Screenshot_2019-07-02_at_09.12.28_large
Rss

Maandblad voor Vermogensrecht

Meer op het gebied van Burgerlijk (proces)recht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 11, 2010 Alle samenvattingen uitklappen
Artikel

Uitleg van leverings- en vestigingsakten; een herbezinning waard?

Trefwoorden objectieve uitleg, Haviltex, leveringsakte, vestigingsakte, wils-vertrouwensleer
Auteurs Mr. P. Memelink
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2001 oordeelde de Hoge Raad dat bij onenigheid over de omvang van een overgedragen onroerende zaak of de vestiging van een beperkt recht, de notariële akte moet worden uitgelegd aan de hand van objectieve maatstaven. Op die wijze van uitleg is in de literatuur kritiek geuit, die de Hoge Raad vooralsnog geen aanleiding heeft gegeven om op zijn oordeel terug te komen. Twee zaken waarin de uitleg van een notariële leveringsakte aan de orde kwam, werden begin dit jaar afgedaan met art. 81 Wet RO. De ‘objectieve uitleg’ van een notariële vestigingsakte werd nogmaals bevestigd in een arrest van 22 oktober jongstleden. In dit artikel pleit de auteur voor herbezinning op de wijze van uitleg van notariële akten.


Mr. P. Memelink
Mr. P. Memelink is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht (afdeling civiel recht) van de Universiteit Leiden.
Artikel

Vormerkung en derdenbeslag op de koopsom

HR 8 oktober 2010, LJN BN1252 (Van den Berg/Bernhard)

Trefwoorden Vormerkung,, art. 7:3 lid 3 sub f BW, derdenbeslag, beslag op koopsom, verkoop registergoed
Auteurs Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit is het tweede arrest van de Hoge Raad over de Vormerkung van art. 7:3 BW. De Hoge Raad beslist dat de koper van een registergoed die de koop heeft laten inschrijven in de openbare registers alleen wordt beschermd in de gevallen die expliciet worden genoemd in het derde lid van art. 7:3 BW. Het geval van derdenbeslag onder de koper op de koopsom valt niet onder de limitatieve opsomming van dit derde lid. Dit betekent dat een koper die in weerwil van een onder hem gelegd derdenbeslag de volledige koopsom aan de notaris betaalt, ten tweede male moet betalen, nu aan de beslaglegger. De Hoge Raad lijkt en passant de mogelijkheid van derdenbeslag onder de koper op de koopsom te hebben aanvaard.


Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk
Mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk is als advocaat werkzaam bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

De bijzondere zorgplicht bij de opzegging van kredietovereenkomsten – zijn de zeven vette jaren van Rabobank/Aarding voorbij?

Trefwoorden kredietopzegging, redelijkheid en billijkheid, zorgplicht, proportionaliteit en subsidiariteit
Auteurs Mr. P.S. Bakker en Mr. dr. D. Haas
SamenvattingAuteursinformatie

    Ruim zeven jaar geleden wees het Hof Arnhem het arrest Rabobank/Aarding (JOR 2003, 267). In dit arrest oordeelde het hof onder meer dat de bijzondere zorgplicht van banken met zich brengt dat een kredietopzegging ten minste moet voldoen aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. In dit artikel wordt geconstateerd dat het hof daarmee een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd ter beoordeling van kredietopzegging. Tevens wordt de invloed van art. 2 van de algemene bankvoorwaarden op de invulling van de wel te hanteren maatstaf besproken en wordt stilgestaan bij het fenomeen van de bijzondere zorgplicht.


Mr. P.S. Bakker
Mr. P.S. Bakker is als advocaat/PSL werkzaam bij Houthoff Buruma te Amsterdam en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Mr. dr. D. Haas
Mr. dr. D. Haas is jurist bij de AFM en verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De assurantietussenpersoon en het verbod op provisie

Trefwoorden provisieverbod, beloning assurantietussenpersoon, belangenverstrengeling, oneerlijke handelspraktijken, verzekeringsovereenkomst
Auteurs Mr. S.Y.Th. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent heeft de minister van Financiën voorgesteld om voor bepaalde verzekeringsproducten een provisieverbod te introduceren. De ratio achter dit voorstel is dat voorkomen moet worden dat er prikkels voor de assurantietussenpersoon zijn om niet alleen in het belang van de klant te handelen. De regeling omtrent belangenverstrengeling, zoals neergelegd in art. 7:417 en 7:418 BW, en de regeling omtrent oneerlijke handelspraktijken (afd. 6.3.3A BW), leggen al de verplichting op de tussenpersoon om de klant te informeren over eigen belangen bij de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst. Een mogelijke belangenverstrengeling is geen probleem, mits de tussenpersoon hierover maar transparant is. Deze bepalingen bieden al meer soelaas dan gedacht.


Mr. S.Y.Th. Meijer
Mr. S.Y.Th. Meijer is als advocaat werkzaam bij NautaDutilh te Amsterdam.