Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 258 artikelen

x

    If two or more educational institutions intend to merge, such institutions must obtain approval from the Minister of Education prior to merging in accordance with the “Educational Merger test Act” (Wet fusietoets onderwijs) which came into force on 1 October 2011. Since then, further to the implementation of the Educational Merger test Act, the Minister of Education has taken several decisions on merger requests from educational institutions. Prior to delivering a decision on a merger request the Minister of Education is advised by its advisory committee ("Adviescommissie fusietoets onderwijs"). This article describes and analyses the legal framework put into place be the Educational Merger test Act. It further analyses the functioning of the Act in its first year of existence and proposes solutions for problems found. The article in this respect focuses on the advice of the advisory committee.


T. Barkhuysen
Tom Barkhuysen is advocaat-partner bij Stibbe te Amsterdam en hoogleraars Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden

Machteld Claessens
Machteld Claessens is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Collectieve acties in het algemeen en de WCAM in het bijzonder

Verslag van de voorjaarsvergadering van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht 2012

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2013
Trefwoorden WCAM, collectieve actie, art. 3:305a BW, nadeelcompensatie, motie Dijksma
Auteurs Mr. J.H. van Dam-Lely en Mr. A.N.L. de Hoogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Verslag van de voorjaarsvergadering 2012 van de Nederlandse Vereniging van Procesrecht over ‘Collectieve acties in het algemeen en de WCAM in het bijzonder’. In drie inleidingen wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan (1) de toepassing van de WCAM vanuit het perspectief van de rol en de taak van de rechter, (2) knelpunten rond de oproeping en aankondiging als bedoeld in art. 1013 lid 5 en 1017 lid 3 Rv en de vraag of het verbod van art. 3:305a BW zou moeten worden afgeschaft (motie Dijksma), en (3) de afwikkeling van massaschade in het bestuursrecht, in het bijzonder door nadeelcompensatie.


Mr. J.H. van Dam-Lely
Mr. J.H. van Dam-Lely is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law, sectie burgerlijk recht.

Mr. A.N.L. de Hoogh
Mr. A.N.L. de Hoogh is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus School of Law, sectie burgerlijk recht.

Bob Kaarls
Bob Kaarls is strafrechtadvocaat in Den Haag en was lid van het NMI Platform Mediation in Strafzaken in 2006.

    Deze kroniek bevat een selectie van rechterlijke uitspraken over de Wet Bopz die zijn gewezen in de periode mei 2011 tot januari 2013. Er is aandacht voor uitspraken met betrekking tot de criteria voor gedwongen opneming, de procedurele vereisten bij opneming, bijzondere machtigingen, dwangbehandeling en overige vrijheidsbeperkingen en de klachtenprocedure.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is docent en onderzoeker gezondheidsrecht bij de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het interfacultaire onderzoeksinstituut EMGO+.

John Blad
John Blad is hoofddocent strafrechtswetenschappen aan de Erasmus Law School te Rotterdam en hoofdredacteur van dit tijdschrift.
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft in het verslagjaar 2011-2012 weer meer zaken afgedaan dan in het voorgaande jaar. Onder de uitspraken en ontvankelijkheidsbeslissingen van het Hof bevinden zich er verschillende die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn. Hierbij kan worden gedacht aan zaken over het zonder informed consent steriliseren van vrouwen, de gedwongen behandeling van onvrijwillig opgenomen patiënten, het ontslag van een arts na kritiek op het functioneren van een afdelingshoofd en het verwijderen van de naam van een arts op de lijst van toegelaten zorgaanbieders. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de voor het gezondheidsrecht belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2011-2012.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.

Mr. J.R. Sijmonsma
Mr J.R. Sijmonsma is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Bronnen van professionele effectiviteit

Over verantwoordelijkheid en ruimte van reclasseringswerkers

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2012
Trefwoorden professionalism, probation history, probation workers, evidence-based practice
Auteurs Drs. A. Menger en Dr. A.G. Donker
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the authors question the relation between professionalism in Dutch probation work and the tendency to create protocols for work processes that used to be under the rather autonomous control of the professionals themselves. Starting point is the professionalism model of De Jonge, placing professional space as key element of professionalism under the restriction that there is an acknowledged societal position as well as an explicitly recognized knowledge base for the professional. A brief historical overview of the probation work itself and the way it has been organized over the decades is described, resulting in the identification of five decisive developments in the initial (but recently changing) perception among Dutch probation workers of gradually restricted professional space despite the growing body of knowledge.


Drs. A. Menger
Drs. Anneke Menger is lector Werken in Justitieel Kader bij Hogeschool Utrecht.

Dr. A.G. Donker
Dr. Andrea Donker is lector Sociale Veiligheid bij Hogeschool Utrecht. Zij is tevens redactieraadlid van Justitiële verkenningen.
Artikel

Hoog betrouwbaar organiseren in het OM

Beelden uit parketten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2012
Trefwoorden Public Prosecutor’s Office, high reliability organization (HRO), HRO principles, professional culture, error prevention
Auteurs H. de Bruine, H. Fijn en P. de Beer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article deals with possibilities for the Public Prosecutor’s Office in the Netherlands to learn from high reliability organizations (HROs). The authors draw a picture on the basis of information, gathered between 2008 and 2010. While dealing with mistakes or faults much emphasis is often laid upon a professional attitude, written handbooks and discipline as essential conditions. The experience with HROs shows that at the same time mental processes are needed for fast detection and containment of developing problems. These mental processes, heaped together as ‘collective mindfulness’, refer to the picking up of weak signals and the resilient reacting upon incidents. The authors show to what extent the Public Prosecutor’s Office makes use of these processes. The level of training and education and the ‘hands on’ mentality of the average Public Prosecutor build a firm foundation for reliability. Reflection and to what extent knowledge is shared seem liable for improvement. Adapting (elements of) the HRO philosophy may prove an effective way to foster the actual exchange and use of knowledge within the Public Prosecutor’s Office and thus raise its reliability.


H. de Bruine
Drs. Herman de Bruine is als docent en onderzoeker verbonden aan de Haagse Hogeschool. Van 1986 tot 2008 was hij in verschillende functies werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen.

H. Fijn
Mr. Herman Fijn, MC is zelfstandig organisatieadviseur. Van 1998 tot 2010 was hij als adviseur werkzaam bij Prisma, het interne organisatieadviesbureau van de rechtspraak en het Openbaar Ministerie.

P. de Beer
Mr. drs. Peter de Beer, MPA is strafrechter bij de Rechtbank Utrecht. Van 1994 tot 2010 was hij officier van justitie. In 2010 en 2011 was hij als adviseur werkzaam bij Prisma.
Artikel

Strafrecht voor civilisten deel II: over de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven en nog enkele opmerkingen over schadeverhaal via het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Schadefonds geweldsmisdrijven, affectieschade, voeging in het strafproces, shockschade, voorschotregeling
Auteurs Mr. A.H. Sas
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2012 is de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking getreden. Hierdoor is met name de mogelijkheid voor nabestaanden om een uitkering te krijgen uitgebreid. Meest in het oog springend is dat zij een uitkering voor affectieschade van het fonds kunnen krijgen. Daarnaast bespreekt de auteur enkele ontwikkelingen omtrent de vordering benadeelde partij in het strafproces (de zogenoemde voeging). Dit mede in het licht van de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, die per 1 januari 2011 in werking is getreden. In dit verband wordt behandeld: het verruimde ontvankelijkheidscriterium, strafrechtelijke jurisprudentie omtrent shockschade en samenloop van de voeging met een civiele procedure.


Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.

    Beroep klaagster op haar verschoningsrecht minder zwaarwegend dan het belang bij een zorgvuldige en zo objectief mogelijke waarheidsvinding: klacht ongegrond

Artikel

Compliance by design

Het inbouwen van regelgeving in bedrijfsprocessen en informatiesystemen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2012
Trefwoorden procesanalyse, business process management, compliance by design, toezicht
Auteurs Dr. J. Hulstijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Het naleven van regelgeving en het toezicht daarop steunen op informatieverwerking. Informatiesystemen worden ingezet voor het verzamelen en beoordelen van bewijs dat men aan de regels voldoet, maar ze worden ook steeds vaker ingezet om gedrag te beïnvloeden. Bedrijfsprocessen en informatiesystemen worden dan zo ontworpen dat men als vanzelf aan de regels voldoet: ‘compliance by design’. In deze bijdrage wordt besproken op welke wijze algemene regelgeving kan worden vertaald in specifieke eisen en definities voor informatiesystemen. Het zet een stappenplan uit voor een juridische procesanalyse en benoemt enkele aandachtspunten die juridische experts kunnen helpen te zorgen dat het resulterende proces effectief is en rechtmatig. Toepassing van het stappenplan wordt geïllustreerd aan de hand van voorbeelden.


Dr. J. Hulstijn
Dr. J. Hulstijn is universitair docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft en coördinator van de nieuwe master’s opleiding Compliance Management. j.hulstijn@tudelft.nl
Praktijk

Kroniek rechtspraak tuchtrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden bedrijfs- en verzekeringsartsen, kindermishandeling, ontvankelijkheid, tandartsen, tuchtmaatregelen, verantwoordelijkheidsverdeling
Auteurs Mr. W.R. Kastelein en mr. E.W.M. Meulemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek geeft een overzicht van de belangrijkste tuchtrechtelijke uitspraken over de periode juli 2010 t/m december 2011 verdeeld over zes onderwerpen, te weten ontvankelijkheid en andere procesrechtelijke vraagstukken, verantwoordelijkheidsverdeling, kindermishandeling, inclusief vraagstukken rond het ouderlijk gezag, bedrijfs- en verzekeringsartsen, tandartsen en (de zwaarte van) de door tuchtcolleges opgelegde maatregelen.Vermeldenswaard is dat het Centraal Tuchtcollege ten aanzien van de ontvankelijkheid een ruimere koers is gaan varen. Bij de verantwoordelijkheidsverdeling valt op de rol van de supervisor/opleider en de verantwoordelijkheid voor medeondertekening van ontslagbrieven ook al is er geen sprake van directe betrokkenheid.


Mr. W.R. Kastelein
Willemien Kastelein is advocaat/partner bij KBS Advocaten N.V. te Utrecht.

mr. E.W.M. Meulemans
Erik Meulemans is oud-advocaat, voorheen partner bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.

    Bespreking van het boek Medische professionaliteit en recht van J.K.M. Gevers.


Prof. mr. J.H. Hubben
Joep Hubben is hoogleraar gezondheidsrecht aan het UMC Groningen en de faculteit rechtsgeleerdheid RUG en advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen NV te Arnhem.

    Aan de gemeente komt strafrechtelijke immuniteit toe nu zij de ten laste gelegde gedraging heeft verricht in het kader van een aan haar opgedragen exclusieve bestuurstaak.

Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Artikel

De redelijke termijn in het mededingingsrecht

Nog altijd redelijk?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2011
Trefwoorden redelijke termijn, rechten van verdediging, artikel 6 EVRM, schending
Auteurs Mr. S.M.M.C. Vinken en Mr. M.J. van Joolingen
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit artikel 6 lid 1 EVRM volgt de plicht een procedure binnen een redelijke termijn te berechten. Artikel 6 EVRM is onverkort van toepassing op mededingingsprocedures. Het leerstuk van de redelijke termijn in mededingingszaken is sinds enkele jaren een bekend fenomeen, zowel Europees als nationaal. Het leerstuk is echter nog altijd in ontwikkeling. In deze bijdrage staan wij stil bij de laatste ontwikkelingen op het gebied van de redelijketermijnjurisprudentie in het (Europese) mededingingsrecht.


Mr. S.M.M.C. Vinken
Mr. S.M.M.C. Vinken is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.

Mr. M.J. van Joolingen
Mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij BANNING N.V. te ’s-Hertogenbosch.
Artikel

De strafrechter als executierechter in het kader van het strafvorderlijk kort geding (art. 43 Sv)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden executierechter, strafvorderlijk kort geding, voorwaardelijke invrijheidsstelling, elektronisch toezicht
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of artikel 43 Wetboek van Strafvordering (‘strafvorderlijk kort geding’) zich ook uitstrekte over de executiefase bestond discussie. Inmiddels is het vaste jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. In het artikel geeft de auteur, tot juli 2011 lid van het Hof, een overzicht van de rechtspraak van het Hof in procedures ex artikel 43 Sv over kwesties die de executie van vrijheidsstraffen betreffen. De vraag wordt behandeld welke kwesties de executie aangaande door het Hof wel en welke niet onder de reikwijdte van artikel 43 Sv worden gebracht. Met name wordt aandacht besteed aan beslissingen aangaande voorwaardelijke invrijheidsstelling en elektronisch toezicht en de toetsing daarvan door de rechter. Ook wordt (mogelijke) toekomstige wetgeving op dit terrein besproken. De auteur komt tot de conclusie dat thans een duidelijk toetsingskader voor beslissingen aangaande executie van vrijheidsstraffen ontbreekt. Het Hof heeft een zekere lijn ingezet. Veel beslissingen aangaande de executie kunnen via de weg van artikel 43 Sv aan de strafrechter worden voorgelegd. Een duidelijk criterium voor de beoordeling welke beslissingen daarvan zijn uitgesloten, is er (nog) niet. Ten aanzien van de beslissingen die wel kunnen worden voorgelegd lijkt het Hof (steeds meer) een marginale, administratiefrechtelijke toets aan te leggen. Ten aanzien van beslis- en beroepstermijnen ontbreekt de nodige duidelijkheid. Met het oog op de rechtsbescherming en de rechtszekerheid van de gedetineerde dient ook aan de resterende onduidelijkheid zoveel mogelijk een einde te worden gemaakt.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock was tot 1 augustus 2011 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Thans is hij raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem.
Artikel

De rechtspersoon als enquêtegerechtigde

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2011
Trefwoorden wetsvoorstel tot aanpassing van het enquêterecht, toegang tot enquêteprocedure, rechtspersoon, vennootschap, enquêtegerechtigden
Auteurs Mr. S.C. van Gendt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het wetsvoorstel tot aanpassing van het enquêterecht dat op 8 september 2011 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Er wordt met name ingegaan op de uitbreiding van de kring van enquêtegerechtigden met de rechtspersoon zelf. De auteur plaatst enkele kanttekeningen bij het wetsvoorstel.


Mr. S.C. van Gendt
Mr. S.C. van Gendt is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Praktijk

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2011
Trefwoorden EHRM, EVRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft in het verslagjaar 2010-2011 weer meer zaken afgedaan dan in 2009-2010. Onder de uitspraken bevinden zich er vele die vanuit gezondheidsrechtelijk perspectief interessant zijn, waaronder zaken over een ‘vernederende’ behandeling van een zwangere vrouw door artsen, extra waarborgen voor minderjarigen bij een medische behandeling en de betekenis van persoonlijke autonomie bij beslissingen aan het begin en het einde van het leven. Deze kroniek bevat een beschrijving en analyse van de belangrijkste zaken uit het verslagjaar 2010-2011.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC en redacteur van dit blad.
Toont 181 - 200 van 258 gevonden teksten
1 2 5 6 7 8 10 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.