Tijdschrift voor Religie, Recht en BeleidAccess_open

Artikel

Nationale herdenkingen zijn gevuld met lege symbolen

Trefwoorden disaster, memorial services, geestelijke zorg, interreligious
Auteurs
Toon PDF Toon volledige grootte
Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Klaas van der Kamp en Joop Albers, 'Nationale herdenkingen zijn gevuld met lege symbolen', TvRRB 2011-1, p. 23-29

Dit artikel wordt geciteerd in

    • Hoe gaat de overheid om met nationale herdenkingen? Dat is het thema van dit essay. Het gaat daarbij niet om een wetenschappelijke uiteenzetting. Het essay wil aan de hand van voorvallen uit de praktijk de worsteling aangeven die de overheid met het thema heeft. De nationale herdenkingen sluiten maar ten dele aan bij de behoeften van de mensen om wie het gaat. In het essay worden enkele scribenten opgevoerd die eerder hebben nagedacht over de verhouding van staat en religie. Er worden vervolgens concrete voorbeelden gegeven, die laten zien hoe religieuze leiders op een betekenisvolle manier interreligieuze bijeenkomsten hebben georganiseerd. Zij maken duidelijk dat het mogelijk is nationale herdenkingen te hebben met een religieuze inhoud.

    • De overheid vindt het in de regel lastig om zich op een correcte manier te verhouden tot kerk en religie. Bij de nationale herdenkingen die er de afgelopen tijd zijn geweest, merkt de bezoeker dat de evenwichtige balans ontbreekt tussen een geseculariseerde visie op religie enerzijds en het recht doen van diepere drijfveren van religieuze groeperingen anderzijds. Of we nu kijken naar de herdenking van het ongeluk met het Turkse verkeersvliegtuig bij Schiphol (25 februari 2009), het publieke momentum van het drama op Koninginnedag bij de Naald in Apeldoorn (8 mei 2009) of de nationale herdenking van de ramp bij Tripoli (30 juni 2010), steeds weer blijkt de overheid onvoldoende recht te doen aan de religieuze achtergrond van slachtoffers en nabestaanden. Dat blijkt uit de keus van symbolen en uit de uitgesproken teksten.

      De Raad van Kerken is bij de organisatie van enkele herdenkingen gesprekspartner geweest van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De delegatie merkte de verlegenheid in de contacten. ‘We zoeken een symbool’, zeiden de ambtenaren. Maar op het moment dat de kerk een symbool inbracht en uitlegde dat het symbool staat voor een andere dimensie van leven, vroegen de ambtenaren een alternatief. De overheid zocht ten diepste een symbool dat overal en nergens voor staat, zodat het vooral niet als uitsluitend ervaren kan worden.

      Bij de herdenkingsbijeenkomst van de crash van Turkish Airline op 25 februari 2009 was er een klein, bijna onzichtbaar hoekje ingericht waar moslims – in dit geval Turkse moslims – een gebed konden uitspreken. Een imam was stand-by. Verder was er geen religieuze kleur, laat staan een islamitische herkenning, aan de bijeenkomst gegeven. Het meest opvallende moment in de bijeenkomst was een uitspraak van de Turkse ambassadeur. Hij vermeldde dat hij een bericht had ontvangen van een christelijk echtpaar om de slachtoffers een hart onder de riem te steken. Het echtpaar had geschreven dat de gemeente in hun kerk voor de slachtoffers had gebeden. De ambassadeur stelde dat hierin Turken en Nederlanders elkaar nabij waren. Er waren circa 700 mensen, meer dan de helft was moslim, de overigen christenen, en er was een minderheid van mensen zonder religieuze achtergrond. De overheid sloot zich qua programmering aan bij de laatste groepering en weerde iedere verwijzing naar een transcendente werkelijkheid.

      De Tripoli-herdenkingsbijeenkomst op 30 juni 2010 miste ook de religieuze dimensie. Een van de sprekers die tijdens die bijeenkomst sprak, noemde later in een gesprek met een pastor – vlak voordat een groep op reis ging naar Tripoli om de rampplek te bezoeken – dat hij die dimensie gemist had. Hij had graag ondersteuning van een pastor gehad, naast de hulp vanuit slachtofferhulp. Maar de begeleiding was neutraal opgezet en bood daar geen plaats voor.

      In de gesprekken van de Raad van Kerken met de overheid kreeg de afvaardiging van de Raad verder de indruk dat de focus werd gelegd op de neutrale herdenking. Dat het contact met nabestaanden niet alleen de invulling van een moment betreft, maar vraagt om een meer procesmatige benadering, kwam moeilijk in beeld. Een viering evenwel, ook een nationale herdenking, moet niet worden gezien als een eenmalige publieke erkenning. Het gaat eerder om een stilering van een intensieve rouwbegeleiding, waarin slachtoffers een moment aangereikt krijgen van publieke erkenning voor hun verdriet; en wellicht ook verlangen ze naar een bodem om op te staan teneinde troost te vinden. De Nederlandse overheid worstelt met het aanreiken van de bronnen om aan die verlangens tegemoet te komen.

    • Bredere cultuur

      De ervaringen bij de nationale herdenkingen staan niet op zichzelf. De casussen sluiten aan bij een bredere cultuur van een zoekende overheid, zowel nationaal als gemeentelijk. De gemeente Maastricht legde de orthodoxe kerk ter plaatse een belasting op. De kerk had namelijk een naambordje bij de deur geplaatst, zodat bezoekers geïnformeerd zouden zijn over de aard van de kerkelijke gemeenschap die zich achter de gevel bevond, maar de gemeente legde dat uit als het maken van reclame met een simpel naambordje. Het zijn toestanden die mensen vaag herkennen uit landen als Egypte, waar christenen onder het regime van Moebarak voortdurend de ervaring opdeden dat er weinig ruimte is in het publieke domein om hun geloof te laten zien. Het Bijbelgenootschap aan de voet van de piramiden heeft wel eens aangegeven dat de Bijbelorganisatie wel bijbels mag verkopen, maar alleen desgevraagd. Dus op het moment dat er een boekenbeurs is en iemand met een bijbel in de hand het gangpad van de beurs betreedt, wordt dat uitgelegd als een vorm van evangelisatie, waarop boetes staan.

      De schrijver Kluun spreekt in een essay over de dictatuur van de atheïsten in Nederland: ‘Er is een nieuw soort atheïst ontstaan, een atheïst on a mission, met een zendingsdrang waar de kerk een puntje aan zou kunnen zuigen.’1xKluun, God is gek, de dictatuur van het atheïsme, Amsterdam 2009. Wat dreigt is het doorslaan in een oppervlakkige monocultuur.

      De Dienst Kerk en Samenleving van het bisdom Roermond stelde recent vast dat regionale en lokale bestuurders meer dan eens geen volledig/onvoldoende zicht hebben op de impact van het kerkelijk en het diaconale werk in de (plaatselijke) samenleving.2xDienst Kerk en Samenleving in het Bisdom Roermond, brief en bijlage aan bestuur van Vereniging van Limburgse Gemeenten, Roermond 2010.

      De overheid worstelt met de positie voor religie in het publieke domein. Vertrouwde begrippen als ‘vrijheid van godsdienst’, ‘neutraliteit van de overheid’ en ‘de scheiding van kerk en staat’ zijn onvoldoende om richting te geven aan de maatschappelijke vragen waarin religie een rol speelt. Zij vragen om herijking. De opkomst van de islam speelt bij deze veranderingen een belangrijke rol, maar is bepaald niet de enige factor die aanleiding geeft tot het hernieuwde debat. Daaraan zijn ook de naweeën van een ontkerstenende samenleving debet, die verdwaald is bij het zoeken naar het seculiere veld, waar profaan en religieus elkaar zinvol kunnen ontmoeten.

    • Mensenrechten

      Koffeman laat in zijn boek Het goed recht van de kerk zien hoe de scheiding van kerk en staat zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld.3xL.J. Koffeman, Het goed recht van de kerk, een theologische inleiding op het kerkrecht, Kampen 2009. Hij ziet een groei aan neutraliteit van de overheid, mede onder invloed van pluralisme, secularisatie en opkomst van de islam. Recente ontwikkelingen met de moord op Pim Fortuyn en op Theo van Gogh hebben de balans verder verstoord. ‘Als vanzelf werd het beginsel van de scheiding van kerk en staat door sommigen opgerekt tot een principe, dat tot een terugdringen, of zelfs volstrekt afwijzen van enige rol van de religie in de publieke ruimte zou moeten leiden.’

      Koffeman weerspreekt een dergelijke oprekking. Hij meent dat het wegdrukken van de religie uit de publieke ruimte niet realistisch is, omdat de gelovigen hun geloof niet op een dergelijke manier laten minimaliseren. Hij meent – een tweede argument – dat het ook niet redelijk is; hij komt dan met het argument dat de vrijheid van godsdienst tot de mensenrechten behoort, er zelfs de basis van is. ‘Zij voorkomt juist dat enige religie of niet-religieuze levensovertuiging de universele norm wordt. Ware neutraliteit valt niet samen met een atheïstische of liberale wereldbeschouwing, maar ligt nog áchter deze en andere fundamentele overtuigingen.’ Hij vindt het belangrijk dat de staat in dialoog treedt met sociale actoren, onder wie mensen met een religieuze achtergrond, en die dialoog is dus ook van belang bij de opzet van nationale herdenkingen.

      Van Bijsterveld pleit in haar boek Overheid en Godsdienst voor een herijking van de onderlinge relatie.4xS. van Bijsterveld, Overheid en godsdienst. Herijking van een onderlinge relatie, Oisterwijk 2009. Een seculiere staat – met strikte scheiding van kerk en overheid – is niet houdbaar én niet wenselijk. Godsdienst heeft naast persoonlijke namelijk ook maatschappelijke en publieke kanten; de banden met de overheid moeten daarom juist worden aangehaald.

      Scheiding van kerk en staat, ja, zegt de Dienst Kerk en Samenleving van het bisdom Roermond. Maar scheiding van kerk en samenleving: nee. De werkgroep stelt dan ook met instemming vast dat de gemeente Roermond na de herverkaveling van de rampenplannen in Limburg de kerk in Roermond als eerste heeft benaderd voor een contactpersoon om de geestelijkheid voldoende te kunnen inschakelen op het moment dat er een ramp plaatsvindt; en dan niet pas bij de herdenking, maar vanaf het begin in de procesbegeleiding. De herdenking als zodanig kan dan een logische volgende stap zijn in een langer proces, ook al wordt het niet per se tot de essenties van een rampenplan gerekend.

      Ondertussen is een groep geestelijk verzorgers betrokken bij de revisie van een document met de titel ‘Rampenspirit’. Dit document krijgt zijn vorm door intensieve voorbereiding van IMPACT (een stichting die zich buigt over de fase na een ramp). De Raad van Kerken was betrokken bij de herziening en acht verdere verspreiding zinvol.

    • Vormen van neutraliteit

      Ook de overheid verzet langzamerhand de bakens en zoekt een verdere balans. De VNG liet in 2009 de uitgave Tweeluik religie en publiek domein verschijnen, met handvatten voor de gemeenten om op een volwassen manier als overheid met religieuze organisaties om te gaan zonder al te krampachtig te zijn vanuit een vermeende scheiding van kerk en staat.5xVNG, Tweeluik religie en publiek domein. Handvaten voor gemeenten, Den Haag/Amsterdam 2009.

      Een rapport uit de gemeente Amsterdam (2008) definieert drie vormen van neutraliteit: exclusieve neutraliteit, inclusieve neutraliteit en compenserende neutraliteit.6xGemeente Amsterdam, Notitie Scheiding Kerk en Staat, Amsterdam 2008 (zie: www.amsterdam.nl). In het eerste model wordt iedere vorm van religie uit de publieke sfeer geweerd, zoals in Frankrijk. Het tweede model gaat uit van een diversiteit aan religies in de openbare ruimte. Het derde model gaat zelfs uit van steun aan die religies die dat in het bijzonder nodig hebben. We pleiten hier voor een inclusieve neutraliteit, dus een neutraliteit die ruimte biedt voor religies bij herdenkingen met handhaving van de eigen neutraliteit, dus zonder zich als overheid uit te leveren aan één religie.

    • Bijdrage van religies

      Het is duidelijk in de breedte van de samenleving dat religies een bijdrage leveren aan die samenleving. En dat mag ook worden gevraagd van religies. In Nederland functioneert sinds 2005 de groep In Vrijheid Verbonden, waarin diverse religies en levensbeschouwingen participeren. Ze hebben dat bij het zilveren regeringsjubileum van de koningin duidelijk gemaakt door zich achter de Unie van Utrecht te stellen en daarmee de vrijheid van godsdienst te onderschrijven. Een belangrijk gebaar. Het snoert critici die wijzen op onverdraagzaamheid van religies in andere landen, de mond. De verschillende religies spreken met hun steun aan de Unie van Utrecht ten principale uit dat mensen recht hebben op een eigen keus voor religie of levensbeschouwing of ‘geen religie’ of ‘geen levensbeschouwing’. De behoefte bij te dragen aan de democratie kwam naar voren op 9 juni 2010, toen vijf religies tegelijk hun leiders naar de stembus stuurden in de Domstad om daarmee zichtbaar te maken dat ze elk een bijdrage willen leveren aan de democratie. Het gaat dan om christendom, jodendom, islam, boeddhisme en hindoeïsme.

      Ieder mens staat in een of andere traditie, cultuur of religie. Dat heeft hen gevormd tot dat wat zij zijn. Het ontkennen, het niet herkennen of niet erkennen van die identiteit werkt vergroting uit van de onderlinge afstand. Vroom, voorzitter van de beraadgroep Interreligieuze ontmoeting van de Raad van Kerken, zei in een voordracht in 2008: ‘Als mensen de eigen identiteit niet belangrijk vinden en dat ook uitspreken tegenover een ander, werkt dat als een boemerang’.7xH. Vroom, Bronnen van respect, Utrecht 2008 (zie: www.invrijheidverbonden.nl). Impliciet zegt de westerse mens daarmee namelijk: ‘Mijn identiteit is niet belangrijk en daarmee ook die van de ander niet.’ Religie draagt bij aan de cohesie.

      Kerken en geloofsgemeenschappen, legde Van Luyn uit in 2006 in een toespraak voor burgemeesters, komen tegemoet aan de zingevingcrisis die vooral de waarom- en waartoe-vragen betreft, aan het tekort aan morele wegwijzers en aan perspectief ten aanzien van existentiële vragen over het kwaad in de wereld, de ongelijke verdeling van aardse goederen, de aantasting van natuur en milieu, de bedreiging van de wereldvrede, de contingentie van het bestaan.8xA. van Luyn, Burgemeesterslezing d.d. 4 december 2006, Rotterdam (zie: www.burgemeesterslezing.nl).

      De bijdrage van de kerken blijkt verder concreet uit de inzet voor de arme kant. De kerken vullen aan waar het de overheid aan ontbreekt. De barmhartigheid is complementair aan de gerechtigheid. Er zijn daarbij goede voorbeelden, zoals in Hellendoorn, waar kerk en overheid nauwkeurig samenwerken om te voorkomen dat mensen op basis van regels tussen wal en schip zouden vallen. De kerken zitten in de haarvaten van de samenleving als een van de meest fijnmazige organisaties die Nederland rijk is. De gemeente Rotterdam heeft een inventarisatie gemaakt van de bijdragen vanuit de kerken onder de titel Tel je zegeningen.9xKaski, Tel je zegeningen, Nijmegen/Rotterdam 2008. Daaruit blijkt dat het om miljoenen gaat indien de sociale bijdragen in geld zouden worden uitgedrukt.

    • Eisen voor religies

      Wie religie een plek geeft in het publieke domein, zal daaruit voortvloeiend moeten erkennen dat het publieke domein ook eisen stelt aan de religie. De overheid geeft de regie bij publieke herdenkingen dus niet uit handen. Religie dient zich te schikken naar de eisen van de democratie en naar het ongeschreven recht van respectvol burgerschap. Van der Donk concludeert in een onderzoek van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uit 2006 dat de religie zich moet transformeren.10xW. van der Donk (red.), Geloven in het publieke domein, Den Haag 2006. De kerk kan een eigen rol opeisen, als ze maar niet streeft naar enige vorm van bevoorrechting. Hirsch Ballin sprak in zijn rol als minister van Justitie in 2010 voor de groep In Vrijheid Verbonden. Hij pleitte voor een pluralistische coöperatie, een vorm van samenwerking tussen kerk en staat, waarbij de twee instellingen geen vreemden van elkaar zijn, maar elkaars verantwoordelijkheid respecteren en ruimte bieden.11xE. Hirsch Ballin, Mijlpalen van het verleden, wegwijzers voor de toekomst, Utrecht 2010 (zie: www.invrijheidverbonden.nl).

      Kennedy ziet kerken als onderdeel van de civil society, als ‘een van vele bindmiddelen in de liberale democratische samenleving’.12xJ. Kennedy, Stad op een berg, de publieke rol van protestantse kerken, Zoetermeer 2010. ‘Geen natuurlijk onderdeel van de sociale orde, geen verheven goddelijk instituut, geen profetische stem in een geëngageerde maatschappij. Niet langer een staatskerk, maar steeds vaker een straatkerk.’ Hij ziet voor kerken daarbij een contrasterende rol, waarbij de vooronderstelling is dat de kerken zich schikken in wat de democratische rechtsstaat aan normen en waarden met zich meebrengt.

      Op diverse plaatsen is er ervaring opgedaan met dit model, waarbij religies ruimte krijgen zonder de eigen overtuiging in mindering te brengen op de overtuiging van de ander. In verschillende stiltecentra maken verschillende religies gebruik van de beschikbaar gestelde ruimte. Op de luchthaven Schiphol bijvoorbeeld is het Meditation Centre een plek waar joden, moslims, boeddhisten en christenen gelijk gebruikmaken van deze ruimte. Zo kan het gebeuren dat terwijl een priester de eucharistie met enkele mensen viert, er ook moslims hun gebeden doen, naast de joden. Op een bepaald moment vindt in de liturgie de vredegroet plaats. De vrede wordt dan door alle aanwezigen uitgewisseld, dit tot grote tevredenheid van diezelfde aanwezigen, komend vanuit alle windhoeken van deze aarde. Notities van bezoekers van het Meditation Centre in het zogenoemde ‘visitors book’ getuigen daar veelvuldig van.

      In verschillende provincies vinden voorgangers van diverse levensbeschouwingen elkaar. De provincie Friesland kent ‘Kleurrijk Fryslân’, waar oecumenici zich al sinds 21 maart 1992 bezighouden met interreligieuze vieringen. De internationale dag tegen racisme was aanleiding om met elkaar uit verschillende heilige boeken te lezen. Dergelijke vieringen hebben plaatsgevonden in diverse Friese steden en dorpen.

    • Vieren met inhoud

      Terug naar de nationale herdenkingen. We pleiten voor een inclusieve neutraliteit, voor een balans de dictatuur van het atheïsme voorbij. De Raad van Kerken heeft daarvoor al in 2003 een uitgave naar buiten gebracht getiteld Samen vieren en als ondertitel Met mensen van andere religies.13xRaad van Kerken, Samen vieren. Met mensen van andere religies (reeks: Oecumenische bezinning), Amersfoort 2003. De uitgave sluit aan bij allerlei praktische situaties, van school tot zorginstelling. Van rouw tot trouw. Daar wordt ook concreet ingegaan op de vraag hoe overheid en godsdiensten vormgeven aan herdenkingen bij nationale rampen en lokale herdenkingsbijeenkomsten.

      Er wordt gerefereerd aan de herdenkingsbijeenkomst in 1992 van de Bijlmerramp. Vertegenwoordigers van verschillende religies spraken overwegingen uit. Naar aanleiding van onlusten in Indonesië in 2000/2001 organiseerden moslims en christenen in Nederland in een kerkgebouw te Utrecht een herdenkingsdienst waarbij geestelijke leiders teksten ter overweging uitspraken, afgewisseld door liederen en gedichten uit diverse tradities. Na de aanslag op de Twin Towers was er een uur van bezinning en gebed in de Domkerk, waar naast de christelijke organisatie ook inbreng was van moslims.

      Vieringen vragen uit de aard der zaak om inhoud en betekenis. Het zou de pluraliteit van Nederland beter recht doen als er geen schroom ligt op het gebruiken van de meest heilige naam in het publieke domein. Vanzelfsprekend moet die naam niet agressief tegenover anderen worden gebruikt. Dat past niet bij de eigenheid van de religie, waar de naam niet is bedoeld als hamer. Het past ook niet bij het karakter van een multiculturele samenleving. Mensen dringen zich in het publieke domein niet op aan de ander. Ze laten alleen iets zien van wat er in hen zelf leeft. De eigen spiritualiteit is de basis voor de expressie; de aanwezigheid van de anders gelovige tegelijk de afbakening van al te grote woorden. Van de gelovigen mag hier ook een balans worden verwacht.

      Natuurlijk moet die balans in de praktijk steeds weer worden geleerd. Een goede voorbespreking, een inperking in de tijd en een duidelijke lijn in de viering kunnen hulplijnen zijn. De professionaliteit van zowel de ambtenaren als de nabestaanden en de geestelijken doet de rest. Al deze handelingen en alle woorden worden uiteindelijk gedragen door het vertrouwen en het onderlinge respect van bevolkingsgroepen naar elkaar toe. Dat is de basis voor een viering. Maar is dat ook niet de basis voor een pluriforme samenleving als geheel?

    Noten

    • 1 Kluun, God is gek, de dictatuur van het atheïsme, Amsterdam 2009.

    • 2 Dienst Kerk en Samenleving in het Bisdom Roermond, brief en bijlage aan bestuur van Vereniging van Limburgse Gemeenten, Roermond 2010.

    • 3 L.J. Koffeman, Het goed recht van de kerk, een theologische inleiding op het kerkrecht, Kampen 2009.

    • 4 S. van Bijsterveld, Overheid en godsdienst. Herijking van een onderlinge relatie, Oisterwijk 2009.

    • 5 VNG, Tweeluik religie en publiek domein. Handvaten voor gemeenten, Den Haag/Amsterdam 2009.

    • 6 Gemeente Amsterdam, Notitie Scheiding Kerk en Staat, Amsterdam 2008 (zie: www.amsterdam.nl).

    • 7 H. Vroom, Bronnen van respect, Utrecht 2008 (zie: www.invrijheidverbonden.nl).

    • 8 A. van Luyn, Burgemeesterslezing d.d. 4 december 2006, Rotterdam (zie: www.burgemeesterslezing.nl).

    • 9 Kaski, Tel je zegeningen, Nijmegen/Rotterdam 2008.

    • 10 W. van der Donk (red.), Geloven in het publieke domein, Den Haag 2006.

    • 11 E. Hirsch Ballin, Mijlpalen van het verleden, wegwijzers voor de toekomst, Utrecht 2010 (zie: www.invrijheidverbonden.nl).

    • 12 J. Kennedy, Stad op een berg, de publieke rol van protestantse kerken, Zoetermeer 2010.

    • 13 Raad van Kerken, Samen vieren. Met mensen van andere religies (reeks: Oecumenische bezinning), Amersfoort 2003.


Print dit artikel