Oenf_omslag_large
Rss

Onderneming en Financiering

Meer op het gebied van Ondernemingsrecht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 2, 2011 Alle samenvattingen uitklappen
Redactioneel

In dit nummer

Artikel

Loyaliteitsdividend bij beursvennootschappen; gerechtvaardigd?

Trefwoorden loyaliteitsdividend, Corporate Governance, loyaliteitsregeling, DSM-beschikking, loyaliteitsdividendregeling
Auteurs Mr. S.F. de Beurs
SamenvattingAuteursinformatie

    Al enige tijd gaan stemmen op in het Corporate Governance-debat om aandeelhouders, met name institutionele beleggers, meer te betrekken bij het reilen en zeilen van de vennootschap. De gedachte is dat loyaliteitsregelingen zoals loyaliteitsdividend – het toekennen van extra dividend aan trouwe aandeelhouders– hieraan kunnen bijdragen. In deze bijdrage wordt aan de hand van de door DSM in 2006 bedachte loyaliteitsregeling ingegaan op de vennootschapsrechtelijke mogelijkheden voor het introduceren van loyaliteitsdividend bij beursvennootschappen. Hiertoe wordt er allereerst ingegaan op de regeling die door DSM was opgesteld en de statutaire vereisten voor loyaliteitsdividend. Vervolgens bespreekt de auteur het beginsel van gelijke behandeling van aandeelhouders en wordt het model dat het HvJ EG hanteert voor toetsing aan publiekrechtelijke varianten van het gelijkheidsbeginsel behandeld. Daarna wordt er bezien hoe loyaliteitsdividend kan worden ingevoerd binnen een bestaande vennootschap. De bijdrage wordt afgesloten met een analyse omtrent het nut van wettelijke facilitering van loyaliteitsdividend.


Mr. S.F. de Beurs
Mr. S.F. de Beurs is werkzaam als advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Woningcorporaties: governance en compliance zonder aandeelhouders

Trefwoorden woningcorporaties, governance, governance code, compliance, integriteit
Auteurs Mr. P.J.B. Theeuwes
SamenvattingAuteursinformatie

    Goede governance is voor ondernemingen zowel in de marktsector als in de publieke sector een voorwaarde voor het vertrouwen dat een organisatie goed bestuurd wordt. Woningcorporaties kennen een eigen governance code: de Governance Code Woningcorporaties. Deze code is geïnspireerd door de Nederlandse Corporate Governance Code voor beursgenoteerde ondernemingen. Hoewel de woningcorporatie voor wat betreft haar governance veel gelijkenis vertoont met de beursgenoteerde onderneming, is er een belangrijk verschil: de afwezigheid van aandeelhouders. In deze bijdrage wordt ingegaan op de mate van compliance aan de governance code bij woningcorporaties. Hiertoe wordt allereerst de Governance Code Woningcorporaties kort besproken. Vervolgens wordt er stilgestaan bij de vraag of de aan- of afwezigheid van aandeelhouders een rol speelt bij de mate van compliance aan een governance code. In dit kader worden de beursvennootschappen en woningcorporaties met elkaar vergeleken. Ten slotte doet de auteur enkele aanbevelingen om een goede compliance aan de governance code door woningcorporaties te verbeteren. In dit kader wordt het begrip ‘integriteit’ geïntroduceerd als belangrijke factor om, naast compliance, behoorlijk bestuur te bewerkstelligen.


Mr. P.J.B. Theeuwes
Mr. P.J.B. Theeuwes is werkzaam bij de Autoriteit Financiële Markten.
Artikel

Mogelijkheden van bewijsvergaring; recente ontwikkelingen

Trefwoorden art. 21 Rv, art. 22 Rv, art. 162 Rv, art. 843a Rv, art. 3:15j BW
Auteurs Mr. G.J.R. Kalsbeek en Mr. P.N. Malanczuk
SamenvattingAuteursinformatie

    Gelijk hebben en gelijk krijgen zijn twee verschillende dingen. Bewijs is in dat verband van groot belang. Om een goede inschatting te kunnen maken van een rechtspositie en eventuele proceskansen is het belangrijk het beschikbare bewijs in kaart te brengen. In de praktijk is een ontwikkeling waar te nemen waarbij de mogelijkheden om bewijs te vergaren steeds ruimer worden toegepast. In deze bijdrage behandelen de auteurs de verschillende mogelijkheden om bewijs te vergaren die van belang zijn voor de ondernemingsrechtspraktijk, zowel tijdens als voorafgaand aan een procedure. In dit kader wordt aandacht besteed aan de eigen bevoegdheid van de rechter om informatie te verzoeken (art. 22 Rv), het voorlopig getuigenverhoor, de openlegging van boeken en bescheiden (art. 162 Rv), de vordering tot openlegging van de administratie (art. 3:15j BW) en de vordering tot inzage of afgifte van bescheiden (art. 843a Rv) alsmede het conceptwetsvoorstel op dat punt.


Mr. G.J.R. Kalsbeek
Mr. G.J.R. Kalsbeek is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.

Mr. P.N. Malanczuk
Mr. P.N. Malanczuk is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.
Artikel

De flex-bv fiscaal; een belangenstrijd zonder uitkomst

Trefwoorden Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht, winstrechtloze aandelen, stemrechtloze aandelen, aanmerkelijkbelangregeling, aansprakelijkheidsregeling bv
Auteurs Mr. H. Halma
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht heeft als doel meer vrijheid van inrichting en een eenvoudiger systeem van crediteurenbescherming voor de bv te creëren. In deze bijdrage worden diverse onderwerpen uit het wetsvoorstel waar de voorgestelde wijzigingen het fiscale recht direct raken, besproken. De regering is in de memorie van toelichting bij de invoeringswet met name ingegaan op de fiscale aspecten bij invoering van aandelen zonder stemrecht en aandelen zonder winstrecht. In de nota bij het wetsvoorstel is tevens de gewijzigde aansprakelijkheid van bestuurders en aandeelhouders in geval van ongeoorloofde uitkeringen door de bv aan bod gekomen. In deze bijdrage worden de fiscale aspecten van deze twee onderwerpen behandeld. In dit kader gaat de auteur allereerst in op de eigenschappen van de nieuwe soorten aandelen die van invloed kunnen zijn op de toepassing van een aantal fiscale regels. Achtereenvolgens komen vervolgens de volgende fiscale onderwerpen aan de orde: het (soort) aanmerkelijk belang, de verbondenheid in de vennootschapsbelasting, de deelnemingsvrijstelling en de fiscale eenheid. Hierna wordt de voorgestelde aansprakelijkheidsregeling van aandeelhouders en bestuurders in geval van ongeoorloofde uitkeringen besproken en worden de gevolgen van deze regeling voor de inkomstenbelasting van een bestuurder/aandeelhouder uiteengezet.


Mr. H. Halma
Mr. H. Halma is docent Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.