Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 315 artikelen

x
Artikel

De ovenbouwers van de Holocaust

Een casestudie van organisatiecriminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Tweede Wereldoorlog, Holocaust, Organisatiecriminaliteit, Duitsland
Auteurs Prof. dr. Wim Huisman en BSc Annika van Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, theories on organisational crime are applied to the involvement of the German corporation Topf & Söhne in the Holocaust. This corporation produced ovens for various concentration and destruction camps in Germany and Poland and contributed significantly to the execution of the Holocaust with their innovative products. The motivation to procure these ovens to the SS does not seem to stem from force, ideological agreement or maximisation of profit. Instead loss-minimisation and a ‘culture of perfection’ seem to form the explanation. Opportunity was provided by the Nazi-Germany regime and the knowledge and skills were already at hand within the organisation. Because of the close collaboration between these two parties, this case can be qualified as a form of state-corporate crime. Administrative, political and social control was absent and neutralisations only seem to have been formed after the Holocaust. The analysis shows how theories about ‘regular’ organisational criminality can form an explanation of the involvement of corporations in international crimes.


Prof. dr. Wim Huisman
Prof. dr. W. Huisman is hoogleraar Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, w.huisman@rechten.vu.nl.

BSc Annika van Baar
A. van Baar BSc. is student-assistent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, a.vanbaar@rechten.vu.nl.
Artikel

Het beoordelen van risico’s: een subjectieve zaak

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Risicoperceptie, Heuristieken, Risicocommunicatie
Auteurs Jop Groeneweg
SamenvattingAuteursinformatie

    In measuring safety a difference appears to exist between ‘objectively measured safety’ and the subjective perception by the public. Objectively spoken the level of criminality in a neighbourhood may have gone down, but that doesn’t necessary mean that the people living there ‘feel equally safer’. Psychology gives a number of explanations for this phenomenon. For example, the knowledge, the differences in thinking styles and communication about safety with citizens play an important role. This should not be seen as a case of non-rational thinking, but rather of systematic irrationality. These people are not ‘dumb’, they have (sometimes hard-wired) ways of handling information about complex issues like safety that require them to take ‘mental shortcuts’ (heuristics) in order to estimate the risks they are exposed to. This paper will focus on some of the psychological laws that guide our risk perception and surprisingly enough, the ‘objective risk’ seems to be of relatively little importance if compared with other, more subjective factors. Many of the factors relate to the nature of information citizens are exposed to: a risk that this described in easy to imagine way leads to a different evaluation of that risk compared with a less conspicuous presentation. Also the level of expertise of the ‘receiving end’ must be taken into account. Lay-people have different ways to look at risks compared with experts in a certain domain. The discussion on how to improve safety is probably best served with a continuing debate between ‘rational, objective’ and ‘systematic irrational, subjective’ mental models, while recognising their respective strengths and weaknesses. These findings may assist policy makers in particular in the formulation of policy that, in addition to the security objective as such, also improves the perception of safety.


Jop Groeneweg
Jop Groeneweg is Projectleider Menselijk falen bij de Werkgroep Veiligheid, Universiteit Leiden, Postbus 9555, 2300 RB Leiden. E-mail: groeneweg@fsw.leidenuniv.nl.
Artikel

Zelfrijzend Europees bakmeel: de voorstellen voor een nieuw toezicht op de financiële sector

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2010
Trefwoorden toezicht, banken, verzekeringsmaatschappijen, effectenhandel, financiële sector
Auteurs Mr. J.C. van Haersolte en mr. H. van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds het begin van de kredietcrisis in 2007 staat het toezicht op de financiële sector volop in de belangstelling. In september 2009 presenteerde de Europese Commissie haar voorstellen voor een stelselwijziging. Deze behelzen het opzetten van een ESRB (European Systemic Risk Board) voor het macroprudentieel toezicht en een netwerk voor de microprudentiële aspecten, genaamd ESFS (European System of Financial Supervisors). Drie nieuwe sectorale toezichthouders zullen de piéce de resistance van het ESFS vormen. De voorstellen zijn politiek controversieel en zullen in 2010 voor het nodige Europese interinstitutionele vuurwerk zorgen.


Mr. J.C. van Haersolte
Mr. J.C. van Haersolte is jurist EU-recht bij afdeling kennis en Onderzoek van de Raad van State.

mr. H. van Meerten
mr. H. van Meerten is jurist bij de afdeling Financiële Markten van het ministerie van Financiën.
Artikel

Bijdrage van ratingbureaus aan ontstaan kredietcrisis onderzocht

Doet de verordening inzake ratingbureaus genoeg om een nieuwe zeperd te voorkomen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden credit rating agencies, CRA Verordening, mortgage-backed securities, kredietbeoordelaars, securitisatie
Auteurs Mr. B.A. Boersma
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt stilgestaan bij de opkomst van kredietbeoordelaars in Europa en hun belangrijkste werkzaamheden. In dit kader wordt ingegaan op de redenen voor het overschatten van de kredietwaardigheid van gestructureerde financieringsinstrumenten door ratingbureaus en de negatieve bijdrage die dat heeft geleverd aan het ontstaan van de kredietcrisis. Tevens wordt de CRA Verordening besproken en wordt gekeken of ratingbureaus in Nederland aansprakelijk kunnen worden gehouden voor gebrekkige kredietbeoordelingen. Het artikel wordt afgesloten met een bespreking van een mogelijke aanvulling op de CRA Verordening, te weten het oprichten van een communautair ratingbureau voor het beoordelen van gestructureerde financieringsinstrumenten.


Mr. B.A. Boersma
Mr. B.A. Boersma is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    The upsurge in the use of economic sanctions in the post-Cold War era has prompted much scholarly and policy debate over their effectiveness and humanitarian consequences. Remarkably little attention, however, has been devoted to their criminalizing consequences and legacy for the post-sanctions period. In this article, the author develops an analytical framework identifying and categorizing the potential criminalizing effects of sanctions across place (within and around the targeted country) and time (during and after the sanctions period). This framework is applied and evaluated through an in-depth examination of the case of Yugoslavia. For comparative leverage and to assess the applicability of the argument beyond the Yugoslavia case, the analysis is briefly extended to Croatia. The article suggests that sanctions can unintentionally contribute to the criminalization of the state, economy, and civil society of both the targeted country and its immediate neighbors, fostering a symbiosis between political leaders, organized crime, and transnational smuggling networks. This symbiosis, in turn, can persist beyond the lifting of sanctions, contributing to corruption and crime and undermining the rule of law.


Peter Andreas
Prof. Peter Andreas is als assistent-hoogleraar Internationale Betrekkingen verbonden aan de Brown University, Rhode Island, Providence, USA.
Redactioneel

Voorwoord

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2009
Auteurs B.M.J. Slot en M.P.C. Scheepmaker
Auteursinformatie

B.M.J. Slot
Gastredacteur dr. Brigitte Slot is beleidsmedewerker bij de Directie Financiële Markten van het ministerie van Financiën en redactieraadlid van Justitiële verkenningen. Haar bijdrage aan deze inleiding geschiedde op persoonlijke titel.

M.P.C. Scheepmaker
Drs. Marit Scheepmaker is hoofdredacteur van Justitiële verkenningen.

    In this article four possible relations of the credit crunch and corporate crime are examined. A first relation is that cases of accounting fraud have contributed to the causation of the crisis. Due to these scandals the trust in large corporations and the financial sector would have been eroded. A second possible relation is the reverse: the crisis will lead to more corporate crime. Because of the crisis companies run into financial difficulties. In their despair they could try to cut costs by not complying with regulations or they could try to gain illegal profits through fraud. The third relation is the criminalization of more unethical corporate behavior. The moral outrage on the behavior of banks and insurance companies that contributed to the crisis might lead to an increased labeling of risky or greedy of corporate executives as crime. This will result in more regulation. The fourth and final relation is that these amplification effects will lead to the discovery of more corporate crime.


W. Huisman
Prof. dr. Wim Huisman is als hoogleraar criminologie verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

    Trust between people and institutions is essential for the functioning of society. In this paper the author distinguishes trust and confidence. Confidence is the optimism or pessimism of consumers and investors about the future, about the Dutch economy and about the financial situation of their own household. Consumer confidence declined sharply after 2007, with negative consequences for the sales of houses and cars. A low level of trust is threatening for the functioning of institutions and society. Determinants of trust are: competence, stability, integrity, benevolence, transparency, value congruency and reputation. The first four determinants are ‘dissatisfiers’, while the last three are ‘satisfiers’. Financial institutions have to meet the criteria on the first four determinants without a compensation by the last three determinants. The last three determinants offer options for additional profiling, positioning and differentiation. The recovery of confidence will happen sooner than the recovery of trust. Confidence is related to general economic developments. The recovery of trust is a slower process, because of the integrity of persons and institutions. People want to see ‘proofs’ of a changed behaviour before they trust persons and institutions again. This means that a prolonged trust crisis is to be expected, even when confidence is already optimistic.


W.F. van Raaij
Prof. dr. Fred van Raaij is als hoogleraar economische psychologie verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit van Tilburg.

    The concept of risk and the practice of financial risk management are important factors in the present-day financial world. Handbooks explain this focus on risk as a reaction to increased volatility of prices, interest rates and exchange rates since the early 1970s. Financial economists have developed mathematical models and quantitative techniques to hedge the risks of financial transactions. The financial innovations developed in this process, so-called derivatives, are derived from older forms of intertemporal transactions, such as options, futures, forwards and warrants. The use of derivatives has grown rapidly since the early 1970s. A number of authors has pointed out that the widespread use of these financial instruments to hedge risks at the level of banks and corporations has increased systemic risk at the macro-level. Some authors think that risk management is principally impossible, as uncertainty reigns the world. Others have pointed out that financial organizations have used derivatives not only for risk management, but also for other less lofty organizational purposes, such as creating excessive credit and taking highly leveraged positions. While this criticism is generally valid, it should be realized that the use of quantitative techniques and the practice of derivatives cannot be banned from the present-day financial world.


W.G. Wolters
Prof. dr. Willem Wolters is als emeritus hoogleraar economische antropologie verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Willem H. van Boom
Professor of Law at the Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Anthony Ogus
Professor of Fundamentals of Private Law at Erasmus University Rotterdam; Emeritus Professor of Law at the University of Manchester.

Nick Huls
Professor of Socio-Legal Studies, Erasmus School of Law and Leiden Law School.
Artikel

Banken aan de steun: enkele vormen van steun aan financiële instellingen en daaraan verbonden voorwaarden

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Kredietcrisis, steun, governance, garantieregeling, back-up facility, core 1 securities
Auteurs Mr. J. Mos
SamenvattingAuteursinformatie

    Toen de kredietcrisis Nederlandse financiële instellingen in problemen bracht, bood de Staat steun. In dit artikel komen drie vormen daarvan aan bod: (1) de garantieregeling, die het financiële instellingen mogelijk maakt de Staat verplichtingen onder uitgegeven schuldpapieren te laten garanderen, (2) de plaatsing van core 1 securities bij de Staat en (3) de garantie door de Staat van een substantieel deel van de lastig te waarderen Alt-A-portefeuille van ING Groep N.V. Tevens wordt er ingegaan op de financiële en andere voorwaarden die de Staat aan deze vormen van steun verbond.


Mr. J. Mos
Mr. J. Mos is kandidaat-notaris te Rotterdam.
Artikel

Juridische aspecten in het debat rondom staatsfondsen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Staatsfondsen, sovereign, wealth funds,, transparantie, beleggingen staatsfondsen
Auteurs Mr. J.S. Hament
SamenvattingAuteursinformatie

    Staatsfondsen vormen onderwerp van een intensiverend debat. In dit artikel staat de vraag centraal of de bestaande wet- en regelgeving de bestaande zorgen rondom staatsfondsen (voldoende) wegnemen. Voor een goed begrip worden allereerst stilgestaan bij staatsfondsen en hun economische implicaties. Vervolgens worden de voornamelijk in het westen bestaande zorgen jegens staatsfondsen nader besproken. Daarna wordt onderzocht op welke wijze Nederland – maar ook andere landen – strategische sectoren tracht te beschermen tegen onwenselijke investeerders. Ook wordt gekeken op welke wijze door middel van regelgeving tegemoet wordt gekomen aan de behoefte aan meer transparantie bij staatsfondsen.


Mr. J.S. Hament
Mr. J.S. Hament is werkzaam als bedrijfsjurist bij ING. Tevens werkt hij aan een proefschrift over staatsfondsen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Kartelhandhaving door de Europese Commissie in crisistijd: business as usual?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Kartelhandhaving, Crisiskartel, Boetevermindering, betalingsmodaliteit
Auteurs Mr. drs H.C.L. Hobbelen en Mr. V. Mussche
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een analyse van het kartelbeleid van de Commissie en arresten van het Gerecht van Eerste Aanleg en het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen ten tijde van eerdere economische crisissituaties. In het bijzonder de volgende aspecten komen aan bod: (1) recente uitspraken van mededingingsautoriteiten over het kartelbeleid in de economische crisis; (2) hoe werden crisiskartels eerder beoordeeld onder artikel 81 van het EG-Verdrag; (3) werden in het verleden, en zo ja, onder welke omstandigheden, ‘crisiskortingen’ op kartelboetes toegestaan?; en (4) biedt het beleid van de Commissie met betrekking tot betalingsmodaliteiten van de boete ademruimte voor ondernemingen in moeilijkheden?


Mr. drs H.C.L. Hobbelen
Mr. drs. H.C.L. Hobbelen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.

Mr. V. Mussche
Mr. V. Mussche is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Artikel

De verhouding tussen art. 6:258 BW en de MAC-clausule, mede in het licht van de huidige krediet- en economische crisis

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2009
Trefwoorden material adverse change, redelijkheid en billijkheid, onvoorziene omstandigheden, kredietcrisis, credit crunch
Auteurs Mr. P.S. Bakker en Mr. A.J. Kaarls
SamenvattingAuteursinformatie

    De material adverse change-clausule regardeert de omstandigheden waaronder een koper zich uit een fusie- of overnametransactie kan terugtrekken. In deze bijdrage zal onder meer worden stilgestaan bij de vraag hoe deze MAC-clausule zich verhoudt tot het leerstuk der onvoorziene omstandigheden.


Mr. P.S. Bakker
Mr. P.S. Bakker is advocaat te Amsterdam.

Mr. A.J. Kaarls
Mr. A.J. Kaarls is advocaat te Amsterdam.
Artikel

Effecten van de kredietcrisis op (rechtsgevolgen van) financieringsovereenkomsten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2009
Trefwoorden kredietcrisis, onvoorziene omstandigheden, redelijkheid en billijkheid, financieringsovereenkomsten, loan agreements, kredietovereenkomsten
Auteurs Mr. A.T.G.M. Venrooy en Mr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staan Venrooy en Bakker stil bij de vraag of en in hoeverre – in het licht van de huidige kredietcrisis – de redelijkheid en billijkheid respectievelijk onvoorziene omstandigheden effect hebben op (rechtsgevolgen van) financieringsovereenkomsten. In dit verband kijken de auteurs naar zowel de eenvoudige kredietovereenkomst als de meer uitgebreide – op LMA standaard gebaseerde – loan agreement.


Mr. A.T.G.M. Venrooy
Mr. A.T.G.M. Venrooy is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Mr. P.S. Bakker
Mr. P.S. Bakker is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Beleggingsfondsen en civielrechtelijke praktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2009
Trefwoorden beleggingsfondsen, fondsvermogen, deelnemers, beheerder, bewaarder
Auteurs Mr. J.W.P.M. van der Velden
SamenvattingAuteursinformatie

    Beleggers kiezen er dikwijls voor om gezamenlijk te beleggen. Vaak gebruiken zij daarbij personenvennootschappen en fondsen voor gemene rekening. Bij dergelijke beleggingsfondsen plegen drie partijen betrokken te zijn: een beheerder, een bewaarder en deelnemers. Deze drie partijen zijn civielrechtelijk met elkaar verbonden. Daaruit vloeien vragen voort over de eigendom van het fondsvermogen, de zeggenschap en de kwalificatie van de onderlinge verhoudingen. Van der Velden behandelt dergelijke vragen in zijn recente proefschrift Beleggingsfondsen naar burgerlijk recht. In deze bijdrage zet hij een aantal bevindingen die voor de praktijk van belang zijn kort uiteen.


Mr. J.W.P.M. van der Velden
Mr. J.W.P.M. van der Velden start in september 2009 een advocatenkantoor in Nijmegen (www.keijservandervelden.nl). Hij is fellow aan het Onderzoekcentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het depositogarantiestelsel in Europees perspectief

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2009
Trefwoorden depositogarantiestelsel, kredietinstelling, Adviescommissie toekomst banken, Commissie Maas, Federal Deposit Insurance Corporation, De Larosière Group
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest en Mr. M. Kuilman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken Van Poelgeest en Kuilman het Nederlands depositogarantiestelsel en de ontwikkelingen met betrekking tot het depositogarantiestelsel vanuit Europees perspectief. Hierbij gaan zij onder meer in op de recente diverse wijzigingen en wijzigingsvoorstellen op Europees niveau en op de discussies en voorstellen op nationaal niveau. In dit verband geven zij tevens kort een beschrijving van het systeem van de depositogarantiestelsels zoals dat in de diverse lidstaten van de Europese Unie en in de Verenigde Staten geldt.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Mr. M. Kuilman
Mr. M. Kuilman is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

De tweetrapsraket van de wetsvoorstellen stille cessie en financiële zekerheidsovereenkomsten

Een bijdrage vanuit de politiek

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden stille cessie, financiëlezekerheidsovereenkomst, securitisatie, zekerheidsrechten, insolventierisico
Auteurs Mr. A. Broekers-Knol
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is, in het licht van de kredietcrisis, de betekenis van het afschaffen van het mededelingsvereiste bij cessie voor de financiëlezekerheidsovereenkomsten en hoe is het wetgevingsproces van beide wetsvoorstellen verlopen?


Mr. A. Broekers-Knol
Mr. A. Broekers-Knol is lid van de Eerste Kamer voor de VVD en directeur van de afdeling Moot Court van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Zij was voor haar fractie woordvoerder bij beide wetsvoorstellen.
Toont 281 - 300 van 315 gevonden teksten
1 2 8 9 10 11 12 13 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.