Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 18073 artikelen

x
Artikel

Access_open Crisis in the Courtroom

The Discursive Conditions of Possibility for Ruptures in Legal Discourse

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering Pre-publications 2018
Trefwoorden crisis discourse, rupture, counterterrorism, precautionary logic, risk
Auteurs Laura M. Henderson LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    This article addresses the conditions of possibility for the precautionary turn in legal discourse. Although the precautionary turn itself has been well-detailed in both legal and political discourse, insufficient attention has been paid to what made this shift possible. This article remedies this, starting by showing how the events of 9/11 were unable to be incorporated within current discursive structures. As a result, these discursive structures were dislocated and a new ‘crisis discourse’ emerged that succeeded in attributing meaning to the events of 9/11. By focusing on three important cases from three different jurisdictions evidencing the precautionary turn in legal discourse, this article shows that crisis discourse is indeed employed by the judiciary and that its logic made this precautionary approach to counterterrorism in the law possible. These events, now some 16 years ago, hold relevance for today’s continuing presence of crisis and crisis discourse.


Laura M. Henderson LL.M
Laura M. Henderson is a researcher at UGlobe, the Utrecht Centre for Global Challenges, at Utrecht University. She wrote this article as a Ph.D. candidate at the Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De inrichtingsvrijheid als uitzondering?

Naschrift

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden inrichtingsvrijheid, partijautonomie, rechtspersoon-commissaris, niet-uitvoerende bestuurder, Wet bestuur en toezicht rechtspersonen
Auteurs Mr. K.H.M. de Roo
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een naschrift bij de reactie van Lennarts op het pleidooi van de auteur voor de benoembaarheid van rechtspersonen als niet-uitvoerende bestuurder en als commissaris. De auteur bespreekt hoe Lennarts de rechtspersonenrechtelijke inrichtingsvrijheid miskent en hoe de door haar voorgestane inbreuk op de partijautonomie een sluitende rechtvaardiging mist.


Mr. K.H.M. de Roo
Mr. K.H.M. de Roo is als promovendus verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO) van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Access_open The untouchables

Reactie op ‘Het lichaam van de niet-uitvoerende bestuurder’

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden rechtspersoon-bestuurder, rechtspersoon-commissaris, niet-uitvoerende bestuurder, one-tier board
Auteurs Prof. mr. M.L. Lennarts
SamenvattingAuteursinformatie

    De Roo verdedigde onlangs in dit tijdschrift de stelling dat tot nog toe niet is gebleken van overtuigende redenen om de vervulling van de niet-uitvoerende bestuurdersfuncties te beperken tot natuurlijke personen. In deze bijdrage plaatst de auteur een aantal kanttekeningen bij deze stelling en de onderbouwing daarvan. Daarbij stelt zij de wijze waarop de rechtspersoon-bestuurder thans in Nederland is geregeld ter discussie.


Prof. mr. M.L. Lennarts
Prof. mr. M.L. Lennarts is hoogleraar vergelijkend ondernemingsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en hoogleraar ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De waarborgfunctie van het rechtspersonenrecht

Over de bewaarnemersrol van eerste- en tweedegraadsbestuurders en hun (ogenschijnlijk) verschillende processuele positie na het arrest Le Roux Fruit Exporters

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden waarborgfunctie, bewaarnemersrol, vennootschappelijk belang, ernstig verwijt, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. W.A. Westenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    Om het recht te begrijpen is het soms van belang stil te staan bij de vraag waarom dat recht bestaat. In deze wetenschappelijke bijdrage wordt daarom ingegaan op de zogenoemde waarborgfunctie van het rechtspersonenrecht. Het artikel onderbouwt de eerder door de auteur ingezette lijn dat het bestuurdersaansprakelijkheidsrecht aan herbezinning toe is.


Mr. dr. W.A. Westenbroek
Mr. dr. W.A. Westenbroek is advocaat bij WestLegal te Amsterdam.
Artikel

Noot bij HR 22 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2452

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden tuchtrecht, civiel recht, beroepsaansprakelijkheid, maatstaf, motivering
Auteurs Mr. F.T. Serraris
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 22 september 2017 onderstreept de Hoge Raad dat indien de civiele rechter in beroepsaansprakelijkheidszaken afwijkt van het oordeel van de tuchtrechter, hij dit oordeel voldoende begrijpelijk dient te motiveren. De auteur bespreekt dit arrest en – meer in het algemeen en in praktische zin – de verhouding tussen tucht- en civielrechtelijke uitspraken.


Mr. F.T. Serraris
Mr. F.T. Serraris is advocaat bij Blaisse in Amsterdam.
Artikel

De ingetrokken 403-verklaring van Shell: een tactische zet?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden 403-verklaring, Shell, NAM, aardbevingsschade, Groningen
Auteurs Mr. E.A. van Dooren
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen tijd berichtten de media uitgebreid over het feit dat Shell haar 403-verklaring ten aanzien van groepsmaatschappij NAM had ingetrokken. In deze column onderzoekt de auteur de (mogelijke) motieven van Shell om deze verklaring in te trekken, en wat dit betekent voor de positie van Shell met betrekking tot de aardbevingsschade in Groningen.


Mr. E.A. van Dooren
Mr. E.A. van Dooren is promovendus en docent bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht (Universiteit Utrecht).
Artikel

Over frauderende slachtoffers en WAM-verzekeraars

En de vraag of civielrechtelijke sanctionering mogelijk, of zelfs gewenst is

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden WAM-verzekeraar, fraude, verval van uitkering, frauderende claimant
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek en Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij fraude door hun verzekerden kunnen verzekeraars ontkomen aan hun dekkingsplicht. Kan dat ook in de verhouding tussen WAM-verzekeraars en verkeersslachtoffers die ageren op grond van artikel 6 WAM? De kantonrechter te Amsterdam zag geen grond voor (analoge) toepassing van artikel 7:941 lid 5 BW of voor verval van het recht op uitkering via de band van de redelijkheid en billijkheid. Naar aanleiding van het kantonvonnis bespreken de auteurs in deze bijdrage of het verval van het recht op uitkering het door verzekeraars gewenste effect sorteert en of fraude in de aansprakelijkheidsverhouding kan derogeren aan het recht op schadevergoeding.


Mr. F.M. Ruitenbeek
Mr. F.M. Ruitenbeek is promovenda bij de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. M. de Vries
Mr. M. de Vries is promovenda aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, bij het Verzekeringsinstituut.
Artikel

Access_open Eigen schuld en BGK in (deel)geschil; wie kent de tweede billijkheidscorrectie?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden buitengerechtelijke kosten (BGK), eigen schuld, deelgeschilprocedure, billijkheidscorrectie, redelijkheidstoets
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en J. Biezenaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Kan een slachtoffer dat vanwege eigen schuld zijn schade slechts gedeeltelijk vergoed krijgt, toch op kosten van de aansprakelijk gestelde wederpartij een deelgeschilprocedure voeren, of moet hij een deel van die kosten gelet op zijn eigen schuld zelf dragen? Deze bijdrage biedt een uitgebreid overzicht van het debat over deze vraag en reikt na een analyse daarvan een gedifferentieerd stappenplan aan waarmee in concrete gevallen een billijke oplossing voor de vergoeding van deze ‘buitengerechtelijke kosten’ kan worden bereikt.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

J. Biezenaar
J. Biezenaar is masterstudent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en daarnaast (parttime) werkzaam bij ConsumentenClaim.
Jurisprudentie

Een begrensde vergoeding in de zin van artikel 6:96 lid 2 sub a BW: redelijk?

Rb. Den Haag 6 juni 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:6086

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden redelijke kosten, schadebeperkingsplicht, immateriële schade, vermogensschade
Auteurs A.M. Overheul LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze beschikking is relevant voor de kwalificatie van schade. De vraag is of schade als gevolg van een ongeval, bestaande uit gemaakte en te maken kosten in verband met de inschakeling van een derde ten behoeve van de voortzetting van de exploitatie van een boerderij, gekwalificeerd kunnen worden als vermogensschade of als ander nadeel. Ten aanzien van de hoogte van de vergoeding merkt de rechtbank op dat de vergoeding uit haar aard de immateriële schade niet kan overstijgen, en dat de kwalificatie van de gestelde schade niet ter zake doet. Het is de vraag of dit redelijk is.


A.M. Overheul LLM
A.M. Overheul, LLM heeft recent de master Privaatrecht afgerond aan de Universiteit Utrecht en is per 1 oktober 2017 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

Vaststellen van symptoomvaliditeit in neuropsychologisch expertiseonderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden neuropsychologisch onderzoek (NPO), symptoomvaliditeit, validiteitstest
Auteurs Prof. dr. B.A. Schmand en Dr. J.F.M. de Jonghe
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelen de auteurs enkele meer technische aspecten van het vaststellen van symptoomvaliditeit. Het doel is de juridische en medische ‘eindgebruikers’ van neuropsychologische expertiseonderzoeken een beter inzicht te geven in de gehanteerde methoden. De auteurs hopen dat dit hen in staat stelt de conclusies die de neuropsycholoog trekt beter op hun waarde te schatten. Achtereenvolgens bespreken zij de belangrijkste methoden waarmee symptoomvaliditeit wordt onderzocht, de manier waarop specifieke detectiemethoden worden geconstrueerd, de sensitiviteit en specificiteit ervan, en de manier waarop deze worden toegepast in het neuropsychologisch onderzoek (NPO). De auteurs zullen ook stilstaan bij de vraag of kan worden aangetoond dat de onderzochte persoon moedwillig slecht presteert. Ten slotte noemen ze een aantal kwaliteitskenmerken van het NPO waar de eindgebruiker op zou moeten letten.


Prof. dr. B.A. Schmand
Prof. dr. B.A. Schmand is emeritus hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. J.F.M. de Jonghe
Dr. J.F.M. de Jonghe is klinisch neuropsycholoog in het Noordwest Ziekenhuis in Alkmaar.
Artikel

Het tuchtrecht in de gezondheidszorg: wegen de voordelen tegen de nadelen op?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden tuchtrecht, gezondheidszorg
Auteurs Prof. dr. ir. R.D. Friele, Dr. R. Bouwman, Mr. B. Laarman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel doen de auteurs verslag van een onderzoek waarin zij dieper zijn ingegaan op de effecten van het tuchtrecht in de gezondheidszorg op de betrokken zorgverleners en naar het belang dat burgers hechten aan het openbaar maken van de opgelegde maatregel. Dit onderzoek roept de vraag op of de vermeende voordelen van het tuchtrecht wel opwegen tegen de nadelen en hoe die balans gunstig kan worden beïnvloed.


Prof. dr. ir. R.D. Friele
Prof. dr. ir. R.D. Friele is adjunct-directeur bij Nivel en bijzonder hoogleraar TRANZO aan de Tilburg University.

Dr. R. Bouwman
Dr. R. Bouwman is onderzoeker bij Nivel.

Mr. B. Laarman
Mr. B. Laarman is onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. A.J.E. de Veer
Dr. A.J.E. de Veer is senior onderzoeker bij Nivel.

Bernd van der Meulen
Prof. mr. B.M.J. van der Meulen is directeur van het European Institute for Food Law.

Matthijs Visser
Drs. M. Visser is partner bij RBB Economics.
Praktijk

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2017

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2018
Auteurs Marieke Bredenoord-Spoek en Stijn de Jong
Auteursinformatie

Marieke Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Praktijk

Access_open Kroniek concentratiecontrole 2017

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2018
Auteurs Gurgen Hakopian en Rachel Wouda
Auteursinformatie

Gurgen Hakopian
Mr. G.R. Hakopian is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Brussel.

Rachel Wouda
Mr. R.S. Wouda is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek in Amsterdam.

Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle en redacteur van dit tijdschrift.

Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.
Praktijk

Het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sanering van de kosten van wederkerige overeenkomsten, WHOA, hypothetisch faillissement, liquidatiewaarde versus going concern-waarde, ongelijke behandeling van schuldeisers
Auteurs Mr. B.S.J.M. van Gangelen en Mr. G.H Gispen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs aan de hand van een concrete casus in op het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’ (hierna: de WHOA). De auteurs staan stil bij een aantal materiële criteria waaraan het akkoord volgens de regels van de WHOA dient te voldoen en plaatsen daarbij enkele kanttekeningen. De auteurs concluderen dat de WHOA de schuldenaar – en soms ook de schuldeisers – een flexibel maar potentieel vérstrekkend instrument in handen geeft om met enige mate van precisie zijn bovenmatige kosten en schulden te saneren buiten surseance en faillissement.


Mr. B.S.J.M. van Gangelen
Mr. B.S.J.M. (Barbara) van Gangelen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

Mr. G.H Gispen
Mr. G.H. (Gerhard) Gispen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.
Casus

De plannen van het kabinet-Rutte III met de (ondernemings)belastingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden belastingplannen Rutte III, renteaftrek vennootschapsbelasting, dividendbelasting, innovatiebox, aanmerkelijk-belangheffing
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    De formatie van het kabinet-Rutte III heeft geleid tot een groot aantal fiscale plannen. Deze hebben ook gevolgen voor ondernemers. Zo krijgen ondernemingen te maken met wijzigingen in de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting, de inkomstenbelasting en een aantal andere belastingen. In het regeerakkoord is gezocht naar een balans tussen het tegengaan van belastingontwijking door grote ondernemingen, het in stand houden van een goed vestigingsklimaat, lastenverlichting voor iedereen en vergroening. Een en ander wordt in dit artikel besproken.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Praktijk

De betekenis van decharge voor stichtingbestuurders en -toezichthouders

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden decharge, stichting, raad van bestuur/stichtingbestuurders, raad van toezicht/toezichthouders, tegenstrijdig belang
Auteurs Mr. M. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel neemt decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders onder de loep. Allereerst komt decharge bij vennootschappen (NV en BV) en de betekenis daarvan aan de orde. Daarna volgt een uiteenzetting van de wijze waarop stichtingen in de praktijk (kunnen) omgaan met decharge en de betekenis die daaraan kan worden toegekend. Afgesloten wordt met enkele suggesties over hoe de praktijk kan omgaan met decharge van stichtingbestuurders en -toezichthouders. Ik kom tot de conclusie dat voor stichtingen een wettelijke bepaling zoals voor de NV en BV in combinatie met (statutaire) modelregelingen tekort zal schieten. Het verdient mijns inziens aanbeveling om een algemene wettelijke bepaling over decharge op te nemen in het algemeen deel van Boek 2 BW.


Mr. M. de Jong
Mr. M. de Jong is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Toont 1 - 20 van 18073 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.