DOI: 10.5553/MvO/245231352020006809001

Maandblad voor OndernemingsrechtAccess_open

Artikel

UBO-registers in Nederland. It giet oan!

Trefwoorden Wwft, UBO, pseudo-UBO, UBO-register voor trusts, FGR
Auteurs
DOI
Toon PDF Toon volledige grootte
Auteursinformatie Statistiek
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.

Dit artikel wordt geciteerd in

      Op 27 september 2020 wordt het UBO-register in Nederland ingevoerd. Een UBO-register voor trusts en fondsen voor gemene rekening (FGR’s) volgt later in 2020. In deze bijdrage wordt ingegaan op het toepassingsbereik, het UBO-begrip en de openbaarheid van beide UBO-registers.

    • 1 Inleiding

      De strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering is van groot maatschappelijk belang. Misbruik via rechtspersonen en personenvennootschappen moet worden aangepakt. Vanuit de toezichthouders, zoals de Autoriteit Financiële Markten (AFM)en De Nederlandsche bank (DNB), wordt steeds intensiever op de (correcte) naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) ingezet. In toenemende mate zijn rechterlijke uitspraken te verwachten met betrekking tot niet-naleving van de Wwft door Wwft-instellingen (zoals de uitspraak van rechtbank Rotterdam 9 oktober 2019).1x Rb. Rotterdam 9 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8158, zie D.S. Kolkman, Wwft risicobeleid en risicomanagement voor de accountantsorganisatie, TvCo 2020, afl. 1, p. 29-34.

      Als het gaat om transparantie van rechtspersonen en personenvennootschappen is de UBO het kernbegrip. Een UBO is een ultimate beneficial owner of uiteindelijk belanghebbende van een entiteit. Kort gezegd is dit een natuurlijk persoon die gelden uit de entiteit ontvangt of die bepaalt waar de gelden van een entiteit naartoe gaan. Het gaat om de centrale personen die zich niet moeten kunnen ‘verschuilen’ achter een omhulsel van een juridische entiteit, maar kenbaar moeten zijn. De tendens is dan ook dat nationale wetgevers steeds meer wetgeving introduceren om anonimiseren (van vermogen) tegen te gaan. De basis van deze wetgeving ligt in de aanbevelingen en interpretatie daarvan van de Financial Action Task Force (FATF).2x Zie www.fatf-gafi.org.

      De eerste stap in het proces van inzichtelijk maken wie UBO’s zijn van een juridische entiteit is het UBO-register voor rechtspersonen en ondernemingen.3x Zie voor informatie van de Kamer van Koophandel www.kvk.nl/advies-en-informatie/top-5/de-belangrijkste-vragen-over-het-ubo-register. Later dit jaar volgt een tweede UBO-register, voor trusts en fondsen voor gemene rekening (FGR’s). Tot slot is er nog het wetsvoorstel Wet plan van aanpak witwassen. Dit wetsvoorstel is niet gebaseerd op Europese regelgeving, maar vormt een aanvulling op de kabinetsplannen voor een plan van aanpak om witwassen tegen te gaan.4x Zie brief van 30 juni 2019 met kenmerk 2019Z13803. Dit wetsvoorstel is bedoeld om misbruik van contant geld tegen te gaan, de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen Wwft-instellingen te vergroten en om mogelijkheden te ontwikkelen transactiemonitoring uit te besteden en transactiegegevens uit te wisselen.

      In deze bijdrage wordt ingegaan op de twee UBO-registers die dit jaar worden ingevoerd. Het eerste UBO-register, voor rechtspersonen en ondernemingen, treedt 27 september 2020 in werking. Het Handelsregisterbesluit 2008 moet daar nog op worden aangepast. Het tweede UBO-register, voor trusts en FGR’s, is gepland voor het najaar van 2020. Het toepassingsbereik, het UBO-begrip en de openbaarheid van beide registers worden met elkaar vergeleken.

      Het UBO-register is een verplichting voor de lidstaten van de Europese Unie, die voortvloeit uit de Vierde Europese anti-witwasrichtlijn.5x Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie, zie art. 30. De Europese anti-witwasrichtlijn is van toepassing op Europees Nederland. Caribisch Nederland heeft eigen regelgeving, die in grote lijnen overeenkomt met de Europese regelgeving.6x Wel is het UBO-begrip in Caribisch Nederland wat beperkter. Het economisch-belangcriterium maakt namelijk geen onderdeel uit van het UBO-begrip. Zie par. 2.2.

    • 2 Het eerste UBO-register: UBO-register voor rechtspersonen en ondernemingen

      2.1 Toepassingsbereik

      Het eerste UBO-register is van toepassing op rechtspersonen en ondernemingen zoals geregistreerd in het Nederlandse handelsregister.7x Art. 5 en 6 Handelsregisterwet 2007. Dit UBO-register had uiterlijk op 10 januari 2020 in Nederland gerealiseerd moeten zijn.8x Art. 67 Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU. In de eerste plaats worden in dit register UBO’s van kapitaalvennootschappen ingeschreven. Daarbij geldt een belangrijke uitzondering. Beursgenoteerde vennootschappen9x Een beursgenoteerde vennootschap is een uitgevende instelling die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten als bedoeld in de richtlijn transparantie of vergelijkbare internationale standaarden. Uitgangspunt is dat het gehele geplaatste aandelenkapitaal genoteerd is. en hun 100%-(klein)dochtervennootschappen hoeven geen UBO’s te registreren.10x Kamerstukken II 2018/19, 35179, nr. 3, p. 12. Andere NV’s en BV’s moeten wel hun UBO’s registreren, evenals een SE, EESV en ECV.11x Zie voor een bijdrage over het UBO-register en familiebedrijven M. Tydeman-Yousef & P.A. Anthoni, De UBO’s van familiebedrijven en de UBO-registratie, Vakblad Estate Planning 2020/61, p. 23-29. Geen registratieplicht geldt voor buitenlandse rechtspersonen met een vestiging of branch in Nederland. Ook eenmanszaken en publiekrechtelijke rechtspersonen hoeven geen UBO’s in te schrijven.

      Verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen moeten ook hun UBO’s registreren. Informele verenigingen zonder onderneming en verenigingen van appartementseigenaars hoeven geen UBO’s te registreren. Voor alle stichtingen geldt ook een UBO-registratieplicht,12x Zie voor het UBO-begrip bij stichtingen B. Snijder-Kuipers & S.G. Veenstra, (Nieuwe) verplichtingen voor stichtingen (II), WPNR 2020, afl. 7282, p. 363-365. algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s)moeten ook hun UBO’s registreren. Daarnaast geldt een UBO-registratieplicht voor alle personenvennootschappen (maatschap, VOF en CV). Kerkgenootschappen zijn ook verplicht hun UBO’s te registreren. De registratieplicht voor kerkgenootschappen13x UBO van een kerkgenootschap zijn de natuurlijke personen die bij ontbinding als rechtsopvolger worden benoemd, en als deze er niet zijn, de bestuurders, zie art. 3 lid 1 onder b Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. is tijdens het wetgevingsproces op grond van een amendement toegevoegd.14x Kamerstukken II 2019/20, 35179, nr. 9. Tot slot geldt ook een registratieplicht voor een rederij.

      De statutair bestuurders zijn verplicht hun UBO’s in het UBO-register te registreren. Voor de UBO’s geldt een meewerkplicht. Niet-naleving van deze verplichting kan worden gesanctioneerd met hechtenis van maximaal zes maanden, een taakstraf of een geldboete van maximaal EUR 21.750.15x Zie meer uitgebreid B. Snijder-Kuipers, Het UBO-register in Nederland gaat live!, Over de grens 2020, afl. 7, p. 12-16.

      2.2 UBO en pseudo-UBO

      De definitie van een UBO is niet vastgelegd in de Wwft,16x Het was vanuit staatsrechtelijk oogpunt zuiverder geweest de belangrijkste definitie van de Wwft in de wet vast te leggen en niet in een Uitvoeringsbesluit. maar in het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. De Europese wetgever heeft voor rechtspersonen en ondernemingen een definitie in de Europese anti-witwasrichtlijn opgenomen.17x Art. 3 lid 6 Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU. De Nederlandse wetgever heeft ervoor gekozen voor elke afzonderlijke rechtsvorm een eigen UBO-definitie te hanteren (die uiteraard gebaseerd is op de definitie uit de Europese anti-witwasrichtlijn). Het Uitvoeringsbesluit kent een specifieke UBO-definitie voor kapitaalvennootschappen,18x Art. 3 lid 1 onder a Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Deze definitie is ook van toepassing op een SE en ECV. kerkgenootschappen,19x Art. 3 lid 1 onder b Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen,20x Art. 3 lid 1 onder c Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Deze worden ‘overige rechtspersonen’ genoemd. en voor personenvennootschappen.21x Art. 3 lid 1 onder d Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Deze definitie is ook van toepassing op een rederij of een EESV.

      Kort gezegd is een UBO een natuurlijk persoon die (1) direct of indirect meer dan 25% van de aandelen of het stemrecht heeft, (2) direct of indirect meer dan 25% van het economisch belang houdt of (3) feitelijke zeggenschap heeft. Het is de bedoeling dat elk van deze genoemde categorieën wordt onderzocht om de UBO’s vast te stellen. Elke categorie kan tot een of meer UBO’s leiden. Slechts indien elk van de genoemde categorieën tot geen enkele UBO leidt, is elke statutair bestuurder van een rechtspersoon of elke beherend vennoot van een personenvennootschap pseudo-UBO.22x Art. 3 lid 6 Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. In de woorden van de Europese anti-witwasrichtlijn is dat de hoger leidinggevende, de zogenoemde ‘senior managing official’.23x Zie voor een overzicht van de implementatie van het UBO-register in elke Europese lidstaat, B. Snijder-Kuipers, UBO in Europe. Definition and registration in European countries (Preadvies voor de Vereniging voor Financieel Recht 2019; VDHI nr. 159), Deventer: Wolters Kluwer 2019. Indien een statutair bestuurder geen natuurlijk persoon maar een rechtspersoon is, zijn alle statutair bestuurders van de rechtspersoon elk een pseudo-UBO.24x Als dat ook weer een rechtspersoon is, wordt weer gekeken naar diens statutair bestuurder. Dat gaat zo door totdat uitgekomen wordt bij een statutair bestuurder die natuurlijk persoon is.

      Om zorg te dragen voor een up-to-date UBO-register wordt een terugmeldplicht ingevoerd voor Wwft-instellingen.25x Nieuw art. 10c Wwft. Aan Wwft-instellingen (zoals banken en accountants-, belastingadvies-, advocaten- en notariskantoren) wordt de verplichting opgelegd om bij discrepantie tussen de gegevens die bekend zijn bij de Wwft-instelling en de gegevens uit het UBO-register melding te maken bij de Kamer van Koophandel.26x Zie ook Snijder-Kuipers 2020. Wwft-instellingen zijn verplicht het UBO-register te raadplegen. Maar let op, het UBO-register heeft geen derdenwerking en een Wwft-instelling is verplicht naast het UBO-register nog minimaal één andere bron, bijvoorbeeld door het opvragen van gegevens bij de cliënt of het raadplegen van een van de systemen die in de markt worden aangeboden, te raadplegen om de UBO’s vast te stellen.27x Zie voor een praktische toepassing van de Wwft B. Snijder-Kuipers e.a., Werkboek WWFT/AML practice guide, Den Haag: Boom juridisch 2018.

      2.3 Openbaarheid

      Het UBO-register bestaat uit openbare en niet-openbare informatie. Op grond van de wijziging van de Vierde Europese anti-witwasrichtlijn is vastgelegd dat de openbare informatie door eenieder moet kunnen worden ingezien.28x Art. 30 lid 5 onder c Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU. De openbare informatie bevat: naam, geboortemaand en geboortejaar, woonstaat, nationaliteit en aard en omvang van het belang van elke UBO.

      De niet-openbare informatie van elke UBO is uitsluitend in te zien door opsporingsdiensten, zoals de politie en het openbaar ministerie. De niet-openbare informatie bestaat uit: geboortedag, geboorteplaats, geboorteland, adres, burgerservicenummer (BSN), fiscaal identificatienummer en afschriften waaruit blijkt welke natuurlijk persoon UBO is.

    • 3 Het tweede UBO-register: UBO-register voor trusts en FGR’s

      3.1 Toepassingsbereik

      De Europese anti-witwasrichtlijn schrijft voor dat elke lidstaat verplicht is een register aan te leggen voor trusts en soortgelijke juridische constructies.29x Art. 31 Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU. Uiterlijk 10 maart 2020 had dit register in Nederland geïmplementeerd moeten zijn.30x Art. 67 Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU. Net als bij het register voor rechtspersonen en ondernemingen is Nederland te laat met de implementatie. De Implementatiewet uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies31x Zie www.internetconsultatie.nl/ubotrust#:~:text=Dit%20wetsvoorstel%20strekt%20tot%20implementatie,de%20gewijzigde%20vierde%20anti%2Dwitwasrichtlijn. bevat een wetsvoorstel voor een UBO-register voor trusts. Nederland kent de trust als rechtsvorm niet.

      In dit wetsvoorstel zijn aanknopingspunten opgenomen op grond waarvan een trust in Nederland geregistreerd moet worden in het Trustregister.32x De reikwijdte is vastgelegd in art. 3 wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies. Voor de definitie van een trust is aangesloten bij het Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts. Het verdrag noemt de volgende kenmerken van een trust:

      1. De goederen van de trust vormen een afgescheiden vermogen en zijn geen deel van het vermogen van de trustee.

      2. De rechtstitel met betrekking tot de goederen van de trust staat ten name van de trust of ten name van een ander voor rekening van de trustee.

      3. De trustee heeft de bevoegdheid en de plicht, ter zake waarvan hij verantwoording schuldig is, om in overeenstemming met de bepalingen van de trust, de goederen van de trust te besturen en te beheren of erover te beschikken.33x Art. 2 Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts.

      Het Trustregister kent een systeem van enkelvoudige inschrijving.34x Art. 3 lid 2 wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies. Dat betekent dat een trust die in een Europese lidstaat geregistreerd is, niet in een andere lidstaat geregistreerd hoeft te worden (ook niet indien aan de nationale criteria voor registratie wordt voldaan).35x Voorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies, MvT, toelichting op art. 3. Een trust is verplicht zich in Nederland te registreren indien zich een van de volgende situaties voordoet: (1) de trustee woont in Nederland of is statutair gevestigd in Nederland, of (2) de trustee is buiten de Europese Unie woonachtig of gevestigd en namens de trust wordt in Nederland (a) een zakelijke relatie aangegaan of (b) onroerend goed verworven. Dit heeft tot gevolg dat entiteiten van buiten de Europese Unie wellicht in Nederland geregistreerd moeten worden. Niet is aangegeven in welk land registratie moet plaatsvinden als aan de criteria van meerdere lidstaten wordt voldaan, indien bijvoorbeeld vastgoed in zowel Duitsland als Nederland gelegen is. Dit lijkt vooralsnog een discretionaire bevoegdheid van de trust te zijn. Het lijkt logisch in een dergelijk geval de trust te registreren in het land waar het vastgoed de hoogste waarde heeft.

      Nederland heeft er vooralsnog voor gekozen om FGR’s aan te merken als ‘soortgelijke juridische constructies’. Dat betekent dat FGR’s ook verplicht zijn hun UBO’s in te schrijven in het UBO-register voor trusts.36x Art. 2 wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies. Onder FGR’s vallen zowel de open als de besloten fondsen voor gemene rekening. De materiële kenmerken van de constructie zijn bepalend (en dus niet de benaming) voor de kwalificatie als FGR. Een FGR heeft een viertal kenmerken, te weten:

      1. het ontbreken van rechtspersoonlijkheid en niet zijnde een onderneming

      2. het bijeenbrengen van vermogen door de deelnemers

      3. het aanwenden van vermogen voor gezamenlijke deelneming; en

      4. het aanwenden van vermogen ten behoeve van de UBO’s.37x Art. 2 wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies en MvT, toelichting op art. 2.

      Het begrip ‘zakelijke relatie’ is in de Wwft als volgt gedefinieerd:38x Art. 1 lid 1 Wwft. zakelijke, professionele, of commerciële relatie tussen een instelling en een natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap die verband houdt met de professionele activiteiten van die instelling en waarvan op het tijdstip dat het contact wordt gelegd, wordt aangenomen dat deze enige tijd zal duren. Indien sprake is van een transactie (incidentele dienstverlening van de instelling) is inschrijving in het UBO-register voor trusts dus niet vereist.

      3.2 UBO en pseudo-UBO

      Het UBO-begrip voor trusts wijkt fundamenteel af39x Art. 3 lid 1 onder e Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. van het UBO-begrip voor rechtspersonen en personenvennootschappen. De UBO-definitie die voor trusts geldt, geldt ook voor FGR’s. De laatste wijziging van de Europese anti-witwasrichtlijn40x Wijziging van art. 3 lid 6 onder b, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU. levert een vijftal categorieën UBO voor een trust op, waarbij elke categorie kan leiden tot een of meer UBO’s. Net als voor het vaststellen van de UBO’s voor rechtspersonen en personenvennootschappen geldt ook hier dat UBO’s van de trust alle natuurlijke personen zijn die in een van de categorieën als UBO aangemerkt worden.

      De UBO-categorieën voor een trust of FGR zijn:

      1. de oprichters;

      2. de trustees;

      3. de protectors;

      4. alle beneficiaries; en

      5. de persoon met feitelijke zeggenschap.

      Een vergelijking tussen het UBO-begrip voor rechtspersonen en personenvennootschappen aan de ene kant en dat voor trusts en FGR’s aan de andere kant laat twee belangrijke verschillen zien.

      In de eerste plaats is het UBO-begrip voor trusts en FGR’s omvangrijker. Dat komt omdat er meer categorieën als UBO worden aangemerkt en vooral ook omdat bij een trust en FGR alle beneficiaries als UBO worden aangemerkt, terwijl bij rechtspersonen en personenvennootschappen een natuurlijk persoon pas UBO is bij een belang van meer dan 25%. Hoewel de Europese anti-witwasrichtlijn en het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 in artikel 3 lid 1 onder e voorziet in het benoemen van een groep van beneficiaries (bijvoorbeeld bij een familiebedrijf waar volstaan kan worden met het noemen van de familienaam in plaats van alle individuele familienamen), leidt dit niet alleen voor trusts, maar in de praktijk vooral ook voor FGR’s tot ongewenste effecten.

      Er is een groot aantal FGR’s met een omvangrijk aantal participanten waarvan de samenstelling frequent wijzigt. Het zal in de praktijk eenvoudig niet haalbaar zijn dergelijke wijzigingen op continue basis te registreren in het UBO-register. Het lijkt ook dat een FGR wat betreft de UBO-definitie niet gelijkgesteld moet worden aan een trust, maar veeleer aan een personenvennootschap. Dat sluit ook beter aan bij de aard van de FGR als juridische entiteit en kan eenvoudig in wetgeving worden geïmplementeerd door een FGR aan te duiden als entiteit die vergelijkbaar is met een personenvennootschap.41x Daarin is reeds voorzien in art. 3 lid 3 jo. lid 1 onder d Uitvoeringsbesluit Wwft 2018.

      In de tweede plaats kan bij een trust of FGR geen sprake zijn van een zogenoemde pseudo-UBO. Deze terugvaloptie, die de Europese wetgever heeft geïntroduceerd om zeker te stellen dat elke juridische entiteit ten minste één UBO kent, geldt op grond van het huidige Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 niet voor trusts en FGR’s. De regeling van de pseudo-UBO’s geldt op dit moment uitsluitend voor rechtspersonen en personenvennootschappen.42x Art. 3 lid 6 Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Aangezien ook voor een trust en een FGR geldt dat een UBO altijd een natuurlijk persoon is,43x Art. 3 lid 6 onder b Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU. De UBO-definitie voor trusts is gewijzigd bij de wijziging van de Vierde anti-witwasrichtlijn om aan te geven dat een natuurlijk persoon als UBO kwalificeert als aan een van de genoemde categorieën wordt voldaan. kan dit tot gevolg hebben dat een trust of FGR geen UBO heeft. Dat is het geval indien elk van de UBO-categorieën een rechtspersoon, personenvennootschap of andere juridische entiteit is. Bij een trust is de trustee bijvoorbeeld meestal een rechtspersoon en geen natuurlijk persoon. Het ligt voor de hand het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 op dit punt aan te passen. In lijn met de huidige tekst zou dan artikel 4 lid 6 Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 op zodanige wijze kunnen worden aangevuld dat de statutair bestuurder(s) van de trustee pseudo-UBO van de trust is (zijn).

      3.3 Openbaarheid

      De Europese wetgever heeft, vooralsnog, voor het UBO-register voor trusts voor een ander verplicht openbaarmakingsregime gekozen dan voor het UBO-register voor rechtspersonen en ondernemingen. Voor het UBO-register voor trusts geldt dat informatie van de UBO’s toegankelijk is voor (1) bevoegde autoriteiten en de Financial Intelligence Unit (FIU), (2) Wwft-instellingen, (3) (rechts)personen met een legitiem belang en (4) (rechts)personen die een indirecte zeggenschapsdeelneming houden in de trust of FGR. De Nederlandse wetgever kiest voor een register dat gedeeltelijk (naam, geboortemaand, geboortejaar, woonstaat, nationaliteit en aard en omvang van het belang) toegankelijk is voor eenieder door middel van internet.44x Art. 7 lid 1 Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.

      Het verschil met het UBO-register voor rechtspersonen en ondernemingen ligt in het feit dat de openbare informatie uit het UBO-register voor eenieder is in te zien en niet beperkt is tot (rechts)personen met een legitiem belang. Het verschil tussen beide criteria moet echter niet worden overschat, nu het UBO-register ook toegankelijk is voor Wwft-instellingen. Zolang er Wwft-instellingen zijn die niet gereguleerd zijn, zoals makelaars en handelaren in zaken van grote waarde, kan een persoon, al dan niet terecht, zich eenvoudig toegang verschaffen tot UBO-gegevens door (al dan niet terecht) te stellen dat deze persoon een Wwft-instelling is. Controle van deze grondslag zal voor de Kamer van Koophandel, als beheerder van het UBO-register, niet eenvoudig zijn.

    • 4 Tot slot

      Op 27 september 2020 wordt het UBO-register voor rechtspersonen en ondernemingen in Nederland operationeel. Nieuwe rechtspersonen en ondernemingen zullen bij eerste inschrijving in het handelsregister meteen hun UBO’s moeten opgeven. Bestaande rechtspersonen en ondernemingen45x Het gaat hier om ongeveer 1,7 miljoen registraties. hebben tot 27 maart 202246x Art. 57 lid 3 Handelsregisterwet 2007. de tijd hun UBO’s in het UBO-register te registreren. De praktijk kan zich daarop nu voorbereiden.

    Noten

    • 1 Rb. Rotterdam 9 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8158, zie D.S. Kolkman, Wwft risicobeleid en risicomanagement voor de accountantsorganisatie, TvCo 2020, afl. 1, p. 29-34.

    • 2 Zie www.fatf-gafi.org.

    • 3 Zie voor informatie van de Kamer van Koophandel www.kvk.nl/advies-en-informatie/top-5/de-belangrijkste-vragen-over-het-ubo-register.

    • 4 Zie brief van 30 juni 2019 met kenmerk 2019Z13803.

    • 5 Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie, zie art. 30.

    • 6 Wel is het UBO-begrip in Caribisch Nederland wat beperkter. Het economisch-belangcriterium maakt namelijk geen onderdeel uit van het UBO-begrip. Zie par. 2.2.

    • 7 Art. 5 en 6 Handelsregisterwet 2007.

    • 8 Art. 67 Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU.

    • 9 Een beursgenoteerde vennootschap is een uitgevende instelling die is onderworpen aan openbaarmakingsvereisten als bedoeld in de richtlijn transparantie of vergelijkbare internationale standaarden. Uitgangspunt is dat het gehele geplaatste aandelenkapitaal genoteerd is.

    • 10 Kamerstukken II 2018/19, 35179, nr. 3, p. 12.

    • 11 Zie voor een bijdrage over het UBO-register en familiebedrijven M. Tydeman-Yousef & P.A. Anthoni, De UBO’s van familiebedrijven en de UBO-registratie, Vakblad Estate Planning 2020/61, p. 23-29.

    • 12 Zie voor het UBO-begrip bij stichtingen B. Snijder-Kuipers & S.G. Veenstra, (Nieuwe) verplichtingen voor stichtingen (II), WPNR 2020, afl. 7282, p. 363-365.

    • 13 UBO van een kerkgenootschap zijn de natuurlijke personen die bij ontbinding als rechtsopvolger worden benoemd, en als deze er niet zijn, de bestuurders, zie art. 3 lid 1 onder b Uitvoeringsbesluit Wwft 2018.

    • 14 Kamerstukken II 2019/20, 35179, nr. 9.

    • 15 Zie meer uitgebreid B. Snijder-Kuipers, Het UBO-register in Nederland gaat live!, Over de grens 2020, afl. 7, p. 12-16.

    • 16 Het was vanuit staatsrechtelijk oogpunt zuiverder geweest de belangrijkste definitie van de Wwft in de wet vast te leggen en niet in een Uitvoeringsbesluit.

    • 17 Art. 3 lid 6 Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU.

    • 18 Art. 3 lid 1 onder a Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Deze definitie is ook van toepassing op een SE en ECV.

    • 19 Art. 3 lid 1 onder b Uitvoeringsbesluit Wwft 2018.

    • 20 Art. 3 lid 1 onder c Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Deze worden ‘overige rechtspersonen’ genoemd.

    • 21 Art. 3 lid 1 onder d Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Deze definitie is ook van toepassing op een rederij of een EESV.

    • 22 Art. 3 lid 6 Uitvoeringsbesluit Wwft 2018.

    • 23 Zie voor een overzicht van de implementatie van het UBO-register in elke Europese lidstaat, B. Snijder-Kuipers, UBO in Europe. Definition and registration in European countries (Preadvies voor de Vereniging voor Financieel Recht 2019; VDHI nr. 159), Deventer: Wolters Kluwer 2019.

    • 24 Als dat ook weer een rechtspersoon is, wordt weer gekeken naar diens statutair bestuurder. Dat gaat zo door totdat uitgekomen wordt bij een statutair bestuurder die natuurlijk persoon is.

    • 25 Nieuw art. 10c Wwft.

    • 26 Zie ook Snijder-Kuipers 2020.

    • 27 Zie voor een praktische toepassing van de Wwft B. Snijder-Kuipers e.a., Werkboek WWFT/AML practice guide, Den Haag: Boom juridisch 2018.

    • 28 Art. 30 lid 5 onder c Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU.

    • 29 Art. 31 Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU.

    • 30 Art. 67 Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU.

    • 31 Zie www.internetconsultatie.nl/ubotrust#:~:text=Dit%20wetsvoorstel%20strekt%20tot%20implementatie,de%20gewijzigde%20vierde%20anti%2Dwitwasrichtlijn.

    • 32 De reikwijdte is vastgelegd in art. 3 wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.

    • 33 Art. 2 Verdrag inzake het recht dat toepasselijk is op trusts en inzake de erkenning van trusts.

    • 34 Art. 3 lid 2 wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.

    • 35 Voorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies, MvT, toelichting op art. 3.

    • 36 Art. 2 wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.

    • 37 Art. 2 wetsvoorstel Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies en MvT, toelichting op art. 2.

    • 38 Art. 1 lid 1 Wwft.

    • 39 Art. 3 lid 1 onder e Uitvoeringsbesluit Wwft 2018.

    • 40 Wijziging van art. 3 lid 6 onder b, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU.

    • 41 Daarin is reeds voorzien in art. 3 lid 3 jo. lid 1 onder d Uitvoeringsbesluit Wwft 2018.

    • 42 Art. 3 lid 6 Uitvoeringsbesluit Wwft 2018.

    • 43 Art. 3 lid 6 onder b Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU. De UBO-definitie voor trusts is gewijzigd bij de wijziging van de Vierde anti-witwasrichtlijn om aan te geven dat een natuurlijk persoon als UBO kwalificeert als aan een van de genoemde categorieën wordt voldaan.

    • 44 Art. 7 lid 1 Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies.

    • 45 Het gaat hier om ongeveer 1,7 miljoen registraties.

    • 46 Art. 57 lid 3 Handelsregisterwet 2007.


Print dit artikel