DOI: 10.5553/NtER/138241202022028009004

Nederlands tijdschrift voor Europees rechtAccess_open

Brexit

Noord-Iers protocol: een splijtzwam tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie?

Trefwoorden douanewetgeving, technische voorschriften, geschillenbeslechting
Auteurs
DOI
Toon PDF Toon volledige grootte
Samenvatting Auteursinformatie Statistiek Citeerwijze
Dit artikel is keer geraadpleegd.
Dit artikel is 0 keer gedownload.
Aanbevolen citeerwijze bij dit artikel
Mr. T.P.J.N. van Rijn, 'Noord-Iers protocol: een splijtzwam tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie?', NtER 2022-9-10, p. 244-250

    In deze bijdrage gaat de auteur in het kort in op de voorgeschiedenis van het Protocol Ierland/Noord-Ierland, met name het Goedevrijdagakkoord. Daarna worden de bepalingen van het Protocol inzake het goederenverkeer geanalyseerd, wordt aandacht besteed aan artikel 16 en de procedure die bij het inroepen van de vrijwaringsmaatregel gevolgd moet c.q. kan worden. Afgesloten wordt met enkele concluderende opmerkingen.
    Protocol Ierland/Noord-Ierland bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van 24 januari 2020 (PbEU 2020, L 29/102).

Dit artikel wordt geciteerd in

      In deze bijdrage gaat de auteur in het kort in op de voorgeschiedenis van het Protocol Ierland/Noord-Ierland, met name het Goedevrijdagakkoord. Daarna worden de bepalingen van het Protocol inzake het goederenverkeer geanalyseerd, wordt aandacht besteed aan artikel 16 en de procedure die bij het inroepen van de vrijwaringsmaatregel gevolgd moet c.q. kan worden. Afgesloten wordt met enkele concluderende opmerkingen.

      Protocol Ierland/Noord-Ierland bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van 24 januari 2020 (PbEU 2020, L 29/102).

    • Inleiding

      Sinds Brexit heeft de positie van Noord-Ierland de verhouding tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie op scherp gezet. De buitengrens van de Unie op het Ierse eiland is immers komen te liggen tussen de Republiek Ierland en Noord-Ierland dat deel uitmaakt van het Verenigd Koninkrijk. Het Protocol Ierland/Noord-Ierland1x Protocol Ierland/Noord-Ierland bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van 24 januari 2020 (PbEU 2020, L 29/102). Een uitvoerig overzicht van het Protocol en de uitvoering daarvan in het Verenigd Koninkrijk is te vinden in: Institute fot Government, ‘Implementing Brexit. The Northern Ireland Protocol’, mei 2020, www.instituteforgovernment.org.uk/publications/implementing-brexit-northern-ireland-protocol. – onderdeel van het Terugtrekkings­akkoord van december 20192x Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van 24 januari 2020 (PbEU 2020, L 29/7). – zorgt via een ingewikkelde regeling ervoor dat deze buitengrens open blijft. Het Verenigd Koninkrijk frustreerde evenwel vanaf het begin de correcte toepassing van de bepalingen van het Protocol over het goederenverkeer.3x ‘Sunday Times: Johnson wil afspraken uit Brexitdeal met EU omzeilen’, ­Europa Nu 23 februari 2022 (europa-nu.nl). Het dreigt nu zelfs om de vrijwaringsclausule van artikel 16 van het Protocol in te roepen en de toepassing van het Protocol op te schorten.4x Zie de Northern Ireland Government Bill, www.gov.uk/government/collections/northern-ireland-protocol-bill en ‘Britten van plan handelsregels Noord-Ierland op te heffen’, Europa Nu 13 juni 2022 (europa-nu.nl).
      In deze bijdrage zal ik eerst in het kort ingaan op de voorgeschiedenis, met name het Goedevrijdagakkoord. Daarna worden de bepalingen van het Protocol inzake het goederenverkeer geanalyseerd, wordt aandacht ­besteed aan artikel 16 en de procedure die bij het inroepen van de vrijwaringsmaatregel gevolgd moet c.q. kan ­worden. Afgesloten wordt met enkele concluderende ­opmerkingen.

    • Voorgeschiedenis: het Goedevrijdagakkoord

      De onafhankelijkheid van de Republiek Ierland – honderd jaar geleden afgescheiden van het Verenigd ­Koninkrijk (terwijl Noord-Ierland er onderdeel van bleef) – leidde tot gespannen verhoudingen tussen beide delen van het Ierse eiland. Katholieken in het overwegend protestantse Noord-Ierland, die maatschappelijk werden achtergesteld, probeerden dikwijls met ­gewelddadige middelen aansluiting bij de Republiek Ierland te krijgen. Om te verhinderen dat zij steun uit Ierland zouden krijgen, hadden de Britse autoriteiten de grens gesloten en stringente grenscontroles ingesteld, waardoor het grensverkeer tussen de twee delen van het eiland en dus tussen twee lidstaten van de Europese Unie in ernstige mate werd belemmerd. In Noord-Ierland werden de ­katholieke wijken dikwijls met muren afgescheiden. Desondanks waren er jaar na jaar bloedige onlusten en aanslagen.
      Na bemiddeling door de Europese Unie en de Verenigde Staten bereikten de verschillende partijen in Noord-­Ierland in 1998 een akkoord om de vijandelijkheden te staken en de situatie te normaliseren. Dit akkoord wordt gewoonlijk het ‘Goedevrijdagakkoord’ of ‘Akkoord van Belfast’ genoemd.5x De officiële titel is ‘Agreement reached in the multi-party negotiations’. Het is gesloten op 10 april 1998 en ondertekend door het Verenigd Koninkrijk, de Republiek Ierland en een aantal partijen in Noord-Ierland.6x Zie ook ‘Goedevrijdagakkoord – Akkoord van Belfast (1998)’, https.//historiek.net; C. Harvey, ‘The 1998 Agreement Context and Status’, in: C. McCrudden (red.), The Law and Practice of the Ireland-Northern Ireland Protocol, Cambridge: Cambridge University Press 2022, p. 21 e.v.; en M. Dougan, The UK’s Withdrawal from the EU: A Legal Analysis, Oxford: Oxford University Press 2021, hfdst. 8 ‘Ireland and Northern Ireland’, p. 258 e.v.
      Het Akkoord bevat een groot aantal bepalingen, waarvan – voor het doel van dit artikel – het verdwijnen van de harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland de ­belangrijkste is: tussen de beide delen van de Unie was vanaf dat moment een normaal grensverkeer mogelijk, met name voor goederen. Dit werd bereikt door het terugtrekken van de Britse troepen en belangrijke constitutionele veranderingen binnen Noord-Ierland: binnen de staatkundige structuur van het Verenigd Koninkrijk kreeg Noord-Ierland verregaande bevoegdheden. Het Akkoord voorzag verder in nauwe samenwerking tussen de Republiek Ierland en Noord-Ierland.

    • Inhoud van het Protocol

      Ik beperk mij hier tot de bepalingen die betrekking hebben op het goederenverkeer (art. 4-7). Het vrij goederenverkeer vormt immers de kern van het probleem dat door Brexit is veroorzaakt.7x Dougan 2021, p. 264. Indirect van belang voor het goederenverkeer zijn de artikelen over btw en accijnzen (art. 8), de interne markt voor elektriciteit (art. 9) en staatssteun (art. 10), Opgemerkt moet worden dat andere componenten van de interne markt, namelijk het vrij verkeer van diensten en van kapitaal geen onderwerp uitmaken van het Protocol.8x Het vrij verkeer van personen is geregeld in art. 3 Protocol.
      Ten gevolge van Brexit zou Noord-Ierland het douanegebied van de Europese Unie verlaten en zou er dus een douanegrens door het eiland lopen. Doordat in artikel 5 lid 5 Protocol artikel 30 en 110 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)9x Verbod van in- en uitvoerrechten tussen de lidstaten (art. 30) en verbod om op producten uit andere lidstaten hogere belastingen te heffen dan op binnenlandse producten (art. 110). van toepassing zijn verklaard, blijft Noord-Ierland echter ook na Brexit binnen het douanegebied van de Unie en is er dus geen douanegrens tussen Ierland en Noord-Ierland. Tegelijkertijd behoort Noord-Ierland als deel van het Verenigd Koninkrijk tot het douanegebied van het Verenigd ­Koninkrijk (art. 4, eerste alinea, Protocol). De gevolgen van dit behoren tot twee douanegebieden wordt door het Protocol als volgt geregeld.

      Douanerechten

      Wat douanerechten betreft, worden er geen rechten ­geheven tussen Ierland en Noord-Ierland, nu beide ­delen binnen het douanegebied van de Unie vallen. Op de ­goederen die uit de andere delen van het Verenigd Koninkrijk (voortaan Groot-Brittannië genoemd) naar Noord-Ierland worden gebracht en dus het douanegebied van de Unie binnenkomen, zouden na Brexit douanerechten moeten worden geheven. Artikel 5 lid 1, eerste alinea, Protocol bepaalt echter dat dit niet het geval is ‘tenzij het risico bestaat dat die goederen vervolgens naar de Unie worden gebracht, hetzij op zichzelf, hetzij als onderdeel van andere goederen na bewerking’. In dat geval is het douanetarief van de Unie van toepassing. Op deze wijze wordt getracht verlegging van handelsstromen te voorkomen. Deze bepaling heeft slechts een beperkt belang nu in de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Unie en het Verenigd ­Koninkrijk10x Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PbEU 2021, L 149/10). wordt bepaald dat douanerechten op alle goederen van oorsprong uit het Verenigd Koninkrijk c.q. de Unie verboden zijn ‘tenzij in [de] Overeenkomst ­anders wordt bepaald’.11x Art. 21 Handels- en samenwerkingsovereenkomst.
      Voor goederen die rechtstreeks uit derde landen in Noord-Ierland worden ingevoerd, gelden niet de douanerechten van de Unie, maar de in het Verenigd Koninkrijk geldende rechten, opnieuw ‘tenzij het risico bestaat dat die goederen vervolgens naar de Unie worden ­gebracht, hetzij op zichzelf, hetzij als onderdeel van andere goederen na bewerking’ (art. 5 lid 1, tweede alinea, Protocol).
      Er bestaat een wettelijk vermoeden dat er een risico ­bestaat dat goederen die van buiten de Unie naar Noord-Ierland worden gebracht of ingevoerd, vervolgens naar de Unie worden gebracht (art. 5 lid 2, eerste alinea, Protocol). Er moeten dus douanerechten (voor zover van toepassing) worden betaald en douaneformaliteiten (prenotificatie, douaneverklaring) worden vervuld. Deze regel is bijzonder relevant voor goederen die uit Groot-Brittannië naar Noord-Ierland worden gebracht, omdat de handel over de Ierse Zee vóór Brexit vrij was. Dit heeft tot veel irritatie in Noord-Ierland en het Verenigd Koninkrijk geleid.
      Het wettelijk vermoeden kan worden ontkracht door aan te tonen dat de goederen in Noord-Ierland niet aan een commerciële bewerking worden onderworpen en voldoen aan een aantal criteria die maken dat er geen risico bestaat dat de goederen naar de Unie worden gebracht.12x Bijv. bloem om brood te bakken die in Noord-Ierland wordt ingevoerd zal daar altijd een commerciële bewerking krijgen en dus een ‘risicoproduct’ zijn. Een auto daarentegen waarschijnlijk niet. Deze criteria zijn bij besluit van het Gemengd Comité13x Art. 164 Terugtrekkingsakkoord. krachtens artikel 5 lid 2, vierde alinea, Protocol vastgesteld.14x Zie besluit 4/2020 van het Gemengd Comité van 17 december 2020 (PbEU 2020, L 443/6). Zie ook www.gov.uk/guidance/check-if-you-can-declare-goods-you-bring-into-northern-ireland-not-at-risk-of-moving-to-the-eu#processing.
      In de praktijk betekent dit systeem dat het betalen van douanerechten (voor zover van toepassing) en het ­vervullen van douaneformaliteiten bij binnenkomst in Noord-Ierland, behalve vanuit de Unie, de norm zal zijn.15x Vgl. S. Weatherill, ‘The Protocol on Ireland/Northern Ireland: protecting the EU’s internal market at the expense of the UK’s’, European Law Review 2020, p. 229-230.
      Nu Noord-Ierland binnen het douanegebied van de Unie valt, is de douanewetgeving van de Unie van toepassing (art. 5 lid 2 Protocol16x De verwijzing naar verordening (EU) nr. 952/2013 is naar het Douanewetboek.). De betreffende verordeningen worden in bijlage 2 punt 1-7 van het Protocol opgesomd.17x Art. 5 lid 4 Protocol. Omdat het begrip ‘douanewetgeving’ volgens artikel 5 punt 2 Verordening (EU) nr. 952/201318x Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269/1). ruimer lijkt te zijn dan de hierboven genoemde lijst van verordeningen, is niet duidelijk welke onderdelen van de Douane-unie op Noord-Ierland van toepassing zijn. Het voert in het kader van deze bijdrage te ver om hier nader op in te gaan.19x Zie Weatherill 2020, p. 224.
      Uit artikel 5 lid 6 en artikel 12 lid 1 Protocol volgt dat de inning van de douanerechten in Noord-Ierland een taak is van de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk.20x Zie ook art. 12 lid 1 Protocol. Er zijn dus geen douaniers van de Unie in Noord-Ierland. De betaalde rechten hoeven niet aan de Unie afgedragen te worden. Deze kunnen eventueel aan ondernemingen worden terugbetaald en vrijstelling van douaneschuld kan worden verleend onder de voorwaarde dat de staatssteunregels van de Unie niet worden overtreden. Dit geldt ook voor eventuele compensatie die aan ondernemingen wordt verleend wegens de toepassing op hen van de douanewetgeving van de Unie (art. 5 lid 6 jo. art. 10 Protocol).

      Uitvoerverboden en -beperkingen

      Uitvoerverboden en -beperkingen die door de wetgeving van de Unie worden voorgeschreven, worden ten aanzien van uitvoer uit Noord-Ierland naar Groot-Brittannië alleen toegepast voor zover zij strikt worden vereist door internationale verplichtingen van de Unie. In zoverre is deze bepaling een lex specialis ten opzichte van artikel 26 Handels- en Samenwerkingsovereenkomst, dat uitvoerverboden naar de andere Partij bij de overeenkomst, die in strijd zijn met de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel (GATT), verbiedt. Ten aanzien van de uitvoer naar derde landen waarborgt het Verenigd Koninkrijk – wiens autoriteiten immers ­bevoegd zijn voor de douanecontroles21x Art. 12 lid 1 Protocol. – dat de voorschriften van de Unie volledig in acht worden genomen (art. 6 lid 1 Protocol).

      Non-tarifaire handelsbeperkingen

      Belangrijker dan de douanetarieven en uitvoerverboden zijn de non-tarifaire handelsbeperkingen, die hun oorsprong vinden in onderscheiden technische voorschriften met betrekking tot goederen.22x Vgl. ook art. 88 e.v. Handels- en Samenwerkingsakkoord. Nu Noord-Ierland binnen het douanegebied en de interne markt van de Unie blijft en er dus geen grenscontroles aan de Noord-Ierse/Ierse grens zijn, is het nodig dat producten die in Noord-Ierland op de markt worden gebracht in overeenstemming zijn met de technische voorschriften die in de Unie gelden; zij kunnen immers in de Unie op de markt worden gebracht. Artikel 5 lid 4 Protocol bepaalt dan ook dat de Uniewetgeving op dit terrein in Noord-Ierland van toepassing is. Deze wetgeving staat opgesomd in punt 8 tot 47 van bijlage 2 van het Protocol.23x Gewijzigd bij Besluit van het Gemengd Comité van 17 december 2020 (PbEU 2020, L 443/3). Deze bijlage geeft een goed overzicht van de verordeningen, richtlijnen en besluiten op het gebied van het goedernverkeer die op 24 januari 2020 – datum van het Terugtrekkingsakkoord – van toepassing waren.24x In de bijlagen 3, 4 en 5 is een vergelijkbaar overzicht te vinden van de Uniewetgeving op het gebied van btw en accijnzen, de elektriciteitsmarkt en staatssteun. De verwijzing naar deze wetgeving is een dynamische, dat wil zeggen dat latere wijzigingen of vervangingen ook gelden (art. 13 lid 3 Protocol). Voor nieuwe wetgeving bepaalt artikel 13 lid 4 Protocol dat de Unie in het ­Gemengd Comité het Verenigd Koninkrijk in kennis stelt van de vaststelling van de nieuwe wetgeving. Het ­Gemengd Comité stelt dan ‘zo snel als redelijkerwijs haalbaar’ is een besluit vast waarbij de wetgeving aan bijlage 2 wordt toegevoegd. Wanneer in het Gemengd Comité geen overeenstemming over de toevoeging kan worden bereikt, onderzoekt het Comité ‘alle overige ­mogelijkheden om de goede werking van het Protocol in stand te houden en neemt het elk daartoe noodzakelijk besluit’. Als het Gemengd Comité niet binnen een redelijke tijd een besluit heeft genomen heeft de Unie het recht om passende corrigerende maatregelen te ­nemen.25x Bij mijn weten is deze procedure nog niet toegepast.
      Voor goederen die vanuit de Unie naar Noord-Ierland worden gebracht gelden artikel 34 en 36 VWEU (art. 7 lid 1 Protocol). Er is dus vrij verkeer van goederen tussen de Unie en Noord-Ierland op dezelfde wijze als tussen lidstaten van de Unie. Uit artikel 6 lid 1 Protocol leid ik af dat deze goederen vervolgens zonder beperkingen naar Groot-Brittannië kunnen worden gebracht. Deze bepaling zegt immers: ‘Niets in dit protocol belet het Verenigd Koninkrijk de onbelemmerde markttoegang te waarborgen voor goederen die van Noord-Ierland worden vervoerd naar andere delen van de interne markt van het Verenigd Koninkrijk.’
      Dit laat overigens het Verenigd Koninkrijk wel toe om maatregelen te nemen bij een te grote discrepantie tussen de technische normen die in de Unie gelden en die welke in het Verenigd Koninkrijk van toepassing zijn.
      Goederen die vanuit derde landen in Noord-Ierland worden ingevoerd dienen zowel op hun conformiteit met Unienormen als met normen die in het Verenigd Koninkrijk gelden, gecontroleerd te worden. Dit blijkt uit de combinatie van artikel 5 lid 4 en artikel 7 lid 1 Protocol. De controle wordt uitgevoerd door Britse c.q. Noord-Ierse douaneautoriteiten (art. 12 lid 1 Protocol).
      Goederen die vanuit Groot-Brittannië in Noord-Ierland op de markt worden gebracht dienen niet alleen aan de Britse technische voorschriften, maar ook aan die van de Unie te voldoen (art. 5 lid 4 Protocol). Het Protocol ­regelt deze toepassing van verschillende regels op dezelfde goederen niet. In de praktijk betekent het dat er controles moeten plaatsvinden op de handel tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland. Het zijn deze controles die tot grote conflicten tussen het Verenigd ­Koninkrijk en de Unie en binnen Noord-Ierland hebben geleid.
      Technische voorschriften in de Uniewetgeving bevatten dikwijls verplichtingen tot voorafgaande conformiteitsbeoordelingen en/of registraties van goederen of tot het overleggen van certificaten, goedkeuringen of vergunningen.26x Vgl. art. 28 Handels- en Samenwerkingsakkoord. Deze worden uitgevoerd dan wel afgegeven door instanties van de lidstaten. Nu het Verenigd ­Koninkrijk geen lidstaat meer is, is de vraag of de in het Verenigd Koninkrijk uitgevoerde en afgegeven beoordelingen, registraties, certificaten, goedkeuringen en vergunningen bij de invoer in Noord-Ierland geldig zijn. Artikel 7 lid 3 Protocol bevat hierover een uitvoerige ­regeling.
      Het principe van deze regeling is dat de door de instanties van het Verenigd Koninkrijk vanaf 24 januari 202027x Voor die datum uitgevoerde en afgegeven beoordelingen, registraties, certificaten, goedkeuringen en vergunningen blijven geldig, art. 7 lid 3, vierde alinea, Protocol. uitgevoerde en afgegeven beoordelingen, registraties, certificaten, goedkeuringen en vergunningen niet meer erkend worden als door een lidstaat uitgevoerd of afgegeven (art. 7 lid 3, eerste alinea, Protocol). Een uitzondering zijn de registraties, certificaten, goedkeuringen en vergunningen inzake sites, installaties of terreinen in Noord-Ierland die zijn afgegeven of uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk (art. 7 lid 3, tweede alinea, Protocol). Een tweede uitzondering zijn de veterinaire certificaten of officiële etiketten voor teeltmateriaal die op basis van de Uniewetgeving zijn vereist; deze kunnen door instanties van het Verenigd Koninkrijk worden afgegeven voor zover zij voldoen aan de bepalingen van de betreffende verordeningen, richtlijnen en besluiten (art. 7 lid 3, derde alinea, Protocol).28x Vgl. art. 70 Handels- en Samenwerkingsakkoord.
      Tot slot is bepaald dat het Verenigd Koninkrijk, voor zover het Noord-Ierland betreft, de Uniebepalingen die voorzien in door de lidstaten uitgevoerde en afgegeven beoordelingen, registraties, certificaten, goedkeuringen en vergunningen niet mag betwisten in een bezwaar-, vrijwarings- of arbitrageprocedure (art. 7 lid 3, vijfde alinea, Protocol).

      Uitvoering

      Zoals hierboven vermeld zijn de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk verantwoordelijk voor de uitvoering en toepassing van de bepalingen van het Protocol, zowel wat de douanecontroles, inning van douanerechten als de controle op de conformiteit met technische normen betreft (art. 12 lid 1 Protocol). De vertegenwoordigers van de Unie hebben een droit de regard. Zij kunnen aanwezig zijn bij alle controles ‘met betrekking tot de uitvoering en toepassing van bepalingen van het recht van de Unie die krachtens dit protocol van toepassing zijn geworden’. De vertegenwoordigers van de Unie kunnen ook de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk in bepaalde gevallen op naar behoren gemotiveerde gronden verzoeken controlemaatregelen uit te voeren waartoe die autoriteiten dan verplicht zijn (art. 12 lid 2, eerste alinea, Protocol). Het Verenigd Koninkrijk is verplicht de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de Unie te faciliteren en aan hen alle gevraagde informatie te verschaffen. De aanwezigheid van douaneambtenaren van de Unie heeft overigens het afgelopen jaar tot veel onrust in Belfast geleid, in zodanige mate dat de Unie haar vertegenwoordigers heeft moeten terugroepen.

      Vrijwaringsclausule

      De vrijwaringsclausule waarin artikel 16 Protocol voorziet, heeft het laatste jaar tot veel politieke spanningen geleid, omdat het Verenigd Koninkrijk dreigde de bepaling in te roepen om de grenscontroles in de handel tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland niet meer uit te voeren. Dit zou voor de Unie onacceptabel zijn en zou tot ingrijpende tegenmaatregelen leiden. Artikel 16 lid 1 Protocol bepaalt:

      ‘Wanneer de toepassing van dit protocol leidt tot ernstige economische, maatschappelijke of milieuproblemen die mogelijk aanhouden, of tot verlegging van het handelsverkeer, kan de Unie of het Verenigd Koninkrijk unilateraal passende vrijwaringsmaatregelen nemen. Dergelijke vrijwaringsmaatregelen zijn wat hun draagwijdte en duur betreft, beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is om de situatie te verhelpen. Maatregelen die de werking van dit protocol het minst verstoren, krijgen voorrang.’

      Wanneer de vrijwaringsmaatregel het evenwicht tussen de rechten en plichten uit hoofde van het Protocol verstoort, heeft de andere Partij krachtens artikel 16 lid 2 Protocol het recht om evenredige maatregelen te nemen om het evenwicht te herstellen.
      Alvorens een vrijwaringsmaatregel of een evenwichtsherstellende maatregel te nemen dient de procedure die in bijlage 7 bij het Protocol is beschreven te worden gevolgd. Van de intentie om een maatregel te nemen dient officieel aan de andere Partij te worden kennisgegeven. Er vindt dan overleg plaats in het Gemengd Comité. Als binnen één maand na de kennisgeving in het Gemengd Comité geen oplossing is gevonden, kan de maatregel worden genomen. In ‘uitzonderlijke omstandigheden die onmiddellijke maatregelen vereisen’ kunnen echter onmiddellijk strikt noodzakelijke beschermende maatregelen worden genomen.

      Geschillenbeslechting

      Uit het voorgaande moge blijken dat de bepalingen van het Protocol nogal wat interpretatievragen oproepen en dat er volop mogelijkheid bestaat op geschillen tussen de partijen, zoals de laatste jaren is gebleken. Een goede regeling om geschillen te beslechten is dus belangrijk. Het Protocol vermeldt alleen een weg via het Hof van Justitie. Omdat het Protocol onderdeel is van het Terugtrekkingsakkoord zijn daarnaast ook de bepalingen inzake geschillenbeslechting uit dit Akkoord van toepassing. Hierna worden beide achtereenvolgens besproken.
      De rol van het Hof van Justitie, een instelling van de ­Europese Unie (EU), bij de oplossing van geschillen ­betreffende een internationale overeenkomst van de EU met een derde land is niet logisch. Het Verenigd Koninkrijk heeft er zich dan ook vanaf het begin tegen verzet. Voor de Unie is het echter van essentieel belang dat de interpretatie van het Unierecht dat in Noord-Ierland van toepassing is op dezelfde wijze wordt uitgelegd als in de Unie.
      De rol van het Hof van Justitie wordt bepaald in artikel 12 lid 4 en 5 Protocol:

      ‘4. Met betrekking tot lid 2, tweede alinea, van dit ­artikel, artikel 5 en de artikelen 7 tot en met 10 hebben de instellingen, organen en instanties van de Unie met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk en ­natuurlijke en rechtspersonen die op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk verblijven of gevestigd zijn, de bevoegdheden die hen door het recht van de Unie zijn verleend. In het bijzonder is het Hof van Justitie van de Europese Unie in dit opzicht bevoegd zoals voorzien in de Verdragen. Artikel 267, tweede en derde alinea, VWEU is in dit opzicht van toepassing op en in het Verenigd Koninkrijk.
      5. In overeenstemming met lid 4 vastgestelde handelingen van de instellingen, organen en instanties van de Unie hebben ten aanzien van en in het Verenigd Koninkrijk dezelfde rechtsgevolgen als in de Unie en haar lidstaten.’

      Hieruit volgt dat het Hof van Justitie alleen bevoegd is voor geschillen die betrekking hebben op de artikelen inzake douane en vrij verkeer van goederen (art. 5), technische voorschriften (art. 7), btw en accijnzen (art. 8), de elektriciteitsmarkt (art. 9) en staatssteun (art. 10). Een belangrijke vraag is of het Hof van Justitie ook bevoegd is voor geschillen betreffende de vrijwaringsmaatregelen van artikel 16 Protocol, die immers ook het vrij verkeer van goederen kunnen beperken. Wouters verdedigt de stelling dat dit niet het geval is, omdat artikel 16 niet genoemd wordt in de limitatieve lijst van artikelen waarvoor het Hof van Justitie bevoegd wordt verklaard.29x J. Wouters, ‘Dispute Settlement’ en B. Melo Araujo & S. Brittain, ‘Safeguard Provisions’, in: C. McCrudden (red.), The Law and Practice of the ­Ireland-Northern Ireland Protocol, Cambridge: Cambridge University Press 2022, p. 57 resp. 320. Voor deze stelling is veel te zeggen, omdat een geschil over een vrijwaringsmaatregel niet over de interpretatie van een bepaling van Unierecht zal gaan, maar over de vraag of aan de voorwaarden voor het inroepen van de vrijwaringsmaatregel is voldaan.
      De meest in aanmerking komende procedures zijn de ­inbreukprocedure en de prejudiciële procedure. De Commissie heeft het recht een inbreukprocedure te starten tegen het Verenigd Koninkrijk indien dat een van de verplichtingen uit hoofde van de in artikel 12 lid 4 Protocol genoemde artikelen niet nakomt. Er zijn reeds zeven inbreukprocedures gestart, de eerste op 15 maart 2021 ­wegens het niet nakomen van de certificeringsvereisten voor het vervoer van agrovoeding, waarvoor op 15 juni 2022 besloten is een met redenen omkleed advies te sturen.30x ‘Commissie start inbreukprocedures tegen het VK’, europa.eu. Zie ook Wouters 2022, p. 59. Op 15 juni en 15 juli 2022 zijn nog voor twee respectievelijk vier nieuwe inbreuken aanmaningsbrieven verzonden.31x ‘Commissie start inbreukprocedures tegen het VK’, europa.eu; Wouters 2022, p. 59; en “Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland: Commissie start vier nieuwe inbreukprocedures tegen het VK”, europa.eu. Krachtens artikel 12 lid 5 Protocol is het Verenigd Koninkrijk verplicht het arrest van het Hof van Justitie na te komen en eventueel na een tweede arrest een dwangsom of geldboete te betalen. De vraag is of niet-betaling van de dwangsom of geldboete de EU het recht geeft toepassing van (een deel van) het Protocol op te schorten, zoals wel uitdrukkelijk voorzien is in artikel 178 Terugtrekkingsakkoord bij niet-uitvoering van een uitspraak van het arbitrage­panel (zie hieronder).
      Indien in een gerecht van het Verenigd Koninkrijk in een geschil over de toepassing van een van de bepalingen genoemd in artikel 12 lid 4 Protocol, bijvoorbeeld over het toepasselijke douanetarief of over certificering van producten, een vraag rijst over de uitleg van een bepaling van Unierecht of over de geldigheid van een handeling van de Commissie of de Raad,32x De Commissie heeft het recht om in dergelijke procedures schriftelijke opmerkingen in te dienen en, mits daar toestemming voor is, ook mondelinge opmerkingen te maken, zie art. 162 Terugtrekkingssakkoord. kan dat gerecht prejudiciële vragen stellen aan het Hof van Justitie en is het daartoe verplicht als het gerecht oordeelt in hoogste instantie.33x Bij mijn weten is er nog geen zaak bij het Hof van Justitie geregistreerd.
      Daarnaast is het mogelijk dat het Verenigd Koninkrijk een beroep tot nietigverklaring instelt tegen een handeling van de Commissie of de Raad, bijvoorbeeld tegen een wijziging van een in bijlage 2 bij het Protocol ­genoemde verordening, richtlijn of besluit.
      De tweede vorm van geschillenbeslechting is de arbitrageprocedure van artikel 170 e.v. Terugtrekkingsakkoord. Dit is de klassieke procedure in internationale overeenkomsten en vindt plaats voor een arbitragepanel. Dit panel bestaat uit vijf personen die gekozen worden uit een door het Gemengd Comité samengestelde lijst van 25 personen.34x Besluit van het Gemengd Comité 7/2020 van 22 december 2020 (PbEU 2020, L443/22).
      Het arbitragepanel volgt de procedureregels die in Bijlage IX bij het Terugtrekkingsakkoord zijn vastgelegd.35x Art. 172 Terugtrekkingsakkoord. Het neemt zijn beslissing binnen twaalf maanden na de instelling van het panel. Een spoedprocedure is mogelijk. Het arbitragepanel probeert dan binnen zes maanden uitspraak te doen.36x Art. 173 Terugtrekkingsakkoord. Het arbitragepanel probeert consensus te bereiken, zie art. 180 lid 1 Terugtrekkingsakkoord.
      Een bijzonderheid in de procedure is de mogelijkheid/verplichting voor het arbitragepanel om aan het Hof van Justitie een ‘prejudiciële’ vraag over de uitleg van een bepaling van Unierecht te stellen.37x Art. 174 Terugtrekkingsakkoord. Het Hof van Justitie heeft in het Terugtrekkingsakkoord nog andere bevoegdheden gekregen, zie art. 158 en 160 Terugtrekkingsakkoord. Deze procedure is belangrijk wanneer een geschil over douaneregels of technische voorschriften dient bij het arbitragepanel. Lid 1 van artikel 174 bepaalt dat het arbitragepanel bij een dergelijke vraag geen besluit neemt en het Hof van Justitie verzoekt zich over die vraag uit te spreken. De Unie en het Verenigd Koninkrijk kunnen krachtens artikel 174 lid 3 bij het arbitragepanel opmerkingen indienen indien zij van mening zijn dat het panel een vraag moet voorleggen aan het Hof van Justitie. Het arbitragepanel dient het verzoek dan bij het Hof van Justitie in, tenzij het van mening is dat zich geen vraag van Unierecht voordoet. In dat laatste geval kunnen de Partijen het panel om een herziening van de beoordeling vragen. De uitspraak van Het Hof van Justitie is bindend voor het arbitragepanel.38x Art. 174 lid 1, laatste zin, Terugtrekkingsakkoord.
      De uitspraak van het arbitragepanel is bindend voor de Partijen.39x Art. 175 lid 1 Terugtrekkingsakkoord. Zij moeten de uitspraak binnen een redelijke termijn, die in onderlinge overeenstemming wordt ­bepaald,40x Bij geen overeenstemming beslist het arbitragepanel. naleven.41x Art. 175 en 176 Terugtrekkingsakkoord. Indien de uitspraak niet wordt ­nageleefd, kan een van de Partijen het arbitragepanel verzoeken hierover uitspraak te doen. Het panel kan dan de in gebreke zijnde Partij een forfaitaire som of een geldboete opleggen. Bij niet-betaling daarvan kan de andere Partij haar verplichtingen onder het Terugtrekkings­akkoord (behalve deel Twee hiervan) of het Handels- en Samenwerkingsakkoord opschorten.42x Art. 178 Terugtrekkingsakkoord. Art. 179 Terugtrekkingsakkoord bevat een procedure indien naderhand de uitspraak van het arbitragepanel alsnog wordt nagekomen.

      Geldigheidsduur

      Het Protocol is voor onbepaalde tijd gesloten, maar de bepalingen over het vrij verkeer van goederen (evenals die over btw en accijnzen, elektriciteit en staatssteun) worden vier jaar na het einde van de overgangsperiode (dat wil zeggen in 2024) aan een proces van ‘democra­tische instemming’ in Noord-Ierland onderworpen (art. 18 Protocol). Deze ‘democratische instemming’ wordt gegeven door de Noord-Ierse Assemblée bij meerderheid van stemmen van de aan de stemming deelnemende leden. Bij een positieve stemming blijven de ­bepalingen voor een verdere periode van vier jaar van toepassing. Indien de steun gemeenschapsoverschrijdend is (dat wil zeggen zowel onder nationalistische, lees ­katholieke, als unionistische, lees protestantse, groeperingen), is deze periode acht jaar. Wanneer de instemming niet wordt gegeven, zijn de bepalingen twee jaar na afloop van de genoemde periode niet langer van toepassing. Het Gemengd Comité moet dan aanbevelingen doen over de nodige door de Unie en het Verenigd ­Koninkrijk te nemen maatregelen die rekening moeten houden met de verplichtingen in het Goedevrijdagakkoord, dat wil zeggen geen fysieke grens tussen Ierland en Noord-Ierland. Gezien de problemen om via het Protocol een oplossing te vinden lijkt dit een onmogelijke taak.

    • Conclusie

      Het Protocol is een complex geheel van bepalingen die de politieke discussie (of strijd) tussen de Partijen weerspiegelen. Vanuit juridisch oogpunt wordt het vrij verkeer van goederen afdoende geregeld. Het goederenverkeer tussen Ierland en Noord-Ierland is aan dezelfde regels onderworpen als binnen de Unie. Tegelijkertijd is het verkeer tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland in principe zonder beperkingen. Er zijn bepalingen die moeten voorkomen dat goederen die via Noord-Ierland de Unie binnenkomen voldoen aan de voorschriften die binnen de Unie gelden. Het lijkt dus dat de ‘quadrature du cercle’ is gevonden: de eenheid van de interne markt van het Verenigd Koninkrijk is gerespecteerd, er zijn voldoende garanties voor de bescherming van de interne markt van de Unie en een harde grens tussen Ierland en Noord-Ierland wordt vermeden.
      Of dit in de praktijk ook zo is, is de vraag. Voor goederen van oorsprong uit Noord-Ierland die in de Unie worden ingevoerd is er een volledig vrij verkeer, zoals tussen lidstaten. Zij moeten krachtens artikel 5 lid 4 Protocol ­immers voldoen aan de toepasselijke voorschriften die in de Unie gelden.
      Voor goederen van oorsprong uit Groot-Brittannië die in Noord-Ierland binnenkomen, geldt dit vrij verkeer niet zonder meer. Dit hangt ervan af in hoeverre deze goederen in overeenstemming zijn met de Uniewetgeving, met andere woorden of in de eerste plaats de Engelse wetgeving minimaal dezelfde regels als de Unie heeft ­inzake, bijvoorbeeld, veiligheid, gezondheid en hygiëne. Is dit niet het geval, dan zullen zij bij binnenkomst in Noord-Ierland aan douanecontroles moeten worden onderworpen, tenzij duidelijk is dat er geen risico is dat zij naar de Unie worden gebracht.43x Vgl. Dougan 2021 p. 273 e.v. Met name voor landbouwproducten heeft dit de laatste jaren tot problemen geleid. Het betekent dat de vrijheid van handel binnen het douanegebied van het Verenigd Koninkrijk wordt beperkt.44x Er zijn ook beperkingen in de handel tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië, bijv. wanneer vereist door internationale verplichtingen van de Unie, zie art. 6 lid 1 Protocol.
      Ook de handel vanuit Noord-Ierland naar Groot-Brittannië kan niet zonder enige beperking plaatsvinden, omdat verzekerd moet worden dat goederen uit de Unie die via het vrij verkeer in Noord-Ierland zijn gebracht, voldoen aan Britse douaneregels en technische voorschriften. Bovendien vereist de douanewetgeving van de Unie bij uitvoer naar derde landen een aangifte vóór vertrek.45x Art. 263 Verordening (EU) nr. 952/2013. Anders A. Jerzewska, ‘The Irish Sea Customs Border’, in: C. McCrudden (red.), The Law and Practice of the Ireland-Northern Ireland Protocol, Cambridge: Cambridge University Press 2022, p. 210.
      Ook de bescherming van de interne markt van de Unie is beperkt. De uitvoering van de controles, zowel op het interne verkeer tussen Groot-Brittannië en Noord-­Ierland als op de invoer uit derde landen, is immers krachtens artikel 12 Protocol opgedragen aan Britse en Noord-Ierse instanties. De Unie heeft slechts een recht van toezicht en een recht op informatie. De Unie moet dus volledig vertrouwen op de bereidheid van het ­Verenigd Koninkrijk om de vereiste controles nauwgezet volgens de regelgeving van de Unie uit te voeren.46x Hier blijkt nog wel eens het een en ander aan te ontbreken, zie HvJ 8 maart 2022, C-213/19, ECLI:EU:C:2022:167 (Commissie/VK). Het gevaar bestaat dat er een bres wordt geslagen in de ­bescherming van de interne markt en dat de Uniewetgeving wordt omzeild. Dat dit geen loos gevaar is, wordt bewezen door de problemen bij de invoer in Noord-Ierland van landbouwproducten47x De Noord-Ierse rechter heeft begin februari 2022 de instructie van de Noord-Ierse minister van Landbouw om geen douanecontroles meer uit te voeren omdat deze juridisch onhoudbaar zouden zijn, opgeschort: ‘Rechter in Noord-Ierland zet streep door stopzetting controles’, Europa Nu 4 februari 2022, europa-nu.nl. In een brief van 15 september 2022 heeft het Verenigd Koninkrijk herhaald dat het geen controles zal uitvoeren op landbouwproducten bij binnenkomst in Noord-Ierland, zie ‘UK tells EU it will keep waiving Northern Ireland Brexit checks’, POLITICO. en het niet-overleggen van vereiste informatie, waarvoor de Commissie inbreukprocedures heeft gestart.48x ‘Commissie start inbreukprocedures tegen het VK’, europa.eu en ‘Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland’, europa.eu. Ook het feit dat Europese ambtenaren uit de havens van Noord-Ierland zijn verbannen49x Zie HMG, The UK’s approach to the Northern Ireland Protocol - GOV.UK (www.gov.uk) CP226 of 27 May 2020, par. 53-55. waardoor zij hun toezichtstaak niet kunnen vervullen wijst niet direct op een loyale uitvoering van de bepalingen van het Protocol.
      Tot slot heeft de Unie geen middelen om snel en adequaat op inbreuken op de bepalingen van het Protocol te reageren. Inbreukprocedures kosten veel tijd, net als de arbitrageprocedure. Niet-nakoming van een arrest van het Hof van Justitie of het arbitragepanel kan pas in tweede instantie leiden tot dwangsommen of geldboetes, maar niet tot het naleven van de verplichtingen. Het enige middel dat de Unie uiteindelijk ter beschikking staat, is het opschorten van de Handels- en samenwerkingsovereenkomst. Het sluiten van de Iers/Noord-Ierse grens is politiek gezien onvoorstelbaar.
      Het is dus te hopen dat de Britse regering en de unionisten in Noord-Ierland inzien dat er ook van hun kant ­offers moeten worden gebracht om het Goedevrijdag­akkoord niet te laten stranden wegens een virtuele grens in de Ierse Zee.50x Een nogal negatieve visie is te vinden in Dougan 2021, p. 299 e.v. Gezien haar voorstel om het Protocol te heronderhandelen lijkt de Britse regering nog niet tot dit inzicht te zijn gekomen.51x ‘EU weigert heronderhandelingen over handelsregels Noord-Ierland’, ­Europa Nu 21 juli 2021, europa-nu.nl.

    Noten

    • 1 Protocol Ierland/Noord-Ierland bij het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van 24 januari 2020 (PbEU 2020, L 29/102). Een uitvoerig overzicht van het Protocol en de uitvoering daarvan in het Verenigd Koninkrijk is te vinden in: Institute fot Government, ‘Implementing Brexit. The Northern Ireland Protocol’, mei 2020, www.instituteforgovernment.org.uk/publications/implementing-brexit-northern-ireland-protocol.

    • 2 Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van 24 januari 2020 (PbEU 2020, L 29/7).

    • 3 ‘Sunday Times: Johnson wil afspraken uit Brexitdeal met EU omzeilen’, ­Europa Nu 23 februari 2022 (europa-nu.nl).

    • 4 Zie de Northern Ireland Government Bill, www.gov.uk/government/collections/northern-ireland-protocol-bill en ‘Britten van plan handelsregels Noord-Ierland op te heffen’, Europa Nu 13 juni 2022 (europa-nu.nl).

    • 5 De officiële titel is ‘Agreement reached in the multi-party negotiations’.

    • 6 Zie ook ‘Goedevrijdagakkoord – Akkoord van Belfast (1998)’, https.//historiek.net; C. Harvey, ‘The 1998 Agreement Context and Status’, in: C. McCrudden (red.), The Law and Practice of the Ireland-Northern Ireland Protocol, Cambridge: Cambridge University Press 2022, p. 21 e.v.; en M. Dougan, The UK’s Withdrawal from the EU: A Legal Analysis, Oxford: Oxford University Press 2021, hfdst. 8 ‘Ireland and Northern Ireland’, p. 258 e.v.

    • 7 Dougan 2021, p. 264.

    • 8 Het vrij verkeer van personen is geregeld in art. 3 Protocol.

    • 9 Verbod van in- en uitvoerrechten tussen de lidstaten (art. 30) en verbod om op producten uit andere lidstaten hogere belastingen te heffen dan op binnenlandse producten (art. 110).

    • 10 Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PbEU 2021, L 149/10).

    • 11 Art. 21 Handels- en samenwerkingsovereenkomst.

    • 12 Bijv. bloem om brood te bakken die in Noord-Ierland wordt ingevoerd zal daar altijd een commerciële bewerking krijgen en dus een ‘risicoproduct’ zijn. Een auto daarentegen waarschijnlijk niet.

    • 13 Art. 164 Terugtrekkingsakkoord.

    • 14 Zie besluit 4/2020 van het Gemengd Comité van 17 december 2020 (PbEU 2020, L 443/6). Zie ook www.gov.uk/guidance/check-if-you-can-declare-goods-you-bring-into-northern-ireland-not-at-risk-of-moving-to-the-eu#processing.

    • 15 Vgl. S. Weatherill, ‘The Protocol on Ireland/Northern Ireland: protecting the EU’s internal market at the expense of the UK’s’, European Law Review 2020, p. 229-230.

    • 16 De verwijzing naar verordening (EU) nr. 952/2013 is naar het Douanewetboek.

    • 17 Art. 5 lid 4 Protocol.

    • 18 Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PbEU 2013, L 269/1).

    • 19 Zie Weatherill 2020, p. 224.

    • 20 Zie ook art. 12 lid 1 Protocol.

    • 21 Art. 12 lid 1 Protocol.

    • 22 Vgl. ook art. 88 e.v. Handels- en Samenwerkingsakkoord.

    • 23 Gewijzigd bij Besluit van het Gemengd Comité van 17 december 2020 (PbEU 2020, L 443/3).

    • 24 In de bijlagen 3, 4 en 5 is een vergelijkbaar overzicht te vinden van de Uniewetgeving op het gebied van btw en accijnzen, de elektriciteitsmarkt en staatssteun.

    • 25 Bij mijn weten is deze procedure nog niet toegepast.

    • 26 Vgl. art. 28 Handels- en Samenwerkingsakkoord.

    • 27 Voor die datum uitgevoerde en afgegeven beoordelingen, registraties, certificaten, goedkeuringen en vergunningen blijven geldig, art. 7 lid 3, vierde alinea, Protocol.

    • 28 Vgl. art. 70 Handels- en Samenwerkingsakkoord.

    • 29 J. Wouters, ‘Dispute Settlement’ en B. Melo Araujo & S. Brittain, ‘Safeguard Provisions’, in: C. McCrudden (red.), The Law and Practice of the ­Ireland-Northern Ireland Protocol, Cambridge: Cambridge University Press 2022, p. 57 resp. 320.

    • 30 ‘Commissie start inbreukprocedures tegen het VK’, europa.eu. Zie ook Wouters 2022, p. 59.

    • 31 ‘Commissie start inbreukprocedures tegen het VK’, europa.eu; Wouters 2022, p. 59; en “Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland: Commissie start vier nieuwe inbreukprocedures tegen het VK”, europa.eu.

    • 32 De Commissie heeft het recht om in dergelijke procedures schriftelijke opmerkingen in te dienen en, mits daar toestemming voor is, ook mondelinge opmerkingen te maken, zie art. 162 Terugtrekkingssakkoord.

    • 33 Bij mijn weten is er nog geen zaak bij het Hof van Justitie geregistreerd.

    • 34 Besluit van het Gemengd Comité 7/2020 van 22 december 2020 (PbEU 2020, L443/22).

    • 35 Art. 172 Terugtrekkingsakkoord.

    • 36 Art. 173 Terugtrekkingsakkoord. Het arbitragepanel probeert consensus te bereiken, zie art. 180 lid 1 Terugtrekkingsakkoord.

    • 37 Art. 174 Terugtrekkingsakkoord. Het Hof van Justitie heeft in het Terugtrekkingsakkoord nog andere bevoegdheden gekregen, zie art. 158 en 160 Terugtrekkingsakkoord.

    • 38 Art. 174 lid 1, laatste zin, Terugtrekkingsakkoord.

    • 39 Art. 175 lid 1 Terugtrekkingsakkoord.

    • 40 Bij geen overeenstemming beslist het arbitragepanel.

    • 41 Art. 175 en 176 Terugtrekkingsakkoord.

    • 42 Art. 178 Terugtrekkingsakkoord. Art. 179 Terugtrekkingsakkoord bevat een procedure indien naderhand de uitspraak van het arbitragepanel alsnog wordt nagekomen.

    • 43 Vgl. Dougan 2021 p. 273 e.v.

    • 44 Er zijn ook beperkingen in de handel tussen Noord-Ierland en Groot-Brittannië, bijv. wanneer vereist door internationale verplichtingen van de Unie, zie art. 6 lid 1 Protocol.

    • 45 Art. 263 Verordening (EU) nr. 952/2013. Anders A. Jerzewska, ‘The Irish Sea Customs Border’, in: C. McCrudden (red.), The Law and Practice of the Ireland-Northern Ireland Protocol, Cambridge: Cambridge University Press 2022, p. 210.

    • 46 Hier blijkt nog wel eens het een en ander aan te ontbreken, zie HvJ 8 maart 2022, C-213/19, ECLI:EU:C:2022:167 (Commissie/VK).

    • 47 De Noord-Ierse rechter heeft begin februari 2022 de instructie van de Noord-Ierse minister van Landbouw om geen douanecontroles meer uit te voeren omdat deze juridisch onhoudbaar zouden zijn, opgeschort: ‘Rechter in Noord-Ierland zet streep door stopzetting controles’, Europa Nu 4 februari 2022, europa-nu.nl. In een brief van 15 september 2022 heeft het Verenigd Koninkrijk herhaald dat het geen controles zal uitvoeren op landbouwproducten bij binnenkomst in Noord-Ierland, zie ‘UK tells EU it will keep waiving Northern Ireland Brexit checks’, POLITICO.

    • 48 ‘Commissie start inbreukprocedures tegen het VK’, europa.eu en ‘Protocol inzake Ierland/Noord-Ierland’, europa.eu.

    • 49 Zie HMG, The UK’s approach to the Northern Ireland Protocol - GOV.UK (www.gov.uk) CP226 of 27 May 2020, par. 53-55.

    • 50 Een nogal negatieve visie is te vinden in Dougan 2021, p. 299 e.v.

    • 51 ‘EU weigert heronderhandelingen over handelsregels Noord-Ierland’, ­Europa Nu 21 juli 2021, europa-nu.nl.


Print dit artikel