Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1302 artikelen

x
Artikel

Circles of Support and Accountability

Een sociaal netwerk voor zedendelinquenten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2019
Trefwoorden COSA, sex offenders, re-entry, desistance, recidivism
Auteurs Dr. Mechtild Höing en Audrey Alards LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In Circles of Support and Accountability (COSA) a group of trained and supervised volunteers support a medium to high-risk sex offender in his process of re-entry after detention. Sex offenders participate on a voluntary basis. Circles have a double aim: the prevention of new sexual offences and the rehabilitation of the sex offender. Circles offer social inclusion and support for behavior change, and monitor risk. They are embedded in the professional network of sex offender after care. Through a professional circle coordinator relevant information is circulated between the circle and professional agencies, to enable adequate support and interventions. Effect studies show that COSA contributes to a reduced risk of reoffending. The model was developed in Canada almost 25 years ago and has been picked up by a growing number of countries in Europe, the America’s, Asia, as well as Australia and New Zealand. Variations in the model become apparent and raise questions about the essentials of COSA.


Dr. Mechtild Höing
Dr. M. Höing is docent en onderzoeker bij het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken van Avans Hogeschool in Breda. Zij is daar als operationeel projectleider verbonden aan het project Sterktegericht werken met COSA buiten justitieel kader.

Audrey Alards LLM
A. Alards LLM is extern kenniskringlid bij het lectoraat Transmuraal Herstelgericht Werken van Avans Hogeschool in Breda. Ze is verbonden aan het lectoraat als senior cirkelcoördinator en onderzoeker.
Artikel

Access_open Technologische hulpmiddelen bij toezicht op delinquenten in de samenleving

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2019
Trefwoorden supervising offenders, reintegrating offenders, technological tools, smartphone and sensor technology, GPS tracking
Auteurs Dr. Katy de Kogel
SamenvattingAuteursinformatie

    How can technological tools contribute to supervising and reintegrating offenders in society? Globally, technological tools for supervision are broken down into so-called first generation (GPS tracking) and second generation (smartphone and sensor technology). An overview is given of what is globally known about the effectiveness and assumed mechanisms of action of first-generation technical tools. Then it is explored what added value second-generation technical aids can have and to which working mechanisms they could connect. Smartphone and sensor technology have the potential to contribute to the rehabilitation functions of the supervision, inter alia because they offer possibilities for more personalized supervision and for the combination of supervision and treatment. Although initiatives have been started in this regard and research is ongoing, hardly anything is known yet about the effectiveness of these new technological applications. The reliability and safety of IT, as well as ethical and legal aspects also require attention.


Dr. Katy de Kogel
Dr. C.H. de Kogel is senior wetenschappelijk medewerker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid en senior onderzoeker bij de Capaciteitsgroep Strafrecht en Criminologie van de Faculteit Rechten van de Universiteit Maastricht.
Artikel

De impact van werken met zedenplegers op de professional

Resumé van een symposium

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Werkstress, Professionals, Zedendelinquenten, NL-ATSA
Auteurs Julia Wilpert MSc., Marije Keulen-de Vos PhD, Minne De Boeck e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The forensic sector is considered to be a stressful, demanding work environment. Due to the continuous confrontation with disturbing files and challenging clients, (secondary) traumatization and other stressors lurk. Attention to the well-being of the professional working with sex offenders is essential to keep the psychosocial workload under control. However, this appears to be an underexposed topic in practice and literature. To generate more attention, the Dutch-Flemish branch of the Association for the Treatment of Sexual Abusers (NL-ATSA) organized a symposium on the impact of working with sex offenders. This article is a report of the symposium.


Julia Wilpert MSc.
Julia Wilpert MSc. is onderzoeker bij het centrum voor ambulante forensische ggz de Waag (onderdeel van De Forensische Zorgspecialisten) in Utrecht.

Marije Keulen-de Vos PhD
Marije Keulen-de Vos PhD is senior onderzoeker bij FPC de Rooyse Wissel in Venray.

Minne De Boeck
Minne De Boeck is criminologe aan het Universitair Forensisch Centrum (UFC) in Antwerpen en mede verbonden aan het Collaborative Antwerp Psychiatric Research Institute (CAPRI) van de Universiteit van Antwerpen.

Prof. dr. Kasia Uzieblo
Prof. dr. Kasia Uzieblo is als senior onderzoeker verbonden aan De Forensische Zorgspecialisten in Utrecht. Ook is zij als gastprofessor werkzaam bij de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

En toch is het prachtig werk: weerbaarheid bij forensisch sociale professionals

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden mentale weerbaarheid, Veerkracht, forensisch sociale professionals
Auteurs Vivienne de Vogel en Dr. Jacqueline Bosker
SamenvattingAuteursinformatie

    Working in the forensic social field is interesting and fulfilling and many professionals deliberately choose to do this work. However, it can also be a very demanding job. Experiencing aggressive incidents by forensic clients, continuous tensions in contact with clients and the confrontation with narratives about shocking events are specific characteristics of working in the forensic field that appeal to the resilience of professionals. This article discusses which characteristics of organisations, teams and individual professionals impact on resilience and how it can be enhanced.


Vivienne de Vogel
Vivienne de Vogel is lector Werken in justitieel kader bij Hogeschool Utrecht en onderzoeker bij De Forensische Zorgspecialisten, Utrecht.

Dr. Jacqueline Bosker
Dr. Jacqueline Bosker is hogeschoolhoofddocent bij het Instituut voor Recht en onderzoeker bij het lectoraat Werken in Justitieel kader van Hogeschool Utrecht. Tevens is zij redacteur van PROCES.
Artikel

Aanstaande professionals in de veiligheidszorg: wat komt er op hen af en hoe maken we hen weerbaar?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Sociale professional, Weerbaarheid
Auteurs Mustapha Aoulad Hadj, Rob Straver en Prof. dr. Janine Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this exploratory contribution, the central question is what will happen to students when they leave school and start looking for a job in security care. Three developments are addressed in this context: firstly, there are organizational changes: the municipal level has become increasingly important; in the second place, the complexity of the casuistry with which professionals are confronted is highlighted, and in the third place attention is paid to undesirable behavior with which professionals may be confronted while performing their work. What do these aspects mean for the resilience of the upcoming professional and the preparation for working life during training?


Mustapha Aoulad Hadj
Mustapha Aoulad Hadj is vanaf 1999 als docent verbonden aan de opleiding Social Studies van Avans Hogeschool in Den Bosch en tevens lid van de kenniskring bij het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties. Vóór die tijd is hij werkzaam geweest als gezinsvoogd in regio Utrecht.

Rob Straver
Rob Straver is vanaf 2013 als docent verbonden aan de opleiding Social Studies van Avans Hogeschool in Den Bosch en tevens lid van de kenniskring bij het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties. Vóór die tijd is hij werkzaam geweest in de jeugdzorg als jeugdreclasseringswerker.

Prof. dr. Janine Janssen
Prof. dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld van de Nationale Politie, lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan Avans Hogeschool, bijzonder hoogleraar Rechtsantropologie aan de Open Universiteit en voorzitter van de redactie van PROCES.
Artikel

‘Ik mag doen wat ik moet doen’

Bevindingen en praktijkimplicaties uit een onderzoek naar de criminele ontwikkeling van fraudeurs

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Fraudeur, Levensloop, Criminologie, Moraliteit, Sociale binding
Auteurs Dr. J. van Onna
SamenvattingAuteursinformatie

    Fraude heeft grote maatschappelijke en financiële gevolgen. Toch is over het proces waarlangs en de redenen waarom managers, bestuurders of ondernemers zich inlaten met serieuze vormen van fraude nog relatief weinig bekend. Deze kennislacune omtrent de criminele ontwikkeling van fraudeurs is onderwerp van onderzoek in een recent afgerond proefschrift. In het artikel worden de belangrijkste bevindingen uit het proefschrift en de aanbevelingen voor de handhaving besproken.


Dr. J. van Onna
Dr. J. van Onna is senior adviseur en onderzoeker bij het Functioneel Parket (Openbaar Ministerie) en research fellow aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Een juridische bypass voor innovaties

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2019
Trefwoorden innovatie, fintech, regulatory sandbox, experimenteerwet, zelfrijdende auto
Auteurs Mr. S. Philipsen en Prof. mr. E.F. Stamhuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het voorliggende artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de verschillende verschijningsvormen van een tijdelijke bypass van bestaande rechtsnormen die ten behoeve van innovatie gebruikt worden. Vooral die instrumenten zijn beschreven die toegepast worden om innovatieve producten in het echte leven te testen, wanneer dat zonder die bypass niet of niet zonder meer verenigbaar zou zijn met het geldende recht. Een theoretisch model om de praktische verschijningsvormen te ordenen wordt gevolgd door een beschrijving van wettelijke experimenteerbepalingen en regulatory sandboxes. De kritische beoordeling van deze twee vormen in het licht van de geldende normen en beginselen voert tot een set vuistregels, met behulp waarvan een vergunnende overheid een bypass kan aanleggen.


Mr. S. Philipsen
Mr. S. (Stefan) Philipsen is universitair docent Staatsrecht aan de Universiteit Utrecht.

Prof. mr. E.F. Stamhuis
Prof. mr. E.F. (Evert) Stamhuis is hoogleraar Law & Innovation aan de Erasmus School of Law.
Article

Access_open Autonomy in old age

Tijdschrift Family & Law, mei 2019
Auteurs prof. dr. Tineke Abma en dr. Elena Bendien
SamenvattingAuteursinformatie

    Background: In many European countries caring responsibilities are being reallocated to the older people themselves to keep the welfare state affordable. This policy is often legitimized with reference to the ethical principle of autonomy. Older people are expected to be autonomous, have freedom to make their own decisions, and be self-reliant and self-sufficient as long as possible.
    Aim: The purpose of this article is to explore whether and how older people can remain autonomous in order to continue living their lives in accordance with their own values in the context of declining professional caring facilities and shrinking social networks, and which concepts of autonomy can guide professionals and other involved parties in facilitating the choices of older people.
    Method: An empirical-ethical approach is used to interpret the moral values enacted in the caring practice for older people. Two cases are presented. One is the narrative of a woman who lives by herself; she has been hospitalized after a fall and hip fracture, but does not want to be operatied. The second is the narrative of man living in a residential home; he wants to be actively involved, doing good deeds like he always did as a Scout. The cases are evaluated with the help of two concepts of autonomy: autonomy as self-determination and relational autonomy.
    Results: In both cases the enactment of autonomy remains problematic. In the case of the woman there was not enough care at home to live up to her own values. After she was admitted to a hospital her wish not to be operated was questioned but ultimately honoured due to compassionate interference by close relatives and her oncologist. In the second case there was not enough space for the man to lead his life in the way he always had; his plans for improving the social environment in the care home were torpedoed by management and ultimately the man decided to step back.
    Conclusion: In order to do justice to the complexity of each empirical case that involves autonomy of an older person more than one concept of autonomy needs to be applied. Relying on self-determination or relational autonomy exclusively will give professionals and all involved parties a restricted view on the situation, where the wishes of older people are at stake. In both cases autonomy was overruled by system procedures and stereotypical ideas about old people as being weak and not able to make their own decisions. Both cases show, however, that older people - even if they are physically and mentally frail - long to remain morally responsible for the direction their lives are taking, in accordance with their own values. They communicate their wish to determine their own future and at the same time they are interdependent on others to realize their (relational) autonomy and require support in their attempt to maintain their identity. This conclusion has implications for the normative behaviour of the professionals who are involved in care and treatment of older people.
    ---
    Achtergrond: In veel landen wordt de verantwoordelijkheid voor de zorg voor ouderen naar de ouderen zelf verplaatst, dit teneinde de welvaartstaat betaalbaar te houden. Dit beleid wordt veelal gelegitimeerd met referentie naar het ethische principe van autonomie. Oudere mensen worden geacht autonoom te zijn, vrij te zijn om hun eigen beslissingen te nemen, en om zo lang mogelijk zelfredzaam te blijven.
    Doel: Het doel van dit artikel is om te onderzoeken of en hoe oudere mensen autonoom kunnen blijven teneinde hun leven in overeenstemming met hun eigen waarden te kunnen voortzetten in de context van teruglopende professionele zorgactiviteiten en krimpende sociale netwerken, en welke concepten van autonomie zorgprofessionals en andere betrokken partijen kunnen helpen bij het faciliteren van de keuzes door ouderen.
    Methode: Een empirisch-ethische benadering wordt gebuikt om de morele waarden in de zorgpraktijk voor ouderen te interpreteren. Twee casussen worden gepresenteerd. De eerste is het verhaal van een vrouw die op zichzelf woont. Ze is na een val waarbij haar heup is gebroken, in een ziekenhuis opgenomen, maar ze wil niet geopereerd worden. De tweede is het verhaal van een man die in een verzorgingshuis woont. Hij wil actief betrokken worden en goede dingen doen zoals hij die altijd heeft gedaan toen hij padvinder was. Beide verhalen worden met behulp van twee concepten van autonomie geëvalueerd: autonomie als zelfbeschikking en relationele autonomie.
    Resultaat: In beide casussen blijft de verwezenlijking van autonomie problematisch. In het geval van de vrouw was er thuis onvoldoende zorg om volgens haar waarden te kunnen leven. Toen zij in het ziekenhuis was opgenomen werd haar wens om niet te worden geopereerd tegen gehouden, maar uiteindelijk ingewilligd als gevolg van bemoeienis uit hoofde van barmhartigheid door directe verwanten en haar oncoloog. In het tweede geval was er voor de man onvoldoende ruimte om zijn leven te leiden op de manier zoals hij dat altijd had gedaan. Zijn plannen om de sociale omgeving in het verzorgingshuis te verbeteren werden door het management getorpedeerd en uiteindelijk heeft hij zich ervan teruggetrokken.
    Conclusie: Teneinde recht te doen aan de complexiteit van beide casussen die betrekking hebben op de autonomie van een oudere, dient meer dan één concept voor autonomie te worden ingezet. Het vertrouwen in zelfbeschikking of relationele autonomie alleen zal aan de professionals en alle andere betrokken partijen een beperkt zicht geven van de situatie wanneer het de wensen van ouderen betreft. In beide gevallen werd de autonomie ter zijde geschoven door protocollen en stereotypische ideeën over ouderen als kwetsbare personen die niet in staat zouden zijn om zelf hun beslissingen te nemen. Echter tonen beide voorbeelden aan dat ouderen, zelfs als ze fysiek en mentaal kwetsbaar zijn, de wens hebben om moreel verantwoordelijk te blijven voor de richting die hun leven zal nemen, in overeenstemming met hun eigen waarden. Zij geven de wens aan om hun eigen toekomst te bepalen en tegelijkertijd zijn ze onderling afhankelijk van anderen om hun (relationele) autonomie te verwezenlijken, én hebben ze behoefte aan steun bij hun poging om hun identiteit te behouden. Deze conclusie heeft gevolgen voor het normatieve handelen van professionals die bij de zorg en behandeling van ouderen betrokken zijn.


prof. dr. Tineke Abma
Professor dr. Tineke A. Abma is a full professor of Participation and Diversity at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.

dr. Elena Bendien
Dr. Elena Bendien is a social gerontologist and a senior researcher at the Department of Medical Humanities of Amsterdam UMC, location VUmc.
Artikel

De orthodoxe kerken en de mensenrechten in de 21ste eeuw

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Theologie, mensenrechten, menselijke waardigheid, oosters christendom
Auteurs Prof. dr. Alfons Brüning
SamenvattingAuteursinformatie

    The article examines and explains the relation of current Eastern Orthodox Theology to the concept of Human Rights. Putting the controversies into a larger historical and theological context, it seeks to highlight the conditions of a variety of Orthodox theological positions. Such positions, with their common features and strong differences, concern issues such as church and state, universalism or theological anthropology and human dignity. Considerations end with arguing, that much of the treasures of the Orthodox tradition still needs to be unearthed – to the benefit of Human Rights, and of all participants in current debates worldwide.


Prof. dr. Alfons Brüning
Prof. dr. A. Brüning werkt sinds 2007 als wetenschappelijk medewerker bij het Instituut voor Oosters Christendom (IvOC) aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 2012 werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar Orthodoxie, mensenrechten, vredesopbouw in Europa, onder andere aan de Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam (PThU). Zwaartepunten van zijn onderzoek zijn de vroege moderne tijd in Oost-Europa (Polen, Litouwen, Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland), religie in de Sovjet-Unie, religie en kerk in Oekraïne, orthodoxe theologie en mensenrechten.
Artikel

Access_open Islamitische scholen dragen bij aan integratie

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden islamitische scholen, Integratie, bijzonder onderwijs, Schoolidentiteit
Auteurs Dr. Marietje Beemsterboer
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike the common expectations, Islamic primary schools can contribute to the integration of Muslims in the Dutch society. This article is a reflection of Dr Beemsterboer’s doctoral research and asks what this conclusion can say about other religion based primary schools.


Dr. Marietje Beemsterboer
Dr. M.M. Beemsterboer promoveerde in 2018 op het proefschrift Islamitische basisscholen in Nederland. Ze werkt als leerkracht in het basisonderwijs en is verbonden aan het Centre for the Study of Islam and Society van de Universiteit Leiden (LUCIS). m.m.beemsterboer@gmail.com
Law Review

2019/1 EELC’s review of the year 2018

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 1 2019
Auteurs Ruben Houweling, Catherine Barnard, Filip Dorssemont e.a.
Samenvatting

    For the second time, various of our academic board analysed employment law cases from last year. However, first, we start with some general remarks.


Ruben Houweling

Catherine Barnard

Filip Dorssemont

Jean-Philippe Lhernould

Francesca Maffei

Niklas Bruun

Anthony Kerr

Jan-Pieter Vos

Luca Ratti

Daiva Petrylaite

Andrej Poruban

Stein Evju
Kroniek

Kroniek economie in het mededingingsrecht 2018

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2019
Auteurs Nicole Rosenboom, Anna den Boer en Maurice de Valois Turk
Auteursinformatie

Nicole Rosenboom
N. Rosenboom is werkzaam als senior consultant bij Oxera LLP Amsterdam.

Anna den Boer
A. den Boer is werkzaam als consultant Oxera LLP Amsterdam.

Maurice de Valois Turk
M. de Valois Turk is werkzaam als partner bij Oxera LLP Amsterdam.
Annotatie

Onderzoeksplicht of zorgvuldigheidsplicht bij de Wet Markt en Overheid? Het CBb verleent park-assist aan gemeenten

Rb. Rotterdam 21 september 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:7170; Rb. Rotterdam 22 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2123; Rb. Rotterdam 22 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2119; CBb 18 december 2018, ECLI:NL:CBB:2018:660

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2019
Auteurs Jasper Sluijs
Auteursinformatie

Jasper Sluijs
Dr. J.P. Sluijs is universitair docent aan de vakgroep economisch publiekrecht van de Universiteit Utrecht. De auteur dankt Willem Janssen voor behulpzaam commentaar op een eerdere versie van deze annotatie, en Gijs van Midden voor waardevolle discussies over Wet M&O-jurisprudentie.
Redactioneel

Access_open Intergenerationele overdracht en criminele families: introductie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Intergenerational transmission, Criminal families, Mechanisms, Organized crime, Prevention
Auteurs Dr. Steve van de Weijer en Prof. dr. Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    In this introductory chapter we provide an overview of criminological research into intergenerational transmission of criminal behaviour that currently is, and has been, conducted both internationally and in the Netherlands. The most important findings of these studies are also discussed. Next, possible explanations are discussed for intergenerational transmission of crime in general, and more particularly for families that are involved in more serious and organized crime. Moreover, possible ways in which intergenerational transmission of crime can be prevented are discussed. Finally, we give some directions for future research on this topic and will introduce the contributions to this special issue.


Dr. Steve van de Weijer
Dr. S.G.A. van de Weijer is postdoctoraal onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg.
Discussie

‘Zij vreet er ook van’

Over de ongemakkelijke relatie tussen huiselijk geweld en zware en georganiseerde criminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Domestic violence, Organized crime, Bikers
Auteurs Dr. Janine Janssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In The Netherlands not much attention has been paid towards the relationship between domestic violence and organized crime. In this contribution the question is addressed why this is. One of the answers is that there is doubt about the moral status of the victim of organized crime: it assumed that the victim has benefited from the proceedings of organized crime. When domestic violence and involvement with organized crime by one of the family members come together, the case becomes more complex and difficult to deal with. For that reason professionals and researchers should pay more attention to the overlap of both phenomena.


Dr. Janine Janssen
Dr. J. Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG) van de Nationale Politie en lector Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties aan de Avans Hogeschool.
Artikel

De moeder als facilitator van intergenerationele overdracht binnen de georganiseerde misdaad

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden organized crime, intergenerational continuity, discontinuity, mother, parenting
Auteurs Meintje van Dijk Msc, Prof. dr. Edward Kleemans en Dr. Veroni Eichelsheim
SamenvattingAuteursinformatie

    Previous research on intergenerational continuity of crime is primarily focused on transmission from fathers to children. In this article, we aim to give insight in the role of mothers in (the prevention of) continuity of organized crime. The results of our explorative study on 25 organized crime offenders based in Amsterdam and their partners and children, show that parenting skills and norms and values of mother seem to have an important role in both the intergenerational continuity of organized crime and the prevention of the transmission.


Meintje van Dijk Msc
A.M.M. van Dijk MSc is promovenda bij de Vrije Universiteit Amsterdam en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Edward Kleemans
Prof. dr. E.R. Kleemans is hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Veroni Eichelsheim
Dr. V.I. Eichelsheim is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Opdracht- en ander onderzoek in het juridische domein

Een persoonlijke visie vanuit de rechtssociologie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2019
Trefwoorden commissioned research, academic research, legal policy, socio-legal studies, independency
Auteurs Prof. mr. Nick Huls
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the author asserts, based on his own experiences in this field, that the independence of research and researchers is not a given, but must always be conquered and defended. He relates the necessity of doing commissioned research to developments in Dutch legal academia and describes its strengths and weaknesses. He then makes the comparison with ‘pure’ academic research. He shows that most lecturers must fight and defend their independence against all sorts of developments within the modern university. There is not much room anymore to do one’s own free research. He concludes that neither academic nor commissioned research takes place in a vacuum without power relations.


Prof. mr. Nick Huls
Prof. mr. N. Huls is emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Universiteit Leiden.

    Terrorism could be regarded as an extreme type of (violent) criminal behaviour. Against this background, there is much to gain if criminological attention would be extended to terrorism. In this overview, the authors describe how and to what extent criminological theories may provide a significant contribution to underlying causes of terrorism. Previous criminological contributions to the field of terrorism have primarily taken a theory-extended approach, including routine activity theory, rational choice theory and strain theory. However, so far such studies lacked empirical data. Further, to this day, not much is known about the empirical applicability of other criminological theories, including desistance theories, which warrant particular attention. In order for criminology literature to contribute effectively to our understanding of terrorism and to pursue better counter-terrorism policies, empirical evidence should first be obtained. In this way, terrorism researchers, in close collaboration with criminologists, can deepen our theoretical and empirical understanding of this relatively underexplored field.


Marieke Liem
M. Liem is universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden.

Edwin Bakker
E. Bakker is hoogleraar terrorisme en contraterrorisme aan de Universiteit Leiden en hoofd kennis en onderzoek aan de Politieacademie.
Artikel

Access_open Van salafistisch gedachtegoed alleen kun je niet leven: de financiële zelfredzaamheid van 131 uitreizigers nader bekeken

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2019
Trefwoorden jihadi travellers, terrorism, terrorist financing, financial independence
Auteurs Dr. Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    The present article examines the financial life of 131 jihadi travellers (JTs), also known as foreign terrorist fighters, from the Netherlands. For the purpose of the research, access was acquired to all their banking transactions in the year preceding their departure: over 60,000 transactions in total. Their income from work or employment, various forms of social assistance, student grants, and other income or expenditure were examined. The data provided a good picture of their financial independence, i.e., the extent to which they were capable of making their own living or needed to claim assistance from the authorities. The analysis shows that it is highly exceptional for Dutch JTs to be financially independent. Only 5 percent have sufficient income from work or employment without making any claims on the government for financial assistance, and are free of mounting debts. The low score can for a large part be explained by the fact that almost half of the JTs are under 23 years of age and/or receive a student grant. Their financial picture largely resembles ordinary students. Older JTs (over 22 years of age, and not having received a student grant for at least one year) underperform, however. Only 9 percent are financially independent. Financial support could perhaps be used to monitor or steer recipients’ role in society.


Dr. Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is operationeel specialist bij de afdeling Analyse & Onderzoek, Dienst Landelijke Informatieorganisatie, Landelijke Eenheid, Politie.
Artikel

Access_open Vertrouwen in toezichtsactoren in uitgaansgebieden: een vergelijking tussen politie, portiers en cameratoezicht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2019
Trefwoorden vertrouwen, Toezicht, plural policing, Legitimiteit
Auteurs Dr. Janne van Doorn en Dr. Jelle Brands
SamenvattingAuteursinformatie

    While studies on trust in the police are numerous, this is much less the case for other policing actors. It is important to examine this in the light of the increasing number and diversification of policing actors and their legitimacy. Using a survey, 894 youngsters were asked to evaluate their trust in actors involved in the policing of urban nightlife areas: the police, door staff, and CCTV. Results showed that people tend to trust human actors of surveillance more compared to technological actors, however different (demographic and contextual) factors nuance this pattern.


Dr. Janne van Doorn
Dr. Janne van Doorn is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Jelle Brands
Dr. Jelle Brands is universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Toont 221 - 240 van 1302 gevonden teksten
1 2 8 9 10 12 14 15 16 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.