Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 490 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
WetgevingEUvoorgenomen

Krijgt de EU een Bill of Rights, of wordt het niets in Nice?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 11 2000
Trefwoorden sociaal beleid
Auteurs M.K. Bulterman

M.K. Bulterman
Artikel

Dynamic packaging en de Hoge Raad: waar is de reisorganisator gebleven?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden reisovereenkomst, richtlijn pakketreizen, dynamic packaging, Club-Tour-arrest
Auteurs Prof. mr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In artikel 7:500 lid 1 onder b BW wordt een reisovereenkomst omschreven als de overeenkomst waarbij een reisorganisator zich jegens zijn wederpartij verbindt tot het verschaffen van een door hem aangeboden, van te voren georganiseerde reis die uit ten minste twee van de hierna te noemen drie genoemde diensten bestaat en daarbij meer dan 24 uur duurt of een overnachting omvat. De drie betreffende diensten zijn het vervoer, verblijf of ‘een andere niet met vervoer of verblijf verband houdende, toeristische dienst die een significant deel van de reis uitmaakt’. Als reisorganisator wordt volgens artikel 7:500 lid 1 sub a BW aangemerkt: ‘degene die, in de uitoefening van zijn bedrijf, op eigen naam aan het publiek of aan een groep personen van te voren georganiseerde reizen aanbiedt’.


Prof. mr. M.B.M. Loos
Prof. mr. M.B.M. Loos is hoogleraar Privaatrecht, in het bijzonder het Europees consumentenrecht.
Jurisprudentie

De zaak Bernard: het Hof van Justitie laat opleidingsvergoedingen toe in het voetbal

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden Olympique Lyonnais, opleidingsvergoeding, Bernard
Auteurs Prof. dr. S.C.G. Van den Bogaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Bernard heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie) gesteld dat voetbalclubs een opleidingsvergoeding kunnen vragen voor jonge spelers die zij hebben opgeleid wanneer deze spelers na afloop van hun opleiding een profcontract met een club uit een andere lidstaat willen sluiten. De betwiste Franse regeling ging evenwel verder dan volgens het Hof van Justitie noodzakelijk was om de bescherming van de jeugdopleiding te verzekeren en werd dan ook verworpen als strijdig met het vrij verkeer van werknemers. Met deze uitspraak gaat het Hof van Justitie door op de reeds geruime tijd ingeslagen weg om sportregels te onderwerpen aan de Europese verdragsregels, zonder daarbij evenwel de eigenheid van sport uit het oog te verliezen. Het Hof van Justitie heeft zich in deze zaak niet uitgelaten over de verenigbaarheid van de thans geldende FIF- regels inzake opleidingsvergoedingen met het Europees recht.


Prof. dr. S.C.G. Van den Bogaert
Prof. dr. S.C.G. Van den Bogaert is hoogleraar Europees recht en directeur van het Europa Instituut aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

    Het recht op toegang tot documenten in handen van de overheid en de bescherming van persoonsgegevens als onderdeel van het recht op privéleven zijn fundamentele rechten. Bij een verzoek om documenten die persoonsgegevens bevatten, komen beide fundamentele rechten aan de orde. In Bavarian Lager verzekeren het Gerecht van Eerste Aanleg (hierna: Gerecht)en het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie) ofwel het belang van openbaarheid ofwel de bescherming van persoonsgegevens volledig, hetgeen ten koste gaat van de bescherming van het andere recht. De advocaat-generaal staat daarentegen een case to case analysis voor waarmee strijdige fundamentele rechten evenwichtig kunnen worden getoetst.


Mr. T. Nauta
Mr. T. Nauta is junior docent aan de Universiteit Utrecht bij de leerstoel Economisch Publiekrecht.
Jurisprudentie

Van Auroux/Roanne naar Müller/Wildeshausen: waar ligt de grens van de aanbestedingsplicht bij gebiedsontwikkeling?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden overheidsopdracht, gebiedsontwikkeling, gronduitgifte, publiekprivate samenwerking
Auteurs Mr. G. ‘t Hart en Mr. H.S.J. Albers
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn Müller-arrest heeft het Hof van Justitie van de Europsese Unie (hierna: Hof van Justitie) duidelijk aangegeven onder welke omstandigheden welke onderdelen van een gebiedsontwikkeling Europees moeten worden aanbesteed. De ontwikkeling en realisatie van vastgoed met een private bestemming hoeft in beginsel niet mee te worden aanbesteed met de publieke delen, indien aanbestedende dienst en ontwikkelaar vasthouden aan hun eigen rol.


Mr. G. ‘t Hart
Mr. G. ’t Hart is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. H.S.J. Albers
Mr. H.S.J. Albers is advocaat bij Houthoff Buruma.
Artikel

Eén enkele inbreuk: bezint eer ge begint

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2010
Trefwoorden kartel, inbreuk, bewijslast, bewijsvoering
Auteurs Mr. R. Elkerbout LL.M
SamenvattingAuteursinformatie

    In de beschikkingspraktijk van de Europese Commissie (hierna: de Commissie) en de NMa wordt een kartel bijna standaard juridisch geduid als ‘één enkele inbreuk’ op het kartelverbod. Het gebruik van het begrip ‘één enkele inbreuk’ heeft vergaande consequenties voor de bewijsvoering en de rechten van de verdediging. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de oorsprong, de uitgangspunten en de grenzen van het begrip ‘één enkele inbreuk’.


Mr. R. Elkerbout LL.M
Mr. R. Elkerbout LL.M is advocaat bij Stek te Amsterdam.
Jurisprudentie

Zelfstandig verblijfsrecht van schoolgaande kinderen van werknemers en hun verzorgers: ontbreken van bestaansmiddelen niet relevant

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden vrij verkeer van personen, voorwaarden verblijfsrecht, artikel 12 Verordening (EG) nr. 1612/68, voldoende bestaansmiddelen en ziektekostenverzekering, verzorger schoolgaand kind in gastlidstaat
Auteurs Dr. A. Schrauwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Baumbast en R 1x HvJ EG 17 september 2002, zaak C-413/99, Baumbast en R, Jur. 2002, p. I-7091. heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) reeds bepaald dat kinderen van migrerende werknemers het recht hebben om in de gastlidstaat hun opleiding te voltooien en daarbij begeleid mogen worden door de persoon die daadwerkelijk voor hun verzorging instaat. In de zaken Ibrahim en Teixeira, die beide op 23 februari 2010 werden gewezen, bevestigt het Hof van Justitie dit recht expliciet en geeft het aan dat de financiële voorwaarden die de burgerschapsrichtlijn 2004/38/EG stelt aan economisch niet actieve burgers niet gelden voor verzorgers van schoolgaande kinderen.2x Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, Pb. EU 2004, L 158/77. Bovendien maakt het Hof van Justitie duidelijk dat het afgeleide verblijfsrecht voor verzorgers onder omstandigheden kan blijven voortbestaan indien het kind meerderjarig is. Het Hof van Justitie kent daarmee een bijzonder belang toe aan de rechtspositie van kinderen die onderwijs volgen en hun daadwerkelijke verzorgers, waardoor zij worden bevoorrecht ten opzichte van andere familieleden van voormalige werknemers en Unieburgers.

Noten

  • 1 HvJ EG 17 september 2002, zaak C-413/99, Baumbast en R, Jur. 2002, p. I-7091.

  • 2 Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, Pb. EU 2004, L 158/77.


Dr. A. Schrauwen
Dr. A. Schrauwen is als universitair hoofddocent verbonden aan de leerstoelgroep Europees recht en het Amsterdam Centre for European Law and Governance, Faculteit der Rechtsgeleerdheid Universiteit van Amsterdam.
Jurisprudentie

Een bespreking van het arrest CELF II (zaak C-1/09) over passende maatregelen in geval van onrechtmatige en (vooralsnog) onverenigbare staatssteun

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden onrechtmatige staatssteun, onverenigbare staatssteun, CELF, verenigbaarheidsoordeel
Auteurs Mr. P.C. Adriaanse en Prof. dr. T. Joris
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest CELF II beantwoordt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (hierna: Hof van Justitie) voor de tweede maal prejudiciële vragen van de Franse Conseil d’État in het langlopende geschil over onrechtmatige steunverlening van de Franse overheid aan boekenexporteur CELF. Het Hof van Justitie bevestigt de zelfstandige rol van nationale rechters bij de handhaving van het in artikel 108 lid 3 VWEU vervatte uitvoeringsverbod voor nieuwe steunmaatregelen. In geval van onrechtmatige en (vooralsnog) onverenigbare steunverlening zal de nationale rechter, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, passende maatregelen moeten nemen. Opschorting van de nationale procedure tot aan een (nieuw) verenigbaarheidsoordeel van de Europese Commissie is in ieder geval niet toegestaan. De uitspraak is gelet op eerdere jurisprudentie niet verrassend, maar daarmee niet onbelangrijk.


Mr. P.C. Adriaanse
P.C. Adriaanse is als universitair docent verbonden aan de afdeling staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. T. Joris
T. Joris is Jean Monnet professor en directeur van het Centrum voor Europees Recht aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Recht en Criminologie.
Artikel

Wet bevolkingsonderzoek op gespannen voet met EU-recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2010
Trefwoorden vrijverkeersregime, gezondheidsdienst, e-commerce, genoomanalyse, Wet op het bevolkingsonderzoek
Auteurs Mr. R.E. van Hellemondt, Prof. mr. A.C. Hendriks en Prof. dr. M.H. Breuning
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse overheid ziet met lede ogen aan dat consumenten via internet en zonder tussenkomst van medisch specialisten of andere deskundigen hun genenkaart laten ontcijferen. Dit onderzoek gebeurt door bedrijven die in andere landen zijn gevestigd, dan wel gebruik maken van de diensten van elders gevestigden. De consument krijgt aldus informatie over de kans op het krijgen van erfelijke aandoeningen. Deze onlineverkoop staat op gespannen voet met de Nederlandse wetgeving. Vandaar ook deze ‘buitenlandroute’,waarmee consumenten én bedrijven de Nederlandse regels betrekkelijk eenvoudig kunnen omzeilen. Deze bijdrage onderzoekt de ruimte van Nederland als EU-lidstaat om het aanbod van commerciële genoomanalyse te reguleren. De Nederlandse wetgeving wordt tegelijkertijd langs de Europese meetlat gelegd en blijkt niet EU-proof te zijn.


Mr. R.E. van Hellemondt
Mr. R.E. van Hellemondt is als onderzoeker/docent gezondheidsrecht verbonden aan de afdeling Ethiek & Recht van het LUMC.

Prof. mr. A.C. Hendriks
Prof. mr. A.C. Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden/LUMC.

Prof. dr. M.H. Breuning
Prof. dr. M.H. Breuning is hoofd van de afdeling Klinische Genetica van het LUMC.
Jurisprudentie

Google AdWords: het Hof maakt veel duidelijk, maar we zijn er nog niet

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden inbreuk op de merkrechten, opslagdiensten, E-Commerce richtlijn, aantasting van de herkomstaanduidingsfunctie, Google AdWords
Auteurs Mr. M.J Heerma van Voss en Mr. V.A. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    De kogel is door de kerk voor Google; zij maakt geen inbreuk op de merkrechten met AdWords en Google verricht opslagdiensten in de zin van de E-Commerce richtlijn, als gevolg waarvan zij in beginsel een beroep kan doen op de daarin neergelegde aansprakelijkheidsexoneratie. Voor een geslaagd beroep zal de nationale rechter wel tot de conclusie moeten komen dat het gedrag van Google ‘binnen de perken blijft van dat van een als tussenpersoon optredende dienstverlener’.Wat betreft het merkgebruik door de adverteerder, komt het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: Hof van Justitie) met een (voor dit soort zaken?) specifieke invulling voor het door het Hof van Justitie ontwikkelde criterium ‘aantasting van de herkomstaanduidingsfunctie’. Tot slot is opvallend dat het Hof van Justitie resoluut stelt dat in dit soort zaken geen sprake is van afbreuk aan de andere merkfuncties dan voornoemde.


Mr. M.J Heerma van Voss
Mr. M.J. Heerma van Voss is advocaat bij SOLV te Amsterdam.

Mr. V.A. Zwaan
Mr. V.A. Zwaan is advocaat bij SOLV te Amsterdam.
Jurisprudentie

Het internationale recht als beschermengel van de exclusieve bevoegdheden van lidstaten inzake verlies van nationaliteit?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Rottmann, burger van de Unie, intrekking van staatsburgerschap, ontbreken van de afstandseis
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Rottmann-arrest bevestigt dat lidstaten bij de uitoefening van hun exclusieve bevoegdheden het Europese recht moeten respecteren, maar laat tegelijkertijd zien dat Europese inmenging door het internationale recht wordt beperkt. Het Hof van Justitie van de Europese Unie erkent dat lidstaten ingevolge het internationale en het Europese recht hun bevoegdheid inzake het nationaliteitsrecht hebben behouden, maar voegt hieraan toe dat de primaire hoedanigheid van onderdanen van de lidstaten, te weten burger van de Unie, met zich meebrengt dat lidstaten bij de effectuering van een besluit tot intrekking van door naturalisatie verkregen nationaliteit het Europese evenredigheidsbeginsel moeten respecteren. Het expliciteert ook de verplichting van de lidstaat waarvan de nationaliteit verloren is gegaan ten tijde van de naturalisatie, om bij de beoordeling van een verzoek tot herkrijging van die nationaliteit de uit het Rottmann-arrest voortvloeiende beginselen te respecteren.


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. Oosterom-Staples is universitair docent aan de Universiteit van Tilburg.
Jurisprudentie

Zijn er nog grenzen aan gelijkheid? – De spanning tussen gelijke behandeling van Unieburgers versus de bevoegdheidsverdeling tussen Unie en lidstaten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Europees burgerschap, Unieburgerschap, Onderwijs, non-discriminatie op grond van nationaliteit
Auteurs Mr. H. Van Eijken
SamenvattingAuteursinformatie

    Gelijke behandeling en Unieburgerschap gaan hand in hand. Dat betekent onder andere dat de toegang tot onderwijs aan Unieburgers op gelijke basis moet worden verleend, ook als de onderwijssystemen zelf ongelijk zijn. Voor studenten die zijn uitgeloot voor opleidingen in hun eigen lidstaat biedt dit mogelijkheden; voor de Unieburger die in zijn eigen lidstaat wil blijven studeren en de lidstaten zelf levert dit een minder positief beeld op. Hoe verhoudt de gelijke behandeling van Unieburgers zich tot de bevoegdheid van lidstaten om onderwijssystemen vorm te geven? Is het tijd om de bakens te verzetten?


Mr. H. Van Eijken
Mr. H. van Eijken is promovenda bij het Europa Instituut (Universiteit Utrecht).
Jurisprudentie

De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht

De stand van zaken na het arrest Kücückdeveci

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden uitsluitende directe werking, Kücükdeveci, Handvest van de Grondrechten
Auteurs Dr. H. de Waele en Mr. I. Kieft
SamenvattingAuteursinformatie

    Kücükdeveci is een mijlpaalarrest. Het verruimt de mogelijkheden voor richtlijnen om ‘horizontale effecten’ te sorteren, en voegt zo een belangrijk nieuw hoofdstuk toe aan een klassiek hoofdpijndossier. In geschillen tussen particulieren lijkt er voortaan vaker dan voorheen, over de band van de zogenoemde ‘uitsluitende directe werking’ van Europese regels, een beroep op bepalingen uit richtlijnen te kunnen worden gedaan. Daarbij wordt eerdere jurisprudentie over de doorwerking van algemene beginselen van EU-recht uitgebreid. Het arrest leidt echter tevens tot vervagende grenzen tussen de Europeesrechtelijke kernleerstukken. Verder dreigt het gevaarlijke spanningen op te roepen, zowel tussen rechters als tussen lidstaten, onder meer door een (potentieel) brisante passage over het Handvest van de Grondrechten. Al met al vormt het oordeel een ware Fundgrube voor verdere wetenschappelijke theorievorming; daarnaast reikt het advocaten en magistraten een aantal praktische handvatten voor de toekomst aan.


Dr. H. de Waele
Dr. H. de Waele is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. I. Kieft
Mr. I. Kieft is advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.

A.A.H. van Hoek

M.S. Houwerzijl
Jurisprudentie

Het arrest Eind: Het vrije personen verkeer: een begin zonder einde?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2008
Trefwoorden vrij verkeer van personen
Auteurs A. Venekamp

A. Venekamp
Jurisprudentie

Export van studiefinanciering in de EU

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2008
Trefwoorden vrij verkeer van personen
Auteurs R.H. van Ooik

R.H. van Ooik
Artikel

De Dienstenwet: dekt de vlag de lading

Pleidooi voor verdere omzetting van de Dienstenrichtlijn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Dienstenwet, omzetting richtlijnen
Auteurs Mr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    De belangrijkste artikelen uit de Europese Dienstenrichtlijn zijn niet terug te vinden in nationale wet- of regelgeving. De vraag is hoe zich dit verhoudt met de strikte implementatie-eisen uit de rechtspraak van het Hof van Justitie. In dit artikel worden de argumenten van de wetgever om de bepalingen niet op te nemen kritisch tegen het licht gehouden. Daarbij wordt ingegaan op de juridische en praktische gevolgen die het ontbreken van nationale voorschriften met zich brengt. Moet de Dienstenwet worden uitgebreid?


Mr. M.R. Botman
Mr. M.R. Botman is promovenda aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het VU University Amsterdam Centre for Law and Governance. Zij doet onderzoek naar de tenuitvoerlegging van de Dienstenrichtlijn in Nederland.
Artikel

Wetsvoorstel Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten: overbodig of onmisbaar in de praktijk?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden toezicht, decentrale overheden, naleving, aanwijzing, verhaalsrecht
Auteurs Mr. M.J.M. Verhoeven
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer Europese regelgeving in de Nederlandse rechtsorde niet goed nageleefd wordt, spreekt de Europese Commissie de lidstaat Nederland daarop aan. Binnen de nationale rechtsorde is de centrale overheid echter niet als enige verantwoordelijk voor de toepassing van Europees recht. De toepassing van Europese regelgeving in de nationale rechtsorde is veelal ook in handen van andere overheidsorganen, zoals zelfstandige bestuursorganen en decentrale overheden. De centrale overheid heeft vanwege haar Europese verantwoordelijkheid voor de correcte toepassing van Europees recht behoefte aan voldoende bevoegdheden voor toezicht op deze overheidsorganen. Met het wetsvoorstel Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Kamerstukken II 2009/10, 32 157, nr. 2; hierna afgekort tot wetsvoorstel NErpe) worden aan het toezichtsinstrumentarium enkele nieuwe bevoegdheden toegevoegd, die zijn toegesneden op de handhaving van Europees recht. In deze bijdrage een eerste blik op dit wetsvoorstel.


Mr. M.J.M. Verhoeven
Mr. M.J.M. Verhoeven is als promovenda verbonden aan het Europa Instituut en de Afdeling Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Het EVRM en de Europese Unie: van Bosphorus naar Lissabon

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Verdrag van Lissabon, Gelijkwaardigheidsvermoeden, Dublin II, Handvest van de grondrechten
Auteurs Prof. dr. J. Callewaert
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Verdrag van Lissabon is op 1 december 2009 in werking getreden. De grondrechten nemen er een plaats in die ongeëvenaard is in de geschiedenis van de Europese Unie (EU). Met het Verdrag krijgt immers het Handvest van de grondrechten primairrechtelijke waarde en krijgt de EU de opdracht om tot het EVRM toe te treden. Bovendien worden de bevoegdheden van het Hof van Justitie (Hof) in aanzienlijke mate uitgebreid in domeinen die, zoals de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, voor de grondrechten van bijzonder belang zijn.


Prof. dr. J. Callewaert
Prof. dr. J. Callewaert is adjunct-griffier van de Grote Kamer bij het Europees Hof voor de rechten van de mens, ereprofessor aan de Duitse Universiteit voor administratieve wetenschappen (Speyer) en gastprofessor aan de Universiteit Louvain (België).
Toont 341 - 360 van 490 gevonden teksten
1 2 14 15 16 18 20 21 22 23 24 25
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.