DOI: 10.5553/PROCES/016500762022101004002

PROCESAccess_open

Artikel

Het online platform als megafoon

Berichten op sociale media over vrouwelijke en mannelijke professionals

Auteurs
DOI
Toon PDF Toon volledige grootte
Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Janine Janssen, Marit Hogervorst, Nathalie Denie e.a. , 'Het online platform als megafoon', PROCES 2022, p. 196-212

Dit artikel wordt geciteerd in

    • 1. Inleiding

      Onlineaanvallen, zoals haatberichten of bedreigingen, hebben ingrijpende gevolgen voor slachtoffers. Zij ervaren emotionele stress en vrezen voor hun persoonlijke veiligheid. Ze zijn bang dat de onlinehaat en -bedreigingen zich óók zullen gaan voordoen in de offlinewereld.1x Zie bijvoorbeeld: S. Akhtar & C.M. Morrison, The Prevalence and Impact of Online Trolling of UK Members of Parliament, Computers in Human Behavior 2019, 99, p. 322-327; M. Ferrier & N. Garud-Patkar, ‘TrollBusters: Fighting Online Harassment of Women Journalists’, in: J.R. Vickery & T. Everbach (eds.), Mediating misogyny, Cham: Palgrave Macmillan, 2018, p. 311-332. Onlinegeweld kan leiden tot vergelijkbare angstgevoelens als die veroorzaakt worden door geweld in de offlinewereld.2x J. Peterson & J. Densley, ’Cyber Violence: What Do We Know and Where Do We Go from Here?’, Aggression and Violent Behavior 2017, 34, p. 193-200. De wetenschappelijke literatuur over mannelijke en vrouwelijke professionals die slachtoffer zijn van onlinehaat is, zeker in Nederland, tot op heden schaars. De Nederlandse onderzoeken richten zich vooral op journalisten en politici als doelwit.3x L. Klein Kranenburg, J. Bouwmeester, L. van Noort, W. Ypma & B. de Jong, Monitor Integriteit en Veiligheid 2020, Amsterdam: I&O Research/Bureau BING, 2020; E. Linneman & M. Melchior, ‘Zo gaan vrouwelijke opiniemakers om met online haat en intimidatie, www.volkskrant.nl/wetenschap/zogaan-vrouwelijke-opiniemakers-om-met-online-haat-en-intimidatie~b1764a77/; K. Saris, K. & C. van de Ven, ‘Misogynie als politiek wapen’, www.groene.nl/artikel/misogynie-alspolitiek-wapen. Deze onderzoeken hebben vaak een anekdotisch karakter en maken geen vergelijking tussen de berichten gericht aan mannen en aan vrouwen. Het in dit artikel gepresenteerde onderzoek heeft ten doel meer kennis en inzicht te verkrijgen in mogelijke verschillen tussen de onlineberichten die over mannelijke en over vrouwelijke professionals worden geplaatst, de achtergronden ervan, hoe deze aanvallen worden ervaren door de slachtoffers en wat de motieven van de verzenders kunnen zijn.4x Het rapport is te vinden via www.ou.nl/onlineaanvallen. Onlineberichten over diverse professionals zijn onderzocht: politici, burgemeesters, wetenschappers en advocaten. De centrale vragen voor het onderzoek luidde:

      Verschillen de onlineaanvallen die vrouwelijke professionals ontvangen van de berichten die mannelijke professionals ontvangen, welke impact hebben zij op de professionals en wat zijn de achtergronden van verzenders en ontvangers?

      In paragraaf 1 wordt stilgestaan bij het theoretisch kader. In de tweede paragraaf wordt de methodologie beschreven. Vervolgens worden in paragraaf 3 de resultaten weergegeven. Het artikel wordt afgesloten met een conclusie en punten voor discussie.

    • 1. Theoretisch kader

      1.1 De ontvangers: de zichtbaarheid en toegankelijkheid van professionals

      Het internet maakt personen op grotere schaal zichtbaar en toegankelijk dan in de offlinewereld het geval is. Directe vormen van communicatie, zoals het gebruik van e-mail of Skype, en tweeten (een bericht plaatsen op het sociale mediaplatform Twitter) leiden daarbij tot een verhoogd risico op onlinebedreiging en cyberstalking.5x E.R. Leukfeldt & M. Yar, ‘Applying Routine Activity Theory to Cybercrime: A Theoretical and Empirical Analysis’, Deviant Behavior 2016, 37(3), p. 263-280; J. van Wilsem, ‘Digitale en traditionele bedreiging vergeleken’, Tijdschrift voor Criminologie 2010, 52(1), p. 73-87. Professionals zoals burgemeesters, wetenschappers en advocaten zijn online vaak goed zichtbaar en benaderbaar. Dit komt omdat professionals vaak zelf actief zijn, bijvoorbeeld op een platform als Twitter, maar ook door nieuwsberichten of -artikelen die aandacht aan hen besteden. Op een sociaal mediabericht dat geplaatst is door een professional kan doorgaans direct gereageerd worden. Onder onlinenieuwsberichten en -artikelen die over professionals geschreven worden kan meestal een reactie geplaatst worden. Tot slot bieden veel sociale mediaplatformen de mogelijkheid om een gebruiker een privébericht te sturen. Het internet heeft professionals dichter naar de het publiek gebracht, waardoor eerdere barrières zijn verdwenen.6x W. van der Wagen, J.J. Oerlemans & M. Weulen Kranenbarg, Basisboek Cybercriminaliteit: Een Criminologisch Overzicht voor Studie en Praktijk, Den Haag: Boom criminologie 2020.

      1.2 Gender

      De gender role theory stelt dat verschillen in gedrag tussen mannen en vrouwen7x Inmiddels worden er meerdere genders onderscheiden. In dit onderzoek staat echter het verschil tussen mannen en vrouwen centraal. het gevolg zijn van sociale rollen.8x A.H. Eagly, W. Wood & A.B. Diekman, ‘Social Role Theory of Sex Differences and Similarities: A Current Appraisal’, in: T. Ecks & H. M. Trautner (eds.), The Developmental Social Psychology of Gender, Malwah: NJ: Erlbaum 2000, p. 123-174. Van vrouwen wordt verwacht dat ze rollen vervullen die meer in dienst staan van de gemeenschap. Eigenschappen die hiermee geassocieerd worden zijn; vriendelijk, onzelfzuchtig en verzorgend zijn. Van mannen, daarentegen, wordt verwacht dat zij autonome rollen vervullen, die onafhankelijkheid, dominantie en assertiviteit vergen.9x S.B. Shimanoff, ‘Gender Role Theory’, in: S.W. Littlejohn & K.A. Foss (eds.), Encyclopedia of Communication Theory, Thousand Oaks: SAGE Publications 2009, p. 434-436. Mannen en vrouwen worden veelal beloond als zij zich naar hun genderrol gedragen, en gestraft als zij dit niet doen. Het bekrachtigen van gedrag kan expliciet plaatsvinden, in de vorm van een verbale afkeuring, maar ook subtiel, zoals door lachen of fronsen.10x A.H. Eagly & W. Wood, ‘Social Role Theory’, in P.A.M. van Lange, A.W. Kruglanski & E.T. Higgins (eds.), Handbook of Theories of Social Psychology, Thousand Oaks: Sage Publications 2012, p. 458-476. Deze mechanismes kunnen leiden tot een selffulfilling prophecy, waarbij mensen zich gaan gedragen naar wat van hen verwacht wordt, wat de genderrollen in stand houdt.11x Shimanoff 2009.
      De role congruity theory bouwt verder op deze gender role theory. Sommige rollen die vrouwen aannemen botsen met de verwachtingen die aan hen worden gesteld. Wanneer vrouwen een leidinggevende functie vervullen, kan dit botsen met het stereotype beeld van de vrouw. Vrouwen worden geassocieerd met afhankelijkheid en zorgzaamheid, terwijl van leiders wordt verwacht dat ze assertief, rationeel en dominant zijn; kenmerken die juist in verband worden gebracht met masculiniteit.12x S.G.U. Brown, A.F. Stuhlmacher & M.M. Keegin, ‘Job Role Congruence and Gender’, in: A.C. Michalos (ed.), Encyclopedia of Quality of Life and Well-being Research, New York: Springer 2014, p. 3448-3451. De role congruity theory stelt dat er twee vooroordelen bestaan jegens vrouwen met een leidinggevende rol. Ten eerste worden vrouwen minder bekwaam geacht dan mannen om leiding te geven, omdat het vermogen om leiding te geven meer bij de rol van mannen zou passen. Ten tweede worden vrouwelijke leiders ook in de praktijk negatiever beoordeeld, omdat leidinggevend gedrag minder wenselijk wordt geacht bij vrouwen. Om bekwaam gevonden te worden voor leidinggevende rollen moeten vrouwen zich zelfverzekerd en competitief opstellen. Zij worden dan echter tegelijkertijd als onsympathiek, egoïstisch en vijandig gezien, omdat dat gedrag afwijkt van hoe vrouwen zich zouden behoren te gedragen.13x L.A. Rudman & J.E. Phelan, ‘Backlash Effects for Disconfirming Gender Stereotypes in Organizations’, Research in Organizational Behavior 2008, 28(3), p. 61-79. Ondanks de positieve aandacht die vrouwelijk leiderschap de afgelopen jaren heeft gekregen, lijkt er op dit punt nog veel verbetering mogelijk, zoals ook het hier besproken onderzoek zal aantonen.
      Krook stelt dat de politiek nog altijd wordt gezien als een mannendomein, ondanks dat er wereldwijd steeds meer vrouwen een functie als politicus vervullen.14x M.L. Krook, ‘Violence against Women in Politics’, Journal of Democracy 2017, 28(1), p. 74-88; ­World Economic Forum, Global Gender Gap Report 2021, www3.weforum.org/docs/WEF_GGGR_2021.pdf. Masculiniteit vormt hierbij het criterium waar je als politicus aan moet voldoen, met als gevolg dat vrouwelijke politici te maken krijgen met vooroordelen en negatief commentaar.15x M.C. Schneider & A.L. Bos, ‘The Application of Social Role Theory to the Study of Gender in Politics’, Advances in Political Psychology 2019, 40(1), p. 173-213. Vrouwen zijn wereldwijd nog steeds ondergerepresenteerd in de politiek, met slechts 26,1% vrouwelijke parlementsleden wereldwijd en 81 landen die, net als Nederland, nog nooit een vrouwelijk staatshoofd of regeringsleider hebben gehad.16x World Economic Forum 2021.
      Op basis van de hiervoor besproken theorieën over genderrollen zou verwacht kunnen worden dat vrouwelijke en mannelijke professionals andersoortige onlinebedreigingen ontvangen, gerelateerd aan hun genderrol. Mannelijke leiders gedragen zich over het algemeen niet in strijd met hun genderrol. Verwacht wordt dat zij daarom vooral kritiek op inhoudelijke beslissingen zullen ontvangen. Vrouwelijke leiders daarentegen, gedragen zich per definitie op een manier die in strijd is met hun genderrol. De verwachting is dat de aanvallen aan hen persoonlijker en gendergericht zullen zijn.

      1.3 De verzenders: het onlinedisinhibitie-effect

      Naast het feit dat het internet professionals dichter bij de mensen brengt, doet zich online ook een zekere ontremming voor, het zogenoemde ‘disinhibitie-effect’.17x J. Suler, ‘The Online Disinhibition Effect’, Cyberpsychology & Behavior 2004,7(3), p. 321-326. Het effect is positief als mensen zich online, in tegenstelling tot in de offlinewereld, wél durven te uiten. Dat geeft ruimte die zij niet hadden voordat internet bestond. Het effect is negatief als mensen onlinehaat en -bedreigingen gaan verspreiden, terwijl zij dit offline niet doen. Suler noemt zes factoren die samengaan met het onlinedisinhibitie-effect.
      De eerste factor is dissociative imagination. Mensen hebben het idee dat er geen relatie bestaat tussen de online- en offlinewereld, en dat hun onlinegedrag dus geen gevolgen heeft in de offlinewereld.
      De tweede factor, dissociative anonimity, bouwt hierop voort. Mensen zien hun online‘persoon’ daadwerkelijk als een ander individu dan hun offline‘persoon’. Hierdoor voelen ze zich minder verantwoordelijk voor hun eigen gedrag online.
      De derde factor betreft invisibility. Online kan men elkaar vaak niet zien. Lichaamstaal is daardoor onzichtbaar en men weet dus niet hoe de ander reageert op wat er gebeurt of wordt gezegd.
      Ten vierde asynchronicity. Online bestaat er vertraging tussen een uitspraak en een antwoord daarop, waardoor niet direct zichtbaar is wat voor effect wat men zegt heeft. Deze factor geldt alleen bij direct contact tussen twee personen, en is dus niet van toepassing op het in dit artikel besproken onderzoek.
      De vijfde factor is solipsistic introjection. Doordat de ander onzichtbaar is, is het mogelijk om je een bepaalde voorstelling te maken van die persoon (die niet noodzakelijkerwijs hoeft te kloppen). Op deze manier communiceer je met de ander vanuit de verwachtingen die je zelf over die persoon hebt gecreëerd.
      De zesde en laatste factor is minimization of status and authority. Online zijn mensen gelijkwaardiger, waardoor de drempel om je mening te uiten lager is. Online bewegen mensen zich dus anders dan offline.18x Suler 2004.
      In de offline wereld letten mensen steeds op hun eigen (non-verbale) gedrag en op dat van anderen. Zo krijgen we constant feedback van anderen op ons eigen gedrag en op wat we zeggen. In face-to-facecontact kan een afkeurende blik duidelijk maken dat iets niet goed gaat of dat wat er wordt gezegd niet deugt. Zulke signalen ontbreken echter grotendeels in de onlinewereld. Online hebben zijn mensen zich er niet altijd van bewust als zij zich ongepast gedragen.19x B.J. Voggeser, R.K. Singh & A.S. Göritz, ‘Self-control in Online Discussions: Disinhibited Online Behavior as a Failure to Recognize Social Cues’, Frontiers in Psychology 2018 8, article 2372.
      Het onlinedisinhibitie-effect kan dus een belangrijke rol spelen bij de motivaties voor en de praktijk van onlinehaat en -bedreigingen.

    • 2 Methoden

      2.1 De berichten

      Voor dit onderzoek zijn onlineberichten aan in totaal twaalf professionals op sociale media verzameld: zes politici, twee burgemeesters, twee wetenschappers en twee advocaten. Steeds is getracht om binnen de professies naast een vrouwelijke geadresseerde een mannelijke geadresseerde te vinden die op een aantal kenmerken overeenkwam met zijn vrouwelijke evenknie. Zo zijn aanvallen op zowel een vrouwelijke als een mannelijke burgemeester verzameld, in steden van vergelijkbare grootte. Iets soortgelijks geldt voor de advocaten, de wetenschappers en de politici. Bij de politici zijn steeds een mannelijke en een vrouwelijke politicus van dezelfde partij genomen, of van twee partijen die zich ongeveer op dezelfde hoogte op het politieke spectrum bevinden (links versus rechts). Op deze wijze is getracht om een vergelijking tussen vrouw en man per professie mogelijk te maken.
      Tijdens een vooronderzoek is naast de selectie van de professionals tevens een selectie gemaakt van de te onderzoeken platforms. Op basis hiervan is besloten de berichten over de professionals te verzamelen op Twitter, Facebook en GeenStijl. Op elk platform is op achternaam en/of accountnaam van de professional gezocht. Er werd ‘teruggekeken’ vanaf 31 december 2020 tot er vijftig onlineaanvallen gericht aan of over de professional onder een enkel bericht genoteerd waren. Op GeenStijl bleken minder frequent berichten te verschijnen dan op Twitter en Facebook. Om die reden is het jaartal 2020 in sommige gevallen losgelaten voor dit platform. Op GeenStijl was het niet mogelijk om voor elk soort professional berichten te verzamelen. Toch is ervoor gekozen om GeenStijl bij het onderzoek te betrekken, omdat dit bij uitstek een website is waarop anonieme haat en bedreigingen geuit worden. Elk sociaal mediaplatform en webforum heeft richtlijnen en huisregels. Alle drie de gekozen platforms/fora benadrukken dat iedereen zich moet kunnen uiten zoals hij wil en dat open gesprekken met verschillende meningen en overtuigingen aangemoedigd worden. Bij berichten die haatdragend zijn, geweld oproepen of op een andere manier de regels schenden, kunnen de drie platforms berichten verwijderen of accounts permanent opschorten. Op Twitter en Facebook zijn deze verwijderde reacties niet meer terug te halen. Op GeenStijl zijn verwijderde reacties te herkennen aan de term ‘weggejorist’. Als een account verwijderd is, wordt ook de term ‘opgerot’ vermeld. Als gevolg van dit beleid zijn de heftigste berichten niet terug te vinden op de platforms, en dus ook niet in dit onderzoek meegenomen. Desalniettemin zijn er toch diverse haatdragende of bedreigende berichten gevonden. Bij de analyse van de berichten is een onderscheid gemaakt tussen ‘inhoudelijke berichten’ en ‘onlineaanvallen’.20x Zie paragraaf 3 voor voorbeelden. Inhoudelijke berichten gaan over de activiteiten van de professional of over wat hij of zij heeft gezegd of geschreven. De onlineaanvallen zijn onderverdeeld in ‘uiterlijk’ (specifieke uiterlijke kenmerken worden genoemd), ‘belediging’ (uiting die de eer of goede naam aantast), ‘bedreiging’ (iemand iets ergs toewensen of zelf de intentie hebben iets ergs te laten gebeuren), en ‘sekse/gendergerelateerd’ (berichten waarin gefocust wordt op de stereotype kenmerken die worden toegeschreven aan mannen en vrouwen). Het onderzoek richtte zich vooral op de onlineaanvallen; de inhoudelijke berichten zijn uitsluitend in het onderzoek meegenomen om het percentage aanvallen af te zetten tegen het totaal aantal ontvangen berichten.

      2.2 De interviews

      Interviews zijn afgenomen bij twee wetenschappers en twee burgemeesters (bij beide groepen een man en een vrouw). Alle vier hadden te maken met onlineaanvallen.21x Zie paragraaf 4 voor een bespreking van de beperkingen aan het onderzoek, waaronder de beperkingen in de selectie en de aantallen van de deelnemers.. Verschillende politici en advocaten zijn benaderd, maar gaven geen gehoor of gaven aan niet mee te willen werken. De professionals zijn geselecteerd uit een persoonlijk netwerk, dan wel gevonden via andere contacten. De geïnterviewden zijn, met uitzondering van één respondent, anderen dan de professionals over wie berichten zijn verzameld op de platforms. Zij zijn via e-mail benaderd en het gesprek vond online plaats. Alle professionals wilden anoniem blijven. De interviews werden afgenomen met behulp van een topiclijst en hadden een semigestructureerd karakter, waarbij er voldoende ruimte was voor de eigen inbreng van de professional. De interviews duurden ongeveer een halfuur en werden, met toestemming van de geïnterviewde, opgenomen. Het doel van de interviews was om inzicht te krijgen in hoe de professionals onlineaanvallen ervaren en of/hoe deze hun leven beïnvloeden. Daarnaast hebben interviews plaatsgevonden met vier twitteraars die onlineaanvallen tweetten. De twitteraars zijn benaderd via Twitter aan de hand van een doelgerichte steekproef. De interviews duurden tussen de 25 en 40 minuten. Drie interviews zijn telefonisch gehouden; één interview is via Zoom afgenomen. Alle interviews zijn met toestemming opgenomen. Het doel van de interviews met verzenders was om duidelijkheid te krijgen over achtergronden van en motieven voor het versturen van onlineaanvallen naar professionals. De interviews zijn getranscribeerd en met de hand gecodeerd. Hiervoor is gebruikgemaakt van de van tevoren opgestelde topiclijst.

      2.3 Anonimisering

      Er is voor gekozen om alle personen die meewerkten aan het onderzoek of over wie onlineberichten zijn verzameld, te anonimiseren, ook bij de op de platforms gevonden berichten. Voor zover het de professionals betreft, gaat het om mensen die al veel in de publiciteit staan en bij wie waarschijnlijk geen behoefte bestaat om via ons onderzoek opnieuw publieke aandacht te krijgen.

    • 3 Resultaten

      3.1 De berichten

      In totaal zijn 8402 berichten bestudeerd over de twaalf geselecteerde professionals. In Tabel 1 zijn de aantallen berichten per professional vermeld, waarbij tevens is aangegeven of het om inhoudelijke berichten ging of om aanvallen.

      Tabel 1 Aantallen en soorten berichten per professional
      ProfessionalInhoudelijkAanval
      N%N%
      Burgemeester (v) 661 73,4 240 26,6
      Burgemeester (m) 471 86,7 72 13,3
      Wetenschapper (v) 416 76,6 127 23,4
      Wetenschapper (m) 468 72,2 180 27,8
      Advocaat (v) 538 78,0 164 22,0
      Advocaat (m) 294 62,2 179 37,8
      Politicus, D66 (v) 570 74,5 195 25,5
      Politicus, D66 (m) 634 77,4 185 22,6
      Politicus, PvdA (v) 252 76,6 77 23,4
      Politicus, PvdA (m) 1301 90,1 143 9,9
      Politicus, JA21 (v) 461 79,2 121 20,8
      Politicus, FvD (m) 499 82,1 109 17,9

      Tabel 1 laat zien dat verreweg het grootste deel van de berichten inhoudelijk van aard was, ruim 80%. Minder dan 20% van de berichten bevatte een aanval.

      Tabel 2 Aard onlineaanvallen per professional
      ProfessionalBeledigingUiterlijkSekse/gendergerelateerdBedreiging
      N%N%N%N%
      Burgemeester (v) 130 54,2 16 6,7 86 35,8 8 3,3
      Burgemeester (m) 65 90,3 2 2,8 4 5,6 1 1,4
      Wetenschapper (v) 81 63,8 17 13,4 26 20,5 3 2,4
      Wetenschapper (m) 163 90,6 1 0,6 9 5,0 7 3,9
      Advocaat (v) 64 39,0 75 45,7 21 12,8 4 2,4
      Advocaat (m) 146 81,6 14 7,8 13 7,3 6 3,4
      Politicus, D66 (v) 92 47,2 2 1,0 97 49,7 4 2,1
      Politicus, D66 (m) 89 48,1 2 1,1 77 41,6 17 9,2
      Politicus, PvdA (v) 32 41,6 10 13,0 31 40,2 4 5,2
      Politicus, PvdA (m) 127 88,8 3 2,1 8 5,6 5 3,5
      Politicus, JA21 (v) 66 54,5 22 18,2 33 27,3 0 0
      Politicus, FvD (m) 95 87,2 1 0,9 9 8,2 4 3,7

      Bij alle professionals vormden beledigende aanvallen de grootste groep binnen het totaal aantal geanalyseerde berichten: 67,5% van alle aanvallen op burgemeesters, wetenschappers en advocaten, en 60,4% bij de politici (zie tabel 2). De berichten over het uiterlijk, en bedreigingen, zijn relatief het kleinst in aantal.
      Er is een significant verband tussen het geslacht van de burgemeesters, wetenschappers en advocaten en de aard van de onlineaanvallen die zij ontvingen, χ2 (3, N = 962) = 144,56, p < 0,001, V = 0,39. Bij de vrouwelijke professionals bleek 20,3% van alle aanvallen op het uiterlijk te zijn gericht, terwijl dit voor de mannen uit diezelfde groepen bij 3,9% het geval was (zie tabel 3). Bij de sekse/gendergerelateerde aanvallen viel een vergelijkbaar patroon te ontdekken: 25,0% van de vrouwelijke professionals ontving dit soort berichten, versus 6,0% van de mannelijke professionals. Echter, over mannelijke burgemeesters, wetenschappers en advocaten werden meer beledigende berichten geplaatst dan over vrouwen: 86,8% versus 51,8%.22x Zie voor een inhoudelijk bespreking van de berichten de volgende paragrafen.

      Tabel 3 Aard onlineaanvallen per geslacht (burgemeesters, wetenschappers, advocaten)
      Geslacht professionalBeledigingUiterlijkSekse/gendergerelateerdBedreiging
      N%N%N%N%
      Vrouw 275 51,8 108 20,3 133 25,0 15 2,8
      Man 374 86,8 17 3,9 26 6,0 14 3,2
      Totaal 649 67,5 125 13,0 159 16,5 29 3,0

      Noot. De professionals die in deze tabel zijn meegenomen zijn de twee burgemeesters, wetenschappers en advocaten.

      Wat betreft de politici, laat een chi-kwadraattoets eveneens een significant verband zien tussen het geslacht van de politicus en de aard van de ontvangen onlineaanvallen (χ²(3, N = 830) = 73,832, p < 0,001). Bij vrouwelijke politici was 8,7% van de aanvallen gericht op hun uiterlijk; bij de mannen was dat 1,4% (zie tabel 4). Voor sekse/gendergerichte aanvallen waren die percentages respectievelijk 41,0% en 21,5%. Ook werden meer bedreigingen over mannen geplaatst dan over vrouwen: 5,9% versus 2,0%.

      Tabel 4 Aard onlineaanvallen per geslacht – politici
      Geslacht professionalBeledigingUiterlijkSekse/gendergerelateerdBedreiging
      N%N%N%N%
      Vrouw 190 48,3 34 8,7 161 41,0 8 2,0
      Man 311 71,2 6 1,4 94 21,5 26 5,9
      Totaal 501 60,4 40 4,8 255 30,7 34 4,1

      Voor zover het geslacht van de verzenders van de berichten bekend was, bleek dat verreweg het grootste deel van de aanvallen door mannen was verstuurd. Van de aanvallen op politici is 10,7% verstuurd door een vrouw en 59,4% verstuurd door een man. Bij de overige 29,9% van de aanvallen was de gender van de verzender onbekend. Mannen verzenden vaker dan vrouwen onlineaanvallen, maar zij sturen ook vaker inhoudelijke berichten aan of over professionals dan vrouwen.

      3.2 Beledigende aanvallen

      Een belangrijk thema bij de berichten over de vrouwelijke politici is hun vermeende ongeschiktheid. Deze berichten komen vrijwel altijd van mannelijke sociale mediagebruikers af. Een voorbeeld:

      ‘Man, man, man, wat een vertoning weer. Ook (naam vrouwelijke politica) bewijst nu volstrekt incompetent te zijn door nu weer te gaan schreeuwen.’

      Vrouwelijke politici worden negatief beoordeeld als zij te veel emotie tonen. Maar als een vrouw geen of weinig emotie toont (waar dit wel van ze verwacht wordt), wordt zij ook negatief geëvalueerd:

      ‘Ik zag een jankende zeurende (naam vrouwelijke politica) die mekkerde dat de zorgmedewerkers te weinig krijgen.’

      ‘Laten we ons hoeden voor dit arrogant ijskonijn. En de eerste vrouwelijke dictator is opgestaan…weten we dat alvast.’

      Het idee lijkt soms te bestaan dat vrouwen hun positie hebben bereikt juist omdát ze vrouw zijn.

      ‘Weer eentje die met de kut de ladder is opgeklommen! dat zijn nou de politieke vrouwtjes die ze af en toe een leuke baan toezeggen.’

      Sommige verzenders willen een vrouwelijke politicus het liefst direct naar de keuken sturen:

      ‘Ik denk dat ze nog geen ei kan bakken dus laat ze lekker gaan oefenen achter een fornuis.’

      Ook van mannelijke politici wordt gezegd dat ze ongeschikt zijn. Maar van mannen wordt vooral gevonden dat ze te zachtaardig zijn en niet hard genoeg optreden. Dit komt terug in scheldwoorden als ‘kneus’, ‘mafkees’, ‘clown’ en ‘ezel’. Een deel van de aanvallen op mannelijke politici is gericht op de keuzes die ze maken. Zo worden sommige politici aangevallen vanwege de kindertoeslagaffaire of vanwege de coronamaatregelen. Dat was minder vaak het geval bij berichten over de vrouwelijke professionals.
      Over burgemeesters worden, evenals over politici, berichten geplaatst waarin hun verweten wordt ‘ongeschikt’ te zijn. Bij de mannelijke burgemeester gaat het dan relatief veel over onlineaanvallen in deze categorie (40,3%). Deze berichten hebben allemaal grofweg dezelfde strekking. De burgemeester treedt in de ogen van de verzenders niet streng genoeg op en wordt daarom uitgemaakt voor slappe burgemeester‘ en ‘slappe-knieën figuur’.
      De verzenders van berichten aan de vrouwelijke burgemeester suggereren dat zij beter een krantenwijk kan nemen’ en ‘gwn lekker dr bek dicht [moet] houden met dr (…) gelummel’. Daarnaast vonden we berichten waarin de vrouwelijke burgemeester simpelweg ‘domme koe’ of ‘onnozele oen’ wordt genoemd. Deze berichten hebben geen verdere context. Bij de mannelijke burgemeester zijn dergelijke berichten niet waargenomen. De onlineberichten over hem zijn vrijwel altijd gelinkt aan een concreet incident waarop gereageerd wordt.
      De vrouwelijke wetenschapper wordt zonder duidelijke context voor achterlijk uitgemaakt: ‘Achterlijk, achterlijker, achterlijkst, dan een hele poos niks, dan hersenloze (naam)!’. De mannelijke wetenschapper krijgt minder random-haatberichten: deze zijn net als bij de mannelijke burgemeester vooral contextafhankelijk. Beide advocaten ontvangen relatief weinig onlineaanvallen in de categorie ‘ongeschikt’.

      3.3 Onbetrouwbaarheid als terugkerend thema

      Daarnaast is een belangrijk thema van de berichten de onbetrouwbaarheid van de professional. Hier zijn niet zozeer genderverschillen zichtbaar, maar wel verschillen tussen de professies. Van politici wordt onder meer gezegd: ‘Gevangenis in. Criminele overheids-schoften, die alleen salaris incasseren (…)’
      Ook over de burgemeesters worden dit soort berichten geplaatst. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke burgemeester worden ervan beticht hypocriet te zijn en alles voor het geld te doen. Ze worden door de verzenders ‘schijnheilig’, ‘hypocriet’ en ‘onbetrouwbaar’ genoemd. Vaak worden dergelijke berichten geplaatst naar aanleiding van uitspraken die de burgemeesters gedaan hebben of acties die zij ondernomen hebben.
      De berichten over de twee wetenschappers zijn anders van aard dan die over de burgemeesters. De berichten over de vrouwelijke en mannelijke wetenschapper zijn wel onderling vergelijkbaar. Zij worden onder meer beschuldigd onderdeel te zijn van een ‘coronacomplot’. Gesteld wordt dat zij rijk worden door de coronacrisis en het volk alleen maar angst aanjagen.
      Ook de berichten over de advocaten worden bepaald door het werk dat zij doen en de context waarin zij in de media verschijnen. De verzenders zeggen dat zij niet begrijpen hoe iemand een verdachte kan verdedigen. Dan ‘spoor je gewoon zelf voor geen meter’. Ook worden beide advocaten door onlineaanvallers gelijkgetrokken met hun cliënten. De mannelijke advocaat wordt ervan beschuldigd van ‘[het]zelfde kaliber te zijn als zijn cliënt’. De vrouwelijke advocaat ontvangt vergelijkbare beschuldigingen.

      3.4 Sekse/gender-gerelateerd en uiterlijk

      Over de vrouwelijke burgemeester worden veel berichten in de categorie ‘sekse/gendergerelateerd’ geplaatst. Zij wordt uitgescholden met een breed scala aan vrouwelijke scheldwoorden, zoals onder meer: ‘pleuris wijf’, ‘nazistische kuthoer’ en ‘valse heks’. Ook zijn berichten gevonden als: ‘ga liever je haren kammen (…)’; wordt haar opgedragen ander werk te gaan doen: ‘kan die vrouw geen wc’s gaan schoonmaken in een asielzoekerscentrum of zo’; en wordt verwezen naar haar geslachtsorgaan: ‘ga je poes wassen trut’. Ook de vrouwelijke advocaat krijgt te maken met seksistische opmerkingen als ‘Ach gossie mama is boos’, en wordt uitgescholden met behulp van vrouwelijke scheldwoorden als ‘gevoelloos teringwijf’ en ‘misselijk kutwijf’. Daarnaast gaan vooral berichten over vrouwelijke professionals over hun uiterlijk.

      3.5 Dreigementen en schelden

      Ook dreigementen tegen de professionals worden geuit:23x Blijkbaar konden deze berichten de screening door de platforms passeren.

      ‘Zouden ze om de nek van die heks (naam vrouwelijke burgemeester) moeten doen en flink dicht knijpen.’

      ‘Vuile huichelaar (naam mannelijke wetenschapper). Deze vent zouden ze moeten ophangen aan de hoogste boom. Smeerlap met z’n gelul.’

      Over de professionals worden regelmatig berichten geplaatst waarin zij simpelweg worden uitgescholden of beledigd, waarin hun naam verbasterd wordt of waarin er commentaar wordt geleverd op hun houding of psychische gesteldheid, zonder verdere context. Zo zijn er berichten waarin alleen het woord ‘sukkel’ of ‘idioot’ staat. Dergelijke op zichzelf staande onlineaanvallen zijn vaker te zien bij de vrouwelijke burgemeester dan bij de mannelijke burgemeester. De naam van de vrouwelijke burgemeester wordt verschillende malen verbasterd in de berichten. In de berichten over vrouwelijke professionals worden regelmatig seksegerichte scheldwoorden gebruikt zoals ‘kreng’, ‘trut’ en ‘hoer’. Ook de wetenschappers krijgen in deze categorie te maken met scheldwoorden en beledigingen. Het gaat veelal om losse, op zichzelf staande berichten, die geen verdere context bevatten, zoals: ‘vleermuis snuivert’, ‘stinkhippie’ en ‘Mengele’. Ook krijgen beide wetenschappers te maken met naamsverbasteringen. De twee advocaten worden ‘arrogant‘, ‘mediageil’ en ‘zelfingenomen’ genoemd. De vrouwelijke advocaat ontvangt daarnaast berichten waarin ze bijvoorbeeld ‘viez vuil ding’ wordt genoemd.

    • 4. Interviews

      4.1 Professionals

      Alle geïnterviewden hebben te maken met onlineaanvallen. Dat gebeurt vooral als ze kort geleden iets op televisie hebben gedaan, merkt een wetenschapper op. De vervelende berichten die de professionals krijgen zijn divers en kunnen zowel over de inhoud gaan als persoonlijk van aard zijn. De geïnterviewden hebben te maken met beledigingen en scheldwoorden en sommige ook met bedreigingen. Over de vrouwelijke wetenschapper worden na televisieoptredens vaak berichten geplaatst over haar kleding, manier van spreken of andere persoonlijke zaken. De mannelijke burgemeester meldt persoonlijke berichten, maar deze zijn vrijwel altijd werkgerelateerd. De berichten gaan over de inhoud, maar hebben ook een persoonlijk randje. Ook de mannelijke wetenschapper krijgt daarmee te maken. Hij krijgt dagelijks haatmails waarin hij onder andere wordt vergeleken met Hitler en ervan wordt beschuldigd mensen om te brengen. De socialemedia-accounts van de vrouwelijke burgemeester worden door haar bestuursadviseurs beheerd. Zij leest de onlineaanvallen daarom meestal niet zelf. Wanneer er echter onlinebedreigingen tegen haar worden geuit, wordt zij daarop geattendeerd door haar eigen veiligheidsmensen of door de politie. Dat is de afgelopen jaren een paar keer gebeurd. De politie zoekt op zo’n moment uit van wie het bericht afkomstig is en zorgt ervoor dat het verwijderd wordt. Twee geïnterviewden hebben de indruk dat vrouwen met een ander soort onlineaanvallen te maken hebben dan mannen: ‘(…) de content is echt anders, het is veel meer op uiterlijk, veel meer persoonlijk eigenlijk, ook soms seksueel agressief’. De vrouwelijke burgemeester daarentegen, heeft niet het idee dat de berichten over haar anders van aard zijn dan die over haar mannelijke collega’s.
      De geïnterviewden gaan verschillend om met de onlineaanvallen. Drie van hen zeggen zich niet te willen laten weerhouden door de berichten. De vrouwelijke wetenschapper wordt echter terughoudender, zo meldt ze. Bepaalde aspecten van haar werk zou zij graag delen op sociale media. Dat doet ze echter niet, omdat ze de openheid op sociale media af en toe ‘griezelig’ vindt. Ze is niet bang om bedreigd te worden, maar hekelt de negativiteit op sociale media. Ook gaat deze geïnterviewde nu minder vaak in op uitnodigingen voor een tv-programma. Twee geïnterviewden, de mannelijke wetenschapper en de mannelijke burgemeester, geven aan dat ze zich nu strikter bij hun eigen expertise houden. Aanvankelijk mengde de wetenschapper zich nog weleens in bepaalde discussies in de maatschappij, maar daar is hij mee opgehouden nadat familieleden op een onprettig manier werd benaderd. Deze gebeurtenissen maakten hem scherper in zijn boodschap en kritischer ten opzichte van de zaken waarover hij zich uitlaat.
      Voor de mannelijke wetenschapper zou een grens bereikt worden als zijn gezinsleden bedreigd zouden worden. Hij zegt daarover: ‘Als het beperkt wordt tot mij, dan kan ik het handelen. Maar ik kan niet het leven van mijn familie, die is mij meer waard dan, dan is het echt een grens.’ Ook de mannelijke burgemeester probeert zich niet uit te laten over zaken die niet tot zijn takenpakket behoren: ‘(…) sommige dingen bemoei ik me niet mee omdat ik weet dat ik daar als burgemeester niet over ga’. Hij wil de onlineaanvallen niet goedpraten, maar vindt wel dat het bij het vak van burgemeester hoort. Beide burgemeesters vergelijken de onlineaanvallen met het geklaag in de kroeg vroeger, met het verschil dat je het nu kunt lezen in plaats van horen. Bovendien hebben sociale media een veel groter bereik dan de kroeg.
      De mannelijke burgemeester vindt dat sociale media een toegevoegde waarde voor hem hebben. Hij ziet sociale media als middel om uit zijn bubbel te komen en ook andere geluiden te horen. Hij vindt dat je als professional soms ook moet kijken naar wat er achter de haat schuilgaat. De vrouwelijke burgemeester denkt daar anders over. Hoewel zij vindt dat de onlineaanvallen bij het beroep burgemeester horen, zijn ze wel een goede reden om zelf niet actief te zijn op sociale media. Ze zegt niet zoveel last te hebben van de scheldwoorden en beledigingen: ‘hoge bomen vangen nu eenmaal veel wind‘. Tegelijkertijd vindt ze dat je wel alert moet blijven. Ze vindt vooral bedreigingen afkomstig van personen met verward gedrag ‘griezelig’. Deze burgemeester vindt de bedreigingen soms beangstigend en vervelend, maar als de dreiging voorbij is, is ze de situatie ook snel weer vergeten. De andere geïnterviewden zijn nooit fysiek bedreigd, en daar zijn ze ook niet bang voor.
      De interviews laten zien dat de berichten in wisselende mate van invloed zijn op het leven van de professionals.24x Een vrouwelijke politicus die niet wilde meewerken aan een interview mailde: ‘Het is meest effectief om dergelijke berichten te negeren. En om het je niet aan te trekken, het hoort er bij als je op welke manier dan ook in de openbaarheid treedt. Alleen van bedreigingen doe ik altijd aangifte.’ Deze lijken zich er niet heel veel van aan te trekken. Hier waren geen duidelijke verschillen tussen de genders te zien.
      Toch mijden sommige professionals bepaalde onderwerpen, en zijn enkele voorzichtiger geworden in het naar buiten treden. Een geïnterviewde vindt dat de sociale media ook gebruikt kunnen worden om uit de eigen ‘bubbel’ te komen en meer te weten te komen over wat er leeft in de maatschappij.

      4.2 Verzenders

      Omdat het bij de interviews met de verzenders om vier mannen gaat van wie geen of vrijwel geen verdere achtergronden bekend zijn, zullen zij hierna worden aangeduid met V1 t/m V4. Bij de presentatie van de uitkomsten staat het verschil in geslacht van de ontvangers in minder mate centraal dan in de paragrafen hiervoor.
      Alle verzenders zijn ontevreden over hoe het er in de Nederlandse politiek aan toegaat, en uiten deze onvrede online. Politici denken slechts aan hun eigen belang en zetten zich niet in voor het volk, vinden ze. Politici zeggen dat ze allemaal het beste voorhebben met de mensen, maar zodra ze in de Kamer zitten, houden ze zich niet aan hun eerdere beloftes. Daarnaast zijn de respondenten ontevreden over hoe politici worden geportretteerd in de mainstream media. V2 noemt het ‘mannetjesmakerij’. Hij is ontevreden over hoe sommige politici op die positie zijn gekomen.
      Zelf vinden de respondenten dat hun berichten niet te ver gaan. De vrijheid van meningsuiting vinden zij een groot goed; je moet kunnen zeggen wat je wilt, aldus V1. Of je het met hun berichten eens of oneens bent, dat mag je zelf weer bepalen. V3 vertelt dat hij zijn berichten ziet als satire. Hij brengt kritiek in de vorm van grappen. Volgens hem bestaat er dan ook geen grens voor hoever je mag gaan met satire. Hij vindt dat je iemand mag beledigen door die persoon bijvoorbeeld een lul of klootzak te noemen. Alle verzenders zeggen dat bedreiging te ver gaat. Je gaat niet achter iemands kinderen aan en oproepen tot geweld vinden zij ook te ver gaan. V4 lijkt de grens te leggen bij of je geblokkeerd wordt door Twitter of niet. Hij vertelt dat hij nog weleens uit zijn slof wil schieten, maar dat hij nog nooit is geblokkeerd. V2 noemt zijn berichten een momentopname. Hij ziet iets in de publiciteit en daarop wil hij reageren. Op deze manier kan hij even zijn hart luchten. Voor V4 vormen zijn reacties een manier zijn om zijn ‘gemoedsrust te temmen’.
      De verzenders vermoeden dat politici een team hebben dat alle berichten online leest, en dat de politici zelf deze niet lezen. V3 vindt dat, als zoveel mensen dezelfde vragen stellen aan dezelfde politicus, zij een bepaalde verantwoordelijkheid hebben om hierop te reageren. V4 denkt dat sommige politici misschien wel dingen wíllen veranderen, maar dit niet kúnnen omdat ze vastzitten aan compromissen en alle wetjes en regeltjes die gemaakt worden.
      De verzenders zouden wel graag willen dat de professionals hun berichten lezen. Zo hoopt V1 dat als maar genoeg mensen een berichtje sturen, de politici misschien bij zichzelf te rade gaan of ze misschien iets doms hebben gedaan, en dat ze daarvan leren. V2 hoopt dat de politici de berichten wel lezen, maar hij denkt dat ze er toch niets mee zullen doen. Alle verzenders stellen dat zij zich online hetzelfde gedragen als offline. Als ze politici in het echt tegen zouden komen, zouden ze hetzelfde tegen hen zeggen als wat ze online over hen schrijven. Ze vinden niet dat er online een lagere drempel is om iets over politici te zeggen.

    • 5 Tot slot

      5.1 Conclusie

      We realiseren ons dat dit onderzoek onder een relatief kleine groep personen is uitgevoerd. We zijn dus voorzichtig met het generaliseren van de uitkomsten. Toch laten de resultaten van het onderzoek een duidelijke tendens zien: over vrouwelijke professionals verschijnen meer sekse/gendergerelateerde berichten en meer berichten over hun uiterlijk. Bovendien worden over vrouwelijke professionals regelmatig berichten geplaatst over hun vermeende ongeschiktheid voor het uitgeoefende beroep, ambt of functie, en die worden gekoppeld aan hun geslacht. Vrouwelijke professionals wordt bijvoorbeeld opgedragen om huishoudelijk werk te gaan doen, in plaats van de functie die ze nu vervullen. De berichten over mannelijke professionals zijn vaker gelinkt aan hun functie, gericht op wat ze zeggen of op wat ze hebben gedaan. Over mannen worden meer bedreigingen geplaatst.
      Zowel de role congruity theory als de algemenere gender role theory worden ondersteund door de bevindingen van dit onderzoek. Vrouwelijke professionals krijgen te maken met tegengestelde verwachtingen, zo blijkt uit de onlineaanvallen: óf ze zijn te emotioneel óf ze tonen juist te weinig emotie tijdens de uitoefening van hun werk. Daarnaast wordt vrouwen soms verweten dat ze alleen op hun positie zitten omdát de vrouw zijn; dit argument valt in de categorie ‘ongeschikt voor de functie’.
      Daarnaast laat de analyse van de berichten en de interviews veel wantrouwen zien ten opzichte van professionals in het algemeen, vooral bij de politici, de burgemeesters en de wetenschappers. Deze worden voor van alles uitgemaakt; soms bestaan de reacties slechts uit scheldwoorden zonder begeleidende context. Uit de interviews blijkt dat de berichten wisselende invloed hebben op de professionals. Als gevolg van de berichten mijden zij soms bepaalde onderwerpen. Ze worden een enkele maal voorzichtiger in het naar buiten treden. Er zit echter ook een andere kant aan het verhaal: een burgemeester vindt dat de sociale media ook gebruikt kunnen worden om uit de eigen ‘bubbel’ te komen en om meer te weten te komen over wat er leeft in de maatschappij.
      De geïnterviewde verzenders zien niet veel kwaad in de berichten die zij versturen. Er is vrijheid van meningsuiting, en daar maken zij gebruik van. Zij ontkennen het online-inhibitie-effect: offline zouden ze hetzelfde zeggen als online. Door de berichten te plaatsen, kunnen ze hun irritaties van zich afschrijven. Anderzijds vinden ze het wel belangrijk dat hun berichten gelezen worden: als genoeg mensen politici online aanspreken, gaan ze deze geluiden misschien serieus nemen. Ze vinden dat politici sociale media selectief gebruiken; ze vertellen alleen wat ze te zeggen hebben en gaan niet in gesprek met de burger. Onvrede over, in het bijzonder, politici overheerst bij de verzenders.

      5.2 Discussie

      Uit het Global Gender Gap Report, dat wereldwijd de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen meet op het gebied van gezondheid, onderwijs, economie en politiek, blijkt dat Nederland laag scoort op de ranglijst in vergelijking met andere West-Europese landen. Nederland staat op plek 31 op de wereldranglijst, waar in totaal 156 landen in zijn opgenomen; landen als Rwanda en de Filipijnen scoren een stuk beter als het gaat over de politieke participatie van vrouwen. Op dat punt bestaat er nog steeds een aanzienlijke ongelijkheid in Nederland: de verhouding tussen het aantal vrouwen en het aantal mannen op ministeriële en parlementaire posities is scheef.25x World Economic Forum 2021. Het wordt tijd om daar iets aan te doen.
      Uit de inhoud van de geanalyseerde onlineberichten blijkt dat er nog steeds ‘vreemd’ wordt aangekeken tegen vrouwen in professionele functies en op professionele posities. De zichtbaarheid en daarmee de acceptatie van vrouwen in politieke, leidinggevende en wetenschappelijk functies is nog steeds beperkt in Nederland. Sommige Nederlanders kunnen er blijkbaar nog niet aan wennen dat vrouwen dergelijke rollen bekleden of voelen zich daar wellicht door bedreigd en schrijven daarom negatieve onlineberichten. Dit zou kunnen veranderen als de genderverhoudingen – zichtbaar – gelijker komen te liggen; een ontwikkeling die in Nederland langzamer lijkt te verlopen dan in veel andere landen.
      Het wantrouwen in – vooral – politici, dat uit het hier besproken onderzoek bleek, verdient serieuze aandacht. Door sommige verzenders wordt hun gebrek aan vertrouwen gekoppeld aan bepaalde affaires, zoals de toeslagenaffaire. Sommige geanalyseerde berichten signaleren een belangrijk actueel probleem. In dat opzicht kan de opmerking van de geïnterviewde mannelijke burgemeester die van mening is dat de berichten hem kunnen helpen om uit een bubbel te komen, worden onderschreven. Hoewel de reacties van professionals die zich afkeren van de berichten en die eerder de neiging hebben om zich terug te trekken (silencing), begrijpelijk zijn, kan het soms ook verstandig zijn om te luisteren naar wat anderen naar voren brengen. Er kan een inhoudelijke boodschap in de berichten schuilen die aandacht verdient. De geïnterviewde verzenders laten wel degelijk een behoefte zien dat hun bericht ‘landt’ bij de persoon over wie het gaat. Dat zal overigens niet voor iedere reageerder gelden; sommige gebruiken internet vooral als megafoon of expressiemiddel.
      Een deel van de onlineaanvallen laat een sterke behoefte aan expressie zien: de verzender gebruikt contextloos scheldwoorden of lijkt zonder remming los te gaan. Dat biedt enige ondersteuning voor de onlinedisinhibitietheorie. De geïnterviewde verzenders meldden weliswaar dat zij online niet anders zouden handelen dan offline, maar waarschijnlijk is er ook een groep voor wie zeker wél geldt: zij hebben online minder remmingen. Die groep is waarschijnlijk in mindere mate bereid geweest om mee te werken aan een interview. In ieder geval laten de contextloze berichten een sterke behoefte aan expressie zien. Een expressie die waarschijnlijk makkelijker online plaatsvindt dan offline.
      Die afwezigheid van directe feedback en de omvang van de verspreiding maken onlinehaat zo ingrijpend en bedreigend voor de geadresseerden. Laura Boldrini, een Italiaans Kamerlid en voormalig parlementsvoorzitter, was jarenlang doelwit van seksistische en agressieve berichten op internet. Samen met haar medewerkers zette ze acht grove commentaren op Facebook, met naam en toenaam. Die openbaarheid kwam hard aan bij de verzenders. Mensen belden in tranen op en vroegen of de posts konden worden verwijderd, want ze schaamden zich zo. Sommige waren bang dat hun vrouw deze posts zou zien. Blijkbaar begrepen de verzenders toen wél wat zij aanrichtten met hun aanvallen. Ook schakelde Boldrini verschillende malen de rechter in.26x ‘Ze was het ideale doelwit’, www.nrc.nl/nieuws/2019/12/02/ze-was-het-ideale-doelwit-a3982362. In Nederland maakte de kunstenares Tinkebell al eens namen bekend van mensen die haar bedreigden.27x M.J. Klaver, ‘Naming & shaming in Dearest Tinkebell’, https://web.archive.org/web/20090525192111/http://weblogs3.nrc.nl/klaver/2009/05/15/naming-shaming-in-dearest-tinkebell/. In Nederland gaan stemmen op om de anonimiteit van de verzenders van dit soort aanvallende berichten op te heffen, en de politie een rol te geven op internet. Het is goed om deze suggestie eens beter én kritisch te bekijken.

    Noten

    • 1 Zie bijvoorbeeld: S. Akhtar & C.M. Morrison, The Prevalence and Impact of Online Trolling of UK Members of Parliament, Computers in Human Behavior 2019, 99, p. 322-327; M. Ferrier & N. Garud-Patkar, ‘TrollBusters: Fighting Online Harassment of Women Journalists’, in: J.R. Vickery & T. Everbach (eds.), Mediating misogyny, Cham: Palgrave Macmillan, 2018, p. 311-332.

    • 2 J. Peterson & J. Densley, ’Cyber Violence: What Do We Know and Where Do We Go from Here?’, Aggression and Violent Behavior 2017, 34, p. 193-200.

    • 3 L. Klein Kranenburg, J. Bouwmeester, L. van Noort, W. Ypma & B. de Jong, Monitor Integriteit en Veiligheid 2020, Amsterdam: I&O Research/Bureau BING, 2020; E. Linneman & M. Melchior, ‘Zo gaan vrouwelijke opiniemakers om met online haat en intimidatie, www.volkskrant.nl/wetenschap/zogaan-vrouwelijke-opiniemakers-om-met-online-haat-en-intimidatie~b1764a77/; K. Saris, K. & C. van de Ven, ‘Misogynie als politiek wapen’, www.groene.nl/artikel/misogynie-alspolitiek-wapen.

    • 4 Het rapport is te vinden via www.ou.nl/onlineaanvallen.

    • 5 E.R. Leukfeldt & M. Yar, ‘Applying Routine Activity Theory to Cybercrime: A Theoretical and Empirical Analysis’, Deviant Behavior 2016, 37(3), p. 263-280; J. van Wilsem, ‘Digitale en traditionele bedreiging vergeleken’, Tijdschrift voor Criminologie 2010, 52(1), p. 73-87.

    • 6 W. van der Wagen, J.J. Oerlemans & M. Weulen Kranenbarg, Basisboek Cybercriminaliteit: Een Criminologisch Overzicht voor Studie en Praktijk, Den Haag: Boom criminologie 2020.

    • 7 Inmiddels worden er meerdere genders onderscheiden. In dit onderzoek staat echter het verschil tussen mannen en vrouwen centraal.

    • 8 A.H. Eagly, W. Wood & A.B. Diekman, ‘Social Role Theory of Sex Differences and Similarities: A Current Appraisal’, in: T. Ecks & H. M. Trautner (eds.), The Developmental Social Psychology of Gender, Malwah: NJ: Erlbaum 2000, p. 123-174.

    • 9 S.B. Shimanoff, ‘Gender Role Theory’, in: S.W. Littlejohn & K.A. Foss (eds.), Encyclopedia of Communication Theory, Thousand Oaks: SAGE Publications 2009, p. 434-436.

    • 10 A.H. Eagly & W. Wood, ‘Social Role Theory’, in P.A.M. van Lange, A.W. Kruglanski & E.T. Higgins (eds.), Handbook of Theories of Social Psychology, Thousand Oaks: Sage Publications 2012, p. 458-476.

    • 11 Shimanoff 2009.

    • 12 S.G.U. Brown, A.F. Stuhlmacher & M.M. Keegin, ‘Job Role Congruence and Gender’, in: A.C. Michalos (ed.), Encyclopedia of Quality of Life and Well-being Research, New York: Springer 2014, p. 3448-3451.

    • 13 L.A. Rudman & J.E. Phelan, ‘Backlash Effects for Disconfirming Gender Stereotypes in Organizations’, Research in Organizational Behavior 2008, 28(3), p. 61-79.

    • 14 M.L. Krook, ‘Violence against Women in Politics’, Journal of Democracy 2017, 28(1), p. 74-88; ­World Economic Forum, Global Gender Gap Report 2021, www3.weforum.org/docs/WEF_GGGR_2021.pdf.

    • 15 M.C. Schneider & A.L. Bos, ‘The Application of Social Role Theory to the Study of Gender in Politics’, Advances in Political Psychology 2019, 40(1), p. 173-213.

    • 16 World Economic Forum 2021.

    • 17 J. Suler, ‘The Online Disinhibition Effect’, Cyberpsychology & Behavior 2004,7(3), p. 321-326.

    • 18 Suler 2004.

    • 19 B.J. Voggeser, R.K. Singh & A.S. Göritz, ‘Self-control in Online Discussions: Disinhibited Online Behavior as a Failure to Recognize Social Cues’, Frontiers in Psychology 2018 8, article 2372.

    • 20 Zie paragraaf 3 voor voorbeelden.

    • 21 Zie paragraaf 4 voor een bespreking van de beperkingen aan het onderzoek, waaronder de beperkingen in de selectie en de aantallen van de deelnemers..

    • 22 Zie voor een inhoudelijk bespreking van de berichten de volgende paragrafen.

    • 23 Blijkbaar konden deze berichten de screening door de platforms passeren.

    • 24 Een vrouwelijke politicus die niet wilde meewerken aan een interview mailde: ‘Het is meest effectief om dergelijke berichten te negeren. En om het je niet aan te trekken, het hoort er bij als je op welke manier dan ook in de openbaarheid treedt. Alleen van bedreigingen doe ik altijd aangifte.’

    • 25 World Economic Forum 2021.

    • 26 ‘Ze was het ideale doelwit’, www.nrc.nl/nieuws/2019/12/02/ze-was-het-ideale-doelwit-a3982362.

    • 27 M.J. Klaver, ‘Naming & shaming in Dearest Tinkebell’, https://web.archive.org/web/20090525192111/http://weblogs3.nrc.nl/klaver/2009/05/15/naming-shaming-in-dearest-tinkebell/.


Print dit artikel