Oenf_omslag_large
Rss

Onderneming en Financiering

Meer op het gebied van Ondernemingsrecht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 1, 2018 Alle samenvattingen uitklappen
Redactioneel

Voorwoord

Praktijk

Het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’

Trefwoorden sanering van de kosten van wederkerige overeenkomsten, WHOA, hypothetisch faillissement, liquidatiewaarde versus going concern-waarde, ongelijke behandeling van schuldeisers
Auteurs Mr. B.S.J.M. van Gangelen en Mr. G.H Gispen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs aan de hand van een concrete casus in op het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’ (hierna: de WHOA). De auteurs staan stil bij een aantal materiële criteria waaraan het akkoord volgens de regels van de WHOA dient te voldoen en plaatsen daarbij enkele kanttekeningen. De auteurs concluderen dat de WHOA de schuldenaar – en soms ook de schuldeisers – een flexibel maar potentieel vérstrekkend instrument in handen geeft om met enige mate van precisie zijn bovenmatige kosten en schulden te saneren buiten surseance en faillissement.


Mr. B.S.J.M. van Gangelen
Mr. B.S.J.M. (Barbara) van Gangelen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

Mr. G.H Gispen
Mr. G.H. (Gerhard) Gispen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.
Casus

Na AkzoNobel: meer bescherming vereist voor beursvennootschappen?

Trefwoorden activistische aandeelhouder, overnamedreiging, beschermingsconstructies, enquêterecht, bescherming tegen overnames
Auteurs Dr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de uitspraak van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 29 mei 2017 inzake Elliott International L.P. c.s./AkzoNobel NV bespreekt de auteur in dit artikel de stand van zaken met betrekking tot de reikwijdte van de bevoegdheden en taken van de organen van een beursvennootschap in het kader van het perspectief van een mogelijke overname en soortgelijke situaties. Daarbij wordt ook ingegaan op de recente discussie of Nederlandse beursvennootschappen meer bescherming behoeven.


Dr. H. Koster
Dr. H. (Harold) Koster is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht.
Casus

De plannen van het kabinet-Rutte III met de (ondernemings)belastingen

Trefwoorden belastingplannen Rutte III, renteaftrek vennootschapsbelasting, dividendbelasting, innovatiebox, aanmerkelijk-belangheffing
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    De formatie van het kabinet-Rutte III heeft geleid tot een groot aantal fiscale plannen. Deze hebben ook gevolgen voor ondernemers. Zo krijgen ondernemingen te maken met wijzigingen in de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting, de inkomstenbelasting en een aantal andere belastingen. In het regeerakkoord is gezocht naar een balans tussen het tegengaan van belastingontwijking door grote ondernemingen, het in stand houden van een goed vestigingsklimaat, lastenverlichting voor iedereen en vergroening. Een en ander wordt in dit artikel besproken.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Praktijk

De betekenis van decharge voor stichtingbestuurders en -toezichthouders

Trefwoorden decharge, stichting, raad van bestuur/stichtingbestuurders, raad van toezicht/toezichthouders, tegenstrijdig belang
Auteurs Mr. M. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel neemt decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders onder de loep. Allereerst komt decharge bij vennootschappen (NV en BV) en de betekenis daarvan aan de orde. Daarna volgt een uiteenzetting van de wijze waarop stichtingen in de praktijk (kunnen) omgaan met decharge en de betekenis die daaraan kan worden toegekend. Afgesloten wordt met enkele suggesties over hoe de praktijk kan omgaan met decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders. Ik kom tot de conclusie dat voor stichtingen een wettelijke bepaling zoals voor de NV en BV in combinatie met (statutaire) modelregelingen tekort zal schieten. Het verdient mijns inziens aanbeveling om een algemene wettelijke bepaling over decharge op te nemen in het algemeen deel van Boek 2 BW.


Mr. M. de Jong
Mr. M. de Jong is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Praktijk

(On)mogelijkheden van verpanding van onderhanden werk

Enkele beschouwingen over verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de overeenkomst tot aanneming van werk

Trefwoorden ontstaansmoment, vorderingen, geneeskundige behandelingsovereenkomst, aanneming van werk, onderhanden werk
Auteurs Mr. M.R. van der Zee
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Famed/Kreikamp q.q., over de verpanding van onderhanden werk onder de geneeskundige behandelingsovereenkomst, geeft aanleiding voor een algemene beschouwing over de verpanding van ‘onderhanden werk’. Cruciaal voor een rechtsgeldige verpanding van onderhanden werk is of überhaupt een vordering uit hoofde van het onderhanden werk ontstaat. In het artikel wordt stilgestaan bij de overwegingen van de Hoge Raad in het arrest Famed/Kreikamp q.q. Vervolgens wordt ingegaan op de verpanding van onderhanden werk onder de overeenkomst van aanneming van werk en of in dat kader het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q. relevant kan zijn. Voorzichtig geconcludeerd wordt dat, voor zover partijen in de overeenkomst van aanneming van werk niets zijn overeengekomen over de vordering uit hoofde van onderhanden werk, aansluiting zou kunnen worden gezocht bij het oordeel van de Hoge Raad in Famed/Kreikamp q.q.


Mr. M.R. van der Zee
Mr. M.R. van der Zee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn in Den Haag.