DOI: 10.5553/NTS/266665532020035001014

Nederlands Tijdschrift voor StrafrechtAccess_open

Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/14

HR 8 oktober 2019, 18/00520 ECLI:NL:HR:2019:1554

DOI
Toon PDF Toon volledige grootte
Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
, 'NTS 2020/14', Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht 2020-1, p. 55-55

Dit artikel wordt geciteerd in

      Mishandeling door scrotum van hoofdagent vast te grijpen, nadat deze verdachte heeft aangehouden t.z.v. wildplassen (art. 304.2 Sr). Vastgrijpen van testikels aan te merken als teweegbrengen van min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording aan lichaam?

    • Aantekening redactie

      In HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2677 ging de Hoge Raad in op de vraag wat onder mishandeling ex artikel 300 Sr moet worden verstaan. De strafbaarstelling van mishandeling in onder meer artikel 300 Sr strekt ter bescherming van de lichamelijke integriteit. Blijkens de wetsgeschiedenis is de aanvankelijke strafbedreiging van artikel 300 Sr tegen hem ‘die door eenige daad aan een ander opzettelijk ligchamelijk leed toebrengt of opzettelijk diens gezondheid benadeelt’ in de loop van het wetgevingsproces vervangen door de strafbaarstelling van ‘mishandeling’ teneinde – kort gezegd – twijfels weg te nemen in verband met de taalkundige juistheid van de uitdrukking ‘ligchamelijk leed’ en de niet-strafbaarheid van bepaalde vormen van toebrengen van lichamelijk leed. Niet blijkt echter van een wijziging van opvatting ten aanzien van de reikwijdte van wat oorspronkelijk was omschreven als het opzettelijk toebrengen van lichamelijk leed of het opzettelijk benadelen van de gezondheid. Gelet op dit een en ander moet onder ‘mishandeling’ in de zin van genoemde bepaling niet alleen worden verstaan het aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn – zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat – maar onder omstandigheden ook het bij een ander teweegbrengen van een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam.
      Kon nu het hof in de hier te bespreken zaak oordelen dat de verdachte een agent heeft mishandeld door zijn hand tussen de benen van die agent te brengen en vervolgens het scrotum van die agent vast te pakken? De agent sprak in zijn verklaring niet over pijn of letsel. Hij zei slechts: ‘Hij begon zich te verzetten. We zijn op de grond gevallen. Ik ben bij mijn ballen gepakt. Ik kwam niet los.’ Toch kwam het hof tot een bewezenverklaring omdat het scrotum, een – naar algemeen bekend is – uitgesproken erogene zone en zeer gevoelige plek bij een man, is vastgepakt en dus zo’n min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam moet zijn veroorzaakt. Het hof kon zo oordelen volgens de Hoge Raad:

      ‘Het Hof heeft onder meer vastgesteld dat de verdachte [verbalisant 1] tijdens een worsteling bij diens testikels heeft vastgegrepen, dat [verbalisant 1] niet los kwam, dat de arm van de verdachte eerst nadat verbalisant [verbalisant 2] daaraan met veel kracht trok, tussen de benen van [verbalisant 1] vandaan kwam, en dat de verdachte daarna nogmaals met zijn hand richting de testikels van [verbalisant 1] ging. Het hierop gebaseerde oordeel van het Hof dat de verdachte aldus een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording teweeg heeft gebracht en dat hij [verbalisant 1] heeft mishandeld, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.’


Print dit artikel