Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 329 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2014 x Rubriek Article x
Artikel

Arrest Jetair: wanneer brengt een maatregel het resultaat van de richtlijn in gevaar?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden onthoudingsplicht, richtlijnen, rechtstreekse werking, overgangsregeling
Auteurs Mr. Sim Haket
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest Jetair van het Hof van Justitie wordt in deze bijdrage bestudeerd met het oog op de in het arrest Inter-Environnement Wallonie 1x HvJ EG 18 december 1997, zaak C-129/96, Inter-Environnement Wallonie ASBL/Région wallonne, ECLI:EU:C:1997:628. Zie voor een bespreking van dit arrest o.a. S.F. Blockmans, ‘Inter-Environnement Wallonie: nieuw stuk in de puzzel van artikel 5 EG’, NTER 1998, p. 84, waarin ook de relatie tussen de onthoudingsplicht en staatsaansprakelijkheid wordt besproken en C.W.A. Timmermans, ‘Zaak C-129/96 Inter-Environnement Wallonie’, SEW Tijdschrift voor Europees en economisch recht 1998, p. 476. ontwikkelde verplichting voor lidstaten om zich gedurende de omzettingstermijn van een richtlijn te onthouden van maatregelen die het door deze richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar kunnen brengen. In de analyse van het arrest ga ik in op de relatie tussen de onthoudingsplicht en rechtstreekse werking en wordt in kaart gebracht welke verplichtingen de onthoudingsplicht op welke momenten voor lidstaten bevat. Jetair laat vooral zien dat voor de beoordeling of een maatregel het door de richtlijn voorgeschreven resultaat ernstig in gevaar kan brengen voor sommige richtlijnbepalingen naar de richtlijndoelstellingen moet worden gekeken, terwijl dit voor andere richtlijnbepalingen niet het geval is.
    HvJ EU 13 maart 2014, zaak C-599/12, Jetair NV en BTW-eenheid BTWE Travel4you/FOD Financiën, ECLI:EU:C:2014:144.

Noten

  • 1 HvJ EG 18 december 1997, zaak C-129/96, Inter-Environnement Wallonie ASBL/Région wallonne, ECLI:EU:C:1997:628. Zie voor een bespreking van dit arrest o.a. S.F. Blockmans, ‘Inter-Environnement Wallonie: nieuw stuk in de puzzel van artikel 5 EG’, NTER 1998, p. 84, waarin ook de relatie tussen de onthoudingsplicht en staatsaansprakelijkheid wordt besproken en C.W.A. Timmermans, ‘Zaak C-129/96 Inter-Environnement Wallonie’, SEW Tijdschrift voor Europees en economisch recht 1998, p. 476.


Mr. Sim Haket
S.W. (Sim) Haket LLM is als docent Europees recht verbonden aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht
Artikel

De complexiteit van terugvordering van staatssteun

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden staatssteun, terugvordering, civielrechtelijke grondslag, ongerechtvaardigde verrijking
Auteurs Mr. Gijs van Midden en Mr. Gijsbrecht Nieuwland
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de terugvordering van (onrechtmatige of onverenigbare) staatssteun moet nationale grondslag bestaan. Niet steeds biedt het vermogensrecht adequate grondslagen om in civielrechtelijke context verleende steunmaatregelen terug te vorderen. Illustratief voor deze civielrechtelijke complexiteit is de zaak Kliq, waarin de Rechtbank Rotterdam artikel 6:212 BW inzake ongerechtvaardigde verrijking aangrijpt om via geldlening verstrekt voordeel terug te vorderen.
    Rb. Rotterdam 18 september 2013, Staat der Nederlanden/J.R. Maas c.s. qq. (Kliq), ECLI:NL:RBROT:2013:9330


Mr. Gijs van Midden
Mr. G.J. (Gijs) van Midden is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. Dit kantoor is niet betrokken bij de in deze bijdrage besproken procedure bij de Rechtbank Rotterdam.

Mr. Gijsbrecht Nieuwland
Mr. G.C. (Gijsbrecht) Nieuwland is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. Dit kantoor is niet betrokken bij de in deze bijdrage besproken procedure bij de Rechtbank Rotterdam
Artikel

Downloadverbod; einde illegaal downloadgenot? – Het arrest ACI Adam BV e.a. inzake de thuiskopievergoeding

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden Auteursrechtelijke bescherming, Thuiskopievergoeding, Auteursrechtrichtlijn, Auteurswet, Privégebruikuitzondering
Auteurs Mr. Masuma Shahid
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest ACI Adam BV e.a. is het eindresultaat van een jaren lang slepend conflict tussen een aantal elektronicaproducenten en Stichting de Thuiskopie omtrent de thuiskopievergoeding. In dit arrest verschaft het Hof van Justitie van Justitie duidelijkheid omtrent de (strikte) interpretatie en uitleg van de uitzonderingen en beperkingen van het reproductierecht uit de Auteursrechtrichtlijn. De lidstaten zijn vrij in het implementeren van de richtlijn, mits zij coherent zijn in het toepassen van de uitzonderingen. Een nationale wettelijke regeling die bij de toepassing van de privégebruikuitzondering geen onderscheid maakt tussen geoorloofde en ongeoorloofde bronnen is onverenigbaar met het Unierecht. Ook mag er in de thuiskopievergoeding geen rekening worden gehouden met schade ontstaan door reproducties uit ongeoorloofde bronnen.
    HvJ EU 10 april 2014, zaak C-435/12, ACI Adam BV e.a./Stichting de Thuiskopie, Stichting Onderhandelingen Thuiskopie Vergoeding, ECLI:EU:C:2014:254


Mr. Masuma Shahid
Mevr. mr. M. (Masuma) Shahid is als wetenschappelijk docent verbonden aan de afdeling Internationaal & Europese Unie Recht, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Codificatie of zelfregulering in de franchisesector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden franchiseovereenkomst, codificatie, zelfregulering, precontractuele informatieplicht
Auteurs Mr. I.S.J. Houben, Mr. J. Sterk en Mr. J.A.J. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of de franchiseovereenkomst in Nederland alsnog een benoemde status dient te krijgen, wordt aanhoudend gediscussieerd in politiek, media en literatuur. Tot nu toe heeft de focus volgens de auteurs te eenzijdig gelegen op codificatie. In deze bijdrage bepleiten zij dat naast codificatie, mede naar aanleiding van kort rechtsvergelijkend onderzoek, ook zelfregulering een serieus te overwegen optie is.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Sterk
Mr. J. Sterk is advocaat-partner bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Mr. J.A.J. Devilee
Mr. J.A.J. Devilee is student-stagiaire bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.
Artikel

Huurprijsbescherming in strijd met art. 1 EP?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden huurprijsverhoging, art. 1 EP, bescherming van eigendom, ongestoord genot van eigendom
Auteurs Mr. M.L. Tuil
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aan de hand van het arrest Nobel/Brommert besproken of het Nederlandse stelsel van huurprijsbescherming art. 1 EP schendt, en zo ja, op welke wijze een dergelijke schending kan worden geredresseerd.


Mr. M.L. Tuil
Mr. M.L. Tuil is universitair docent aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Artikel

Enkele opmerkingen naar aanleiding van HR 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:415 (Immun Age/Neo-River)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden pandrecht, afstand, vordering, zekerheidsrecht, schuldeisersbevoegdheden
Auteurs Prof. mr. R.M. Wibier
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over het recente arrest Immun Age/Neo-River dat gaat over de bevoegdheidsverdeling tussen pandgever en pandhouder bij een vordering. Daarbij wordt speciaal stilgestaan bij de vraag in hoeverre het arrest aansluit bij eerdere rechtspraak van de Hoge Raad.


Prof. mr. R.M. Wibier
Prof. mr. R.M. Wibier is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.

    Verschil sleufsilo en voedersilo. Bouwkundige hoedanigheid. Uitleg Bor.

    SER-ladder. Long-stayparking. Stedelijke ontwikkeling.

    Overwegingen ten aanzien van de omvang van het normaal maatschappelijk risico.

    Permanente bewoning. Verbindendheid beheersverordening. Overgangsrecht. Uitleg Bro.

Artikel

De rol van DNA bij het vinden van een dader

Het succesverhaal rond DNA als opsporingsmiddel in perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Forensic process, Crime Scene, Scene of Crime Officer, DNA-typing, DNA-database
Auteurs Anna Mapes Msc, Dr. Christianne de Poot en Prof. dr. Ate Kloosterman
SamenvattingAuteursinformatie

    Current statistics are unclear about the contribution of DNA as a crime-fighting tool. To obtain an objective view on the effectiveness to use DNA as intelligence information we analyzed all forensic reports from serious (N=116) and high volume crime cases (N=2791) over the year 2011 at one police region in the Netherlands. DNA-profile results show that 38 percent of the serious crime traces (N=384) and 17 percent of the high volume crime traces (N=386) did not result in a DNA-profile. Turnaround times of these DNA-traces from crime scene to DNA-report were relatively long; for serious crimes 66 days and for high volume crimes 44 days. Based on these results a suspect was truly identified through a match with the Offender DNA-database of the Netherlands in 3 percent of the serious crime cases and in 1 percent of the high volume crime cases. Insight in DNA-results and adjustments in the analysis process could benefit the use of DNA as a crime-fighting tool.


Anna Mapes Msc
A.A. Mapes, MSc Forensic Science is promovendus forensisch onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is lector forensisch onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie.

Prof. dr. Ate Kloosterman
Prof. dr. A.D. Kloosterman is DNA-deskundige op het Nederlands Forensisch Instituut en bijzonder hoogleraar forensische biologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Determinanten van deelname aan een resocialisatieprogramma in Nederlandse penitentiaire inrichtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Prison, reducing recidivism, correctional treatment, Resocialisation, treatment engagement
Auteurs Anouk Bosma MSc, Dr. Maarten Kunst, Dr. Anja Dirkzwager e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The current study examined the extent to which risk factors and treatment readiness were related to prison based treatment engagement (i.e. participation and completion), using a large sample of detainees who were a candidate for the Prevention of Recidivism program. Analyses showed that offenders who were treatment ready were over two times more likely to complete treatment programs, compared to offenders who were not. Risk factors did, for the most part, not correlate with treatment participation and completion. Outcomes underlined the importance of motivational aspects and showed the significance of enhancing treatment readiness amongst correctional resocialisation participants.


Anouk Bosma MSc
A.Q. Bosma, MSc is promovenda bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Maarten Kunst
Dr. M.J.J. Kunst is universitair hoofddocent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Een benadering op maat

Resultaten van een Q-studie naar behoeften in de omgang met groepsleiders bij jongens in een justitiële jeugdinrichting

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Juvenile correctional facility, incarcerated boys, interaction preferences, Q methodology, group workers
Auteurs Drs. Marie-José Geenen
SamenvattingAuteursinformatie

    The quality of the relationship between boys and group workers in a correctional youth facility determines a part of the success of their incarceration. In a Q-study is examined what incarcerated boys consider as important in (the interaction with) group workers. There are four preferences discerned: anxious & willingly; rebellious & defensive; autonomous & indifferent; dependent & approachable. The needs in dealing with group workers of these four differ. Understanding and awareness of these preferences can provide tools for the treatment of boys in a correctional facility. It can enlarge the opportunity for a good relationship and the boys’ readiness to change.


Drs. Marie-José Geenen
Drs. M.-J. Geenen is docent bij de Academie Sociale Studies, onderzoeker bij het lectoraat Jeugd & Veiligheid van Avans Hogeschool en promovendus aan de Open Universiteit.
Artikel

‘We zijn geen padvinders’

Een verkennend onderzoek naar de criminele carrières van leden van één procent motorclubs

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Outlaw Motorcycle Gangs, one percenters, criminal careers, adult onset
Auteurs Prof. Dr. Mr. Arjan Blokland, Melvin Soudijn en Dr. Eric Teng
SamenvattingAuteursinformatie

    Using officially registered conviction history data, this study examines the criminal careers of 601 members of Dutch outlaw motorcycle gangs, identified as such by the Dutch police. We find that the average 1% er in our sample is a 44-year-old, Dutch-born male. The large majority of these 1% ers have been convicted for a crime at least once. One in four convicted 1% ers can be classified as a chronic offender accumulating over ten convictions from age 12 until 2013. The large majority of 1% ers experiences an adult onset of their officially registered criminal career, with almost half acquiring their first conviction when they are aged 30 or older, challenging the generality of criminology's accepted conclusions about criminal career development.


Prof. Dr. Mr. Arjan Blokland
Prof. Dr. Mr. A.A.J. Blokland is senior Onderzoeker Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving en Bijzonder Hoogleraar Criminology and Criminal Justice, Universiteit Leiden.

Melvin Soudijn
Politie, Landelijke Eenheid afdeling Analyse & Onderzoek

Dr. Eric Teng
Dr. M.R.J. Soudijn is Senior Onderzoeker, Landelijke Eenheid, afdeling Analyse & Onderzoek.
Artikel

The Use of Mediation in Tax Disputes – UK Position

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2014
Trefwoorden mediation, Tax disputes, HMRC, international arena
Auteurs Peter Nias en Nigel Popplewell
SamenvattingAuteursinformatie

    The article looks at the background to the use of mediation as a tool for resolving tax disputes between the UK tax authorities (HMRC) and UK taxpayers. It explains HMRC's litigation and settlement strategy which comprises the broad structure within which HMRC must operate to resolve such disputes. It then looks at specific guidance published by HMRC dealing with ADR and mediation in particular. The operational elements of this guidance, and the authors practical experience of them are then described, as are their views, with the limitations of the process. Finally the authors look at the application of ADR in the international arena.


Peter Nias
Peter Nias is a barrister and CEDR accredited mediator. He is a member of Pump Court Tax Chambers in their ADR Unit, a member of CEDR’s Tax Panel of mediators and has collaborated with CEDR to create the Tax Disputes Resolution Hub. Until 2012 he was a partner and solicitor in the law firm of McDermott Will & Emery UK LLP, where he was head of the Tax Practice and its Tax Dispute Resolution Group. Since qualifying in 2010 as an CEDR Accredited Mediator, Peter has been focussing his time advising clients on mediation and premediation strategies for resolving tax disputes. He has been working with HMRC’s Dispute Resolution Unit in developing a collaborative dispute resolution (CDR) Programme for complementing their Litigation and Settlement Strategy.

Nigel Popplewell
Nigel Popplewell is a partner in law firm, Burges Salmon LLP. He is a Fellow of the Chartered Institute of Taxation, a CEDR Accredited Mediator, and deals with all aspects of UK tax, and disputes with UK tax authorities.
Artikel

Mediation van belastinggeschillen in Nederland

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2014
Trefwoorden mediation, tax disputes, internal mediators, tax cases
Auteurs Roelof Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In this publication Roelof Vos gives a summary of the current mediation practice in tax disputes between tax payers and the tax authorities in the Netherlands. As of 2005 the mediation practice in tax matters has grown slowly and is there as alternative for litigation in court. Vos explains the position of so-called internal mediators of the tax authorities, confidentiality in case of criminal offenses and he gives a few practical examples of mediation in tax cases.


Roelof Vos
Roelof Vos (1965) is MfN registermediator en advocaat bij Hertoghs Advocaten-belastingkundigen in Breda/Rotterdam. Vos heeft fiscaal recht gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen en na de ADR mediationopleiding te hebben gevolgd in Amsterdam is hij sinds 2008 registermediator. Vos is mediator – al dan niet via verwijzing door de rechterlijke macht – in zowel fiscale zaken als overige (financiële) zakelijke geschillen. Ook is Vos medeoprichter en bestuurslid van de Vereniging voor Fiscale Mediation.

    In his article, Jurgen Kuiper describes what rules will be included in the law governing mediation in disputes between the tax authorities and a taxpayer (and his or her tax adviser/lawyer) in the Netherlands, based on the draft law proposal initiated by Ard van der Steur, a member of the Dutch Parliament. Jurgen Kuiper describes when and how mediation is achieved, what else is regulated in relation to mediation, and who the mediator will be. He also describes what is new in the draft law proposal in comparison with the content of the mediation agreement which currently in practice is concluded between the tax authorities, the taxpayer (and his or her (tax) adviser/lawyer) and the mediator at the beginning of the mediation. Although the draft law proposal contains some new items, he expects that, in practice, the draft law will hardly make any difference when it comes to mediation in tax disputes. He also expects that regulation of mediation in tax disputes in the law might contribute to mediation in tax matters being taken more seriously.


Jurgen Kuiper
Jurgen Kuiper is als praktijkgroepmanager werkzaam in de algemene fiscale praktijk bij Loyens & Loeff N.V. Daarnaast is hij MfN-registermediator in mediations in conflicten tussen een belastingplichtige en de Belastingdienst en in zakelijke conflicten. Hij is voorzitter van de Vereniging voor Fiscale Mediation (VFM) en een van de auteurs van het boek Mediation in belastingzaken, Anders en effectief (Den Haag: Sdu Uitgevers 2013).
Artikel

Fiscale bemiddeling in België: een curiosum?

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Alternatieve geschillenoplossing, Bemiddeling (Gerechtelijk recht), Fiscale bemiddeling, Fiscale bemiddelingsdienst
Auteurs Wendy Hensen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wendy Hensen analyzes the current Belgian legislation on tax mediation from the perspective of the traditional mediation doctrine. This legislation is in no way connected to the general set of rules on mediation incorporated into the Judicial Code. The question arises whether an internal comparative study between the two separate schemes can shed more light on potential bottlenecks in the current regulation. A comparison reveals significant differences in regard to the importance attributed to certain key elements of mediation, namely the principles of voluntary participation, confidentiality, party self-determination as well as the involvement of an independent and impartial third party who uses mediation methods and techniques. The customary interpretation and understanding of the concept ‘mediation’ apparently doesn’t apply to tax mediation. A brief overview of the Dutch mediation practice in fiscal affairs shows that a more holistic approach, in respect of the aforementioned principles, is nonetheless possible.


Wendy Hensen
Wendy Hensen behaalde in 2008 een masterdiploma rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven en vervolgens in 2009 een tweede masterdiploma forensica, criminologie en rechtspleging aan de Universiteit Maastricht. Zij startte haar loopbaan als advocaat aan de balie van Tongeren. Momenteel schrijft ze een doctoraatsthesis over bemiddeling en de gerechtelijke organisatie aan de Universiteit Hasselt. In 2013 heeft zij een erkende bemiddelingsopleiding gevolgd in burgerlijke en handelszaken.
Artikel

Simulatie onder slachtoffers van schokkende gebeurtenissen

Een pleidooi voor onafhankelijk onderzoek naar de echtheid van psychische klachten in schadevergoedingsprocedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden victims, compensation, malingering, detection
Auteurs Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    High-impact incidents, such as (natural) disasters, severe (traffic) accidents, and exposure to (war) violence, may have severe psychological consequences, both for direct and indirect victims. Such consequences may qualify for financial compensation. However, some victims malinger their psychological status to get compensated for damages they have not suffered. This type of fraudulent behavior costs insurance companies and publicly funded compensation services enormous amounts of money and may eventually make compensation unaffordable. To prevent this from occurring, it is argued that lawyers who need to decide upon victims’ claims for compensation should call in independent experts to evaluate the genuineness of victims’ reported psychological symptoms by administrating a malingering detection test. To enable correct interpretation of the outcome of such a test, the base rate problem is extensively discussed. In short, this problem means that correct test interpretation in individual cases depends on the prevalence of malingering in the population to which a victim belongs. Finally, several counter arguments for the standard assessment of malingering by independent experts are discussed.


Maarten Kunst
Maarten Kunst is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. In 2010 is hij in Tilburg gepromoveerd op de psychosociale gevolgen van slachtofferschap van interpersoonlijk geweld. Daarvoor was hij werkzaam als jurist bezwaar en beroep bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Hij studeerde Nederlands recht en psychologie aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Scripts, de voertuigen van kennis

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden knowledge of law, scripts, medical treatment at the end of life, findings of empirical research
Auteurs Heleen Weyers en Donald van Tol
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents the results of a study into the knowledge of doctors regarding three kinds medical treatment regulation at the end of life, the so-called KOPPEL study. One of the findings of this study is that most doctors know the law that regulates ending life at request (euthanasia) and guideline for palliative sedation quite well. However, hardly any of them know Book 7, Section 450.3 of the Dutch Civil Code, the section that regulates written treatment refusals. Apart from the description of the findings, we elaborate on three reasons that Aubert distinguishes for knowledge of the law: the period the regulation exists, the congruence between habits and norms of the law, and experience with the law. We conclude that Aubert’s factors do indeed explain the differences in knowledge of the doctors. In the discussion we come to the conclusion that sociology of law should not only pay attention to ‘what knowledge of the law is’ (Griffiths, Van Tol) and ‘which factors influence this knowledge’ (Aubert) but also to ‘how knowledge of law can be ascertained’. In our opinion the idea of scripts, as introduced by Schank and Abelson, can be of great help in this respect.


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt zij zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.

Donald van Tol
Donald van Tol is werkzaam als docent bij de Afdeling Huisartsgeneeskunde, UMC Groningen en bij de afdeling Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappij Wetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij verzorgd onderwijs in medische ethiek, medische sociologie, arts-patiënt communicatie en medische professionaliteit. In onderzoek en publicaties gaat zijn aandacht uit naar (de regulering van) medisch handelen rond het levenseinde en naar vraagstukken rondom medicalisering. Van Tol is tevens ethicus-lid van een van de vijf Regionale Toetsingscommissies Euthanasie in Nederland.
Toont 181 - 200 van 329 gevonden teksten
1 2 6 7 8 10 12 13 14 15 16 17
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.