Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht

Article

Poging middels voorwaardelijk opzet

Dient er in concreto sprake te zijn geweest van een aanmerkelijke kans?

Trefwoorden poging, uiterlijke verschijningsvorm, aanmerkelijke kans, opzet, objectieve derde
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Auteursinformatie

373514 Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht.

373517 Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is jurist/assistent-boetefunctionaris bij de AFM.
  • Samenvatting

      Welke rol speelt de aanmerkelijke kans bij de vraag of er sprake is van een strafbare poging? De auteurs betogen dat voor de beantwoording van de vraag of een kans aanmerkelijk is aansluiting moet worden gezocht bij het perspectief van de objectieve derde die, direct voorafgaand aan het moment van handelen, meekijkt over de schouder van de dader en die alleen die feiten en omstandigheden kent die de dader kent. Bepalend is of deze objectieve, in de schoenen van de dader staande, derde op basis van die kennis zou oordelen dat de mogelijkheid dat het voorziene gevolg zal intreden reƫel en niet onwaarschijnlijk is.

Om de rest van dit artikel te lezen moet u inloggen



Heeft u een registratiecode ontvangen maar nog geen toegang? Activeer dan hier uw code.

Weet u uw wachtwoord niet meer? Nieuw wachtwoord aanvragen.