Tijdschrift voor Religie, Recht en BeleidAccess_open

Artikel

Grootayatollah Fadlallahs boodschap aan de Nederlandse moslims

‘Integratie is een religieuze plicht’

Trefwoorden Fadlallah, integratie, sjiisme, Nederland
Auteurs
Toon PDF Toon volledige grootte
Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Joseph Alagha, Huub Damoiseaux en Arnout van Ree, 'Grootayatollah Fadlallahs boodschap aan de Nederlandse moslims', TvRRB 2012-1, p. 41-55

Dit artikel wordt geciteerd in

    • De auteurs willen in dit artikel nieuwe inzichten verschaffen in het aanhoudende Nederlandse debat over ‘immigratie’, ‘integratie’ en de veronderstelde botsing tussen islam en de Nederlandse cultuur en normen en waarden. De onlangs overleden Libanese grootayatollah Fadlallah (1935-2010) heeft zich in 2005-2010 specifiek uitgesproken hierover. Dit artikel is gebaseerd op interviews met hem, zijn Nederlandse volgelingen en literaire bronnen. Dit toont aan dat Fadlallah en zijn volgelingen liberale denkbeelden hebben over controversiële onderwerpen zoals de rechten van de vrouw, de hoofddoek en integratie, en geweld en terrorisme zoals 9/11 veroordelen. Op basis hiervan stellen de auteurs dat de vaak geponeerde onverenigbaarheid tussen islam en integratie niet zonder meer houdbaar is.

    • In dit artikel zal de rol van grootayatollah Mohammed Hoessein Fadlallah, overleden op 4 juli 2010 in Beiroet, in de integratie van sjiitische moslims in Nederland besproken worden. Zijn preken en geschriften hebben de basis hebben gevormd voor bewegingen als Hezbollah in Libanon en de Dawa Partij in Irak. Hoewel Fadlallah ervan is beschuldigd Hezbollahs spirituele leider te zijn in het begin van de jaren tachtig, keerde hij zich tegen Hezbollah. Hij predikte dat islam een sociale praktijk is en beperkt tot sociale en culturele aspecten, niet de politiek en ideologie. Fadlallah beschuldigde Hezbollah ervan religieuze obligatie (taklif) als een middel in de politieke arena te gebruiken om zijn reputatie te verbeteren. Hij waarschuwde ervoor dat op de lange termijn mensen gewend zouden raken aan deze misvormde praktijken die zich niet houden aan religieuze tradities en regels. Fadlallah concludeerde dat Hezbollah religieuze obligatie gebruikt vanuit een politiek pragmatische positie om zich politieke legitimiteit te verschaffen.1xJ. Alagha, persoonlijk interview, 14 december 2005.
      Grootayatollah Fadlallah, woonachtig in het sektarisch verdeelde Libanon, heeft zich echter ook uitgebreid beziggehouden met interreligieuze dialoog en integratie. Zijn visies daarover zijn echter ook relevant voor Nederland, aangezien hij veel invloed heeft gehad op sjiieten in Nederland (ook al was hij de tweede meest gevolgde religieuze leider door Nederlandse sjiieten na de Irakese ayatollah Ali al-Sistani).2xZie www.sistani.org/ voor een biografie en publicaties van ayatollah Ali Al-Sistani. Maar, nog veel belangrijker, is dat grootayatollah Fadlallah specifiek uitspraken en fatwa’s heeft gedaan over Nederland en de Nederlandse problematiek, waarbij hij verwees naar Pim Fortuyn, Theo van Gogh en Geert Wilders. Fadlallahs wijdverspreide aanhang in de wereld, zijn bijzondere wereldvisie, dat Nederlandse sjiieten hem volgen en zijn uitspraken over Nederland zijn voor de auteurs redenen om een artikel aan hem en niet aan Al-Sistani te wijden.
      In 2006 zijn door de Nederlandse overheid inburgeringscursussen, zowel vrijwillig als verplicht, ingesteld om de integratie van immigranten in de Nederlandse samenleving vorm te geven. Een groot deel van de deelnemers aan deze cursussen, en van de immigranten in Nederland, is moslim. Sjiieten vormen binnen deze groep moslims de grootste minderheidsgroepering. Wereldwijd zijn de sjiieten eveneens in de minderheid3xVolgens de meest genereuze inschattingen is 15% van 1,6 biljoen moslims wereldwijd sjiitisch. Dezelfde inschatting geldt voor Nederland, ongeveer 15 % van de 850.000 Nederlandse moslims. S. Zemni & B. Maréchal (red.), Sunni-Shi’a Contemporary Relations, London 2012. en zij leven voornamelijk in Iran, Irak en Libanon. In Nederland wonen ongeveer 150.000 sjiieten (tot wie ook Turkse alawieten worden gerekend); dat is ongeveer 17% van het totale aantal moslims. Deze sjiieten komen voornamelijk uit de hiervoor genoemde landen.
      De inburgeringscursussen hebben er echter niet toe geleid dat de integratie van immigranten, vooral moslimimmigranten, geruisloos verliep of verloopt. Er wordt in de Nederlandse politiek een hevig debat gevoerd over de thema’s integratie, islam en de positie of integratie van moslims in Nederland. Dit heeft ertoe geleid dat de thema’s immigratie en integratie het politieke debat in Nederland nu al jaren domineren. Zo betekenden de verkiezingen van 2010, naast een grote winst van de VVD, een grote steun voor de PVV, een partij die bekendstaat om haar kritiek op de islam.
      In dit artikel zullen eerst die onderdelen van de context en inhoud van het Nederlandse debat over integratie en immigratie worden geschetst die relevant zijn in het licht van de uitspraken en opvattingen van Fadlallah. Daarna volgt een korte bespreking van de theologische doctrines van het sjiisme en de rol die religieuze leiders zoals Fadlallah daarin spelen. Vervolgens zal een aantal van Fadlallahs visies en fatwa’s met onder andere thema’s zoals de rechten en de positie van vrouwen en integratie besproken worden die relevant zijn voor Nederland. Deze visies en fatwa’s zijn van belang vanwege hun invloed op Fadlallahs Nederlandse volgelingen. Zo zeiden twee van zijn Nederlandse volgelingen tijdens de afgenomen interviews: ‘Ik heb gekozen om Fadlallah te volgen nadat ik overtuigd werd dat hij een gematigde geestelijke leider is die, naar mijn mening, de moderne mujtahids [interpretatiebevoegde geleerden] vertegenwoordigd. Zo is het duidelijk in zijn werken en uitspraken dat hij over een bijzondere en moderne manier beschikt als het gaat om het behandelen van verschillende maatschappelijke en sociale kwesties’ en: ‘Mijn mening is hetzelfde als die van Fadlallah. In het kort: integreren met behoud van de islamitische identiteit.’4xInterviews met Nederlandse sjiitische volgelingen van grootayatollah Fadlallah. De visie van Nederlandse sjiieten op Fadlallah baseren wij op een tiental interviews die zijn afgenomen bij volgelingen van Fadlallah in het kader van dit artikel.5xDe interviews zijn per e-mail of tijdens een gesprek afgenomen bij (tien) Nederlandse volgelingen woonachtig in Zwolle, Roermond, Assen, Den Haag, Leiden, Amsterdam en Rotterdam, gedurende de periode 2010-2011. Alle geïnterviewden zijn of waren studenten en namen vrijwillig deel, op basis van anonimiteit. Ook zullen zijn website en zijn visie – gebaseerd op informatie uit een serie persoonlijke interviews met Fadlallah, door Joseph Alagha in Libanon afgenomen in het kader van dit artikel – op de Nederlandse samenleving besproken worden.

    • Het Nederlandse debat

      Het Nederlandse debat over integratie en islam gaat ons inziens primair over de vrijheid van meningsuiting, over de vrijheid van religie, over de vrijheid om geen handen van de andere sekse te schudden, over de vrijheid niet op te staan wanneer men voor de rechter verschijnt. Het debat gaat ook over thema’s als het dragen van hoofddoekjes of over de vraag of immigranten verplicht zouden moeten (en kunnen) worden om Nederlands te leren. Er zijn groeperingen in Nederland die van mening zijn dat een basaal begrip van de Nederlandse taal noodzakelijk is om te slagen in de Nederlandse samenleving. De kwesties die ons inziens centraal staan zijn dus linguïstische en culturele assimilatie en de vraag of en hoe immigranten zich aan moeten passen aan de autochtone meerderheid, aan Nederland.
      Het debat over islam en integratie gaat ook over moslims die niet bereid zouden zijn tot integreren in de Nederlandse samenleving. Dit debat past ons inziens in de discussie over de dynamiek tussen religie en samenleving; volgens sommigen valt deze (of menig andere) religie, islam, niet te verenigen met integratie. Zo zou er een aantal uitgangspunten in de islam bestaan die onverenigbaar zijn met de normen en waarden zoals die (zouden) gelden in Nederland. Hierbij gaat men uit van een homogene, uniforme islam. Het politieke manifest van de PVV stelt bijvoorbeeld vrij duidelijk dat er sprake is van ‘een conflict tussen de rede van het vrije Westen en het barbarisme van de Islamitische ideologie’.6xPVV, De agenda van hoop en optimisme Een tijd om te kiezen: PVV 2010-2015, p. 41 (www.pvv.nl/index.php/visie/verkiezingsprogramma.html). Hoewel de traditionele denkbeelden van sommige islamitische stromingen strijdig lijken te zijn met Nederlandse normen, is het volgens de auteurs te kort door de bocht om te spreken van één uniform islamitisch wereldbeeld.
      Er bestaan namelijk vele islamitische stromingen met verschillende standpunten aangaande integratie en aanpassing van moslimimmigranten in niet-moslimlanden. Het Nederlandse debat over de reikwijdte van de vrijheid van religie focust zich naar onze mening echter te zeer op het gedeelte van de moslims (en andere minderheden) dat volgens sommigen niet bereid lijkt tot integratie in de Nederlandse maatschappij. Verder wordt er in dit debat, merkwaardig genoeg, vrij weinig ruimte en aandacht geschonken aan andere (gematigde of moderne) islamitische visies op integratie en de samenleving. Er zouden echter boeken vol geschreven kunnen worden over de verscheidenheid binnen islamitische stromingen over dit onderwerp. Dit artikel zal een licht laten schijnen op het sjiisme in Nederland dat weinig bediscussieerd wordt. Dit zal niet alleen de diversiteit en verschillen binnen de islam aantonen, waarvan aangenomen wordt dat het homogeen is, maar ook dat er zelfs verschillen zijn binnen het sjiisme en bij de sjiieten, zoals het feit dat er verschillende religieuze leiders zijn die gevolgd (kunnen) worden.
      De auteurs willen dáárom Fadlallahs visie belichten omdat zij van mening zijn dat de leefregels voor de sjiitische minderheid en de islamitische blik van grootayatollah Fadlallah op vorenstaande kwesties erg interessant zijn in het kader van het Nederlandse debat. Fadlallah trachtte namelijk een balans of oplossing te vinden voor de ‘klassieke’ religieuze tradities van islam en moderne ontwikkelingen, zoals de aanwezigheid van zijn volgelingen in niet-moslimlanden zoals Nederland. Zijn visie laat innovatieve interpretaties van sjiitische religieuze doctrines zien die van invloed zijn op de thema’s in het Nederlandse debat over integratie en assimilatie van moslimimmigranten, zoals zijn argument dat het een religieuze plicht is om te integreren in een samenleving of zijn standpunt ten aanzien van het dragen van hoofddoekjes.7xZie voor jurisprudentie van grootayatollah Fadlallah: http://english.bayynat.org.lb/jurisprudence/Fashion.htm.
      Ook had grootayatollah Fadlallah een prominente positie in de sjiitische gemeenschap in Libanon. Dit is nog een reden waarom zijn visie zo interessant is voor het Nederlandse debat. Libanon is namelijk verdeeld in achttien erkende etnisch-religieuze gemeenschappen. Hierdoor zijn wederzijds respect, begrip en dialoog belangrijke elementen voor het mogelijk maken van vredig samenleven tussen moslims, die de meerderheid vormen, en de christenen, de minderheid, in het enige Arabische land met een christelijke president.8xS. Khalaf, Civil and Uncivil Violence in Lebanon A History of the Internationalization of Communal Conflict, New York 2002, p. 19-23. Fadlallahs uitspraken over Libanon kunnen daarom ook zeker relevantie hebben voor de situatie in Nederland of andere landen waar (mogelijke) problemen zijn tussen religieuze groeperingen over de samenleving en de rol van religie hierin.

    • Sjiisme, grootayatollah Fadlallah en het sjiisme in Nederland

      Theologische doctrines van het sjiisme

      De kwestie van de politieke opvolging van de islamitische profeet Mohammed heeft islam in twee stromen uiteengescheurd: het soennisme en het sjiisme. De islamitische gemeenschap werd na de dood van de profeet eerst geleid door vier kaliefen (‘opvolgers’) die de bijnaam ‘rechtgeleide kaliefen’ kregen. Maar de sjiieten bestrijden het religieuze leiderschap van de eerste drie kaliefen: Abu Bakr, Omar en Othman. De sjiieten geloven namelijk dat God de profeet heeft geïnstrueerd om Ali, de schoonzoon van de profeet, vader van de enige kleinzoons van de profeet en tevens de vierde kalief, aan te wijzen als diens opvolger. De sjiieten volgen om deze reden de nakomelingen van Ali en zijn zonen Hassan en Hussein. Deze geestelijke leiders werden geen kalief genoemd, maar imam. Dit heeft volgens de theologie van het sjiisme uiteindelijk geleid tot een lijn van opvolging van elf imams tot de twaalfde imam, al-Mahdi.
      De soennieten hadden dus het kalifaat en de sjiieten het imamaat. De sjiieten beschouwen het Imamaat als een goddelijke aanstelling door aanwijzing (al-istikhlaf bi al-nass wa al-ta’yyin). De soennieten geloven echter dat het kalifaat een product van consensus zou moeten zijn (al-istikhlaf bi al-shura wa al-bayy’a), een aanstelling door middel van consultatie en wederzijds hulde betuigen.9xShaykh Muhammad Mahdi Shamseddine, Nizam Al-Hukum wa Al-Idara fi Al-Islam (The Order of Governance and Administration in Islam), Beirut 2000, p. 105, p. 380-382; R. Brunner & W. Ende. (red.), The Twelver Shia in Modern Times: Religious Culture & Political History, Leiden 2001. De definitieve splitsing tussen het soennisme en het sjiisme kwam tot stand nadat Hussein, de kleinzoon van de profeet, samen met 72 van zijn metgezellen werd gedood bij de slag van Karbala op 10 oktober 680. De sjiieten verloren hiermee hun kans om de islamitische gemeenschap te leiden, en de soennieten monopoliseerden vanaf dat moment de politieke macht.
      Kortom, de sjiieten volgen de bloedlijn van de profeet als het gaat om het leiderschap van de religieuze gemeenschap, terwijl de soennieten een gekozen opvolger, waar iedere moslim voor geschikt is, volgen.10xH. Halm, Shi’ism, Edinburg 2004, p. 38-44; W. Raven, ‘Ontstaan en Verbreiding’, in: H. Driessen (red.), In het huis van de islam, Amsterdam 1997, p. 44-51. De splitsing tussen het soennisme en het sjiisme is daarom ook meer politiek dan religieus. Dit wordt zelfs duidelijk in de roep tot gebed, waar de sjiieten aan de standaard geloofsbelijdenis – dat er één God is en Mohammed zijn profeet – toevoegen: ‘Ik getuig dat Ali de rechtmatige opvolger [van de profeet] is.’11xH. Dabashi, Shi‘ism: a religion of protest, Harvard 2011, p. 62-90.
      De imams waren dus de opvolgers van Mohammed en Ali, tot de twaalfde imam, die, zoals dat in de sjiitische geloofsleer heet, ‘in verborgenheid’ verdween zonder opvolgers na te laten. Hierna moest de sjiitische gemeenschap geleid worden door een andere religieuze autoriteit om de religieuze teksten te interpreteren, zoals dat voorheen door de imam gedaan werd. Deze rol werd uiteindelijk opgevuld door de geestelijke leiders die bevoegd waren tot idjtihad, zelfstandige interpretatie van de bronnen, vandaar hun algemene benaming mujtahid. De meest belangrijke van deze mujtahids worden marja (‘kennisbron’) genoemd, of ook wel ayatollah. Zij nu waren degenen die de sjiitische gemeenschap gingen leiden.12xD. Douwels, ‘Richtingen en Stromingen’, in: H. Driessen (red.), In het huis van de islam, Amsterdam 1997, p. 167-175. Grootayatollah Fadlallah was een dergelijke marja.

    • Theologische grondslagen van de positie van een ayatollah

      De sjiitische geschiedenis kenmerkt zich door een verscheidenheid aan marja’s, die religieuze kennis tot hun monopolie hebben gemaakt. Marja’s zijn tevens de onbetwiste leiders van de geloofsgemeenschap. De belangrijkste taak van een marja is: (1) interpretatie van de regels van de islam (sharia) door middel van religieuze bronnen zoals de Koran, overleveringen van de profeet en zijn metgezellen, (2) de toepassing van deze regels van de sharia als rechter of religieus leider, en (3) het verlenen van theologische adviezen (fatwa’s) in hedendaagse situaties. Een marja begeeft zich dus zowel op het gebied van juridische kwesties als op het gebied van geloof. Zo is een onderdeel van de taken van een marja het schrijven van minimaal één praktische verhandeling om zijn volgers leiding te geven. Hij wordt pas na het publiceren van een dergelijk werk een groot-marja of, een term die ook wordt gebruikt, een grootayatollah.13xK.S. Vikør, Between God and the Sultan A History of Islamic Law, Londen 2005, p. 121-139; Ali Ahmad Al-Bahadli, Al-Hawza Al-’Ilmiyya fi Al-Najaf: Ma’alimuha wa Harakatuha Al-Islahiyya (1920-1980) (The Religious Seminary in Najaf: Features and Reformist Trends), Beiroet 1993, p. 201-214, p. 274; L.S. Walbridge, (red.), The Most Learned of the Shi’a: The Institution of Marja’ Taqlid, Oxford 2001. Er bestaat binnen het sjiisme een sterke hiërarchie van de geestelijkheid. Daarom lijkt het deels op het katholicisme, doch minder formeel en democratischer. De sjiieten kennen namelijk geen instituten als de kerk of de paus, maar bepalen zelf welke religieuze leider zij volgen. Zij vragen aan de door hen gekozen leider om fatwa’s (of fatawa: religieuze decreten).14xHalm 2004, p. 64-65. De door ons geïnterviewde Nederlandse moslims gaven aan dat er geen marja in Nederland is. Het is daarom voor Nederlandse sjiieten normaal om een religieuze leider uit het buitenland te volgen.

      Grootayatollah Mohammed Hoessein Fadlallah

      Grootayatollah Mohammed Hoessein Fadlallah is volgens zijn stamboom een directe afstammeling van de profeet Mohammed. Hij is in 1935 geboren in Najaf, Irak, een heilige stad voor de sjiieten en een belangrijk centrum van sjiitische religieuze studie. Fadlallah heeft hier gedurende 21 jaar een religieuze opleiding gevolgd, alvorens terug te keren naar het geboorteland van zijn ouders: Libanon. Na zijn terugkomst heeft Fadlallah zowel een religieuze als een sociale rol vervuld in de Libanese gemeenschap. Hij werd de hoogste sjiitische marja in Libanon en een zeer gerespecteerd figuur in de islamitische wereld.15xHalm 2004, p. 128-130. Hij was de voornaamste religieuze leider voor de ruim één miljoen sjiieten, de grootste geloofsgemeenschap in Libanon, maar had ook in andere landen in het Midden-Oosten en de moslimdiaspora veel volgelingen.16xD.F. Eickelman & J. Piscatori, Muslim Politics, Princeton 2004, p. 125; ‘Influential Lebanese Shi’ite cleric calls for Muslim-Jewish dialogue’, Ha’aretz2009. Maar ook in sociaal opzicht was hij actief. Zo heeft hij verscheidene (religieuze) scholen geopend, onder meer in Beiroet en Damascus (Syrië), evenals enkele weeshuizen en ziekenhuizen.17xD. Schenker, ‘Passing of Shiite Cleric Fadlallah Spells Trouble for Lebanon’, The Washington Institute for Near East Policy; zie ook de website van Fadlallah: http://english.bayynat.org.lb/Biography/.

      De rol van een marja

      Naast de kwestie van politieke opvolging is een ander verschil tussen het soennisme en het sjiisme relevant voor dit artikel. Dat is de wijze waarop de interpretatie van heilige teksten plaatsvindt. Soennieten zijn namelijk meer tekstueel georiënteerd, terwijl sjiieten zich meer richten op de navolging van een (levende) geestelijke. Beide groepen zijn weliswaar van mening dat er slechts één heilige Koran bestaat, maar soennieten volgen de schriftelijke werken van een reeds lang overleden geestelijke, waardoor nieuwe problematiek niet met hem besproken kan worden. Sjiieten dienen echter een levende leider te volgen, een leider die je kunt bellen of e-mailen in geval van religieuze kwesties of interpretaties van de Koran, ook als het draait om praktische zaken zoals verderop aangetoond zal worden in verband met Nederlandse volgelingen.18xEr lijkt binnen onze groep van geïnterviewden discussie te bestaan in hoeverre men Fadlallah als marja kan blijven volgen na diens overlijden. Volgens sommigen kan dit, volgens anderen niet. Een enkeling meent te weten dat het juridisch gezien ouderen is toegestaan de overleden marja te blijven volgen, terwijl jongeren een nieuwe marja dienen te vinden (hier was de geïnterviewde overigens zelf nog niet in geslaagd). Een geïnterviewde Nederlandse volgeling van Fadlallah zei hierover: ‘Fadlallah’s fatwas spelen zeker een belangrijke rol in mijn leven. De mujtahid is zeer belangrijk voor de mensen omdat hij degene is die in staat is om de ijtihad te verrichten om tot een shari’ah uitspraak te komen.’19xInterview met Nederlandse volgeling van grootayatollah Fadlallah. Dit is extra interessant omdat de marja’s een vrij verstrekkend leergezag hebben. De imam van de Al-Hussein Moskee in Assen zei hierover in een interview met dagblad Trouw in 2009: ‘Shi’ieten zullen nooit eigenhandig een tekst van de Koran interpreteren en een zelfmoordaanslag plegen zonder de toestemming van een Grootayatollah.’20x‘Vredesboodschap uit Assen’, Trouw 11 december 2004. Dit is een voorbeeld van de mogelijke invloed die een marja of grootayatollah zoals Fadlallah heeft en kan hebben op extremistische handelingen, maar ook op de integratie en assimilatie van moslimimmigranten in Nederland.
      Grootayatollah Fadlallah heeft bijvoorbeeld zelfmoordaanslagen van Hezbollah in Libanon goedgekeurd omdat deze aanslagen om zelfverdediging zouden gaan. Het is echter belangrijk om te vermelden dat hij op verschillende momenten terroristische aanvallen op onschuldige burgers nadrukkelijk heeft afgekeurd. Hij veroordeelde de aanvallen van 9/11 als zijnde crimineel en een verwerpelijk voorbeeld van genocide.21xJ.L. Esposito, The Future of Islam, Oxford 2010, p. 33; Fadlallah, Press Release 12 september 2001, (www.bayynat.org.lb); al-Safir, 14 september 2001, interview van Sarkis Na‘um in al-Nahar, gepubliceerd in delen op 19-26 september 2001. Grootayatollah Fadlallah heeft ook een soortgelijk oordeel uitgesproken over de aanvallen in Londen van 2005. Hij voegde hieraan toe dat deze daden barbaars waren en onverenigbaar met islam, een sprak daarmee degenen tegen die stelden dat zij werden uitgevoerd in naam van de islam of dat de islam deze aanvallen zou toestaan of accepteren.22xEsposito 2010, p. 33; www.bayynat.org.lb; al-Intiqad 1117, 8 juli 2005; al-Safir, 8 juli 2005.
      Het gezag dat een marja bezit, heeft een aantal praktische implicaties, zoals het feit dat sjiitische marja’s websites hebben waar men antwoorden kan vinden op vragen. Deze websites worden vertaald in vele talen en behandelen moderne problemen, zoals klonen en in-vitrofertilisatie. Ook worden er op deze websites vragen gesteld aan de marja over problemen die een moslim tegen kan komen in het dagelijkse leven. In de volgende paragraaf zal de visie van Fadlallah op een aantal van zulke moderne problemen behandeld worden op basis van zijn fatwa’s, website23xZie hiervoor: http://english.bayynat.org.lb/QA/index.aspx. en de persoonlijke interviews die enkele jaren geleden zijn afgenomen met grootayatollah Fadlallah door een van de auteurs.24xDeze interviews zijn nog niet eerder in een publicatie behandeld.

    • De visie van Fadlallah op de samenleving en op religie

      Hoofddoekjes en de rechten van een vrouw

      In de necrologie van Fadlallah in het NRC Handelsblad stond met recht dat Fadlallah werd gezien als een voorvechter van pragmatisme en verbetering van de positie van de vrouw.25x‘Mohammed Hussein Fadlallah (1935-2010)’, NRC 5 juli 2010; zie ook: http://english.bayynat.org.lb/news/interview_20122011.htm. Ook de Israëlische krant Ha’aretz omschreef Fadlallah in een necrologie als ‘uiterst tolerant betreffende de rechten van de vrouw’.26x‘The late Ayatollah Fadlallah was an Islamist cleric unlike any other’, Ha’aretz 5 juli 2010. Zo heeft de grootayatollah aan een van de auteurs bijvoorbeeld over het dragen van hoofddoekjes verteld dat de kwestie niet zozeer is of de vrouw een hoofddoek draagt, zelfs als dit een religieuze verplichting zou zijn. Het gaat er volgens Fadlallah veel meer om dat de vrouw een sluier zou moeten dragen over haar hart, instinct en verleidingen. Fadlallah benadrukte dat zijn belangrijkste punt hierbij is dat men eerst een mens is, los van geslacht. Dit betekent dat wanneer een vrouw deelneemt aan het publieke leven, zij dit in eerste instantie doet als mens. Dit doet zij niet slechts als vrouw en zij verliest haar rechten niet door haar vrouwelijke lichaam. Een vrouw heeft door het dragen van een hoofddoek niet minder rechten dan een man, zij is gelijkwaardig aan de man in de privé- en de publieke sfeer. Bijvoorbeeld, een vrouw die in Nederland op straat een hoofddoek draagt, verliest daardoor niet haar rechten of is daardoor niet ondergeschikt aan haar echtgenoot. Fadlallah heeft dit standpunt ook verdedigd in een fatwa.27xAyatollah Muhammad Hussein Fadlallah, Al-Ijtihad Byna Asr Al-Madi wa Afaq Al-Mustaqbal (Jurisprudence Between the Shackles of the Past and the Horizons of the Future), Beirut 2009, p. 371-382; J. Alagha, persoonlijk interview, 4 augustus 2009; zie voor de fatwa: http://english.bayynat.org.lb/womenfamily/hajI.htm.
      Deze interpretatie is belangrijk in het kader van het Nederlandse debat, waarin hoofddoekjes een belangrijke rol spelen. Dit fenomeen wordt namelijk gebruikt als bewijs voor de onderdrukking van vrouwen in de islam, gelegitimeerd door middel van de interpretatie van islamitische religieuze tradities. Fadlallahs interpretatie werpt hier echter een ander licht op, die aansluit bij de Nederlandse normen en waarden. Verder geeft dit standpunt ook aan dat een vrouw bij het dragen van een hoofddoek geen afstand doet van haar rechten of dat dit haar onderdrukt. Het kwam naar voren in de interviews met zijn Nederlandse volgelingen dat sommigen van hen Fadlallah hebben gekozen als marja vanwege zijn opvattingen hierover: ‘Fadlallah is een gematigde en pragmatische leider. Hij is in staat om ideeën omtrent islam die heel statisch zijn dynamisch te maken. Ook is hij heel erg uniek met betrekking tot zijn visie op man-vrouw relaties.’28xInterview met Nederlandse volgeling van grootayatollah Fadlallah.

      Baas in eigen lichaam: maagdelijkheid

      De normen of tradities uit de Koran kunnen leiden tot een hedendaagse, moderne interpretatie waarbij merkwaardige situaties tot stand komen. Zo kunnen vrouwen in Syrië al langere tijd voor 15 euro een Chinees apparaatje kopen om maagdelijkheid te veinzen. Echter, zodra het apparaat in Egypte verkrijgbaar was, ontstond daar een verhitte discussie over de religieuze toelaatbaarheid van het gebruik van het apparaat. Uiteindelijk werden in Egypte en Saoedi-Arabië fatwa’s uitgesproken met een doodstraf voor hen die het apparaat gebruikten of er reclame voor maakten.29xInterview met Fadlallahs vertegenwoordiger Shaykh Husayn Abdallah in het programma ‘For Publication’ (lel-Nasher), gepresenteerd door Tony Khalife, NTV Lebanon, 26 juni 2010. www.aljadeed.tv/newtvsat/Programs/General/Global/Default.aspx?pr_id=459.
      Grootayatollah Fadlallah, die geslachtsverandering en transseksualiteit toestaat, kwam ook met een fatwa over dit apparaat, waarin hij stelde dat onder voorwaarden herstel van de maagdelijkheid niet in strijd met islam hoefde te zijn.30xZie: http://english.bayynat.org.lb/jurisprudence/sex.htm. Dit was in overeenstemming met zijn overtuiging dat in het algemeen niets in het absolute verboden zou moeten worden, maar dat de context een verbod of sanctie moet rechtvaardigen. Hij vond dat in deze specifieke situatie elke vrouw een onvervreemdbaar recht heeft te doen wat zij wil met haar lichaam, zeker als het verlies van de maagdelijkheid heeft plaatsgevonden door bijvoorbeeld een verkrachting. Volgens Fadlallah wordt een handeling door het doel ervan gerechtvaardigd (halal) of verboden (haram). Hij vond het een haram wanneer het bedoeld is om een echtgenoot te bedriegen, omdat ‘alles dat gebaseerd is op onwaarheid (batil) ook een onwaarheid is’. Echter, het is toegestaan als het verlies van de maagdelijkheid plaatsvond tijdens seks waarbij geen sprake was van wederzijdse instemming, ofwel verkrachting, een verlies waardoor de vrouw kan worden blootgesteld aan ondraagbare schande of zelfs de dood.31xZie: http://english.bayynat.org.lb/jurisprudence/medicine.htm. Men dient hierbij te beseffen dat maagdelijkheid binnen de islam hoog in het vaandel staat en seks buiten het huwelijk wordt gezien als haram.

      Tatoeages en make-up

      Over tatoeages heeft grootayatollah Fadlallah aan een van de auteurs verteld dat hij deze toestaat voor zowel mannen als vrouwen binnen de grenzen van religieuze toelaatbaarheid. Dit baseert Fadlallah op zijn visie dat tatoeages hetzelfde effect hebben als blauwe plekken, niet het gevolg van mishandeling maar fysieke verwondingen die genezen binnen enkele dagen. Deze tatoeages zijn toegestaan, mits ze de vorm aannemen van islamitische afbeeldingen, bijvoorbeeld inscripties van koranische verzen of de gezegden van imams, of religieuze symbolen zoals het zwaard van imam Ali, zu al-fiqar, en de hand32xElke vinger verwijst naar een persoon: de profeet Mohammed, imam Ali, imam Hassan, imam Hussein en Fatima al-Zahra’, de dochter van de profeet en vrouw van imam Ali. die wijst naar het rechtmatige pad dat een vroom sjiiet zou moeten volgen. Ook heeft Fadlallah aan een van de auteurs verteld dat het aan vrouwen toegestaan is om make-up te dragen, eveneens binnen de grenzen van religieuze toelaatbaarheid, als het doel is om de schoonheid van vrouwen te tonen, niet om mannen te verleiden. Fadlallah staat bijvoorbeeld toe dat vrouwen nagellak op hun tenen hebben, zelfs tijdens hun gebed thuis of in de moskee, met uitzondering van de kleinste teen, die de grond aanraakt.33xJ. Alagha, persoonlijk interview, 14 december 2005; zie ook: Ayatollah Mohammad Hussein Fadlallah, Fiqh Al-Shari‘a Volume I (The Jurisprudence of the Shari‘a), Beiroet 2001.

      Klonen en in-vitrofertilisatie (ivf)

      Er is een discussie gaande over klonen en ivf onder islamitische geestelijken, zowel soennitische34xZie voor het debat onder soennitische geestelijken: M.M.I. Ghaly, ‘Human Cloning Through the Eyes Of Muslim Scholars: The New Phenomenon Of The Islamic International Religioscientific Institutions’, Zygon: Journal of Religion and Science 2010, p. 7-35. als sjiitische geestelijken. Grootayatollah Fadlallah behoort tot de liberale vleugel in dit debat, zoals blijkt uit zijn fatwa’s over klonen en ivf-behandeling. Zo heeft Fadlallah een fatwa waarin hij stelt dat hij het klonen van organen voor medische of wetenschappelijke doeleinden geheel niet als probleem ziet.35xJ. Alagha, persoonlijk interview, 14 december 2005; zie voor de fatwa: http://english.bayynat.org.lb/Issues/Iss_Cloning.htm. Hij was echter wel van mening dat het klonen van personen onislamitisch is, omdat het aan God is om mensen te creëren.
      Grootayatollah Fadlallah heeft zich ook in een fatwa uitgesproken over ivf. Hij heeft hierin verkondigd dat stellen ivf-behandeling mogen gebruiken. Hij was hierbij van mening dat het zaad dan wel van de echtgenoot zou moeten komen en de eicel van de echtgenote.36xM. Clarke, ‘Fadlallah’, ISIM Review 17 2006, p. 26: zie voor de fatwa: http://english.bayynat.org.lb/comments/comment_27102011.htm. Er was op de website van Fadlallah een speciaal gedeelte gewijd aan kwesties als donororganen, abortus, contraceptiemiddelen,37xZie: http://english.bayynat.org.lb/Issues/Artificial.htm. euthanasie en de rol van immigranten in landen.38xZie: http://english.bayynat.org.lb/Issues/index.htm. Een blik op de website leert dat veel van zijn denkbeelden hierover een stuk progressiever zijn dan bijvoorbeeld die van de katholieke kerk.39xZo maakt hij bijvoorbeeld een onderscheid tussen sterilisatie (dat hij afkeurt) en contraceptiemiddelen (die hij toestaat).
      Deze website van Fadlallah wordt door een aantal van de door ons geïnterviewde Nederlandse volgelingen regelmatig bekeken. Een van de volgelingen heeft per e-mail wel eens een vraag gesteld aan Fadlallah. Dit ging om de toelaatbaarheid van bepaalde soorten muziek, bijvoorbeeld rapsongs. Hij kreeg hierop als antwoord dat ‘Sayyed Fadlallah de nadruk legt op de teksten als criterium [om het toe te staan of te verbieden] en tevens of de muziek leidt tot lust (ghara’iz). Dit zien we natuurlijk voornamelijk terug in rapsongs maar niet zo zeer in bijvoorbeeld Umm Kalthoum’.40xUmm Kalthoum is een van de belangrijkste zangeressen uit de twintigste eeuw, die overal in de Arabische wereld bekendheid geniet. Haar repertoire bestaat onder meer uit liefdespoëzie, vaak gebaseerd op poëzie uit de islamitische klassieke periode. Een ander had een vraag gesteld over een minder controversieel onderwerp, namelijk welke soorten vis volgens islam zijn toegestaan. Dit zijn voorbeelden van de soort praktische zaken die Fadlallah’s fatwa’s onder andere behandelden, namelijk vragen over correct religieus gedrag in het dagelijks leven in plaats van religieus-juridische kwesties.

      Dialoog met de ‘ander’

      Grootayatollah Fadlallah had ook een uitgesproken mening over het samenleven met andersdenkenden. Toen hem door een van de auteurs werd gevraagd naar zijn mening over Geert Wilders en diens film Fitna, gaf hij als antwoord: ‘Alhoewel wij van mening verschillen met de heer Wilders, die zijn standpunten lijkt te baseren op meningen in plaats van wetenschappelijke of academische bronnen, is hij vrij om te geloven wat hij wil. Wij roepen hem op een dialoog met ons aan te gaan.’41xJ. Alagha, persoonlijk interview, 4 augustus 2009. Zie ook Fadlallahs boek: Islam the Religion of Dialogue, Beirut 2004. Fadlallah benadrukte dat er namelijk binnen islam een grote rol is weggelegd voor de dialoog. Toen hem gevraagd werd wat hij bedoelde met dialoog, gaf Fadlallah als antwoord: ‘We proberen altijd bruggen te bouwen en muren omver te werpen om een handreiking te doen aan anderen. Dit is onze plicht, vanuit onze religie, politieke overtuiging en, nog belangrijker, onze cultuur. We hechten sterk aan vrijheid van gedachte. Wij adviseren ieder die schrijft over moslims, of hij of zij nu wel of niet moslim is, te zoeken naar de waarheid en dat het doel te laten zijn van zijn geschriften zelfs als zij op zwakke plekken van islam wijzen … We vergezellen of misschien zelfs escorteren elkaar op weg naar deze waarheid. Dialoog is dus samenwerking. Door een wederzijds geven en nemen, zullen beide partijen een waardevolle uitkomst bereiken, een gezamenlijke grond. Hier zal men met elkaar kunnen leven in menselijkheid.’42xIdem. Zie voor uitspraken over Wilders en dialoog ook de website van Fadlallah: http://english.bayynat.org.lb/islamicinsights/dialogue_dispute.htm. In 2008 riep Fadlallah opnieuw op tot dialoog tussen moslims en joden ter wille van de vrede. Hij benadrukte hierbij dat islam het jodendom erkent en elke aanval op joden dan wel christenen in elk Arabisch of moslimland verwerpt.43xZie: http://english.bayynat.org.lb/Issues%5CIss_Inter-faith.htm; ‘Influential Lebanese Shi`ite cleric calls for Muslim-Jewish dialogue’, Ha’aretz 20 april 2009.
      Fadlallah had ook een pragmatische en progressieve visie op het gebied van integratie in een seculiere samenleving zoals die van Nederland. Fadlallah heeft zich meermaals duidelijk uitgesproken dat religie (voor moslims) een privéaangelegenheid zou moeten zijn tussen jou en God, iets wat je in de sfeer van je eigen huis belijdt. Het belijden van het geloof thuis is een religieuze verplichting, net zoals het volgens Fadlallah een religieuze verplichting is te integreren in de publieke sfeer. Sjiitische jurisprudentie leert dat moslims, wanneer zij in de minderheid zijn, een verplichting hebben om te integreren.44xJ. Alagha, persoonlijk interview, 4 augustus 2009. De geïnterviewde Nederlandse volgelingen van Fadlallah konden zich vrijwel allemaal in dit standpunt vinden. Meerdere van de geïnterviewde Nederlandse volgelingen gaven aan dat zij integratie belangrijk vonden en dat islam geen beperking of hindernis was: ‘Islam is geen beperking met betrekking tot integratie.’45xInterview met Nederlandse volgeling van grootayatollah Fadlallah. Wel zeiden zij dat er ruimte moest blijven voor hun eigen identiteit: ‘Integratie is belangrijk. Er moet alleen wel ruimte blijven voor eigen visies’ en ‘Ik vind integratie belangrijk. Integratie is [echter] geen assimilatie.’46xIdem. Er werd tevens aangegeven dat islam gezien kan worden als een soort handleiding voor sociale omgang, dat integratie en deelname aan de maatschappij daarin net zo normaal zijn als in de Nederlandse maatschappij. Fadlallah heeft zich ook uitgesproken over de Nederlandse situatie en over de integratie van Nederlandse moslims in het bijzonder. Dit zal in de volgende paragraaf behandeld worden.

    • Grootayatollah Fadlallah over de Nederlandse samenleving

      Grootayatollah Fadlallah heeft, in tegenstelling tot de Irakese ayatollah al-Sistani, die meer Nederlandse volgelingen heeft, het onderwerp van integratie in de Nederlandse samenleving direct behandeld. Hij heeft dit niet onder een algemeen thema van moslims in Europa of het Westen gedaan. Zo heeft hij, zoals hiervoor vermeld, gereageerd op uitlatingen van Geert Wilders.47xZie voor een ander artikel hierover: Y. Shooman & R. Spielhaus, ‘The Concept of the Muslim enemy’, in: J. Cesari (red.), Muslims in the West after 9/11 Religion, Politics and Law, New York 2010, p. 198-228. Deze specifieke bijdrage van Fadlallah zal worden behandeld aan de hand van zijn website en de persoonlijke interviews over zijn visie en invloed op zijn Nederlandse volgelingen over integratie in de Nederlandse samenleving.

      Nederlandse tolerantie en acceptatie
      De website van Fadlallah heeft een bijdrage over de situatie in landen waar moslims wonen. Hier staat dat de Nederlandse samenleving ‘zorgeloos ten aanzien van religieuze plichten’ is. Dit gebrek aan religieuze beleving in Nederland vindt grootayatollah Fadlallah moeilijk te begrijpen. Niettemin stelt hij in verband met de Nederlandse houding ten aanzien van islam dat ‘ondanks de vijandelijkheid van sommige autochtonen tegenover islam en moslims, de Nederlanders bekend staan om hun tolerantie en acceptatie van anderen. Zij tonen respect en begrip voor andere religies, tradities, gewoontes en gebruiken. Zij zijn noch fanatiek noch racistisch.’48xZie: http://english.bayynat.org.lb/muslimcommunities/holland.htm. De website spreekt bovendien van een positieve ontwikkeling aangaande de toenemende participatie van moslims in de Nederlandse politiek. ‘Dit betekent echter niet dat moslims alle obstakels hebben overwonnen die zij zijn tegengekomen. Integendeel, zij dienen zich nog altijd sterk in te zetten om zichzelf politiek, sociaal en religieus te bewijzen (…) er bestaat nog altijd een zekere, Westerse tegenzin bij het aanstellen van een moslim als ambassadeur, minister of rechter, hoe professioneel of onderscheidend ze ook zijn.’49xIdem. Recentelijke veranderingen in dit opzicht, zoals de aanstelling van Nebahat Albayrak als staatssecretaris van justitie in 2007 en die van Ahmed Aboutaleb als achtereenvolgens wethouder (2004), staatssecretaris (2007) en burgemeester van Rotterdam (2008), zijn klaarblijkelijk nog niet opgemerkt of opgenomen op de website.50xDit haalde zelfs de New York Times: ‘Rotterdam elects first Moroccan-born mayor’, The New York Times 5 januari 2009.

      Visie op integratie

      De website beschrijft dat ‘om cohesie te faciliteren tussen autochtonen en buitenlanders, de overheid programma’s organiseert om de buitenlanders bekend te maken met de taal en de gebruiken van het land’. Deze vorm van integratie wordt noch vergoelijkt noch verworpen door de website. Wel wordt enthousiast gereageerd op de oprichting van de islamitische moslimuniversiteit in Rotterdam, waarvan het programma echter niet geheel is geaccrediteerd: ‘Deze universiteit is voor de moslims een platform waarmee ze studenten instructies kunnen geven. Niet alleen hoe ze hun eigen waarden kunnen beschermen en behouden, juist ook hoe goede en deelnemende burgers te zijn in de maatschappij.’51xZie: http://english.bayynat.org.lb/muslimcommunities/holland.htm. Ook benadrukte een aantal van de geïnterviewde volgelingen het belang van deelname aan de Nederlandse maatschappij binnen hun denken over islam. Hierbij dient wel in het achterhoofd te worden gehouden dat alle volgelingen studenten waren, wat mogelijk invloed heeft op hun antwoorden en visie.
      De boodschap over integratie heeft Fadlallah ook persoonlijk aan een van de auteurs benadrukt. Hij riep op tot integratie en het respecteren van de regels en normen in de Nederlandse maatschappij, juist na de moord op Pim Fortuyn en later Theo van Gogh.52xJ. Alagha, persoonlijk interview, 4 augustus 2009. Daarom heeft Fadlallah het gebruik van geweld om conflicten in Nederland op te lossen specifiek verboden. Hij sprak hierover een fatwa uit op verzoek van de sjiitische gemeenschap in Assen in de nasleep van de moord op Theo van Gogh.53x‘Sjitische leiders verbieden geweld Nederlandse moslims’, De Volkskrant 11 december 2004. De voorzitter van de stichting Moskee Al-Hussein Noord Nederland, Mustafa Abed Ali Lafte, heeft over deze fatwa gesproken in de Nederlandse kranten. Hij legde uit dat de uitspraak van Fadlallah bindend is voor alle sjiieten in Europa. Lafte heeft destijds zelf het verzoek gedaan om een fatwa, waarin hij de Nederlandse situatie na de dood van Van Gogh beschreef. De reactie van Fadlallah op dit verzoek luidde: ‘In de naam van de Barmhartige en Goedertierene: wij roepen al onze zonen en broeders op om te hoeden over de veiligheid van het goede land, dat hun alle faciliteiten heeft geboden voor een waardig leven en daarom verbieden we aan iedereen welke daad dan ook te verrichten, die schade toebrengt aan de openbare orde van Nederland, door een overijverige, onbeheerste reactie. Laat de beschaafde dialoog, die islam benadrukt in zijn geschillen met anderen, godsdienstig of seculier, in plaats van gewelddaden en terreur de methode zijn, waarmee wij onze geschillen benaderen, intern en extern. Vrede zij met u en de barmhartigheid van God en Zijn zegeningen.’ Fadlallah gebruikte bij het woord ‘verbieden’ de uitdrukking met een zware godsdienstige lading door het als haram te verklaren.54x‘Ayatollah verbiedt geweld van moslims in Nederland’, Trouw 3 december 2004. Alle geïnterviewde volgelingen konden zich vinden in dit oordeel. Zij vonden dat islam praktisch gezien van je eist dat je de wetten van het land waarin je leeft respecteert. Zo gaf een van de Nederlandse volgelingen aan: ‘Fadlallah is er voorstander van dat je je aan de regels van het land waarin je woont houdt. Dat vind ik heel goed en ik ben het er ook mee eens.’55xInterview met Nederlandse volgeling van grootayatollah Fadlallah. Daarnaast gaf een aantal van hen aan dat het hen ‘niet verbaasde dat Fadlallah een dergelijk oordeel velde’.56xIdem.

      Hoop voor de (Nederlandse) toekomst

      Veel van de geïnterviewde Nederlandse volgelingen van Fadlallah benadrukten het verschil tussen integratie en assimilatie, waarbij zij stelden dat Fadlallah oproept tot integratie. Fadlallah gaf dit ook aan in de interviews met een van de auteurs. Hij zei hierover: ‘Ik geloof dat in de loop der tijd, wanneer de omstandigheden van de moslims in Nederland zullen veranderen, veel nu nog vreemde gebruiken eigen gebruiken voor hen zullen worden. Dit is waarom wij tot nu soms voorzichtig zijn, omdat we aan het uitvogelen zijn wat nu precies het best is voor islam (maslaha).’ Hij legde uit dat dit een gevolg is van zijn overtuiging dat islam een verzameling sociale gebruiken is. Sharia is volgens hem een sociaal geconstrueerd fenomeen; Fadlallah impliceerde hiermee dat een edict of fatwa gereviseerd zou moeten kunnen worden. Fatwa’s zouden zelfs in het licht van veranderingen van religieuze gevoeligheden en maatschappelijke normen herroepen kunnen worden, zo liet hij doorschemeren. Een dergelijk pragmatisch en dynamisch kijken naar religie is kenmerkend voor het progressieve karakter van de sjiitische jurisprudentie. Het betekent tevens dat de religieuze wetten niet blindelings toegepast kunnen worden, maar naar de (Nederlandse) omstandigheden gekeken dient te worden door de moslims. Dit beaamden de geïnterviewde Nederlandse volgelingen van Fadlallah ook, waarbij een student rechten aangaf dat je dit kon vergelijken met het naleven van de Nederlandse wet: ‘ook in geest, niet slechts in letter.’57xIdem.

    • Concluderende opmerkingen

      In dit artikel hebben de auteurs behandeld wat de sjiitische visie van grootayatollah Fadlallah op integratie was, zowel in het algemeen als voor de Nederlandse samenleving. Grootayatollah Fadlallah heeft zich ervoor uitgesproken dat het een religieuze plicht is voor moslims om open te staan voor discussie en dialoog, zelfs met hun tegenstanders. Zoals in het voorgaande is uitgelegd, is integratie volgens Fadlallah en religieuze verplichting wanneer moslims in een samenleving een minderheidspositie bekleden. Verder had grootayatollah Fadlallah progressieve sjiitische visies over de rechten van de vrouw, het dragen van een hoofddoek, klonen en ivf, die hij onder andere in fatwa’s en op zijn website heeft verkondigd. Deze visies sluiten goed aan op de thema’s, bijvoorbeeld de hoofddoek of de rechten van de vrouw, in het gevoerde Nederlandse debat.
      Grootayatollah Fadlallah heeft daarnaast ook veel invloed in de sjiitische gemeenschap in Nederland, waar hij de tweede meest gevolgde marja is. Zijn visies oefenen veel invloed uit op zijn Nederlandse volgelingen vanwege de sjiitische theologische doctrines waardoor sjiieten een marja (moeten) volgen. Het effect van deze invloed is ook naar voren gekomen in de interviews die zijn afgenomen met zijn Nederlandse volgelingen. Deze volgelingen delen zijn visies over integratie, rechten van de vrouw en de hoofddoek. Het is zelfs tekenend voor de visie van Fadlallah en wellicht zelfs voor hun integratie in de Nederlandse maatschappij dat zij veelal aangaven niet per definitie op religieus-juridische gronden deze mening te zijn toegedaan.
      Een belangrijk thema in het gevoerde Nederlandse debat is de strijdigheid van traditionele islamitische denkbeelden met Nederlandse normen en waarden, ofwel dat islam onverenigbaar is met integratie. Echter, de visie van grootayatollah Fadlallah en zijn Nederlandse volgelingen toont het tegenovergestelde aan. Zij geven allen aan dat integratie belangrijk is en veroordelen het geweld van 9/11 of dat na de moord van Theo van Gogh, waarna grootayatollah Fadlallah zelfs een fatwa deed waarin hij sjiieten verbood hun conflicten met geweld op te lossen.
      Deze denkbeelden zijn een interessante maar weinig gehoorde stem in het Nederlandse debat over integratie. Deze denkbeelden zouden echter een nieuwe invalshoek zijn voor dit debat en voorbijstreven aan de vermeende strijdigheid tussen islam en de Nederlandse normen en waarden. Grootayatollah Fadlallah en zijn Nederlandse volgelingen hebben namelijk niet de denkbeelden over integratie en andere belangrijke thema’s, zoals de rechten van de vrouw en hoofddoekjes, die sommigen in het Nederlandse debat verkondigen dat zij hebben, dat daarom islam onverenigbaar is met de Nederlandse maatschappij.

    Noten

    • 1 J. Alagha, persoonlijk interview, 14 december 2005.

    • 2 Zie www.sistani.org/ voor een biografie en publicaties van ayatollah Ali Al-Sistani.

    • 3 Volgens de meest genereuze inschattingen is 15% van 1,6 biljoen moslims wereldwijd sjiitisch. Dezelfde inschatting geldt voor Nederland, ongeveer 15 % van de 850.000 Nederlandse moslims. S. Zemni & B. Maréchal (red.), Sunni-Shi’a Contemporary Relations, London 2012.

    • 4 Interviews met Nederlandse sjiitische volgelingen van grootayatollah Fadlallah.

    • 5 De interviews zijn per e-mail of tijdens een gesprek afgenomen bij (tien) Nederlandse volgelingen woonachtig in Zwolle, Roermond, Assen, Den Haag, Leiden, Amsterdam en Rotterdam, gedurende de periode 2010-2011. Alle geïnterviewden zijn of waren studenten en namen vrijwillig deel, op basis van anonimiteit.

    • 6 PVV, De agenda van hoop en optimisme Een tijd om te kiezen: PVV 2010-2015, p. 41 (www.pvv.nl/index.php/visie/verkiezingsprogramma.html).

    • 7 Zie voor jurisprudentie van grootayatollah Fadlallah: http://english.bayynat.org.lb/jurisprudence/Fashion.htm.

    • 8 S. Khalaf, Civil and Uncivil Violence in Lebanon A History of the Internationalization of Communal Conflict, New York 2002, p. 19-23.

    • 9 Shaykh Muhammad Mahdi Shamseddine, Nizam Al-Hukum wa Al-Idara fi Al-Islam (The Order of Governance and Administration in Islam), Beirut 2000, p. 105, p. 380-382; R. Brunner & W. Ende. (red.), The Twelver Shia in Modern Times: Religious Culture & Political History, Leiden 2001.

    • 10 H. Halm, Shi’ism, Edinburg 2004, p. 38-44; W. Raven, ‘Ontstaan en Verbreiding’, in: H. Driessen (red.), In het huis van de islam, Amsterdam 1997, p. 44-51.

    • 11 H. Dabashi, Shi‘ism: a religion of protest, Harvard 2011, p. 62-90.

    • 12 D. Douwels, ‘Richtingen en Stromingen’, in: H. Driessen (red.), In het huis van de islam, Amsterdam 1997, p. 167-175.

    • 13 K.S. Vikør, Between God and the Sultan A History of Islamic Law, Londen 2005, p. 121-139; Ali Ahmad Al-Bahadli, Al-Hawza Al-’Ilmiyya fi Al-Najaf: Ma’alimuha wa Harakatuha Al-Islahiyya (1920-1980) (The Religious Seminary in Najaf: Features and Reformist Trends), Beiroet 1993, p. 201-214, p. 274; L.S. Walbridge, (red.), The Most Learned of the Shi’a: The Institution of Marja’ Taqlid, Oxford 2001.

    • 14 Halm 2004, p. 64-65.

    • 15 Halm 2004, p. 128-130.

    • 16 D.F. Eickelman & J. Piscatori, Muslim Politics, Princeton 2004, p. 125; ‘Influential Lebanese Shi’ite cleric calls for Muslim-Jewish dialogue’, Ha’aretz2009.

    • 17 D. Schenker, ‘Passing of Shiite Cleric Fadlallah Spells Trouble for Lebanon’, The Washington Institute for Near East Policy; zie ook de website van Fadlallah: http://english.bayynat.org.lb/Biography/.

    • 18 Er lijkt binnen onze groep van geïnterviewden discussie te bestaan in hoeverre men Fadlallah als marja kan blijven volgen na diens overlijden. Volgens sommigen kan dit, volgens anderen niet. Een enkeling meent te weten dat het juridisch gezien ouderen is toegestaan de overleden marja te blijven volgen, terwijl jongeren een nieuwe marja dienen te vinden (hier was de geïnterviewde overigens zelf nog niet in geslaagd).

    • 19 Interview met Nederlandse volgeling van grootayatollah Fadlallah.

    • 20 ‘Vredesboodschap uit Assen’, Trouw 11 december 2004.

    • 21 J.L. Esposito, The Future of Islam, Oxford 2010, p. 33; Fadlallah, Press Release 12 september 2001, (www.bayynat.org.lb); al-Safir, 14 september 2001, interview van Sarkis Na‘um in al-Nahar, gepubliceerd in delen op 19-26 september 2001.

    • 22 Esposito 2010, p. 33; www.bayynat.org.lb; al-Intiqad 1117, 8 juli 2005; al-Safir, 8 juli 2005.

    • 23 Zie hiervoor: http://english.bayynat.org.lb/QA/index.aspx.

    • 24 Deze interviews zijn nog niet eerder in een publicatie behandeld.

    • 25 ‘Mohammed Hussein Fadlallah (1935-2010)’, NRC 5 juli 2010; zie ook: http://english.bayynat.org.lb/news/interview_20122011.htm.

    • 26 ‘The late Ayatollah Fadlallah was an Islamist cleric unlike any other’, Ha’aretz 5 juli 2010.

    • 27 Ayatollah Muhammad Hussein Fadlallah, Al-Ijtihad Byna Asr Al-Madi wa Afaq Al-Mustaqbal (Jurisprudence Between the Shackles of the Past and the Horizons of the Future), Beirut 2009, p. 371-382; J. Alagha, persoonlijk interview, 4 augustus 2009; zie voor de fatwa: http://english.bayynat.org.lb/womenfamily/hajI.htm.

    • 28 Interview met Nederlandse volgeling van grootayatollah Fadlallah.

    • 29 Interview met Fadlallahs vertegenwoordiger Shaykh Husayn Abdallah in het programma ‘For Publication’ (lel-Nasher), gepresenteerd door Tony Khalife, NTV Lebanon, 26 juni 2010. www.aljadeed.tv/newtvsat/Programs/General/Global/Default.aspx?pr_id=459.

    • 30 Zie: http://english.bayynat.org.lb/jurisprudence/sex.htm.

    • 31 Zie: http://english.bayynat.org.lb/jurisprudence/medicine.htm.

    • 32 Elke vinger verwijst naar een persoon: de profeet Mohammed, imam Ali, imam Hassan, imam Hussein en Fatima al-Zahra’, de dochter van de profeet en vrouw van imam Ali.

    • 33 J. Alagha, persoonlijk interview, 14 december 2005; zie ook: Ayatollah Mohammad Hussein Fadlallah, Fiqh Al-Shari‘a Volume I (The Jurisprudence of the Shari‘a), Beiroet 2001.

    • 34 Zie voor het debat onder soennitische geestelijken: M.M.I. Ghaly, ‘Human Cloning Through the Eyes Of Muslim Scholars: The New Phenomenon Of The Islamic International Religioscientific Institutions’, Zygon: Journal of Religion and Science 2010, p. 7-35.

    • 35 J. Alagha, persoonlijk interview, 14 december 2005; zie voor de fatwa: http://english.bayynat.org.lb/Issues/Iss_Cloning.htm.

    • 36 M. Clarke, ‘Fadlallah’, ISIM Review 17 2006, p. 26: zie voor de fatwa: http://english.bayynat.org.lb/comments/comment_27102011.htm.

    • 37 Zie: http://english.bayynat.org.lb/Issues/Artificial.htm.

    • 38 Zie: http://english.bayynat.org.lb/Issues/index.htm.

    • 39 Zo maakt hij bijvoorbeeld een onderscheid tussen sterilisatie (dat hij afkeurt) en contraceptiemiddelen (die hij toestaat).

    • 40 Umm Kalthoum is een van de belangrijkste zangeressen uit de twintigste eeuw, die overal in de Arabische wereld bekendheid geniet. Haar repertoire bestaat onder meer uit liefdespoëzie, vaak gebaseerd op poëzie uit de islamitische klassieke periode.

    • 41 J. Alagha, persoonlijk interview, 4 augustus 2009. Zie ook Fadlallahs boek: Islam the Religion of Dialogue, Beirut 2004.

    • 42 Idem. Zie voor uitspraken over Wilders en dialoog ook de website van Fadlallah: http://english.bayynat.org.lb/islamicinsights/dialogue_dispute.htm.

    • 43 Zie: http://english.bayynat.org.lb/Issues%5CIss_Inter-faith.htm; ‘Influential Lebanese Shi`ite cleric calls for Muslim-Jewish dialogue’, Ha’aretz 20 april 2009.

    • 44 J. Alagha, persoonlijk interview, 4 augustus 2009.

    • 45 Interview met Nederlandse volgeling van grootayatollah Fadlallah.

    • 46 Idem.

    • 47 Zie voor een ander artikel hierover: Y. Shooman & R. Spielhaus, ‘The Concept of the Muslim enemy’, in: J. Cesari (red.), Muslims in the West after 9/11 Religion, Politics and Law, New York 2010, p. 198-228.

    • 48 Zie: http://english.bayynat.org.lb/muslimcommunities/holland.htm.

    • 49 Idem.

    • 50 Dit haalde zelfs de New York Times: ‘Rotterdam elects first Moroccan-born mayor’, The New York Times 5 januari 2009.

    • 51 Zie: http://english.bayynat.org.lb/muslimcommunities/holland.htm.

    • 52 J. Alagha, persoonlijk interview, 4 augustus 2009.

    • 53 ‘Sjitische leiders verbieden geweld Nederlandse moslims’, De Volkskrant 11 december 2004.

    • 54 ‘Ayatollah verbiedt geweld van moslims in Nederland’, Trouw 3 december 2004.

    • 55 Interview met Nederlandse volgeling van grootayatollah Fadlallah.

    • 56 Idem.

    • 57 Idem.


Print dit artikel