1573806x_omslag108px
Rss

StAB

Meer op het gebied van Bestuursrecht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 3, 2010 Alle samenvattingen uitklappen
Artikel

Projectbesluit, Wabo en overgangsrecht

Enkele knelpunten belicht

Auteurs Tycho Lam en Tonny Nijmeijer

Tycho Lam

Tonny Nijmeijer

    Het recht op geluidversterking tijdens kerkdiensten valt niet onder de bescherming van de Grondwet.

    Weigering vergunning wegens strijd met bestemmingsplan maakt inbreuk op bestaande rechten.

    Geen sprake van bebouwde kom zoals omschreven in de Wet geurhinder en veehouderij.

    Herhaalde aanvraag alleen mogelijk bij nieuw gebleken feiten of omstandigheden dan wel bij een relevante wijziging van het recht.


Aletta Blomberg

    Wet openbaarheid van bestuur en artikel 1.1, eerste lid Wet milieubeheer (Rechtbank Rotterdam) Concentratiegegevens zijn milieu-informatie die openbaar dient te worden gemaakt.

Jurisprudentie

Vz. ABRvS 4 mei 2010, nr. 201002682/1/M1 (GS Fryslân)

Auteurs Hans Paul Nijhoff
Samenvatting

    Omdat bouwen in dit geval gelijkstaat aan het oprichten van een inrichting is een milieuvergunning vereist. Geen schending van milieubelang.


Hans Paul Nijhoff

    Voor kwalificatie geurgevoelig object is niet van belang of het gebruik van een pand in overeenstemming is met het bestemmingsplan.

    Beschrijving van alternatieven in aanvraag milieuvergunning is niet verplicht.

    Geen aanleiding om last onder dwangsom met terugwerkende kracht op te heffen nu geen sprake is van nieuw gebleken feiten of omstandigheden.


Aletta Blomberg

    Bevoegdheid tot verlenen ontheffing krachtens de Ffw is discretionair van aard. De totale lengte van de procedure heeft niet geleid tot overschrijding van het recht op een redelijke procestermijn.

    Vereniging van Huiseigenaren is belanghebbende.

    Rechtstreekse toetsing aan EG-richtlijn; vermelding (exacte) locatie van genetische veldproeven kan variëren naar gelang de kenmerken van de introductieplaats en de eventuele gevolgen daarvan voor het milieu.

    Op de straftoeslag voor muziekgeluid mag geen bedrijfsduurcorrectie worden toegepast.

    Bij het stellen van andere geluidsnormen dan de standaardnormen in het Activiteitenbesluit kan rekening worden gehouden met het omgevingsgeluid.

    Aan een ontwerpbesluit kan geen rechtens relevant vertrouwen worden ontleend.

    Nu de geluidgrenswaarden aansluiten bij het referentieniveau van het omgevingsgeluid is toepassing gegeven aan de best beschikbare technieken.

    De keuze voor het opleggen van een dwangsom behoeft geen afzonderlijke motivering.

    Vergunning kan worden geweigerd indien één grond voor weigering aanwezig is.

    Door geen rekening te houden met sluiprouten kan sprake zijn van een onderschatting van de verkeersintensiteit en daarmee mogelijk van de geluidbelasting.

    Het speciale vestigingsklimaat op een in het kader van de Wet geluidhinder gezoneerd industrieterrein staat er niet aan in de weg dat de milieuvergunning kan worden geweigerd wegens overschrijding van de maximale geluidsniveaus uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening.

    Windturbines. Bij welke afstand nog belanghebbende.

    Alternatieve locaties die in het kader van de zienswijze zijn genoemd, dienen in belangenafweging te worden betrokken.

    Projectbesluit. Ruimtelijke onderbouwing voor wat betreft financieel-economisch en maatschappelijke uitvoerbaarheid onvoldoende. Geen verslag bespreking bestuurlijk overleg. Onvoldoende gemotiveerd waarom er geen exploitatieplan is opgesteld.

    Invoeringswet Wro inzake toepasselijk recht bij weigering om een wijzigingsplan vast te stellen. Bevoegdheid rechter.

    Doorwerking provinciaal beleid bij bestemmingsplan op basis van de Wro.

    Luchtkwaliteit en het NSL. Richtlijn juist geïmplementeerd. Exceptieve toetsing van het NSL-besluit aan artikel 5.12 van de Wet milieubeheer mogelijk. NSL-project en beoordeling onderzoek.

    Artikel 19j van de Nbw 1998 is sinds de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening per 1 juli 2008 en van de wijziging van de Nbw 1998 op 1 februari 2009, niet op vrijstellingen die zijn verleend krachtens artikel 19 van de WRO van toepassing.

    Doorwerking provinciaal beleid bij bestemmingsplan op basis van de Wro.

    Nimby-vrijstelling. Nog steeds onvoldoende akoestisch onderzoek verricht naar gevolgen voor leefklimaat.

    Het delegatiebesluit is onverbindend omdat omvang en reikwijdte onvoldoende duidelijk zijn geformuleerd. Projectbesluit is dus onbevoegd genomen.


Tycho Lam

Luuk Gerritsen

    Toepassing Wgv. Verordening na vaststelling plan maar vóór goedkeuring door GS vastgesteld dus geen rechtsonzekerheid.

    Luchtkwaliteit. Project valt onder NSL-besluit. Compenserende maatregelen in het NSL opgenomen.

    Bouwplan valt onder NSL-besluit. Geen afzonderlijke beoordeling luchtkwaliteit. Interpretatie parlementaire geschiedenis. Exceptieve toetsing. Geen strijd met artikel 13 EVRM.

    Wijzigingsbevoegdheid mist objectieve criteria. Het langs elektronische weg beschikbaar stellen is niet hetzelfde als de mogelijkheid bieden om te downloaden.

    Hoogwaterbescherming. Bevoegdheid provincie en provinciaal belang. Onderscheid grondgebonden en niet-grondgebonden nog steeds zinvol.

    Het recht zoals dat gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Chw blijft van toepassing ten aanzien van een aanvraag om bouwvergunning en een besluit tot verlening daarvan in overeenstemming met een verleende vrijstelling ex artikel 19, eerste lid, WRO.

    Beleid omtrent hoogspanningsmasten. Uitleg begrip ‘langdurig verblijf’. Verblijf van kinderen op het sportcomplex.

    Geen m.e.r.-plicht als bedoeld in artikel 7.2 Wm ten aanzien van vrijstelling vereist.

    Wijzigingsbevoegdheid. Verwijzing naar voorwaarden uit de wet- en regelgeving heeft geen meerwaarde maar is niet ontoelaatbaar. Artikel 15, eerste lid van de WRO voorziet niet in mogelijkheid om wijzigingsbevoegdheid met een nadere eisenregeling te combineren.

    Verwijzing in Bouwverordening naar parkeernormen in Parkeernota. Normen zijn daarmee algemeen verbindende voorschriften geworden.


Tonny Nijmeijer

    Het in artikel 1.9 van de Chw opgenomen relativiteitsvereiste is niet van toepassing op een besluit dat is bekendgemaakt vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.

    Tenten en toercaravans op natuurkampeerterrein kunnen in casu niet worden aangemerkt als een geurgevoelig object in de zin van artikel 1 van de Wgv.

    Uitvoerbaarheid wijzigingsbevoegdheid. Niet aannemelijk gemaakt dat geen milieuvergunning kan worden verleend. Circulaire ‘Beoordelingswijze piekgeluiden voor spoorwegemplacementen’ heeft slechts indicatief karakter.

    Gefaseerde ontwikkeling bedrijventerrein hoeft in casu niet in planvoorschriften te worden vastgelegd.

    Toetsingskader luchtkwaliteit in geval van uitwerkingsplan op basis van moederplan dat voor Blk 2005 is vastgesteld.

    De schade ex artikel 30 van de Rwc wordt vastgesteld door vergelijking van de rechtstreekse planologische belemmeringen die voortvloeien uit het reconstructieplan met het bestemmingsplan.

    Indien een schadepost rechtstreeks voortvloeit uit een wegaanpassingsbesluit, valt het besluit voor de uitvoering daarvan onder het bereik van artikel 49 van de WRO.

    Dat het plaatsen van geluidschermen ruimtelijk gezien niet gewenst is, is onvoldoende voor het oordeel dat de realisatie van een geluidscherm onder het nieuwe planologische regime met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid kan worden uitgesloten.

    Deze voorbeelden van doeleinden van de bestemming ‘Openbaar of bijzonder gebouw’ zijn van belang voor de bepaling van hetgeen maximaal mogelijk is onder het oude planologische regime en kunnen daarbij niet buiten beschouwing worden gelaten. Dat die voorbeelden ieder eigen specifieke effecten op de omgeving hebben, leidt niet tot een andere conclusie aangezien zij tezamen een beeld geven van het soort gebouw dat ter plaatse is toegestaan. De voorbeelden sluiten elkaar niet uit en kunnen in combinatie voorkomen.

    Nu er sprake is van een zeer aanzienlijk verschil tussen de in het kader van de planschade en de in het kader van de WOZ vastgestelde waardebepalingen en van een korte periode tussen de waarderingstijdstippen, had op de weg van het college gelegen om het besluit op dit punt van een nadere motivering te voorzien.

    Het bestuursorgaan dient bij de beoordeling van de maximale bouw- en gebruiksmogelijkheden onder het nieuwe planologische regime op de peildatum uit te gaan van een reële prognose van het maximaal aantal te verwachten motorvoertuigen per rijstrook en per tijdseenheid en de daarmee gemoeide geluidsbelasting. Aan de hand daarvan dient te worden onderzocht of die belasting zodanig is, dat het nieuwe regime tot planologische verslechtering met een daaruit voortvloeiende waardevermindering van de woning heeft geleid.