1573806x_omslag108px
Rss

StAB

Meer op het gebied van Bestuursrecht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 2, 2010 Alle samenvattingen uitklappen

Valérie van ‘t Lam

    Activiteitenbesluit biedt geen grondslag om op te treden tegen geluidsoverlast van carillon.

    Vergunning terecht geweigerd wegens strijd met het bestemmingsplan.

    Geurgevoelige objecten in de zin van de Wet geurhinder en veehouderij zijn gebouwen die juridisch-planologisch bestemd en geschikt zijn voor wonen en verblijf. Daaraan doet niet af dat sprake is van tijdelijke leegstand.

    Het stellen van maatwerkvoorschriften met het oog op toekomstige woonbebouwing is toegestaan.

    Wijzigen milieuvergunning niet in strijd met Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

    Verplichting tot uitvoeren van energiebesparingsonderzoek.


Tjeerd van der Meulen

    De Wet milieubeheer is niet van toepassing op bouwactiviteiten.

    Bekendmaking overtreding heeft noch op reguliere wijze noch op andere geschikte wijze plaatsgevonden.

    Een milieuvergunning kan niet in termen van milieubelasting worden verleend.

    Percelen waarop boomteelt plaatsvindt worden extensief gebruikt en maken daarom geen deel uit van de inrichting.

    Vernietiging dwangsom wegens het niet horen van appellante. Nu overigens geen grond voor vernietiging aanwezig is, blijven de rechtsgevolgen in stand.

Jurisprudentie

ABRvS 17 maart 2010, nr. 200904456/1/M2 (Rucphen)

Auteurs Tjeerd van der Meulen
Samenvatting

    Opstellen van een milieueffectrapport niet alleen afhankelijk van overschrijding drempelwaarden in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Ook andere factoren kunnen aanleiding geven tot het opstellen van een m.e.r.


Tjeerd van der Meulen

    Eerste uitspraak in kader Wet bestuurlijke lus Awb. Opdracht aan bevoegd gezag om gebrek in besluit te herstellen.

Jurisprudentie

ABRvS 31 maart 2010, nr. 200902395/1/M1 (Velsen)

Auteurs Aletta Blomberg
Samenvatting

    Actieplan luchtkwaliteit geen besluit in de zin van de Awb. Rechterlijk toezicht kan uitsluitend door de burgerlijke rechter worden uitgeoefend.


Aletta Blomberg

    Het toepassen van de strengere DIN-curve voor laagfrequent geluid valt binnen de beoordelingsvrijheid van het bevoegd gezag.

    De Wet geluidhinder voorziet niet in de bescherming van dieren als geluidgevoelig object.

    Mandaatregeling voorziet niet in het nemen van negatieve besluiten; het weigeren van de vergunning is een negatief besluit.

    Het uitbreiden van een vergunning met een nieuwe veldproeflocatie buiten de gemeente waarop de vergunning betrekking heeft, vereist een nieuwe vergunning.

    Op landbouwgronden vindt geen beoordeling van de luchtkwaliteit plaats.

    Voor spoedeisende bestuursdwang is niet bepalend of een verwijt kan worden gemaakt.

    Verplaatsing bedrijf geen reden om aan te nemen dat sprake is van concreet zicht op legalisatie. Dwangsom niet onevenredig; de door appellant aangevoerde omstandigheden komen voor zijn risico.

    Voor de beantwoording van de vraag of een terrein kan worden aangemerkt als binnenterrein in de zin van het Activiteitenbesluit is met name de situering van het terrein van belang; daarnaast kan het referentieniveau van het omgevingsgeluid van belang zijn.

    De in de Natuurbeschermingswet 1998 opgenomen uitzondering op vergunningplicht voor bestaand gebruik is niet in strijd met de Europese regelgeving.

    Bij een belangenafweging dient de rechter zich terughoudend op te stellen.

    Externe veiligheid. Voor een bestemmingsplan dat is vastgesteld voor 1 april 2008 kan de oude rekenmethodiek van de Revi worden toegepast. Relatie groepsrisico en cummulatierisico’s van verschillende bronnen. Rijtijd brandweer bij calamiteiten.

    Nbw. Aanleg bedrijventerrein (inclusief ontsluitingsweg) en natuurcompensatie in ander gebied waar een kazerne verdwijnt. Geen relatie dan wel sprake van een plan/project in de zin van de Nbw en dus is passende beoordeling vereist.

    Doorwerking provinciaal beleid bij vaststelling van een bestemmingsplan onder de Wro.

    Beroep op verbindendheid geurverordening.

    Toepassing van artikel 41 c van de WRO leidt er niet toe dat bundeling en parallelschakeling van procedures verplicht worden.


Tycho Lam

    Toepassing Wgv. Het niet overschrijden van normen betekent nog niet dat er dan sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

    Toepassing Wgv. Relatie bedrijfsgebouwen en aanvaardbaar verblijfsklimaat.

    Uitleg Monumentenwet 1988. Belang van archeologie in bestemmingsplan. Rol provincie inzake bescherming van archeologische waarden. Gelijkheidsbeginsel.


Tonny Nijmeijer

    Toepassing van de Wgv. De verbindendheid van de gemeentelijke verordening. Aanvaardbaar leefklimaat.

    Verschillen Nbw oud en nieuw. Op grond van Nbw (nieuw) is in casu geen goedkeuring door gedeputeerde staten vereist. Nbw (oud) blijft nog wel van toepassing bij vaststelling van plan.

    Gebruik van schoolplein buiten schooltijd is in strijd met bestemmingsplan. Handhavingsplicht.

    Overgangsrecht ten aanzien van coördinatieregeling (WRO/Wro). Bevoegdheid rechter.


Tycho Lam

    Toepassing artikel 3.23 Wro. Gebruikwijziging grond.

    Verbindendheid NEN-normen.

    Weigering om een projectbesluit te nemen. Bij projectbesluit geldt niet de eis dat er een relatie ligt met het gemeentelijk algemeen en/of maatschappelijk belang.

    Planvoorschrift waarin is bepaald dat bij het realiseren van de in het bestemmingsplan toegelaten bestemmingen/functies moet worden voldaan aan de van toepassing zijnde hogere waarde en de daarin opgenomen voorwaarden, is aanvaardbaar.

    Artikel 7.10 Wro in relatie tot het al dan niet vervallen van de bepalingen uit de Bouwverordening.

    Effecten hoogspanningsmasten op gezondheid. Invloed van straling op luchtkwaliteit.

    Op een voor 1 juli 2008 ingediend verzoek om vrijstelling is het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Wro van toepassing.

    Uitleg over toepassing artikel 3.22 van de Wro. Voortzetting van toepassingsbereik zoals dat voortvloeit uit de jurisprudentie ter zake van artikel 17 WRO.

    In gevallen waarbij de bestemming van het perceel van de aanvrager van belang is voor het antwoord op de vraag of deze ten gevolge van de planologische verandering schade lijdt, dient evenzeer te worden uitgegaan van de maximale mogelijkheden van de bestemming van het perceel van de aanvrager ten tijde van de peildatum.

    De schade die [appellant] stelt te lijden is niet het gevolg van de verleende vrijstelling, maar van zijn keuze om de nog steeds bestaande bouwmogelijkheid op het perceel niet te benutten en elders een woning te bouwen, zodat deze schade, naar de rechtbank met juistheid heeft overwogen, niet in aanmerking komt voor vergoeding op de voet van artikel 49 van de WRO.

    Er bestaat geen grond om rechtstreekse samenhang aan te nemen tussen de waarde van de woning, uitgedrukt in geld, en de geluidbelasting aan de gevel van de woning, uitgedrukt in decibels, in die zin dat een redelijk denkende en handelende koper zich laat leiden door de te verwachten in die eenheid uitgedrukte toename van de geluidbelasting.

    Bij de toepassing van artikel 49 WRO kan aanleiding bestaan voor het toekennen van een bijdrage in de deskundigenkosten, indien het inschakelen van de deskundige redelijkerwijs noodzakelijk was om tot een geobjectiveerde waardebepaling te komen.

    Hoewel de bestemming ‘Bedrijven (B)’ is blijven gelden voor het gehele terrein, betekent de verlening van de vrijstelling en de realisering van de nieuwe woningen dat bedrijven die zich op dat terrein willen vestigen wat betreft milieuhinder rekening moeten houden met op kortere afstand aanwezige woningen dan voorheen het geval was. Hieruit volgt dat de bestemming ‘Bedrijven (B)’ thans vanwege feitelijke en juridische redenen niet meer volledig kan worden gerealiseerd.

    Wederpartij heeft het voorzienbaarheidspercentage niet gemotiveerd betwist. Door te overwegen dat een percentage van twintig meer in overeenstemming met de redelijkheid is te achten, heeft de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel in de plaats gesteld van dat van de door de gemeenteraad benoemde deskundige en in zoverre het geldende toetsingskader miskend.