Nter_1382-4120_2017_023_005_large
Rss

Nederlands tijdschrift voor Europees recht

Meer op het gebied van Europees recht en mededingingsrecht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 7, 2016 Alle samenvattingen uitklappen
Artikel

Access_open Artikel 50 VEU en Brexit: de juridische contouren voor een politiek drama

Trefwoorden Brexit, Artikel 50 VEU, Uittreding EU, Verenigd Koninkrijk
Auteurs Dr. A. Cuyvers
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft een initiële analyse van de juridische kaders die artikel 50 VEU neerlegt voor de terugtrekking van het VK. Welke regels gelden er en welke beperkingen leggen deze regels, in principe, op aan dit proces? Hiertoe focust de analyse op enkele essentiële elementen van artikel 50 VEU: het indienen en eventueel intrekken van een kennisgeving, de termijn voor het bereiken van een akkoord, de positie van het VK in de EU tijdens het onderhandelingsproces, het aantal en soort akkoorden dat gesloten dient te worden, en de eventuele noodzaak van een wijziging van de EU-verdragen. De bijdrage sluit af met enkele meer algemene observaties over Brexit en enkele suggesties voor de eventuele aanpassing van artikel 50 VEU zelf.
    Artikel 50 Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), Maastricht, 7 februari 1992, PbEG 1992, C 191


Dr. A. Cuyvers
Dr. A. (Armin) Cuyvers is Universitair docent Europees Recht aan het Europa Instituut in Leiden. Bijzondere dank is verschuldigd aan Vestert Borger, Christophe Hillion en Stefaan Van den Bogaert.
Artikel

De EU-Richtlijn procedurele waarborgen minderjarige verdachten en het Nederlandse jeugdstrafprocesrecht

Trefwoorden jeugdstrafproces, minderjarige verdachten, procedurele waarborgen, EU-Richtlijn, Europese Commissie
Auteurs Mr. M.A.H. Kempen en Mr.dr. J. uit Beijerse
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 11 mei 2016 is de Richtlijn betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure vastgesteld. Het in november 2013 gepresenteerde richtlijnvoorstel had geen zachte landing. De regering beoordeelde de proportionaliteit negatief en de Tweede Kamer liet de Europese Commissie weten het voorstel ook nog strijdig te achten met het beginsel van subsidiariteit. In deze bijdrage zullen de voornaamste punten van discussie in het Nederlandse parlement en in Brussel worden geïnventariseerd en worden bezien hoe daaraan tegemoet is gekomen. De auteurs concluderen dat de richtlijn zoals deze er nu ligt, niet alleen toegevoegde waarde kan hebben bij de internationale samenwerking maar vooral ook voor de inrichting van het Nederlandse jeugdstrafprocesrecht.
    Richtlijn (EU) 2016/800 van 11 mei 2016, PbEU 2016, L 132.


Mr. M.A.H. Kempen
Mr. M.A.H. (Maurice) Kempen is wetgevingsjurist bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie en was namens Nederland betrokken bij de onderhandelingen in Brussel. De bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Mr.dr. J. uit Beijerse
Mr. dr. J. (Jolande) uit Beijerse is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Dansk Industri: nadere afbakening grenzen aan richtlijnconforme interpretatie en horizontale werking algemeen Unierechtelijk beginsel?

Trefwoorden verbod van discriminatie op grond van leeftijd, richtlijnconforme interpretatie, verplichting onverenigbare nationale bepaling buiten toepassing te laten, rechtszekerheidsbeginsel, beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen
Auteurs Mr. S.W. Haket
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Dansk Industri oordeelt het Hof van Justitie dat het de nationale rechter niet is toegestaan enkel op basis van vaste rechtspraak de mogelijkheid van een richtlijnconforme interpretatie van een nationale bepaling af te wijzen. Indien de nationale bepaling desondanks niet richtlijnconform kan worden geïnterpreteerd, dient zij buiten toepassing te worden gelaten voor zover zij onverenigbaar is met het algemene verbod van discriminatie op grond van leeftijd. Het rechtszekerheidsbeginsel doet hier niet aan af.
    HvJ 19 april 2016, zaak C-441/14, Dansk Industri (DI)/Nalatenschap van Karsten Eigil Rasmussen, ECLI:EU:C:2016:278


Mr. S.W. Haket
Mr. S.W. (Sim) Haket LLM is als promovendus verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het verbod op geoblocking en geodiscriminatie

Het voorstel voor een verordening betreffende de aanpak van geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie nader bezien

Trefwoorden geoblocking, geodiscriminatie, mededinging, e-commerce, COM(2016)289
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. M.A.M.L. van de Sanden
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 mei 2016 heeft de Europese Commissie als onderdeel van haar Digital Single Market-strategie een voorstel gepubliceerd voor een verordening waarin geoblocking en andere vormen van geodiscriminatie (dat wil zeggen discriminatie op grond van nationaliteit, woon- of vestigingsplaats) worden verboden. De conceptverordening kent een ruim toepassingsbereik. Het voorstel beoogt met het verbod op geoblocking zowel discriminatie ten aanzien van de leveringsbereidheid en verkoopprijzen als discriminatie in de wijze van verkoop of betalingsmethoden bij online verkoop uit te bannen. Naast een bespreking van dit toepassingsgebied wordt aandacht besteed aan de wisselwerking met het mededingingsrecht, waaronder de e-commerce sector inquiry die de Europese Commissie (DG Concurrentie) momenteel ook uitvoert en ten slotte de gevolgen van de conceptverordening voor de praktijk.
    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aanpak van geoblocking en andere vormen van discriminatie op basis van nationaliteit, woonplaats of plaats van vestiging binnen de eengemaakte markt en wijziging van verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG, COM(2016) 289.


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers en M.A.M.L. (Mariska) van de Sanden zijn beiden werkzaam als advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. M.A.M.L. van de Sanden
Artikel

De rol van het Europees Parlement in de EU-procedure voor het sluiten van internationale overeenkomsten

Trefwoorden Europees Parlement, internationale overeenkomsten, gemeenschappelijk buitenlands veiligsheidsbeleid
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon wordt het Hof van Justitie zeer regelmatig verzocht de in artikel 218 VWEU verankerde procedure voor het sluiten namens de EU van internationale overeenkomsten met derde staten of andere internationale organisaties te verduidelijken. In de in deze bijdrage te bespreken twee arresten doet het Hof van Justitie dat wat betreft twee aspecten van de procedure. Het eerste betreft de bevoegdheden van het Parlement bij het sluiten van (GBVB-)overeenkomsten, het tweede de omvang van de plicht van de Raad het Parlement in iedere fase van de procedure onverwijld en ten volle te informeren.
    HvJ 14 juni 2016, zaak C-263/14, Parlement/Raad (Tanzania), ECLI:EU:C:2016:435
    HvJ 24 juni 2014, zaak C-658/11, Parlement/Raad (Mauritius), ECLI:EU:C:2014:2025


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Center for European law (MCEL), Universiteit Maastricht.