Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 4325 artikelen

x
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2018
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort
Auteursinformatie

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Mw. mr. E.M.A. van Amersfoort is als docent en promovenda verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen en werkzaam als kandidaat-notaris bij Blankhart & Bronkhorst Netwerk Notarissen, aangesloten bij Netwerk Notarissen.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Ontwikkelingen rondom toelating en uitzetting

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Rijksvisumwet, Landsverordening toelating en uitzetting, van rechtswege toegelaten, niet van toepassingsverklaring, uitlandigheidsvereiste
Auteurs Mr. J. Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    Toelating en uitzetting wordt in het Caribische deel van het Koninkrijk geregeld door de Rijksvisumwet en de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) van de diverse landen. Nader wordt ingegaan op deze juridische tweedeling. Tevens komen twee recente uitspraken aan bod. De eerste handelt over de toekenning van een ‘van rechtswege toegelaten verklaring’ aan Nederlanders die langer dan tien jaar woonachtig zijn in een van de Caribische landen. De Lar-rechter is van mening dat dit een ‘niet van toepassingsverklaring’ behoort te zijn. Ook is de Lar-rechter in de tweede uitspraak van mening dat de strikte toepassing van het uitlandigheidsvereiste bij aanvraag van een vergunning tot toelating gedurende legitiem verblijf geen voorwaarde meer mag zijn.


Mr. J. Sybesma
Mr. J. Sybesma is redactielid van het Caribisch Juristenblad. Dit artikel is geheel op eigen titel geschreven en reflecteert op geen enkele wijze de zienswijze van de CBCS, de RvA, het GHvJ, de FdR UoC, dan wel de redactie van het Caribisch Juristenblad.

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Kroniek

Kroniek rechtspraak Scheidsgerecht Gezondheidszorg en aanpalende geschillen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Integrale tarieven, ontbinding, opzegging, Scheidsgerecht Gezondheidszorg, MSB
Auteurs Mr. T.A.M. van den Ende
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken c.q. oordelen van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg, de civiele rechter en de Governancecommissie Gezondheidszorg over de periode mei 2016 t/m juni 2018 behandeld. Het gaat dan in hoofdzaak om uitspraken in het kader van geschillen over de arbeidsovereenkomst, de toelatingsovereenkomst of het individueel deel, de verhouding medisch specialistisch bedrijf en het ziekenhuis respectievelijk leden van het medisch specialistisch bedrijf en tot slot om procesrechtelijke aspecten.


Mr. T.A.M. van den Ende
Tessa van den Ende is als advocaat/partner Zorg verbonden aan Nysingh advocaten-notarissen N.V.
Kroniek

Kroniek wetgeving gezondheidsrecht 2016-2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden patiëntenrechten, derdenbelangen, kwaliteit van zorg, geneesmiddelen, medische hulpmiddelen
Auteurs Mr. drs. J.J. Rijken en mr. W.F. van der Wel
SamenvattingAuteursinformatie

    De Kroniek wetgeving gezondheidsrecht geeft de lezer een overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van Nederlandse wetgeving in het gezondheidsrecht. De selectie van wetgeving is gemaakt met behulp van de zoekmachine op de website van de Eerste Kamer, en behelst aanhangige en aangenomen wetsvoorstellen van 1 januari 2016 t/m 1 juni 2018 van de ministeries van VWS en VenJ, en consultaties van beide ministeries.


Mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij AKD en redacteur van dit tijdschrift.

mr. W.F. van der Wel
Willemijn van der Wel is advocaat bij AKD.
Vrij verkeer

Bescherming van wezenlijke nationale belangen en de aanbestedingsplicht

Rechtstreekse gunning van overheidsopdrachten als ultimum remedium

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden Artikel 346 lid 1 VWEU, Richtlijn 2004/18/EG, Richtlijn 92/50/EEG, wezenlijke nationale veiligheidsbelangen, fundamentele vrijheden, Aanbestedingsrecht
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers en Mr. A.J.M. Louwers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest van 20 maart 2018 inzake Europese Commissie tegen de Republiek Oostenrijk verduidelijkt het Hof van Justitie onder welke voorwaarden het lidstaten is toegestaan om af te zien van een Europese aanbesteding door zich te beroepen op de bescherming van wezenlijke nationale veiligheidsbelangen. Het Hof van Justitie overweegt dat lidstaten hierin weliswaar een beoordelingsmarge toekomt, maar dat de lidstaat die zich op deze uitzondering beroept moet kunnen aantonen dat die belangen niet anders beschermd hadden kunnen worden. Ook Nederland verkent de mogelijkheden voor verruiming van deze uitzonderingsgrond. Gelet op de groeiende publieke aandacht voor de bescherming van persoonsgegevens en nationale veiligheid, biedt deze zaak concrete aanknopingspunten om te toetsen wanneer een uitzondering op de aanbestedingsplicht wegens wezenlijke veiligheidsbelangen gerechtvaardigd is.
    HvJ 20 maart 2018, zaak C-187/16, Europese Commissie/Republiek Oostenrijk (Oostenrijkse Staatsdrukkerij), ECLI:EU:C:2017:578.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.

Mr. A.J.M. Louwers
Mr. A.J.M. (Noud) Louwers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.
Overheidsaanbestedingen

Tirkkonen: besluiteloosheid wordt beloond?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden aanbesteding, raamovereenkomsten, uitzonderingen op aanbestedingsplicht
Auteurs Mr. B. Nijhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat Aanbestedingsrichtlijn 2004/18/EG geen toepassing vindt bij een systeem waar potentiële opdrachtnemers slechts hoeven te voldoen aan toelatingseisen, zonder dat de aanbestedende dienst uiteindelijk een keuze maakt voor specifieke opdrachtnemers op basis van onderscheidende criteria. Daarbij is het irrelevant dat dat systeem niet ‘open house’ is.
    HvJ 1 maart 2018, zaak C-9/17, Maria Tirkkonen/Maaseutuvirasto, ECLI:EU:C:2018:142


Mr. B. Nijhof
Mr. B. (Bram) Nijhof is advocaat bij Taylor Wessing te Eindhoven.
Staatssteun

Access_open Terugvordering van staatssteun vindt zijn plek in de Nederlandse wetgeving

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden staatssteun, terugvordering, Commissiebesluit, Algemene wet bestuursrecht, Algemene wet rijksbelastingen
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 juli 2018 heeft het staatssteunrecht zijn plek gevonden in de Nederlandse regelgeving. Althans, de terugvordering van onrechtmatige staatssteun. Wat regelt de Wet terugvordering staatssteun?
    Wet Terugvordering staatssteun (in werking getreden op 1 juli 2018), Stb. 2018, 99


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. (Johan) van Haersolte is counsel bij Coupry Advocaten en tevens redactielid van NtEr.
Rechtsbescherming

Uitleg van het begrip overheidsorgaan van een lidstaat: enkele bespiegelingen van het arrest Farrell/Whitty

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden rechtstreekse werking van richtlijnbepalingen, begrip overheidsorgaan van een lidstaat
Auteurs Mr. dr. M. Gijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige prejudiciële zaak heeft de Ierse rechter het Hof van Justitie verzocht om een precisering van het begrip overheidsorgaan van een lidstaat waaraan een nauwkeurig geformuleerde en onvoorwaardelijke bepaling van een richtlijn kan worden tegengeworpen. Met dit arrest borduurt het Hof van Justitie voort op zijn eerdere arrest in de zaak Foster.
    HvJ 10 oktober 2017, zaak C-413/15, Farrell/Whitty e.a., ECLI:EU:C:2017:745.


Mr. dr. M. Gijzen
Mr. dr. M. (Marianne) Gijzen is werkzaam bij de directie Juridische Zaken, afdeling Europees Recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

    In dit artikel wordt ingegaan op het voorstel van de Europese Commissie voor een betere handhaving van de Europese regels voor consumentenbescherming en de modernisering van deze regels en de samenhang met de Mededeling van de Commissie ‘Een “new deal” voor consumenten’. In het tweede deel van deze bijdrage, dat in het volgende nummer van dit blad verschijnt, zal worden nagegaan of met de gedane voorstellen recht wordt gedaan aan de resultaten van de in 2017 uitgevoerde fitness check, welke bedoeld was om te onderzoeken in hoeverre het consumenten-acquis nog voldoende is toegerust voor de bescherming van consumenten en handelaren in staat stelt om gebruik te maken van de interne markt.

    • Voorstel van 11 april 2018 voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU, COM(2018)185 final

    • Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité: ‘Een “new deal” voor consumenten’, Mededeling van 11 april 2018, COM(2018)183 final


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Online Dispute Resolution: een veelbelovend initiatief voor toegang tot het recht?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden toegang tot het recht, e-Court, digitalisering, Online Dispute Resolution, ODR
Auteurs Mr. E.M. van Gelder
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van de huidige problematiek in de civiele rechtspraak is er een toenemende interesse in de unieke mogelijkheden die ICT biedt om geschiloplossing meer toegankelijk te maken. Recent stuit Online Dispute Resolution echter op steeds meer weerstand om een onvoldoende rechtsbescherming binnen ODR-procedures. Dit artikel focust op de potentie van ODR voor de toegankelijkheid van het recht, met e-Court als casestudy.


Mr. E.M. van Gelder
Mr. E.M. van Gelder is promovenda aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Op afstand bestuurbaar eigendom

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2018
Trefwoorden overdraagbaarheid, Internet of Things, eigendom, technoregulering, IoT
Auteurs Mr. A. Berlee
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de positie van de eigenaar wanneer zijn apparaat op afstand kan worden bestuurd, onbruikbaar kan worden gemaakt, of zodanig beveiligd dat men het niet mag repareren als het stuk gaat. Wie heeft er dan eigenlijk de controle: de eigenaar of een ander?


Mr. A. Berlee
Mr. A. Berlee is universitair docent goederenrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en redacteur van dit tijdschrift.

    Onderzocht wordt of het elektronisch verrichten van rechtshandelingen rechtsgeldig is en dezelfde bewijskracht heeft als wanneer dat schriftelijk zou geschieden.


Mr. T.J. de Graaf
Mr. T.J. de Graaf is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Hoe verkrijg ik een executoriale titel?

De deugdelijkheid van twee constructies onderzocht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Executoriale titel, Schikking, Proces-verbaal, Rechterlijke uitspraak
Auteurs Mr. M.W. Knigge
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien partijen ter zitting een schikking bereiken, kunnen zij een executoriale titel verkrijgen door de schikking op grond van artikel 87 lid 3 Rv /artikel 30 m lid 1 Rv (KEI) neer te leggen in een proces-verbaal. De vraag is wat geldt indien partijen buiten de zitting tot een schikking komen. In dit artikel staan twee constructies centraal die tot doel hebben om partijen in een dergelijk geval een executoriale titel te verschaffen. De eerste constructie houdt in dat de rechter uitspraak doet conform de schikking, waarbij hij een onderhandse akte aan het vonnis of de beschikking kan hechten. In de tweede constructie maakt de rechter een proces-verbaal in executoriale vorm op, waaraan hij een door partijen opgemaakte onderhandse akte met daarin de schikking hecht. In dit artikel wordt verdedigd dat beide constructies geschikt zijn om partijen een executoriale titel te verschaffen. Wel verdient de tweede constructie duidelijk de voorkeur boven de eerste.


Mr. M.W. Knigge
Mr. M.W. Knigge is universitair docent Burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden. Met dank aan prof. mr. H.B. Krans en mr. G.M. Veldt voor hun commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
Interview

Experimenteren met de vrederechter is de moeite waard!

Een gesprek met kantonrechter Rik Kruisdijk en vrederechter Lode Vrancken

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2018
Auteurs Emese von Bóné
Auteursinformatie

Emese von Bóné
Emese von Bóné is als rechtshistorica verbonden aan de Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

    With a Belgian law of June, 18 2018, the principle of the voluntary nature of mediation was affected. A lot of critical comments can be made at this point. The scope of the obligation is not clear. Mandatory mediation raises the threshold to the court and has as effect that many cases are not handled in the most appropriate way. The bar doesn’t support the measure. Research is needed to find out if the new measure is justified.


Tom Wijnant
Tom Wijnant is assistent en doctoraatsonderzoeker aan de UGent. Zijn onderzoek legt de nadruk op de optimalisering van bemiddeling in België, met een focus op de faciliterende rol van de advocatuur.

    Recently, a new law with articles concerning mandatory mediation was approved in Belgium. From January 1st, 2019, the judge will be able to refer parties to mediation on a mandatory basis. This article considers if mandatory mediation is a realistic and feasible track in Belgium, focusing on the evolution of alternative dispute resolution in Belgium and in the European Union. The first part will define mediation in Belgium, followed by an analysis of the articles concerning mandatory mediation of the newly passed law. The article will also have a gander at Belgian legal developments to see which initiatives have already been taken towards mandatory dispute resolution. To conclude, an assessment is made if mandatory mediation is a realistic and feasible track in light of the existing evolutions of ADR in Belgium.


Céline Jaspers
Céline Jaspers is doctoraatsbursaal aan de UHasselt. Voordien was zij advocaat-stagiair. Zij behaalde een LLM ‘Dispute Resolution’ aan Pepperdine University. Momenteel bereidt zij een proefschrift voor over ‘De verplichte ADR-poging in scheidingssituaties’.
Artikel

AVG en ontslag

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Algemene Verordening Gegevensbescherming, Privacy, Ontslag, Arbeidsverhouding, Normenkader
Auteurs mr. Karolina Dorenbos
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming bevat voor werkgevers strengere regels voor rechtmatige verwerking van werknemersgegevens; en voor werknemers meer waarborgen omtrent de bescherming van hun persoonsgegevens.
    Leidt de AVG – naast meer verantwoording en transparantie ten aanzien van verwerking van werknemersgegevens in het kader van de arbeidsverhouding – tot nieuwe inzichten voor de bescherming van persoonsgegevens van werknemers bij ontslag?
    De auteur zet de huidige stand van de rechtspraak af tegen de strengere normen uit de AVG. Zij concludeert dat hoewel de materiële uitgangspunten voor de bescherming van persoonsgegevens onder de AVG grotendeels hetzelfde blijven, processuele vereisten uit de AVG nog moeten worden ingekleurd door het arbeidsrechtelijke normenkader van goed werkgever- en werknemerschap, de instructiebevoegdheid van de werkgever en de processuele regels omtrent ontbinding door de kantonrechter.


mr. Karolina Dorenbos
Advocaat en eigenaar van advocatenkantoor Human scale law te Heiloo
Artikel

Access_open De redelijke grond: rechtsfeit of rechtsgrond?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Redelijke grond Ontslaggrond, Rechtsfeit Rechtsgrond, Ontbindingsprocedure, Ambtshalve aanvulling, Wet arbeidsmarkt in balans (‘Wab’)
Auteurs mr. Marko Jovović en mr. Joren Wiewel
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 16 februari 2018 wees de Hoge Raad twee beschikkingen over de wijze waarop in ontbindingsprocedures (namelijk met toepassing van het bewijsrecht) moet worden vastgesteld of sprake is van een redelijke grond. De auteurs onderzoeken in deze bijdrage wat dit oordeel betekent voor de discussie over de vraag of redelijke gronden ambtshalve moeten worden toegepast. De auteurs analyseren de beschikkingen mede aan de hand van het onderscheid tussen ‘rechtsfeiten’ en ‘rechtsgronden’. Dit onderscheid is relevant omdat de rechter rechtsfeiten op grond van artikel 24 niet ambtshalve mag aanvullen en rechtsgronden binnen bepaalde grenzen wel.
    In tegenstelling tot de opsteller van de concept-memorie van toelichting bij de Wab concluderen de auteurs dat redelijke gronden rechtsfeiten zijn en niet dus door ambtshalve door de rechter mogen worden aangevuld.


mr. Marko Jovović
Advocaat

mr. Joren Wiewel
Advocaat
Toont 221 - 240 van 4325 gevonden teksten
1 2 8 9 10 12 14 15 16 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.