Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 436 artikelen

x
Artikel

Een algemene nadeelcompensatieregeling, ook in het omgevingsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Omgevingswet, schadevergoeding, gedoogplicht, planschade, nadeelcompensatie
Auteurs Mr. H.J.M. (Hans) Besselink en Mr. J.S. (Jelmer) Procee
SamenvattingAuteursinformatie

    In het licht van de komst van de nieuwe Omgevingswet zijn de auteurs nagegaan of nadeelcompensatiebepalingen in de in de Omgevingswet op te nemen wetten gehandhaafd moeten blijven, of kunnen worden geschrapt bij de invoering van de Wet nadeelcompensatie. Alleen bij het opleggen van een gedoogplicht bestaan fundamentele bezwaren om zonder meer art. 4:126 Awb van toepassing te verklaren. Dergelijke bezwaren bestaan niet bij het schrappen van de bijzondere bepalingen omtrent planschade (en andere limitatieve vergoedingsstelsels). Wel zou in een aantal gevallen (bevoegde rechter, afwenteling en adoptie) een bijzondere regeling in aanvulling op de nieuwe afdeling 4.5 van de Awb wenselijk zijn.


Mr. H.J.M. (Hans) Besselink
Mr. H.J.M. (Hans) Besselink is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. J.S. (Jelmer) Procee
Mr. J.S. (Jelmer) Procee is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Casus

De inclusieve wetgever als groeiend ideaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden inclusieve wetgeving, inclusiviteit, modificatie, codificatie, instrumentele wetgeving, wetgevingsbeleid
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontwikkeling van ons wetgevingsbeleid, in het bijzonder het Integrale afwegingskader en de internetconsultatie, bevordert in toenemende mate het ideaal van de inclusieve wetgever. Dit ideaal is leidend in de fase van de ambtelijke voorbereiding, niet in de politieke fase van wetgeving. De Kamer sluit wel aan bij de resultaten van de inclusieve voorbereiding, is soms zelfs bereid daarvoor plaats te maken. Dat is in strijd met het (formele) systeem van onze democratie, maar juist door de inclusieve benadering in de ambtelijke voorbereiding lijken we ons geen grote democratische zorgen te hoeven maken. Toenemende inclusiviteit van wetgeving, waarbij de normadressaten (onder ambtelijke regie) soms grote invloed op de uiteindelijke normering wordt gelaten, roept wel de vraag op of de begrippen modificatie en instrumentele wetgeving nog wel van toepassing zijn op de huidige wetgeving.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is werkzaam bij het Fellow Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Pfandbriefe, covered bonds of gedekte obligaties

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden covered bond, gedekte obligatie, Pfandbrief, UCITS
Auteurs Mr. A.H. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Covered bonds ofwel gedekte obligaties ofwel Pfandbriefe zijn belangrijke financieringsinstrumenten voor banken. In Nederland is per 1 januari 2015 een nieuwe wettelijke regeling voor gedekte obligaties ingevoerd. De auteur beschrijft het fenomeen covered bonds en de nieuwe wettelijke regeling.


Mr. A.H. Scheltema
Mr. A.H. Scheltema is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Dublin: blind interstatelijk vertrouwen is een fictie

Over inwilligingspercentages en overdrachten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2015
Trefwoorden asylum seekers, Dublin Regulation, mistrust, distribution key, solidarity
Auteurs Mr. R. Bruin, Mr. S.G. Kok en Prof. mr. dr. A. Terlouw
SamenvattingAuteursinformatie

    In light of the high numbers of persons entering the EU via the southern borders and the current uneven distribution of asylum seekers (five Member States of the EU currently received in 2014 more than 70% of the total amount of refugees), there is a clear and urgent need for the EU ministers to ensure a fairer distribution of asylum seekers within the EU. The Dublin Regulation’s system of allocating the responsibility for an asylum request does not offer a solution for this challenge, also because Member States cannot have a blind faith in the standards of a number of states for processing asylum requests. There are significant differences in the application of the law and the procedures.


Mr. R. Bruin
Mr. René Bruin is Head of Office UNHCR te Den Haag.

Mr. S.G. Kok
Mr. Stefan Kok is docent aan het Instituut voor Immigratierecht van de Universiteit Leiden.

Prof. mr. dr. A. Terlouw
Prof. mr. dr. Ashley Terlouw is hoogleraar rechtssociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Jurisprudentie

Hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2015
Auteurs Mr. drs. F.J.P. Lock

Mr. drs. F.J.P. Lock
Artikel

Waarom is er zo weinig wetgevingsonderwijs in de universitaire rechtenopleiding?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden academische rechtenopleiding, wetgevingsonderwijs, socialiseringsproces, rechtswetenschap, judocentrisme, jurist, rechtsvorming, civiel effect
Auteurs W.J.M. Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag gesteld waarom er zo weinig wetgevingsonderwijs terug te vinden is in de academische opleidingen rechtsgeleerdheid, en dat terwijl wetgeving toch de voornaamste bron van rechtsvorming is. Dat is waarschijnlijk te wijten aan een combinatie van cultuurelementen in de juridische curricula, die juristen opleiden – socialiseren – in redeneer- en argumentatievaardigheden en het rolmodel van de rechtsvindende rechter centraal stellen. Nu de aard van het juridische werk en de rechtswetenschap van karakter veranderen, is er alle aanleiding de juridische academische opleidingen nader te doordenken. Wie die wil herzien, dient zich wel goed rekenschap te geven van de culturele aspecten van de rechtenopleiding.


W.J.M. Voermans
Prof. dr. W.J.M. Voermans is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Slachtoffer- en herstelgericht werken in Justitiële Jeugdinrichtingen: nieuwe data, groeimodel en advies

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Europese Slachtofferrichtlijn, slachtoffergericht werken,, herstelgericht werken, justitiële jeugdinrichtingen
Auteurs Anneke van Hoek
SamenvattingAuteursinformatie

    This article provides data about qualitative and quantitative research that was executed in juvenile detention centres in The Netherlands in the framework of the EU-funded Restorative Justice in Europe project. The results of a survey amongst 75 staff members are presented. Special attention is paid to the restorative handling of internal conflicts and crimes within the detention centre. Restorative Justice Nederland, executing this research, also developed a self-assessment tool for prisons, the Organisational Maturity Grid Restorative Practices, that can be used to assess how ‘mature’ restorative practices are within an organisation. Based on this maturity grid and the data of the research advice is provided on how restorative practices within juvenile detention centres can be brought to the next level.


Anneke van Hoek
Anneke van Hoek (1962) is zelfstandig gevestigd criminoloog en medeoprichter van Stichting Restorative Justice Nederland. Zij was vanuit deze stichting de afgelopen twee jaar projectleider van het Nederlandse deel van het transnationale project Restorative Justice in Europe: safeguarding victims & empowering professionals.
Casus

Vennootschapsrechtelijke werking van aandeelhoudersovereenkomsten: führt jeder Konsequenz zum Teufel?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten, art. 2:8 lid 2 BW
Auteurs W.J. Oostwouder en M. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn verschillende uitspraken gepubliceerd waarin doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten is aangenomen onder de specifieke omstandigheden van het geval. In dit artikel wordt door prof. mr. W.J. Oostwouder en mr. M. Wessel bezien in hoeverre aandeelhoudersovereenkomsten vennootschapsrechtelijke werking hebben. De auteurs zullen zich tevens richten op de principiële vraag in hoeverre de doorwerkingsjurisprudentie leidt tot de conclusie dat de aandeelhoudersovereenkomst bij besluitvorming van een vennootschapsorgaan prevaleert boven het bepaalde in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de statuten. De auteurs signaleren verschillende aandachtspunten bij de beantwoording van deze vraag en dat er wel degelijk een goedaardige, maar niet-onbelangrijke ‘duivel’ om de hoek komt kijken, die dikwijls over het hoofd wordt gezien.


W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is verbonden aan de Universiteit van Utrecht als hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht en is advocaat te Amsterdam.

M. Wessel
Mr. M. Wessel is kandidaat-notaris te Amsterdam.
Artikel

Autonomie: geen recht zonder verantwoordelijkheid

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Koninkrijksrecht, staatsstructuur, Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, Koninkrijksaangelegenheden, autonomie
Auteurs Mr. R.R. Santos do Nascimento
SamenvattingAuteursinformatie

    In de 21ste eeuw blijkt meer dan ooit dat verzorging van het algemeen welzijn een verantwoordelijkheid is die staten niet onafhankelijk kunnen dragen. Dit brengt de noodzaak van steeds meer onderlinge afstemming en samenwerking met zich. Tegen deze achtergrond onderzoekt de auteur hoe de autonomie van de Caribische Landen binnen het Koninkrijk moet worden opgevat, waarbij hij tot de conclusie komt dat de belangen van burger en Koninkrijk met zich brengen dat autonomie begrepen moet worden als meer dan enkel een recht dat Nederland dient te eerbiedigen: autonomie is ook en vooral een plicht met de daaraan noodzakelijk gekoppelde verantwoordelijkheden.


Mr. R.R. Santos do Nascimento
Mr. R.R. Santos do Nascimento is momenteel werkzaam als wetenschappelijk assistent Staatsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Aruba en werkt aan een dissertatie over de positie van Aruba binnen het Koninkrijk.

Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Praktijk

Crowdfunding, mede mogelijk gemaakt door de wetgever?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Crowdfunding, Financieringsmogelijkheden, AFM, DNB, Wft
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op het fenomeen crowdfunding en het wettelijk kader. Hierbij wordt ingegaan op de Europese en nationale ontwikkelingen op het gebied van crowdfunding en wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de toekomst, waarbij enkele suggesties worden gedaan. Wordt crowdfunding de nieuwe standaard voor financieren?


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Finnius Advocaten te Amsterdam.
Casus

Tegenstrijdig belang: statuten en reglementen van beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Tegenstrijdig belang, Beursvennootschap, Statuten, Reglement, Stemverbod, Corporate Governance Code
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de regeling van het tegenstrijdig belang van bestuurders en commissarissen in de statuten van beursvennootschappen. Aanleiding is de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht op 1 januari 2013 en de veronderstelling dat deze statuten intussen zijn aangepast. Dat blijkt maar ten dele het geval. In meer dan de helft van de onderzochte statuten figureren namelijk nog verouderde, op vertegenwoordiging betrekking hebbende bepalingen inzake het tegenstrijdig belang, soms zelfs in statuten die zijn gewijzigd na 1 januari 2013. De niet aangepaste statuten zijn misleidend als informatiebron over de te volgen handelwijze bij tegenstrijdig belang.
    Een andere bevinding is dat suggesties uit de vakliteratuur voor een adequate statutaire regeling van het tegenstrijdig belang nauwelijks zijn gevolgd.
    Ook de reglementen voor bestuurders en commissarissen van beursvennootschappen zijn onder de loep genomen. De reglementen blijken op het punt van tegenstrijdig belang doorgaans gemodelleerd te zijn naar de Corporate Governance Code. Niettemin bevat een zestal reglementen ook nog verouderde, misleidende bepalingen over het tegenstrijdig belang.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar International Company Law aan de Universiteit en Utrecht en is verbonden aan AKD advocaten en notarissen
Artikel

Problemen in verband met de beperkte erfrechtelijke rechtskeuzemogelijkheid in Nederlands-Duitse verhoudingen: nu en vanaf 17 augustus 2015

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden grensoverschrijdende erfopvolging, Duitsland, rechtskeuze, vererving, afwikkeling, internationaal erfrecht, Europese Erfrechtverordening
Auteurs W. Eule en Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk wordt regelmatig geconfronteerd met nalatenschappen die raakvlakken hebben met zowel Duitsland als Nederland. De afwikkeling hiervan verloopt niet altijd even soepel, onder meer als gevolg van de afwijkende regels van internationaal erfrecht in Duitsland en Nederland. De rechtskeuzemogelijkheid van de erflater biedt meestal ook slechts beperkt uitkomst. In deze bijdrage worden de huidige problemen rondom toepasselijk erfrecht en rechtskeuze in Duits-Nederlandse verhoudingen in kaart gebracht en, waar mogelijk, van een (praktische) oplossing voorzien. Bovendien wordt onderzocht welke van deze problemen onder de Erfrechtverordening (vanaf 17 augustus 2015) zullen zijn opgelost en hoe met oude en nieuwe rechtskeuzes moet worden omgegaan in de Duits-Nederlandse boedelpraktijk.


W. Eule
W. Eule is advocaat en notaris in Neuenhaus, Duitsland.

Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade advocaten en notarissen te Groningen.
Artikel

Recht op toegang tot een advocaat in het strafproces.

Enkele gedachten naar aanleiding van de implementatie van Richtlijn 2013/48/EU.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Richtlijn 2013/48/EU, recht op toegang tot een raadsman, Salduz
Auteurs Prof. mr. Jan Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 oktober 2013 werd Richtlijn 2013/48/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. Deze Richtlijn bevat onder meer minimumvoorschriften betreffende het recht van de verdachte op toegang tot een advocaat in strafprocedures. De advocaat moet op zijn beurt de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen. De Richtlijn dient uiterlijk op 27 november 2016 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de (mogelijke) gevolgen van de implementatie van de Richtlijn voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb. EU 2013, L 294.


Prof. mr. Jan Boksem
Prof. mr. J. (Jan) Boksem is werkzaam als bijzonder hoogleraar verdediging in strafzaken bij Maastricht University en is tevens advocaat bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten te Leeuwarden.
Artikel

Staten-Generaal en wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden wetgevende rol, Tweede Kamer, Eerste Kamer, kabinetsformatie, democratie
Auteurs Mr. dr. W. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel bepaalde constitutionele idealen (zoals democratie) nopen tot een zekere parlementaire betrokkenheid bij wetgeving, is het vrijwel onmogelijk harde juridische maatstaven en arrangementen te verzinnen die Kamerleden dwingen intensiever gebruik te maken van hun wetgevende bevoegdheden. Via de kabinetsformatie laat met name de Tweede Kamer haar invloed op de wetgeving overigens wel degelijk gelden. Hierdoor wordt de democratische invloed op wetgeving strikt genomen niet kleiner, maar wel minder zichtbaar. Om deze zichtbaarheid te vergroten worden suggesties gedaan als een terugkeer naar de wetgevingsenquête, uitbreiding van het aantal rapporteurschappen en het verruimen van partijpolitieke ondersteuning.


Mr. dr. W. van der Woude
Mr. dr. W. van der Woude is universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open De problematie van strafbaarheid van hulp bij zelfdoding door een niet-medicus

De zaak Heringa en de maatschappelijke roep om zelfbeschikking

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (2001), Hulp bij zelfdoding door een niet-arts, Zelfbeschikking, Zaak Heringa
Auteurs Mr. Marjolein Rikmenspoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently there’s a lot of debate within the Netherlands about the criminality of assistance by someone who’s not a doctor towards the death of a loved one. In the Heringa lawsuit a son has helped his (step)mother who wished to no longer live (considered her life to be ‘completed’) to die at an age of 99. The helper non-doctor risks criminal pursuit and punishment. The central argument of the lobby to establish a more humane approach towards the persevered need is personal autonomy. This article aims to clarify the debate and to stimulate another way of thinking towards the situation of, mostly, elderly who want to decide and act independently regarding their death.


Mr. Marjolein Rikmenspoel
Mr. M.J.H.T. Rikmenspoel MA is geestelijk verzorger, auteur van twee boeken over spirituele intelligentie en publiciste.
Artikel

Is er behoefte aan bestendige wetgeving?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingsbeleid, bestendigheid, rechtszekerheid, normenhiërarchie, flexibele regelgeving
Auteurs Mr. G.J.M. Evers
SamenvattingAuteursinformatie

    Klachten over het gebrek aan bestendigheid van wetgeving zijn niet nieuw. De overheid wil steeds opnieuw door wetgeving uitvoering geven aan nieuw beleid. Hierbij wordt de noodzaak van verandering niet altijd onderbouwd en worden de effecten van nieuwe wetgeving niet altijd goed onderzocht. Bestendigheid van wetgeving is belangrijk. Het draagt bij aan de uitvoerbaarheid, de handhaafbaarheid, de eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid en de effectiviteit en efficiëntie van wetgeving. Tegelijkertijd is ook van belang dat de wetgeving een bestendig kader kan bieden zonder te veel aan flexibiliteit in de weg te staan. Het is de uitdaging om een balans te vinden tussen daadkracht en continuïteit, flexibiliteit en rechtszekerheid en snelheid en zorgvuldigheid.


Mr. G.J.M. Evers
Mr. G.J.M. Evers is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Wetgevingsbeleid springlevend!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingskwaliteitsbeleid, nota Vertrouwen in wetgeving, kwaliteit van wetgeving, wetgever, wetgevingsbeleid
Auteurs Drs. S.A.P.J. van Melis
SamenvattingAuteursinformatie

    De nota ‘Vertrouwen in wetgeving’ heeft gezorgd voor een koerswijziging in het wetgevingskwaliteitsbeleid. In de afgelopen tien jaren heeft dit veel concrete resultaten opgeleverd om de kwaliteit van wetgeving te verbeteren. Dit is in tegenspraak met de eerste stelling bij het proefschrift van M. Bokhorst, Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag, die stelt dat het wetgevingsbeleid anno 2014 op sterven na dood lijkt. Een terecht gebruik van het woord ‘lijkt’, want het wetgevingsbeleid is springlevend. Dit artikel beschrijft de koerswijziging in het wetgevingskwaliteitsbeleid en de bereikte resultaten. Met het oog op de toekomst worden enkele perspectieven voor het wetgevingsbeleid geschetst.


Drs. S.A.P.J. van Melis
Drs. S.A.P.J. van Melis is coördinerend raadadviseur bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid, directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Casus

Governance en bescherming van banken

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden banken, publiek belang, publiek aandeelhouderschap, privatisering, Interventiewet, overheidsinvloed, vijandige overnames, beschermingsconstructies, certificering
Auteurs Prof. mr. D.F.M.M. Zaman, Mr. G.M. Portier en Mr. dr. J. Nijland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vraag welke publiek- en privaatrechtelijke mogelijkheden er bestaan om op permanente wijze een bank (of andere financiële instelling) te beschermen tegen beleid dat niet gericht is op het publieke belang. Daarbij worden mogelijke publiek- en privaatrechtelijke instrumenten vergeleken en geplaatst in een nationaal- en Europeesrechtelijk kader. Aangezien publiekrechtelijke instrumenten uit hoofde van de Interventiewet slechts onder bepaalde voorwaarden inzetbaar zijn (dreigende insolventie van de onderneming of instabiliteit van het financieel stelsel) en traditionele beschermingsconstructies slechts kunnen worden ingezet ter voorkoming van vijandige overnames, zien de auteurs mogelijkheden voor het gebruik van aanvullende privaatrechtelijke instrumenten ter stimulering van beleid van banken gericht op het publieke belang.


Prof. mr. D.F.M.M. Zaman
Prof. mr. D.F.M.M. Zaman is notaris te Rotterdam, (bijzonder) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Utrecht en (gewoon) hoogleraar Notarieel ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.

Mr. G.M. Portier
Mr. G.M. Portier is notaris te Amsterdam.

Mr. dr. J. Nijland
Mr. dr. J. Nijland is universitair docent aan de Universiteit Leiden.
Toont 181 - 200 van 436 gevonden teksten
1 2 6 7 8 10 12 13 14 21 22
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.