Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 337 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Ruimte krijgen en ruimte nemen

De onwenselijkheid van ruime delegatiebepalingen naar aanleiding van de nieuwe zorgwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden delegatie, Zorgverzekeringswet, Meststoffenwet, motie-Jurgens, tijdelijke delegatie, vrijstelling
Auteurs D.R.P. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2014 sneuvelde de nieuwe zorgwet van minister Schippers in de Eerste Kamer. De fractievoorzitters van de coalitiepartijen suggereerden vervolgens dat de regering dan misschien maar een algemene maatregel van bestuur zou moeten opstellen om de beoogde maatregelen alsnog door te voeren. De basis daarvoor zou worden gevormd door een zeer ruim geformuleerde delegatiebepaling in de Zorgverzekeringswet. Deze suggestie leidde tot veel commotie, zowel binnen het parlement als daarbuiten, omdat het parlement blijkbaar zomaar opzij zou kunnen worden gezet door de regering. Dit artikel gaat in op dergelijke algemene delegatiebepalingen aan de hand van twee casus: de delegatiebepaling in de Zorgverzekeringswet en de eveneens zeer algemene vrijstellingsmogelijkheid in de Meststoffenwet. Bij beide casus wordt eerst besproken hoe de desbetreffende bepaling recentelijk dreigde te worden, respectievelijk werd ingezet. Vervolgens wordt bezien hoe deze delegatiebepalingen in de wet terecht zijn gekomen: wat is er in de wetsgeschiedenis over gewisseld. Ten slotte worden conclusies getrokken over de wenselijkheid van dergelijke bepalingen en hoe ermee zou moeten worden omgegaan als ze er eenmaal zijn.


D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. de Kok is coördinerend jurist bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Access_open Staat, kerk en individuele gelovige: strijd om de dominantie

De zaak Fernández Martínez in het licht van theorievorming over collectieve godsdienstvrijheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden godsdienstvrijheid, EVRM, staatsrecht, rechtsfilosofie
Auteurs Mr. drs. Jaco van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently the European Court of Human Rights issued its Grand Chamber judgment in the case of Fernández Martínez versus Spain. This case shows the importance of a sound and justified approach of the collective dimension of religious freedom. It is argued that a perspective from individual autonomy falls short. Instead, an account is proposed which reflects on the nature of religious collectivities, and on the proper place of the state within society. In some aspects of the said judgment, elements of such an approach can be found, while other aspects show more affinity with a contrary approach. The judgment therefore suffers from incoherence, as it is argued.


Mr. drs. Jaco van den Brink
Mr. drs. J. van den Brink studeerde rechtsgeleerdheid en geschiedenis (BA) in Utrecht en volgde een juridische en een filosofische master rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Vanaf 2013 werkt hij als advocaat bij Bouwman Van Dommelen advocaten te Hardinxveld-Giessendam.
Artikel

De onwenselijkheid van de toepassing van de klachtplicht uit art. 6:89 BW op vorderingen ex art. 2:9 BW: een dogmatisch en praktisch perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Klachtplicht, bestuurdersaansprakelijkheidsvordering, art. 6:89 BW, art. 2:9 BW, art. 2:8 BW
Auteurs Mr. A.J. Rijsterborgh en Mr. Z.D. Veldhoen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs betogen dat de klachtplicht van art. 6:89 BW niet dient te worden toegepast op vorderingen ex art. 2:9 BW. Zij menen dat dogmatische én praktische bezwaren hieraan in de weg staan. De rechter dient zich bij interne bestuurdersaansprakelijkheidsvorderingen te beperken tot de toepassing van art. 2:8 BW.


Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. Z.D. Veldhoen
Mr. Z.D. Veldhoen is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Uitleg van een derdenbeding in een verzekeringspolis

Enkele beschouwingen naar aanleiding van HR 19 april 2013, NJ 2013/239 (Alheembouw/HDI-Gerling)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden uitleg, contract, derdenbeding, verzekering, polisvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt aan de hand van het arrest HR 19 april 2013, NJ 2013/239 (Alheembouw/HDI-Gerling) de vraag behandeld hoe ten opzichte van de in de jurisprudentie ontwikkelde gevalstypen van contractsuitleg de uitleg van een derdenbeding in een verzekeringsovereenkomst te plaatsen is. Wanneer is van zo’n beding sprake en welke uitlegmaatstaf moet hierbij worden gehanteerd?


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Biases in toezicht: wat zijn het en hoe kunnen we ermee omgaan?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden biases, psychologie
Auteurs drs. Remy Jansen RO CIA en Mr. dr. Margot Aelen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs gaan in op de vraag hoe het kan dat toezichthouders risico’s niet zien, risico’s onderschatten of te laat ingrijpen om risico’s te verminderen. Dit hoeft niet altijd voort te komen uit een gebrek aan deskundigheid, professionaliteit of kennis. Psychologische processen kunnen de effectiviteit van het toezicht ondermijnen, zonder dat de toezichthouder het merkt. De effecten van zogenoemde biases mogen niet worden onderschat.


drs. Remy Jansen RO CIA
Drs. R.M. Jansen RO CIA is afdelingshoofd thematisch toezicht integriteit bij DNB.

Mr. dr. Margot Aelen
Mr. dr. M. Aelen is toezichthouder specialist bij DNB en redactielid van Tijdschrift voor Toezicht.
Artikel

Over mens- en wereldbeelden en hun bijbehorende misdaadrecht

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2015
Trefwoorden worldview, view of man, (pre-/trans-)modernity, science and religion, restorative justice
Auteurs J.A.A.C. Claessen
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminal law is embedded in a specific view of man and the world. This thesis implies that a change of the view of man and the world leads necessarily to a change of criminal law. Since our view of man and the world is constantly changing, the same applies for our law governing wrongful conduct. In this article is described how our view of man and the world has changed through the ages (during pre-modernity and modernity) and what changes have occurred under the influence thereof. Given the limited size of this article, a macro-perspective is utilized. At the end of the article, the author advocates a new (trans-modern) view of man and the world and a new corresponding law governing wrongful conduct.


J.A.A.C. Claessen
Mr. dr. Jacques Claessen is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg en redacteur van de Nieuwsbrief Strafrecht en het Tijdschrift voor Herstelrecht.
Artikel

Het veranderende mensbeeld in het strafrecht

Een bespiegeling op basis van ervaringen in de rechterlijke macht

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2015
Trefwoorden administration of justice, cynicism, optimism, pondering interests, forgiving
Auteurs G.J.M. Corstens
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the author explains his optimistic view of humanity. He argues that a judge, like he was before, should always keep in mind that defendants and convicted people deserve a positive approach, even if this seems to be contrary to the general experience of recidivism. Criminal judges should never adopt an attitude of cynicism and being merciless. However, criminal justice has to take into account the interests of society in general, of victims and of accused and convicted people. Sometimes severe punishment is required in order to underline the rules we have to obey. But even then the judge has to consider whether there is hope. Pondering all the interests concerned is necessary. Sometimes pardoning is appropriate.


G.J.M. Corstens
Mr. Geert Corstens is oud-president van de Hoge Raad der Nederlanden en oud-hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is tegenwoordig Appointing Authority bij het Iran US Claims Tribunal en lid van de Ethische Commissie van het Internationaal Olympisch Comité.
Artikel

Gelijke behandeling en derdelanders: realiteit of toekomstmuziek?

De Langdurig-ingezetenerichtlijn in zes arresten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gelijke behandeling, derdelanders, langdurig ingezetene
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 juli 2014 deed het Hof van Justitie uitspraak in de zaak Tahir. Dit is het zesde arrest van het Hof van Justitie over de in 2003 door de Raad vastgestelde Langdurig-ingezetenerichtlijn die begin 2006 door de lidstaten geïmplementeerd moest zijn. Het arrest Tahir is de aanleiding voor een bijdrage over deze richtlijn die de verblijfspositie en rechten van langdurig ingezeten derdelanders regelt en hen definieert. Naast het arrest Tahir zal in deze bijdrage ook aandacht zijn voor de andere arresten van het Hof van Justitie over de positie van langdurig ingezeten derdelanders. De vraag die centraal staat, is afgeleid van een van de doelstellingen van de Langdurig-ingezetenerichtlijn: draagt deze bij aan de gelijke behandeling van derdelanders?
    HvJ 17 juli 2014, zaak C-469/13, Shamim Tahir/Ministero dellÍnterno, Questura di Verona, ECLI:EU:C:2014:2094, n.n.g.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal recht van Tilburg Law School.
Artikel

Non bis in idem in Europa: de zaken Spasic en M.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden non bis in idem, artikel 54 Schengenuitvoeringsovereenkomst, artikel 50 Handvest EU, beperking grondrechten Handvest EU, tenuitvoerleggingsvoorwaarde
Auteurs Mr. dr. W.F. van Hattum
SamenvattingAuteursinformatie

    Binnen Schengen en de EU geldt de regel dat iemand die onherroepelijk is berecht niet nog eens mag worden vervolgd of gestraft wegens hetzelfde feit (non bis in idem). Geldt deze bescherming ook wanneer de straf wel definitief is geworden maar nog niet ten uitvoer is gelegd? Artikel 54 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst is hierover duidelijk: het stelt tenuitvoerlegging als voorwaarde voor toepassing van de waarborg tegen tweede vervolging of bestraffing. Artikel 50 Handvest stelt deze voorwaarde echter niet. In de zaak Spasic beoordeelt het Hof van Justitie – voor het eerst – de verhouding tussen beide non bis in idem-bepalingen.
    In de zaak M. is de vraag aan de orde of een ‘buitenvervolgingstelling’ een tweede vervolging in een andere lidstaat belet. Het betreft een strafrechtelijke beslissing die nationaal een minder sterke non bis in idem-werking heeft dan een onherroepelijk eindvonnis. Deze bijdrage laat aan de hand van beide zaken zien hoe het Hof van Justitie de balans probeert te houden tussen vrijheid, veiligheid en recht enerzijds en het voorkomen en bestrijden van criminaliteit anderzijds.
    HvJ 27 mei 2014 (GK), zaak C-129/14 PPU, Spasic, prejudiciële spoedprocedure op verzoek Oberlandesgericht Nürnberg (Duitsland), ECLI:EU:C:2014:586, n.n.g. en HvJ 5 juni 2014, zaak C-398/12, M., prejudiciële procedure op verzoek Tribunale di Fermo (Italië), ECLI:EU:C:2014:1057, n.n.g.


Mr. dr. W.F. van Hattum
Mr. dr. W.F. (Wiene) van Hattum is als universitair docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Herroeping van ontbindingsbesluiten in beginsel mogelijk

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2015
Trefwoorden ontbinding, besluit, herroeping, derde, rechtszekerheid
Auteurs Mr. K. van der Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de beschikking van de Hoge Raad van 19 december 2014, waarin de vraag centraal staat of herroeping van een ontbindingsbesluit van een rechtspersoon mogelijk is, en zo ja, onder welke omstandigheden en tegen welke voorwaarden.


Mr. K. van der Graaf
Mr. K. van der Graaf is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Privacyvoorwaarden voor de iOverheid

Vuistregels voor wet- en regelgevers met betrekking tot overheidsinformatiesystemen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden iOverheid, privacy, transparantie, EVRM, Handvest
Auteurs Prof. mr. G.J. Zwenne en Mr. W. Steenbruggen
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid zet steeds vaker en op steeds grotere schaal ICT in als hulpmiddel bij de vervulling van de publieke taak. Over dit ICT-enthousiasme bestaan evenwel de nodige zorgen. Daarbij gaat het niet alleen om de soms spectaculaire budgetoverschrijdingen, vertragingen of mislukkingen, waarnaar de commissie-Elias onderzoek deed, maar ook over de naleving van de vereisten op grond van het recht op privacy, dat onder meer is neergelegd in artikel 8 EVRM en artikel 7 Handvest voor de Grondrechten van de EU. Deze bijdrage schetst aan de hand van een aantal uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie welke voor ICT-projecten van de overheid relevante privacyvereisten kunnen worden afgeleid uit het EVRM en het Handvest.


Prof. mr. G.J. Zwenne
Prof. mr. G.J. Zwenne is hoogleraar Recht en de informatiemaatschappij aan de Universiteit Leiden, alsmede advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. W. Steenbruggen
Mr. W. Steenbruggen is advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.
Artikel

Estoppel vanuit civil law perspectief

Proefschrift van mr. J.H. Ermers

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden venire contra factum proprium, estoppel, rechtsvergelijking, rechtsverwerking, dwaling
Auteurs Prof. dr. V. Mak
SamenvattingAuteursinformatie

    In welke omstandigheden kan een beroep worden gedaan op de eerder door de wederpartij opgewekte schijn? Ermers onderzocht hoe het Engelse leerstuk van ‘estoppel’ als inspiratiebron kan dienen voor het Nederlandse recht.


Prof. dr. V. Mak
Prof. dr. V. Mak is hoogleraar Nederlands en Europees verbintenissenrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Mediëren verhoortechnieken de verandering in verklaringsbereidheid van verdachten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden effectiveness of interrogations, interrogation tactics, suspects’ statement, Structural Equation Modeling
Auteurs Dr. Willem-Jan Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    This study aims to provide more knowledge on the extent to which criminal investigators are able to influence suspects’ statement. For this purpose, 166 observed interrogations covering the whole interrogation were analyzed. Based on these longitudinal data Structural Equation Modeling was used to examine the extent to which interrogation tactics mediate the changing statement between the start and the end of the interrogation. The results show that particularly suspects who give a statement on personal affairs at the beginning of the interrogation change their statement. Manipulating techniques are used more often when suspects are silent and confrontational techniques are used more often when suspects declare about the crime. Only confrontational techniques seem to contribute to changes in suspects’ statement. Accusatory interrogation tactics do not mediate the relationship between the statement given at the beginning of the interrogation and the change in statement. It can be concluded that suspects who are silent at the beginning of the interrogation or who declare about the crime in most cases don’t change their statement and that with using accusatory interrogation techniques criminal investigators seem to be unable to influence their statement.


Dr. Willem-Jan Verhoeven
Dr. W.J. Verhoeven is universitair docent criminologie bij de sectie Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Recht op toegang tot een advocaat in het strafproces.

Enkele gedachten naar aanleiding van de implementatie van Richtlijn 2013/48/EU.

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Richtlijn 2013/48/EU, recht op toegang tot een raadsman, Salduz
Auteurs Prof. mr. Jan Boksem
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 oktober 2013 werd Richtlijn 2013/48/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. Deze Richtlijn bevat onder meer minimumvoorschriften betreffende het recht van de verdachte op toegang tot een advocaat in strafprocedures. De advocaat moet op zijn beurt de fundamentele aspecten van de verdediging onverkort kunnen waarborgen. De Richtlijn dient uiterlijk op 27 november 2016 in de nationale wetgeving te zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de (mogelijke) gevolgen van de implementatie van de Richtlijn voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb. EU 2013, L 294.


Prof. mr. Jan Boksem
Prof. mr. J. (Jan) Boksem is werkzaam als bijzonder hoogleraar verdediging in strafzaken bij Maastricht University en is tevens advocaat bij Anker & Anker Strafrechtadvocaten te Leeuwarden.

    Na tien jaar EAB onderzoekt deze bijdrage of de vereenvoudiging en versnelling van de justitiële samenwerking in strafzaken in evenwicht zijn met de rechtsbescherming van de opgeëiste persoon. Waar het Hof van Justitie vooral uitgaat van het vertrouwen in de nationale rechtsorde van de uitvaardigende lidstaat, volgt uit recente Uniewetgeving dat dit vertrouwen soms onvoldoende is. Ook de oplossingen van de Uniewetgever richten zich hoofdzakelijk op rechtsbescherming in de uitvaardigende lidstaat. Voor het evenwicht tussen efficiency en rechtsbescherming is vooral een in de uitvoerende lidstaat toe te passen weigeringsgrond inzake grondrechtenschendingen van groot belang.
    Pb. EG 2002, L 190/1


Mr. dr. Vincent Glerum
Mr. dr. V.H. (Vincent) Glerum is werkzaam als stafjurist van de Europese Kamer Strafrecht en Mensenrechten van de Rechtbank Amsterdam.
Artikel

Ere wie ere toekomt

Een kritische analyse over de relatie tussen eer, geweld en gender

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2014
Trefwoorden gender, eergerelateerd geweld, sociale uitsluiting
Auteurs Dr. Martina Althoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Honour, violence and masculinity are closely linked in traditional criminology, and are combined with an ethnic profile of the offender. This article discusses the conclusion of these assumptions as ethnocentric, but also as a simplification of the gendered idea of honour. Beliefs about honour, which are reduced to the male gender, and understood as conductive to crime, disregard insights regarding violent females, and awareness about the significance of honour in marginalized groups. Furthermore, this contribution discusses the supplementary value of a critical gender perspective, for discussion in criminology about honour and crime.


Dr. Martina Althoff
Dr. Martina Althoff is als universitair hoofddocent Criminologie verbonden aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

200 jaar Staten-Generaal en zelfregulering: betrokkenheid op afstand

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden zelfregulering, SER
Auteurs Drs. M.I. Hamer, Dr. M. Drahos en Drs. I. Thomassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Staten-Generaal dragen via het controleren van de regering en door (mede)wetgeving bij aan het borgen van publieke belangen. Literatuur en praktijk laten echter zien dat publieke belangen onder voorwaarden ook effectief kunnen worden geborgd door zelfregulering. Dit artikel geeft een beschouwing op de gevolgen van zelfregulering voor het democratische gehalte van beleid, op vraagstukken rondom representativiteit bij zelfreguleringsinitiatieven en op kansen en risico’s betreffende de effectiviteit van borging van publieke belangen. Deze drie aspecten worden belicht vanuit de ervaringen met vier vormen van zelfregulering binnen de Sociaal-Economische Raad (SER).


Drs. M.I. Hamer
Drs. M.I. Hamer is voorzitter van de SER.

Dr. M. Drahos
Dr. M. Drahos is senior beleidsmedewerker bij de directie Economische Zaken van de SER.

Drs. I. Thomassen
Drs. I. Thomassen was senior beleidsmedewerker bij de directie Bestuurszaken van de SER.
Artikel

Access_open De problematie van strafbaarheid van hulp bij zelfdoding door een niet-medicus

De zaak Heringa en de maatschappelijke roep om zelfbeschikking

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (2001), Hulp bij zelfdoding door een niet-arts, Zelfbeschikking, Zaak Heringa
Auteurs Mr. Marjolein Rikmenspoel
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently there’s a lot of debate within the Netherlands about the criminality of assistance by someone who’s not a doctor towards the death of a loved one. In the Heringa lawsuit a son has helped his (step)mother who wished to no longer live (considered her life to be ‘completed’) to die at an age of 99. The helper non-doctor risks criminal pursuit and punishment. The central argument of the lobby to establish a more humane approach towards the persevered need is personal autonomy. This article aims to clarify the debate and to stimulate another way of thinking towards the situation of, mostly, elderly who want to decide and act independently regarding their death.


Mr. Marjolein Rikmenspoel
Mr. M.J.H.T. Rikmenspoel MA is geestelijk verzorger, auteur van twee boeken over spirituele intelligentie en publiciste.
Artikel

Zwijgen is zilver, spreken is goud. De weigerende observandus en de voorgestelde wijziging van artikel 37a Sr

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2014
Trefwoorden TBS, weigerende observandus, gedragsdeskundige rapportage, medische dossiers, wetsvoorstel forensische zorg
Auteurs Mr. Martine Valk
SamenvattingAuteursinformatie

    When a person commits a severe crime in the Netherlands, for which he cannot be (fully) held responsible because of a mental disorder, a judge may impose a hospital order in a secured psychiatric institution. To make this possible, behavioural experts have to assess whether the suspect suffered from a mental disorder at the time of the crime. However, during this assessment a suspect has the right to remain silent. Since recent years the number of non-cooperating suspects is increasing. To solve this problem, the Secretary of State of Security and Justice has submitted a legislative proposal, which makes it possible to force health professionals to submit past medical records of the suspect to the behavioural experts for their assessment without his consent. This breaches the professional law of confidentiality. Following case law of the European Court of Human Rights, this can only be justified, if it complies with the principles of proportionality, subsidiarity and necessity. The legislative proposal does not comply with these principles, as alternatives are available. These are: improvement of the forensic psychiatric care, reduction of the duration of the treatment and extension of the behavioral research period.


Mr. Martine Valk
Mr. Martine Valk is junior onderzoeker aan het VU medisch centrum, afdeling Metamedica.
Artikel

Stroomlijningswet – nieuwe bevoegdheden voor de reeds samengevoegde autoriteiten in ACM

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Stroomlijningswet, ACM, bevoegdheden, toezichthouder, consumentenbelangen
Auteurs Mr. Janneke Kohlen en Mr. Pauline Kuipers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Stroomlijningswet voor de bevoegdheden van ACM is op 1 augustus 2014 in werking getreden. (Stb. 2014, 266; Kamerstukken 33 622). Daarmee worden de toezichthoudende bevoegdheden van de drie in ACM opgegane toezichthouders (NMa, OPTA en Consumentenautoriteit) gestroomlijnd. In de praktijk lijken de wijzigingen echter meer in te houden dan alleen stroomlijning; de kritiek dat bevoegdheden vooral opgerekt worden, is dan ook veel geuit. Redenen genoeg om de belangrijkste wijzigingen in de bevoegdheden van ACM nader te belichten. Daarbij rijst de vraag of ACM deze bevoegdheden ook ten volle zal gaan benutten voor het mededingingstoezicht of dat de andere twee gefuseerde toezichthouders – OPTA en Consumentenautoriteit – meer baat hebben bij deze nieuwe c.q. ‘gestroomlijnde’ bevoegdheden.


Mr. Janneke Kohlen
Mr. J.I. Kohlen is advocaat bij Bird & Bird LLP.

Mr. Pauline Kuipers
Mr. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird LLP.
Toont 301 - 320 van 337 gevonden teksten
1 2 9 10 11 12 13 14 16
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.