Nter_1382-4120_2017_023_005_large
Rss

Nederlands tijdschrift voor Europees recht


Meer op het gebied van Europees recht en mededingingsrecht

Over dit tijdschrift  
Aflevering 5, 2018 Alle samenvattingen uitklappen
Staatssteun

Access_open Terugvordering van staatssteun vindt zijn plek in de Nederlandse wetgeving

Trefwoorden staatssteun, terugvordering, Commissiebesluit, Algemene wet bestuursrecht, Algemene wet rijksbelastingen
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 juli 2018 heeft het staatssteunrecht zijn plek gevonden in de Nederlandse regelgeving. Althans, de terugvordering van onrechtmatige staatssteun. Wat regelt de Wet terugvordering staatssteun?
    Wet Terugvordering staatssteun (in werking getreden op 1 juli 2018), Stb. 2018, 99


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. (Johan) van Haersolte is counsel bij Coupry Advocaten en tevens redactielid van NtEr.

    In het arrest Amersfoort en Visser spreekt het Hof van Justitie zich uit over vier kwesties: de verhouding tussen de Dienstenrichtlijn en het kader van de telecomrichtlijnen, de toepasselijkheid van de Dienstenrichtlijn in zuiver interne situaties, de kwalificatie van detailhandel in goederen als ‘dienst’ in de zin van de Dienstenrichtlijn, en de status van (in elk geval één) bestemmingsplan binnen het kader van de Dienstenrichtlijn. Het Hof van Justitie schept in drie van de vier gevallen duidelijkheid over de afbakening van de werkingssfeer van de richtlijn. In het vierde geval, namelijk de kwalificatie van detailhandel in goederen, levert de uitspraak geen echte verduidelijking op, maar voorziet zij wel in een aantal complicaties.
    HvJ 30 januari 2018, gevoegde zaken C-360/15 en C-321/15, College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amersfoort/X BV en Visser Vastgoed Beleggingen BV/Raad van de gemeente Appingedam, ECLI:EU:C:2018:44.


Prof. mr. E. Steyger
Prof. mr. E. (Elies) Steyger is hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en advocaat te ’s-Hertogenbosch.
Vrij verkeer

Europese Commissie: ‘Online platforms moeten meer verantwoordelijkheid nemen bij het bestrijden van online illegale content.’

Trefwoorden Europese Commissie, mededeling, internettussenpersonen, online illegale content
Auteurs Mr. A. van der Beek, L. Oranje en J. Spauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 28 september 2017 publiceerde de Europese Commissie een mededeling over de bestrijding van illegale onlinecontent, waarin zij onlineplatforms wijst op hun bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid met betrekking tot het toegankelijk maken van dergelijke content. De mededeling bevat politieke richtsnoeren en beginselen voor onlineplatforms om de strijd tegen illegale online-inhoud op te voeren. Als aanvulling hierop heeft de Commissie op 1 maart 2018 een aanbeveling gepubliceerd met een reeks operationele maatregelen die moeten worden genomen door internetplatforms en lidstaten. Afhankelijk van het effect van deze maatregelen zal de Commissie bepalen over verdere stappen, waaronder wetgeving. Deze mededeling en aanbeveling lossen de huidige problemen met illegale content echter niet op, maar zorgen voor meer onduidelijkheid en minder transparantie in de strijd tegen online illegale content.
    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, ‘De bestrijding van illegale online-inhoud. Naar een grotere verantwoordelijkheid voor onlineplatforms’, COM 2017/555 en Commission Recommendation on measures to effectively tackle illegal content online, C(2018)1177 final.


Mr. A. van der Beek
Mr. A. (Annemieke) van der Beek is advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan.

L. Oranje
L. (Lotte) Oranje is paralegal bij Kennedy Van der Laan.

J. Spauwen
J.R. (Joran) Spauwen is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Bescherming van persoonsgegevens

Examenantwoorden zijn ook persoonsgegevens

Over de reikwijdte van de AVG

Trefwoorden privacy, gegevensbescherming, AVG, persoonsgegevens
Auteurs S. Kulk LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Nowak moest het Hof van Justitie de vraag beantwoorden of beroepsexamens persoonsgegevens zijn. De uitspraak van het Hof van Justitie biedt duidelijkheid over hoe te bepalen of informatie persoonsgegevens zijn. Voor hoger onderwijsinstellingen kan de uitspraak aanleiding geven hun beleid te heroverwegen ten aanzien van het opslaan, het verlenen van toegang tot, en het analyseren van tentamenantwoorden.
    HvJ 20 december 2017, zaak C-434/16, Peter Nowak/Data Protection Commissioner, ECLI:EU:C:2017:994.


S. Kulk LLM
S. (Stefan) Kulk LLM is universitair docent Recht, Innovatie en Technologie aan de Universiteit Utrecht.
Mededinging

Excessieve prijzen in het mededingingsrecht

Trefwoorden misbruik van machtspositie, excessieve prijzen, auteursrecht, tariefvergelijking, ‘PPP-index’
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In het hier besproken arrest komt opnieuw een evergreen uit het (Europees) mededingingsrecht aan de orde: het (beweerd) misbruik van machtspositie in de vorm van excessieve tarieven van collectieve beheersorganisaties voor auteursrechten met een (feitelijk dan wel wettelijk verankerd) incassomonopolie. Het Hof van Justitie bevestigt dat bij toepassing van de in de Franse discothekenrechtspraak uit de jaren tachtig ontwikkelde methode van internationale tariefvergelijking1xHvJ 13 juli 1989, zaak C-395/87, Tournier, ECLI:EU:C:1989:319 en HvJ 13 juli 1989, gevoegde zaken C-110/88, C-241/88 en C-242/88, Lucazeau e.a., ECLI:EU:C:1989:326. ook kan worden gebruikt als maar een beperkt aantal lidstaten in deze vergelijking wordt betrokken. Voorwaarde is dan wel dat deze lidstaten voldoende representatief zijn en er voor koopkrachtverschillen wordt gecorrigeerd. Alleen als de uit die vergelijking blijkende prijsverschillen significant en duurzaam zijn, kan sprake zijn van misbruik.
    HvJ 14 september 2017, zaak C-177/16, Autortiesību un komunicēšanās konsultāciju aģentūra/Latvijas Autoru apvienība tegen Konkurences padome, ECLI:EU:C:2017:689.

Noten

  • 1 HvJ 13 juli 1989, zaak C-395/87, Tournier, ECLI:EU:C:1989:319 en HvJ 13 juli 1989, gevoegde zaken C-110/88, C-241/88 en C-242/88, Lucazeau e.a., ECLI:EU:C:1989:326.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. (Paul) Kreijger is advocaat bij Visser Schaap & Kreijger te Amsterdam.