Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 18307 artikelen

x
Artikel

De verbodenverklaring en ontbinding van outlaw motorcycle gangs

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden bestuurlijke verbodenverklaring, criminele motorclubs, ontbinding rechtspersoon, ontwrichting samenleving, verboden rechtspersoon
Auteurs Mr. J.L.W. Broeksteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechter heeft recent twee criminele motorclubs, waaronder de Bandidos, verboden en ontbonden. Volgens hem bestaat er een direct verband tussen gedragingen van leden en de werkzaamheid van de vereniging. De cultuur van de motorclub en de daaruit voortvloeiende gedragingen zijn dermate kenmerkend en structureel, dat zij de samenleving kunnen ontwrichten.


Mr. J.L.W. Broeksteeg
Mr. J.L.W. Broeksteeg is universitair hoofddocent staatsrecht aan de Radboud Universiteit.
Artikel

De beschermingsstichting als borger van de continuïteit?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden beschermingsstichting, continuïteit, stichting continuïteit, optieovereenkomst, preferente aandelen
Auteurs Mr. D.A.G. Meulensteen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoekt de auteur of de beschermingsstichting kan ingrijpen indien de continuïteit van een beursgenoteerde NV in het geding is. Hierbij komen zowel de grondslag voor een dergelijk optreden als de te verwachten obstakels aan bod.


Mr. D.A.G. Meulensteen
Mr. D.A.G. Meulensteen is in 2017 afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Onderzoeksmaster Onderneming en Recht.
Artikel

De bewaarentiteit: het ei van Columbus of een vreemde eend in de bijt?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden bewaarentiteit, fonds voor gemene rekening, vermogensscheiding, beleggingsfondsen, AIFM/UCITS-richtlijn
Auteurs Mr. dr. S.N. Hooghiemstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Het fonds voor gemene rekening als rechtsvorm is in Nederland niet gecodificeerd. Een bewaarentiteit wordt daarom gebruikt om vermogensscheiding te bewerkstelligen. Buitenlandse jurisdicties kennen een dergelijke entiteit niet. Codificatie van deze rechtsvorm zorgt daar al voor de benodigde vermogensscheiding. De Nederlandse bewaarentiteit is daarom ‘een vreemde eend in de bijt’.


Mr. dr. S.N. Hooghiemstra
Mr. dr. S.N. Hooghiemstra is een associate bij NautaDutilh en werkt momenteel als onderdeel van een international secondment in de fondsenpraktijk van NautaDutilh Luxemburg.
Artikel

Access_open Over meelifters, gelukzoekers en rechters die problemen maken als partijen die niet hebben

Beschouwingen naar aanleiding van de Fortis/Ageas-schikking

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden massaschade, WCAM-schikking, freeriders, belangenbehartigers
Auteurs Mr. M.L.A. Rijndorp en Mr. I. Tillema
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam beslist dat het (eerste) schikkingsvoorstel in de Fortis/Ageas-zaak niet verbindend kan worden verklaard. De auteurs bespreken het voorstel en de tussenbeschikking en duiden deze binnen het kader van het freeriderprobleem. Daarnaast bespreken zij het huidige juridische kader voor (toetsing van) de vergoeding aan belangenbehartigers en werpen zij enkele aandachtspunten op voor de verdere ontwikkeling daarvan.


Mr. M.L.A. Rijndorp
Mr. M.L.A. Rijndorp is student-assistent aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is promovenda aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    De Ruiter en Van Pol (2017) presenteren als vaststaand feit dat slechts 10% of minder van alle beschuldigingen van kindermishandeling in echtscheidingsconflicten vals is. Sociale en juridische professionals die in een enquête een hoger percentage invulden, hebben volgens de auteurs te weinig kennis. De zekerheid die De Ruiter en Van Pol suggereren bestaat niet. Ten eerste verzuimen zij om de kernbegrippen ‘vals’, ‘beschuldiging’, ‘kindermishandeling’ en ‘echtscheidingsconflicten’ te definiëren. Ten tweede kan het onderzoek waar De Ruiter en Van Pol naar verwijzen hun conclusies niet dragen. Canadese maatschappelijk werkers registreerden slechts in een klein aantal gevallen dat een beschuldiging opzettelijk vals was. De Canadese auteurs wijzen expliciet op het subjectieve karakter van de bron van onderzoek. In meer dan de helft van alle onderzochte zaken was het onzeker gebleven of de beschuldiging op waarheid berust. Ten derde gaat het om onderzoeken naar de praktijk van de kinderbescherming in Canada en Australië van 20 jaar geleden. Dat wil zeggen: een andere tijd in andere landen, met een ander systeem dan vandaag in Nederland. Sociale en juridische professionals moeten werken met een aanzienlijke marge van onzekerheid, ook wanneer er grondig onderzoek naar de feiten gedaan is. Door deze onzekerheid te negeren mist de kritiek van De Ruiter en Van Pol op grote groepen professionals onderbouwing.
    ---
    De Ruiter & Van Pol (2017) present as a fact, that only 10% or less of all allegations of child abuse and neglect in divorce disputes is false. They state that social workers and lawyers who in a survey estimated a higher percentage have a lack of knowledge. With this position De Ruiter & Van Pol claim a grade of certainty that does not exist in child protection practice. First, the authors fail to define the key concepts ‘false’, ‘allegation’, ‘child abuse’ and ‘divorce disputes’. Second, the research De Ruiter & Van Pol refer to does not carry the conclusions they draw. The Canadian researchers report that child protection workers had classified a small percentage of cases as ‘intentionally fabricated’. However, the researchers make reservations about this finding since the source is the clinical judgment of the social workers. Moreover the researches emphasize that custody disputes is a context in which there is a high rate of unsubstantiated allegations. In fact, over 50% of all cases were not substantiated.
    Third, the three publications De Ruiter & Van Pol point at describe the practice in Australia and Canada twenty years ago. That is a different time in different countries with different systems compared to The Netherlands today. Social workers and judicial professionals work in a context of uncertainty about allegations and facts in many cases, even after thorough investigation in a particular case. In overlooking this uncertainty De Ruiter & Van Pol unfairly criticize large groups of professionals.


Mr. dr. Adri van Montfoort
Adri van Montfoort is jurist en pedagoog. Hij werkte in de jeugdzorg als hulpverlener, onderzoeker en leidinggevende. Hij promoveerde op een proefschrift over de aanpak van kindermishandeling in ons land. Hij heeft ruime ervaring in advisering en in het ontwerpen en leiden van projecten. Adri publiceerde sinds 1983 artikelen en boeken over kinderbescherming, aanpak van kindermishandeling, jeugdzorg en jeugdbeleid alsook over de veranderende verhoudingen tussen burgers, markt, gesubsidieerde instellingen en overheid. Hij was van 2007 tot 2015 lector Jeugdzorg en Jeugdbeleid bij Hogeschool Leiden. Sinds 1997 is Adri raadsheer plaatsvervanger in de familiekamer van het gerechtshof in Den Haag.

Mr. E.C.E. Schnackers
Artikel

Access_open Vermogensscheiding door beleggingsondernemingen: een perfecte symbiose van toezichtrecht en civiel recht (I)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden vermogensscheiding, effectenbewaring, MiFID II, EMIR, CSD-verordening
Auteurs Prof. mr. W.A.K. Rank
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit – in twee delen te verschijnen – artikel worden de toezichtrechtelijke en civielrechtelijke aspecten van vermogensscheiding bij beleggingsondernemingen op een rijtje gezet en geanalyseerd. Dit eerste deel betreft een beschrijving van de Europese toezichtregels. Het tweede deel – te verschijnen in MvV 2018, afl. 6 – betreft de Nederlandse toezichtregels en de privaatrechtelijke implementatie van de vermogensscheiding. Uit dit deel blijkt ook hoe beide soorten rechtsregels zich tot elkaar verhouden.


Prof. mr. W.A.K. Rank
Prof. mr. W.A.K. Rank is hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden en Of Counsel bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Civielrechtelijke aspecten van de schadevergoedingsmaatregel

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden schadevergoedingsmaatregel, pluraliteit van schuldeisers, verdeling, alternatieve vergoedingsplicht, toekomstige vordering
Auteurs Mr. I.C. Engels en Mr. G.C. Nieuwland
SamenvattingAuteursinformatie

    In hun artikel bespreken de auteurs een bijzondere figuur: de schadevergoedingsmaatregel ex art. 36f Sr, een strafrechtelijke maatregel die in belangrijke mate wordt vastgesteld aan de hand van civielrechtelijke maatstaven. Zij behandelen de verhouding tussen de vorderingen van de Staat en het slachtoffer op de dader, de positie van de dader en de kwalificatie van de vordering van het slachtoffer op de Staat (mogelijkheden van overdracht, verpanding en beslag).


Mr. I.C. Engels
Mr. I.C. Engels is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. G.C. Nieuwland
Mr. G.C. Nieuwland is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Persoonlijke zekerheden bij concernfinanciering: ongerechtvaardigde vermenigvuldiging van vorderingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden concernfinanciering, hoofdelijkheid, faillissement, persoonlijke zekerheden, art. 136 Fw
Auteurs Mr. A.L. Jonkers
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur kritisch de fundamentele vraag hoe gerechtvaardigd kan worden dat de professionele crediteur ook in faillissement tegen elke hoofdelijk aansprakelijke groepsmaatschappij een vordering geldend kan maken, terwijl het bedrag maar één keer uitgeleend is.


Mr. A.L. Jonkers
Mr. A.L. Jonkers is docent/onderzoeker bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Beroepsaansprakelijkheid advocaten: een update

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden advocaat, beroepsaansprakelijkheid, zorgplicht, tegenstrijdig belang, waarschuwingsplicht en onderzoeksplicht
Auteurs Mr. E.M. van Orsouw en Mr. L.A. Godwaldt
SamenvattingAuteursinformatie

    De inhoud van de zorgplicht van de advocaat wordt mettertijd nader ingevuld door arresten van de Hoge Raad. Eind 2017 heeft de Hoge Raad wederom twee arresten gewezen over deze zorgplicht. Naar aanleiding van deze arresten maken auteurs enkele beschouwende opmerkingen over de onderzoeks- en waarschuwingsplicht (ook buiten de aan de advocaat verstrekte opdracht) en over de vraag wanneer sprake kan zijn van een (dreigend) belangenconflict.


Mr. E.M. van Orsouw
Mr. E.M. van Orsouw is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Mr. L.A. Godwaldt
Mr. L.A. Godwaldt is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Zorgbehoefte als schade

Civiele aansprakelijkheid voor zorgschade in relatie tot het publieke zorgaanbod

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Auteurs Mr. M. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. M. de Groot
Mr. M. (Melissa) de Groot is als wetenschappelijk docent verbonden aan de sectie Burgerlijk recht (Erasmus School of Law). Zij dankt prof. mr. S.D. Lindenbergh voor waardevolle suggesties bij eerdere versies.
Jurisprudentie

Afwijzing van voorziening doventolk. Geen sprake van ongeoorloofd onderscheid op basis van leeftijd of handicap

Centrale Raad van Beroep 8 september 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:3229)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Artikel 19a WOOS, artikel 34a en 35 Wet WIA, artikel 26 IVBPR, artikel 14 EVRM, Richtlijn 2000/78/EG, VN-verdrag Handicap
Auteurs Mr. M.J.A.C. Driessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Betrokkene is doof en vraagt een voorziening doventolk aan ten behoeve van een opleiding die zij wil gaan volgen. De aanvraag wordt afgewezen door de Centrale Raad van Beroep. Voor een voorziening op grond van de Wet Overige OCW-subsidies is zij te oud. Een beroep op leeftijdsdiscriminatie slaagt niet omdat het gemaakte onderscheid op grond van leeftijd gerechtvaardigd wordt geacht. Ook een voorziening in het kader van de Wet WIA wordt afgewezen. Een voorziening krachtens die wet wordt alleen toegekend als de opleiding als een toeleiding naar werk kan worden gezien. Nu betrokkene al werk heeft is daarvan geen sprake. Een beroep op het VN-verdrag Handicap helpt betrokkene niet. Opmerkelijk is wel dat de Centrale Raad van Beroep toetst aan dit verdrag zonder de toepasbaarheid van dat verdrag separaat te beoordelen.
    In dit artikel wordt de vraag aan de orde gesteld of deze motivering wel voldoet aan de procedurele verplichting die, volgens de rechtspraak van het EHRM, voortvloeit uit artikel 14 EVRM. In het concrete geval moet een rechterlijk onderzoek plaatsvinden naar het bestaan van een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk op het recht op gelijke behandeling. De rechtbank neemt in deze uitspraak tot uitgangspunt dat de ruime beleidsvrijheid van de wetgever in de weg staat aan een rechterlijke belangenafweging in het concrete geval. Betoogd wordt dat vaste rechtspraak van de Hoge Raad bepaalt dat de rechter, bij wijze van uitzondering, wel mag treden in een beleidskeuze van de wetgever. Dit kan hij doen wanneer het resultaat van die beleidskeuze strijd zou opleveren met een rechtstreeks werkende verdragsbepaling zoals artikel 14 EVRM. De besproken uitspraak miskent die rechterlijke bevoegdheid.


Mr. M.J.A.C. Driessen
Mr. M.J.A.C. (Malva) Driessen is docent sociaal recht aan de Maastricht University
Artikel

Curatele en mentorschap: theorie en praktijk in de zorg voor kwetsbare personen

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden curatele, mentorschap, beslissingsbevoegdheid
Auteurs Mr. dr. M. Malsch
SamenvattingAuteursinformatie

    Curatele en mentorschap zijn bedoeld om kwetsbare personen en hun omgeving te beschermen. Slechts de curator of de mentor is bevoegd om beslissingen te nemen. Bestaande wetgeving en nieuwe wetsvoorstellen bepalen echter, veelal in navolging van het IVRPH, dat de curator of mentor niet de beslissing neemt als de betrokkene wilsbekwaam is. Dit is in strijd met het doel van de curatele en het mentorschap. Dit artikel beschrijft wat de (mogelijke) gevolgen in de praktijk zijn van het niet inschakelen van de wettelijk vertegenwoordiger en bepleit het herstel van de beslissingsbevoegdheid van mentor en curator voor bepaalde typen zorgvragers.


Mr. dr. M. Malsch
Mr. dr. M. (Marijke) Malsch is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), curator van een verstandelijk gehandicapte man, en publiceert regelmatig over de verstandelijk-gehandicaptenzorg. De auteur dankt mr. Olga Floris voor haar commentaar op een eerdere versie van het artikel. De verantwoordelijkheid voor het artikel berust echter volledig bij de auteur.

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is lid van het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

Access_open Met recht een zorg

Lokale sociale professionals als poortwachters van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Sociaal domein, Wmo 2015, wijkteams, Juridische kennis, besluitvorming
Auteurs D. Claessen MSc, Mr. dr. Q.A.M. Eijkman en Dr. M. Lamkaddem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op basis van één casestudy van een wijkteam in Amersfoort gaat dit artikel in op de mate van juridische kennis van lokale sociale professionals over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Ook komen knelpunten aanbod, die zij ervaren in de uitvoering van de juridische procedure. Als hulpverlener dienen ze de belangen van hun cliënt te behartigen. Tegelijkertijd bepalen ze als poortwachter, onder mandaat van de gemeente, wie in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening op basis van de Wmo 2015. Deze dubbele pet heeft onbedoelde consequenties voor geschillenbeslechting. Professionalisering is nodig om de kwaliteit van besluitvorming door sociale professionals te verbeteren en de rechtspositie van mensen met een beperking sterker te waarborgen.


D. Claessen MSc
D. (Dorien) Claessens is docent/onderzoeker bij het lectoraat Toegang tot het Recht van de Hogeschool Utrecht.

Mr. dr. Q.A.M. Eijkman
Mr. dr. Q.A.M. (Quirine) Eijkman is lector Toegang tot het Recht en Ondervoorzitter van het College voor de Rechten van de Mens (haar bijdrage is op persoonlijke titel geschreven).

Dr. M. Lamkaddem
Dr. M. (Majda) Lamkaddem is docent/senior onderzoeker bij het lectoraat Toegang tot het Recht van de Hogeschool Utrecht.

Dr. L. Kovudhikulrungsri
Dr. L. (Lalin) Kovudhikulrungsri is lecturer at Thammasat University, Bangkok, Thailand. This paper is summarized and rearranged from part of the doctoral dissertation ‘The Right to Travel by Air of Persons with Disabilities’, defended at Leiden University on 16 November 2017.

Gunnar Niels
Dr. G. Niels is partner bij Oxera.
Column

Onbillijke prijzen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2018
Auteurs Winfred Knibbeler
Auteursinformatie

Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.
Artikel

Van sancties naar schadeclaims?

Een analyse van de publiekrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht bij inbreuken door natuurlijke personen en een verkenning van de civielrechtelijke handhavingsmogelijkheden

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden boete, ACM, natuurlijke personen, schadeclaim, handhaving
Auteurs Linde Bremmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Natuurlijke personen kunnen nu ruim tien jaar, sinds 1 oktober 2007, door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een boete opgelegd krijgen voor betrokkenheid bij overtredingen van de Mededingingswet. Het tienjarige jubileum van deze bevoegdheid van de ACM vormt een goede aanleiding de balans op te maken van de handhaving van het mededingingsrecht bij inbreuken door natuurlijke personen. In dit artikel wordt niet alleen een analyse gemaakt van de huidige boetetoemeting aan natuurlijke personen door de ACM. Ook wordt vooruitgekeken naar nieuwe rechtsontwikkelingen op het gebied van (civielrechtelijke) handhaving van het mededingingsrecht met betrekking tot natuurlijke personen. Zo wordt onderzocht in hoeverre het reëel is schadevorderingen jegens feitelijke leidinggevers in te dienen.


Linde Bremmer
Mr. L.L. Bremmer LLM is advocaat bij Stek te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 18307 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.