Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 19184 artikelen

x

    Enige tijd terug zijn verschillende samenstellers van aandelenindices consultatieprocedures gestart over de opname van beursvennootschappen met een dual class-aandelenstructuur. In deze bijdrage wordt de opkomst van het fenomeen indexbeleggen beschreven en betoogd dat het uitsluiten van dual class-vennootschappen het rendement van beleggers negatief zal beïnvloeden.


Mr. T.A. Keijzer
Mr. T.A. Keijzer is als promovendus verbonden aan de Sectie Ondernemingsrecht & Financieel recht van de Erasmus School of Law, het Instituut voor Ondernemingsrecht (IvO) en het IvO Center for Financial Law & Governance (ICFG).
Artikel

De codificatie van gedragsnormen in het Nederlands rechtspersonenrecht: een gewenste ontwikkeling?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden gedragsnormen, bestuurders, directors’ duties, zorgvuldigheidsplicht, artikel 2:9 BW
Auteurs L. Thomae LLM en H. Koster LLM LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage beantwoorden de auteurs de vraag of het wenselijk is om de (algemene) gedragsnormen die onder meer voortvloeien uit de jurisprudentie in Boek 2 BW te codificeren. Voor de beantwoording van deze vraag zullen onder meer de gedragsnormen uit de Companies Act 2006 aan de orde komen.


L. Thomae LLM
L. Thomae LLM is student International Management aan de Radboud Universiteit.

H. Koster LLM LLM
H. Koster is verbonden aan de Erasmus School of Law en aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Richtlijnvoorstel voor grensoverschrijdende omzettingen, fusies en splitsingen: een (geheel) nieuwe stap in het harmonisatieproces

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden grensoverschrijdende omzetting, grensoverschrijdende fusie, grensoverschrijdende splitsing
Auteurs Mr. M.A. Verbrugh
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 25 april 2018 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een nieuwe harmonisatieregeling voor grensoverschrijdende omzettingen en grensoverschrijdende splitsingen en een aanpassing van de bestaande regels inzake grensoverschrijdende fusies openbaar gemaakt. In deze bijdrage wordt het voorstel kritisch onderzocht.


Mr. M.A. Verbrugh
Mr. M.A. Verbrugh is universitair hoofddocent ondernemingsrecht aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Interne bestuurdersaansprakelijkheid en de klachtplicht: de uitzondering op de regel of de regel op de uitzondering?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden klachtplicht, (interne) bestuurdersaansprakelijkheid, artikel 2:9 BW, artikel 6:89 BW
Auteurs Mr. S.A.L.L. Caris en Mr. D.J.M. Kulk
SamenvattingAuteursinformatie

    In de bijdrage wordt ingegaan op toepassing van de klachtplicht op bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW. De auteurs komen tot de conclusie dat er geen goede dogmatische en praktische redenen zijn om de klachtplicht niet van toepassing te verklaren op bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW.


Mr. S.A.L.L. Caris
Mr. S.A.L.L. Caris is als advocaat werkzaam voor DVDW Advocaten te Rotterdam.

Mr. D.J.M. Kulk
Mr. D.J.M. Kulk is als advocaat werkzaam voor DVDW Advocaten te Rotterdam.
Wetenschap en praktijk

Overeenkomst en faillissement

Rien ne va plus?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden faillissement, overeenkomst, verifieerbare vorderingen
Auteurs Mr. dr. F. Damsteegt-Molier
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Credit Suisse/Jongepier q.q. gaat (onder meer) over de vraag hoe moet worden omgegaan met vorderingen die na de datum van het faillissement uit hoofde van een lopende overeenkomst ontstaan. In dit artikel wordt stilgestaan bij de achtergrond van het arrest en wordt bezien wat nu de stand van zaken is op het gebied van de overeenkomst in faillissement. Ook worden de praktische gevolgen van de beslissing van de Hoge Raad belicht. Geconcludeerd wordt dat het arrest een bevestiging is van eerdere rechtspraak op dit punt en dat daarmee de vraag rest of een wetswijziging noodzakelijk is.


Mr. dr. F. Damsteegt-Molier
Mr. dr. F. (Femke) Damsteegt-Molier is senior-rechter/rechter-commissaris insolventiezaken bij de Rechtbank Rotterdam en als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Wetenschap

Access_open Bij bestuurdersaansprakelijkheid hoort geen klachtplicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, klachtplicht
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage over de klachtplicht wordt betoogd dat art. 6:89 BW niet van toepassing is op claims uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Op juridisch-dogmatische gronden zou daar voor art. 2:9 BW wellicht nog wel iets te zeggen zijn, maar voor art. 2:138 (248) en 6:162 BW in veel mindere mate, nu de uit deze bepalingen voortvloeiende verplichtingen niet kwalificeren als verbintenissen. Belangrijker is evenwel dat voor alle drie de vormen van bestuurdersaansprakelijkheid toepasselijkheid van art. 6:89 BW – gelet op de ratio van de klachtplicht – niet aanvaardbaar en dus onwenselijk is.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. (Jan Bernd) Huizink is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

Wettelijke bedenktijd en beschermingsconstructies, de wereld op zijn kop!

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden wettelijke bedenktijd, beschermingsmaatregelen, responstijd, beursvennootschap, Aandeelhoudersrichtlijn
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder en Mr. R.P. Schrooten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het regeerakkoord van het huidige kabinet bevat het voornemen om ten aanzien van Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen een wettelijke ‘bedenktijd’ in te voeren. Een beursgenoteerde vennootschap die op de algemene vergadering wordt geconfronteerd met voorstellen voor een fundamentele strategiewijziging zou een bedenktijd van maximaal 250 dagen moeten kunnen inroepen. Deze bijdrage formuleert een antwoord op de volgende twee vragen ten aanzien van de voorgenomen bedenktijd:

    1. Is deze juridisch toelaatbaar tegen de achtergrond van de Aandeelhoudersrichtlijn en de overige Europese regelgeving?

    2. Is deze praktisch wenselijk gezien de bij buitenlandse investeerders gewekte verwachtingen en de bestaande mogelijkheden tot bescherming van Nederlandse beursvennootschappen?


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. (Wilco) Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en lid van het Zorgteam van dit kantoor, en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen te Hoofddorp.

Mr. R.P. Schrooten
Mr. R.P. (Rob) Schrooten is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Wetenschap

Het trustkantoor als bestuurder en ‘omgaan’ in het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht (HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:470)

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, taakverdeling, stelplicht, collegialiteitsbeginsel, bewaarnemingsrol
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage vervolgt de auteur zijn kritiek op de rechtspraak van de Hoge Raad over het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht, nu naar aanleiding van een recent arrest waarin een trustbestuurder door derden werd aangesproken. De auteur constateert dat te veel gewicht is toegekend aan de taakverdeling binnen het bestuur en dat de stelplicht die bij externe bestuurdersaansprakelijkheid zou moeten gelden, is miskend. Daarnaast laat de auteur zien dat bij de beoordeling van externe aansprakelijkheid van bestuurders van buitenlandse rechtspersonen tevens dient te worden gekeken naar de wettelijke normen die volgens het recht van die buitenlandse rechtspersonen op bestuurders rusten.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. (Winand) Westenbroek is advocaat bij Westlegal te Amsterdam en tevens verbonden aan de Erasmus School of Law.
Wetenschap en praktijk

Grensoverschrijdende omzettingen

Polbud in perspectief

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Polbud, vrijheid van vestiging, grensoverschrijdende omzetting, zetelverplaatsing, vestigingsvrijheid
Auteurs Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op het Polbud-arrest van 25 oktober 2017 over een verplaatsing van de statutaire zetel, waarin het HvJ EU een nadere invulling geeft aan de mogelijkheid van een grensoverschrijdende omzetting op basis van de vrijheid van vestiging van art. 49 en 54 VWEU. Dit artikel bevat een analyse over de betekenis van het Polbud-arrest, mede in het perspectief van het geldende recht met betrekking tot grensoverschrijdende omzettingen.


Mr. H. Koster
Mr. H. (Harold) Koster is verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en aan de Universiteit van Dubai.
Redactioneel

Een dode letter?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2018
Auteurs Mr. H.J. Vetter
Auteursinformatie

Mr. H.J. Vetter
Mr. H.J. (Hans) Vetter is rechter in de Rechtbank Den Haag.
Annotatie

Wat is een nadeel voor de mededinging en wie bepaalt dat? Over de rol van deskundigen en de bewijsstandaard in het kader van discriminatie door een dominant platform

Rechtbank Amsterdam 21 maart 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:1654

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden misbruik van een economische machtspositie, deskundigenrapport, discriminatie, uitsluiting, digitale economie, platform markt
Auteurs Jotte Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze uitspraak van de rechtbank Amsterdam ziet op een langslepend conflict tussen Funda en VBO makelaars. De rechtbank stelt op basis van een deskundigenrapport vast dat Funda in het bezit is van een machtspositie. De uitspraak is interessant vanwege de belangrijke rol van het deskundigenrapport en de centraal staande schadetheorie die atypisch is en aanleiding geeft tot enige reflectie op de verhouding tussen zogenoemde uitsluitings- en exploitatie/discriminatoire vormen van misbruik en de verschillende bewijsstandaarden die daarvoor gelden.


Jotte Mulder
Mr. dr. J. Mulder is werkzaam bij de ACM en tevens universitair docent aan de Universiteit van Utrecht.
Artikel

Marktanalyses in het reguleringstoezicht voor luchthavens: a balanced approach

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Wet luchtvaart, marktanalyse, luchthaven, geografische markt, aanmerkelijke marktmacht
Auteurs Ernst-Jan Heuten
SamenvattingAuteursinformatie

    In Europa wordt discussie gevoerd over de wenselijkheid van het uitvoeren van marktanalyses om te bepalen welke luchthavens in aanmerking komen voor economische regulering. Daarmee kan het regelgevend kader voor luchthavens meer vergelijkbaar worden met bijvoorbeeld dat van de telecommunicatiesector. In dit artikel wordt ingegaan op het huidige juridische kader voor de economische regulering van luchthavens en de discussie die daarover wordt gevoerd voor wat betreft marktanalyses. Voorts wordt ingegaan op een aantal praktische vraagstukken bij bij het invoeren van marktanalyses. Daarbij wordt de mogelijkheid besproken in de regelgeving sturing te geven aan de bewijsvoering rond de afbakening van geografische markten.


Ernst-Jan Heuten
Drs. E.J. Heuten is als Specialistisch medewerker Toezicht werkzaam bij de directie Telecom Vervoer en Post van de Autoriteit Consument en Markt. Hij coördineert het sectorspecifieke markttoezicht op de luchthavens Schiphol en Eindhoven Airport. In 2017 was hij voorzitter van de werkgroep marktanalyses luchthavens van het Thessaloniki Forum.
Artikel

Access_open Selectieve distributieovereenkomsten: het luxepaardje van de onlineverkoper?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden selectieve distributieovereenkomsten, Coty, onlinemarktplaatsen, luxeproduct
Auteurs Elske Raedts en Felix Roscam Abbing
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt getoetst of er door de Coty-uitspraak van het Hof van Justitie een verandering is ontstaan in de toelaatbaarheid van bepaalde verboden binnen selectieve distributieovereenkomsten. Hierbij worden met name de Metro-criteria en bestaande rechtspraak (zoals Pierre Fabre en L’Oréal) vergeleken met de Coty-uitspraak en recente nationale rechtspraak in arresten zoals Asics en Nike. Uiteindelijk wordt geconcludeerd dat recente rechtspraak op een aantal vlakken duidelijkheid heeft gebracht, maar dat er nog steeds onduidelijkheden bestaan over de vragen of vanuit mededingingsrechtelijk perspectief een totaalverbod op verkoop via onlinemarktplaatsen toelaatbaar kan zijn en wanneer een product als luxeproduct kwalificeert.


Elske Raedts
Mr. E.N.M. Raedts is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

Felix Roscam Abbing
Mr. F.A. Roscam Abbing is werkzaam als advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Redactioneel

Zomerse beschouwingen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Auteurs Erik Pijnacker Hordijk
Auteursinformatie

Erik Pijnacker Hordijk
Mr. E.H. Pijnacker Hordijk is advocaat/partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
Annotatie

Executieveilingenzaak geëxecuteerd door het CBb

CBb 3 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:204

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Executieveilingen, kartelonderzoek, artikel 6 Mw, kartelverbod
Auteurs Ekram Belhadj
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Executieveilingen is op het bouwfraudeonderzoek na het grootste kartelonderzoek dat de ACM heeft uitgevoerd in termen van aantal betrokken ondernemingen. In tegenstelling tot het bouwfraudeonderzoek heeft de ACM de zaak Executieveilingen, ondanks de omvang van haar onderzoek, niet tot een voor haar goed einde weten te brengen. Deze uitspraak is de eerste waarin het CBb een enkele voortdurende overtreding van artikel 6 Mw niet bewezen acht. In deze annotatie wordt eerst ingegaan op de achtergrond van de zaak. Daarna komen de belangrijkste overwegingen van de uitspraak van het CBb aan bod. Vervolgens wordt de uitspraak geanalyseerd en daarna volgen enkele slotopmerkingen.


Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is werkzaam als advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.
Jurisprudentie

Vallen camerabeelden van de wachtruimte en de toegangswegen tot het ziekenhuis binnen de reikwijdte van het (afgeleide) verschoningsrecht?

Annotatie HR 10 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:553

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden (Afgeleid) verschoningsrecht ziekenhuis, Inbeslagname, Gegevensdrager, (Versnelde) beklagprocedure, Camerabeelden
Auteurs Mr. L.J. Bergsma
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van de Hoge Raad van 10 april 2018 staat de vraag centraal of camerabeelden die zich op een in beslag genomen gegevensdrager bevinden binnen de reikwijdte van het verschoningsrecht (kunnen) vallen. Volgens de Hoge Raad kán dit inderdaad het geval zijn.


Mr. L.J. Bergsma
Mr. L.J. Bergsma is advocaat bij Dirkzwager advocaten & notarissen, sectie gezondheidszorg.
Redactioneel

Bestuursrechtelijke criminologie: relevant voor het bijzondere strafrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Bestuursrechtlijke criminologie, Bestuursstrafrecht, Bijzonder strafrecht, Bestuurlijke maatregel, Ondermijning
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    De deeldiscipline bestuursrechtelijke criminologie is gericht op de werking van de bestuursrechtelijke handhaving. Het is een empirische wetenschap, die ook relevant is voor het bijzondere strafrecht.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Trending Topics

Criminele inmenging in sportverenigingen een probleem?!

Een korte verkenning van problemen van financieel-economische criminaliteit in de sportwereld aan de hand van cases uit de praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Sport, FEC, Ondermijning, Witwassen, Criminaliteit
Auteurs Ing. J. Vrouwenfelder RE en mr. V. Liem
SamenvattingAuteursinformatie

    Sport en criminaliteit zijn twee zaken die op het eerste gezicht niet goed samen lijken gaan. Toch zien we met regelmaat berichten waarin sport en criminaliteit met elkaar in verband worden gebracht. Uit een recent onderzoek volgt onder meer dat personen met een dubieuze achtergrond zich regelmatig positief proberen te profileren met het steunen van maatschappelijk nuttige activiteiten. Ze sponsoren bijvoorbeeld sportverenigingen. Minimaal een op de drie Nederlandse gemeenten kent wel een dergelijke (criminele) ‘weldoener’. Tijd voor een korte verkenning van problemen van financieel-economische criminaliteit in de sportwereld.


Ing. J. Vrouwenfelder RE
Ing. J. Vrouwenfelder RE is forensisch financieel onderzoeker bij BDO Forensics & Litigation Support en lid van het bestuur van het Institute for Financial Crime (IFFC).

mr. V. Liem
Mr. V. Liem is voorzitter van de IFFC kamer Sport & FEC (a.i.), advocaat bij Van Doorne en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Strafvervolging van belastingdelicten in de Caribische delen van het Koninkrijk: nieuwe ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Belastingfraude, Strafvervolging, Niet-ontvankelijkheid, Emerald, Gerecht in eerste aanleg
Auteurs Mr. K.M.G. Demandt en Mr. P.C. Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorjaar 2018 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten een aantal belangwekkende uitspraken gedaan op het gebied van het fiscale strafrecht. Dit is de eerste keer dat in het Caribisch deel van het Koninkrijk een strafvervolging wordt ingesteld voor zuivere belastingfraude (zonder combinatie met een commuun delict). In de jurisprudentie wordt een nieuw uitgangspunt geformuleerd. In deze annotatie gaan wij in op de meest in het oog springende punten uit de acht uitspraken.


Mr. K.M.G. Demandt
Mr. K.M.G. Demandt is advocaat bij Hertoghs advocaten.

Mr. P.C. Janssen
Mr. P.C. Janssen is juridisch medewerker bij Hertoghs advocaten.
Jurisprudentie

Van controle naar bestraffing; de cautie, het verzuim en hun gevolgen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2018
Trefwoorden cautie, controle, opsporing, verzuim, bewijsuitsluiting
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het uitoefenen van controlebevoegdheden kan de controleur op zodanige onregelmatigheden stuiten, dat de verdenking ontstaat dat door de gecontroleerde een strafbaar feit is begaan. Veelal is de controleur ook (bijzonder) opsporingsambtenaar en aldus komen aan hem dan enerzijds verregaande bevoegdheden toe, maar anderzijds ook verantwoordelijkheden. De gecontroleerde moet er door zijn status van verdachte op worden gewezen dat deze niet tot antwoorden is verplicht. Dat geldt voor zowel het punitieve bestuursrecht als het strafrecht. Een verzuim dienaangaande leidt in beginsel tot bewijsuitsluiting van de afgelegde verklaring.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair hoofddocent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en cassatieadvocaat bij Wladimiroff Advcocaten, Den Haag.
Toont 1 - 20 van 19184 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.