Zoekresultaat: 319 artikelen

x
Artikel

Access_open Experimentenwet: carte blanche verdient nadere overweging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Experimenteren, Fundamentele beginselen van procesrecht, Innovatie, Artikel 86 Rv
Auteurs Mr. P. Ingelse
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot 1 juni lag een wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging ter consultatie voor. Volgens dit voorstel krijgt de regering met het oog op innovatie van de rechtspraak voor onbepaalde tijd de bevoegdheid om bij AMvB te experimenteren met het Nederlands burgerlijk procesrecht. Concreet wordt onder meer gedacht aan experimenten met een eenvoudige procedure voor het MKB, met een deskundige lekenrechter naast de gewone rechter en met een harmonieuze alternatieve echtscheidingsprocedure. De experimenten moeten blijven binnen de grenzen van EU-recht, verdragen en de fundamentele beginselen van procesrecht, maar verder is de bevoegdheid vrijwel ongeclausuleerd.
    Het is de vraag of deze bevoegdheid strookt met (de strekking van) de Grondwet en past binnen de staatrechtelijke verhoudingen. De bevoegdheid is hoe dan ook te ruim doordat het experimenten mogelijk maakt en ook daadwerkelijk beoogt die de verwezenlijking van burgerlijke rechten en verplichtingen – tegen de wil van (een van) partijen – kan aantasten.
    De wetgever moet zich driemaal bedenken voordat hij een dergelijke twijfelachtige en grotendeels onnodige carte blanche in handen van de AMvB-regelgever speelt.
    Dat neemt niet weg dat de rechtspraak er zeker naar moet streven de civiele procedure eenvoudiger, sneller, flexibeler en effectiever te maken, waar nodig en aanvaardbaar met experimenten. Nog lang niet alle inventiviteit en creativiteit is uitgeput. Die experimenten hebben echter alleen zin, indien de financiële middelen worden verschaft om de consequenties te trekken uit een geslaagd experiment.


Mr. P. Ingelse
Mr. P. Ingelse is mediator/arbiter bij ReulingSchutte te Amsterdam. Tot begin 2015 was hij lid van het Gerechtshof Amsterdam, laatstelijk als voorzitter van de Ondernemingskamer.
Wetenschap en praktijk

Verbetering van de positie van werknemers in faillissement

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden DA Retailgroep, Smallsteps, adviesrecht ondernemingsraad, medezeggenschap in faillissement, prepack
Auteurs Mr. drs. L. Ecker
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van werknemers in faillissement is recentelijk verbeterd. Dit blijkt onder andere uit de zaken van DA Retailgroep en Smallsteps. In de eerste zaak kende de Hoge Raad een adviesrecht toe aan de ondernemingsraad in faillissement. In de tweede zaak nam het Europees Hof van Justitie aan dat de regels voor overgang van onderneming van toepassing zijn bij een overname na faillissement in een prepacksituatie. In dit artikel worden onder meer beide zaken besproken en ook de mogelijke impact die zij zullen hebben op de positie van werknemers in faillissement.


Mr. drs. L. Ecker
Mr. drs. L.J.H. (Leopold) Ecker is advocaat bij DLA Piper te Amsterdam.
Wetenschap en praktijk

De rol van de OR bij (aandelen)overnames: lessons learned uit de recente jurisprudentie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2018
Trefwoorden ondernemingsraad, adviesrecht ondernemingsraad, fusie, aandelenoverdracht
Auteurs Mr. dr. I. Zaal
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren heeft de Ondernemingskamer een aantal belangwekkende beschikkingen voor de overnamepraktijk gewezen. In deze bijdrage geeft de auteur een overzicht van de medezeggenschapsrechtelijke aspecten van een (aandelen)overname. Zij gaat onder meer in op: het tijdstip van advisering, de informatie die aan de OR moet worden verstrekt, en het begrip medeondernemerschap.


Mr. dr. I. Zaal
Mr. dr. I. (Ilse) Zaal is universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Slotdocument Monitoring Commissie: terugblik, maar vooral ook vooruitkijken

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden Corporate Governance Code, monitoringrapport, corporate governance, beursvennootschap, Monitoring Commissie
Auteurs Mr. S. Rietveld
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het zogenoemde Slotdocument van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code onder voorzitterschap van Jaap van Manen. In dit vierde en laatste monitoringrapport blikt de Commissie terug op haar werkzaamheden van de afgelopen jaren, maar kijkt zij ook vooruit en geeft zij de nieuwe Commissie stof tot nadenken.


Mr. S. Rietveld
Mr. S. Rietveld is Senior Professional Support Lawyer Corporate bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Access_open Stoelendans aan boord van de KLM

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Stoelendansmethode, Methode de Blécourt, Omgekeerde afspiegelingsbeginsel, Uitwisselbaarheid, Reorganisatie
Auteurs mr. Mirjam de Blécourt
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijft behoefte aan een reorganisatie op basis van de stoelendansmethode. Indien nieuw gecreëerde functies een deel van de werkzaamheden van de oude (te) vervallen functies bevatten, kan de werkgever niet langer de meest geschikte werknemer plaatsen. De werkgever dient in dat geval af te spiegelen over die geschikte werknemers van wie een deel van de functie terugkeert en automatisch te plaatsen op basis van omgekeerde afspiegeling. Pas daarna mogen de rest van de geschikte werknemers worden geplaatst. In de literatuur en jurisprudentie worden de termen (her)plaatsen, automatisch plaatsen, direct plaatsen, tewerkstellen en benoemen door elkaar gebruikt. In deze bijdrage wordt een terminologie-suggestie gedaan om duidelijkheid te scheppen. Om in de praktijk een reorganisatie op basis van de stoelendansmethode volgens een juist stappenplan uit te voeren is een visueel stappenplan in deze bijdrage opgenomen.


mr. Mirjam de Blécourt
Advocaat
Discussie

Access_open De ILO en het Nederlandse arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Impact van de ILO op het Nederlandse arbeidsrecht
Auteurs Prof. mr. Paul F. van der Heijden
SamenvattingAuteursinformatie

    De ILO bestaat in 2019 honderd jaar. Nederland is vanaf het begin lid geweest van deze tripartite internationale organisatie, die na 1945 onder de paraplu van de Verenigde Naties is komen te vallen.
    Nederland heeft zich doorgaans opgesteld als een actief en betrokken lid; het heeft in vergelijking met andere lidstaten veel ILO-verdragen geratificeerd, te weten 106.
    Met dit grote aantal ratificaties heeft de ILO relatief grote impact gehad op het Nederlands arbeidsrecht.
    Er waren ‘kwesties’ met de ILO over onder meer de loonpolitiek, de sterkte van de Arbeidsinspectie, het ontslagrecht en de vakbondsvrijheid.
    Opvallend is dat Nederland ILO-verdrag 158 over het ontslagrecht niet heeft geratificeerd.
    Op terreinen waar veel overheidsgeld mee gemoeid is, zoals bijvoorbeeld de loonpolitiek, de sterkte van de Arbeidsinspectie of de sociale zekerheid, leeft de Nederlandse overheid pas na veel tijdsverloop en druk van de ILO de aangegane verplichtingen na.


Prof. mr. Paul F. van der Heijden
Prof. mr. P.F. van der Heijden is hoogleraar Internationaal Arbeidsrecht aan de Universiteit Leiden. Hij was gedurende 22 jaar in verschillende rollen actief binnen de ILO, de laatste 15 jaar als onafhankelijk voorzitter van de Committee on Freedom of Association (CFA).
Jurisprudentie

Medezeggenschap tijdens faillissement

HR 2 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:982 (DA Retailgroep)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Ondernemingsraad, Faillissement, Medezeggenschap, Overgang van onderneming, Doorstart
Auteurs Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de vraag of de curator na faillissement advies moet vragen aan de ondernemingsraad wanneer hij wil overgaan tot verkoop van de activa van de onderneming en tot ontslag van het aldaar werkzame personeel. Hij onderwerpt het standpunt van de Hoge Raad over deze problematiek aan een kritische analyse. Voor het oordeel dat de ondernemingsraad geen adviesrecht toekomt wanneer de onderneming wordt geliquideerd, ziet hij geen wettelijke basis. Deze beperking staat bovendien op gespannen voet met het Europese recht. Voorts is de curator bij een doorstart van de onderneming in ieder geval gehouden advies te vragen wanneer sprake is van een overgang van een onderneming in de zin van Richtlijn 2001/23/EG. Met betrekking tot de formele voorschriften van de Wet op de ondernemingsraden moet de curator bovendien in het oog houden dat het Europese recht ook zekere eisen stelt aan het informatie- en consultatietraject. Ten slotte staat de auteur stil bij de consequenties van schending van de WOR door de curator, ook voor de mogelijkheden van individuele werknemers om op te komen tegen de opzegging van hun arbeidsovereenkomst.


Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens
Prof. dr. mr. W.H.A.C.M. Bouwens is hoogleraar Sociaal Recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Casus

Na AkzoNobel: meer bescherming vereist voor beursvennootschappen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden activistische aandeelhouder, overnamedreiging, beschermingsconstructies, enquêterecht, bescherming tegen overnames
Auteurs Dr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de uitspraak van de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam van 29 mei 2017 inzake Elliott International L.P. c.s./AkzoNobel NV bespreekt de auteur in dit artikel de stand van zaken met betrekking tot de reikwijdte van de bevoegdheden en taken van de organen van een beursvennootschap in het kader van het perspectief van een mogelijke overname en soortgelijke situaties. Daarbij wordt ook ingegaan op de recente discussie of Nederlandse beursvennootschappen meer bescherming behoeven.


Dr. H. Koster
Dr. H. (Harold) Koster is universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

De Uniface-beschikking: de wezenlijke invloed van de ondernemingsraad op de besluitvorming

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wezenlijke invloed, Signing Protocol, voorwaardelijke besluitvorming, inhuur deskundigen, overlegvergadering
Auteurs Mr. C. Nekeman
SamenvattingAuteursinformatie

    De ondernemingsraad moet tijdig door de ondernemer worden betrokken bij het besluitvormingsproces. Enkel indien dat gebeurt, kan de ondernemingsraad wezenlijke invloed uitoefenen. In de Uniface-beschikking geeft de Ondernemingskamer een aantal gezichtspunten die van cruciale betekenis zijn bij de beoordeling of de Ondernemingsraad tijdig betrokken wordt.


Mr. C. Nekeman
Mr. C. Nekeman is werkzaam als advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

De cao en het schriftelijkheidsvereiste in het arbeidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden schriftelijkheidsvereiste, semidwingend, cao, proeftijd, wijziging
Auteurs mr. Niels Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de eis dat alleen bij geschrift of in de arbeidsovereenkomst van een bepaalde wettelijke regeling kan worden afgeweken of dat een bepaald beding alleen schriftelijk kan worden overeengekomen ligt in hoofdzaak niet altijd dezelfde gedachte ten grondslag. Soms is dat een waarborg voor een zich goed rekenschap gevende werknemer die niet te lichtvaardig instemt met een bepaalde arbeidsvoorwaarde, soms ligt aan die eis de bescherming van de werknemer ten grondslag en soms is het een combinatie van beide. In dit artikel wordt besproken dat in die gevallen waarin de wet een schriftelijke overeenkomst eist en de beschermingsgedachte vooropstaat, een regeling bij cao toereikend is om van een schriftelijke overeenkomst te spreken.


mr. Niels Jansen
Niels Jansen is als docent/onderzoeker arbeidsrecht verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De Kostbare KEI-machine hapert

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2018
Auteurs Nathalie Gloudemans-Voogd en Ronald Brokke
Auteursinformatie

Nathalie Gloudemans-Voogd

Ronald Brokke
Beeld

    Bij de uitleg van cao-bepalingen leek de Hoge Raad in 1993, met de introductie van de cao-norm, afstand te hebben genomen van de Haviltex-norm. De ‘grammaticale uitleg’ van cao-bepalingen raakte in zwang. Dit was niet de bedoeling. De Hoge Raad greep diverse keren in om de cao-norm te verduidelijken. In 2002, met het DSM/Fox-arrest, leek de cao-norm uitgekristalliseerd. Met het Condor-arrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat bij de uitleg van een cao-bepaling de toepassing van de cao-norm niet in alle gevallen gerechtvaardigd is. In deze bijdrage wordt de ontwikkeling van de cao-norm toegelicht. De nieuwe grenzen zullen nog vastgesteld moeten worden. Mijn verwachting is dat het Condor-arrest als basis zal dienen voor een ontwikkeling waarbij cao-bepalingen uit bedrijfstak-cao’s en ondernemings-cao’s niet altijd volgens dezelfde methode zullen worden uitgelegd.


mr. dr. A. Stege
Mr. dr. A. Stege is advocaat bij Zilver Advocaten te Amsterdam.
Artikel

De speciale overnamecommissie in nationaal en rechtsvergelijkend perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2017
Trefwoorden overnamecommissie, raad van commissarissen, RvC, stuurgroep, overname
Auteurs Mr. drs. C. Groen en Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren is de aandacht voor de rol en de positie van de raad van commissarissen (RvC) van een doelvennootschap bij een overname toegenomen. Het komt in de praktijk regelmatig voor dat de RvC (mede) uit zijn midden een speciale overnamecommissie of stuurgroep vormt die specifiek belast is met een juiste afwikkeling van het overnameproces. In dit artikel gaan de auteurs in op de rol en vormgeving van deze speciale overnamecommissie.


Mr. drs. C. Groen
Mr. drs. C. Groen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

Mr. H. Koster
Mr. H. Koster is verbonden aan het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht en aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

FNV/Smallsteps; door overgang van onderneming, naar ondergang van ondernemingen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden Richtlijn 2001/23/EG, overgang van onderneming, behoud van de rechten van de werknemers, insolventie/faillissement, prepack
Auteurs Mr. drs. M. Hoogendoorn en Mr. D. Ninck Blok
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn – door de FNV als historisch bestempelde – arrest van 22 juni 2017 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat werknemers in beginsel ook bij een door een pre-pack voorafgegaan faillissement een beroep kunnen doen op de beschermingsbepalingen ter zake van de overgang van onderneming. Hoewel de Nederlandse rechter de casus nog in concreto dient te beoordelen bestaat voor partijen die een doorstart realiseren in een faillissement dat is voorafgegaan door een prepack het risico/de kans dat zij alle werknemers van de gefailleerde werkgever tegen ongewijzigde voorwaarden in dienst krijgen. De auteurs bespreken waarom het arrest naar hun mening niet past in de eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie en gaan in op mogelijke gevolgen.
    HvJ 22 juni 2017, zaak C-126/16, FNV c.s./Smallsteps BV, ECLI:EU:C:2017:489


Mr. drs. M. Hoogendoorn
Mr. drs. M. (Rien) Hoogendoorn is als advocaat ondernemings- en insolventierecht werkzaam bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Mr. D. Ninck Blok
Mr. D. (Doortje) Ninck Blok is als advocaat Europees en mededingingsrecht werkzaam bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.
Jurisprudentie

Gedomineerde en aanpalende markten – enkele opmerkingen bij NS Limburg

Besluit ACM d.d. 22 mei 2017, artikel 24 Mw en artikel 102 VWEU (Aanbesteding Concessie Limburg)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5-6 2017
Trefwoorden misbruik van machtspositie, misbruik op aanpalende markten, roofprijzen, competition on the merits, stelsel van gedragingen als misbruik
Auteurs Paul Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    Was het misbruikverbod in de Nederlandse mededingingspraktijk lange tijd een rustig, zo niet wat ingeslapen bezit, met het zeer uitvoerige boetebesluit waarmee de ACM de gang van zaken rond de aanbesteding in 2014 van de OV-concessie Limburg afstraft, is aan die rust voorlopig een einde gekomen. Voor mededingingsjuristen biedt de ACM stof tot nadenken met een op onderdelen innovatieve aanpak, die echter de analyse van de effecten van het gestelde misbruik stiefmoederlijk bedeelt.


Paul Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat te Amsterdam (Visser Schaap & Kreijger).
Artikel

Kroniek Insolventierecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2017
Auteurs Jaap van der Meer, Floris Dix, Suzan Winkels-Koerselman e.a.

Jaap van der Meer

Floris Dix

Suzan Winkels-Koerselman

Aubrey Klerks-Valks

Muriëlle  van der Plas

Inge Beulen

Milan van de Burgt

Arjen van Haandel
Artikel

De schorsing van een bestuurder door de vennootschap en de Ondernemingskamer en diens loondoorbetaling

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Bestuurder, Schorsing, Loondoorbetaling, Enquêteprocedure, Ondernemingskamer
Auteurs mr. Stéphanie Spoelder
Auteursinformatie

mr. Stéphanie Spoelder
Senior Associate (advocaat)
Artikel

Discriminatoir ontslag in de diverse samenleving

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Ontslag, Gelijke behandeling, Diversiteit, Discriminatie, College voor de Rechten van de Mens
Auteurs mr. Marieke ten Broeke
SamenvattingAuteursinformatie

    In onze diverse maatschappij bestaat veel aandacht voor het tegengaan van discriminatie, bijvoorbeeld in het proces van werving en selectie. In deze bijdrage onderzoekt de auteur aan de hand van rechtspraak en oordelen van het College voor de Rechten van de Mens welke rol discriminatie een rol speelt bij de beëindigingen van arbeidsovereenkomsten. Op grond van de onderzochte zaken wordt geconcludeerd dat een beroep op de gronden geslacht of chronische ziekte en handicap het vaakst aan de rechter of het College worden voorgelegd, waarbij het bij discriminatie op grond van geslacht meestal gaat om discriminatie wegens zwangerschap.


mr. Marieke ten Broeke
Lawyer
Casus

Ontwikkeling van een afwegingskader vertrouwen voor toezichthouders

Lessen uit de praktijk van de IGJ

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Vertrouwen, Toezicht, operationaliseren, afwegingskader, gezondheidszorg
Auteurs Sandra Spronk, Heleen Buijze, Paul Zwietering e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Diverse toezichthouders hebben vertrouwen in ondertoezichtstaanden gekozen als uitgangspunt. Inspecteurs van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) vinden vertrouwen een lastig te hanteren begrip. Tegelijk geven zij aan dat vertrouwen wel een grote rol speelt bij hun oordeel en handhaving. Ze missen echter handvatten om de afweging van vertrouwen in de zorgaanbieder te kunnen expliciteren en te onderbouwen. Dit is voor de IGJ aanleiding om vanuit het perspectief van de IGJ praktijkonderzoek te doen naar het begrip vertrouwen. Dit leidt tot het afwegingskader.


Sandra Spronk
Dr. S. Spronk is adviseur Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Heleen Buijze
Drs. P.H. Buijze is Inspecteur Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Paul Zwietering
Dr. P.J. Zwietering is Inspecteur Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Roland Friele
Dr. ir. R.D. Friele is adjunct-directeur en hoogleraar Nivel/Tranzo Tilburg University.

Paul Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is hoogleraar iBMG, Erasmus Universiteit.
Toont 21 - 40 van 319 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6 7 8 9 15 16
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.