Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 16412 artikelen

x
Artikel

Rechtstreekse vergoeding van afgeleide schade van een vennoot in een personenvennootschap

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden afgeleide schade, afgescheiden vermogen, Poot/ABP-arrest, personenvennootschap, rechtspersoonlijkheid
Auteurs Mr. T.D.J. Oosterink
SamenvattingAuteursinformatie

    Schade aan het vermogen van een personenvennootschap heeft voor de individuele vennoten zowel rechtstreekse als afgeleide schade tot gevolg. De auteur onderzoekt hoe dit zit en of individuele vennoten die beide schadesoorten buiten de personenvennootschap om op de schadetoebrenger kunnen verhalen. Hij doet dit naar aanleiding van lagere rechtspraak en in het licht van het Poot/ABP-arrest.


Mr. T.D.J. Oosterink
Mr. T.D.J. Oosterink is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Vennootschappen uit het Verenigd Koninkrijk in Nederland na de brexit: gaan zij terug naar het verdomhoekje?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen, Verenigd Koninkrijk, brexit, buitenlandse rechtspersonen, incorporatiestelsel
Auteurs Mr. B. Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de gevolgen van een harde brexit voor de vrije vestiging van vennootschappen uit het Verenigd Koninkrijk in Nederland. Daarbij wordt onder meer ingegaan op de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen. Dit wordt ook beschouwd vanuit het perspectief van regulatory competition tussen landen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat en als universitair docent verbonden aan het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van Maastricht University.

    De curator krijgt een alsmaar toenemende rol met betrekking tot behartiging van maatschappelijke belangen zoals faillissementsfraudebestrijding. Met het wetsvoorstel versterking positie curator krijgt de curator een extra wettelijke taak die strekt tot faillissementsfraudebestrijding. De auteur analyseert, adresseert en bespreekt in dit artikel de voor- en nadelen van deze taak.


Mr. A.T.M. Adams
Mr. A.T.M. Adams is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

De curator, het boedeltekort en de schade van de rechtspersoon

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, curator, boedeltekort, schade, artikel 2:9 BW
Auteurs Mr. F. Ortiz Aldana en Mr. drs. J. van Bekkum
SamenvattingAuteursinformatie

    Tussen artikel 2:9 en artikel 2:248 BW bestaan aanmerkelijke verschillen. Met name wordt op beide gronden iets anders gevorderd. Curatoren zouden de artikel 2:9 BW-vordering veel meer dan op dit moment gebruikelijk is als een zelfstandige vordering naast artikel 2:248 BW moeten behandelen. Dat voorkomt de potentiële verwaarlozing van een belangrijk boedelactief.


Mr. F. Ortiz Aldana
Mr. F. Ortiz Aldana is advocaat en curator bij Dekker en Smits advocaten te Rosmalen.

Mr. drs. J. van Bekkum
Mr. drs. J. van Bekkum is advocaat bij Lemstra Van der Korst te Amsterdam en tevens verbonden aan het Van der Heijden Instituut, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De herschikte EEX-Vo en derde landen: het formele toepassingsgebied van de Verordening nader bezien

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Formeel toepassingsgebied, Herschikte EEX-Vo, Derde landen, Forumkeuze, Exclusieve bevoegdheden
Auteurs Mr. dr. L.M. van Bochove
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag naar het toepassingsbereik van de Europese bevoegdheidsregels in civiele zaken die aanknopingspunten hebben met derde landen is al vele decennia punt van discussie. Deze bijdrage behandelt de wijzigingen die de herschikking van de EEX-Vo op dit punt heeft gebracht en besteedt tevens aandacht aan de resterende controverses. Betoogd wordt dat, wanneer de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat, de rechter zijn bevoegdheid moet bepalen op basis van de Verordening. Omwille van de rechtszekerheid en partijautonomie dient hierop echter een uitzondering te worden gemaakt voor de forumkeuze ten gunste van het gerecht van een niet-lidstaat.


Mr. dr. L.M. van Bochove
Mr. dr. L.M. van Bochove is universitair docent Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De dwingende bewijskracht van onderhandse akten en de leer van de verklaringsfictie

Het belang van art. 157 Rv nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Dwingende bewijskracht, Akte, Verklaringsfictie, Bewijsverklaringsclausule, 157 Rv
Auteurs Mr. L.A. van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn artikel bespreekt mr. L.A. van Amsterdam de dwingende bewijskracht die art. 157 Rv aan onderhandse akten toekent. Komt deze bewijskracht (ook) toe aan een bepaling in een ‘standaardakte’ dat bepaalde documentatie of informatie is verstrekt, of moet - zoals in de procespraktijk nog wel eens wordt betoogd - een dergelijke clausule als een ‘verklaringsfictie’ worden aangemerkt? Mr. Van Amsterdam gaat in op de achtergrond en het belang van art. 157 Rv, behandelt rechtspraak waarin de leer van de verklaringsfictie een rol speelt, en plaatst enkele kanttekeningen bij deze leer


Mr. L.A. van Amsterdam
Mr. L.A. van Amsterdam is advocaat bij NautaDutilh
Boekbespreking

Beginselen van burgerlijk procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Auteurs Prof. mr. L.M. Coenraad en Mr. dr. P. Smits
Auteursinformatie

Prof. mr. L.M. Coenraad
Prof. mr. L.M. Coenraad is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder Conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Amsterdam.

Mr. dr. P. Smits
Mr. dr. P. Smits is advocaat bij ING Bank te Amsterdam.

Mr. E.F. Groot
Mr. E.F. Groot is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De herziene Corporate Governance Code: van reikwijdte tot responstijd

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden Corporate Governance Code, reikwijdte, kleine beursfondsen, pas toe of leg uit, algemene vergadering
Auteurs Mr. M.C.A. van den Nieuwenhuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    De herziene Corporate Governance Code omvat een veelheid aan onderwerpen, waarvan in deze bijdrage de volgende de revue zullen passeren: de reikwijdte, kleinere beursfondsen, de ‘pas toe of leg uit’-regel en de algemene vergadering.


Mr. M.C.A. van den Nieuwenhuijzen
Mr. M.C.A. van den Nieuwenhuijzen is kandidaat-notaris bij Linklaters LLP te Amsterdam.
Artikel

Een executive committee, niet omdat het moet …

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden Corporate Governance Code, executive committee, afbakening taken EC, toezicht op EC, checks and balances
Auteurs Mr. E.H. de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    Steeds meer vennootschappen stellen een executive committee (EC) in. De Monitoring Commissie Corporate Governance Code heeft geconstateerd dat het instellen van een EC gevolgen kan hebben voor de manier waarop de checks and balances en het toezicht binnen de vennootschap worden gewaarborgd, en in dit licht enkele best practice bepalingen vastgesteld. De bepalingen worden besproken met het oog op regulering versus vrije invulling van de EC.


Mr. E.H. de Wit
Mr. E.H. de Wit is werkzaam als Manager Corporate Legal bij PostNL te Den Haag.
Artikel

De one-tier board volgens de herziene Corporate Governance Code

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden Corporate Governance Code, one-tier board, two-tier board, artikel 2:129a/239a BW, niet-uitvoerende bestuurders
Auteurs Mr. T. Salemink
SamenvattingAuteursinformatie

    De Corporate Governance Code 2008 is toegeschreven op vennootschappen met een two-tier board (dualistisch bestuurssysteem). Het biedt vennootschappen met een one-tier board (monistisch bestuurssysteem) volgens de Monitoring Commissie onvoldoende handvatten en behoeft om die reden herziening. Het is de vraag of de Commissie met de recente herziening van de Code voldoende in haar voornemen tot verduidelijking is geslaagd.


Mr. T. Salemink
Mr. T. Salemink is advocaat bij Lemstra Van der Korst in Amsterdam en onderzoeker bij het Van der Heijden Instituut, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Artikel

Inzage in medische gegevens van de patiënt; een illustratie van het belang van een goede medische machtiging

Een bespreking van RTG Groningen 21 juli 2015, ECLI:NL:TGZRGRO:2015:45 en HvD 26 augustus 2016, ECLI:NL:TAHVD:2016:178

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2017
Trefwoorden medische aansprakelijkheid, medisch beroepsgeheim, inzage in medische gegevens patiënt, medische machtiging, geheimhoudingsplicht
Auteurs Mr. dr. A. Wilken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden twee tuchtzaken besproken waarin respectievelijk het RTG Groningen en het HvD hebben geoordeeld dat in civiele medische aansprakelijkheidsprocedures geen toestemming van de patiënt nodig is voor het gebruik van diens medische gegevens voor zover dat noodzakelijk is in het kader van het verweer van de aangesproken hulpverlener. De KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens gaat er echter van uit dat in civiele zaken – anders dan in tuchtzaken – wél toestemming van de patiënt nodig is voor het gebruik van zijn medische gegevens. Daarbij wordt het overgrote deel van de medische aansprakelijkheidszaken buiten rechte afgewikkeld en ook buiten rechte is niet duidelijk welke regels er precies gelden met betrekking tot inzage in medische gegevens van de patiënt. Om onduidelijkheid en geschillen in dat kader te kunnen voorkomen, is het belangrijk dat partijen direct aan het begin van de schadebehandeling goede afspraken maken over wie wanneer welke medische gegevens mag inzien en onder welke voorwaarden, en dat de patiënt daar ook toestemming voor geeft. Een goede medische machtiging is derhalve van groot belang.


Mr. dr. A. Wilken
Mr.dr. A. Wilken is universitair docent gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL). Daarnaast is zij raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en is zij als lid-jurist verbonden aan de Regionale Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg te Amsterdam en Den Haag.
Artikel

De kosten van de deelgeschilprocedure: enkele suggesties tot normering

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2017
Trefwoorden deelgeschilprocedure, normering, kosten, kostenbegroting, letsel- en overlijdensschade
Auteurs Mr. L. Boersma
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk worstelt met de begroting van de omvang van de kosten van deelgeschilprocedures. Dit wordt veroorzaakt door het telkens invulling moeten geven aan de open norm van artikel 1019aa Rv jo. artikel 6:96 lid 2 BW: alleen kosten die ‘redelijk’ zijn, komen voor vergoeding in aanmerking. Een oplossing zou gelegen kunnen zijn in het normeren van deze kosten. In deze bijdrage wordt daartoe een drietal suggesties gedaan. Deze zijn ingegeven door een analyse van alle op www.rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken in deelgeschil sinds de invoering van de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade in 2010 tot 1 januari 2017.


Mr. L. Boersma
Mr. L. Boersma is werkzaam als wetenschappelijk medewerker bij PUNT Letselschade Advocaten. Per 1 april 2017 is zij als advocaat-stagiaire verbonden aan De Haan Advocaten & Notarissen.
Artikel

Civiel schadeverhaal via het strafproces anno 2016

Verslag van een onderzoek naar de praktijk van de besluitvorming van de strafrechter ten aanzien van de afdoening van de voeging benadeelde partij

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2017
Trefwoorden civiel schadeverhaal, voeging, benadeelde partij, strafproces, slachtoffers
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Dr. R.B.S. Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel is een verslag van een onderzoek met als centrale vraag hoe de praktijk van de besluitvorming van de strafrechter ten aanzien van de afdoening van de voeging benadeelde partij in het strafproces er anno 2016 uitziet. Op basis van trendgegevens blijkt dat de afgelopen jaren minder vorderingen niet-ontvankelijk zijn verklaard. Uit de interviews komt naar voren dat er in de rechtspraktijk ook een verandering wordt ervaren, die echter niet wordt toegeschreven aan de wijziging van het ontvankelijkheidscriterium in 2010, maar aan de tijdgeest. Een belangrijke keerzijde daarvan is echter, constateert de strafrechtspleging, dat de toegenomen slachtofferparticipatie in brede zin het strafproces onder (grotere) druk zet.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is universitair docent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan de Utrechtse onderzoekscentra UCALL en RENFORCE, en zij is SIM Fellow.

Dr. R.B.S. Kool
Dr. R.S.B. Kool is universitair hoofddocent Strafrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan het Utrechtse onderzoekscentrum UCALL.
Artikel

Access_open De (klassieke) cautio Socini

Oud maar nog niet versleten?

Tijdschrift AdvoTip, Aflevering 4 2017
Auteurs Mr. G.A. Tuinstra

Mr. G.A. Tuinstra
Artikel

Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit, 1997 tot 2015

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden trends in juvenile and young adult crime, crime drop, Cybercrime, explanations for the crime drop, social media
Auteurs Dr. A.M. van der Laan, Dr. M.G.C.J. Beerthuizen en Dr. H. Goudriaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2008 juvenile crime rates in the Netherlands annually decreased. The decrease is shown in official police and justice crime, as well as in self-reported delinquency. However, this crime drop mainly accounts traditional offline crime, whereas little is known about cybercrime amongst juveniles and young adults. According to the Juvenile Crime Monitor, approximately 20% of juveniles and young adults report involvement in cyber or digitized delinquency. Trends with regard to cyber or digitized crime are not (yet) available. Previous research indicates that multiple factors are responsible for the crime drop amongst juveniles. These explanations mainly regard to offline factors and are primarily focused on traditional offline crime. In this article the increased use of social media is also discussed as a potential explanation.


Dr. A.M. van der Laan
Dr. André van der Laan is senior onderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC. Zie www.wodc.nl/organisatie/medewerkers/CRS/AndrevanderLaan.aspx.

Dr. M.G.C.J. Beerthuizen
Dr. Marinus Beerthuizen is onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit, Rechtshandhaving en Sancties van het WODC. Zie www.wodc.nl/organisatie/medewerkers/CRS/RikBeerthuizen.aspx.

Dr. H. Goudriaan
Dr. Heike Goudriaan is senior onderzoeker en plaatsvervangend afdelingshoofd bij het Team Rechtsbescherming en Veiligheid van het CBS in Den Haag.
Artikel

Verdampende jeugdcriminaliteit

Verklaringen van de internationale daling

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden youth crime, crime decline, technology, crime prevention, police registration
Auteurs Drs. A.C. Berghuis en J. de Waard
SamenvattingAuteursinformatie

    Registered youth crime figures in the Netherlands show a spectacular downward trend from 2007 (minus 60%). In this article the authors show that this trend can be observed in a lot of other countries. They argue that a number of international developments has created a climate favorable for juvenile crime reduction: more (situational) crime prevention, less use of alcohol, more commitment to schooling, more satisfaction with living conditions, and changing activity patterns during leisure time. For the Netherlands this coincides with a diminished willingness of the Dutch police to follow up on suspicions that a youngster has committed a minor offense. The authors discuss the worldwide dissemination of smartphones and online games that started in 2006/2007, as well as the subsequent changes in the use of free time, which might have contributed to juvenile crime reduction.


Drs. A.C. Berghuis
Drs. Bert Berghuis was voorheen raadadviseur op het terrein van rechtshandhaving bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

J. de Waard
Jaap de Waard is als senior beleidsmedewerker verbonden aan het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Lessen uit de aanpak van jeugdgroepen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden juvenile crime, focussed policing, youth groups, group dynamic processes, integral approach
Auteurs Dr. H. Ferwerda en Drs. T. van Ham
SamenvattingAuteursinformatie

    Attention for youth group crime is important, because the majority of juvenile crime is committed in groups or is the result of group dynamic processes. The police makes an inventory of youth groups with the help of an instrument (called ‘the shortlist’). In the Netherlands this has contributed to an integral approach on the group, domain and individual level. Although there are some side effects, findings suggest that this approach is effective. This fact, together with other developments in juvenile crime, has led to the further development of the shortlist instrument. Its basis, i.e. applying focus and an integral analysis of a youth group as a starting point for an integral approach, is herein maintained.


Dr. H. Ferwerda
Dr. Henk Ferwerda is directeur van Bureau Beke in Arnhem.

Drs. T. van Ham
Drs. Tom van Ham is als onderzoeker verbonden aan Bureau Beke in Arnhem.
Artikel

Vijf jaar Aanpak Top600: waar staan we nu?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Amsterdam, Top600 criminals, high-impact crimes, integral approach, individual programs
Auteurs Mr. S. van Grinsven en Drs. A. Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    More than forty organizations in security, healthcare and social services work together in the ‘Top600 Project’, aimed at those committing ‘high-impact crimes’. The goal is to improve safety in and around Amsterdam by achieving a permanent change in the behavior of these perpetrators. This includes both a reduction in recidivism of high-impact crimes and an increase in their self-reliance in order to decrease their reliance on crime. To achieve this, special case managers strive to get a clear perspective on the (often complex) lives of these Top600 persons. These managers (‘regisseurs’) can connect to all the organizations concerned and ensure that their efforts are coordinated, aligned and mutually strengthening. The project includes preventing the Top600 persons’ (younger) brothers and sisters from following their siblings on a path of crime. It works through a collective focus and a tailor-made approach for each person, by exercising control on three levels (administrative, civil, and case level), by central monitoring of the results and - from there - by resolving structural flaws in the system.


Mr. S. van Grinsven
Mr. Sanneke van Grinsven is jurist en als projectleider aanpak Top600 werkzaam bij het regionale Actiecentrum Veiligheid en Zorg, dat is ondergebracht bij de gemeente Amsterdam.

Drs. A. Verwest
Drs. Aniek Verwest is criminoloog en werkzaam bij onderzoek- en adviesbureau DSP-groep en als extern adviseur betrokken bij het Actiecentrum Veiligheid en Zorg.
Artikel

Jongeren op school houden, helpt dat tegen criminaliteit?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Education, Crime, startkwalificatie, incapacitation effect, natural experiment
Auteurs Dr. O. Marie en T. Paulovic MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    The authors discuss the effects on criminal participation of the 2007 Dutch educational reform which forced individuals between age 16 and 18 to stay in school if they had not attained startkwalificatie level. By comparing the arrest rate of individuals born just before and after the reform, the authors estimate the potential incapacitation effect of education on crime. Their results suggest that this exogenous change in education policy significantly reduced criminal participation among youths affected by the policy. The authors conclude that forcing youths most at risk of leaving school without any qualification to stay longer in education has positive immediate effects on youth crime reduction, that are beyond the potential educational benefits of such policies.


Dr. O. Marie
Dr. Olivier Marie is als associate professor verbonden aan de Erasmus School of Economics in Rotterdam en als senior onderzoeker aan het Research Centre for Education and the Labour Market van de Universiteit Maastricht.

T. Paulovic MSc
Tea Paulovic MSc is als promovenda verbonden aan de Faculteit Economie van de Universiteit Maastricht.
Toont 1 - 20 van 16412 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.