Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 291 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x
Artikel

Herstel in het jeugdrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 04 2006
Trefwoorden Delinquent, Slachtoffer, Herstel, Mediation, Misdrijf, Jeugdrecht, Schade, Jeugdstrafrecht, Tussenkomst, Bemiddeling
Auteurs Walgrave, L.

Walgrave, L.
Artikel

De slachtofferdimensie van herstelrechtelijke interventies: Een sluimerende therapeutisering?

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 01 2007
Trefwoorden Slachtoffer, Herstel, Delinquent, Tussenkomst, Bemiddeling, Citaat, Nabestaande, Levering, Strafvordering, Strafbaar feit
Auteurs Daems, T.

Daems, T.
Artikel

Nieuwe ontwikkelingen bij conflictpreventie en conflictmanagement in de bouw: Over effectief communiceren, risicoallocatie, partnerskips, allianties en raden van beoordelaars

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 03 2006
Trefwoorden Risico, Bouw, Mediation, Opdrachtgever, Overeenkomst, Contract, Arbitrage, Geschilbeslechting, Opdrachtnemer, Aanbesteding
Auteurs Wassenaer, A.G.J. van

Wassenaer, A.G.J. van
Artikel

De inschakeling van een mediator bij het rechterlijk bevel tot dooronderhandelen bij afgebroken contractonderhandleingen; een nieuwe loot aan de ADR-stam?

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 04 2004
Trefwoorden Mediation, Mediator, Verbintenissenrecht, Redelijkheid en billijkheid, Bemiddeling, Contract, Rechtspraak, Overeenkomst, Doorverwijzing, Gerechtvaardigd vertrouwen
Auteurs Beukering-Rosmuller, E.J.M. van

Beukering-Rosmuller, E.J.M. van
Artikel

Impasses, vriend of vijand?

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 02 2004
Trefwoorden Bemiddelaar, Bemiddeling, Tussenkomst, Mediation, Scheidingsbemiddeling, Onbekwaamheid, Aansprakelijkheid, Herstel, Mediator, Investering
Auteurs Gijbels, L.J.H. en Nelissen, D.J.M.

Gijbels, L.J.H.

Nelissen, D.J.M.
Artikel

De politietaak en de Wet op de identificatieplicht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Politietaak, Identificatieplicht, Bevoegdheidscumulatie, Onrechtmatige bewijsgaring
Auteurs Liza Pander Stapel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van de Wet op de identificatieplicht is een beeld geschept dat eenieder, vanaf de leeftijd van 14 jaar, zomaar op straat of in de publieke ruimten door de politie naar zijn identiteit kan worden gevraagd. De bevoegdheid van de politie om over te gaan tot het vorderen van inzage in identiteitsgegevens ligt echter iets genuanceerder. De politie is immers gebonden aan haar bevoegdheden en dient te handelen binnen de politietaak van artikel 2 Politiewet 1993. Zo is het te pas en te onpas vorderen van inzage in identiteitsgegevens niet toegestaan en dient een aantal waarborgen in acht te worden genomen. Doet de politie dat niet, en treedt zij buiten de aan haar toegekende bevoegdheden, dan is er sprake van onrechtmatig politieoptreden.


Liza Pander Stapel
Liza Pander Stapel was gerechtssecretaris in Utrecht en is thans werkzaam als para-legal bij Wladimiroff Advocaten.
Artikel

Access_open Res in transitu

Een onderzoek naar de exacte reikwijdte van artikel 8 van de op 1 mei 2008 in werking getreden Wet conflictenrecht goederenrecht (WCG) en naar de geschiktheid van de daarin gekozen aanknopingsfactor

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden goederenrechtelijke regime betreffende vervoerde zaken, res in transitu, artikel 8 WCG
Auteurs M.T.W. Wijnen
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzoek naar de exacte reikwijdte van artikel 8 WCG, waarin het toepasselijke goederenrechtelijke regime met betrekking tot vervoerde zaken wordt aangewezen, en de geschiktheid van de daarin gekozen aanknopingsfactor. Aan de hand van een casus wordt geschetst welke onduidelijkheden er bestaan betreffende de reikwijdte van het artikel. Ingevolge het onderzoek naar de parlementaire geschiedenis, jurisprudentie en literatuur wordt geconcludeerd dat beter kan worden aangeknoopt aan de ‘nieuwe’ tot overdracht of vestiging verplichtende overeenkomst die tijdens transport wordt gesloten en niet zoals artikel 8 WCG voorschrijft, aan de overeenkomst die aan het vervoer ten grondslag ligt. Harmonisatie van het goederenrechtelijke met het verbintenisrechtelijke statuut is het resultaat.


M.T.W. Wijnen
Mw. M.T.W. Wijnen (1986) heeft van 2005 tot 2008 het bachelor togatraject gevolgd aan de Universiteit Utrecht, departement rechtsgeleerdheid. Sinds 2008 volgt zij bij dezelfde instelling de Master Nederlands Privaatrecht. Naar verwachting zal zij de opleiding in juli 2010 afronden.
Artikel

Access_open A letter of comfort: does it offer any comfort?

Een beschouwing over de letter of comfort naar Nederlands recht met een blik over de grens

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden letter of comfort, patronaatsverklaring, uitleg, toepasselijk recht
Auteurs Mr. dr. S.A. Kruisinga en Mr. L. Leber
SamenvattingAuteursinformatie

    Een letter of comfort, ook wel patronaatsverklaring genoemd, is een verklaring die door een moedermaatschappij kan worden afgegeven als onderdeel van de zekerheidsstelling in het kader van kredietverstrekking aan haar dochter. De bedoeling van een dergelijke verklaring is de kredietverstrekker gerust te stellen terzake de terugbetaling van het krediet door de dochter. Een comfort letter kan ook door de moedermaatschappij worden afgegeven als going concern verklaring in verband met de waardering van de bezittingen en schulden van de dochter. Gezien het huidig economisch klimaat is de verwachting gewettigd dat accountants vaker een dergelijke verklaring van de moedermaatschappij zullen vragen alvorens een goedkeurende verklaring te kunnen afgeven. De inhoud van comfort letters is echter niet vastomlijnd. De positie van de letter of comfort in het Nederlandse recht staat in deze bijdrage centraal.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mw. mr. dr. S.A. Kruisinga is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. L. Leber
Mw. mr. L. Leber is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Arrest inzake de vaststellingsovereenkomst

Een toeschietelijke Hoge Raad (HR 27 maart 2009 RvdW 2009, 462)

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden executiegeschil, vaststellingsovereenkomst, uitleg, garantie, dwangsommen, verjaring, dwingend recht, strijd openbare orde goede zeden
Auteurs Mr. M.W. Bijloo
SamenvattingAuteursinformatie

    Merck, Sharpe en Dohme (MSD) en Euromedica zijn verwikkeld in een inbreukprocedure. Bij kort gedingvonnis van 9 juli 1999 wordt Euromedica veroordeeld om de inbreuk op de merkrechten van MSD te staken op verbeurte van een dwangsom van ƒ 10.000 per overtreding met een maximum van ƒ 1.000.000. Nadat MSD vervolgens – op basis van een gestelde overtreding van het verbod door Euromedica – maatregelen wilde treffen om dwangsommen te incasseren, heeft Euromedica een kort geding procedure aanhangig gemaakt tot staking van deze executie. De president van de rechtbank wijst deze vordering toe. Na wijzen van arrest door het gerechtshof in het hoger beroep komen partijen overeen dat MSD tegen overlegging van een bankgarantie van ƒ 1.000.000 door Euromedica af zou zien van executie van de dwangsommen, totdat bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak zou zijn komen vast te staan dat (i) Euromedica inbreuk had gepleegd op de rechten van MSD in cassatie, en (ii) Euromedica dwangsommen verschuldigd was op grond van het kort geding vonnis van 9 juli 1999. Nadat bij onherroeplijke rechterlijke uitspraak was komen vast te staan dat Euromedica wel degelijk inbreuk maakte en derhalve de dwangsommen verschuldigd was, stelde Euromedica zich op het standpunt dat de dwangsommen inmiddels verjaard waren en verzocht zij de rechtbank Haarlem om een verklaring van recht met die strekking. De rechtbank wees de vordering af, maar het gerechtshof Amsterdam wees de vordering in hoger beroep toe. In cassatie oordeelde de Hoge Raad dat de overeenkomst tussen partijen waarbij afstand werd gedaan van executie van de dwangsommen tegen overlegging van een bankgarantie moet worden aangemerkt als een vaststellingsovereenkomst ex art. 7:900 BW. Als gevolg daarvan werd de verhouding tussen partijen niet langer beheerst door het vonnis van 9 juli 1999 en de aansluitende procedures, maar door de vaststellingsovereenkomst. Op deze vaststellingsovereenkomst is de relevante verjaringsbepaling niet van toepassing. Nu is betreffende verjaringsbepaling van dwingend recht, maar op basis van art. 7:902 BW is een vaststellingsovereenkomst ook geldig als zij in strijd mocht blijken met dwingend recht.Er kunnen naar aanleiding van dit arrest van de Hoge Raad twee conclusies worden getrokken: ten eerste dat er in de visie van de Hoge Raad sprake van een vaststellingsovereenkomst kan zijn ondanks dat het niet zeker is of partijen zulks hebben beoogd. Verder is het onduidelijk waar de Hoge Raad de grens trekt ten aanzien van (de toepassing van) artikel 7:902 BW.


Mr. M.W. Bijloo
Mr. M.W. Bijloo is advocaat bij Baker & McKenzie Amsterdam.
Artikel

Gezichtspunten bij ontslag: verwijtbaarheid, proportionaliteit en continuïteit

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden ontslag, ontslagvergoeding, ontbinding, ontbindingsvergoeding, kennelijk onredelijk ontslag, ratio, grondslag, gezichtspunten, proportionaliteit
Auteurs Mw. mr. W.L. Roozendaal
SamenvattingAuteursinformatie

    In het ontslagrecht zijn vele gezichtspunten relevant. Waarom zijn zij relevant? Betoogd wordt dat de vele redenen hiervoor zijn samen te vatten als drie toetsen: de verwijtbaarheidtoets, de proportionaliteitstoets en de continuïteitstoets. Volgens de eerste toets moeten gradaties van verwijtbaarheid bij een tekortkoming relevant zijn voor de bescherming tegen ontslag. Volgens de tweede toets moet het gewicht van de ontslaggrond proportioneel zijn aan de ingrijpendheid van het ontslag.Volgens de derde toets moet ontslag (desondanks) mogelijk zijn als zinvolle voortzetting van de overeenkomst niet haalbaar is. Is dat laatste het geval, dan moet eventuele disproportionaliteit van het ontslag (dan maar) worden uitgedrukt in een vergoeding. De analyse van gezichtspunten bij ontslag geeft aanleiding tot de stelling, dat bij het vaststellen van de ontbindingsvergoeding onvoldoende getoetst wordt aan proportionaliteit, zodat de vergoedingen gemakkelijk disproportioneel zijn.


Mw. mr. W.L. Roozendaal
W.L. Roozendaal is docent aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling staats- en bestuursrecht.
Artikel

De verbroken relatie en begunstiging krachtens levensverzekering van de ex-partner

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden verbroken relatie, begunstiging, levensverzekering, ex-partner
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens
Samenvatting

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of gelijkluidende makingen in uiterste wilsbeschikkingen en begunstigingen bij levensverzekering tot eenzelfde (verkrijgings)resultaat leiden. Dit wordt bekeken aan de hand van een tweetal op de bevoordeling van een echtgenoot of partner afgestemde begunstigingsredacties. Tot slot voert een uitspraak van Hof Den Bosch tot een beschouwing over de (on)mogelijkheden tot uitleg van het partnerbegrip in polisvoorwaarden en de vraag welke methode bij de uitleg van een begunstigingsclausule in een polis van levensverzekering gehanteerd zou moeten worden.


Mr. F.M.H. Hoens
Artikel

Achtergronden en determinanten van radicalisering en terrorisme

Een overzicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2009
Trefwoorden radicalisme, terrorisme, radicaliseringsproces
Auteurs Wim Koomen en Joop van der Pligt
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents an overview of the main determinants of radicalization and terrorism. Experienced discrimination plays an important role, and can be seen as threatening. This could amplify the importance of ideology and religious convictions, and these both unify the group and direct the behavior of the group. Perceived threats also result in emphasizing group identity and increases the cohesiveness of the threatened group. This may lead to polarization between groups and radicalization. This radicalization is also affected by cognitions, such as perceived inequity and injustice, as well as emotions such as anger and contempt. In a later phase of radicalization group processes, such as groupthink, and support from the wider social group may further strengthen radicalization. Justification processes, like dehumanizing the opponent, are also likely to play a role. Finally, the transition from radicalization to terrorism is discussed.


Wim Koomen
Dr. W. Koomen is werkzaam bij de faculteit sociale psychologie van de Universiteit van Amsterdam, w.koomen@uva.nl.

Joop van der Pligt
Prof. dr. J. van der Pligt is hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, J.vanderPligt@uva.nl
Artikel

Houdt religie af van misdaad?

Over de impact van geloof, religieus geïnspireerde programma’s en rehabilitatie van daders

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden religie, criminaliteit, attituden ten aanzien van straf, herstel en vergeving
Auteurs Bas van Stokkom
SamenvattingAuteursinformatie

    This study revolves around the broad question: can religion prevent crime? In the first part the (possible) impact of religious faith on social behaviour (or the prevention of certain behaviours) is discussed. Respectively the following aspects are dealt with: religion as a source of activism, religion as protective factor to keep people from crime, and the impact of crime on tolerant or intolerant and forgiving or punitive attitudes. The second part deals with deliberately organized faith-based-interventions, intended to support and help inmates. The role of identity change via redemption narratives is examined, as well as the question how professionals and volunteers may stimulate rehabilitation and reintegration of (ex-)prisoners.


Bas van Stokkom
Bas van Stokkom is verbonden aan de Vrije Universiteit, de Radboud Universiteit en redactielid van dit tijdschrift.
Artikel

Indirecte doorbraak van aansprakelijkheid: ComSystems/Van den End q.q.

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2009
Trefwoorden doorbraak, Aansprakelijkheid, Osby, Sobi/Hurks, ComSystems
Auteurs Mr. R.T.G. Tros
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het HR-arrest ComSystems/Van den End q.q., waarin toepassing wordt gegeven aan de normen die gelden voor een indirecte doorbraak van aansprakelijkheid van een moedervennootschap jegens schuldeisers van haar dochtermaatschappij.


Mr. R.T.G. Tros
Mr. R.T.G. Tros is werkzaam bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Fraternalisme en trouw aan het gegeven woord

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden schadevoorkomingsplicht, partijautonomie, fraternalisme
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse
SamenvattingAuteursinformatie

    Keirse stelt dat er aanleiding is om niet langer – zoals in de klassieke benadering geschiedt – de gehoudenheid om rekening te houden met andermans belangen als uitzondering te beschouwen op de werkelijke kern van het contractenrecht – die men in de partijautonomie zou moeten zoeken –, maar andersom deze gehoudenheid als kern van het contractenrecht te betitelen. Partijen die in onderhandeling treden over het sluiten van een overeenkomst komen tot elkaar te staan in een bijzondere door de redelijkheid en billijkheid beheerste maatschappelijke rechtsverhouding. Dit brengt mee dat partijen niet alleen uitvoering dienen te geven aan de verbintenissen die zij met zoveel woorden op zich nemen, maar ook dat zij in ruimere zin over en weer gehouden zijn om eventuele schade te voorkomen. Keirse noemt deze plicht de schadevoorkomingsplicht en stelt dat die begint in de precontractuele fase en doorloopt tijdens de overeenkomst en daarna.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar burgerlijk recht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en raadsheer bij het Hof Arnhem.
Artikel

Mediation: de omvang van de getuigplicht van de mediator

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2009
Trefwoorden mediation, verschoningsrecht, geheimhouding, waarheidsplicht, bewijsovereenkomst
Auteurs Mr. I. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 april 2009 heeft de Hoge Raad een voor de mediationpraktijk belangrijk arrest gewezen door zich uit te spreken over de omvang van de getuigplicht van de mediator. In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de methoden die in de mediationpraktijk zijn ontwikkeld om het vertrouwelijke karakter van een mediation te beschermen. Vervolgens wordt het arrest van de Hoge Raad besproken, waarin deze zich uitlaat over de wijze waarop deze methoden moeten worden gehanteerd. Tot slot wordt ingegaan op de vraag wanneer het vertrouwelijke karakter van de mediation lijkt te kunnen worden doorbroken.


Mr. I. Brand
Mr. I. Brand is werkzaam als rechter-in-opleiding bij de Rechtbank Den Haag.
Artikel

De vordering tot schadevergoeding vanwege een gebrek in de bouwvergunning: wie bouwt die rouwt, wie draalt wordt soms betaald

HR 10 april 2009, RvdW 2009, 513 (Barneveld/Sierkstra)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden bouwvergunning, schadevergoeding, vertragingsschade, causaal verband, eigen schuld
Auteurs Mr. A.J.P. Schild en Mr. M.J.W. Schollen
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie bouwt met een nog niet onherroepelijke bouwvergunning, bouwt voor eigen risico. Indien de bouwvergunning na bezwaar of beroep van derden wordt ingetrokken bestaat in beginsel geen recht op schadevergoeding, zo volgt uit HR 29 april 1994, NJ 1997, 396 m.nt. MS (Schuttersduin). Echter in de situatie dat alsnog een rechtsgeldige bouwvergunning wordt verkregen en blijkt dat ten tijde van het nemen van het onjuist bevonden besluit ook een rechtsgeldige bouwvergunning had kunnen worden afgegeven, is de gemeente in beginsel aansprakelijk voor de ‘vertragingsschade’, zo blijkt uit HR 10 april 2009, RvdW 2009, 513 (Barneveld/Sierkstra).


Mr. A.J.P. Schild
Mr. A.J.P. Schild is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. M.J.W. Schollen
Mr. M.J.W. Schollen is gerechtsauditeur bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Artikel

De toelaatbaarheid van beschermingsconstructies bij beursvennootschappen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 10 2009
Trefwoorden beursvennootschap, beschermingsconstructies, ASMI, preferente aandelen
Auteurs Mr. L.M. Mantel en Mr. F.G.K. Overkleeft LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de vereisten die op grond van de wet en jurisprudentie aan het gebruik van uitgifte van preferente aandelen als beschermingsconstructie worden vereist. Zij bespreken vervolgens de toelaatbaarheid van dergelijke beschermingsconstructies in het licht van de meest recente beschikking van de Ondernemingskamer in de ASMI-zaak


Mr. L.M. Mantel
Mr. L.M. Mantel is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.

Mr. F.G.K. Overkleeft LL.M.
Mr. F.G.K. Overkleeft LL.M. is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam, docent-onderzoeker aan het Center for Company Law, Universiteit van Tilburg, en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Enige aspecten van aansprakelijkheid van de financieel adviseur voor teleurstellende beleggingsresultaten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2009
Trefwoorden beroepsaansprakelijkheid, financieel adviseurs, zorgplicht en Wft, relativiteitsvereiste, eigen schuld
Auteurs Mr. E. Nederlof-Wouters van den Oudenweijer en Mr. F. van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Getuige de stroom aan uitspraken houden consumenten hun bank, verzekeraar of bemiddelaar verantwoordelijk voor de gevolgen van teleurstellende beleggingsresultaten. Wat is de omvang van de zorgplicht van de onafhankelijke financieel adviseur en wat mag door die financieel adviseur van de consument zelf worden verwacht?


Mr. E. Nederlof-Wouters van den Oudenweijer
Mr. E. Nederlof-Wouters van den Oudenweijer is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.

Mr. F. van der Woude
Mr. F. van der Woude is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Effecten van de kredietcrisis op (rechtsgevolgen van) financieringsovereenkomsten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2009
Trefwoorden kredietcrisis, onvoorziene omstandigheden, redelijkheid en billijkheid, financieringsovereenkomsten, loan agreements, kredietovereenkomsten
Auteurs Mr. A.T.G.M. Venrooy en Mr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan Venrooy en Bakker stil bij de vraag of en in hoeverre – in het licht van de huidige kredietcrisis – de redelijkheid en billijkheid respectievelijk onvoorziene omstandigheden effect hebben op (rechtsgevolgen van) financieringsovereenkomsten. In dit verband kijken de auteurs naar zowel de eenvoudige kredietovereenkomst als de meer uitgebreide – op LMA standaard gebaseerde – loan agreement.


Mr. A.T.G.M. Venrooy
Mr. A.T.G.M. Venrooy is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Mr. P.S. Bakker
Mr. P.S. Bakker is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Toont 221 - 240 van 291 gevonden teksten
1 2 7 8 9 10 12 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.