Zoekresultaat: 300 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2015 x Rubriek Article x
Artikel

De maatstaf voor rechtsgeldige beëindiging van een kredietfaciliteit

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2015
Trefwoorden beëindiging kredietovereenkomst, kredietopzegging, artikel 6:248 lid 2 BW
Auteurs Mr. M.E. Schuilwerve
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest van de Hoge Raad van 10 oktober 2014, waarin duidelijkheid wordt gecreëerd over de maatstaf die dient te worden gehanteerd bij de beoordeling of een kredietovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd.


Mr. M.E. Schuilwerve
Mr. M.E. Schuilwerve is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie: ontbrekende schakel of brug te ver?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden wetsvoorstel Afwikkeling massaschade, internetconsultatie, collectieve actie, strooischade, kritiek
Auteurs Mr. J.M.L. van Duin en Mr. R.S.I. Lawant
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt op hoofdlijnen (de belangrijkste kritiek op) het voorontwerp van het wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie besproken, dat op 7 juli 2014 in (internet)consultatie is gegeven. De collectieve schadevergoedingsactie is bedoeld als ontbrekende schakel (‘stok achter de deur’), maar de toegevoegde waarde hiervan is vooral zichtbaar in strooischadezaken. Met de voorgestelde procedure voor alle soorten schade is het voorontwerp een brug te ver, aldus de auteurs.


Mr. J.M.L. van Duin
Mw. mr. J.M.L. van Duin en Mw. mr. R.S.I. Lawant zijn beiden advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. R.S.I. Lawant
Artikel

Belgische consumenten-class action

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden massaschade, class action, consumenten, België
Auteurs Dr. S. Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    De Belgische wet van 28 maart 2014 voegde in het Wetboek van economisch recht een rechtsvordering tot collectief herstel (of class action) in. Deze bijdrage bespreekt dit nieuwe instrument, dat enkel van toepassing is op consumenten-massaschade. Vooreerst komen de drie ontvankelijkheidsvoorwaarden aan bod: de rechtsvordering moet een inbreuk betreffen op één of meerdere Belgische of Europese consumentenwetten, zij moet worden ingesteld door een geschikte groepsvertegenwoordiger (die enkel een vereniging kan zijn) en de rechtsvordering tot collectief herstel moet doelmatig zijn. Vervolgens wordt het facultatieve opt-in- of opt-out-systeem besproken. Tot slot wordt dieper ingegaan op de vier fases van de procedure: de ontvankelijkheidsfase, een verplichte onderhandelingsfase, de eventuele gegrondheidsfase en de uitvoeringsfase.


Dr. S. Voet
Dr. S. Voet is postdoctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen, Instituut voor Procesrecht, Universiteit Gent.
Artikel

Algemene beschouwingen over koop van vermogensrechten (en meer)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden koop, vermogensrechten
Auteurs Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Mede aan de hand van twee recente arresten van de Hoge Raad wordt in deze bijdrage ingegaan op de toepasselijkheid van de algemene en bijzondere bepalingen van koop.


Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans
Prof. mr. drs. J.W.A. Biemans is hoogleraar Burgerlijk recht, i.h.b. Goederenrecht en Notarieel recht, aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Staatsimmuniteit van executie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden staatsimmuniteit, immuniteit van jurisdictie, immuniteit van executie, art. 3a Gerechtsdeurwaarderswet, art. 436 Rv
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery en Mr. M.A.M. Essed
SamenvattingAuteursinformatie

    Op het moment dat een (vreemde) staat zijn verplichtingen uit een overeenkomst niet nakomt, bestaat het risico dat de staat zich verzet tegen verhaal met een beroep op immuniteit van executie. In dit artikel wordt besproken wat dit gevaar inhoudt en hoe men zich hiertegen kan wapenen.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery en Mr. M.A.M. Essed zijn beiden verbonden aan het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. M.A.M. Essed
Artikel

EU-burgerschap en de vrees voor sociaal toerisme: de zaak Dano

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden EU-burgerschap, sociaal toerisme, discriminatie op grond van nationaliteit
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Dano is de vraag aan de orde of een Duitse basiswerkloosheidsuitkering mag worden geweigerd aan een Roemeense die in Duitsland verblijft, maar niet naar werk zoekt. De uitkering betreft een bijzondere non-contributieve uitkering in de zin van de Coördinatieverordening sociale zekerheid, en is daarom geen bijstandsuitkering. Het Hof van Justitie oordeelt dat de uitkering echter toch als bijstandsuitkering in de zin van Richtlijn 2004/38/EG mag worden gezien. Gelet op de daarin opgenomen bepalingen zijn de gelijkebehandelingsbepaling van de richtlijn en de Coördinatieverordening niet van toepassing. Dat betekent dat in dat geval een uitkering geweigerd mag worden.
    HvJ 11 november 2014, zaak C-333/13, Dano, ECLI:EU:C:2014:2358


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. (Frans) Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht en tevens gasthoogleraar aan de Universiteit van Gotenburg.
Artikel

Van A tot Z; de uitspraken van het Hof van Justitie betreffende homoseksuele asielzoekers.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Definitierichtlijn, homoseksualiteit, menselijke waardigheid, asiel, vluchteling
Auteurs Mr. dr. K. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaken X, Y en Z (C-199/12, C-200/12 en C- 201/12) oordeelde het Hof van Justitie op 7 november 2013 dat homoseksuelen een bijzondere sociale groep vormen, van homoseksuele asielzoekers niet kan worden verlangd dat zij discretie betrachten en dat de enkele strafbaarstelling van homoseksualiteit onvoldoende is om gegronde vrees voor vervolging aannemelijk te achten.
    Op 2 december 2014 beantwoordde het Hof van Justitie de vraag over de toets van de geloofwaardigheid van asielrelazen van homoseksuele asielzoekers in de zaken A, B en C (C-148/13, C-149/13 en C-150/13).
    Het Hof van Justitie heeft in deze uitspraak een beperkt aantal problematische onderzoeksmethodes ter vaststelling van de geloofwaardigheid van homoseksualiteit verboden. De vraag naar de rechtmatigheid van een aantal andere methodes blijft bestaan. Het Hof van Justitie laat deze toets aan de nationale rechter, en oordeelt dat bij deze toets de eerbiediging van artikel 1 EU Grondrechtenhandvest (menselijke waardigheid) richtinggevend is.
    HvJ 2 december 2014, gevoegde zaken C-148/13, C-149/13 en C-150/13, A, B en C, ECLI:EU:C:2014:2406
    HvJ 7 november 2013, gevoegde zaken C-199/12, C-200/12 en C- 201/12, X, Y en Z, ECLI:EU:C:2013:720


Mr. dr. K. Zwaan
Mr. dr. K. (Karin) Zwaan is coördinator van het Centrum voor Migratierecht van de Radboud Universiteit Nijmegen
Artikel

Advies 2/13 van het Hof van Justitie: flinke stap terug voor toetreding Europese Unie tot Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Artikel 6 lid 2 VEU, fundamentele rechten, Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, Autonomie van het Unierecht, Ontwerpakkoord
Auteurs Dr. C.J. Van de Heyning
SamenvattingAuteursinformatie

    In Advies 2/13 oordeelt het Hof van Justitie dat het Ontwerpakkoord aangaande de toetreding van de Europese Unie tot het EVRM niet in overeenstemming is met de Verdragen. Het Hof van Justitie meent dat het Ontwerpakkoord op elf punten in strijd is met de autonomie en eigenheid van het Unierecht (de eenheid, voorrang en effectiviteit van het Unierecht) en de positie van het Hof van Justitie als ultieme rechter over de interpretatie van het Unierecht in gevaar brengt. Dit Advies werd ontvangen als een grote verrassing. Deze annotatie bespreekt het Advies en besluit dat het Hof van Justitie hiermee de toetreding zeer moeilijk zo niet onmogelijk maakt.
    HvJ 18 december 2014, Advies 2/13, Advies aangaande artikel 218, paragraaf 11 VWEU, ECLI:EU:C:2014:2475, n.n.g.


Dr. C.J. Van de Heyning
Dr. C.J. (Catherine) Van de Heyning, LLM, is onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen, docent aan de KHLIM en advocaat strafrecht bij het Belgische kantoor Monard.
Artikel

Het dilemma van vrij verkeer van gezondheidszorg en arme lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden ziektekostenverzekering, ziekenhuisbehandeling, toestemmingsvereiste, Verordening (EEG) nr. 1408/71
Auteurs Mr. dr. J.J.M. Sluijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Op het gebied van gezondheidszorg functioneert het vrij verkeer nog niet optimaal. Burgers uit arme lidstaten dienen noodzakelijke zorg in hun eigen lidstaat te ondergaan. Pas wanneer zij nergens terecht kunnen, mogen zij de medische nood in een andere EU-lidstaat ledigen.
    HvJ 9 oktober 2014, zaak C-268/13, Elena Petru/Casa Judeţeană de Asigurări de Sănătate Sibiu en Casa Naţională de Asaigurări de Sănătate, ECLI:EU:C:2014:2271, n.n.g.


Mr. dr. J.J.M. Sluijs
Mr. dr. J.J.M. (Jan-Koen) Sluijs is advocaat bij FLORET in Den Haag.
Artikel

Privacyvoorwaarden voor de iOverheid

Vuistregels voor wet- en regelgevers met betrekking tot overheidsinformatiesystemen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden iOverheid, privacy, transparantie, EVRM, Handvest
Auteurs Prof. mr. G.J. Zwenne en Mr. W. Steenbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid zet steeds vaker en op steeds grotere schaal ICT in als hulpmiddel bij de vervulling van de publieke taak. Over dit ICT-enthousiasme bestaan evenwel de nodige zorgen. Daarbij gaat het niet alleen om de soms spectaculaire budgetoverschrijdingen, vertragingen of mislukkingen, waarnaar de commissie-Elias onderzoek deed, maar ook over de naleving van de vereisten op grond van het recht op privacy, dat onder meer is neergelegd in artikel 8 EVRM en artikel 7 Handvest voor de Grondrechten van de EU. Deze bijdrage schetst aan de hand van een aantal uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie welke voor ICT-projecten van de overheid relevante privacyvereisten kunnen worden afgeleid uit het EVRM en het Handvest.


Prof. mr. G.J. Zwenne
Prof. mr. G.J. Zwenne is hoogleraar Recht en de informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden, alsmede advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. W. Steenbruggen
Mr. W. Steenbruggen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

De Algemene verordening gegevensbescherming

De rechtsopvolger van de Wbp

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bescherming van persoonsgegevens, Algemene verordening gegevensbescherming, implementatie van EU-verordeningen
Auteurs Mr. dr. J.P. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nieuwe gegevensbeschermingsrecht in de Algemene verordening gegevensbescherming zal voor bedrijven, burgers en de overheid ingrijpende gevolgen hebben. Het gegevensbeschermingsrecht wordt voortaan in Brussel vastgesteld. De Wet bescherming persoonsgegevens zal verdwijnen. In deze bijdrage wordt beschreven waar zich de grootste veranderingen in het recht voordoen en wat behouden blijft. Daarbij gaat aandacht uit naar de beginselen van gegevensbeschermingsrecht, de rechten van de betrokkene, de plichten van de verantwoordelijke, het toezicht, de handhaving en de rechtsbescherming. Er komt een ingewikkelde wetgevingsoperatie in Nederland aan om dat alles goed te implementeren. Aan de hand van adviezen van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de Afdeling advisering van de Raad van State wordt geïnventariseerd waar wetgevingsambtenaren mee worden geconfronteerd.


Mr. dr. J.P. de Jong
Mr. dr. J.P. de Jong is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Publicity in Secured Transactions Law

Proefschrift van mr. D.J.Y. Hamwijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden publiciteit, zekerheidsrecht, pandregister, art. 9 Uniform Commercial Code
Auteurs Prof. E. Dirix
SamenvattingAuteursinformatie

    Het proefschrift van D.J.Y. Hamwijk, Publicity in Secured Transactions, is een belangrijke bijdrage aan het leerstuk van het publiciteitsvereiste bij zekerheidsrechten. Het levert niet enkel nieuwe inzichten aan die van belang zijn voor de Nederlandse discussie over de wenselijkheid van de invoering van een pandregister, maar draagt tevens bij aan het huidige internationale debat over de toekomst van de zekerheden in Europa.


Prof. E. Dirix
Prof. E. Dirix is buitengewoon hoogleraar aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de KU Leuven.
Artikel

Alle omstandigheden van het geval. Een onderzoek naar de omstandigheden die de werking van de redelijkheid en billijkheid beïnvloeden

Proefschrift van mr. P.T.J. Wolters

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden redelijkheid en billijkheid, indeling in categorieën, rangorde van relevante omstandigheden
Auteurs Prof. J.B.M. Vranken
SamenvattingAuteursinformatie

    Een interessant en moedig boek om het veelkoppige monster van de redelijkheid en billijkheid en de omstandigheden die de werking ervan beïnvloeden, beter in de greep te krijgen.


Prof. J.B.M. Vranken
Prof. J.B.M. Vranken is emeritus hoogleraar methodologie van het privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Softwarebetrekkingen. De auteur, de verkrijger en hun vermogensrechtelijke positie jegens derden

Proefschrift van mr. E.D.C. Neppelenbroek

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden auteursrecht, rechtmatige verkrijger, gebruiksrecht, derdenwerking, software
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het proefschrift Softwarebetrekkingen van E.D.C. Neppelenbroek is een waardevolle aanvulling op de bestaande literatuur over de juridische kwalificatie van software en de juridische betrekkingen tussen auteur, verkrijger en derden.


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

De executoriale verkoop van onroerende zaken door de hypotheekhouder

Proefschrift van mr. I. Visser

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden executoriale verkoop, onroerende zaken, Wet executieveilingen, veiling, onderhandse verkoop
Auteurs Mr. J.A.J. Peter
SamenvattingAuteursinformatie

    In het proefschrift van Irene Visser staat de vraag centraal hoe bij de executoriale verkoop van onroerende zaken (met name woningen) door de hypotheekhouder een zo hoog mogelijke netto-opbrengst kan worden behaald. Zowel de regelgeving als de positie van de notaris, de hypotheekhouder en overige betrokkenen komt aan bod.


Mr. J.A.J. Peter
Mr. J.A.J. Peter is juridisch adviseur bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB).
Artikel

De procesovereenkomst. Over de vrijheid van partijen het civiele proces vorm te geven

Proefschrift van mr. M.W. Knigge

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden procesovereenkomst, fundamentele procesbeginselen, regierol rechter, procesreglement
Auteurs Mr. Th. Veling
SamenvattingAuteursinformatie

    Tegen de achtergrond van de druk op de rechtspraak om efficiënter te werken wordt het proefschrift van M.W. Knigge over de procesovereenkomst besproken. De auteur deelt de conclusie van Knigge dat de vrijheid van partijen om de civiele procedure vorm te geven zeer beperkt is. Verrassend is die conclusie niet.


Mr. Th. Veling
Mr. Th. Veling is (rol)rechter bij de Rechtbank Rotterdam. Deze bijdrage is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Inburgeringsvoorwaarden en Europees recht: the end of the Wib as we know it?

Een analyse van de mogelijke gevolgen van de relevante bepalingen van Europees recht voor de Nederlandse Wet inburgering in het buitenland

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden inburgering, Gezinsherenigingsrichtlijn, derdelanders, evenredigheid
Auteurs Mr. dr. R. van Oers
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Dogan beantwoordt het Hof van Justitie de eerste van twee prejudiciële vragen van het Verwaltungsgericht Berlin over de Duitse inburgeringseis in het buitenland. Het Hof van Justitie beantwoordt de tweede, subsidiaire vraag over de verenigbaarheid van de Duitse eis met Richtlijn 2003/86/EG inzake het recht op gezinshereniging (hierna: de Gezinsherenigingsrichtlijn) niet. Onlangs legde de Afdeling het Hof van Justitie prejudiciële vragen voor over de verenigbaarheid van de Nederlandse Wet inburgering in het buitenland (Wib) met deze richtlijn. Volgens de auteur valt uit het arrest Dogan, alsmede uit andere jurisprudentie van het Hof van Justitie en uit standpunten van de Europese Commissie, af te leiden dat het aannemelijk is dat het Hof van Justitie de Wib op punten strijdig zal achten met de Gezinsherenigingsrichtlijn.
    HvJ 10 juli 2014, zaak C-138/13, Dogan/Bundesrepublik Deutschland, ECLI: EU: C:2014:2066


Mr. dr. R. van Oers
Mr. dr. R. (Ricky) van Oers is werkzaam als opleidingsmanager bij het Centrum voor Postacademisch Juridisch Onderwijs (CPO) van de Radboud Universiteit. De auteur is Kees Groenendijk, Tineke Strik en de redacteuren van NtEr zeer erkentelijk voor het commentaar op een eerdere versie van deze bijdrage.

    This article studies the significance of insights from non-legal disciplines (such as political science, economics, and sociology) for comparative legal research and the methodology connected with such ‘interdisciplinary contextualisation’. Based on a theoretical analysis concerning the nature and methodology of comparative law, the article demonstrates that contextualisation of the analysis of legal rules and case law is required for a meaningful comparison between legal systems. The challenges relating to this contextualisation are illustrated on the basis of a study of the judicial use of comparative legal analysis as a source of inspiration in the judgment of difficult cases. The insights obtained from the theoretical analysis and the example are combined in a final analysis concerning the role and method of interdisciplinary contextualisation in comparative legal analysis conducted by legal scholars and legal practitioners.


Elaine Mak Ph.D.
Endowed Professor of Empirical Study of Public Law, in particular of Rule-of-Law Institutions, at Erasmus School of Law. Contact: mak@law.eur.nl.

    The article takes as its point of departure some of the author’s multidisciplinary projects. Special attention is given to the question of whether the disciplines united in the various research team members already constituted a kind of ‘inter-discipline’, through which a single object was studied. The issue of how the disciplinary orientations of the research team members occasionally clashed, on methodological issues, is also addressed.
    The outcomes of these and similar multidisciplinary research projects are followed back into legal practice and academic legal scholarship to uncover whether an incorporation problem indeed exists. Here, special attention will be given to policy recommendations and notably proposals for new legislation. After all, according to Van Dijck et al., the typical role model for legal researchers working from an internal perspective on the law is the legislator.
    The author concludes by making a somewhat bold case for reverse incorporation, that is, the need for (traditional) academic legal research to become an integral part of a more encompassing (inter-)discipline, referred to here as ‘conflict management studies’. Key factors that will contribute to the rise of such a broad (inter-)discipline are the changes that currently permeate legal practice (the target audience of traditional legal research) and the changes in the overall financing of academic research itself (with special reference to the Netherlands).


Annie de Roo
Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.
Article

Access_open Expounding the Place of Legal Doctrinal Methods in Legal-Interdisciplinary Research

Experiences with Studying the Practice of Independent Accountability Mechanisms at Multilateral Development Banks

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2015
Auteurs Andria Naudé Fourie
SamenvattingAuteursinformatie

    There is a distinct place for legal doctrinal methods in legal-interdisciplinary research methodologies, but there is value to be had in expounding that place – in developing a deeper understanding, for instance, of what legal doctrinal analysis has to offer, wherein lies its limitations, and how it could work in concert with methods and theories from disciplinary areas other than law. This article offers such perspectives, based on experiences with an ‘advanced’ legal-interdisciplinary methodology, which facilitates a long-term study of the growing body of practice generated by citizen-driven, independent accountability mechanisms (IAMs) that are institutionally affiliated with multilateral development banks. The article demonstrates how legal doctrinal methods have contributed towards the design and development of a multipurpose IAM-practice database. This database constitutes the analytical platform of the research project and also facilitates the integration of various types of research questions, methods and theories.


Andria Naudé Fourie
Research Associate, Erasmus University Rotterdam, School of Law.
Toont 281 - 300 van 300 gevonden teksten
1 2 7 8 9 10 11 12 13 15 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.