Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1101 artikelen

x
Jaar 2009 x

Maurits Barendrecht
Maurits barendrecht was advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek (1982-1997) en is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg sinds 1992. Hij bestudeert geschiloplossingssystemen (juridische procedures, onderhandelingsprocessen, ADR, informele geschilmechanismen) vanuit een interdisciplinair perspectief. Op dit moment ligt zijn focus bij toegang tot het recht (meetbaar maken van de kwaliteit en kosten van procedures, rechtshulp, en toegang tot het recht in ontwikkelingslanden). Hij is ook lid van de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling.
Boekbespreking

Over emotionele eigendomsrechten, dure advocaten en afhakende gynaecologen

Signalement Journal of Empirical Legal Studies 2008

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 01 2009
Auteurs Ben van Velthoven
Auteursinformatie

Ben van Velthoven
Ben van Velthoven is als universitair hoofddocent rechtseconomie verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op vraagstukken van rechtshandhaving en geschilbeslechting. Hij is redactielid van Recht der Werkelijkheid.
Artikel

De fictie van de constitutie

Over de maatschappelijke functie van ontwerp-denken

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 01 2009
Auteurs Olaf Tans
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution seeks to explain our commitment to the ambition to establish constitutional government, given the fact that this ambition appears to be unsuccessful. As for the latter, it is argued that the constitutional ambition is unsuccessful in that it is based on the idea of legal closure, whereas the practice of constitutional decision-making shows a continuous failure to establish such closure. To explain why political communities are nevertheless drawn to the constitutional ambition, this contribution defends that the idea of the constution as a governing normative framework functions as a useful fiction. This fiction, so the argument goes, facilitates a certain kind of public debate that enables political communities to express their collective identity.


Olaf Tans
Olaf Tans is verbonden aan de Afdeling Rechtstheorie en Rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit. Centraal in zijn onderzoek staat de communicatietheoretische analyse van de relatie tussen constitutionele normen en politieke gemeenschappen. Verder heeft hij gepubliceerd over argumentatieleer, rechtsvinding en de rol van nationale parlementen in Europa.
Artikel

Rookverboden

Surfen op golven van een veranderende maatschappelijke norm

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 01 2009
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    Like surfers, legislators … who wish to change everyday social norms must wait for signs of a rising cultural support, catching it at just the right time... (Kagan and Skolnick 1993: 85) The empirical study of the relation between the way a law comes into being and its effectiveness in practice is an underdeveloped subject in the sociology of law. In this article this relation is studied with respect to smoking bans in the Netherlands. The focus is on private companies in general, with special attention for Dutch cafés, bars, hotels and restaurants (where such a ban was recently introduced). Dutch smoking bans in private establishments were only enacted after the government was convinced of public support and after a period of selfregulation. This proved to be a good preparation. The general picture of the relation between the emergence and the effectiveness of smoking bans in Dutch hotels, restaurants etc. is much the same. However, there is one sector - bars, pubs and the like – in which the smoking ban has encountered problems. In this sector a fourth of the establishments refuse to comply. A question addressed in this article is whether the legislator acted too precipitously with respect to this sector. This is obviously the case: there is less public support for smoking bans in such establishments and there had not been a preparatory period of selfregulation.


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de vakgroep Rechtstheorie van de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze promoveerde op een onderzoek naar de totstandkoming van de euthanasieregelgeving in Nederland. Sindsdien publiceert zij onderzoek waarin de verklarende kracht van veranderingen in waardes en vertrouwen voor de totstandkoming van dit type regelgeving wordt onderzocht.
Boekbespreking

Beheer en gebruik van grond in voorstedelijke gebieden in Ghana

Lokaal gewoonterecht en traditionele hoofden in een veranderende rechtswerkelijkheid

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 01 2009
Auteurs Els Baerends
Auteursinformatie

Els Baerends
Els Baerends is antropoloog met specialisatie rechtsantropologie. Zij deed in de jaren zeventig van de vorige eeuw uitgebreid rechtsantropologisch onderzoek bij de Anufom (Noord Togo, West Afrika) en promoveerde op een studie van huwelijksuitwisseling en schuldrelaties bij de Anufom. Van 1983-2008 werkte zij als UHD bij de vakgroep Rechtstheorie van de RUGroningen. Sinds 1999 is zij betrokken bij de Masters opleiding in Humanitarian Action (NOHA) aan de RUGroningen. Haar interessegebieden zijn exchange theory, human ethology, kinship and gender en grondenrecht.

Jet Tigchelaar
Jet Tigchelaar is als universitair docent verbonden aan de disciplinegroep Rechtstheorie van het departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Ze is in 1999 gepromoveerd op Gescheiden zorgen, Zorg en autonomie in het politiek-juridisch debat over het alimentatierecht (Den Haag: Boom Juridische uitgevers). Haar onderzoek richt zich op vraagstukken van multiculturaliteit, godsdienstvrijheid en gender.
Artikel

Justitiepastoraat en ‘herstel’: een poging tot positiebepaling

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden justitiepastoraat, herstelrecht, schuldverwerking
Auteurs Anne-Mie Jonckheere
SamenvattingAuteursinformatie

    There is a natural alliance between the ambitions of prison chaplaincy and those of restorative justice in the sense that in both approaches (coping with) responsibility and guilt by offenders are important issues and mechanisms at the same time. Both share a relational concept of crime, consider the evil deed as occasion to start a dialogue to examine responsibility, stress the importance of process and bi-lateral partiality with both the victim and the offender. Coping with guilt and making it productive requires that communication with the offender reaches the deeper and more intimate levels of giving meaning to the criminal offence committed, self, others, past and future. For this communication the context should be open and fundamentally loving in a Christian sense, leading the way to a liberation from guilt once it is thoroughly known and accepted. At that point guilt can be transformed into a constructive moral impetus in human relations.


Anne-Mie Jonckheere
Anne-Mie Jonckheere is justitiepastor in de Koepelgevangenis van Breda.

Corné van der Wilt
Corné van der Wilt is rechter bij de rechtbank in Dordrecht.

Friso Kulk
Friso Kulkstudeerde in 2003 cum laude af in Arabische Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna studeerde hij de tweejarige master Staats- en Bestuursrecht, eveneens aan de UvA. Hij werkte onder meer als juridisch adviseur bij Vluchtelingenwerk, vertaler en docent Arabisch. Zijn promotieonderzoek gaat over de familierechtelijke relatie tussen ouders en kinderen in Egyptisch-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse gezinnen.

Iris Sportel
Iris Sportelstudeerde Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies en Arabische Taal en Cultuur aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Voor haar masterscriptie deed zij in Egypte onderzoek naar ziyara, het bezoeken van heiligen. Sinds 2008 doet zij promotieonderzoek naar echtscheiding in Neder-lands-Egyptische en Nederlands-Marokkaanse gezinnen.

Pieter Ippel
Pieter Ippelis hoogleraar rechtsgeleerdheid aan de Roosevelt Academy in Middelburg, een ‘international liberal arts and science-college’ van de Univer-siteit Utrecht. Zijn onderzoeksgebied betreft de relatie tussen het recht en ethiek, rechtssociologie, rechtstheorie en geschiedenis van de filosofie.
Artikel

Constitutioneel bewustzijn in Nederland:

Van burgerzin, burgerschap en de onzichtbare Grondwet

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Barbara Oomen
SamenvattingAuteursinformatie

    Faced with increased individualization, debates on immigration and interna-tionalization, the Dutch government has recently appointed a Constitutional Review Commission to strengthen the Dutch constitution and enhance its social relevance. It is against this background that this article examines the place that the Dutch constitution currently holds in empirical and discursive understand-ings of citizenship in the Netherlands. From the vantage point of citizenship discourse, the interpretation of citizenship (burgerschap) in the Netherlands amongst policy-makers and the public at large hinges on civicness rather than on democratic citizenship, and departs from a strongly assimilationist perspec-tive: ‘burgerschap’ is essentially about participating in and adapting to the dominant culture. From the vantage point of the constitution, the current consti-tution’s main function is legal: constituting government powers and limiting their exercise. Legal scholars emphasize that the Dutch constitution hardly has a more symbolic or social role. These facts are contrasted with data from a representative survey under the Dutch adult population, which demonstrates how the Dutch hardly know anything about the contents of the constitution, but do have great confidence in the document, and consider it to be very important. Interestingly, respondents also emphasize the symbolic and societal function, in addition to the legal function of the constitution. This seems to point towards the possibility of an understanding of Dutch citizenship more firmly based upon the values embodied in the constitution.


Barbara Oomen
Barbara Oomenis docent rechten aan de Roosevelt Academy en is bij-zonder hoogleraar rechtspluralisme aan de Universiteit van Amsterdam. Haar belangstelling gaat uit naar rechtssociologische vraagstukken op het terrein van culturele diversiteit, constitutionalisme en de doorwerking van internationale mensenrechten. Zij is voorzitter van het Platform Mensenrechteneducatie, lid van de Commissie Mensenrechten van de Adviesraad Internationale Vraag-stukken en lid van de Staatscommissie Grondwet.
Artikel

In blijde verwachting?

Een analyse van de oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling over zwangerschapsdiscriminatie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Kirsten Bolier en Nienke Doornbos
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we report on our research which aimed to investigate which fac-tors influence the outcome of pregnancy discrimination cases of the Dutch Equal Treatment Commission (CGB) and the compliance of respondents with this outcome. We studied equal treatment legislation and all 188 cases between the period of September 1994 and March 2008. The results show that equal treatment legislation hardly leaves any room for objections raised by the re-spondents. The arguments made by the employers are often based on financial or other business-related burdens, even though these arguments are legally irrelevant. We assume that the strictness of the legislation might cause the lack of willingness to comply with the outcome. This presumption is confirmed by the fact that the legal representatives of employers put forward these irrelevant arguments as well. Furthermore, the results show that the nature of the relation of the applicant with the respondent has an influence on the compliance of the respondent with the outcome. Respondents are more likely to comply in cases where the applicant is already working for the employer instead of applying for a job. The results also show that non-profit organizations are more likely to comply with the outcome than profit organizations.


Kirsten Bolier
Kirsten Boliervolgt de Legal Research Master van het Departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Zij deed in opdracht van de Commissie Gelijke Behandeling onderzoek naar de oordelen met betrekking tot zwangerschapsdiscriminatie. Haar afstudeeronderzoek betreft een juridisch onderzoek naar algemene rechtsbeginselen in het EG-recht.

Nienke Doornbos
Nienke Doornbosis universitair docente Rechtssociologie bij het Depar-tement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht. Zij promoveerde in 2006 op een rechtssociologisch onderzoek naar de wijze waarop asielzoekers worden gehoord in het kader van de asielprocedure. Haar onderzoeksinteresses betref-fen onder meer de wisselwerking tussen recht en communicatie en het functio-neren van klachten- en geschillenprocedures.
Discussie

Rapport Commissie Van de Donk:

Pleidooi van de Adviescommissie drugsbeleid voor een intensivering van de handhaving

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Redactioneel

Van de redactie

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Judith van Erp
Auteursinformatie

Judith van Erp
Judith van Erp studeerde bestuurskunde aan de Universiteit Twente en promoveerde in 2002 aan de Vrije Universiteit op het proefschrift ‘Sociale Regels in Beleidsvoering. Een regime-analytisch onderzoek in vier Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening’. Momenteel is ze als senior onderzoeker verbonden aan de sectie criminologie van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit. Samen met prof. Henk van de Bunt coördineert ze het onderzoeksprogramma van de sectie criminologie naar organisatiecriminaliteit. Sinds 2009 zit zij in de redactie van Recht der Werkelijkheid.
Artikel

Over de instabiele betekenis van staatsburgerschap, staatloosheid en juridisch vreemdelingenschap

Nederlandse politieke vertogen over de burger- schapsstatus van 'postkoloniale' burgers

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Guno Jones
SamenvattingAuteursinformatie

    This article demonstrates how Dutch politicians have in- and excluded people from the former overseas Dutch colonies in/from the Dutch legal and imagined community, against the backdrop of decolonization and increased migration to the Netherlands. Political discourses by members of the Dutch Government and Parliament in the wake of World War II demonstrate the contingent meaning of Dutch citizenship of people in and from the (former) Dutch colonies of Indone-sia, Suriname and the Dutch Antilles. These discourses not only illustrate that formal Dutch nationality as such can proof to be an uncertain status that can be lost. They also illuminate how politicians have redefined the meaning of Dutch citizenship of people from the colonies (who remained Dutch citizens) in con-nection with discourses on their identities. As a consequence, their rights of free migration and settlement in the Netherlands were problematized, both symbolically and via policies. However, Dutch political discourses and related policies are also characterized by instances of partial inclusion of legal aliens and stateless people from the former colonies who lost Dutch citizenship, often to compensate for political injustices in the past. Agency by postcolonial citi-zens played an important role in bringing about these changes. In sum, formal citizenship, statelessness and legal alienage turned out not to be stable predictors of positions in Dutch society: their meaning was and is constantly mediated by power relations.


Guno Jones
Guno Jones is als postdoc verbonden aan de faculteit der Geestesweten-schappen van Universiteit van Amsterdam (leerstoelgroepen Cultuurgeschiede-nis van Europa & Nederlandse geschiedenis). Hij promoveerde in 2007 op een proefschrift waarin de Nederlandse politieke vertogen over het nationale toebe-horen van burgers uit de Nederlandse (ex) kolonies Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen centraal stonden. Hij publiceerde hierover verscheidene artikelen. Momenteel doet hij een comparatief onderzoek op dit terrein. Daarin vergelijkt hij de Nederlandse situatie met die in andere Europese landen. Daarnaast doet hij (in samenwerking met Esther Captain) onderzoek naar het erfgoed van en de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog in de (voormalige) Nederlandse kolonies.
Discussie

Rapport Commissie Van de Donk:

Mager compromis zonder overtuigende stellingname

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 02 2009
Auteurs Nicole Maalsté
Auteursinformatie

Nicole Maalsté
Nicole Maalstéis verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur. Als sociaal wetenschapper bestudeert zij de cannabisbranche al zo’n 20 jaar. Zij geeft lezingen, schrijft opiniërende artikelen in landelijke kranten en tijdschriften en is actief in een aantal netwerken op het gebied van (in-ter)nationale drugsproblematiek. In april 2007 publiceerde zij samen met Mi-chiel Panhuysen het boek Polderwiet, met 18 portretten van personen die actief zijn in de cannabisbranche. Momenteel werkt zij aan een proefschrift over ondernemers in de cannabissector.

Koen van Aeken
Koen van Aekenpromoveerde in de politieke en sociale wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen (2002) op een proefschrift over de evaluatie van wetgeving. Hij is sinds 2006 verbonden aan de rechtenfaculteit van de Univer-siteit van Tilburg waar hij onder meer interdisciplinary study of law and society en rechtssociologie doceert.

Rob Schwitters
Rob Schwittersis UHD rechtssociologie aan de Universiteit van Amster-dam en voorzitter van de VSR. Hij heeft gepubliceerd over sociale zekerheid, aansprakelijkheid en risicomaatschappij en de juridisering van medische beslis-singen. Verder schreef hij een inleiding in de rechtssociologie (Recht en samen-leving in verandering, Kluwer 2008).

Freek Bruinsma
Freek Bruinsmais emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Univer-siteit Utrecht. Tijdens zijn intellectuele dienstreis heeft hij diverse typen van rechtspraak onderzocht en daarover gerapporteerd. Hij heeft zijn studie Poli-tieke wetenschappen en staatsrecht met (rechts)sociologie als bijvak weten te waarderen als een betere voorbereiding op rechtssociologie dan een monodisci-plinaire studie in het recht.
Artikel

Access_open Doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht in drievoud

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2009
Trefwoorden rechtsmachtverdeling, privaatrecht, publiekrecht, bestuursrechtelijke geldschulden
Auteurs Dr. mr. M.W. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Er bestaan in verhoudingen tussen een burger en de overheid drie vormen van doorwerking van het publiekrecht in het privaatrecht. De eerste vorm van doorwerking hangt samen met de rechtsmachtverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter. De tweede vorm van doorwerking hangt samen met de voorrang van publiekrechtelijke normen in het privaatrecht. Deze voorrang kan op twee manieren worden bereikt. Het is mogelijk dat publiekrechtelijke normen op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien gebruik gemaakt wordt van een privaatrechtelijke bevoegdheid. Een andere wijze waarop deze voorrang kan worden bewerkstelligd is het opnemen van een regeling in het publiekrecht van materie die ook in het BW is geregeld. De derde vorm van doorwerking betreft de doorwerking van publiekrechtelijke regels via open normen in het privaatrecht. Met het oog op de toekomst rijst de vraag welke van deze drie vormen van doorwerking in de toekomst zullen blijven bestaan en welke het meest prominent zullen worden.


Dr. mr. M.W. Scheltema
Dr. mr. M.W. Scheltema is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.
Toont 21 - 40 van 1101 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.