DOI: 10.5553/HenR/246893352017001002005

Handicap & RechtAccess_open

Artikel

Stemrecht in het echt

Onderzoek naar de toegankelijkheid van verkiezingen voor mensen met een beperking

Trefwoorden toegankelijkheid, kiesrecht, College voor de Rechten van de Mens, visuele beperking, verstandelijke beperking
Auteurs
DOI
Toon PDF Toon volledige grootte
Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
J.L. Hoegen Dijkhof MSc, 'Stemrecht in het echt', Handicap & Recht 2017-2, p. 47-52

Dit artikel wordt geciteerd in

    • 1 Inleiding

      In Nederland kiezen we onze politieke vertegenwoordiging door middel van verkiezingen. Deze staan open voor alle kiesgerechtigde burgers, dus ook voor mensen met een beperking. Het actief kiesrecht (het recht om te stemmen) is gewaarborgd in meerdere mensenrechtenverdragen. Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (hierna: VN-verdrag Handicap), dat sinds juli 2016 in Nederland in werking is getreden, benadrukt dit recht nog eens voor mensen met een beperking. Artikel 29 IVRPH schrijft onder andere voor dat in het kader van politieke participatie de stemprocedures, -faciliteiten en voorzieningen adequaat, toegankelijk en gemakkelijk te begrijpen en te gebruiken zijn. Persoonlijke autonomie, inclusief keuzevrijheid en onafhankelijkheid, alsmede toegankelijkheid zijn enkele grondbeginselen van het verdrag. Een praktijkonderzoek leert echter dat deze uitgangspunten bij het uitoefenen van het stemrecht voor mensen met een beperking nog geen zekerheid zijn.
      Het College voor de Rechten van de Mens (hierna: College) houdt toezicht op de naleving van het VN-verdrag Handicap in Nederland. Het College ontving signalen dat mensen met een beperking diverse obstakels ervaren bij het stemmen.1x Zie bijvoorbeeld https://www.mensenrechten.nl/toegelicht/stemmen-met-een-beperking-wat-zijn-je-rechten.
      Met het oog op de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 gaf het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) opdracht om te onderzoeken of de verkiezingen toegankelijk zijn. Dit vond plaats in de vorm van het uitzetten van vragenlijsten onder gemeenten voorafgaand aan de verkiezingen, en het op locatie beoordelen van 60 stembureaus op de dag van de verkiezingen.2x Het onderzoeksrapport in opdracht van BZK uitgevoerd door Cebeon en PBTconsult, is te raadplegen via www.cebeon.nl/toegankelijkheid-van-stemlokalen/. Echter, in dat onderzoek zouden niet de ervaringen van mensen met een beperking zelf worden onderzocht.
      Het College zag aanleiding om ook onderzoek te laten uitvoeren naar de toegankelijkheid van deze verkiezingen. Door hierbij de ervaringen van mensen met een beperking centraal te stellen heeft het College in kaart kunnen brengen welke obstakels mensen met verschillende typen beperking tegenkomen bij het stemmen, de mate waarin ze die ervaren en welke mogelijke oplossingen zij zelf zien om de verkiezingen toegankelijker te maken. Het College heeft de bevindingen en bijbehorende aanbevelingen medio 2017 gerapporteerd aan zowel de minister van BZK als aan de Tweede Kamer.
      Eerst wordt hieronder in paragraaf 2 de juridische basis van het kiesrecht voor iedereen en de eis van toegankelijke verkiezingen (VN-verdrag Handicap) uiteengezet. Paragraaf 3 gaat in op het onderzoeksrapport zelf en beschrijft de opzet en de belangrijkste resultaten, uitgesplitst naar aard van de beperking. In hoeverre de aanbevelingen van het College (paragraaf 4) al direct bij de gemeenteraadsverkiezingen 2018 zullen kunnen worden geëffectueerd is nu nog niet duidelijk (paragraaf 5).

    • 2 Wetgeving en verdragen

      2.1 Stemrecht voor iedereen

      Nederlanders mogen vanaf hun achttiende jaar stemmen bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer, gemeenteraden, waterschappen, Provinciale Staten en het Europees Parlement.3x En in Caribisch Nederland voor de eilandsraden. Dit is een recht dat zowel in de Nederlandse Grondwet (artikel 4) is vastgelegd, maar ook is opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (artikel 21), het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR, artikel 25), het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM, artikel 3) en in het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (artikel 39 en 40)4x Specifiek voor gemeenteraadsverkiezingen en verkiezingen voor het Europees Parlement. .
      In Nederland is een beperking geen reden om niet te mogen stemmen. Toch was dit nog niet zo lang geleden anders en werden mensen die onder curatele stonden automatisch uitgesloten van het kiesrecht.5x Art. 54, lid 2, Grondwet (oud): ‘Van het kiesrecht is uitgesloten: (…) hij die krachtens onherroepelijke rechterlijke uitspraak wegens een geestelijke stoornis onbekwaam is rechtshandelingen te verrichten.’ Hiertoe behoorden ook mensen met een verstandelijke beperking. Deze uitsluiting werd door de Raad van State in 2003 onredelijk bevonden,6x Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 29 oktober 2003, AB 2003/463, m.nt. PJS. waarna werd geconstateerd dat mensen onder curatele toch in staat kunnen zijn hun belangen te behartigen en dit zo veel mogelijk in redelijkheid moeten kunnen doen. In 2008 is de automatische uitzondering uit de Grondwet gehaald. De rechter kan ook niet meer in een individueel geval beslissen dat iemand geen kiesrecht heeft, enkel op basis van zijn geestelijke gesteldheid.

      2.2 Toegankelijke verkiezingen volgens het VN-verdrag Handicap

      Het VN-verdrag Handicap kent als belangrijke uitgangspunten onder andere persoonlijke autonomie, inclusief keuzevrijheid en onafhankelijkheid, alsmede toegankelijkheid.7x Art. 3, onderdeel a en f, IVRPH. Het verdrag verplicht staten om te waarborgen dat mensen met een beperking effectief en ten volle kunnen participeren in het politieke en openbare leven. Uitgangspunt is dat ieder mens met een beperking zo zelfstandig mogelijk moet kunnen stemmen. Zo moeten ‘(…) de stemprocedures, -faciliteiten en voorzieningen adequaat, toegankelijk en gemakkelijk te begrijpen en te gebruiken zijn (…)’.8x Art. 29, onderdeel a, onder i, IVRPH. Mensen met een beperking moeten hun stem in het geheim kunnen uitbrengen zonder intimidatie.9x Art. 29, onderdeel a, onder ii, IVRPH. Daarnaast is in het verdrag vastgelegd dat mensen met een beperking die hulp nodig hebben bij het stemmen indien gewenst mogen worden geassisteerd door een persoon naar eigen keuze.10x Art. 29, onderdeel a, onder iii, IVRPH. Bij die laatste waarborg heeft de Nederlandse regering een verklaring afgelegd met haar uitleg van de bepaling. Bij de ratificatie van het VN-verdrag heeft de regering verklaard dat Nederland artikel 29 IVRPH zo interpreteert dat assistentie alleen buiten het stemhokje is toegestaan. Een uitzondering hierop is er voor mensen met een lichamelijke beperking, waartoe in dit geval ook degenen met een visuele beperking worden gerekend, die wel hulp in het stemhokje mogen krijgen als zij dat wensen.11x De interpretatieve verklaring is te raadplegen via https://treaties.un.org/doc/Publication/CN/2016/CN.489.2016.Reissued.14072016-Eng.pdf. In artikel J 28 Kieswet is dit eveneens vastgelegd. Deze verklaring van de regering en artikel J 28 Kieswet wijken wel af van artikel 29 IVRPH, omdat hier geen onderscheid naar het type beperking wordt gemaakt.
      Tot op heden was de meeste aandacht in Nederland voor de toegankelijkheid van verkiezingen vooral gericht op mensen met een lichamelijke beperking. Zo moet 25% van alle stemlokalen tijdens de verkiezingen toegankelijk zijn voor mensen met een lichamelijke beperking.12x Art. J 4 Kieswet. Een aanpassing, n.a.v. een recente Tweede Kamer-motie, om te realiseren dat bij volgende verkiezingen 100% van alle stemlokalen toegankelijk is, wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet. De checklist die PBTconsult in 2012 in opdracht van BZK ontwikkelde, en die tot nu toe bij het beoordelen van stembureaus op locatie is gebruikt, focust vooral ook op fysieke toegankelijkheid. Daarnaast is het zoals gezegd alleen toegestaan voor mensen met een lichamelijke beperking (of visuele beperking) om hulp te krijgen van andere personen in het stemhokje, indien die behoefte bestaat. Toegankelijkheid bij verkiezingen betreft echter niet alleen mensen in bijvoorbeeld een rolstoel of scootmobiel, maar ook mensen met een zintuigelijke of verstandelijke beperking of psychische aandoening. Bovendien gaat het niet alleen om de uitvoering van het stemmen in een goed te betreden stembureau op de verkiezingsdag zelf, maar ook om de mogelijkheid voor iedereen om zich goed te kunnen voorbereiden in de aanloop hiernaartoe.

    • 3 Onderzoek naar obstakels bij de toegankelijkheid van verkiezingen

      3.1 Onderzoeksopzet

      Het College vroeg aan onderzoeksbureau NIVEL om in samenwerking met het Trimbos-instituut een onderzoek uit te voeren naar de toegankelijkheid van de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017 voor mensen met een beperking.13x Het onderzoeksrapport en bijbehorende documenten zijn te raadplegen op de website van het College voor de Rechten van de Mens. Het doel hiervan was om inzichtelijk te maken in hoeverre en in welke mate mensen met verschillende typen beperkingen obstakels ervaren bij het uitoefenen van hun actief kiesrecht. Hierbij ging het niet alleen om het stemmen in het stemlokaal zelf, maar ook om de bereikbaarheid van het stembureau en het kunnen voorbereiden op het stemmen. De focus van het onderzoek lag op persoonlijke belevingen, ervaringen en verwachtingen van mensen met een beperking. Hiervoor zijn deelnemers met een lichamelijke, visuele of verstandelijke beperking of psychische aandoening uit onderzoekpanels van het NIVEL en het Trimbos-instituut ondervraagd aan de hand van enquêtes.14x Mensen met een visuele beperking zijn onvoldoende vertegenwoordigd in panels. Zij zijn ondervraagd op de ZieZo-beurs, een landelijke beurs voor mensen met een visuele beperking en bedrijven die hulpmiddelen ontwikkelen. , 15x Voor mensen met een verstandelijk beperking uit het Panel Samen Leven is de vragenlijst ingevuld samen met/door een naaste. In totaal vulden 1010 mensen met een beperking de vragenlijst in.16x Het responspercentage betrof 61%. Dit is exclusief de respondenten met een visuele beperking die via de beurs ZieZo zijn benaderd. Hiervan is het responspercentage niet bekend. Aanvullend organiseerde het College samen met onderzoeksbureau GfK twee focusgroepsgesprekken met in totaal twaalf mensen met een licht verstandelijke beperking die hebben gestemd tijdens de verkiezingen op 15 maart 2017. Met hen werden dezelfde onderwerpen besproken als behandeld in de gestandaardiseerde vragenlijst.
      Een klankbordgroep was gevormd voor advies en terugkoppeling tijdens de uitvoering van het onderzoek. Hierin waren vertegenwoordigd het Ministerie van BZK, de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken, de Kiesraad, en de belangenorganisaties Ieder(in) en LFB. Daarnaast zijn op verschillende momenten mensen uit de onderzochte doelgroepen betrokken om mee te denken over de opzet van de vragenlijst en om de resultaten te bespreken.
      Naast het onderzoek uitgevoerd door NIVEL en het Trimbos-instituut, opende het College tevens een meldpunt rondom de verkiezingen waarin mensen met een beperking hun ervaringen konden delen. In twee weken tijd leverde dit 119 meldingen op, waarvan de meeste afkomstig waren van mensen met een lichamelijke (46%), visuele (26%) of verstandelijke beperking (14%). De meldingen beschreven onder andere problemen in het stemlokaal, met het stembiljet en hulp in het stemhokje.17x Zie ook de brief van het College voor de Rechten van de Mens aan demissionair minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over het meldpunt toegankelijkheid verkiezingen, d.d. 31 maart 2017, te vinden op https://mensenrechten.nl/publicaties/detail/37676.

      3.2 Kernresultaten

      De meeste respondenten hebben gestemd tijdens de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart 2017. Gemiddeld gezien lag dat percentage dan ook hoger dan het landelijke opkomstpercentage (82%).18x Het is niet uit te sluiten dat dit te maken had met verschillen in belangstelling tussen stemmers en niet-stemmers met een beperking om deel te nemen aan het onderzoek. Van de respondenten met een verstandelijke beperking had daarentegen minder dan de helft (46%) gestemd. In Nederland stemde 9% van de stemmers via een volmacht. Respondenten met een visuele beperking (12%) en met een verstandelijke beperking (15%) leken dat gemiddeld iets vaker te hebben gedaan – hoewel de relatief kleine aantallen uit het onderzoek dit niet kunnen bevestigen.

      3.2.1 Toegankelijkheid voor mensen met een lichamelijke beperking

      Ten opzichte van de andere doelgroepen ervaren mensen met een lichamelijke beperking relatief minder problemen met de toegankelijkheid van de verkiezingen. Wel ondervond in totaal nog steeds een op de vijf stemmers problemen bij minimaal één van de onderdelen van het stemproces. De meeste moeilijkheden ontstonden in het stemlokaal (voor 11% van alle stemmers met een lichamelijke beperking). Daar had men vooral moeite met het lezen, het invullen of het in de stembus doen van het stembiljet. Ook uit het meldpunt kwamen knelpunten gerelateerd aan de inrichting van het stemlokaal en het stemhokje.
      Een iets kleinere groep (8%) had moeite met de bereikbaarheid of toegankelijkheid van het stembureau, met name om het stemlokaal binnen te komen. Het voorbereiden op het stemmen was maar voor een hele kleine groep problematisch (6%). De voornaamste reden om niet zelf, maar via een volmacht te stemmen – of voor sommigen om niet te stemmen – was vanwege gezondheidsproblemen. Voor een enkeling was het moeilijk kunnen bereiken van het stemlokaal een reden om niet (zelf) te stemmen.
      Mensen die afhankelijk zijn van een rolstoel, rollator of scootmobiel vermeldden niet vaker problemen dan anderen met een lichamelijke beperking, maar gingen wel vaker naar een speciaal toegankelijk stembureau.

      3.2.2 Toegankelijkheid voor mensen met een visuele beperking

      Blinden en slechtzienden rapporteerden juist veel negatieve ervaringen met de toegankelijkheid van het stemmen. 84% van de stemmers ondervond moeilijkheden in het stemlokaal. Twee derde heeft moeite met het invullen van het stembiljet en een nog grotere groep (81%) is niet (goed) in staat dit te lezen. Dergelijke problemen met het stembiljet waren ook de belangrijkste reden voor volmachtstemmers om niet zelf naar het stembureau te gaan.
      Van alle doelgroepen hebben mensen met een visuele beperking de meeste moeite om naar het stembureau te gaan (28%). Ook de eerdere voorbereiding op het stemmen gaat niet voor iedereen vlekkeloos: voor een kwart is het moeilijk om praktische informatie te lezen en/of te beluisteren en 19% heeft (ook) moeite met het vinden van die informatie.
      Ruim zes op de tien stemmers hebben hulp gekregen bij (het voorbereiden op) het stemmen. Een op de vijf stemmers gaf aan geen hulp (van wie dan ook) te hebben gehad, maar eigenlijk wel gehad te willen hebben. Vooral bij het lezen en invullen van het stembiljet. Mensen met een visuele beperking hebben recht op hulp in het stemhokje en mogen zelf kiezen wie die hulp levert, maar toch waren niet alle stembureaumedewerkers hiervan op de hoogte. Zo kwam het voor dat alleen werd toegestaan dat stembureaumedewerkers de hulp leverden. Dit gaat ten koste van het stemgeheim, zoals ook een van de reacties op het meldpunt van het College omschrijft.19x College voor de Rechten van de Mens. (2017). Onbeperkt Stemmen: Rapportage over de toegankelijkheid van verkiezingen voor mensen met een beperking, p. 10. Twee mensen uit het onderzoek hebben zelfs niet kunnen stemmen, omdat hun de gevraagde hulp werd onthouden.
      In totaal hadden bijna negen van de tien stemmers moeite met een of meer onderdelen bij de afgelopen verkiezingen. Over het geheel genomen zeggen ruim drie op de tien mensen met een visuele beperking die hebben gestemd, het moeilijk te hebben gevonden om hun stem uit te brengen. Ten opzichte van de andere onderzochte doelgroepen zijn blinden en slechtzienden degenen die bij het stemmen de meeste problemen ervaren.

      3.2.3 Toegankelijkheid voor mensen met een verstandelijke beperking

      Mensen met een (lichte of matige) verstandelijke beperking brachten relatief aanzienlijk minder vaak hun stem uit: minder dan de helft van hen heeft gestemd bij de laatste verkiezingen, waarbij 15% stemde via een volmacht. Van degenen die zelf hebben gestemd had 40% moeite om zich goed voor te bereiden op het stemmen, met name bij het lezen en begrijpen van praktische informatie over het stemmen. Ook vier op de tien (zelfstandige) stemmers ondervonden problemen in het stemlokaal zelf, vooral bij het lezen, begrijpen en invullen van het stembiljet. Een stembureau weten te vinden, te bereiken en te betreden was daarentegen voor bijna niemand een uitdaging.
      Het vooruitzicht van dergelijke obstakels in de voorbereiding en in het stemlokaal was ook voor volmachtstemmers en niet-stemmers de voornaamste reden om niet (zelf) te stemmen. Een deel van de niet-stemmers gaf aan geen interesse te hebben in politiek (28%).
      De focusgroepsgesprekken met deze doelgroep gaven eenzelfde beeld als de enquêteresultaten. Vooral de voorbereiding bleek toch erg moeilijk; het kost veel moeite om de verkiezingsprogramma’s van politieke partijen goed te begrijpen. Ook het grote stembiljet werd uitgesproken bekritiseerd. Een van de concreetste knelpunten was echter het geen recht hebben op hulp in het stemhokje. Men gaf hierbij aan dat het enige alternatief, iemand anders te machtigen, onzekerheid genereert en dat men hierbij niet meer de eigen regie over het stemmen houdt.

      3.2.4 Toegankelijkheid voor mensen met een psychische aandoening

      Mensen met een psychische aandoening rapporteerden relatief weinig obstakels bij het stemmen. Sommigen hadden problemen met een goede voorbereiding of in het stemlokaal zelf, bijvoorbeeld wanneer het erg druk was in het stemlokaal of de instructies niet duidelijk waren.

      3.3 Mogelijke verbeteringen volgens mensen met een beperking

      Aan de respondenten is ook gevraagd welke mogelijkheden zij zien om de toegankelijkheid bij verkiezingen te verbeteren.
      Gezien de hoeveelheid gerapporteerde knelpunten verbaast het niet dat blinden en slechtzienden nog veel mogelijkheden zien om dit te realiseren (slechts 5% van hen vond verbeteringen niet noodzakelijk).
      De grootste wens bij hen is om digitaal te kunnen stemmen, bijvoorbeeld middels een spraakcomputer (door 37% van alle respondenten met een visuele beperking genoemd).
      Een kwart van de mensen met een visuele beperking noemt hulp in het stemhokje als mogelijke verbetering, wat nog maar eens onderstreept dat stembureaumedewerkers niet altijd goed op de hoogte zijn van dit recht (of mogelijk erop wijst dat de doelgroep zelf ook nog niet altijd goed bekend is met deze mogelijkheid).
      Mensen met een lichamelijke beperking zien eveneens alternatieven om hun stem uit te brengen, maar naast digitaal stemmen zou een deel het ook prettig vinden om te kunnen stemmen per post. Dat geldt ook voor een aantal mensen met een psychische aandoening. Stemmen vanuit huis, bijvoorbeeld via DigiD of een app, kan volgens respondenten ook een prettige optie zijn.
      Mensen met een verstandelijke beperking hebben als grootste wens om hulp in het stemhokje toe te staan. 20% van alle mensen met een verstandelijke beperking (inclusief de niet in politiek geïnteresseerde niet-stemmers) wil volgens hun naaste graag geholpen worden in het stemhokje. Dit kwam ook duidelijk uit de focusgroepsgesprekken naar voren.
      Verder hebben verstandelijk beperkten behoefte aan verkiezingsprogramma’s in begrijpelijke taal. Overigens is dat een wens die ook op steun kan rekenen van mensen met een lichamelijke, visuele of psychische beperking. Een op de vijf respondenten met een visuele beperking vindt dat verkiezingsprogramma’s tevens toegankelijker kunnen worden wanneer ze in audio of in toegankelijke leesvorm beschikbaar worden gesteld. Andere suggesties zijn om het stembiljet in groter lettertype beschikbaar te stellen en om te letten op goede verlichting in het stembureau en de stemhokjes.

    • 4 Aanbevelingen College voor de Rechten van de Mens

      Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten heeft het College aanbevelingen gedaan aan het Ministerie van BZK, gemeenten en aan politieke partijen.20x College voor de Rechten van de Mens. (2017). Onbeperkt Stemmen: Rapportage over de toegankelijkheid van verkiezingen voor mensen met een beperking, p. 15. Een aantal van deze aanbevelingen betreft de manier waarop er gestemd kan worden. Het huidige stembiljet is vanwege zijn formaat slecht te hanteren en een kleiner stembiljet verdient aanbeveling. Daar bestaat overigens al een model voor: mensen die vanuit het buitenland stemmen maken al gebruik van een stembiljet in A4-formaat met op de bovenste helft de partijnamen en -logo’s en op de onderste helft een (optionele) mogelijkheid om via nummering een voorkeursstem uit te brengen.
      Dit betekent volgens het College echter niet dat de zoektocht naar alternatieven en verbeteringen om te stemmen gestaakt moet worden. Veel deelnemers aan het onderzoek zijn voorstander van digitaal stemmen, hetzij in het stembureau, hetzij vanuit huis. Een kanttekening hierbij is dat mogelijk niet iedereen gebaat is bij de invoering van digitaal stemmen. Bijvoorbeeld voor ouderen kan digitaal stemmen een obstakel zijn. Stemmen per post zou ook een optie kunnen zijn. Het is wellicht zelfs te overwegen om meerdere manieren van stemmen aan te bieden.
      Verder vraagt het College om stembureaumedewerkers goed te instrueren over de bestaande regels bij een verzoek om hulp in het stemhokje (met name voor blinden en slechtzienden) en om informatie over de verkiezingen in toegankelijke vorm en begrijpelijke taal beschikbaar te stellen.
      Meer implicaties heeft de oproep van het College om stemhulp in het stemhokje toe te staan voor mensen met een verstandelijke beperking. Dit vereist immers een wijziging van de Kieswet. Alleen al omdat de Kieswet niet in overeenstemming is met het VN-verdrag Handicap, is een wijziging hier volgens het College noodzakelijk.
      Maar ook op basis van de feedback van deelnemers aan het onderzoek, de focusgroepsgesprekken en de reacties vanuit het meldpunt mag duidelijk zijn dat juist deze doelgroep hulp in het stemhokje behoeft. Degenen die niet in staat zijn zonder hulp in het stemhokje te stemmen, hebben enkel nog de optie om te machtigen. Dit ondermijnt hun persoonlijke autonomie bij het uitoefenen van hun stemrecht.
      Het genoemde ‘beïnvloedingsargument’,21x Kamerstukken II 1987/88, 20264, nr. 3, p. 129. waarbij verondersteld wordt dat degene die bijstand verleent invloed kan uitoefenen op de keuze van de stemmer met een verstandelijke beperking, speelt een belangrijke rol in de besluitvorming in de Tweede Kamer. Toch lijkt dat irrelevant in het licht van het enige alternatief: de volmacht voor een andere persoon. Die vult namens – maar zonder de aanwezigheid van – de stemmer het stemformulier in. Machtigen betekent zowel het verliezen van het stemgeheim, het verliezen van de autonomie, als de onzekerheid of de gemachtigde wel de opgedragen stem invult.
      De angst voor dwingende bijstandverleners in het stemhokje – denk bijvoorbeeld aan een dominant familielid, een lokale religieus leider of een lid van een politieke partij – is niet voorbehouden aan de groep verstandelijk beperkten, maar kan eveneens van toepassing zijn op mensen met een lichamelijke of visuele beperking die al wel bijstand mogen krijgen. Een ander argument dat laatstgenoemden door stembureaumedewerkers duidelijker te herkennen zouden zijn dan mensen met een verstandelijke beperking, is vooral erg stereotyperend. Overigens is in het stembureau geen bewijs vereist dat aangeeft dat men een lichamelijk beperking heeft en dus aanspraak kan maken op hulp in het stemhokje.
      Ook de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) evalueerde de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017. De OVSE geeft in haar evaluatierapport als een van de belangrijkste aanbevelingen mee om overeenkomstig het VN-verdrag Handicap de wetgeving op dit punt gelijk te trekken, door mensen met een verstandelijke beperking het recht te verlenen op hulp in het stemhokje door een persoon naar eigen keuze.22x Het rapport is te raadplegen via www.osce.org/odihr/elections/netherlands/321821.

    • 5 Op weg naar de gemeenteraadsverkiezingen 2018

      Gaat het stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart 2018 nu toegankelijker worden? Het heeft er enige schijn van, hoewel zeker nog de nodige inspanningen hiervoor moeten worden verricht. Op 14 september 2017 debatteerde de Tweede Kamer over de evaluatie van de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen. Het thema toegankelijkheid stond hoog op de agenda van de woordvoerders en de oproep om verbeteringen voor met name mensen met een visuele en/of verstandelijke beperking was duidelijk.
      Zo zal er een aangepast stembiljet moeten komen. Demissionair minister Plasterk (BZK) ziet in het stembiljet voor buitenland-stemmers het ideale model om in te voeren in eigen land. Niet alleen is dit handzamer en toegankelijker voor blinden en slechtzienden dan het huidige biljet (vanwege opties voor braille en/of een mal), maar ook het stemmen tellen kan hiermee sneller. De minister ziet zich echter niet meer in de positie hier zelf stappen in te ondernemen en laat dit aan het volgende kabinet over. Dat geldt ook voor het vervolgonderzoek naar manieren om elektronisch te stemmen. Wel zegde de minister toe gemeenten er nog eens op te wijzen hoe het stemlokaal moet worden ingericht voor blinden en slechtzienden, en eventueel met hen in gesprek te gaan over hoe toereikend de huidige maatregelen zijn. Het aanpassen van het stembiljet en het betrekken van mensen met een visuele beperking zijn in lijn met het VN-verdrag Handicap en de aanbevelingen van het College en de OVSE.
      De minister toonde zich minder oplossingsgericht als het aankomt op het toekennen van hulp in het stemhokje voor verstandelijk beperkten en laat dit eveneens aan zijn opvolger over. Bovendien was een eerder amendement hierover al afgewezen. Een ruime meerderheid van de politieke partijen had echter voorafgaand aan de Tweede Kamerverkiezingen aangegeven nu juist wel voorstander te zijn.23x Op de Landelijke Kiezersdag, die plaatsvond op 11 februari 2017, zie bijvoorbeeld www.vgn.nl/artikel/25065.
      Er is in ieder geval een motie aangenomen om te onderzoeken welke maatregelen genomen kunnen worden om de belemmeringen voor mensen met een visuele beperking zo veel mogelijk weg te nemen en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren.24x Kamerstukken II 2016/17, 31142, nr. 72. Vooralsnog blijft het bij deze stap die moet uitwijzen of de komende verkiezingen daadwerkelijk toegankelijker gaan worden.

    Noten

    • 1 Zie bijvoorbeeld https://www.mensenrechten.nl/toegelicht/stemmen-met-een-beperking-wat-zijn-je-rechten.

    • 2 Het onderzoeksrapport in opdracht van BZK uitgevoerd door Cebeon en PBTconsult, is te raadplegen via www.cebeon.nl/toegankelijkheid-van-stemlokalen/.

    • 3 En in Caribisch Nederland voor de eilandsraden.

    • 4 Specifiek voor gemeenteraadsverkiezingen en verkiezingen voor het Europees Parlement.

    • 5 Art. 54, lid 2, Grondwet (oud): ‘Van het kiesrecht is uitgesloten: (…) hij die krachtens onherroepelijke rechterlijke uitspraak wegens een geestelijke stoornis onbekwaam is rechtshandelingen te verrichten.’

    • 6 Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, 29 oktober 2003, AB 2003/463, m.nt. PJS.

    • 7 Art. 3, onderdeel a en f, IVRPH.

    • 8 Art. 29, onderdeel a, onder i, IVRPH.

    • 9 Art. 29, onderdeel a, onder ii, IVRPH.

    • 10 Art. 29, onderdeel a, onder iii, IVRPH.

    • 11 De interpretatieve verklaring is te raadplegen via https://treaties.un.org/doc/Publication/CN/2016/CN.489.2016.Reissued.14072016-Eng.pdf.

    • 12 Art. J 4 Kieswet. Een aanpassing, n.a.v. een recente Tweede Kamer-motie, om te realiseren dat bij volgende verkiezingen 100% van alle stemlokalen toegankelijk is, wordt overgelaten aan het nieuwe kabinet.

    • 13 Het onderzoeksrapport en bijbehorende documenten zijn te raadplegen op de website van het College voor de Rechten van de Mens.

    • 14 Mensen met een visuele beperking zijn onvoldoende vertegenwoordigd in panels. Zij zijn ondervraagd op de ZieZo-beurs, een landelijke beurs voor mensen met een visuele beperking en bedrijven die hulpmiddelen ontwikkelen.

    • 15 Voor mensen met een verstandelijk beperking uit het Panel Samen Leven is de vragenlijst ingevuld samen met/door een naaste.

    • 16 Het responspercentage betrof 61%. Dit is exclusief de respondenten met een visuele beperking die via de beurs ZieZo zijn benaderd. Hiervan is het responspercentage niet bekend.

    • 17 Zie ook de brief van het College voor de Rechten van de Mens aan demissionair minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, over het meldpunt toegankelijkheid verkiezingen, d.d. 31 maart 2017, te vinden op https://mensenrechten.nl/publicaties/detail/37676.

    • 18 Het is niet uit te sluiten dat dit te maken had met verschillen in belangstelling tussen stemmers en niet-stemmers met een beperking om deel te nemen aan het onderzoek.

    • 19 College voor de Rechten van de Mens. (2017). Onbeperkt Stemmen: Rapportage over de toegankelijkheid van verkiezingen voor mensen met een beperking, p. 10.

    • 20 College voor de Rechten van de Mens. (2017). Onbeperkt Stemmen: Rapportage over de toegankelijkheid van verkiezingen voor mensen met een beperking, p. 15.

    • 21 Kamerstukken II 1987/88, 20264, nr. 3, p. 129.

    • 22 Het rapport is te raadplegen via www.osce.org/odihr/elections/netherlands/321821.

    • 23 Op de Landelijke Kiezersdag, die plaatsvond op 11 februari 2017, zie bijvoorbeeld www.vgn.nl/artikel/25065.

    • 24 Kamerstukken II 2016/17, 31142, nr. 72.


Print dit artikel