Voorkant_regelmaat
Rss

RegelMaat

Meer op het gebied van Bestuursrecht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 3, 2011 Alle samenvattingen uitklappen

Mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. den Boer is directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. mm.d.boer@minvws.nl
Artikel

Inspiratie uit het buitenland?

Enkele praktische ervaringen over de betekenis van rechtsvergelijking voor de wetgever

Trefwoorden rechtsvergelijking, wetgeving, methoden van onderzoek, interpretatie EU-recht
Auteurs Prof. dr. Ch.W. Backes
SamenvattingAuteursinformatie

    De betekenis van rechtsvergelijkend onderzoek voor de wetgevingspraktijk lijkt toe te nemen. Dat ligt aan het besef dat ook in andere lidstaten dezelfde vragen met betrekking tot de interpretatie en omzetting van het Europees recht spelen. Het heeft ook te maken met de noodzaak precies te weten waartoe het EU-recht verplicht indien men, zoals thans doel van het beleid, zeker wil voorkomen dat Nederland meer doet dan Europeesrechtelijk strikt vereist. Rechtsvergelijkend onderzoek mag niet beperkt blijven tot law in books, maar moet ook aantonen hoe het recht in de praktijk in het buitenland werkt.


Prof. dr. Ch.W. Backes
Prof. dr. Ch.W. Backes is hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht. chris.backes@maastrichtuniversity.nl
Artikel

Productieve misverstanden: rechtsvergelijking in toelichtingen

Trefwoorden rechtsvergelijkend onderzoek, memorie van toelichting, voorbereiding van wetgeving, motivering, argumentatie
Auteurs Dr. N.A. Florijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Moet rechtsvergelijkend onderzoek dat uitgevoerd en gebruikt is bij het voorbereiden van een wetsvoorstel, worden verantwoord in de memorie van toelichting? Het antwoord op deze vraag is dat zo’n verantwoording wel nuttig kan zijn als daarmee de voorgestelde regeling toegelicht kan worden. Bijvoorbeeld door met buitenlandse voorbeelden te laten zien welke problemen er spelen en wat voor oplossingen daarvoor mogelijk zijn. Of door argumenten aan te dragen ter motivering van het voorstel. Zelfs kunnen die rechtsvergelijkende argumenten worden benut bij de afweging van de argumenten en het formuleren van de conclusie dat het voorstel passend en juist is. Aan de hand van enkele voorbeelden wordt getoond hoe die verantwoording kan geschieden.


Dr. N.A. Florijn
Dr. N.A. Florijn is programmamanager bij de Academie voor Wetgeving. n.florijn@acwet.nl
Artikel

Beleidsevaluatie ex ante en rechtsvergelijking

Perspectief voor een integrale en internationaal vergelijkende beoordeling van nieuw beleid en wetgeving

Trefwoorden beleidsevaluatie, beleidsanalyse, rechtsvergelijking, impact assessment
Auteurs Dr. P. van der Knaap, Dr. R.W. Turksema en Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec
SamenvattingAuteursinformatie

    Een systematische analyse en beoordeling van de te verwachten maatschappelijke baten en andere effecten van beleidsalternatieven in relatie tot de maatschappelijke kosten. Dat is kort gezegd de formele omschrijving van beleidsevaluatie ex ante. Beleidsevaluatie ex ante is evenals rechtsvergelijking van belang om goed onderbouwde beslissingen te kunnen nemen over het te voeren beleid en daar achteraf op een goede wijze verantwoording over te kunnen afleggen. Recentelijk heeft de rijksoverheid in dat kader met het Integraal Afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) een nieuw initiatief genomen.Deze bijdrage gaat in op het belang van ex-antebeleidsevaluatie en rechtsvergelijking voor goed en verantwoord ‘evidence-based’ beleid. We beschrijven de stappen die hierbij van belang zijn en gaan daarbij in op de rol die rechtsvergelijking kan spelen. Vervolgens gaan we in op de ervaringen die binnen de Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk de laatste jaren zijn opgedaan met zogeheten ‘impact assessments’: integrale ex-antebeoordelingen van de effecten van beleidsmaatregelen. We eindigen met enkele conclusies over de wenselijkheid om beleids- en wetsvoorstellen integraal op hun merites te beoordelen en over de meerwaarde van rechtsvergelijking in een wetgevingsarena die steeds internationaler wordt.


Dr. P. van der Knaap
Dr. P. van der Knaap is directeur doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. peter.vanderknaap@rekenkamer.nl

Dr. R.W. Turksema
Dr. R.W. Turksema is specialist doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. r.turksema@rekenkamer.nl

Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec
Drs. S.M.W.H. Melis MA GDip Ec is senioronderzoeker bij de Algemene Rekenkamer. simone.melis@rekenkamer.nl
Discussie

Bacon en de idolen van de wetgever

Trefwoorden instrumentalisme, persoon van de wetgever, juridische fictie, autopoiese
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze vijftigste bijdrage van de auteur aan de Nomoi-rubriek keert hij terug tot de staatsman, wetenschapper en schrijver Francis Bacon. In zijn eerste bijdrage aan Nomoi had deze auteur centraal gestaan, vanwege zijn verhandeling over de kunst van het wetgeven. Nu komt een ander werk van Bacon aan de orde, zijn wetenschapstheoretische geschrift The new organon uit 1620. Daarin schetst Bacon vier soorten idolen of illusies die kennisvorming belemmeren. Naar analogie van deze vier idolen onderscheidt Witteveen vier idolen van de wetgever: eenzijdig instrumentalisme, overschatting van de eigen rol als deelnemer aan het wetgevingsproces, problemen met het ontwerpen van juridische terminologie en verzelfstandigen van het rechtssysteem ten opzichte van de maatschappelijke werkelijkheid. Als deze vier idolen gezamenlijk aanwezig zijn, zoals bij de controverse over het onverdoofd ritueel slachten, is het voor een wetgever zaak de idolen te herformuleren als open vragen die hem voor een verkeerde oordeelsvorming kunnen behoeden.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Discussie

Hoi ek nomou, die van de Wet

Over de betekenis van toráh naast nomos en wet

Trefwoorden rechtstoestand, Torah, nomos, wet
Auteurs Prof. mr. E.C.M. Jurgens
SamenvattingAuteursinformatie

    De zeventig geleerden, de Septuagint, die te Alexandrië in de derde eeuw Tenach (het Oude Testament) vertaalden uit de Hebreeuwse grondtekst in het Grieks, vertaalden het woord ‘toráh’ als ‘nomos’.Torah betekenent in de vertaling van Martin Buber, ´Weisung´, voorschrift. De Torah is formeel en heilig, want door de Eeuwige vastgesteld. Jezus heeft het liefdesgebod echter daarboven gesteld. Door de vertaling als nomos heeft de Griekse betekenis van ‘regelmaat, rechtstoestand’ de oorspronkelijke betekenis ook beïnvloed. Maar op het diepere niveau, dat van wezenlijke waarden, klinkt nog altijd iets van ‘torah’ door in de wet.


Prof. mr. E.C.M. Jurgens
Prof. mr. E.C.M. Jurgens is emeritus hoogleraar staatsrecht aan de Vrije Universiteit en de Universiteit Maastricht en oud-redacteur van RegelMaat. Hij schreef in het begin van het bestaan van de rubriek Nomoi daarvoor bijdragen, onder meer over Plato, Cicero, Montesquieu, Alexander Hamilton, John Stuart Mill en Gustav Radbruch. ejurgens@xs4all.nl

    In Nieuws wordt verslag uitgebracht van actuele ontwikkelingen.