Zoekresultaat: 49 artikelen

x

    Deze analyse bespreekt uitvoerig de argumenten van voor- en tegenstanders van het wetsvoorstel ter versoepeling van de Belgische abortuswetgeving (2019-…). Het fel bediscussieerde wetsvoorstel beoogt het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon uit te breiden en abortus te destigmatiseren. Door vrijwillige zwangerschapsafbreking als gezondheidszorg te kwalificeren geven de indieners van het wetsvoorstel tevens de voorkeur aan een gezondheidsrechtelijk traject op maat van de zwangere persoon als patiënt. De inkorting van de wachtperiode-en het schrappen van abortusspecifieke informatieverplichtingen geven in die zin blijk van vertrouwen in de zwangere persoon, in het kwalitatief handelen van de zorgverlener en in de waarborgen die het gezondheidsrecht reeds biedt. De wetgever dient met andere woorden uit te maken (1) welke regels hij in de context van abortus nodig acht, (2) of deze regels reeds worden gewaarborgd door de algemene gezondheidswetten- en deontologie, en (3) of de vooropgestelde regels hun doel bereiken. Een uitbreiding van het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon wordt tevens bewerkstelligd door de termijnuitbreiding van twaalf naar achttien weken voor abortus op verzoek. Een keuze voor een termijn is steeds in zekere mate willekeurig, doch reflecteert een beleidsethische keuze waarbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen de bescherming van ongeboren leven en het zelfbeschikkingsrecht van de zwangere persoon. Praktische bekommernissen vormen hierbij geen fundamenteel bezwaar tegen een termijnuitbreiding maar dienen, in overleg met de betrokken sector, te worden geanticipeerd en maximaal te worden opgevangen door middel van organisatorische (niet-noodzakelijk juridische) initiatieven. Ten slotte beogen de indieners van het wetsvoorstel opheffing van alle strafsancties voor vrijwillige zwangerschapsafbreking. Op rechtstheoretisch vlak blijven echter vragen bestaan omtrent de manier waarop dit voorstel een volledige depenalisering doorvoert. Hoewel het tuchtrecht enige rol kan spelen bij gebrek aan strafsancties, creëert de vooropgestelde depenalisering van ongeoorloofde zwangerschapsafbreking door een arts een rechtsonzekere situatie.
    ---
    This analysis extensively discusses the arguments of supporters and opponents of the legislative proposal to relax the Belgian abortion legislation (2019-…). The heavily debated proposal primarily aims to expand the pregnant person’s right to self-determination and to destigmatise abortion. By qualifying consensual termination of pregnancy as health care, the supporters of the proposal also prioritise an individualised, health-oriented approach towards the pregnant person as patient. In the same vein, the diminished waiting period and the removal of abortion-specific information duties express trust in the pregnant person, in the qualitative conduct of the health care provider, and in the guarantees that the health law already provides. In other words, the legislator must determine 1) which regulations it deems necessary in the context of abortion, 2) whether these regulations are already guaranteed by general health laws and ethics, and 3) whether the proposed regulations achieve their intended purpose. An expansion of the pregnant person’s right to self-determination is also achieved by the extension from twelve to eighteen weeks as a limit for abortion on request. Although a time limit is always arbitrary to some extent, it mainly reflects a policy-ethical decision in which a balance is sought between the protection of unborn life and the pregnant person’s right to self-determination. Practical concerns do not establish a fundamental objection to the extension of such limit, but must, in consultation with the medical profession, be anticipated and dealt with as much as possible by means of organisational (not necessarily legal) initiatives. Finally, the proposal lifts all criminal sanctions currently applicable to consensual termination of pregnancy. On a legal-theoretical level, however, questions remain about the way in which the proposal implements full depenalisation. Although disciplinary law can play some role in the absence of criminal sanctions, the depenalisation of unlawful termination of pregnancy by a health care professional produces legal uncertainty.


F. De Meyer
Fien De Meyer doet doctoraatsonderzoek naar regelgeving inzake abortus aan de Universiteit van Antwerpen.

C. De Mulder
Charlotte De Mulder doet doctoraatsonderzoek naar het statuut van ongeboren leven aan de Universiteit van Antwerpen.
Forum

mE=rR2

Twee vliegen in één klap?

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2020
Auteurs dr. Albert Klijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the authors enter into a debate on the innovation The Netherlands Council for the Judiciary made quite recently, promoting social effective justice (maatschappelijk effectieve rechtspraak;to English readers more familiar under the label of ‘Problem solving courts’).
    Klijn has quite serious doubts about this strategy. First of all: the judge is not - and never has been - a problem solver, as (a) the judge lacks the competences to do so and (b) the structure of legal procedure falls fundamentally short of this task. Secondly, in our contemporary society other professionals are in charge of intervening in social conflicts, and they are much better positioned to do so, at the appropriate moment in time. Thirdly, in making this choice the Council misunderstands its role as the Third State Power, vis-a-vis the much greater influence of changing societal conditions stimulating societal changes.


dr. Albert Klijn
Albert Klijn is rechtssocioloog en voormalig wetenschappelijk adviseur van de Raad voor de rechtspraak (2002-2011).
Recent

Gezien

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2020
Auteurs Kees Pijnappels

Kees Pijnappels
Artikel

De rol van de kantonrolzitting; meer (van maken) dan een administratieve bijeenkomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden rolzitting, kantonrechtspraak, mondeling antwoord, regievoering, toegankelijkheid
Auteurs Kim van der Kraats
SamenvattingAuteursinformatie

    Op de rolzitting in kantonzaken kunnen gedaagden verschijnen om mondeling verweer te voeren. Die rolzitting zou het visitekaartje moeten worden van de Rechtspraak (juist) voor gedaagden die minder zelfredzaam zijn. Om dit te bewerkstelligen moet de rolzitting worden gedaan door een kantonrechter (zoals ook in de wet vastgelegd), moet die rechter zijn regierol pakken (zodat de interne toegankelijkheid van de procedure toeneemt en aan waarheidsvinding wordt gedaan) en moeten (de gemachtigden van) eisers worden betrokken bij de rolzitting (zodat beter aan de verwachtingen van gedaagde tegemoet wordt gekomen en de procedure aan snelheid kan winnen).


Kim van der Kraats
Mr. dr. K.G.F. van der Kraats is (kanton)rechter in de rechtbank Overijssel.
Artikel

De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2020
Trefwoorden burgerlijk procesrecht, experimentenwet, wetgeving
Auteurs Elselique Hoogervorst en Parisa Jahan
SamenvattingAuteursinformatie

    De Tijdelijke Experimentenwet rechtspleging is geïntroduceerd ter bevordering van een eenvoudige, snelle, effectieve en de-escalerende geschilbeslechting. De wet maakt een scala aan afwijkingen van het reguliere procesrecht mogelijk. Een experimentele procedure wordt opgenomen in een amvb en heeft een tijdelijk karakter van in beginsel maximaal drie jaar. De wetgever heeft een aantal concrete experimenten voor ogen waaronder een experiment met een toegevoegd deskundig lid in een kamer van een rechtbank of hof en een experiment met een nabijheidsrechter. In deze bijdrage bespreken wij de voorgestelde regeling op hoofdlijnen en plaatsen wij een aantal kanttekeningen bij de wet en de voorgestelde experimenten.


Elselique Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff Amsterdam.

Parisa Jahan
Mr. P. Jahan is advocaat bij Houthoff Amsterdam.
Artikel

De nabijheidsrechter en maatschappelijk effectieve rechtspraak

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2020
Trefwoorden vrederechter, toegang tot de rechter, verzoening, rechtsvergelijking, pilots
Auteurs Eddy Bauw, Stefaan Voet, Emanuel van Dongen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De wens om te komen tot maatschappelijk effectieve(re) rechtspraak domineert de agenda voor de (civiele) rechtspleging. Er wordt door de gerechten volop geëxperimenteerd met varianten die hiertoe kunnen bijdragen. In een onderzoek van het Montaigne Centrum van de Universiteit Utrecht en de KU Leuven is de praktijk van de vrederechter in Frankrijk en België in kaart gebracht. In deze bijdrage geven de onderzoekers een samenvatting van het onderzoek en de resultaten. Zij zien mogelijkheden de toegankelijkheid en laagdrempeligheid van de eerstelijnsrechtspraak in Nederland te verbeteren: organiseer rechtspraak dichter bij de burger en laat de kantonrechter de rol van nabijheidsrechter vervullen.


Eddy Bauw
Prof. dr. E. Bauw is hoogleraar Privaatrecht en Rechtspleging aan de Universiteit Utrecht.

Stefaan Voet
Prof. dr. S. Voet is hoofddocent aan de KU Leuven en de UHasselt.

Emanuel van Dongen
Mr. dr. E.G.D. van Dongen is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

Jim van Mourik
Mr. J. van Mourik is promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Marc Simon Thomas
Mr. dr. M. Simon Thomas is universitair docent aan de Universiteit Utrecht.

    In this article Emese von Bóné discusses the main findings of a Netherlands research (report) into the origin and functioning of the Belgian justice de paix and the French juge de proximité, the successor of the French justice de paix. The report also provides avenues how this type of adjudication could be implemented in the Dutch administration of justice.


Emese von Bóné
Emese von Bóné is als rechtshistorica verbonden aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

Annie de Roo
Annie de Roo is associate professor of ADR and comparative law at Erasmus University Law School in Rotterdam, editor-in-chief of TMD, and vice chair of the exams committee of the Mediators Federation of the Netherlands MFN. She has published extensively on mediation and has inter alia been a Rapporteur three times for the European Commission on the use of mediation in employment disputes.

Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is onder andere verbonden aan de Erasmus Universiteit en is TMD redactielid. Hij trad enkele malen op als rapporteur-generaal voor de Raad van Europa op het gebied van ADR/mediation.
Interview

Twee experimenten met laagdrempelige rechtspraak: de Rotterdamse Regelrechter en de Haagse Wijkrechter

In gesprek met kantonrechter/regelrechter mr. Wim Wetzels en kantonrechter/wijkrechter mr. Jerzy Luiten

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2019
Auteurs Emese von Bóné
Auteursinformatie

Emese von Bóné
Emese von Bóné is als rechtshistorica verbonden aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Artikel

Access_open Zeven scènes uit het leven van een 150-jarige

Gemeenschappelijk Hof van Justitie – 150-jarig bestaan – maatschappelijke rol

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Gemeenschappelijk Hof van Justitie, 150-jarig bestaan, Caribische rechtsstaat
Auteurs Prof. mr. M.A. Loth
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit jaar viert het Gemeenschappelijk Hof van Justitie zijn 150-jarig bestaan. Voor die gelegenheid staat de auteur stil bij de betekenis van het Hof voor de moderne Caribische rechtsstaat en samenleving. Daartoe worden zeven scènes geschetst waarin centraal staan de relaties van het Hof tot de burger, de overheid, de bestuurders, de rechtsorde, het algemeen belang, de Hoge Raad, en het interne bestuur en beheer. Op al deze fronten heeft het Hof zich aangepast aan nieuwe noden en aspiraties van de samenleving. De conclusie is dat het Hof zich heeft ontwikkeld tot een van de krachtigste instituties van de Caribische samenleving.


Prof. mr. M.A. Loth
Prof. mr. M.A. Loth is hoogleraar privaatrecht aan de Tilburg Law School en was van 1993 tot 1997 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Francisca Mebius
Artikel

Noodtestamenten en artikel 4:61 BW

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden noodtestamenten, buitengewone testamentsvormen, verboden beschikkingen, ongeoorloofde beïnvloeding, artikel 4:61 BW
Auteurs Mr. H.J. de Jonge
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de regeling van de noodtestamenten onder het huidige en oud BW. De auteur heeft onderzocht hoeveel noodtestamenten er (de laatste jaren) zijn opgesteld. Daarnaast heeft hij een (korte) rechtsvergelijking gemaakt tussen de Nederlandse regeling omtrent noodtestamenten en die van België en Duitsland. In het verlengde daarvan is de auteur specifiek ingegaan op degene die het noodtestament verlijdt. Deze persoon wordt in artikel 4:61 BW aangeduid als de ‘andere persoon’. Ten opzichte van deze andere persoon geldt een bevoordelingsverbod. In de praktijk blijkt dit bevoordelingsverbod geen rol van betekenis te spelen.


Mr. H.J. de Jonge
Mr. H.J. de Jonge is kandidaat-notaris in De Wijk en buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

De best mogelijke rechtspraak

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Legal system, Effectiveness, Legal innovations, Dispute resolution, New technologies
Auteurs Prof.dr. Maurits Barendrecht
SamenvattingAuteursinformatie

    This article outlines the need in the Netherlands for socially effective justice that better resolves citizens’ problems. The author argues that new forms of dispute resolution should be integrated in the justice system. The author first describes various types of innovations. Then he outlines the obstacles to innovations. A major obstacle is that many stakeholders in the existing legal system are simultaneously the gatekeepers for the admission of innovations. It is necessary to create an infrastructure that welcomes, reinforces, tests, finances and imports new treatments for legal problems.


Prof.dr. Maurits Barendrecht
Prof. dr. M. Barendrecht is als research director verbonden aan The Hague Institute for Innovation of Law (HiiL).
Redactioneel

Inleiding

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Auteurs Roland Eshuis en Marit Scheepmaker
Auteursinformatie

Roland Eshuis
Gastredacteur dr. R.J.J. Eshuis is als onderzoeker verbonden aan het WODC.

Marit Scheepmaker
Mr. drs. M.P.C. Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.
Artikel

De vrederechter in historisch perspectief

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden legal history, justice of the peace, Conciliation, small claim courts, access to justice
Auteurs Mr. dr. Emese von Bóné
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is about the history of the justice of the peace, a low profile judge where people easily have access to. The history of the justice of the peace goes back to the seventeenth century. The justice of the peace was reintroduced in the Netherlands in the French period, when the country was annexed by the French Empire under the reign of Napoleon. The justice of the peace was also introduced in Belgium and is still in use. The most important task of the justice of the peace is ‘conciliation’. In the conciliation procedure the justice of the peace has a very active role. The judge tries to mediate between the parties in order to come to an agreement.


Mr. dr. Emese von Bóné
Mr. dr. E.K.E. von Bóné is als universitair docent werkzaam bij de Capgroep Privaatrecht van de Erasmus School of Law (ESL) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij doceert rechtsgeschiedenis en doet rechtshistorisch en rechtsvergelijkend onderzoek naar laagdrempelige rechtspraak.
Artikel

Access_open De geografische inrichting van de rechtspraak

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden courts, civil justice, access to justice, judicial map, travel distances
Auteurs Roland Eshuis
SamenvattingAuteursinformatie

    This article relates the geographical allocation of Courts to access to justice. Travel distances within the Dutch system are higher than in surrounding countries, but still not extremely high. The scale of the Dutch Court organizations however, is extreme. On average, a Court location that handles small claims has jurisdiction over a territory with over half a million inhabitants. This large number of inhabitants automatically translates to large numbers of cases, and large bureaucracies, employing 500 to 1,000 people (judges, court staff, support) each. Do travel distances to the Courts actually have an impact on the use of the Court system? Two recent studies find no support for a popular belief that defendants will be less determined to defend themselves when the travel distance to the court is longer. They do show however that the number of cases brought to Court by local plaintiffs drops when ‘their’ local court closes down.


Roland Eshuis
Dr. R.J.J. Eshuis is als onderzoeker verbonden aan het WODC.
Artikel

Vrijwillige rechtspraak: rechters op het mediationpad?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden neighbourhood courts, mediation, friendly solutions, voluntary jurisdiction, de-escalation
Auteurs Prof. dr. Dick Allewijn
SamenvattingAuteursinformatie

    A characteristic difference between administration of justice and mediation so far was the element of voluntariness on the side of the clients. Administration of justice however is, for the citizen who is brought before the courts, not voluntary. Recently pilots have been started in which citizens can turn voluntarily to the Court at low cost, and not far from their neighborhood. Judges will not primarily aim at making a decision in accordance with the law, but at finding friendly solutions. Does this mean that judges are going to mediate? And if so, how should this be appreciated? In this contribution attention is paid to certain aspects of this question. It is argued that differences between jurisdiction and mediation still remain. More than mediators judges must act within the legal framework. The extent to which they can engage in the emotional undercurrent of conflicts is limited. Confidence in the Court is from a different origin than trust in the mediator, and that also makes a difference. And finally, a judge is competent to make a binding judgment, which influences the way he or she is looked at by the parties.


Prof. dr. Dick Allewijn
Prof. dr. D. Allewijn is als bijzonder hoogleraar Mediation verbonden aan de Faculteit Rechten van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij is tevens werkzaam als MfN-registermediator en trainer bij het Centrum voor Conflicthantering.
Artikel

De Rijdende Rechter als rolmodel

Hoe reality televisie het beeld van de rechtspraak beïnvloedt

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2019
Trefwoorden The Iterant Judge, Dutch television, American tv judges, Low threshold courts, Binding dispute solution
Auteurs Mr. Annerie Smolders
SamenvattingAuteursinformatie

    The tremendously popular television programme De Rijdende Rechter (The Itinerant Judge) has an uncomfortable relationship with official legal practice. Many people indeed think that the itinerant judge who arrives in their street to personally check neighbourly grievances has come as a representative of the Law with a capital L. It is not clear where reality TV stops and current legal practice begins. Things have become more complicated because the itinerant judge has become a symbol of the ‘close-to-the-people’ judge that is embraced by legal practice today. In this article the murky boundary between TV judges and official judiciary is investigated, taking into account the cult status of the itinerant judge, the effect of imagination on reality, similar phenomena in the United States and the current situation in the Netherlands.


Mr. Annerie Smolders
Mr. A. Smolders is publicist en voormalig rechter. Zij richt zich, onder meer als gastonderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), op de verhouding tussen rechter en algemeen publiek, met als doel het publieke debat hierover te verbreden en van meer context te voorzien.

Henriëtte van Dam-Lely
Mr. J.H. van Dam-Lely is wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law.
Interview

Experimenteren met de vrederechter is de moeite waard!

Een gesprek met kantonrechter Rik Kruisdijk en vrederechter Lode Vrancken

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2018
Auteurs Emese von Bóné
Auteursinformatie

Emese von Bóné
Emese von Bóné is als rechtshistorica verbonden aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Toont 1 - 20 van 49 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.