische verschillen. De verdeeldheid werd gevoed doordat omliggende landen verschillende groeperingen steunden, al naar gelang die pasten bij de eigen sektarische of ideologische bloedgroep. Syrië werd zo een speelveld waar regionale geopolitieke spanningen (met name tussen Iran en Saoedi-Arabië) en rivaliteiten werden uitgevochten, en waar invloedssferen werden beschermd (zoals de oude bondgenootschap tussen Rusland en Syrië) en relaties in stand werden gehouden (zoals tussen Hezbollah en het regime van Assad).29x F. Gregory Gause III, ‘Beyond sectarianism: the new Middle East Cold War’, Brookings Doha Center Analysis Paper 2014, 11, p. 7-8.
      De grootste oppositiegroep was in eerste instantie de Free Syrian Army, die een seculiere ideologie hanteerde en waarvan de aanhang bestond uit diverse sektarische en etnische groepen. Vanaf de zomer 2012 bleken echter de kleinere, islamitische groeperingen zoals Jabhat al-Nusra, Jaish al Muhajireen wal-Ansar en IS veel succesvoller, vooral vanwege hun organisatiegraad, onverschrokkenheid en doelgerichtheid.30x Jabat al-Nusra behoort samen met IS tot de meest effectieve jihadistische rebellengroepen. De harde kern van Jabat al-Nusra bestaat uit jihadistische Syrische veteranen die meevochten in Al Qaida-splintergroepen in Irak. Veel westerlingen sluiten zich bij deze groep aan. De groep Jaish al-Muhajireen wal-Ansar (The Army of Emigrants and Helpers) bestaat zelfs bijna volledig uit buitenlanders. Zie E. Bakker, C. Paulussen & E. Entenmann, Dealing With European Foreign Fighters in Syria: Governance Challenges & Legal Implications (rapport), International Center For Counter-Terrorism (ICCT) 2014, p. 3, beschikbaar op www.icct.nl/download/file/ICCT-Bakker-Paulussen-Entenmann-Dealing-With-European-Foreign-Fighters-in-Syria.pdf. Om deze redenen, maar ook vanwege hun ideologische doelstelling, oefenden deze groeperingen, meer dan de seculiere oppositie, een grote aantrekkingskracht uit op de strijders uit zowel binnen- als buitenland.31x Barrett 2014, p.25.
      Deze islamitische organisaties hanteren een onversneden salafistisch jargon om hun strijd te rechtvaardigen: zij strijden tegen een regime dat zij als ongelovig bestempelen, zowel vanwege zijn repressieve karakter als zijn Alawitische wortels, en hebben als doel de vestiging van een islamitische staat waarbij de invoering van een hardvochtige variant van de sharia centraal staat.32x Overigens werd soortgelijk taalgebruik al eerder gebezigd in Syrië, in de aanloop naar de opstand van de Moslim Broederschap in de Syrische stad Hama in 1982, die met grof militair geweld werd neergeslagen door de vader van de huidige president Assad. Zie o.a. R. Lefèvre, Ashes of Hama. The Muslim Brotherhood in Syria, Londen: Hurst & Company 2013.

      Houding van het Westen

      Er dient kort stil te worden gestaan bij de opstelling van het Westen in het Syrische conflict, aangezien dat een factor is die meespeelt in de motivatie van Syrië-gangers uit het Westen. Westerse landen hebben vanaf het begin van het conflict duidelijk gemaakt dat hun sympathie bij de oppositie lag, maar waren terughoudend in het geven van financiële en militaire steun. President Obama had de ‘rode lijn’ voor interventie gelegd bij het gebruik van chemische wapens, en werd bijna over die lijn getrokken toen sprake was van de inzet van chemische wapens door het Syrische leger in 2012, maar kon daarvan afzien door de bereidheid van de Syrische overheid om haar chemische wapenarsenaal te ontmantelen.
      Met het stijgen van het aantal slachtoffers – in november 2014 was sprake van bijna 200.000 doden33x UN High Commissioner for Human Rights, ‘Updated Statistical Analysis of Documentation of Killings in the Syrian Arab Republic’, augustus 2014, www.ohchr.org/Documents/Countries/SY/HRDAGUpdatedReportAug2014.pdf. – en de meer dan 6,5 miljoen vluchtelingen binnen Syrië en 3 miljoen vluchtelingen buiten Syrië34x Cijfers van de Europese Unie in november 2014 (syrianrefugees.eu). liep de druk op bij de internationale gemeenschap om te interveniëren. De vereiste unanimiteit van de Veiligheidsraad kon echter niet tot stand komen vanwege tegenstand van China en Rusland, die het principiële standpunt huldigden dat buitenlandse interventie met het, al dan niet verkapte, doel tot regime change geen basis heeft in het internationaal recht.
      Het Westen leek altijd een optimisme te behouden dat de dagen van het Assad-regime waren geteld, en richtte zich vooral op het versterken van de bestuurlijke en democratische capaciteiten van de oppositie voor het moment dat zij de regering van Syrië zou overnemen. Inmiddels ging de strijd echter door, en begin 2014 leek het regime van Assad aan de winnende hand te zijn in het stedelijke en rijke westen van Syrië, waar de slecht uitgeruste Free Syrian Army geen partij was voor het nietsontziende optreden van het Syrische leger. In het dorre en minder bevolkte noorden kregen echter de islamitische jihadistische organisaties de overhand. Dit nu was reden van grote zorg voor het Westen, waardoor de discussie over militaire steun aan de seculiere oppositie weer oplaaide.
      Het Westen besloot echter pas tot militair ingrijpen toen ISIS, na het uitroepen van een kalifaat in de zomer van 2014, met verbijsterende snelheid gebieden veroverde in de driehoek tussen Raqqa, Mosul en Bagdad, waaronder olievelden en militair materieel van het weggevluchte Irakese leger, en zich daarbij schuldig maakte aan ongeëvenaarde wreedheden jegens zowel Irakese en Syrische militairen als tegen de burgerbevolking. De onthoofding van Amerikaanse journalisten, publiekelijk vertoond op video, was met name voor Amerika de druppel, en dat nam in september 2014 het voortouw in het formeren van een interventiemacht. Met deelname van zowel westerse (inclusief Nederland) als Arabische landen begon deze alliantie in oktober 2014 aan bombardementen op ISIS-stellingen.

    • 3 Publieke en politieke opinie in Nederland

      Arabische Lente, Syrische opstand en uitroepen van het kalifaat

      In Nederland werd euforisch gereageerd op de zogenoemde ‘Arabische Lente’ van 2011, toen achtereenvolgens in korte tijd door volksopstanden de dictators van Tunesië, Egypte, Libië en Jemen werden verdreven. Met een mengeling van wantrouwen en berusting werd vervolgens gekeken naar de islamitische zege in de verkiezingen van Egypte, Tunesië en Marokko. Lange tijd, immers, was het beleid van het Westen geweest om de Arabische dictaturen te steunen teneinde te voorkomen dat islamitische krachten aan de macht zouden komen.
      Bij het uitbreken van de Syrische opstand schaarden de Nederlandse politieke en publieke opinie zich bijna unaniem aan de zijde van de oppositie. Verdeeldheid bestond vooral op het punt van ingrijpen: voorstanders meenden dat de toenemende humanitaire crisis en de wandaden van het Syrische regeringsleger noopten tot militaire interventie, net zoals het Westen ook in Libië had gedaan, terwijl de tegenstanders vooral wezen op het moeras waar men dan in zou stappen, zoals de Amerikanen onlangs hadden ervaren in Irak, waar de laatste Amerikaanse troepen zich in 2013 hadden teruggetrokken.

      Syrië-gangers

      Net als veel andere Nederlanders waren jonge moslims verontwaardigd over wat er gebeurde in Syrië, maar vooral ook over het gebrek aan ingrijpen door het Westen (het is overigens opvallend dat deze verontwaardiging vooral gericht was tegen het Westen, en nauwelijks tegen de Arabische of moslimwereld35x M.S. Berger, ‘De Arabische wereld moet zelf iets doen,’ NRC Handelsblad en Nrc.Next 3 september 2013. ). Tientallen van hen reisden naar Syrië om de oppositie te helpen in de strijd tegen Assad. Sommigen van hen beweren te assisteren in ziekenhuizen of bij voedseluitdeling, maar de meesten lijken direct betrokken te zijn bij de gewapende strijd.36x In november 2014 dienden enkele zaken van Syrië-gangers die waren teruggekeerd naar Nederland. Zij werden vervolgd voor deelname aan de gewapende strijd, onder meer op basis van een foto op Facebook met een militair uniform en kalasjnikov in de hand, maar de verdachten stelden nadrukkelijk dat dit slechts een stoere fotopose was en dat zij uitsluitend humanitaire hulp hadden verricht, waarvoor echter eveneens alle bewijs ontbrak (zie o.a. J. Groen, ‘Poseren met een kalasjnikov is nog geen strijden’, de Volkskrant 4 november 2014.
      Ofschoon de verontwaardiging van de Syrië-gangers over de situatie in Syrië breed wordt gedeeld door de Nederlandse bevolking, roept de stap van moslimjongeren om daadwerkelijk aan de gevechten deel te nemen in Nederland vooral angst en zorg op. In Nederland wordt het door de AIVD gezien als een gevaar voor de nationale veiligheid, want gevreesd wordt dat de vertrokken strijders na terugkomst een veiligheidsrisico vormen als zij getraind, geweldsbereid en mogelijk getraumatiseerd van het strijdtoneel komen, of doelbewust getraind zijn om aanslagen in het Westen te plegen.37x Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), Samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme, Dreigingsbeeld Terrorismebestrijding Nederland (DTN), Kamerbrief, 2013. Deze samenvatting bevat ook de achtergrondrapporten Het mondiaal jihadisme. Een fenomeenanalyse en een reflectie op radicalisering, en een overzicht van onderzoeken en evaluaties van eerdere maatregelen, beschikbaar op www.nctv.nl/onderwerpen-a-z/dtn.aspx.

      ISIS-gangers

      Het uitroepen van het kalifaat in de zomer van 2014 en de gruweldaden van IS vervulden het Nederlandse publiek met afgrijzen. Groot was daarom de consternatie toen enkele Nederlandse moslims zich openlijk voor ISIS uitspraken, met ISIS-vlaggen zwaaiden in demonstraties, en enkelen van hen – sommigen met het hele gezin – naar het gebied van ISIS trokken.
      De situatie escaleerde in de zomer van 2014 doordat het uitroepen van het kalifaat van ISIS samenviel met het Israëlisch bombardement van Gaza. Nederlandse moslimorganisaties organiseerden pro-Gaza-demonstraties, waarbij zo nu en dan een ISIS-vlag werd meegedragen, en waarbij anti-Israëlische slogans werden afgewisseld met anti-joodse. Tegelijkertijd vonden in Den Haag enkele pro-ISIS-demonstraties plaats – weliswaar georganiseerd door een zeer kleine groep van ongeveer 15-20 aanhangers – met een sterk antisemitische retoriek.
      Terwijl moslimorganisaties verontwaardigd waren dat andere Nederlanders het blijkbaar niet de moeite vonden om tegen het Israëlisch bombardement van Gaza te demonstreren, werd hen verweten dat zij blijkbaar wel tegen Israël maar niet tegen ISIS wilden demonstreren. Vanuit islamitische hoek werd daar weer op gereageerd dat het Westen, in zijn beslissing om militair op te treden, blijkbaar liever optreedt tegen de dictatuur van een kalifaat dan tegen de seculiere dictatuur van Assad, die vele malen meer doden, vluchtelingen en gruweldaden op haar geweten heeft, of tegen de staat Israël, die zich al tientallen jaren schuldig maakt aan een onrechtmatige bezetting. Al snel verwerden deze verwijten tot verkapte beschuldigingen over en weer van antisemitisme en islamofobie.

    • 4 Achtergronden van de Syrië- en ISIS-gangers

      Wie zijn de Nederlandse Syrië- en ISIS-gangers?

      De eerste golf moslims die vanuit Nederland naar Syrië vertrokken, was vooral afkomstig uit de ‘scene’ van jihadistische salafisten, die gevormd wordt door groepen als Sharia4Holland, Behind Bars en Street Dawah.38x D. Weggemans, E. Bakker & P. Grol, ‘Who Are They and Why Do They Go? The Radicalisation and Preparatory Processes of Dutch Jihadist Foreign Fighters’, Perspectives on Terrorism 2014, 4, p. 100-110. Het zijn personen die voor korte of langere tijd actief waren in deze kringen. De tweede golf ontstond toen steeds meer jonge moslims in aanraking kwamen met salafistische en jihadistische ideeën.39x Idem.
      Het exacte aantal personen dat uit Nederland naar Syrië is vertrokken, is niet bekend. In de periode tussen december 2012 en mei 2013 waren in totaal ongeveer 100 Syrië-gangers vertrokken.40x Zie: prof. E. Bakker in vv-programma Omroep West van 13 december 2013, www.omroepwest.nl/nieuws/13-12-2013/zeker-tien-syri%C3%ABgangers-uit-onze-regio-teruggekeerd. In januari 2015 waren volgens de minister van Justitie en Veiligheid in totaal 180 Syrië- en ISIS-gangers afgereisd, van wie 35 weer terug waren in Nederland en 21 waren omgekomen in Syrië.41x Verklaring van de minister volgens ANP van 9 januari 2015. Onduidelijk is wie hiervan naar het front in Syrië was gegaan en wie zich had aangesloten bij IS.
      De vergelijking met andere westerse landen levert een onregelmatig beeld op, waarbij nadrukkelijk de aantekening gemaakt moet worden dat de navolgende cijfers schattingen zijn die dateren van november 2014 en die bovendien aan constante verandering onderhevig zijn.42x Zie de interactieve site van Radio Free Europe: www.rferl.org/contentinfographics/infographics/26584940.html, laatst geraadpleegd op 15 november 2014. Zie ook Barrett 2014. Met het aantal van 180 jihadstrijders zit Nederland boven landen als Denemarken (90), Canada (100) of Australië (100), maar ver onder landen als België (300), Bosnië (340), Duitsland (400), Frankrijk (950) of het Verenigd Koninkrijk (tussen 500 en 2000). Als men echter proportioneel kijkt naar Syrië- en ISIS-gangers als percentage van de totale bevolking, dan wordt de westerse lijst geleid door Bosnië, gevolgd door België, Denemarken en Frankrijk.
      Een recent onderzoek43x Weggemans, Bakker & Grol 2014, p. 100-110. noemt als typerende kenmerken of profielen dat Nederlandse Syrië- en ISIS-gangers vooral jonge moslims zijn uit tweede en derde generatie immigrantenfamilies, de meesten jonger dan 25 jaar, met verschillende etnische en socio-economische achtergronden, maar vaak uit een lage klasse of lage middenklasse, en opgegroeid in relatief slechte buurten. Overigens komen niet alle Syrië-gangers uit migrantenfamilies: volgens cijfers in 2014 was ongeveer 6% van de Europese buitenlandse strijders bekeerling, en in Frankrijk zou zelfs een percentage van 25 van de strijders bekeerling zijn.44x Barrett 2014, p. 16 en 17.
      De Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid signaleerde in 2012 dat meer moslims worden aangetrokken door het radicale jihadistische gedachtegoed en dat velen van hen in korte tijd zijn geradicaliseerd,45x Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, Jaarverslag 2012, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2013, p. 22. vaak zelfs zonder dat hun omgeving daarvan op de hoogte was.46x Weggemans, Bakker & Grol 2014, p. 100-110. Deze jongeren verbraken in korte tijd hun banden met de sociale omgeving en isoleerden zich van hun eerdere milieu. Soms was het juist omgekeerd en verbrak de sociale omgeving de banden met hen. Vlak voor hun vertrek vertoonden zij een grote interesse in religie en werden zij actief in extremistische netwerken. Deze netwerken spelen bij velen een grote rol in het radicaliseringsproces.47x Weggemans, Bakker & Grol 2014, p. 108. Het vertrek naar Syrië kwam voor de omgeving vervolgens toch als een verrassing, omdat de vertrokkene niet veel sprak over politieke ideeën.
      Naast de netwerken speelt internet ook een grote rol, zoals wij al eerder zagen. Zo beschrijft een onderzoek dat potentiële buitenlandse strijders met elkaar in contact staan via ‘zelf geselecteerde bubbels’ als Facebook-posts en e-mailberichten en dat zij zich daarmee isoleren van de buitenwereld en de rest van het internet.48x Barrett 2014, p. 8.
      Behalve mannen zijn er ook minstens 40 vrouwen naar Syrië vertrokken.49x Zie minister Opstelten van Veiligheid en Justitie in het tv-programma WNL op zondag, 28 september 2014, beschikbaar op www.npo.nl/wnl-op-zondag/28-09-2014/POW_00848686. Voor zover bekend is, reizen zij niet af om te gaan strijden, maar nemen zij een ondersteunende rol aan.50x Zie verklaringen in uitspraak Rechtbank Den Haag van 1 december 2014 (ECLI:NL:RBDH: 2014:14648), onder r.o. 4.5.2. De Nederlandse bekeerlinge Angela B. uit Soesterberg is zo’n voorbeeld: in een interview in september 2014 vertelde zij dat ze met de Portugese jihadist ‘Fabio’ is getrouwd en in het noorden van Syrië in een flat woont met andere Nederlandse en Belgische Syrië-gangers, onder wie een aantal complete gezinnen.51x B. Olmer & C. Ververs, ‘Dagelijks nieuwe jihadgangers’, De Telegraaf 12 september 2014. Een ander voorbeeld is een Nederlands-Somalische vrouw van 20 jaar, die in november 2010 gearresteerd werd voor het ronselen van zes mannen voor de jihad. Zij was met een van hen getrouwd en toen deze was vertrokken naar Syrië, scheidde zij van hem en huwde een ander, die zij eveneens aanzette tot de gewapende strijd.52x Zie rechtbankverslag van J. Groen, ‘Eis Justitie tegen vrouw wegens opruiing en ronselen: 4 jaar cel’, de Volkskrant 5 november 2011.
      Deskundigen hebben gewezen op het bevrijdende, emancipatoire aspect dat meespeelt bij vertrekkende vrouwen: als strijdbare vrouwen die zelf de keuze maken om af te reizen logenstraffen zij het beeld van de onderdrukte en volgzame moslimvrouw.53x B. de Graaf in de Brandpunt-documentaire ‘Jihadmeisjes’, 14 september 2014, beschikbaar op http://journalistiek.npo.nl/dossiers/IS/290_83140-jihadmeisjes. Vrouwen worden echter ook actief gerekruteerd door jihadistische organisaties om bruid te worden van buitenlandse strijders in Syrië. Sommigen reizen vrijwillig af, maar er circuleren ook berichten over vrouwen die zijn gedwongen tot een ‘seks-jihad’ en terecht zijn gekomen in het circuit van illegale mensenhandel.54x Zie toespraak Tunesische minister van Binnenlandse Zaken Lotfi bin Jeddo voor het parlement van Tunesië, beschikbaar op www.youtube.com/watch?v=1PWsNAQYhZA. Zie ook J. Groen, ‘Ouders van moslimmeisjes vrezen jihadprostitutie’, de Volkskrant 6 maart 2014. Onduidelijk is of hier een samenhang is met het seksuele misbruik en de openlijke slavernijhandel van christelijke en Jezidi-vrouwen die door ISIS gevangen zijn genomen.55x Voor meer informatie, zie de verklaring van 13 augustus 2014 door VN Secretaris-Generaal voor Seksueel Geweld in Conflicten Zainab Hawa Bangura en VN Secretaris-Generaal van Irak Nickolay Mladenov, beschikbaar op: http://uniraq.org/index.php?option=com_k2&view=item&id=2373:srsg-bangura-and-srsg-mladenov-gravely-concerned-by-reports-of-sexual-violence-against-internally-displaced-persons&Itemid=605&lang=en), en het UN Report van 14 november 2014, Rule of Terror: Living under ISIS in Syria, van de Independent International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic, beschikbaar op www.ohchr.org/Documents/HRBodies/HRCouncil/CoISyria/HRC_CRP_ISIS_14Nov2014.pdf.

      Motivaties

      Hoewel er nog weinig diepgaand empirisch onderzoek is gedaan naar de motivaties van Syrië- en ISIS-gangers, geven de berichten die zij achterlaten op verschillende media en ook de interviews die met hen zijn gevoerd een beeld van hun motivatie om af te reizen naar die gebieden.56x Zie bijv. ‘Interview met Nederlandse strijders in Syrië: “De jihad werkt therapeutisch”’ en ‘De onverkorte versie van het interview met Nederlandse jihadstrijders’, de Volkskrant 15 juni 2013, beschikbaar op www.volkskrant.nl/dossier-burgeroorlog-in-Syrië/lees-hier-de-onverkorte-versie-van-het-interview-met-de-nederlandse-jihadstrijders~a3459106/. Zie ook de door Nederlandse Syrië-gangers gemaakte film Oh Oh Aleppo, op YouTube gepost op 24 juni 2014, beschikbaar op www.youtube.com/watch?v=miqGbVdj2xQ, de documentaire Paradijsbestormers van Fleur van der Meulen (op het moment van schrijven niet openbaar beschikbaar) en de IS-propagandafilm van augustus 2014 met korte interviews met buitenlanders van verschillende nationaliteiten, beschikbaar op https://www.youtube.com/watch?v=aG7M6Wiysgo. Op grond daarvan is het mogelijk wat voorzichtige conclusies te trekken over de redenen van hun vertrek.

      a. Zucht naar avontuur en levensvervulling

      In combinatie met meer rationele overwegingen van politieke en religieuze aard die hierna besproken zullen worden, spelen ook psychologische en impulsieve overwegingen een rol, zoals de drang naar avontuur en de behoefte aan zingeving.57x B.G.J. de Graaff, De wetenschapper en de spin. Over de (on)mogelijkheid van toekomstverkenningen ten aanzien van radicalisering en terrorisme, Leiden: Universiteit Leiden 2008, p. 10; Rand & Vassalo 2014, p. 3. In veel gevallen had de omgeving van de jonge man of vrouw gemerkt dat deze persoon gefrustreerd was over zijn of haar eigen sociale positie in de Nederlandse samenleving, of die van de etnische groep.58x Weggemans, Bakker & Grol 2014, p. 100-110, i.h.b. p. 107. In plaats van frustratie over de situatie in Syrië leek het of zij zich meer druk maakten om hun eigen maatschappelijke positie. Er speelden bij veel jongens gevoelens van zinloosheid. Dit beeld wordt ook bevestigd in een onderzoek naar Noord-Europese jongeren die naar Syrië zijn gereisd.59x Barrett 2014.

      b. Sociale uitsluiting

      De Syrië- en ISIS-gangers verwijzen regelmatig naar de stigmatisering en discriminatie die zij ervaren in de Nederlandse maatschappij. Het gevoel van uitsluiting projecteren zij ook op internationale verhoudingen, waarbij zij het Westen verwijten dat het een monopolie handhaaft op het gebied van macht en moraliteit, en de islamitische wereld daarvan uitsluit.
      Wetenschappers hebben erop gewezen dat processen van in- en uitsluiting in de samenleving kunnen leiden tot radicalisering, met name onder sociale groepen die slachtoffer zijn van deze uitsluiting. Deze uitsluiting kan op allerlei verschillende manieren worden ervaren: politiek, sociaal en economisch.60x Boukhars 2009, p. 297-317; M. King & D.M. Taylor, ‘The Radicalization of Homegrown Jihadists: A Review of Theoretical Models and Social Psychological Evidence’, Terrorism And Political Violence 2011, 4, p. 602-622, i.h.b. p. 609. Dit is ook het geval in Nederland, waar wij al zagen dat met name onder de jongere moslimbevolking een sterk gevoel leeft dat zij er ‘niet mogen zijn’.

      c. Bedreiging identiteit

      In combinatie met het gevoel van uitsluiting speelt bij moslims in het Westen – en ook in Nederland – het gevoel dat hun islamitische identiteit wordt bedreigd. Enerzijds is dat een gevolg van hun salafistisch gedachtegoed van waaruit zij westerse democratie, materialisme, kapitalisme en secularisme afwijzen als niet-islamitisch. Anderzijds ervaren zij een sterke afwijzing van hun islamitische levensstijl vanuit hun westerse leefomgeving. Dat laatste zou een grote invloed kunnen hebben op moslimjongeren in hun adolescente zoektocht naar identiteit. Doordat hun moslim-zijn zo op de korrel wordt genomen, wordt deze identiteit een persoonlijke keuze, die juist vanuit de underdogpositie extra wordt aangezet.61x De Koning 2008, p. 28-31; H. Tennekes, ‘Een antropologische visie op de Islam in Nederland’, Migrantenstudies 1991, 4, p. 2-22. Zie ook: King & Taylor 2011, p. 602-622, i.h.b. p. 12.

      d. Politieke motivatie

      Grote frustratie bestaat onder de Syrië- en ISIS-gangers over de politieke situatie in het Midden-Oosten, met name over het Israëlisch-Palestijnse conflict en nu ook de Syrische burgeroorlog. Een belangrijk deel van deze frustratie betreft de rol die het Westen in deze conflicten zou spelen. Zo wordt Amerika aangewezen als oorzaak van de bloedige burgeroorlog die de afgelopen tien jaar in Irak heeft gewoed, en wordt het Westen verweten niet in te grijpen in humanitaire calamiteiten die zich voltrekken in Palestina en sinds kort in Syrië.62x P. Gallis, Muslims in Europe: Integration Policies in Selected Countries, Congressional Research Service 2005, p. 11-12.
      Veel Syrië- en ISIS-gangers verdenken het Westen er ook van dat het, onder het mom van het brengen van democratie, het uitbannen van terrorisme en het redden van de moslimbevolking, de controle wil behouden op de moslimwereld. Het Westen wordt door hen regelmatig aangemerkt als ‘hebzuchtig en egoïstisch’, met het doel om de moslimbevolking economische, politieke en religieuze systemen op te dringen
      Uit deze acties trekken de Syrië- en ISIS-gangers nog een andere conclusie, namelijk dat het Westen tegen de islam is.63x Deze opvatting wordt breed gedragen in de moslimwereld: zie o.a. Changing Minds, Winning Peace, A New Strategic Direction for U.S. Public Diplomacy in the Arab & Muslim World, Report of the Advisory Group on Public Diplomacy for the Arab and Muslim World, 1 oktober 2003, en M.S. Berger, ‘Islam and Islamic law in Contemporary International Relations’, in: M.-L. Frick & A.Th. Mueller (red.), Islam and International Law. Engaging Self-Centrism from a Plurality of Perspectives (Arab and Islamic Law Series), Leiden/Boston: Brill/Martinus Nijhoff Publishers 2013, p. 393-413. De ‘bewijzen’ daarvoor zien zij keer op keer terug in de nationale en internationale politiek: kritiek op moslims en islam is toegestaan, terwijl kritiek op joden verboden is; het Westen bombardeert wel het islamitische IS, maar niet de seculiere Assad; vrije verkiezingen in 2004, waar Hamas als overwinnaar uit de bus komt, worden niet erkend door het Westen, terwijl de onvrije verkiezingen van Arabische seculiere regimes wel werden erkend; een enkele resolutie tegen Irak was genoeg om een oorlog in 2003 te beginnen, terwijl de vele resoluties tegen Israël in de la worden gelegd; enzovoort. Van belang is hier niet zozeer het waarheidsgehalte van deze vergelijkingen, maar het feit dat ze leiden tot een overtuiging dat er wordt gemeten met twee maten ten koste van de islam.

      e. Religieuze motivatie

      Twee soorten religieuze motivaties lijken bij de Syrië-gangers, maar met name ook bij de ISIS-gangers, een belangrijke rol te spelen: een wereldlijke en een apocalyptische. De wereldlijke versie komt tot uiting in de wens om de enige juiste (salafistische) versie van de islam te verspreiden, en als dat niet goedschiks kan middels missie (da’wa), dan moet het kwaadschiks middels gewapende strijd (jihad). Deze strijd is zowel gericht tegen moslims die niet de juiste islam aanhangen, als tegen het Westen, dat moslims zou verhinderen die juiste islam te volgen. De stichting van een kalifaat en de redding van het Syrische volk vormen de eerste stap in de verwezenlijking van de redding van de hele islamitische wereld.
      De apocalyptische motivatie is de overtuiging dat in de Syrische regio sprake is van een eindstrijd tussen goed en kwaad.64x M. Juergensmeyer noemt dit een ‘cosmic war-narrative’ in M. Juergensmeyer, Terror in the Mind of God. The Global Rise of Religious Violence, Berkeley: University of California Press 2003, p. 149, 164, 188. Met name de ISIS-gangers verwijzen hiervoor naar de Koran en naar uitspraken van de Profeet, die een armageddon zouden voorspellen tussen twee enorme legermachten – een islamitische en een ongelovige – in Syrië in het plaatsje Dabiq (tevens de naam van het glossy tijdschrift van ISIS).65x Barrett 2014.

      f. IS: thuisland en heilstaat

      De voorgaande motivaties komen samen in de gevoelens die overheersen ten aanzien van het kalifaat van IS. Over dat kalifaat wordt gesproken als een heilstaat: een samenleving waar iedereen in geluk en welzijn leeft volgens islamitische mores. Geen drank, zedeloosheid, vrouwen of andere vormen van verleiding waar je als man zo moeilijk weerstand aan kan bieden. Eindelijk is er dan een plek op aarde vrij van zonde.
      Maar er wordt ook over het kalifaat gesproken als een thuisland: een land waar je als moslim eindelijk jezelf kunt zijn en onder elkaar kunt zijn, vrij van vernedering (dat laatste wordt steeds weer benadrukt). Een land ook waar je een nieuw leven kunt beginnen – en hier krijgt het begrip ‘migratie’ (hidjra) een bijzondere invulling: in het Arabisch betekent dat migratie, maar in de profetische traditie betekende deze migratie van Mekka naar Medina een radicale breuk met een samenleving die was gebaseerd op stam- en familieverbanden, en een nieuw begin in een samenleving die wordt gevormd door de religieuze band van de umma. Voor de moslims van vandaag die een nieuw begin willen, die zin willen geven aan hun zinloze leven in een westers land, is dit een droom die uitkomt. Dit zou kunnen verklaren dat zij graag hun paspoorten opgeven en een nieuwe identiteit en naam aanmeten.66x M.S. Berger, ‘Don Quichot en het Kalifaat’, jaarlezing voor de Moslimkrant, 22 oktober 2014, beschikbaar op www.demoslimkrant.nl.

    • 5 Reacties van de Nederlandse overheid

      Bedreiging voor Nederland?

      Wij zagen reeds dat de Nederlandse veiligheidsdienst vooral bezorgd is over de terugkeer van mogelijk geradicaliseerde Syrië- en ISIS-gangers naar Nederland. Met het geallieerde militaire offensief tegen ISIS in oktober 2014 werd deze dreiging nog groter toen ISIS liet weten dat zijn ‘sleeper cells’ wakker zouden kunnen worden in het Westen. Het heeft de veiligheidsdiensten in opperste staat van paraatheid gebracht.
      Wetenschappers beargumenteren echter dat het fenomeen van buitenlandse strijders niet a priori een bedreiging voor de staatsveiligheid is, laat staan een terroristische bedreiging.67x Bakker, Paulussen & Entenmann 2014, p. 6. Zij stellen vast dat de meeste buitenlandse strijders die in de afgelopen jaren zijn teruggekeerd, niet betrokken zijn geraakt bij een aanslag in hun eigen land. Van al de buitenlandse strijders die veroordeeld zijn voor jihadistisch terrorisme of gerelateerde activiteiten in Europa tussen 2001 en 2009, is slechts 12% in het buitenland geweest in de tijd vóór de aanslag, voor ideologische training, militaire training of voor participatie aan een buitenlands conflict.68x Bakker, Paulussen & Entenmann 2014, p. 4. Zie ook E. Bakker, ‘Characteristics of Jihadi Terrorists in Europe (2001-2009)’, in: R. Coolsaet (red.), Jihadi Terrorism and the Radicalisation Challenge: European and American Experiences, Surrey: Ashgate Publishing Limited 2011.
      Deze bevinding is echter vooral van statistische aard. De aard van een terreuraanslag is immers dat een enkeling in staat is om middels willekeurige slachtoffers brede maatschappelijke paniek te veroorzaken. Dat bleek na de aanslag in 2012 door Mohammed Merah, een Fransman van Algerijnse afkomst die met Al Qaida in Afghanistan had getraind en in Toulouse zeven mensen doodschoot, na de aanslag in 2014 door de Franse Syrië-ganger, Mehdi Nemmouche, die vier mensen doodschoot bij het Joodse Museum in Brussel, en in januari 2015 na de moordaanslag op twaalf redacteuren van Charlie Hebdo in Parijs door twee broers van wie er één training zou hebben gehad van Al Qaida in Jemen.
      In juni 2013 maakte de Nederlandse minister van Justitie en Veiligheid bekend dat iedereen die van plan is naar Syrië te gaan om deel te nemen aan de gewapende strijd daar, of die anderen ronselt om aan die strijd deel te nemen, strafrechtelijk kan worden onderzocht.69x Minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten, ‘Antwoorden Kamervragen over vrijgelaten Syriëgangers’, beschikbaar op file://vuw/Personal$/Homes/08/s0843792/Downloads/lp-v-j-0000005312%20(1).pdf. Het ging volgens het Openbaar Ministerie een jaar later, eind juni 2014, om ‘enkele tientallen’.70x Zie www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/alle-Syriëgangers-hangt-rechtszaak-boven-het-hoofd. De maatregelen die Nederland hiervoor inzet, zijn zowel repressief (vervolging na terugkeer) als preventief (verhinderen van uitreizen).

      Vervolging na terugkeer

      Aan de repressieve kant liepen eind 2014 diverse onderzoeken en rechtszaken tegen de enkele tientallen Nederlandse Syrië- en ISIS-gangers die inmiddels uit Syrië waren teruggekeerd. Op 1 december 2014 is de eerste rechterlijke uitspraak gedaan.71x Rb. Den Haag, ECLI:NL:RDBH:2014:14652. Ofschoon aangenomen mag worden dat met deze uitspraak nog geen definitieve jurisprudentie is vastgesteld, geeft het wel inzicht in de belangrijkste kwesties die spelen bij repressieve vervolging.
      Ten eerste is afreizen naar Syrië op zichzelf niet strafbaar: er moet sprake zijn van strafbare feiten die in Syrië zijn gepleegd. De vraag is vervolgens onder welke regelgeving deze feiten beoordeeld moeten worden: het Nederlandse strafrecht of het internationale humanitaire recht. De gangbare opvatting lijkt thans te zijn, op basis van zowel de juridische literatuur als een uitspraak van het Europese Hof van Justitie,72x HvJ EU 16 oktober 2014, T-208/11, T-508/11 (Liberation Tigers of Tamil Eelam vs. Raad van de Europese Unie). dat het internationale humanitaire recht de toepassing van ander recht niet uitsluit. Voor vervolging van Syrië- en ISIS-gangers kan men dus voor beide ankers gaan liggen.
      Voorts geldt dat Nederlanders die zich schuldig maken aan misdrijven in het buitenland, daarvoor in Nederland vervolgd kunnen worden. In een persbericht van oktober 2014 deelde het Openbaar Ministerie mede: ‘Eerder deze week kwam in het nieuws dat drie leden van de motorclub No Surrender aan de zijde van de Koerden zouden meevechten tegen IS. De indruk ontstond dat zij daarvoor niet strafbaar zouden zijn. Dat is niet terecht. Ook zij vallen gewoon onder het Nederlandse strafrecht en kunnen dus worden vervolgd als zij misdrijven plegen.’73x www.om.nl/actueel/nieuwsberichten/@86846/deelname-gewapend/.
      Naast de gangbare misdrijven als moord en doodslag, eventueel begaan ‘met terroristisch oogmerk’,74x Art. 83a Sr: ‘Onder terroristisch oogmerk wordt verstaan het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.’ biedt het Nederlandse strafrecht in het speciale geval van de Syrië-gangers twee andere mogelijkheden: het (willen) plegen van een terroristisch misdrijf (art. 134a van het Wetboek van Strafrecht (Sr)75x Art. 134a Sr: ‘Hij die zich of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft of tracht te verschaffen tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, dan wel zich kennis of vaardigheden daartoe verwerft of een ander bijbrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.’ ) en deelneming aan een terroristische organisatie (art. 140a Sr76x Art. 140a lid 1 Sr: ‘Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.’ Deelneming in vreemde krijgsdienst leidt slechts tot verlies van het Nederlanderschap, en geeft justitie geen middelen om de persoon tegen te houden (art. 15 lid 1 sub e: ‘Het Nederlanderschap gaat voor een meerderjarige verloren indien hij zich vrijwillig in vreemde krijgsdienst begeeft van een staat die betrokken is bij gevechtshandelingen tegen het Koninkrijk dan wel tegen een bondgenootschap waarvan het Koninkrijk lid is’). ). Het probleem is vooral de bewijsvoering, met name omdat de omstandigheden in Syrië zich niet lenen voor nader onderzoek.
      Indien bewezen kan worden dat een Nederlander zich heeft aangesloten bij organisaties als ISIS en Jabhat al-Nusra, dan is geen verder bewijs nodig voor de daden die hij of deze organisaties gepleegd zouden hebben: deze organisaties staan op de lijst van internationaal erkende terroristische organisaties, en deelname aan deze organisaties is op zichzelf al strafbaar. Overigens geldt deze redenering ook voor de Nederlanders die zich aansluiten bij Koerdische organisaties, die eveneens op de lijst van internationaal erkende terroristische organisaties staan.
      De andere vervolgingsoptie is het plegen van een terroristisch misdrijf. Daartoe volgde de Haagse rechtbank in zijn uitspraak van 1 december 2014 de volgende redenering. De verdachte had aangevoerd dat hij was afgereisd naar Syrië omdat hij wilde wonen in een land met een streng islamitische cultuur, en ook omdat hij wilde werken voor hulporganisaties. De rechtbank vond echter overtuigend bewezen dat hij was afgereisd om deel te nemen aan de gewapende strijd, en meende uit alle bewijzen te kunnen opmaken dat hij dat doel ook heeft verwezenlijkt. Dat deze gewapende strijd een terroristisch oogmerk had, werd door de rechtbank ook bewezen geacht: de organisaties waar de verdachte zich bij had aangesloten, staan erom bekend dat zij, om hun doel te bereiken, ‘dood en verderf zaaien onder ieder die hun extreem fundamentalistische geloof niet deelt’ (r.o. 4.5.2).
      Een andere, nog niet beproefde, grond voor vervolging zou kunnen zijn dat een Syrië-ganger zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden.77x Bakker, Paulussen & Entenmann 2014, p. 9. Zie ook: ‘Syria: Applicable International Law’, Rule of Law in Armed Conflicts Project, 13 juli 2012, beschikbaar op www.genevaacademy.ch/RULAC/applicable_international_law.php?id_state=211. De redenering daartoe is als volgt. Zodra een conflict de status bereikt van een ‘niet-internationaal gewapend conflict’ (lees: burgeroorlog), dan is internationaal humanitair recht van toepassing. Het Syrische conflict wordt sinds het begin van 2012 als zodanig aangeduid.78x Zie verwijzingen in rapport ‘Legal qualification of the armed violence in Syria: a non-international armed conflict’, www.genevaacademy.ch/RULAC/applicable_international_law.php?id_state=211. Het internationale humanitaire recht geldt ook voor ‘niet-statelijke actoren’ (lees: individuen die niet in dienst zijn van de staat) als dezen delen van het grondgebied beheersen. Dat recht omvat diverse verdragen, waaronder de Geneefse Conventies en mensenrechtenverdragen, en organisaties als IS, die de feitelijke macht uitoefenen over delen van Irakees en Syrisch grondgebied, worden verantwoordelijk gehouden voor schending van dit internationale humanitaire recht.79x Van dergelijke schendingen is ruim sprake. Human Rights Watch meent zelfs dat sprake is van een genocide op Alawieten, christenen, Koerden en seculiere gemeenschappen (zie: Human Rights Investigations, ‘Is Obama supporting genocide in Syria?’, 2 september 2013, beschikbaar op http://humanrightsinvestigations.org/2013/09/03/obama-supporting-genocide-in-syria). Dat recht geldt ook voor individuele deelnemers van deze organisaties, zoals onder andere het geval was bij personen die werden vervolgd voor oorlogsmisdaden gepleegd tijdens de Joegoslavische burgeroorlog.80x Zie J.M. Henckaerts & L. Doswald-Beck, Customary International Humanitarian Law, Volume I: Rules, Cambridge: Cambridge University Press 2005, beschikbaar op www.icrc.org/eng/assets/files/other/customary-international-humanitarian-law-i-icrc-eng.pdf, Rule 156 (v.a. p.568, en m.n. p.571).
      De Haagse rechtbank woog deze overwegingen mee, en stelt vervolgens kortweg dat volgens Nederlands recht ‘deelname aan het gewapende conflict in Syrië (en Irak) strafbaar is’ (r.o. 3.3.8). De rechtbank lijkt daarmee te suggereren dat iedere vorm van deelname aan alle gewapende conflicten in dit afgebakende gebied strafbaar is. Dat lijkt juridisch vooralsnog een boude bewering. Maar zoals gezegd is dit de eerste uitspraak en moet de ontwikkeling van jurisprudentie hierin worden afgewacht.

      Verhinderen van uitreizen

      Aan preventieve kant wordt zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk opgetreden. Strafrechtelijk kunnen Syrië-gangers vervolgd worden voor het eerdergenoemde terrorismeartikel 134a Sr, dat tevens ziet op de voorbereiding van een dergelijk misdrijf, maar ook voor werving (art. 205 Sr) en opruiing (art. 131 Sr). Eind september 2014 maakte de minister van Justitie en Veiligheid bekend dat er in Nederland dertig strafrechtelijke onderzoeken in gang zijn gezet tegen personen die worden verdacht van deze misdrijven, dat 49 paspoorten waren ingenomen van vermeende ‘jihadstrijders’ en dat dertig uitkeringen van dergelijke personen waren stopgezet.81x Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer op 28 september 2014. Evenzo in het tv-programma WNL op zondag, 28 september 2014, beschikbaar op www.npo.nl/wnl-op-zondag/28-09-2014/POW_00848686.
      In oktober 2013 zijn twee Nederlanders veroordeeld die naar Syrië wilden afreizen, alleen was de veroordeling niet gebaseerd op het misdrijf van poging tot gewapende strijd: de ene verdachte werd ontoerekeningsvatbaar verklaard en in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst, de tweede kreeg twaalf maanden, waarvan vier voorwaardelijk wegens voorbereiding van het plegen van moord en voorbereidingshandelingen voor brandstichting en/of ontploffing van een explosief.82x Zie bespreking in NJB 2013/2409, afl. 41, http://jure.nl/ECLI:NL:RBROT:2013:8266, http://jure.nl/ECLI:NL:RBROT:2013:8265.
      Op 1 december 2014 heeft de Haagse rechtbank uitspraak gedaan over wat in de volksmond heet ‘ronselen voor de jihad’.83x Rb. Den Haag, ECLI:NL: RDBH:2014:14648. Het desbetreffende strafrechtsartikel spreekt van ‘werven voor gewapende strijd’ (art. 205 Sr84x Art. 205 lid 1 Sr: ‘Hij die, zonder toestemming van de Koning, iemand voor vreemde krijgsdienst of gewapende strijd werft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.’
      Lid 3: ‘Indien de gewapende strijd waarvoor wordt geworven, het plegen van een terroristisch misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit, met een derde verhoogd.’
      ). Oorspronkelijk zag dit artikel alleen op werven voor ‘vreemde krijgsdienst’, maar na 11 september 2011 is daar ‘gewapende strijd’ aan toegevoegd om ook de jihadisten te ondervangen. Met ‘werven’ wordt volgens de wetsgeschiedenis bedoeld het ‘bespelen’ en ‘beïnvloeden, het ideologisch rijp maken, bewegen of vergelijkbare handelingen’.85x Kamerstukken II 2003/04, 28463, 10, p. 11 en 16. Zie ook: Brief van NCTV aan de Tweede Kamer, 21 mei 2013 (Commissiebrief 2013Z 07975 AO DTN over ronselaars voor Syrië). De strafbaarheid ziet dus alleen op de gedraging van degene die werft, ongeacht het succes van deze wervingshandeling. In deze zaak werd ronselen niet bewezen geacht omdat de wervende activiteiten van de verdachte zich niet richtten op ‘de eigenlijke gevechtshandelingen en het verlenen van concrete hand- en spandiensten’ (eindconclusie).
      De overheid maakt ook gebruik van bestuurlijke maatregelen om uitreizen te verhinderen of te bestraffen. Hierbij wordt uitvoering gegeven aan Resolutie 2178 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die lidstaten opdroeg om alles in het werk te stellen om het afreizen van ‘foreign terrorist fighters’ naar gebieden als Syrië te verhinderen.86x Voor volledige tekst van de resolutie, zie www.statewatch.org/news/2014/sep/un-2014-09-24-sc-resolution-foreign-fighters.pdf.
      In november 2014 was van meer dan 40 mensen het paspoort afgenomen om te verhinderen dat ze zouden afreizen naar Syrië of Irak. Dit gebeurde ook bij 8 mensen die al in het strijdgebied zitten. Dertig uitkeringen van jihadgangers zijn stopgezet. Het ontnemen van de nationaliteit is als maatregel aangekondigd, maar voor de uitvoering daarvan werd ten tijde van schrijven van dit artikel nog gewacht op wijzigingen in de nationaliteitswet. In het artikel van De Groot en Vonk in dit tijdschrift wordt op deze maatregelen geanticipeerd.
      Bestuursrechtelijk zijn de meest spraakmakende maatregelen het intrekken van het paspoort en het ontnemen van de nationaliteit. Deze maatregelen zijn even complex als omstreden, en worden in een ander artikel in dit tijdschrift nader behandeld.

      Extra maatregelen

      Naast de genoemde maatregelen, die nog stammen uit de periode van na 9/11 en de moord op Theo van Gogh en die reeds verregaande mogelijkheden bieden voor vervolging en preventie van jihadisme, meende de overheid na de zomer van 2014 dat aanvullende maatregelen nodig waren. Hiertoe werd op 29 augustus 2014 het ‘Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme’ gepresenteerd.87x ‘Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme’, Rijksoverheid, beschikbaar op www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/08/30/actieprogramma-integrale-aanpak-jihadisme.html.
      Het Actieprogramma scherpt enerzijds de mogelijkheden tot repressie en preventie aan, maar tracht ook beleid te ontwikkelen dat moet toezien op de-radicalisering en re-integratie van Syrië-gangers die zijn teruggekeerd. Zij krijgen een periodieke meldplicht, moeten meewerken aan herhuisvesting en krijgen contactverboden opgelegd om te voorkomen dat zij radicaal gedachtegoed verspreiden of gaan ronselen. Deze hulpprogramma’s gaan echter hand in hand met strafrechtelijke procedures die door het Openbaar Ministerie tegen Syrië-gangers worden begonnen.88x Weggemans, Bakker & Grol 2014, p. 101.
      Ten slotte wordt gestreefd naar coördinatie in Europees verband. Onder leiding van het Verenigd Koninkrijk en in samenwerking met Frankrijk, Denemarken, België, Spanje, Zweden en Ierland overweegt Nederland meer maatregelen om uitreizen naar een jihadistisch strijdveld illegaal te maken, om specifieke organisaties te bannen, bankrekeningen te bevriezen en imams te deporteren en om uitkeringen of andere sociale zorg stop te zetten.89x Bakker, Paulussen & Entenmann 2014, p. 3. Zie ook J. Owen & B. Brady, ‘Theresa May urges action on ‘jihad tourism’’’, The Independent 7 juli 2013. Binnen het Global Counterterrorism Forum (GCTF), een samenwerkingsverband van dertig westerse en niet-westerse landen, heeft Nederland een leidende rol gekregen om het tegengaan van ‘foreign terrorist fighters’ te onderzoeken.90x ‘Dreigingsniveau gehandhaafd op substantieel; interventies blijven onverminderd noodzakelijk’, nieuwsbericht van het ministerie van Veiligheid en Justitie, beschikbaar op www.rijksoverheid.nl/ministeries/venj/nieuws/2014/02/24/dreigingsniveau-gehandhaafd-op-substantieel-interventies-blijven-onverminderd-noodzakelijk.html.

    • 6 Conclusies

      De problematiek van de Syrië- en ISIS-gangers is complex, vooral omdat zowel het fenomeen zelf als het overheidsbeleid daartegen nog in volle ontwikkeling is. In het geval van de Syrische strijd is het opvallend dat de Nederlands publieke opinie weliswaar zeer sterk gekant is tegen het regime van Assad, maar blijkbaar geen sympathie heeft voor de Syrië-strijders. Dit heeft zeer waarschijnlijk te maken met de islamitische motivatie van deze strijders, en de aansluiting die zij zoeken met de Syrische radicale jihadistische oppositie in plaats van met de Syrische seculiere oppositie. Dit blijkt ook uit het feit dat er wel met enige sympathie wordt gereageerd op de Nederlandse Koerdische strijders die afreizen naar het gebied om te strijden tegen ISIS.
      De zorg over de islamitische motivatie van deze strijders wordt ingegeven door eerdere ervaringen met moslimstrijders die hebben deelgenomen aan andere ‘jihadistische’ oorlogen in de regio: een aantal van hen kwam geïndoctrineerd, geradicaliseerd en getraumatiseerd terug naar hun thuislanden, en richtte daar grote schade aan door terroristische aanslagen te plegen of zelfs een terroristische organisatie op te zetten (dit is met name in Arabische landen als Egypte en Algerije het geval geweest in de jaren negentig, nadat de terugtrekking van de Sovjettroepen in 1989 een einde had gemaakt aan de ‘jihad’ in Afghanistan).
      Ten aanzien van de ISIS-gangers zijn de publieke en de politieke opinie vooral verbouwereerd: hoe kunnen in Nederland opgegroeide mensen daar naartoe willen, in de wetenschap dat sprake is van een bloeddorstig en wreed regime? Het lijkt er echter op dat dit inzicht ontbreekt, of in ieder geval sterk wordt ontkend. IS-supporters hangen aan de utopie van een kalifaat als een rechtvaardige heilstaat, en zien het niet als wreed, meedogenloos en onderdrukkend. Feiten en beeldmateriaal die op het tegendeel wijzen, worden afgedaan als westerse anti-islamitische verzinsels.
      De Nederlandse publieke opinie lijkt zeer gealarmeerd te zijn door de Syrië- en ISIS-gangers, ofschoon om uiteenlopende redenen. Bij sommigen heerst de schok van het besef dat medeburgers dit soort denkbeelden kunnen koesteren, anderen zijn bang voor de terugkeer van deze personen, en weer anderen zijn met name bang voor ISIS als een uiting van een wrede islam die oprukt tegen het Westen. Dat deze denkbeelden niet noodzakelijkerwijs realistisch hoeven te zijn, en dat het om relatief zeer kleine aantallen personen gaat, doet niet af aan de angst die hun denkbeelden teweegbrengen.
      Deze angst bestaat overigens ook onder de moslims in Nederland, ofschoon in reëlere vorm. Daar heerst verbijstering om degenen die zijn vertrokken, met name omdat het vaak niet was verwacht, en heerst ook de vrees dat zij niet levend terugkeren. De afgelopen jaren van islamkritiek hebben deze gemeenschap bovendien kopschuw gemaakt ten aanzien van de Nederlandse samenleving en regering, zodat er niet snel melding wordt gemaakt van verdenking over een mogelijk vertrek naar Syrië. Schaamte, angst en wantrouwen overheersen, en dat maakt de bestrijding van dit fenomeen er niet makkelijk op.
      In haar optreden tegen de Syrië- en ISIS-gangers is de overheid voor verschillende ankers gaan liggen. Op het moment van schrijven is de grootste prioriteit de preventie van het afreizen naar Syrië, en de vervolging van degenen die dat doen, voornemens zijn of daartoe aanzetten. Aan de opvang en re-integratie van degenen die terugkeren lijkt nog weinig concrete uitvoering te zijn gegeven.
      Het is onduidelijk in hoeverre deze aanpak effectief is. De overheid lijkt zich er wel bewust van te zijn dat een beleid voor langere termijn nodig is om de voedingsbodem van dit verschijnsel aan te pakken. Hierover werd na de aanslagen van 9/11 en met name na de moord op Theo van Gogh al over nagedacht, maar dat heeft klaarblijkelijk niets opgeleverd, aangezien wij kunnen vaststellen dat de radicalisering van moslimjongeren sinds die tijd onverdroten is voortgegaan.

    Noten

    • 1 R. Barrett, Foreign Fighters in Syria, The Soufan Group 2014, online publication: http://soufangroup.com/wp-content/uploads/2014/06/TSG-Foreign-Fighters-in-Syria.pdf; D. Rand & A. Vassalo, ‘Bringing the Fight Back Home. Western Foreign Fighters in Iraq and Syria’, Policy Brief, Center for a New American Security 2014.

    • 2 Het International Center for Counter-Terrorism (ICCT) in Den Haag geeft de volgende definitie van ‘buitenlandse strijders’: ‘niet-burgers van conflictstaten, die zich aansluiten bij opstanden tijdens een burgeroorlog’ (www.icct.nl/activities/projects/foreign-fighters).

    • 3 ‘Two Arab countries fall apart’, The Economist 14 juni 2014. Het artikel vermeldt echter niet de bronnen van deze cijfers.

    • 4 Rapport van de Verenigde Naties dat niet openbaar is, maar is aangehaald door o.a. The Guardian, ‘Foreign jihadists flocking to Iraq and Syria on “unprecedented scale”’, 30 oktober 2014.

    • 5 Verklaring van de minister volgens ANP van 9 januari 2015.

    • 6 Voor alle cijfers, zie: Forum, Fact Book. De positie van moslims in Nederland, Utrecht 2010.

    • 7 F. Sleegers, In debat over Nederland. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Amsterdam: Amsterdam University Press 2007; W.A. Shadid, ‘Public Debates over Islam and the Awareness of Muslim Identity in the Netherlands’, European Education 2006, 2, p. 10-22; B. Prins, Voorbij de onschuld: het debat over de multiculturele samenleving, Amsterdam: Van Gennep 2000.

    • 8 J. Donselaar & P.R. Rodrigues, Monitor Racisme & Discriminatie: Islamofobie neemt toe, Amsterdam: Pallas Publications 2008; I. Esveldt & J. Traudes, Kijk op en contacten met buitenlanders: immigratie, integratie en interactie, Den Haag: WRR 2001; Pinto, Beeldvorming en integratie: Is integratie het antwoord? Beeldvorming van Turken, Marokkanen en Nederlanders over elkaar, Houten: Bohn Stafleu Van Loghum 2004; M. Poorthuis & T. Salemink, Van Harem tot Fitna, Nederland 1848-2010, Nijmegen: Valkhof Pers 2011.

    • 9 Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie, Derde Rapport over Nederland, Straatsburg: Raad van Europa 2007; H.B. Entzinger & E. Dourleijn, De lat steeds hoger: de leefwereld van jongeren in een multi-etnische stad, Assen: Van Gorcum 2008; M. Gijsberts & J. Dagevos, At home in the Netherlands: Trends in integration of non-Western migrants: Annual Report on Integration 2009, Den Haag: SCP 2009.

    • 10 B. Maréchal, ‘The Question of belonging’, in: B. Maréchal, S. Allievi, F. Dassetto & J. Nielsen (red.), Muslims in the Enlarged Europe (Muslim Minorities, Volume 2), Leiden/Boston: Brill 2003, p. 5-18, i.h.b. p. 9; M. Buitelaar, ‘Islamisering van identiteit onder Marokkaanse jongeren’, in: Borg e.a. (red.), Religie in Nederland, Zoetermeer: Uitgeverij Meinema 2008, p. 239-252; S Vellenga e.a. (red.), Mist in de Polder. Zicht op ontwikkelingen omtrent islam in Nederland, Amsterdam: Aksant 2009.

    • 11 J. Nielsen, Muslims in Western Europe, Edinburgh: Edinburgh University Press 1992; J. Cesari, Musulmans et republicains. Les jeunes, l’islam et la France, Brussel/Parijs: Editions Complexe 1998. Voor Nederland, zie: M. Maliepaard & M. Gijsberts, Moslims in Nederland, Den Haag: Sociaal Cultureel Planburaeu 2012.

    • 12 M. de Koning, Zoeken naar een ‘zuivere’ islam. Geloofsbeleving en identiteitsvorming van jonge Marokkaans-Nederlandse moslims. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker 2008.

    • 13 O. Roy, Globalised Islam, New York: Columbia University Press 2004.

    • 14 Notitie ‘Jihadrekruten in Nederland’, brief van minister Remkes van Binnenlandse Zaken aan de Tweede Kamer, 10 maart 2004.

    • 15 U. Ryad, ‘Van progressief naar conservatief. De wortels van het salafisme’, Tijdschrift voor Religie Cultuur en Politiek 2009, 4, p. 21-24.

    • 16 Zie o.a. A. Hourani, Arab Thought in the Liberal Age, 1798-1913, Cambridge: Cambridge University Press 1983.

    • 17 De term jihad betekent ‘inspanning’. De klassieke theologie van de islam maakt onderscheid tussen de ‘grote’ jihad, die staat voor de persoonlijke inspanning van iedere moslim om een goede gelovige te zijn, en de ‘kleine’ jihad, die staat voor gewapende inspanning.

    • 18 J. Haynes, ‘Al Qaeda: Ideology and Action’, Critical Review of International Social and Political Philosophy 2005, 2, p. 177-191.

    • 19 J. de Roy van Zuijdewijn & E. Bakker, Returning Western foreign fighters: The case of Afghanistan, Bosnia and Somalia, Den Haag: International Centre for Counter-Terrorism (ICCT) 2014, p. 2.

    • 20 P. Nesser, ‘Ideologies of Jihad in Europe’, Terrorism and Political Violence 2011, 2, p. 173-200, i.h.b. p. 175; Haynes 2005, p. 177-191, i.h.b. p. 184.

    • 21 M. de Koning & R. Meijer, ‘Going All the Way. Politicization and Radicalization of the Hofstad Network in the Netherlands’, in: E.A. Assaad e.a., Identity and Participation in Culturally Diverse Societies: A Multidisciplinary Perspective, Hoboken: Blackwell Publishing 2001, p. 220-238; I. Roex, S. van Stiphout & J. Tillie, Salafisme in Nederland: aard, omvang en dreiging, Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, IMES 2010.

    • 22 F.J. Buijs, F. Demant & A. Hamdy, Strijders van eigen bodem: radicale en democratische moslims in Nederland, Amsterdam: Amsterdam University Press 2006; M. Slootman, Salafi-jihadi’s in Amsterdam, Utrecht: Forum 2009.

    • 23 AIVD, Radicale dawa in verandering. De opkomst van islamitisch neoradicalisme in Nederland, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2007.

    • 24 A. Boukhars, ‘Islam, Jihadism, and Depoliticization in France and Germany’, International Political Science Review 2009, 3, p. 297-317. AIVD 2007, p. 52.

    • 25 Roex, Stiphout & Van Tillie 2010, p. 175.

    • 26 AIVD 2007 en AIVD, Local jihadist networks in the Netherlands. An evolving threat, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2009.

    • 27 Het internet maakt het individuele moslims en ook islamitische geleerden mogelijk zelf een zogenoemde ‘knip en plak’ islam te creëren, waarbij zij verschillende doctrines uit de Koran kiezen en die met ideeën van geleerden combineren, waardoor uit een zeer individuele interpretatie van de Koran een gewelddadig wereldbeeld kan ontspruiten. Zie A. Wilner & C.J. Dubouloz, Homegrown Terrorism and Transformative Learning: An Interdisciplinary Approach to Understanding Radicalization, Canadian Political Science Association Conference, Ottawa: University of Ottawa 2009, p. 13.

    • 28 AIVD 2007.

    • 29 F. Gregory Gause III, ‘Beyond sectarianism: the new Middle East Cold War’, Brookings Doha Center Analysis Paper 2014, 11, p. 7-8.

    • 30 Jabat al-Nusra behoort samen met IS tot de meest effectieve jihadistische rebellengroepen. De harde kern van Jabat al-Nusra bestaat uit jihadistische Syrische veteranen die meevochten in Al Qaida-splintergroepen in Irak. Veel westerlingen sluiten zich bij deze groep aan. De groep Jaish al-Muhajireen wal-Ansar (The Army of Emigrants and Helpers) bestaat zelfs bijna volledig uit buitenlanders. Zie E. Bakker, C. Paulussen & E. Entenmann, Dealing With European Foreign Fighters in Syria: Governance Challenges & Legal Implications (rapport), International Center For Counter-Terrorism (ICCT) 2014, p. 3, beschikbaar op www.icct.nl/download/file/ICCT-Bakker-Paulussen-Entenmann-Dealing-With-European-Foreign-Fighters-in-Syria.pdf.

    • 31 Barrett 2014, p.25.

    • 32 Overigens werd soortgelijk taalgebruik al eerder gebezigd in Syrië, in de aanloop naar de opstand van de Moslim Broederschap in de Syrische stad Hama in 1982, die met grof militair geweld werd neergeslagen door de vader van de huidige president Assad. Zie o.a. R. Lefèvre, Ashes of Hama. The Muslim Brotherhood in Syria, Londen: Hurst & Company 2013.

    • 33 UN High Commissioner for Human Rights, ‘Updated Statistical Analysis of Documentation of Killings in the Syrian Arab Republic’, augustus 2014, www.ohchr.org/Documents/Countries/SY/HRDAGUpdatedReportAug2014.pdf.

    • 34 Cijfers van de Europese Unie in november 2014 (syrianrefugees.eu).

    • 35 M.S. Berger, ‘De Arabische wereld moet zelf iets doen,’ NRC Handelsblad en Nrc.Next 3 september 2013.

    • 36 In november 2014 dienden enkele zaken van Syrië-gangers die waren teruggekeerd naar Nederland. Zij werden vervolgd voor deelname aan de gewapende strijd, onder meer op basis van een foto op Facebook met een militair uniform en kalasjnikov in de hand, maar de verdachten stelden nadrukkelijk dat dit slechts een stoere fotopose was en dat zij uitsluitend humanitaire hulp hadden verricht, waarvoor echter eveneens alle bewijs ontbrak (zie o.a. J. Groen, ‘Poseren met een kalasjnikov is nog geen strijden’, de Volkskrant 4 november 2014.

    • 37 Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), Samenvatting Dreigingsbeeld Terrorisme, Dreigingsbeeld Terrorismebestrijding Nederland (DTN), Kamerbrief, 2013. Deze samenvatting bevat ook de achtergrondrapporten Het mondiaal jihadisme. Een fenomeenanalyse en een reflectie op radicalisering, en een overzicht van onderzoeken en evaluaties van eerdere maatregelen, beschikbaar op www.nctv.nl/onderwerpen-a-z/dtn.aspx.

    • 38 D. Weggemans, E. Bakker & P. Grol, ‘Who Are They and Why Do They Go? The Radicalisation and Preparatory Processes of Dutch Jihadist Foreign Fighters’, Perspectives on Terrorism 2014, 4, p. 100-110.

    • 39 Idem.

    • 40 Zie: prof. E. Bakker in vv-programma Omroep West van 13 december 2013, www.omroepwest.nl/nieuws/13-12-2013/zeker-tien-syri%C3%ABgangers-uit-onze-regio-teruggekeerd.

    • 41 Verklaring van de minister volgens ANP van 9 januari 2015.

    • 42 Zie de interactieve site van Radio Free Europe: www.rferl.org/contentinfographics/infographics/26584940.html, laatst geraadpleegd op 15 november 2014. Zie ook Barrett 2014.

    • 43 Weggemans, Bakker & Grol 2014, p. 100-110.

    • 44 Barrett 2014, p. 16 en 17.

    • 45 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, Jaarverslag 2012, Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2013, p. 22.

    • 46 Weggemans, Bakker & Grol 2014, p. 100-110.

    • 47 Weggemans, Bakker & Grol 2014, p. 108.

    • 48 Barrett 2014, p. 8.

    • 49 Zie minister Opstelten van Veiligheid en Justitie in het tv-programma WNL op zondag, 28 september 2014, beschikbaar op www.npo.nl/wnl-op-zondag/28-09-2014/POW_00848686.

    • 50 Zie verklaringen in uitspraak Rechtbank Den Haag van 1 december 2014 (ECLI:NL:RBDH: 2014:14648), onder r.o. 4.5.2.

    • 51 B. Olmer & C. Ververs, ‘Dagelijks nieuwe jihadgangers’, De Telegraaf 12 september 2014.

    • 52 Zie rechtbankverslag van J. Groen, ‘Eis Justitie tegen vrouw wegens opruiing en ronselen: 4 jaar cel’, de Volkskrant 5 november 2011.

    • 53 B. de Graaf in de Brandpunt-documentaire ‘Jihadmeisjes’, 14 september 2014, beschikbaar op http://journalistiek.npo.nl/dossiers/IS/290_83140-jihadmeisjes.

    • 54 Zie toespraak Tunesische minister van Binnenlandse Zaken Lotfi bin Jeddo voor het parlement van Tunesië, beschikbaar op www.youtube.com/watch?v=1PWsNAQYhZA. Zie ook J. Groen, ‘Ouders van moslimmeisjes vrezen jihadprostitutie’, de Volkskrant 6 maart 2014.

    • 55 Voor meer informatie, zie de verklaring van 13 augustus 2014 door VN Secretaris-Generaal voor Seksueel Geweld in Conflicten Zainab Hawa Bangura en VN Secretaris-Generaal van Irak Nickolay Mladenov, beschikbaar op: http://uniraq.org/index.php?option=com_k2&view=item&id=2373:srsg-bangura-and-srsg-mladenov-gravely-concerned-by-reports-of-sexual-violence-against-internally-displaced-persons&Itemid=605&lang=en), en het UN Report van 14 november 2014, Rule of Terror: Living under ISIS in Syria, van de Independent International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic, beschikbaar op www.ohchr.org/Documents/HRBodies/HRCouncil/CoISyria/HRC_CRP_ISIS_14Nov2014.pdf.

    • 56 Zie bijv. ‘Interview met Nederlandse strijders in Syrië: “De jihad werkt therapeutisch”’ en ‘De onverkorte versie van het interview met Nederlandse jihadstrijders’, de Volkskrant 15 juni 2013, beschikbaar op www.volkskrant.nl/dossier-burgeroorlog-in-Syrië/lees-hier-de-onverkorte-versie-van-het-interview-met-de-nederlandse-jihadstrijders~a3459106/. Zie ook de door Nederlandse Syrië-gangers gemaakte film Oh Oh Aleppo, op YouTube gepost op 24 juni 2014, beschikbaar op www.youtube.com/watch?v=miqGbVdj2xQ, de documentaire Paradijsbestormers van Fleur van der Meulen (op het moment van schrijven niet openbaar beschikbaar) en de IS-propagandafilm van augustus 2014 met korte interviews met buitenlanders van verschillende nationaliteiten, beschikbaar op https://www.youtube.com/watch?v=aG7M6Wiysgo.

    • 57 B.G.J. de Graaff, De wetenschapper en de spin. Over de (on)mogelijkheid van toekomstverkenningen ten aanzien van radicalisering en terrorisme, Leiden: Universiteit Leiden 2008, p. 10; Rand & Vassalo 2014, p. 3.

    • 58 Weggemans, Bakker & Grol 2014, p. 100-110, i.h.b. p. 107.

    • 59 Barrett 2014.

    • 60 Boukhars 2009, p. 297-317; M. King & D.M. Taylor, ‘The Radicalization of Homegrown Jihadists: A Review of Theoretical Models and Social Psychological Evidence’, Terrorism And Political Violence 2011, 4, p. 602-622, i.h.b. p. 609.

    • 61 De Koning 2008, p. 28-31; H. Tennekes, ‘Een antropologische visie op de Islam in Nederland’, Migrantenstudies 1991, 4, p. 2-22. Zie ook: King & Taylor 2011, p. 602-622, i.h.b. p. 12.

    • 62 P. Gallis, Muslims in Europe: Integration Policies in Selected Countries, Congressional Research Service 2005, p. 11-12.

    • 63 Deze opvatting wordt breed gedragen in de moslimwereld: zie o.a. Changing Minds, Winning Peace, A New Strategic Direction for U.S. Public Diplomacy in the Arab & Muslim World, Report of the Advisory Group on Public Diplomacy for the Arab and Muslim World, 1 oktober 2003, en M.S. Berger, ‘Islam and Islamic law in Contemporary International Relations’, in: M.-L. Frick & A.Th. Mueller (red.), Islam and International Law. Engaging Self-Centrism from a Plurality of Perspectives (Arab and Islamic Law Series), Leiden/Boston: Brill/Martinus Nijhoff Publishers 2013, p. 393-413.

    • 64 M. Juergensmeyer noemt dit een ‘cosmic war-narrative’ in M. Juergensmeyer, Terror in the Mind of God. The Global Rise of Religious Violence, Berkeley: University of California Press 2003, p. 149, 164, 188.

    • 65 Barrett 2014.

    • 66 M.S. Berger, ‘Don Quichot en het Kalifaat’, jaarlezing voor de Moslimkrant, 22 oktober 2014, beschikbaar op www.demoslimkrant.nl.

    • 67 Bakker, Paulussen & Entenmann 2014, p. 6.

    • 68 Bakker, Paulussen & Entenmann 2014, p. 4. Zie ook E. Bakker, ‘Characteristics of Jihadi Terrorists in Europe (2001-2009)’, in: R. Coolsaet (red.), Jihadi Terrorism and the Radicalisation Challenge: European and American Experiences, Surrey: Ashgate Publishing Limited 2011.

    • 69 Minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten, ‘Antwoorden Kamervragen over vrijgelaten Syriëgangers’, beschikbaar op file://vuw/Personal$/Homes/08/s0843792/Downloads/lp-v-j-0000005312%20(1).pdf.

    • 70 Zie www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/alle-Syriëgangers-hangt-rechtszaak-boven-het-hoofd.

    • 71 Rb. Den Haag, ECLI:NL:RDBH:2014:14652.

    • 72 HvJ EU 16 oktober 2014, T-208/11, T-508/11 (Liberation Tigers of Tamil Eelam vs. Raad van de Europese Unie).

    • 73 www.om.nl/actueel/nieuwsberichten/@86846/deelname-gewapend/.

    • 74 Art. 83a Sr: ‘Onder terroristisch oogmerk wordt verstaan het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.’

    • 75 Art. 134a Sr: ‘Hij die zich of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft of tracht te verschaffen tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, dan wel zich kennis of vaardigheden daartoe verwerft of een ander bijbrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.’

    • 76 Art. 140a lid 1 Sr: ‘Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.’ Deelneming in vreemde krijgsdienst leidt slechts tot verlies van het Nederlanderschap, en geeft justitie geen middelen om de persoon tegen te houden (art. 15 lid 1 sub e: ‘Het Nederlanderschap gaat voor een meerderjarige verloren indien hij zich vrijwillig in vreemde krijgsdienst begeeft van een staat die betrokken is bij gevechtshandelingen tegen het Koninkrijk dan wel tegen een bondgenootschap waarvan het Koninkrijk lid is’).

    • 77 Bakker, Paulussen & Entenmann 2014, p. 9. Zie ook: ‘Syria: Applicable International Law’, Rule of Law in Armed Conflicts Project, 13 juli 2012, beschikbaar op www.genevaacademy.ch/RULAC/applicable_international_law.php?id_state=211.

    • 78 Zie verwijzingen in rapport ‘Legal qualification of the armed violence in Syria: a non-international armed conflict’, www.genevaacademy.ch/RULAC/applicable_international_law.php?id_state=211.

    • 79 Van dergelijke schendingen is ruim sprake. Human Rights Watch meent zelfs dat sprake is van een genocide op Alawieten, christenen, Koerden en seculiere gemeenschappen (zie: Human Rights Investigations, ‘Is Obama supporting genocide in Syria?’, 2 september 2013, beschikbaar op http://humanrightsinvestigations.org/2013/09/03/obama-supporting-genocide-in-syria).

    • 80 Zie J.M. Henckaerts & L. Doswald-Beck, Customary International Humanitarian Law, Volume I: Rules, Cambridge: Cambridge University Press 2005, beschikbaar op www.icrc.org/eng/assets/files/other/customary-international-humanitarian-law-i-icrc-eng.pdf, Rule 156 (v.a. p.568, en m.n. p.571).

    • 81 Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer op 28 september 2014. Evenzo in het tv-programma WNL op zondag, 28 september 2014, beschikbaar op www.npo.nl/wnl-op-zondag/28-09-2014/POW_00848686.

    • 82 Zie bespreking in NJB 2013/2409, afl. 41, http://jure.nl/ECLI:NL:RBROT:2013:8266, http://jure.nl/ECLI:NL:RBROT:2013:8265.

    • 83 Rb. Den Haag, ECLI:NL: RDBH:2014:14648.

    • 84 Art. 205 lid 1 Sr: ‘Hij die, zonder toestemming van de Koning, iemand voor vreemde krijgsdienst of gewapende strijd werft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.’
      Lid 3: ‘Indien de gewapende strijd waarvoor wordt geworven, het plegen van een terroristisch misdrijf inhoudt, wordt de gevangenisstraf, gesteld op het in het eerste lid omschreven feit, met een derde verhoogd.’

    • 85 Kamerstukken II 2003/04, 28463, 10, p. 11 en 16. Zie ook: Brief van NCTV aan de Tweede Kamer, 21 mei 2013 (Commissiebrief 2013Z 07975 AO DTN over ronselaars voor Syrië).

    • 86 Voor volledige tekst van de resolutie, zie www.statewatch.org/news/2014/sep/un-2014-09-24-sc-resolution-foreign-fighters.pdf.

    • 87 ‘Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme’, Rijksoverheid, beschikbaar op www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/rapporten/2014/08/30/actieprogramma-integrale-aanpak-jihadisme.html.

    • 88 Weggemans, Bakker & Grol 2014, p. 101.

    • 89 Bakker, Paulussen & Entenmann 2014, p. 3. Zie ook J. Owen & B. Brady, ‘Theresa May urges action on ‘jihad tourism’’’, The Independent 7 juli 2013.

    • 90 ‘Dreigingsniveau gehandhaafd op substantieel; interventies blijven onverminderd noodzakelijk’, nieuwsbericht van het ministerie van Veiligheid en Justitie, beschikbaar op www.rijksoverheid.nl/ministeries/venj/nieuws/2014/02/24/dreigingsniveau-gehandhaafd-op-substantieel-interventies-blijven-onverminderd-noodzakelijk.html.


Print dit artikel