Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1035 artikelen

x

    Onderzocht wordt of het elektronisch verrichten van rechtshandelingen rechtsgeldig is en dezelfde bewijskracht heeft als wanneer dat schriftelijk zou geschieden.


Mr. T.J. de Graaf
Mr. T.J. de Graaf is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Hoe verkrijg ik een executoriale titel?

De deugdelijkheid van twee constructies onderzocht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Executoriale titel, Schikking, Proces-verbaal, Rechterlijke uitspraak
Auteurs Mr. M.W. Knigge
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien partijen ter zitting een schikking bereiken, kunnen zij een executoriale titel verkrijgen door de schikking op grond van artikel 87 lid 3 Rv /artikel 30 m lid 1 Rv (KEI) neer te leggen in een proces-verbaal. De vraag is wat geldt indien partijen buiten de zitting tot een schikking komen. In dit artikel staan twee constructies centraal die tot doel hebben om partijen in een dergelijk geval een executoriale titel te verschaffen. De eerste constructie houdt in dat de rechter uitspraak doet conform de schikking, waarbij hij een onderhandse akte aan het vonnis of de beschikking kan hechten. In de tweede constructie maakt de rechter een proces-verbaal in executoriale vorm op, waaraan hij een door partijen opgemaakte onderhandse akte met daarin de schikking hecht. In dit artikel wordt verdedigd dat beide constructies geschikt zijn om partijen een executoriale titel te verschaffen. Wel verdient de tweede constructie duidelijk de voorkeur boven de eerste.


Mr. M.W. Knigge
Mr. M.W. Knigge is universitair docent Burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden. Met dank aan prof. mr. H.B. Krans en mr. G.M. Veldt voor hun commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
Artikel

Access_open Experimentenwet: carte blanche verdient nadere overweging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Experimenteren, Fundamentele beginselen van procesrecht, Innovatie, Artikel 86 Rv
Auteurs Mr. P. Ingelse
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot 1 juni lag een wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging ter consultatie voor. Volgens dit voorstel krijgt de regering met het oog op innovatie van de rechtspraak voor onbepaalde tijd de bevoegdheid om bij AMvB te experimenteren met het Nederlands burgerlijk procesrecht. Concreet wordt onder meer gedacht aan experimenten met een eenvoudige procedure voor het MKB, met een deskundige lekenrechter naast de gewone rechter en met een harmonieuze alternatieve echtscheidingsprocedure. De experimenten moeten blijven binnen de grenzen van EU-recht, verdragen en de fundamentele beginselen van procesrecht, maar verder is de bevoegdheid vrijwel ongeclausuleerd.
    Het is de vraag of deze bevoegdheid strookt met (de strekking van) de Grondwet en past binnen de staatrechtelijke verhoudingen. De bevoegdheid is hoe dan ook te ruim doordat het experimenten mogelijk maakt en ook daadwerkelijk beoogt die de verwezenlijking van burgerlijke rechten en verplichtingen – tegen de wil van (een van) partijen – kan aantasten.
    De wetgever moet zich driemaal bedenken voordat hij een dergelijke twijfelachtige en grotendeels onnodige carte blanche in handen van de AMvB-regelgever speelt.
    Dat neemt niet weg dat de rechtspraak er zeker naar moet streven de civiele procedure eenvoudiger, sneller, flexibeler en effectiever te maken, waar nodig en aanvaardbaar met experimenten. Nog lang niet alle inventiviteit en creativiteit is uitgeput. Die experimenten hebben echter alleen zin, indien de financiële middelen worden verschaft om de consequenties te trekken uit een geslaagd experiment.


Mr. P. Ingelse
Mr. P. Ingelse is mediator/arbiter bij ReulingSchutte te Amsterdam. Tot begin 2015 was hij lid van het Gerechtshof Amsterdam, laatstelijk als voorzitter van de Ondernemingskamer.
Interview

Experimenteren met de vrederechter is de moeite waard!

Een gesprek met kantonrechter Rik Kruisdijk en vrederechter Lode Vrancken

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2018
Auteurs Emese von Bóné
Auteursinformatie

Emese von Bóné
Emese von Bóné is als rechtshistorica verbonden aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.
Artikel

Access_open De redelijke grond: rechtsfeit of rechtsgrond?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Redelijke grond Ontslaggrond, Rechtsfeit Rechtsgrond, Ontbindingsprocedure, Ambtshalve aanvulling, Wet arbeidsmarkt in balans (‘Wab’)
Auteurs mr. Marko Jovović en mr. Joren Wiewel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 16 februari 2018 wees de Hoge Raad twee beschikkingen over de wijze waarop in ontbindingsprocedures (namelijk met toepassing van het bewijsrecht) moet worden vastgesteld of sprake is van een redelijke grond. De auteurs onderzoeken in deze bijdrage wat dit oordeel betekent voor de discussie over de vraag of redelijke gronden ambtshalve moeten worden toegepast. De auteurs analyseren de beschikkingen mede aan de hand van het onderscheid tussen ‘rechtsfeiten’ en ‘rechtsgronden’. Dit onderscheid is relevant omdat de rechter rechtsfeiten op grond van artikel 24 niet ambtshalve mag aanvullen en rechtsgronden binnen bepaalde grenzen wel.
    In tegenstelling tot de opsteller van de concept-memorie van toelichting bij de Wab concluderen de auteurs dat redelijke gronden rechtsfeiten zijn en niet dus door ambtshalve door de rechter mogen worden aangevuld.


mr. Marko Jovović
Advocaat

mr. Joren Wiewel
Advocaat
Artikel

Access_open Vernietiging van de overeenkomst bij een oneerlijke handelspraktijk; een hanteerbare sanctie?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden oneerlijke handelspraktijk, vernietiging, misleidende omissie, ambtshalve toetsing, causaal verband
Auteurs Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon en Mr. dr. L.B.A. Tigelaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds juni 2014 kent de afdeling oneerlijke handelspraktijken een bijzondere vernietigingsgrond: art. 6:193j lid 3 BW. Deze bepaling is tot nu toe weinig toegepast, zo blijkt uit de gepubliceerde rechtspraak. In deze bijdrage wordt daarom onderzocht hoe hanteerbaar, in de zin van toegankelijk en gebruiksvriendelijk, de vernietigingsgrond uit art. 6:193j lid 3 BW eigenlijk is. Dit gebeurt door het analyseren van zes uitspraken. Uit het onderzoek blijkt dat de vernietigingsgrond toegankelijk en gebruiksvriendelijk is voor de consument mede dankzij de rol van de rechter. De rechter is namelijk degene die meestal het initiatief neemt tot toepassing van de sanctie.


Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Prof. mr. drs. C.M.D.S. Pavillon is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder consumentenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. dr. L.B.A. Tigelaar
Mr. dr. L.B.A Tigelaar is universitair docent verbintenissenrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Caspar Janssens
Caspar Janssens is cassatieadvocaat bij Kneppelhout & Korthals N.V. in Rotterdam en lid van de adviescommissie burgerlijk procesrecht van de NOvA.

Vincent Hofman
Vincent Hofman is advocaat bij Van Traa Advocaten N.V. in Rotterdam.

Jan Wouter Alt
Jan Wouter Alt is cassatieadvocaat bij Alt kam Boer Advocaten in Den Haag en advocaat-redactielid van dit blad.
Artikel

Access_open Over meelifters, gelukzoekers en rechters die problemen maken als partijen die niet hebben

Beschouwingen naar aanleiding van de Fortis/Ageas-schikking

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden massaschade, WCAM-schikking, freeriders, belangenbehartigers
Auteurs Mr. M.L.A. Rijndorp en Mr. I. Tillema
SamenvattingAuteursinformatie

    In juni 2017 heeft het Gerechtshof Amsterdam beslist dat het (eerste) schikkingsvoorstel in de Fortis/Ageas-zaak niet verbindend kan worden verklaard. De auteurs bespreken het voorstel en de tussenbeschikking en duiden deze binnen het kader van het freeriderprobleem. Daarnaast bespreken zij het huidige juridische kader voor (toetsing van) de vergoeding aan belangenbehartigers en werpen zij enkele aandachtspunten op voor de verdere ontwikkeling daarvan.


Mr. M.L.A. Rijndorp
Mr. M.L.A. Rijndorp is student-assistent aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. I. Tillema
Mr. I. Tillema is promovenda aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Netherlands Commercial Court

Nederlands centrum voor internationale handelsgeschillen

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2018
Auteurs Bart de Ruijter
Auteursinformatie

Bart de Ruijter
Bart de Ruijter is advocaat corporate & commercial litigation bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam.
Artikel

Kroniek Aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2018
Auteurs Caspar Janssens, Petra Chao en Vincent Hofman

Caspar Janssens

Petra Chao

Vincent Hofman
Artikel

Kroniek Personen- en familierecht en erfrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2018
Auteurs Christiane Verfuurden, Liesbeth Willemsen en Imke Gerrits
Auteursinformatie

Christiane Verfuurden
Christiane Verfuurden is advocaat bij Schakenraad Advocaten in Eindhoven en tevens redactielid van dit blad.

Liesbeth Willemsen
Liesbeth Willemsen is advocaat bij LNW Advocaten en Mediators in Gorichem.

Imke Gerrits
Imke Gerrits is advocaat bij Goorts & Coppens Advocaten in Helmond.
Wetenschap en praktijk

Uitwinning van pandrecht op aandelen – hoe staat het ermee?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden uitwinning, pandrecht op aandelen, beslag, Herstructurering, parate executie
Auteurs Mr. B.N. Mwangi en Mr. S.C.P. Verhelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Pandrechten op aandelen zijn veelvuldig onderdeel van het zekerhedenpakket dat aan financiers wordt verstrekt. De uitwinning van deze pandrechten lijkt relatief weinig voor te komen. De wettelijke regels daaromtrent zijn summier en de beschikbare jurisprudentie over dit onderwerp is beperkt. Recentelijk zijn echter de Solutus-zaak (Rb. Amsterdam 19 juni 2016, JOR 2017/301 m.nt. P.H.N. Quist) en de Sawgrass-zaak (Rb. Amsterdam 10 oktober 2017, JOR 2018/75 m.nt. T. Hutten) gepubliceerd. Mede aan de hand van deze uitspraken zetten de auteurs uiteen wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitwinning van een pandrecht op aandelen en hoe hieraan in de praktijk invulling wordt gegeven.


Mr. B.N. Mwangi
Mr. B.N. (Bianca) Mwangi is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.

Mr. S.C.P. Verhelst
Mr. S. (Stéphanie) Verhelst is advocaat bij Stek Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De actualiteit en toekomst van de toepassing van whiplashjurisprudentie buiten whiplashzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden whiplash, niet-whiplashzaken, causaal verband, elektrocutie, hondenbeet
Auteurs Mr. S. Boer en Mr. C. van der Roest
SamenvattingAuteursinformatie

    Steeds vaker wordt in niet-whiplashzaken een beroep gedaan op de zogenaamde whiplashjurisprudentie. Met een beroep op de redeneringen uit deze jurisprudentie wordt door benadeelden getracht om het bestaan van veelal substraatloze klachten en het (juridisch) causaal verband tussen deze klachten en beperkingen en het incident aan te tonen. Is toepassing van de whiplashjurisprudentie in niet-whiplashzaken gerechtvaardigd, of is daarmee het spreekwoordelijke hek van de dam? Door middel van een analyse van de whiplashjurisprudentie en recente jurisprudentie in niet-whiplashzaken komen de auteurs tot de conclusie dat een juiste toepassing van de zogenoemde causaliteitsregels uit de whiplashjurisprudentie in niet-whiplashzaken tot rechtvaardige uitkomsten leidt, mits men daarbij de hoofdregel en de beginselen van het bewijsrecht niet uit het oog verliest.


Mr. S. Boer
Mr. S. Boer is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten.

Mr. C. van der Roest
Mr. C. van der Roest is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten.
Artikel

Access_open Arbeidsvermogensschade van jonge kinderen

Naar een nieuwe wijze van schadeberekening vanuit het perspectief van gelijkebehandelingswetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden schadebegroting, arbeidsvermogensschade, kinderen, non-discriminatiebeginsel, alternatieven
Auteurs Mr. I. Karimi
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van het huidige wettelijke systeem heeft de Nederlandse rechter de ruimte om bij de begroting van verlies van arbeidsvermogen van jonge kinderen te differentiëren naar al hun persoonlijke kenmerken. Daar waar het gaat om persoonlijke kenmerken op basis waarvan het verboden is om onderscheid te maken, levert dit een spanningsveld op met gelijkebehandelingswetgeving. In deze bijdrage worden alternatieve benaderingen verkend. Gekeken zal worden in hoeverre de Nederlandse alternatieven aansluiten bij de normen zoals neergelegd in de Grondwet en Europese regelgeving.


Mr. I. Karimi
Mr. I. Karimi heeft in 2017 de master Privaatrecht afgerond aan de Universiteit Utrecht. Aansluitend aan haar afstuderen is ze als juridisch medewerker in dienst getreden bij Asselbergs & Klinkhamer Advocaten. Dit artikel is gebaseerd op de masterscriptie van de auteur. Hiervoor heeft zij drie scriptieprijzen mogen ontvangen, namelijk die van het Juridisch Bureau Letselschade en Gezondheidsrecht, van het Molengraaff Instituut en die van de Stichting Beer Impuls.
Artikel

Risico’s rondom de eindovereenkomst bij mediation in strafzaken

Over (de)juridisering, strijdige belangen en management van verwachtingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden vaststellingsovereenkomst, Eisen vaststellingsovereenkomst, Strijdige belangen, Eindresultaat, procesbegeleider
Auteurs Janny Dierx en Marlène Panis
SamenvattingAuteursinformatie

    Penal mediation is currently gaining ground within the Dutch criminal law system. The practice of penal mediation is still young, however, and therefore vulnerable. Common criminal practice as well as legislation are not yet thoroughly compatible with practicing penal mediation. The authors of this contribution explore some of the dangers mediators in penal cases face while drafting party-agreements that are to be taken into consideration by the judicial authorities.
    The article identifies the responsibilities of penal mediators who at the same time serve the interests of victims and offenders as well as take into account expectations judicial authorities might have. The responsibility of penal mediators is especially delicate whenever mediation parties seek to influence the outcome of the criminal lawsuit through mediation. Criminal law is a highly-regulated field, which – albeit unconsciously – seduces the mediator his- or herself to lose track of the main restorative goals of the mediation process. The authors point out some of the traps penal mediators can and should avoid. The article for instance elaborates the inadequacy of current Dutch regulations to arrange financial compensations and damages through penal mediation. Also, the article enumerates examples of over-juridification as well as the lacking of it. Furthermore, avoidable pitfalls such as McDonald-icing of penal mediation, the uselessness of so-called sunny-weather-vouchers, the dangers of copy-paste-agreements and – the worst – putting the height of their own – currently fixed – fees above party interests, are being addressed.


Janny Dierx
Janny Dierx is jurist en MfN-mediator. Zij is bestuurder van De Mediation Coöperatie en mediator in strafzaken. Ze is commissielid van het Schadefonds Geweldsmisdrijven en redactielid van dit tijdschrift.

Marlène Panis
Marlène Panis is mediation functionaris bij de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, zelfstandig mediator en hoofdredacteur van het Infoblad Mediation in Strafzaken.
Artikel

Scheidslijnen tussen kansschade, proportionele aansprakelijkheid en de omkeringsregel

Enkele praktische opmerkingen over verschillen tussen deze drie leerstukken naar aanleiding van HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2786

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden aansprakelijkheid, bewijs, kansschade, beroepsfout, schade
Auteurs Mr. J. den Hoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het hier te bespreken arrest, waarin aan de orde was of een ziekenhuis aansprakelijk is voor schade als gevolg van een te laat uitgevoerde operatie, geeft aanleiding voor enkele gedachten over en praktische wenken voor de afbakening van kansschade, proportionele aansprakelijkheid en de omkeringsregel ten opzichte van elkaar. De drie figuren komen hier samen. Getracht wordt de grenzen nader in kaart te brengen.


Mr. J. den Hoed
Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster Advocaten te Haarlem.
Signalering

Wetgeving met een haakje … haken en ogen aan het wetgevingsproces. Over kwaliteit en kwantiteit

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2018
Trefwoorden wetgeving, wetgevingsproces, kwalieteit, capaciteitsproblemen, Curaçao
Auteurs Mr. P. Klik
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de auteur stil bij de capaciteitsproblemen bij het produceren van wetgeving te Curaçao. Daarbij zal de auteur tevens ingaan op de vraag in hoeverre Nederlandse wetgeving integraal dient te worden overgenomen op Curaçao.


Mr. P. Klik
Mr. P. Klik was voorheen lector aan de University of Curaçao Dr. Moises da Costa Gomez en is thans werkzaam als consultant. Deze publicatie werd eind januari 2018 geschreven. De auteur dankt zijn mederedactieleden voor hun input.

Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is coördinerend raadadviseur Staats- en bestuursrecht bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie in Nederland.
Artikel

Van sancties naar schadeclaims?

Een analyse van de publiekrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht bij inbreuken door natuurlijke personen en een verkenning van de civielrechtelijke handhavingsmogelijkheden

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden boete, ACM, natuurlijke personen, schadeclaim, handhaving
Auteurs Linde Bremmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Natuurlijke personen kunnen nu ruim tien jaar, sinds 1 oktober 2007, door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een boete opgelegd krijgen voor betrokkenheid bij overtredingen van de Mededingingswet. Het tienjarige jubileum van deze bevoegdheid van de ACM vormt een goede aanleiding de balans op te maken van de handhaving van het mededingingsrecht bij inbreuken door natuurlijke personen. In dit artikel wordt niet alleen een analyse gemaakt van de huidige boetetoemeting aan natuurlijke personen door de ACM. Ook wordt vooruitgekeken naar nieuwe rechtsontwikkelingen op het gebied van (civielrechtelijke) handhaving van het mededingingsrecht met betrekking tot natuurlijke personen. Zo wordt onderzocht in hoeverre het reëel is schadevorderingen jegens feitelijke leidinggevers in te dienen.


Linde Bremmer
Mr. L.L. Bremmer LLM is advocaat bij Stek te Amsterdam.
Toont 201 - 220 van 1035 gevonden teksten
1 2 7 8 9 11 13 14 15 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.