Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 17402 artikelen

x
Artikel

Vechter buiten de ring; Narratief en biografie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Narratieve criminologie, Vechter, Biografie
Auteurs Frank van Gemert
SamenvattingAuteursinformatie

    The most important mechanism for crime prevention is just the presence of guardians. Some counter arguments against this thesis are discussed and rejected. By manipulating the presence of guardians it is possible to influence the level of prevention. It is argued that a large scale evaluation of such measures is wanted.


Frank van Gemert
Frank van Gemert is als universitair docent verbonden aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Over preventief guardianship: er zijn is vaak genoeg

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Guardianship, preventive guardianship, crime prevention, presence of bystanders, Evaluation
Auteurs Henk Elffers
SamenvattingAuteursinformatie

    The most important mechanism for crime prevention is just the presence of guardians. Some counter arguments against this thesis are discussed and rejected. By manipulating the presence of guardians it is possible to influence the level of prevention. It is argued that a large scale evaluation of such measures is wanted.


Henk Elffers
Henk Elffers is senior-onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving NSCR te Amsterdam, emeritus hoogleraar empirische bestudering van de strafrechtspleging aan de Vrije Universiteit Amsterdam en adjunct professor bij de School of Criminology and Criminal Justice van Griffith University, Mt Gravatt, Queensland, Australië.
Artikel

Verstoorde veiligheidsbeleving

In gesprek met buurtbewoners over de ‘onveiligheid’ in hun buurt naar aanleiding van gestegen ‘gevoelens van onveiligheid’

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2017
Trefwoorden fear of crime, qualitative analysis, evidence based policy
Auteurs Remco Spithoven
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘fear of crime’ is a buzzword among citizens, media, politicians and professionals by now. But the phenomenon seems to be as intangible as it is important. The struggle of professionals with this concept is the result of a too wide and self-evident problem definition. This article contains an alternative approach. The focus is on disturbed fear of crime: a negatively changed and problematically experienced fear of crime on the level of the neighborhood.
    Through a review of the literature and previous research, we work towards this concept and apply it to the neighborhood of Kerckebosch in the municipality of Zeist in the Netherlands. As during 2014 the local quantitative indicators for ‘the fear of crime’ rose from 7% of the local population indicating to ‘sometimes feel unsafe’ to 22%, while the rest of the municipality remained quite stable. Additionally, several local professionals received complaints of multiple local inhabitants claiming to ‘feel unsafe’ in the neighborhood. Our research question was: What explanations for their ‘disturbed fear of crime’ do local inhabitants of the neighborhood Kerckebosch give?
    It was highly plausible that this local rise of the fear in Kerckebosch was connected to the social re-engineering of the neighborhood, but the exact nature of the quantitative rise was unclear. Therefore, we have interviewed 25 local inhabitants. Qualitative analyses showed the local rise of ‘the fear of crime’ to be the result of: (I) physical characteristics of the neighborhood; (II) events of burglary and intimidation from the past; (III) the presence of loitering youths and – primarily – (VI) a backlash of social integration as a side effect of the social re-engineering of the neighborhood. These qualitative explanations to the observed quantitative discontinuity led to several policy advises, which were based on international effect studies.


Remco Spithoven
Remco Spithoven is hoofddocent bij het Instituut voor Veiligheid en het lectoraat Kennisanalyse Sociale Veiligheid aan de Hogeschool Utrecht. Daarnaast is hij research-fellow bij de leerstoel Veiligheid en Veerkracht aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Veilig uitgaan: tegenstrijdige gevoelens over inzet politie en andere maatregelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2017
Trefwoorden tegenstrijdigheden, assemblage, angst voor criminaliteit, uitgaansgebieden, veiligheidsbeleving
Auteurs Jelle Brands en Irina van Aalst
SamenvattingAuteursinformatie

    Urban nightlife areas are widely renowned for their emotionally charged nature, affording greater opportunities for transgressions of social norms compared to daytime contexts. Yet, the ways nightlife consumers experience safety in the public spaces of nightlife areas has received limited attention in the academic literatures. This article approaches experienced safety in the public spaces of nightlife areas as emerging from encounters between human and non-human (material, social, cultural) elements grounded in time and space. Such elements include the characteristics of the built environment, the design of public space, police presence, lighting and also first and secondhand experiences and popular media discourses more generally. We hypothesized that encounters between such elements necessarily renders some ambiguity in experienced safety, in the sense that the effect of a particular element on experienced safety is always coproduced in the unfolding encounter. By drawing on a series of interviews with Dutch students in Utrecht, various types of ambiguity are shown to exist depending on both the particularities of the situation at hand and based on differences between individual circumstance and life course. Ambiguity is also shown to exist in the sense that mentioned elements may both comfort and alarm participants at the same time. Our findings infer that we should implement ‘safer nightlife’ initiatives that are tailored to particular contexts, situations and publics. The results also suggest that current interventions seeking to stimulate safety in urban nightlife settings might not be as successful in reducing/enhancing (un)safety as (popular) policy and media discourses have suggested.


Jelle Brands
Jelle Brands is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Leiden.

Irina van Aalst
Irina van Aalst is universitair docent aan het departement Sociale Geografie en Planologie van de Faculteit Geowetenschappen, Universiteit Utrecht.
Artikel

Op de toekomst voorbereid

Digitale toegankelijkheid onder de loep

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden toegankelijkheid, Europese Unie, VN-verdrag Handicap, Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, websites
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Een afspraak voor het ziekenhuis maken, online een maaltijd bestellen, een filmpje op YouTube bekijken? Het kan in toenemende mate alleen nog als je een website of een app kunt gebruiken. Als dat niet lukt, in verband met een visuele of andere beperking, kun je uitgesloten worden van die dienstverlening. Dat is ongewenst en daarom zijn er internationale standaarden voor de toegankelijkheid van websites en apps ontwikkeld. Dienstverleners die deze zogenoemde WCAG-standaarden toepassen, zijn er zeker van dat hun website of app toegankelijk is. De Europese Unie gebruikt de WCAG-normen voor een richtlijn over overheidswebsites. Die moet in 2018 zijn omgezet. Europa werkt aan een andere omvangrijke wet: de Toegankelijkheidsakte. Die bepaalt dat alleen nog apparaten zoals computers, kaartautomaten en telefoons in de EU op de markt mogen worden gebracht die aan toegankelijkheidseisen voldoen. Dat geldt ook voor bankdiensten, de luchtvaart, het spoor en internetdiensten.
    In Nederland zorgt een nieuwe wet ervoor dat overheidsdiensten vanaf 2019 via het web toegankelijk moeten zijn. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte bepaalt dat diensten door private aanbieders geleidelijk toegankelijk moeten worden gemaakt. De regelgeving lijkt in ieder geval op de toekomst te zijn voorbereid.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is collegelid bij het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Jurisprudentie

Is beleidskeuze in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten een objectieve rechtvaardiging voor ongelijke behandeling?

Rechtbank Noord-Holland 14 maart 2017 (ECLI:NL:RBNHO:2017:4976)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, Artikel 14 EVRM, redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond, beleidsvrijheid wetgever, Artikel 94 Grondwet
Auteurs Mr. M. Chébti
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het UWV geen verboden onderscheid heeft gemaakt door een werkzoekende met een auditieve beperking een indicatie banenafspraak te weigeren. De rechtbank stelt dat er een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat voor dit gemaakte onderscheid. Hij motiveert dit oordeel slechts met een verwijzing naar de door de wetgever gemaakte afweging om alleen de meest kwetsbare groep mensen met een beperking aan te merken als doelgroep van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten.
    In dit artikel wordt de vraag aan de orde gesteld of deze motivering wel voldoet aan de procedurele verplichting die, volgens de rechtspraak van het EHRM, voortvloeit uit artikel 14 EVRM. In het concrete geval moet een rechterlijk onderzoek plaatsvinden naar het bestaan van een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk op het recht op gelijke behandeling. De rechtbank neemt in deze uitspraak tot uitgangspunt dat de ruime beleidsvrijheid van de wetgever in de weg staat aan een rechterlijke belangenafweging in het concrete geval. Betoogd wordt dat vaste rechtspraak van de Hoge Raad bepaalt dat de rechter, bij wijze van uitzondering, wel mag treden in een beleidskeuze van de wetgever. Dit kan hij doen wanneer het resultaat van die beleidskeuze strijd zou opleveren met een rechtstreeks werkende verdragsbepaling zoals artikel 14 EVRM. De besproken uitspraak miskent die rechterlijke bevoegdheid.


Mr. M. Chébti
Mr. M. (Mariam) Chébti is lid van het College voor de Rechten van de Mens.
Artikel

Stemrecht in het echt

Onderzoek naar de toegankelijkheid van verkiezingen voor mensen met een beperking

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden toegankelijkheid, kiesrecht, College voor de Rechten van de Mens, visuele beperking, verstandelijke beperking
Auteurs J.L. Hoegen Dijkhof MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Mensen met een beperking ervaren de nodige obstakels bij het uitoefenen van hun stemrecht bij verkiezingen. Dat volgt uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het College voor de Rechten van de Mens, toezichthouder op de naleving van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap. Ruim duizend mensen met een lichamelijke, visuele of verstandelijke beperking of psychische aandoening werden ondervraagd naar hun ervaringen omtrent de toegankelijkheid van de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017. Met name mensen met een visuele en/of een verstandelijke beperking ervaren moeilijkheden. Zo heeft twee derde van de blinden en slechtzienden moeite om het stembiljet in te vullen. Mensen met een verstandelijke beperking ervaren de nodige problemen in de voorbereiding op het stemmen en met het stembiljet. Daarnaast willen zij graag geholpen worden in het stemhokje. Het College beveelt aan om het stembiljet aan te passen en te blijven investeren in de ontwikkeling van alternatieve stemmethodes. Het College pleit er ook voor om hulp in het stemhokje toe te staan voor mensen met een verstandelijke beperking, waar dat nu alleen voor mensen met een lichamelijke beperking is toegestaan. Of het nieuwe kabinet daar iets aan doet bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018, lijkt niet waarschijnlijk.


J.L. Hoegen Dijkhof MSc
J.L. (Justin) Hoegen Dijkhof is onderzoeker en beleidsadviseur bij het College voor de Rechten van de Mens.
Artikel

Toetsing wetgeving Caribisch Nederland aan de verplichtingen van het VN-Verdrag voor personen met een handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Caribisch Nederland, handicap, beperking, toegankelijkheid, non-discriminatie
Auteurs Dr. E.G. van de Mortel en Dr. O. Nauta
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap is voor de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba nog niet in werking getreden. De reden die de regering geeft, is dat op de eilanden niet wordt voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag.
    In dit artikel beschrijven we de belangrijkste inhoudelijke vraagstukken voor het in werking laten treden van het Verdrag voor de eilanden. Dit bezien van uit de invalshoek van wetgeving; we gaan in op de hiaten die er in de wetgeving zijn. Dit doen we aan de hand van de belangrijkste beginselen en rechten die in het Verdrag zijn opgenomen. De beginselen die we bespreken zijn non-discriminatie en toegankelijkheid. Bij de rechten maken we een onderscheid tussen de burgerlijke en politieke rechten – waarvan de Nederlandse regering aanneemt dat aan deze rechten moet zijn voldaan op het moment van ratificatie. En de economische, sociale en culturele rechten die geleidelijk aan kunnen worden verwezenlijkt.
    We eindigen met een korte discussie waarbij we pleiten voor maatwerk voor de eilanden, gezien het inwoneraantal en andere kenmerken.


Dr. E.G. van de Mortel
Dr. E.G. (Elma) van de Mortel is werkzaam bij IdeeVersa.

Dr. O. Nauta
Dr. O. (Oberon) Nauta is werkzaam bij de DSP-groep.
Artikel

Resultaatgericht indiceren binnen het sociaal domein: een kronkelige weg

Moet de Algemene wet bestuursrecht worden aangepast?

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden sociaal domein, WMO 2015, persoonsgebonden budget, besluit, rechtsbescherming
Auteurs Mr. dr. M.F. Vermaat en mr. J.J. Homan
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de toekenning van maatschappelijke ondersteuning hanteren gemeenten de praktijk van resultaatgericht indiceren. Dat houdt in dat in een overleg tussen een hulpvrager en een aanbieder van zorg afspraken worden gemaakt over de te verlenen ondersteuning. Die afspraken hebben zelden de vorm van een besluit in de zin van de Awb. Dat heeft geleid tot een lacune in de rechtsbescherming: het is moeilijk of soms onmogelijk om tegen een dergelijke ‘afspraak’ bezwaar te maken of beroep in te stellen. In plaats van dit model staan de auteurs het ‘AOB-model’ voor. Dat wil zeggen maatschappelijke ondersteuning aanvragen, samen overleggen hoe daarin te voorzien en in een besluit vastleggen hoe dat dan naar het oordeel van de gemeente moet. Dat perspectief is zonder ingrijpende wetswijziging op korte termijn al te realiseren of verder te verstevigen (toepassing en/of uitbreiding van artikel 2.3.9 Wmo 2015). Een dergelijke rechtsbescherming, samen met een sterkere en meer onafhankelijke positie van de cliëntondersteuner (in de aanvraag- en bezwaarfase), draagt er ook aan bij dat de burger beter in kan schatten waar de grenzen liggen van ‘je recht halen’.


Mr. dr. M.F. Vermaat
Mr. dr. M.F. (Matthijs) Vermaat is advocaat-partner bij Van der Woude De Graaf Advocaten en heeft zich gespecialiseerd in onder meer de Wmo 2015 en de Jeugdwet.

mr. J.J. Homan
Mr. J.J. (Jan Jasper) Homan is juridisch medewerker bij Ieder(in).

Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is collegelid bij het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

Uitfasering pensioen in eigen beheer.

Wie krijgt de ODV na overlijden van de DGA?

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 36 2017
Trefwoorden Levensverzekering, pensioen en sociale zekerheid

    In the last few decades, we have witnessed the renaissance of Comparative Constitutional law as field of research. Despite such a flourishing, the methodological foundations and the ultimate ratio of Constitutional comparative law are still debated among scholars. This article starts from the definition of comparative constitutional law given by one of the most prominent comparative constitutional law scholars in Italy, prof. Bognetti, who defined comparative constitutional law as the main joining ring between the historical knowledge of the modern law and the history of the humankind in general and of its various civil realizations. Comparative constitutional law is in other words a kind of mirror of the “competing vision of who we are and who we wish to be as a political community” (Hirschl), reflecting the structural tension between universalism and particularism, globalization and tradition.
    The article aims at addressing the main contemporary methodological challenges faced by the studies of the field. The article argues that contemporary comparative constitutional studies should address these challenges integrating the classical “horizontal” comparative method with a vertical one - regarding the international and supranational influences on constitutional settings - and fostering an interdisciplinary approach, taking into account the perspective of the social sciences.


Antonia Baraggia
Emile Noël Fellow, Jean Monnet Center for International and Regional Economic Law & Justice, NYU School of Law and Post-doc Fellow in Constitutional Law, University of Milan. For helpful comments on an earlier draft I am grateful to Luca Pietro Vanoni, Sofia Ranchordas and two anonymous reviewers.
Artikel

Een investeringstoets voor vitale vennootschappen

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2017
Trefwoorden vitale vennootschappen, investeringstoets, nationale veiligheid
Auteurs Mr. E. Breukink
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over het onlangs verschenen WODC-rapport ‘Vitale vennootschappen in veilige handen’. Thans staat centraal de aanbeveling aan de wetgever om een publiekrechtelijk, sectorspecifiek instrumentarium te ontwikkelen waarmee ongewenst aandeelhouderschap in vitale vennootschappen kan worden tegengegaan.


Mr. E. Breukink
Mr. E. Breukink is als promovendus verbonden aan het Van der Heijden Instituut, onderdeel van het Onderzoekcentrum Onderneming & Recht (OO&R), van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij bereidt een proefschrift voor over de agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen.
Artikel

Artikel 2:11 BW: ‘doorgeefluik van aansprakelijkheid’ of ‘aansprakelijkheidsvergroter’?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2017
Trefwoorden artikel 2:11 BW, aansprakelijkheid van bestuurders, bestuurdersaansprakelijkheid, doorgeefluik van aansprakelijkheid, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. C.E.J.M. Hanegraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de Hoge Raad in het arrest Kampschöer/Le Roux artikel 2:11 BW tot een soort ‘aansprakelijkheidsvergroter’ maakt, laat de auteur in deze bijdrage zien dat dit artikel slechts een doorgeefluik van aansprakelijkheid dient te zijn.


Mr. C.E.J.M. Hanegraaf
Mr. C.E.J.M. Hanegraaf is advocaat bij BANNING te ’s-Hertogenbosch en Amsterdam.

    De auteur onderzoekt de gevolgen van een beslag onder de notaris dat een schuldeiser van de koper legt op de dag waarop het passeren van de leveringsakte is gepland. Centraal staat de vraag of het beslag aan het passeren van de leveringsakte in de weg staat.


Mr. dr. M.M.G.B. van Drunen
Mr. dr. M.M.G.B. van Drunen is kandidaat-notaris bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam en universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Het vennootschappelijk belang: de beschermheer van het nationale belang?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2017
Trefwoorden nationaal belang, vennootschappelijk belang, buitenlandse overname, buitenlandse investering, Foreign Direct Investment
Auteurs R.M. Nijk LL.B.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoekt de auteur in hoeverre een Nederlandse beursgenoteerde NV het nationale belang kan inroepen tegen een openbaar bod dat is gedaan door een buitenlandse entiteit. Hiertoe bekijkt hij in hoeverre het vennootschappelijk belang het nationale belang omvat.


R.M. Nijk LL.B.
R.M. Nijk LL.B. is student aan de Universiteit van Cambridge.
Artikel

Liquidaties in Nederland in historisch perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2017
Trefwoorden contract killings, history, the Netherlands, drugs, population groups
Auteurs Drs. E. Slot
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the subsequent waves of contract killings in the Netherlands since the twentieth century. Contract killings appear to happen especially within ethnic groups which are newcomers to Dutch society. The Chinese community in Amsterdam fought two internal ‘wars’. The first one was from 1918 till 1935 and circled around the trade in opium and arms. The second one took place between 1969 and the mid-seventies and was fueled by conflicts about the heroin trade. Then Turkish criminals took over the heroin trade, which resulted in a wave of Turkish victims of contract killings throughout the second half of the seventies and into the eighties. The cocaine trade came up in the eighties and was run first by Chileans and later by Colombians, which resulted in several murders within the criminal circles of these communities. While contract killings of (by birth) Dutch criminals had always been very rare, this changed from the mid-eighties. These killings not only took place in Amsterdam, but also in the southern provinces of Limburg and Brabant, as well as in Rotterdam. Most Dutch criminals specialized in cannabis growing and trading. In the nineties the number of contract killings reached a peak. By then Yugoslavs had entered the criminal scene in the Netherlands. They cooperated with Dutch criminals and offered their services as hitmen. From 2000 onwards the number of contract killings has been dropping constantly and has now reached a more or less constant level of around twenty yearly. In the last couple of years many young Moroccan Dutch criminals have been killing and killed in conflicts on drugs trade. The author signalizes a lack of ‘professionalism’ in contract killers today and draws a parallel with the period when Chinese criminals were fighting their wars in Amsterdam. The hitmen are young, have little experience, are not intelligent and use far too many bullets to do the job.


Drs. E. Slot
Drs. Eric Slot is freelance journalist en doet sinds 1992 onderzoek naar moord en doodslag in Nederland. Hij publiceerde onder meer Moordatlas van Amsterdam (2014), Met groot verlof. Liquidaties in crimineel Nederland (2009) en Wrede straten. Wandelingen door moorddadig Amsterdam (1998).
Artikel

Hoe de criminele ladder naar de ondergang leidt

De verschillende types slachtoffers van liquidaties in de Amsterdamse onderwereld

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2017
Trefwoorden contract killings, typology of victims, Amsterdam, criminal underworld, criminal investigation
Auteurs P. Vugts en H. Kras
SamenvattingAuteursinformatie

    More than twenty criminals from Amsterdam were killed since 2012 in fierce conflicts in the criminal scene. The victims, mostly young men, can be divided into four categories. The assassins are young, often with a low intelligence, and easy to contract. They hope to give their criminal career a boost by killing. Their main motives are status and money. If the organization fears that they know too much and might inform the police, this can be a motive to kill them. Sometimes fear of betrayal of the organization is a motive for murder. The middlemen are important, because the ‘high profile targets’ want to stay out of sight of the assassins. The middlemen already have a rather secure position, although subordinate to the top. The motive to have them killed is often distrust and the fear that they know too much and would be able to tell the police too much. Revenge by another group is also an important reason they get killed. The high profile targets are top criminals in their thirties or forties mostly and in charge of the drug trafficking. The motive to have them killed is to gain influence and obtain a stronger, strategic position in the market, or – again – revenge. Rivals who are afraid to be killed, sometimes choose to be the first to act. The final category is formed by the victims killed by mistake. Recently at least three people were killed by assassins who thought they were shooting at a criminal target in the conflict. Just by mistake, because the victim drove the same kind of car, for example.


P. Vugts
Paul Vugts is journalist van Het Parool en schrijft vooral over misdaad. Hij schreef verscheidene boeken over (de strijd tegen) de Amsterdamse onderwereld.

H. Kras
Harro Kras is plaatsvervangend chef van de Dienst Regionale Recherche van de Eenheid Amsterdam.
Artikel

Liquidaties nieuwe stijl

Verruwing en professionalisering bij liquidaties in Nederland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2017
Trefwoorden Assassination, homicide, organized crime, violent crime, drugs
Auteurs Dr. B. van Gestel en Dr. M.A. Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    While contract killings by organized crime groups are by no means new to the Netherlands (with around twenty to thirty cases a year over the last few decades), there is reason to believe that the nature of the killings has changed. The key question of this article is which recent developments can be identified in relation to the phenomenon of contract killings. The availability of new groups of hitmen and new means has led to a number of changes in modus operandi for contract killings within organized crime. On the one hand, there is a process of professionalization when it comes to methods of observation and counterstrategies, which involves the use of the latest technological tools. The digitization of resources and traces plays a significant part in this. On the other hand, the perpetrators are resorting to much coarser methods for the actual killings. This may be attributed to the abundance of heavy firearms available in the Netherlands and to new inexperienced homegrown hitmen, who are willing to kill in exchange for payment.


Dr. B. van Gestel
Dr. Barbra van Gestel is als onderzoeker verbonden aan het WODC.

Dr. M.A. Verhoeven
Dr. Maite Verhoeven is als onderzoeker verbonden aan het WODC.
Artikel

Liquidatie van een Solid Soldier?

Het ‘niet-zeker-weten’ en de ‘realness’ rondom de dood van Sin

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2017
Trefwoorden violence, murder, gangs, street culture, ethnography
Auteurs Dr. R.A. Roks
SamenvattingAuteursinformatie

    During an ethnographic research on the Rollin 200 Crips, a Dutch ‘gang’, Sin – one of the author’s informants – was shot and killed in Amsterdam. In this article, the author focuses on the ways in which the Rollin 200 Crips interpreted and made sense of Sin’s death. Several narratives of interpretation could be discerned in the aftermath of his death. Firstly, speculations and rumors about the motives brought feelings of uncertainty and suspicion to the fore, contrasting the otherwise instrumental logic of violence the Rollin 200 Crips communicated during the author’s fieldwork and in the media. In addition, Sin’s death produced a number of narratives about the ‘realness’ of Dutch gang life. For these reasons, Sin’s death represents an impressive, important and meaningful moment during the author’s fieldwork and, more generally, in the history of the Rollin 200 Crips.


Dr. R.A. Roks
Dr. Robby Roks is als universitair docent verbonden aan de sectie Criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 17402 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.