Zoekresultaat: 211 artikelen

De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Artikel x

De komende emancipatie van het slachtoffer

Naar een verbeterde rechtspositie voor gedupeerden van misdrijven

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2009
Trefwoorden slachtoffers, etikettering, spreekrecht, herstelrecht
Auteurs Jan van Dijk

    In Western languages those affected by crime are universally labelled as the sacrificed ones. This label is inspired by the suffering of Jesus Christ and evokes images of helplessness and meekness. It acts as hidden justification for the marginal, self-effacing role of victims in criminal procedure and restorative justice. The author argues for deconstruction of the stereotypical victim label and the creation of more space in criminal procedure for victims as autonomous parties. In his view the recent innovation in Dutch law of a limited Victim Impact Statement still gives victims insufficient voice. He also argues for a reconceptualisation of restorative justice practices as a supplement to the criminal trial rather than as a substitute.

Jan van Dijk
Jan van Dijk is als hoogleraar victimologie verbonden aan INTERVICT, Universiteit van Tilburg.

Mediaberichtgeving over calamiteiten: de magie meester?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2009
Trefwoorden mediaberichtgeving, calamiteiten, voorspelbaarheid, magiefactor
Auteurs Prof. dr. ir. Bastiaan Zoeteman en Drs. ir. Wouter Kersten

    Authorities are increasingly challenged by the globalised media to improve their way of communication to the public. This applies particularly for the management of calamities. In the past government was acting at the top of the information pyramid, but this is no longer the case. Professionals and citizens have become more self reliant and active in collecting information. The hierarchical communication structure has been replaced by a network structure. In case the government is not handling this changed situation adequately it is likely to result in loss of authority and of communication efficiency.In this paper results are presented of two studies carried out in the period 2005-2007 involving in total 110 calamities. The general purpose of the study was to analyze the changing communication landscape of risks and calamities in order to provide government authorities with recommendations to improve communication effectiveness e.g. by applying communication instruments adapted to the new situation. In this context the predictability of the size of the media attention for a calamity has been assessed. If media attention can be predicted in an early phase of the calamity this will provide extra reaction time to authorities and may help to e.g. nominate a spokesperson at the right level from the beginning.The results show that media attention can be reasonably well predicted on the basis of a limited number of criteria. Powerful predictive criteria are e.g. economic damage, number of evacuated people, and a general criterion called the magic factor. This is a container criterion including aspects such as newness, hugeness and related aspects which have as common denominator that they stimulate imagination and have a highly emotional content.Although the study focused on external safety calamities the predictive methodology is also applicable for other types of calamities which have similar time-space characteristics, such as terrorist attacks. Media will however never be completely predictable. Therefore intuition, local expertise, and repeated assessment of the likely media attention are needed to come to a reliable overall judgement.

Prof. dr. ir. Bastiaan Zoeteman
Bastiaan C.J. Zoeteman is bijzonder hoogleraar Duurzaamheidsbeleid in Internationaal Perspectief bij Telos, Universiteit van Tilburg. E-mail: zoeteman@uvt.nl.

Drs. ir. Wouter Kersten
Wouter C. Kersten is onderzoeker bij Telos, Universiteit van Tilburg.

Veilig melden van incidenten in de gezondheidszorg: voorbeelden van (buitenlandse) wetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2009
Trefwoorden patiëntenveiligheid, incidentenmelding, bescherming melder, blame free reporting
Auteurs Prof. mr. Johan Legemaate en Mr. Robinetta de Roode

    In the Dutch health care the importance of reporting adverse events is increasingly recognized. Reporting adverse events is seen as a valuable instrument to assess and improve the quality and safety of patient care. It is widely acknowledged that health care practitioners (physicians, nurses) should be able to report adverse events blame free, to prevent that information reported to improve the quality and safety of care is used for other purposes (e.g. to punish the reporter of other persons involved). Several parties have proposed to enact legislation to protect health care practitioners who report adverse events. In other sectors of the Dutch society, as well as in other countries, such legislation already exists. This legislation may serve as an example for legislative action in the area of Dutch health care.

Prof. mr. Johan Legemaate
Johan Legemaate is juridisch adviseur van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) en bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit. E-mail: j.legemaate@fed.knmg.nl

Mr. Robinetta de Roode
Robinetta de Roode is beleidsmedewerker bij de KNMG.

De Collectieve Winkelontzegging

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2009
Trefwoorden winkelontzegging, overlast, (on)veiligheid, voorzorgsprincipe
Auteurs Loes Wesselink, Marc Schuilenburg en Patrick Van Calster

    Public Private Partnerships (PPS) are becoming one of the most popular answers to problems of crime and disorder. In this contribution, the authors research the Collective Shop Ban, maybe the most successful form of Public Private Partnerships currently operating in the Netherlands. A Collective Shop Ban is a civil measure bestowed upon a person by the shop owner, when s/he displays ‘unwanted behaviour’. As a consequence entry can be denied for every shop assembled in the association of entrepreneurs. In 2007 almost 900 people have been denied access to over 450 shops in the city centre of The Hague. This new form of collaboration between police, public prosecution service and entrepreneurs has already been rewarded with the Regional Crime Control Platform ‘safety award’. However, the authors question the effects of this collaboration. They argue that the Collective Shop Ban creates its own public of ‘unwanted shoppers’, that can be banned from a shopping area by devising new terms of exclusion. This ‘public’ is subjected to new means of power, to be applied by private security guards and shop owners. While entrepreneurs celebrate the possibilities of this civil measure, the authors warn for the juridical and ethical consequences of this measure.

Loes Wesselink
Loes Wesselink is criminologe en werkt als junior onderzoeker-adviseur bij het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement in Den Haag.E-,mail: wesselink.loes@gmail.com

Marc Schuilenburg
Marc Schuilenburg doceert aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. E-mail: m.b.schuilenburg@rechten.vu.nl.

Patrick Van Calster
Patrick Van Calster is universitair hoofddocent aan het departement strafrecht en criminologie van de Universiteit Leiden.E-mail: p.j.v.van.calster@law.leidenuniv.nl

Daderschap van kartelovertredingen, de facilitator beboet

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2009
Trefwoorden Facilitator, Medeplegen, Daderschap, Legaliteitsbeginsel, Artikel 81 EG-Verdrag
Auteurs Mr. Robbert de Bree

    In hoeverre is bij bepalen de normadressaat/het daderschap van kartelovertredingen een begrip als medeplegen of medeplichtigheid een aan te leggen criterium? Richt het kartelverbod zich ook tegen een facilitator? En verhoudt zich dat wel met het legaliteitsbeginsel? Voor die vragen zag het Gerecht van Eerste Aanleg zich gesteld in de zaak van AC-Treuhand AG, waarin het op 8 juli 2008 arrest wees (T-99/04 AC Treuhand AG t. Commissie).

Mr. Robbert de Bree
Robbert de Bree is werkzaam als advocaat bij Wladimoroff & Waling te ’s-Gravenhage

Verplichtingen binden aan registergoederen

De kwalitatieve verplichting als precisie-instrument

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2009
Trefwoorden kwalitatieve verplichting, registergoederen
Auteurs Prof. mr. N.C. van Oostrom-Streep

    Van Oostrom zet de waarde van de kwalitatieve verplichting voor de contractenrechtpraktijk uiteen. Van Oostrom meent dat de kwalitatieve verplichting – een overeenkomst-met-zakelijke-werking – voortreffelijk dienst kan doen als het gaat om de wens om met zakelijke werking verplichtingen te verbinden aan registergoederen: enerzijds is er de flexibiliteit van het contract als het gaat om de mate van binding, anderzijds de kracht van de binding wanneer deze eenmaal is overeen gekomen.

Prof. mr. N.C. van Oostrom-Streep
Prof. mr. N.C. van Oostrom-Streep is hoogleraar notarieel recht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, Raadsheer-Plaatsvervanger bij het Gerechtshof Arnhem en adviseur van een notariskantoor (nora.van.oostrom@vdstap.com).

De (tijdelijke) maatregelen tegen short selling in Nederland, Engeland en de Verenigde Staten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2009
Trefwoorden short selling, securities lending, Wet op het financieel toezicht, Pensioenwet, Securities Act 1933, Securities Exchange Act 1934, SEC, Financial Services and Markets Act 2000, AFM, FSA, Marktmanipulatie
Auteurs Mr. M. Kuilman en Mr. J.M. Poelgeest

    Met ingang van 11 oktober 2008 is de AFM bevoegd om in geval van bijzondere omstandigheden ter bevordering van de ordelijke en transparante financiële marktprocessen algemeen verbindende voorschriften vast te stellen, zonder dat een daarvoor in aanmerking komende representatieve vertegenwoordiging van onder toezicht staande ondernemingen moet zijn geraadpleegd. De AFM maakte direct van haar uitgebreide bevoegdheid gebruik en kondigde de Tijdelijke Regeling inzake Short Selling af. In Nederland is het verbod op short selling nog steeds van kracht. De maatregelen tegen short selling in Engeland en de Verenigde Staten zijn inmiddels alweer opgeheven. Een verbod op securities lending, hetgeen short selling kan faciliteren, wordt niet wenselijk geacht.

Mr. M. Kuilman
Mr. M. Kuilman is als advocaat werkzaam bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Mr. J.M. Poelgeest
Mevrouw mr. J.M. van Poelgeest is als advocaat werkzaam bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Europese rechtspraak op het terrein van winstbelastingen bezien vanuit Nederlands perspectief

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2009
Trefwoorden vennootschapsbelasting, EG- Verdrag, winstbelasting, Europees Hof van Justitie
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman en Dr. M.G. de Weerdt-de Jong

    Bouwman en de Weerdt-de Jong beantwoorden in hun bijdrage de vraag in hoeverre belangrijke onderdelen van de Nederlandse Wet Vpb 1969 verenigbaar zijn met de vrijheden die zijn verankerd in het EG-verdrag, Alvorens deze vraag te beantwoorden schetsen zij een beeld van de rol van het Europese recht op het terrein van de winstbelastingen. Zij komen tot een achttal conclusies en doen waar nodig een aanbeveling tot wijziging.

Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar algemeen belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dr. M.G. de Weerdt-de Jong
Dr. M.G de Weerdt-de Jong is universitair docent belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Toezicht op (frauduleuze) beleggingsfondsen: systeem van uitzonderingen en vrijstellingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2009
Trefwoorden beleggingsfondsen, fraude, Wft, toezicht, kredietcrisis, Madoff
Auteurs Mr. H.E. Wegman

    Beleggingsfondsen vormen een niet meer weg te denken onderdeel van de moderne financiële markten. De recent aan het licht gekomen fraudepraktijken met deze fondsen waarvan naast particuliere beleggers ook grote bankinstellingen slachtoffer zijn geworden, doen de vraag rijzen in hoeverre het toezicht op beleggingsfondsen tekortschiet. In haar bijdrage bespreekt Wegman hoe het toezicht op beleggingsfondsen in Nederland is geregeld en of er een noodzaak bestaat tot aanpassing van de regelgeving met betrekking tot het toezicht op beleggingsfondsen. Wegman doet tevens een aantal suggesties ter verbetering van dit toezicht.

Mr. H.E. Wegman
Mevrouw mr. H.E. Wegman is als docent/onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Afdeling Ondernemingsrecht, Universiteit Leiden.

Het handelsregister volop in beweging

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2009
Trefwoorden Kamer van Koophandel, Basisregister, nieuwe inschrijvers, jaarstukken, privacy
Auteurs Mr. V.A.E.M. Meijers en Mr. S. Asberg

    Sinds 1 juli 2008 is de vernieuwde handelsregisterwetgeving van kracht. Kamers van Koophandel zijn ruim een half jaar bezig in hun functie van beheerder van een basisregister. Het handelsregister als basisregister is het unieke bestand van kwalitatief hoogwaardige gegevens betreffende ondernemingen en rechtspersonen waar in beginsel de overheid verplicht haar gegevens vandaan moet halen. Kamers van Koophandel hebben een vernieuwde rol met meer verantwoordelijkheid. De hervorming tot basisregister brengt mee dat er een grote groep nieuwe inschrijvingsplichtigen is, waaronder vrije beroepsbeoefenaren en openbare maatschappen. Voor sommigen geldt dat zij zich kunnen inschrijven binnen de geldende overgangstermijn.

Mr. V.A.E.M. Meijers
Mr. V.A.E.M. Meijers is notaris bij Civil Code N.V. te Den Haag, universitair docent aan de Universiteit Leiden en lid van de Handelsregisterraad (meijers@civilcode.nl).

Mr. S. Asberg
Mevrouw mr. S. Asberg is juridisch adviseur en werkzaam bij Civil Code N.V.

De substitutiebevoegdheid van de statutaire procuratiehouder

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2009
Trefwoorden statutaire procuratiehouder, substitutie(bevoegdheid)
Auteurs Mr. G.C. van Eck

    In dit artikel wordt ingegaan op de vraag of het in de praktijk vaak voorkomende probleem van het ontbreken van een duidelijke toekenning van substitutiebevoegdheid aan een procuratiehouder van een nv of bv kan worden voorkomen door de aanstelling van een statutaire procuratiehouder.

Mr. G.C. van Eck
Mr. G.C. van Eck is werkzaam als notaris bij Loyens & Loeff N.V.

Bestuursrecht op de BES

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden BES, Awb, WarBES, bestuursprocesrecht
Auteurs Mr. L. Ling Ket On en Prof. mr. N. Verheij

    De Algemene wet bestuursrecht (Awb) zal vooralsnog niet gelden op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES). Indien op de BES een Nederlandse wet wordt uitgevoerd door Europees-Nederlandse bestuursorganen, bepaalt de desbetreffende wet zelf in hoeverre de Awb van toepassing zal zijn. Wat de rechtsbescherming betreft, zal voor de BES de Wet administratieve rechtspraak BES gelden die nagenoeg gelijkluidend is aan de Landsverordening administratieve rechtspraak. Beroep wordt ingesteld bij het Hof van Justitie. Naarmate meer en ingrijpender Nederlandse wetten op de BES gaan gelden, zal invoering van de Awb onvermijdelijk zijn. Geleidelijke invoering van de Awb verdient de voorkeur.

Mr. L. Ling Ket On
Mr. L. Ling Ket On is raadadviseur bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie en nauw betrokken bij de wetgeving voor de nieuwe structuur van het Koninkrijk.

Prof. mr. N. Verheij
Prof. mr. N. Verheij is coördinerend raadadviseur bestuursrecht bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie en hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht.

Wetgeving voor de BES

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden BES-wetgeving, Invoeringsystematiek, IBES-lijst, Delegatie, Motie Jurgens
Auteurs Mr. R.A. Schilstra

    In de openbare lichamen BES zal vooralsnog de Nederlands-Antilliaanse regelgeving van toepassing blijven. Deze wordt daarom in de Invoeringswet- en Aanpassingswet BES omgevormd tot Nederlandse regelgeving. Op terreinen waar geen adequate Antilliaanse regelgeving bestaat, zal wel Nederlandse regelgeving van toepassing worden. Het in elkaar vlechten van de twee rechtssystemen is een technisch ingewikkelde wetgevingsoperatie, die in relatief korte tijd moet plaatsvinden. Ten behoeve van een soepele overgang zal BES-regelgeving vaker op lager niveau worden vastgesteld dan in Nederland gebruikelijk is en worden in de Invoeringswet zelfs bepalingen opgenomen die indruisen tegen de motie Jurgens.

Mr. R.A. Schilstra
Mr. R.A. Schilstra is werkzaam als senior juridisch medewerker bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en nauw betrokken bij de totstandkoming van de Invoeringswet BES en Aanpassingswet BES.

De BES-eilanden, de Grondwet en het Europese recht

Over constitutionele en Europeesrechtelijke consequenties van de handhaving van de LGO-status van de BES-eilanden

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden LGO-status, openbaar lichaam, BES-eilanden, afwijking Grondwet
Auteurs Mr. H.G. Hoogers

    De ontmanteling van het land Nederlandse Antillen zal erin resulteren dat de huidige drie eilandgebieden Bonaire, St. Eustatius en Saba als bijzondere openbare lichamen ex artikel 134 Grondwet deel van Nederland worden. Die invoeging in het Nederlandse staatsverband zal, zo is het voornemen van de betrokken partijen, niet leiden tot een verandering in de Europeesrechtelijke status van de drie eilanden: zij blijven behoren tot de zogeheten landen en gebieden overzee (LGO). Uit het behoud van de LGO-status vloeit echter niet per se voort dat grote delen van het Nederlandse recht van Europese oorsprong niet ingevoerd hoeven te worden: de LGO-status is namelijk een minimumstatus. Voor de vraag welke delen van het (Europese) recht in een bepaalde LGO dienen te gelden naast het recht dat uit de LGO-status zelf voortvloeit, is uiteindelijk nationaal recht doorslaggevend. De Grondwet biedt op dit moment niet de mogelijkheid om delen van het Nederlandse recht (delen van de Grondwet zelf daaronder begrepen) voor delen van Nederland generiek buiten toepassing te laten: als wij inderdaad delen van dat recht (ongeacht of het van Europeesrechtelijke oorsprong is of niet) voor Bonaire, St. Eustatius en Saba buiten toepassing willen laten (en dat is nadrukkelijk de bedoeling), dan zal daarvoor een constitutionele grondslag geschapen moeten worden.

Mr. H.G. Hoogers
Mr. H.G. Hoogers is als universitair hoofddocent verbonden aan de vakgroep staatsrecht en internationaal recht van de Rijksuniversiteit Groningen.

Botsende grondrechten, in het bijzonder op internet

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden vrijheid van meningsuiting, persoonlijke levenssfeer, privacy
Auteurs Mr. M. Chébti en Mr. L.A.R. Siemerink

    Het vraagstuk betreffende de grenzen van de vrijheid van meningsuiting bij een botsing met het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (eer en goede naam, privacy) staat in deze bijdrage centraal. Bezwaren tegen de wijze waarop de Hoge Raad art. 10 EVRM toepast bij een botsing met art. 8 EVRM, met name in het licht van de EHRM-rechtspraak, worden belicht. Er wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de botsing van deze grondrechten in het internettijdperk, nu door de opkomst van internet de uitingsmogelijkheden explosief zijn gegroeid. Het is de vraag of het recht wel voldoende instrumenten biedt om het evenwicht tussen vrijheid van meningsuiting en privacy op het internet te handhaven.

Mr. M. Chébti
Mr. M. Chébti is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. L.A.R. Siemerink
Mr. L.A.R. Siemerink is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Reformatio in peius of ambtshalve toetsing?

Over plichten, effectiviteit en nationale procedurele autonomie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden reformatio in peius, ambtshalve toetsing, gemeenschapsrecht
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery

    Op 25 november 2008 heeft het HvJ EG arrest gewezen in de zaak Heemskerk met betrekking tot de ambtshalve toetsing aan gemeenschapsrecht. In deze bijdrage wordt bekeken hoe dient te worden omgegaan met gemeenschapsrecht dat aan justitiabelen verplichtingen oplegt. Het arrest wordt daarbij in het kader van de ambtshalve toepassing van gemeenschapsrecht geplaatst.

Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Recht op bijstand door een advocaat tijdens het politieverhoor?

Een commentaar bij de zaak Salduz versus Turkije

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2009
Trefwoorden eerlijk proces, verdedigingsrechten, vooronderzoek, bijstand advocaat, Europese Hof
Auteurs Dr. Annemarieke Beijer

    Naar aanleiding van de uitspraak van de Grote Kamer van het Europese Hof voor de rechten van de Mens, is de vraag gerezen of de advocaat voortaan bij het politieverhoor dient te worden toegelaten indien de verdachte dit wenst. Een analyse van deze zaak leidt tot de conclusie dat dit niet het geval is. Wel heeft de verdachte het recht zo snel mogelijk na zijn arrestatie een advocaat te raadplegen. Ook blijkt uit de uitspraak dat verklaringen die een verdachte in het vooronderzoek heeft afgelegd zonder een advocaat te kunnen raadplegen, in beginsel niet als bewijsmiddel kunnen worden gebruikt. De uitspraak zal dus ook gevolgen (moeten) hebben voor de Nederlandse rechtspraktijk.

Dr. Annemarieke Beijer
Dr. Annemarieke Beijer is universitair hoofddocent bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen te Utrecht.

Psychisch welbevinden van gedetineerde vrouwen in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2009
Trefwoorden detentie, vrouwen, psychische gezondheid, gevangeniservaringen
Auteurs Dr. Anne-Marie Slotboom, Drs. Barbara Menting en Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld

    Incarcerated women have specific characteristics, needs, health problems, and have different experiences and adjustment problems to prison than men. Based on a survey of 251 female inmates, this paper analyses the association between imported factors, deprivation factors and psychological complaints. Depressive complaints, irritability, and risk of self-harm were all predicted through examination of both imported and deprivation factors. Psychological problems before detention was the most significant imported factor predicting psychological complaints. The most important deprivation factors were treatment by staff and other inmates and environmental stress. Posttraumatic stress complaints were predicted only by imported factors (traumatic events and psychological problems before detention). Next to the importation and deprivation factors, this paper suggests inclusion of a third group of factors: relations with children and family, which may be an independent group of factors in addition to the factors related to the prison environment.

Dr. Anne-Marie Slotboom
Dr. M. Slotboom is universitair docent, afd. strafrecht en criminologie, Vrije Universiteit Amsterdam, a.slotboom@rechten.vu.nl.

Drs. Barbara Menting
B. Menting MsC is aio, afdeling ontwikkelingspsychologie, faculteit psychologie en pedagogiek, Vrije Universiteit Amsterdam, B.Menting@psy.vu.nl.

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker, Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), Leiden en hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek, VU, Amsterdam, CBijleveld@nscr.nl.

Wijziging SEC-regels en unsponsored ADRs

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 2 2009
Trefwoorden unsponsored ADR’s, Rule 12g3-2(b), foreign private issuer, SEC, uitgevende instellingen
Auteurs Mr. E.M. Das

    Act of 1934 gewijzigd. In deze bijdrage bespreekt de auteur de gevolgen voor in Nederland genoteerde uitgevende instellingen in verband met American Depositary Receipts (ADRs).

Mr. E.M. Das
Mr. E.M. Das is advocaat bij Stibbe.

Nieuwe kantonrechtersformule en maximering ontslagvergoeding: bezorgt de golden parachute de werknemer een zachte landing?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Kantonrechtersformule, maximering hogere inkomens, golden parachute, Ontslagvergoeding, Werknemer, Arbeidsovereenkomst
Auteurs Mr. J.J. Splinter

    Biedt de golden parachute de gewenste zachte landing voor de werknemer met een hoger inkomen, nu de kantonrechtersformule is aangepast en de ontslagvergoeding voor hogere inkomens zal worden gemaximeerd?

Mr. J.J. Splinter
Mr. J.J. Splinter is advocaat bij Loyens & Loeff.
Toont 181 - 200 van 211 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 7 8 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.