Zoek naar artikelen van Vermogensrechtelijke Analyses

Onlangs is VrA nummer 1 van 2010 verschenen. In 2009 zijn er slechts twee nummers verschenen en dit jaar zullen de geplande drie nummers verschijnen.

Vermogensrechtelijke Analyses

Vermogensrechtelijke Analyses


Meer in rechtsgebied Burgerlijk (proces)recht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 1, 2010 Alle samenvattingen uitklappen
Artikel

A letter of comfort: does it offer any comfort?

Een beschouwing over de letter of comfort naar Nederlands recht met een blik over de grens

Trefwoorden letter of comfort, patronaatsverklaring, uitleg, toepasselijk recht
Auteurs Mr. dr. S.A. Kruisinga en Mr. L. Leber
SamenvattingAuteursinformatie

Een letter of comfort, ook wel patronaatsverklaring genoemd, is een verklaring die door een moedermaatschappij kan worden afgegeven als onderdeel van de zekerheidsstelling in het kader van kredietverstrekking aan haar dochter. De bedoeling van een dergelijke verklaring is de kredietverstrekker gerust te stellen terzake de terugbetaling van het krediet door de dochter. Een comfort letter kan ook door de moedermaatschappij worden afgegeven als going concern verklaring in verband met de waardering van de bezittingen en schulden van de dochter. Gezien het huidig economisch klimaat is de verwachting gewettigd dat accountants vaker een dergelijke verklaring van de moedermaatschappij zullen vragen alvorens een goedkeurende verklaring te kunnen afgeven. De inhoud van comfort letters is echter niet vastomlijnd. De positie van de letter of comfort in het Nederlandse recht staat in deze bijdrage centraal.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mw. mr. dr. S.A. Kruisinga is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. L. Leber
Mw. mr. L. Leber is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Res in transitu

Een onderzoek naar de exacte reikwijdte van artikel 8 van de op 1 mei 2008 in werking getreden Wet conflictenrecht goederenrecht (WCG) en naar de geschiktheid van de daarin gekozen aanknopingsfactor

Trefwoorden goederenrechtelijke regime betreffende vervoerde zaken, res in transitu, artikel 8 WCG
Auteurs M.T.W. Wijnen
SamenvattingAuteursinformatie

Onderzoek naar de exacte reikwijdte van artikel 8 WCG, waarin het toepasselijke goederenrechtelijke regime met betrekking tot vervoerde zaken wordt aangewezen, en de geschiktheid van de daarin gekozen aanknopingsfactor. Aan de hand van een casus wordt geschetst welke onduidelijkheden er bestaan betreffende de reikwijdte van het artikel. Ingevolge het onderzoek naar de parlementaire geschiedenis, jurisprudentie en literatuur wordt geconcludeerd dat beter kan worden aangeknoopt aan de ‘nieuwe’ tot overdracht of vestiging verplichtende overeenkomst die tijdens transport wordt gesloten en niet zoals artikel 8 WCG voorschrijft, aan de overeenkomst die aan het vervoer ten grondslag ligt. Harmonisatie van het goederenrechtelijke met het verbintenisrechtelijke statuut is het resultaat.


M.T.W. Wijnen
Mw. M.T.W. Wijnen (1986) heeft van 2005 tot 2008 het bachelor togatraject gevolgd aan de Universiteit Utrecht, departement rechtsgeleerdheid. Sinds 2008 volgt zij bij dezelfde instelling de Master Nederlands Privaatrecht. Naar verwachting zal zij de opleiding in juli 2010 afronden.

Duurovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen tussentijds worden beëindigd door onder meer opzegging op grond van artikel 6:248 BW en ontbinding door de rechter op grond van artikel 6:258 BW. Steeds geldt daarbij het criterium van onvoorziene – in de zin van niet-verdisconteerde – omstandigheden, die van dusdanige aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst niet mag verwachten. In dit overzichtsartikel wordt allereerst ingegaan op de verhouding tussen de hiervoor genoemde grondslagen voor tussentijdse beëindiging en wordt betoogd dat een partij in beginsel vrij is om een van beide grondslagen te kiezen. Vervolgens wordt het voornoemde criterium van onvoorziene omstandigheden nader onder de loep genomen en worden, mede aan de hand van recente rechtspraak, drie gezichtspunten geformuleerd die relevant lijken bij de invulling van dit criterium: inhoud en aard van de overeenkomst, aard en onderlinge verhouding van partijen en de gewichtigheid van de belangen over en weer.


D.J. Beenders
Mr. D.J. Beenders is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is als PhD-fellow verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Leiden.

Wat is BJu Tijdschriften online?

De online tijdschriftenportal van Boom Juridische uitgevers met ruim 6000 juridisch-wetenschappelijke artikelen uit meer dan 20 tijdschriften. U kunt een abonnement nemen op één of meer tijdschriften, maar ook op de gehele portal.