Om_handicap_en_recht_1e_proef_pagina_1_large
Rss

Handicap & Recht

Over dit tijdschrift  

Meld u zich hier aan voor de attendering op dit tijdschrift zodat u direct een mail ontvangt als er een nieuw digitaal nummer is verschenen en u de artikelen online kunt lezen.

Aflevering 1, 2021 Alle samenvattingen uitklappen
Redactioneel

VN-verdrag: vijf jaar na ratificatie

Wat zijn de opbrengsten van vijf jaar ratificatie van het VN-verdrag Handicap in Nederland?

Auteurs Mr. D.C. Houtzager
Auteursinformatie

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is senior programmamanager bij ZonMw en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

Access_open De weg naar de erkenning van de Nederlandse Gebarentaal (NGT)

Wanneer, hoe en waarom zijn we begonnen met te vragen om erkenning van NGT?

Trefwoorden doof, NGT, Nederlandse Gebarentaal, erkenning, dovengemeenschap
Auteurs R. Cokart en T. Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1996 is er in opdracht van het Ministerie van VWS en het Ministerie van OCW een commissie ingesteld bestaande uit vijf horende en twee dove leden met als opdracht de regering te adviseren over de beste manieren om de Nederlandse Gebarentaal (NGT) officieel te erkennen. Ondanks alle inspanningen heeft het ruim dertig jaar geduurd voordat NGT eindelijk wettelijk erkend werd op 13 oktober 2020.
    In dit artikel beschrijven we de weg naar de wettelijke erkenning van NGT waaronder de komst van bovengenoemde commissie, de inhoud van het rapport en de directe gevolgen van het rapport. Sinds begin jaren tachtig leidt het wetenschappelijk onderzoek naar NGT, veranderingen in het dovenonderwijs en de emancipatie van de dovengemeenschap tot een nauwe samenwerking tussen de dovengemeenschap, professionals, ouders van dove kinderen en onderzoekers in een gezamenlijke inspanning om de dovengemeenschap te versterken en te streven naar de officiële erkenning van NGT.


R. Cokart
R. (Richard) Cokart is een native gebarentalige en linguïst en werkt als senior onderzoeker bij het Nederlands Gebarencentrum.

T. Schermer
T. (Tru‍de) Schermer is linguïst en voormalig directeur van het Nederlands Gebarencentrum en is sinds de jaren tachtig betrokken bij onderzoek naar NGT en bij het proces van erkenning van NGT.

    Op 21 april 2020 wees de Hoge Raad twee arresten over euthanasie bij dementie in de spraakmakende Koffie-zaak. De belangrijkste rechtsbronnen van de Hoge Raad waren de tekst en de parlementaire geschiedenis van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding uit 2002. De Hoge Raad heeft het Internationale Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap uit 2006 niet als rechtsbron gebruikt. Op grond van dat verdrag moet de handelingsbekwaamheid van personen met een handicap worden erkend en mag de wilsonbekwaamheid van deze personen niet worden gebruikt om hun zelfbeschikkingsrecht te beperken. Uit het commentaar van het Comité voor de Rechten van Personen met een Handicap op artikel 12 van het verdrag blijkt dat deze personen zo veel mogelijk moeten worden ondersteund bij het nemen van eigen beslissingen over alle aspecten van hun leven, wat in de Koffie-zaak niet is gebeurd.


Mr. dr. N. Rozemond
Mr. dr. N. (Klaas) Rozemond is universitair hoofddocent strafrecht Vrije Universiteit Amsterdam. Auteur van Het zelfgekozen levenseinde, Leusden: ISVW Uitgevers 2021.
Artikel

En nu mét mensen met een beperking

De Participatiewet en het ‘VN-verdrag Handicap’ in de praktijk

Trefwoorden Participatiewet, VN-verdrag Handicap, inspraak, Inclusieve arbeidsmarkt
Auteurs Dr. mr. J.H. Bosselaar
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2015 werd de Participatiewet ingevoerd. Met de invoering van de wet werden onder meer de Wajong, de Wet werk en bijstand en de Wet sociale werkvoorziening samengevoegd tot één regeling. Het doel hiervan was om de arbeidsintegratie van werkzoekenden, in het bijzonder van werkzoekenden met een handicap, te stroomlijnen en te verbeteren. Ruim vier jaar na invoering lieten diverse effectevaluaties zien dat de centrale doelstelling van de wet niet was gehaald. In dit artikel worden de resultaten van de Participatiewet geduid aan de hand van artikelen uit het boek Met andere ogen. Onderzoekers over vijf jaar Participatiewet, dat in 2020 verscheen. De centrale boodschap van dit artikel is dat wetgeving, zoals de Participatiewet, niet bijdraagt aan de verbetering van de positie van mensen met een beperking zolang zij niet nadrukkelijk in het discours rond de ontwikkeling en de implementatie van de wetgeving betrokken worden. Waar dit wel gebeurt en hun verhalen en belangen een volwaardige plaats in het debat krijgen, leidt dit tot praktijken die daadwerkelijk (kunnen) aansluiten bij de behoeften, wensen en uitdagingen van de betrokkenen. De ervaringen met de Participatiewet onderstrepen het belang, zoals in het VN-verdrag Handicap is neergelegd, dat bij de totstandkoming en implementatie van wet- en regelgeving voor mensen met een beperking, altijd met hen gesproken moet worden en niet over hen. Het betrekken van mensen met een beperking is een belangrijke voorwaarde om daadwerkelijk te komen tot een inclusieve arbeidsmarkt, ondersteund met adequate voorzieningen.


Dr. mr. J.H. Bosselaar
Dr. mr. J.H. (Hans) Bosselaar is docent/onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling Bestuurswetenschap en Politicologie. Correspondentie:
Artikel

Het standstillbeginsel en de uitvoering van het VN-Verdrag Handicap

Trefwoorden Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap, standstillbeginsel, Participatiewet, Kieswet, mensenrechten
Auteurs Mr. drs. E. Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Veel veranderingen die met het VN-verdrag Handicap worden beoogd, komen niet van de ene op de andere dag tot stand. Dat maakt ze echter niet vrijblijvend. Het internationaalrechtelijke standstillbeginsel leert dat verdragsstaten na het aangaan van dergelijke langetermijnverplichtingen niet mogen handelen op een wijze die afbreuk doet aan die verplichtingen. Een preliminair onderzoek in de database Legal Intelligence, dat ten grondslag ligt aan deze bijdrage, suggereert dat dit beginsel zelden aan bod komt bij de regelgeving en jurisprudentie omtrent de uitvoering van het VN-verdrag Handicap. Deze bijdrage laat daarnaast zien dat hier wel aanleiding toe is. Nederland heeft namelijk ten aanzien van ten minste twee verdragsverplichtingen die in deze bijdrage behandeld worden – de toegankelijkheid van het verkiezingsproces en de sociale zekerheid – wellicht tegen deze verplichtingen in gehandeld. Het aankaarten van deze lacune wordt bemoeilijkt doordat Nederland zich nog niet heeft aangesloten bij het optionele protocol bij het verdrag.


Mr. drs. E. Dijkstra
Mr. drs. E. (Erwin) Dijkstra is docent/onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Kleine kroniek van het VN-verdrag Handicap in de rechtspraak van het EHRM

Trefwoorden VN-Verdrag Handicap, EHRM, EVRM, doorwerking, mensenrechten
Auteurs Mr. G.J. Pulles
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) past regelmatig het VN-verdrag Handicap toe in zaken waarin de rechten van personen met een handicap in het geding zijn. Dit artikel geeft een overzicht van de uitspraken waarin het Verdrag een rol heeft gespeeld. Het inventariseert de rechtspraak waarin het Verdrag expliciet in de rechtsoverwegingen is aangehaald. Het komt tot de conclusie dat het gebruik van het Verdrag door het EHRM enerzijds een inconsistente indruk maakt. Het is niet gemakkelijk te achterhalen waarom het in sommige zaken een duidelijke rol speelt en in veel belangrijke andere zaken niet. Anderzijds blijkt uit de onderzochte rechtspraak dat het EHRM het Verdrag in toenemende mate gebruikt voor het aanscherpen van de normatieve inhoud van het EVRM en voor het invullen van een aantal belangrijke thema’s uit het internationale recht inzake personen met een handicap.


Mr. G.J. Pulles
Mr. G.J. (Gerrit Jan) Pulles is advocaat in Amsterdam en docent aan de Universiteit van Amsterdam.