Zoekresultaat: 89 artikelen

x

Mr. M.M. Roelofs
Mr. M.M. Roelofs is advocaat bij Linklaters LLP.

Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes
Prof. mr. R.P.J.L. Tjittes is advocaat en partner bij BarentsKrans.

J. Kampman LL.B.
J. Kampman LL.B. is masterstudent privaatrecht en strafrecht aan de UvA; diens masterscriptie heeft als basis gediend voor dit artikel.
Artikel

Schuldeisersverzuim belicht vanuit theorie en praktijk

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden schuldeisersverzuim, rechtsplicht, opschorting, ontbinding, medewerking
Auteurs Mr. A.N.L. de Hoogh en Mr. drs. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage nemen de auteurs het leerstuk van het schuldeisersverzuim in ogenschouw. Aan de orde komt de kritiek uit de doctrine op (de invoering van) de regeling van het schuldeisersverzuim in het verbintenissenrecht. Vervolgens wordt rechtspraak uit 2012 geanalyseerd om te toetsen of het schuldeisersverzuim in de praktijk tot problemen leidt. De auteurs komen tot een genuanceerde conclusie, waarbij een deel van de kritiek op het leerstuk wordt gedeeld, maar ook wordt geconstateerd dat de praktijk in het algemeen goed uit de voeten kan met dit leerstuk.


Mr. A.N.L. de Hoogh
Mr. A.N.L. de Hoogh is werkzaam aan de Erasmus School of Law als wetenschappelijk docent.

Mr. drs. M. van Kogelenberg
Mr. drs. M. van Kogelenberg is werkzaam aan de Erasmus School of Law als wetenschappelijk onderzoeker.
Casus

Pitfalls in de overnamepraktijk

Enige regelmatig voorkomende valkuilen in koopcontracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2012
Auteurs Mr. P.P.J. Jongen en mr. M.J.E. van den Bergh
Auteursinformatie

Mr. P.P.J. Jongen
Mr. P.P.J.Jongen is advocaaat bij Höcker Advocaten.

mr. M.J.E. van den Bergh
Mr. M.J.E. van den Bergh is advocaaat bij Höcker Advocaten.

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.

mr. dr. T.H.M. van Wechem
Mr. dr. T.H.M. van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie advocaten in Amsterdam, directeur van Law@Work B.V en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

    Deze bijdrage bespreekt de remedies uit het GEKR die de koper bij niet-nakoming door de verkoper ten dienste staan. Bezien wordt of de regeling met betrekking tot de remedies vergeleken met het Nederlands recht voordelen kan opleveren voor de koper of de verkoper. Vooral de aandacht verdienen de nakoming, de schadevergoeding en de ontbinding, maar ook zal worden stilgestaan bij enkele algemene punten met betrekking tot de uitoefening van remedies, zoals de klachtplicht. De conclusie luidt dat koper en verkoper allebei geen duidelijke redenen hebben om voor het GEKR te kiezen wat de regeling van de remedies betreft.


Mr. drs. M. van Kogelenberg
Mr. drs. M. van Kogelenberg is wetenschappelijk onderzoeker en docent bij de sectie Burgerlijk Recht, Erasmus School of Law.

Prof. mr. E.H. Hondius
Prof. Mr. E.H. Hondius is hoogleraar Europees privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

(Uit)eindelijk een optioneel instrument voor Europees contractenrecht

De conceptverordening voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Europees contractenrecht, optioneel instrument, consumentenrecht, kooprecht, wetgeving
Auteurs Dr. C. Jeloschek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met haar voorstel voor een verordening voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht presenteert de Commissie een autonoom regime van contracten(koop)recht. Dit is een volledig geharmoniseerde set aan regels die bij grensoverschrijdende transacties in plaats van nationale (contracten)rechten kan worden gekozen. Deze bijdrage schetst de reikwijdte van dit voorstel en onderzoekt de toegevoegde waarde ervan. Hoewel deze verordening als een mijlpaal in de ontwikkeling van het Europese consumentenrecht kan worden gezien, is niet zonder meer duidelijk dat de consument hier ook echt beter van wordt. Zo plaatst de auteur enkele kritische kanttekening wat betreft de toepassing en de effecten van dit instrument in de (rechts)praktijk.


Dr. C. Jeloschek
Dr. C. Jeloschek is werkzaam als advocaat bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. S.A. Kruisinga
Mr. S.A. Kruisinga is als universitair hoofddocent handelsrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. M.Y. Schaub
Mr. M.Y. Schaub is als universitair docent burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Mijn en dijn in het huwelijk

Een Europese oplossing ook voor Nederland?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Europees eenvormig huwelijksvermogensrecht, internationaal huwelijksvermogens- en erfrecht, rechtsvergelijkend huwelijksvermogens- en erfrecht
Auteurs Prof. mr. A.L.G.A. Stille
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2010 is tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek een overeenkomst gesloten, waarin aan (aanstaande) gehuwden de mogelijkheid wordt geboden om het keuzestelsel van de Wahl-Zugewinngemeinschaft of de régime matrimonial optionnel de la participation aux acquêts als huwelijksvermogensstelsel te kiezen. In dit opstel wordt dit nieuwe stelsel inhoudelijk besproken. Ook de ermee verbonden erfrechtelijke regelingen naar Duits, Frans en Nederlands recht komen kort aan de orde. De auteur stelt dat dit stelsel mogelijk in de plaats van het huidige Nederlandse stelsel van de wettelijke gemeenschap van goederen kan komen en doet suggesties voor nader onderzoek.


Prof. mr. A.L.G.A. Stille
A.L.G.A. Stille was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam (zie noot 1), alwaar hij bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid nog steeds gastvrijheid geniet; hij was voorts directeur van de Stichting Internationaal Juridisch Instituut te ’s-Gravenhage en vicepresident van het gerechtshof te ’s-Gravenhage; thans is hij in dat hof raadsheer.
Artikel

Aanpassing van de overeenkomst bij onvoorziene omstandigheden: een kwestie van uitleg?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2011
Trefwoorden onvoorziene omstandigheden, aanpassing overeenkomst, uitleg, redelijkheid en billijkheid, goede trouw
Auteurs Prof. mr. J.M. van Dunné
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur tracht in het artikel aan te tonen dat het leerstuk van de onvoorziene omstandigheden een kwestie van uitleg is, en dat uitleg al jaar en dag een kwestie van normatief uitleggen is, alias redelijke uitleg, uitleg te goeder trouw. Dat alles in het licht van het al omvattende beginsel van de redelijkheid en billijkheid.


Prof. mr. J.M. van Dunné
Prof. mr. J.M. van Dunné is emeritus hoogleraar burgerlijk recht, handelsrecht en burgerlijk procesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Regres in internationaal verband

Een bespreking van het leerstuk van regres in het internationale privaatrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden regres, subrogatie, internationaal privaatrecht, Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten
Auteurs Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Als zich in een regressituatie internationale aanknopingspunten voordoen, rijzen vragen omtrent internationale rechtsmacht en toepasselijk recht. Aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden worden in deze bijdrage de op subrogatie en wettelijk verhaal van toepassing zijnde regels van internationaal privaatrecht besproken. Het antwoord de vraag welk recht van toepassing is verschilt per deelaspect van de regressituatie. De rechtsgeldigheid van subrogatie wordt bijvoorbeeld beheerst door het recht op de verzekeringsovereenkomst van toepassing is, maar de omvang van de schade wordt bepaald door het recht dat op de onrechtmatige daad van toepassing is. Oplettendheid is dus geboden.


Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is cassatieadvocaat en tevens medewerkster van het Bureau Kennis & Innovatie bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Discussie

Een haalbaarheidsstudie naar een optioneel instrument

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden optioneel instrument, Europese commissie, oneerlijke bedingen, afgebroken onderhandelingen, bevoegdheid, Rome I Vo
Auteurs Mr. dr. J.W. Rutgers
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur behandelt in haar bijdrage thema’s rondom het concept optioneel instrument zoals de Europese Commissie dat op 3 mei 2011 op haar website heeft gepubliceerd. Zij bespreekt achtereenvolgens de context waarin de Europese Commissie het concept optioneel instrument plaatst, de vraag of er een bevoegdheid is in de Europese verdragen om tot vaststelling van een optioneel instrument te kunnen komen en wat de verhouding tot Rome I Vo is. Ten slotte gaat de auteur in op de inhoud van het document en licht er twee onderwerpen uit: het afbreken van onderhandelingen en de toetsing van oneerlijke bedingen.


Mr. dr. J.W. Rutgers
Mr. dr. J.W. Rutgers is universitair hoofddocent Afdeling Privaatrecht, Juridische Faculteit VU en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof te Amsterdam.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.

Artikel

Onvoorziene omstandigheden en het Nederlandse recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden onvoorziene omstandigheden, Nederlands recht, receptief stelsel, artikel 6:258 BW
Auteurs Prof. mr. E.H. Hondius
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn bijdrage beziet de auteur hoe het Nederlandse recht naar Mombergs onderscheiding zou moeten worden gekwalificeerd: als een receptief of als een niet-receptief stelsel. Dit onderscheid door Momberg is gebaseerd op de ‘(al dan niet) ontvankelijkheid van een rechtsstelsel voor erkenning van de juridische relevantie van gewijzigde omstandigheden, waarbij aan de belanghebbende partij in een dergelijk geval de mogelijkheid wordt geboden om te kunnen vertrouwen op een stelsel van rechtsvorderingen’. De auteur meent dat het Nederlandse recht bij de receptieve stelsels moet worden ingedeeld.


Prof. mr. E.H. Hondius
Prof. mr. E.H. Hondius is als faculteitshoogleraar Europees privaatrecht verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Consumentenbescherming en het Optionele Instrument van contractenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7/8 2011
Trefwoorden Optioneel Instrument, toepassingsgebied, consumentenbescherming
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit consumentenrechtelijk perspectief wordt onderzocht wat het personele, materiële en territoriale toepassingsgebied van het toekomstige Optionele Instrument zou moeten zijn om effectief te kunnen zijn, waarna dit wordt vergeleken met de door de Europese Commissie gemaakte keuzes. Geconcludeerd wordt dat het materiële toepassingsgebied uitgebreid zal moeten worden om het Optionele Instrument aantrekkelijk te maken voor zowel ondernemers als consumenten.


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. Loos is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder het Europees consumentenrecht, aan de Universiteit van Amsterdam, en verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van die universiteit.
Discussie

Naar een beter instrument voor Europees contractenrecht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2011
Trefwoorden europeanisering, contractenrecht, Groenboek, optioneel instrument, consultatie, Klankbordgroep Internationaal Contracteren
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse, Mr. dr. M.-J. van der Heijden en F. Merab Samii
SamenvattingAuteursinformatie

    Recentelijk heeft de Europese Commissie het proces van europeanisering van het nationale en internationale contractenrecht opgezweept. In een Groenboek over Europees contractenrecht heeft zij zeven beleidsopties voor de ontwikkeling van een nieuw instrument van Europees contractenrecht gepresenteerd waarbij alle belanghebbenden werden uitgenodigd om daarop te reageren. De Klankbordgroep Internationaal Contracteren heeft daaraan gehoor gegeven door haar reactie begin dit jaar in te sturen. Deze bijdrage is een Nederlandstalige weergave van die Engelstalige reactie. In deze impressie worden allereerst de achtergrond en de doelstelling van het Groenboek belicht. Vervolgens worden voor- en tegenargumenten per beleidsoptie naar voren gebracht en worden de opties getoetst aan de door de Europese Commissie (in het Groenboek) geformuleerde doelstellingen. Daarna volgt een bespreking van vragen van inbedding van de voorgestane keuzemogelijkheden. Tot slot geeft dit artikel een korte weergave van de resultaten van de Europese raadpleging en kondigt het een volgende consultatieronde aan.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar burgerlijk recht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. M.-J. van der Heijden
Mr. dr. M.-J. van der Heijden is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

F. Merab Samii
F. Merab Samii is als student-assistent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. De auteurs zijn lid van de Klankbordgroep Internationaal Contracteren en vormen de werkgroep die de reactie van de Klankbordgroep op het Groenboek voorbereidde en instuurde.
Jurisprudentie

IPR-procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden EEX-Verordening, materiële toepassingsgebied, bepalen van de rechtsmacht, schadebrengende feit
Auteurs Mr. M. Zilinsky
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek zal aandacht worden besteed aan een aantal arresten van het Hof van Justitie over de uitleg van de EEX-Verordening (PbEG L 12/2001, p. 1; hierna: EEX-Vo). In het kader hiervan passeren drie onderwerpen de revue: het materiële toepassingsgebied van de verordening, de vraag naar het bepalen van de rechtsmacht bij geschillen uit overeenkomsten en de vraag naar het bepalen van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan.


Mr. M. Zilinsky
Mr. M. Zilinsky is universitair docent internationaal privaatrecht aan de VU Amsterdam.
Toont 21 - 40 van 89 gevonden teksten
« 1 2 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.