M_en_m_omslag_large
Rss

Markt & Mededinging

Meer op het gebied van Europees recht en mededingingsrecht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 5, 2013 Alle samenvattingen uitklappen
Redactioneel

Doormodderen met doe-het-zelfeconomie

Auteurs Prof. dr. E.E.C. van Damme
Auteursinformatie

Prof. dr. E.E.C. van Damme
Eric van Damme is hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg en directeur van TILEC
Artikel

Het EU-concentratietoezicht in de steigers

Klein onderhoud of gemorrel aan het fundament?

Trefwoorden herziening concentratietoezicht, verwijzing, minderheidsdeelnemingen, zeggenschap
Auteurs Mr. R.A. Struijlaart LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste herziening van het EU-concentratietoezicht dateert alweer van ruim negen jaar geleden. Inmiddels heeft de Europese Commissie de eerste stappen gezet om een nieuwe herziening mogelijk te maken. De meest belangwekkende wijziging die de Commissie tot dusver heeft voorgesteld is de uitbreiding van het toepassingsbereik van de Verordening, zodat ook de verwerving van bepaalde minderheidsdeelnemingen die geen (uitsluitende of gezamenlijke) zeggenschap verschaffen onder de reikwijdte van de EU-concentratieverordening komt te vallen. De vraag kan worden gesteld of de Commissie hier niet met een kanon op een mug dreigt te willen schieten.


Mr. R.A. Struijlaart LLM
Robin Struijlaart is advocaat bij de Praktijkgroep Mededinging & Overheid van Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

EU-rechtelijk gestructureerd nationaal mededingingstoezicht

Nationale institutionele autonomie steeds meer een illusie?

Trefwoorden Effectiviteit, procedurele rechten, EVRM, nationale institutionele autonomie, Verordening 2003/1/EG
Auteurs Dr. P.J.M.M. van Cleynenbreugel
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de lidstaten formeel autonoom blijven bij het inrichten van nationale mededingingsautoriteiten, mag de constitutieve rol van het Europese Unierecht bij de organisatie en (her-)structurering van nationaal mededingingstoezicht niet onderschat worden. Geruggesteund door de vereisten van een ‘eerlijk proces’, kan het Hof van Justitie rechtstreeks de autonomie van de lidstaten beperken met het oog op de inrichting van een meer effectief nationaal mededingingstoezicht bij de toepassing van Europees mededingingsrecht. Uit de beperkte bestaande Europese rechtspraak kunnen in dat verband drie organisatorische modellen van toezicht gedistilleerd worden in overeenstemming waarmee nationale mededingingstoezichthouders zich mogen organiseren op grond van EU-recht.


Dr. P.J.M.M. van Cleynenbreugel
Pieter Van Cleynenbreugel is als universitair docent verbonden aan het Europa Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden. Dit artikel is gebaseerd op (een hoofdstuk van) het proefschrift tot het verkrijgen van de graad van doctor in de rechten dat de auteur op 3 september 2013 succesvol verdedigde aan de KU Leuven (België) en dat als titel draagt ‘From shared competences to institutional heteronomy. The constitutional architecture of supranationally structured market supervision’. Promotor van het proefschrift was prof. dr. Wouter Devroe, co-promotor prof. dr. Koen Geens.

Mr. T.M. Snoep
Martijn Snoep is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Jurisprudentie

Mars/Nestlé

Rb. ’s-Hertogenbosch 29 juli 2011, zaaknr. 232032-KG ZA 11-414 (Nestlé Nederland B.V./Mars Nederland B.V.)

Trefwoorden afscherming markt, civiele procedure, promotieprogramma, merkbaarheid
Auteurs Mr. P.D. van den Berg en Mr. W. Knibbeler
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2010 heeft Mars bij de onafhankelijke tankstations een Mars Ondernemersprogramma (het MOP) geïntroduceerd, om de verkoop van haar chocolade- en kauwgomproducten te vergroten. Het MOP voorziet o.a. in vergoedingen en bonussen voor tankstations die hun schapruimte invullen volgens de instructies van Mars en daarbij een prominente plaats reserveren voor Marsproducten. In 2011 voeren ruim 300 onafhankelijk opererende tankstationhouders een van de varianten van het MOP uit. Concurrent Nestlé start daarop een bodemprocedure en een kort geding, waarbij zij aanvoert dat Mars door middel van het MOP misbruik maakt van haar machtspositie op grond van artikel 24 Mw en het kartelverbod overtreedt zoals vervat in artikel 6 Mw. Nestlé vordert in kort geding dat het programma door Mars wordt gestaakt.Rb. ’s-Hertogenbosch 29 juli 2011, zaaknr. 232032-KG ZA 11-414 (Nestlé Nederland B.V./Mars Nederland B.V.)


Mr. P.D. van den Berg
Paul van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Mr. W. Knibbeler
Wilfred Knibbeler is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Jurisprudentie

Een gemengde sla van ondernemingsbegrip, toerekenbaarheid, beboeting en landbouwbeleid

Besluit van de NMa van 15 mei 2012, zaak 7036 (Paprika)

Auteurs Mr. P.V.F. Bos en Mr. M.J. Plomp
Auteursinformatie

Mr. P.V.F. Bos
Pierre Bos is advocaat bij BarentsKrans.

Mr. M.J. Plomp
Mariëtte Plomp is advocaat bij BarentsKrans.

Mr. M.J. Schaufeli
Mauricette Schaufeli is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

Mr. B. de Rijke
Bart de Rijke is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.