Zoekresultaat: 61 artikelen

x
Artikel

De codificatie van gedragsnormen in het Nederlands rechtspersonenrecht: een gewenste ontwikkeling?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2018
Trefwoorden gedragsnormen, bestuurders, directors’ duties, zorgvuldigheidsplicht, artikel 2:9 BW
Auteurs L. Thomae LLM en H. Koster LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage beantwoorden de auteurs de vraag of het wenselijk is om de (algemene) gedragsnormen die onder meer voortvloeien uit de jurisprudentie in Boek 2 BW te codificeren. Voor de beantwoording van deze vraag zullen onder meer de gedragsnormen uit de Companies Act 2006 aan de orde komen.


L. Thomae LLM
L. Thomae LLM is student International Management aan de Radboud Universiteit.

H. Koster LLM
H. Koster LLM is verbonden aan de Erasmus School of Law en aan de Universiteit van Dubai.
Artikel

Zelfredzaamheid in detentie

Kritische kanttekeningen bij het systeem van promoveren en degraderen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Zelfredzaamheid, Burgerschap, Gevangenis, Autonomie
Auteurs Dr. Esther van Ginneken
SamenvattingAuteursinformatie

    In the ‘participation society’ it is expected that citizens actively contribute to solving societal problems, including health care, immigration and security issues. A somewhat similar responsibilisation culture is visible in prisons, where prisoners are held responsible for their own rehabilitation. This article problematizes the way in which prisoners’ agency is promoted in Dutch prisons, considering prisoners’ constrained agency and the normative expectations that are tied to the approach. This critique is advanced through discussion of the promotion/demotion system that has been used in Dutch prisons since 2014. This system, comparable to the Incentives and Earned Privileges system in England and Wales, espouses both ‘hard’ and ‘soft’ behavioural norms. The soft behavioural norms reflect a citizenship ideal that extends beyond compliance with the law. It is argued that these normative expectations tied to agency have a limiting effect on prisoners’ autonomy. This article argues in favour of a shift from the citizenship ideal to an autonomy ideal, which applies the principle of minimum restrictions. Furthermore, access to education, reintegration courses and contact with family should be treated as a right, rather than a privilege, in order to maximise autonomy and minimise the harmful effects of imprisonment.


Dr. Esther van Ginneken
Dr. Esther van Ginneken is universitair docent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Kalifaat en de islamitische staat

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden islamitische staat, Kalifaat, islam en democratie, Sharia
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    Islamic scripture provides no definition of the caliphate and the term ‘Islamic state’ was coined for the first time in 1941. Pakistan and Iran call themselves an ‘Islamic republic,’ and ISIS has named itself an ‘Islamic State’ headed by a caliph. For many Muslims the term represents an ideal of a society that is just, peaceful and prosperous. That looks more like a utopian dream. So what is this Islamic state exactly? In this article we will answer that question by means of three approaches: the tenets of Islam, the historical and modern reality, and the wishes of the modern Muslims.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Hij is afgestudeerd jurist en arabist, heeft drie jaar gewerkt als advocaat in Amsterdam en heeft zeven jaar gewoond in het Midden-Oosten, waar hij werkte als journalist en als onderzoeker op het gebied van islamitisch recht. Hij is senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

De leer van de Hoge Raad over onrechtmatig bewijs (‘zozeer indruist’-criterium) door het EU Handvest op de schop?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden strafrechtelijk, onrechtmatig verkregen bewijs, belastingprocedures, ‘zozeer indruist’-criterium, Unierecht
Auteurs Mr. R. van der Hulle en Mr. R. de Bree
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest van 20 maart 2015 heeft de belastingkamer van de Hoge Raad het toetsingskader voor het gebruik van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs in belastingprocedures uiteengezet. De houdbaarheid van dit toetsingskader is echter in de literatuur ter discussie gesteld naar aanleiding van het WebMindLicenses-arrest van het Hof van Justitie van 17 december 2015. In deze bijdrage wordt beoordeeld of het toetsingskader van de belastingkamer van de Hoge Raad daadwerkelijk aanpassing behoeft.
    HR 20 maart 2015, nr. 13/03959, ECLI:NL:HR:2015:643.
    HvJ EU 17 december 2015, zaak C-419/14, ECLI:EU:C:2015:832.


Mr. R. van der Hulle
Mr. R. (Rick) van der Hulle en mr. R. (Robbert) de Bree zijn beiden advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.

Mr. R. de Bree
Artikel

Het nemo-teneturbeginsel en de verhouding met de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude

Een analyse naar de verhouding tussen het nemo-teneturbeginsel en nieuwe strafbaarstellingen van de meld- en inlichtingenplicht uit de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Nemo-teneturbeginsel, faillissementsfraude, Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude, meewerkverplichting, Artikel 6 EVRM
Auteurs E.M. van Gelder LLB en D.A.G. van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden de nieuwe strafbaarstellingen uit de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude, inhoudende een inlichtingen- en administratieplicht, in het licht van het nemo-teneturbeginsel geanalyseerd. Deze strafbaarstellingen verplichten de failliet inlichtingen en administratie over te dragen aan de curator op straffe van een gevangenisstraf. De vraag is of deze strafbaarstellingen de Straatsburgse toets kunnen doorstaan.


E.M. van Gelder LLB
E.M. van Gelder volgt de Legal Research Master aan de Universiteit Utrecht en was tot juli 2016 als student-assistent werkzaam bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen.

D.A.G. van Toor LLM BSc
D.A.G. van Toor is als onderzoeksmedewerker verbonden aan de Universität Bielefeld.
Artikel

De Europese richtlijn onschuldpresumptie: bescheiden harmonisatie van een fundamenteel strafrechtelijk beginsel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden strafrecht, procedurele rechten, onschuldpresumptie, harmonisatie, zwijgrecht
Auteurs Mr. dr. L.A. van Noorloos
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel schetst de totstandkoming en inhoud van Richtlijn (EU) 2016/343 inzake het onschuldvermoeden en het aanwezigheidsrecht bij strafprocedures. Waarom is deze richtlijn er gekomen en wat voor verplichtingen schept zij voor het strafprocesrecht van de lidstaten? Kan deze richtlijn op het eerste gezicht een adequate bijdrage leveren aan het garanderen van een eerlijk proces voor verdachten?
    Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn, PbEU 2016, L 65/1-11


Mr. dr. L.A. van Noorloos
Mr. dr. (L.A.) Marloes van Noorloos is universitair docent Straf(proces)recht aan Tilburg University.
Artikel

Het nemo-teneturbeginsel

Rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad vergeleken

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden nemo-teneturbeginsel, zwijgrecht, EHRM, Hoge Raad
Auteurs D.A.G. van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht zijn internationaal erkende onderdelen van het eerlijk-procesrecht. Deze rechten spelen een belangrijke rol in zaken waarin sfeercumulatie en/of -overgang bestaat van het bestuurs- en het strafrecht. Vaak gaat het dan om in een administratieve procedure verplicht afgelegde verklaring of overdragen document dat ook als bewijs voor een strafbaar feit in een strafzaak wordt gebruikt. De precieze betekenis van en afscheiding tussen het nemo-teneturbeginsel en het zwijgrecht wordt al jaren bediscussieerd. Daarom wordt in dit artikel de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad met betrekking tot deze rechten vergelijken.


D.A.G. van Toor LLM BSc
D.A.G. van Toor LLM BSc is onderzoeker Straf(proces)recht & Criminologie aan de Universität Bielefeld, docent Straf(proces)recht aan de Universiteit Utrecht en redactiesecretaris van dit tijdschrift.
Artikel

Wat wordt er nu eigenlijk gezegd? Een verkennend onderzoek naar communicatiepatronen op het Darkweb

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Darkweb, zwarte markten / dark markets, online communicatie / online communication, contentanalyse / content analysis
Auteurs Tommy Van Remunt MSc en Dr. Johan Van Wilsem
SamenvattingAuteursinformatie

    The continuous integration of the Internet in societal daily life leads to an array of new communication methods, including the Darkweb. This hidden form of the Internet (which enables much more anonymity due to several encryption techniques) seems to be used for a lot of criminal enterprise. Also in the planning phase of crimes, the Darkweb seems to play an important role. Nevertheless, research on this phenomenon is quite scarce. In the present study, a sample of 198 threads (i.e. discussion topics) was analyzed via a quantitative content analysis, after which an exploratory study was conducted to highlight patterns and structures of communications on the Darkweb. The results show that different types of Darkweb users (e.g. sellers, rookie users, etc.) vary clearly in their communication activities and the crimes that they communicate about (e.g. malware, drugs).


Tommy Van Remunt MSc
Tommy van Remunt MSc is werkzaam als onderzoeker aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Johan Van Wilsem
Dr. Johan van Wilsem is universitair hoofddocent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Praktijk

Gedrag in het prudentieel toezicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden prudentieel toezicht, gedrag en cultuur, governance, Wet op het financieel toezicht
Auteurs Dr. A.E.H.M. Wijngaards en Mr. M.A.A. Khan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het toezicht op gedrag is een onderdeel van het nieuwe, vooruitblikkende toezicht dat DNB sinds de financiële crisis heeft ingericht. Dit artikel bespreekt de rol van het toezicht op gedrag in het prudentieel toezicht van DNB, en de manier waarop DNB hier invulling aan geeft. Ook wordt de juridische basis voor het toezicht op gedrag in nationale en internationale wet- en regelgeving uitgewerkt. Het artikel besluit met een bespreking van de belangrijkste uitdagingen en toekomstige ontwikkelingen voor het toezicht op gedrag.


Dr. A.E.H.M. Wijngaards
Dr. A.E.H.M. Wijngaards is beleidsadviseur governance bij DNB.

Mr. M.A.A. Khan
Mr. M.A.A. Khan is voormalig afdelingshoofd governance & accounting bij DNB, en is thans werkzaam als financial expert bij het IMF.
Article

Access_open Towards Context-Specific Directors' Duties and Enforcement Mechanisms in the Banking Sector?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2013
Trefwoorden banking sector, directors' duties, financial crisis, context-specific doctrines, public enforcement
Auteurs Wasima Khan LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    The global financial crisis gives reason to revisit the debate on directors’ duties in corporate law, mainly with regard to the context of banks. This article explores the need, rationale and the potential for the introduction of context-specific directors’ duties and enforcement mechanisms in the banking sector in the Netherlands from a comparative perspective.
    Chiefly, two legal strategies can be derived from the post-crisis developments and calls for legal reforms for the need and rationale to sharpen directors’ duties in the context of the banking sector in order to meet societal demands. The two strategies consist in shifting the scope of directors’ duties (i) towards clients’ interests and (ii) towards the public interest.
    Subsequently, this article explores the potential for context-specific directors’ duties and accompanying enforcement mechanisms. Firstly, it is argued that the current legal framework allows for the judicial development -specific approach. Secondly, such context-specific directors’ duties should be enforced through public-enforcement mechanisms to enhance the accountability of bank directors towards the public interest but currently there are too much barriers for implementation in practice.
    In conclusion, this article argues that there is indeed a need, rationale and potential for context-specific directors’ duties; yet there are several major obstacles for the implementation of accompanying public-enforcement mechanisms. As a result, the introduction of context-specific directors’ duties in the banking sector may as yet entail nothing more than wishful thinking because it will merely end in toothless ambitions if the lack of accompanying enforcement mechanisms remains intact.


Wasima Khan LL.M.
PhD Candidate at the Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam. The author wishes to express her gratitude for valuable comments on an earlier draft of this article from Prof. Vino Timmerman and Prof. Bastiaan F. Assink at the Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam, as well as the Journal‘s editors and peer reviewers. Any errors remain those of the author.
Artikel

Remedies in concentratie- en antitrustzaken: convergentietrend?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2013
Trefwoorden verbintenissen, remedies, toezegging, convergentie, concentratiecontrole
Auteurs Mr. C.E. Schillemans en Mr. C.E.E. Zois
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel worden remedies in de concentratie- en antitrustpraktijk van de Europese Commissie en de ACM besproken, waarbij in het bijzonder wordt onderzocht of er een mogelijke convergentietrend is waar te nemen tegen de achtergrond van recente verstrekkende remedies van structurele aard in antitrustzaken. Convergentie tussen concentratie- en antitrustremedies is volgens auteurs beperkt tot specifieke gevallen van uitsluitingsproblemen, en dan met name in de energiesector. Verdergaande convergentie valt volgens hen niet snel te verwachten, mede gelet op het proportionaliteitsbeginsel.


Mr. C.E. Schillemans
Mr. C.E. Schillemans is advocaat bij Allen & Overy.

Mr. C.E.E. Zois
Mr. C.E.E. Zois is juniordocente Europees recht aan de Universiteit Leiden.

    The article deals with an unknown chapter of the history of Muslims in the Netherlands in the interwar period. It follows the public debate about the construction of the first mosque in The Hague before the Second World War. The first initiative was made in 1929 by the Dutch convert to Islam Mohammed Ali van Beetem, who played a leading role among the Indonesian Muslim community in the Netherlands. After more than two decennia of debate and negotiations with the municipal authorities in The Hague, the first mosque was finally built by the Ahmadiyya-mission in 1955.


Umar Ryad
Dr. U. Ryad is universitair docent Islam in de moderne tijd aan het Instituut der Godsdienstwetenschappen van de Universiteit Leiden. u.ryad@hum.leidenuniv.nl.
Artikel

Illegaal verblijvende moslimmigranten in jihadistische samenwerkingsverbanden

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden jihadi Salafism, terrorism, radicalization, irregular immigrants, survival crime
Auteurs Drs. Jasper de Bie, Dr. Christianne de Poot en Prof. dr. Joanne van der Leun
SamenvattingAuteursinformatie

    Irregular immigrants were disproportionally present in jihadi movements in the Netherlands between 2001 and 2005. By analyzing closed police files and interviewing imams and personnel from Asylum Seeker Centers and Detention Centers, this paper claims that the attractiveness of jihadi movements can be explained by a combination of pragmatic and ideological factors. Jihadi movements are able to fulfil the needs of the irregular immigrants in a pragmatic way, in which crime is an important feature. In addition, the results show that irregular immigrants are searching for meaning, which the jihadi movements can offer. Nonetheless, the salafi-jihadi ideology does not seem to be the core factor to most of the illegally residing immigrants that expresses the attractiveness of the jihadi movements.


Drs. Jasper de Bie
Drs. J.L. de Bie is werkzaam als promovendus bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC) en bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is waarnemend hoofd van de sectie rechtshandhaving van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC) en tevens lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en aan de Politieacademie.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is als hoogleraar criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Article

Access_open Between a Rock and a Hard Place: Treaty-Based Settlement of Terrorism-Related Disputes in the Era of Active United Nations Security Council Involvement

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Terrorism, inter-state dispute, international treaties, the United Nations Security Council, the International Court of Justice
Auteurs Nathanael Tilahun Ali LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    The United Nations Security Council has become a crucial actor in international counterterrorism by not only spurring the taking of preventive and suppressive measures against terrorist individuals and groups, but also by taking actions against states that are said to stand in the way. The Security Council's actions against such states invariably arise from accusations by other states, such as accusations of refusal to extradite suspects of terrorism or responsibility for supporting terrorists. Meanwhile, most such issues of dispute are covered under international treaties relating to terrorism, which provide for political (negotiation) and judicial (arbitration and adjudication) mechanisms of dispute settlement. The Security Council's actions against states in connection with terrorism, therefore, involve (explicit or implicit) factual and legal determinations that affect the legal positions of the disputing states under the applicable international treaties relating to terrorism. The point of departure of this paper is that, in this respect, the Security Council effectively becomes an alternative to the treaty-based dispute-settlement mechanisms. The article centrally contends that the Security Council effectively acts as a more attractive alternative to treaty-based dispute-settlement mechanisms for pursuing terrorism-related (legal) disputes between states, without providing a meaningful platform of disputation that is based on equality of the parties. And the Security Council's relative attractiveness, arising from the discursive and legal superiority its decisions enjoy and the relative convenience and expediency with which those decisions are delivered, entails the rendering of resort to treaty-based dispute-settlement mechanisms of little legal consequence. The point of concern the article aims to highlight is the lack of platform of disputation some states are faced with, trapped between a hostile Security Council that makes determinations and decisions of legal consequence and an unhelpful treaty-based dispute-settlement mechanism.


Nathanael Tilahun Ali LL.M.
PhD Candidate in public international law, Erasmus School of Law. E: ali@law.eur.nl. I would like to thank Prof. Xandra Kramer and Prof. Ellen Hey for their valuable comments on an earlier draft of this article. The usual disclaimer applies.

    Illegal deforestation is generally not considered as a criminological subject but in this article it is argued that it can easily be considered as such. The central question that is addressed here is how the theme of deforestation, which clearly fits into the new realm of green criminology, relates to more traditional criminological concepts. This question is discussed through various case studies: the Brazilian Amazon (mainly Brazil), Central Africa (mainly the Democratic Republic of Congo), South East Asia (mainly Indonesia), Russian Siberia, and Pakistan's Swat forests. The case studies show that there are actually many victims of deforestation, both human and non-human, and that deforestation is linked to a variety of other crimes and harms as well. It is concluded that even without taking a green criminological perspective, several concepts of criminology apply to illegal deforestation practices: governmental and state crimes, corporate crimes, and various types of organized crime.


T. Boekhout van Solinge
Dr. Tim Boekhout van Solinge is als universitair docent verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Intelligencegestuurd politie(mensen)werk

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Intelligence Led Policing, information, communication, safety analysis
Auteurs Drs. Paul Duijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In order to control problems of public safety the police have to respond proactively on potential threats. Analyzed information and knowledge (intelligence) is therefore needed to give direction to police work on strategic, operational and tactical police management levels. This principle is called Intelligence Led Policing (ILP), with its main goal to become a more effective police organization. Critics point at bureaucratization processes that go along with the implementation of ILP. In this paper the importance human interaction in relation to ILP is discussed as a key factor in preventing these bureaucratization processes. Direct interaction between information collectors, intelligence analysts and decision makers is a necessary ingredient in order to become an effective intelligence led police organization.


Drs. Paul Duijn
Drs. Paul Duijn is criminoloog en als strategisch analist werkzaam bij Bureau Regionale Informatie van Politie Haaglanden.
Artikel

Access_open Islam en gedrag: naar een serieuze onderzoeksagenda voor een serieus vraagstuk?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Islam, female circumcision, terrorism, academic research
Auteurs Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    If one listens to what the authorities say about matters such as female circumcision and terrorism, Islam has nothing to do with it. These authorities are supported in this opinion by the work of many scientists. A cross section of the Dutch scientific literature on female circumcision and terrorism is discussed here. The upshot is that, regarding female circumcision, the literature is plagued with factual inaccuracies while the question of Islamic terrorism is dealt with in a one-sided and over-simplified way. The article concludes with an alternative research agenda that would help fill the gaps in our knowledge about the role of Islam in the behaviour of Islamic terrorists.


Marnix Croes
Dr. M.T. Croes werkt als onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Minsterie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Rechtsbescherming tegen een ondeugdelijke ontslagvergunning bezien in het licht van artikel 6 EVRM

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2011
Trefwoorden ontslagrecht, arbeidsprocesrecht, artikel 6 BBA, artikel 6 EVRM, misbruik van bevoegdheid
Auteurs Mr. D.M.A. Bij de Vaate
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur wordt aangenomen dat de werknemer die meent dat de voor de opzegging van zijn arbeidsovereenkomst afgegeven ontslagvergunning ondeugdelijk is, twee vorderingen ten dienste staan: een vordering uit onrechtmatige daad jegens het UWV en een kennelijk onredelijk ontslagprocedure tegen de werkgever. Er zijn echter voor de werknemer ook andere gerechtelijke procedures denkbaar. Allereerst kan met een beroep op het Holtrop/Smith-arrest van de Hoge Raad uit 2001 worden betoogd dat het mogelijk is om de ondeugdelijkheid van de aan de werkgever verleende ontslagvergunning aan te vechten door de nietigheid daarvan in te roepen. Ten tweede lijkt het op grond van het Van Hooff Elektra-arrest onder omstandigheden mogelijk een beroep te doen op de nietigheid van de opzegging wegens misbruik van bevoegdheid wanneer de werkgever gebruikmaakt van een ondeugdelijke ontslagvergunning. Deze twee ‘nieuwe’ procedures zijn in het kader van artikel 6 EVRM zeer gewenst. Zij voldoen, in tegenstelling tot de onrechtmatige daadsactie jegens het UWV en de kennelijk onredelijk ontslagprocedure, zowel qua toetsingsbevoegdheid als gewenste uitkomst aan de vereisten van artikel 6 EVRM, zodat deze procedures in staat zijn het gebrek dat op dit punt kleeft aan artikel 6 BBA te helen.


Mr. D.M.A. Bij de Vaate
Mr. D.M.A. Bij de Vaate is als docent sociaal recht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

    In this article, I will plead two 'new' proceedings against an inferior permission to terminate employment: (1) an appeal to the nullity of the permission to terminate employment and (2) an appeal to the nullity of the withdrawal. These procedures offer the employee an adequate remedy in the light of article 6 ECHR, in contrast with the claims for unfair dismissal (in Dutch: kennelijk onredelijk ontslag) and wrongful government act.


mr. Vivian mrs. Bij de Vaate
Toont 21 - 40 van 61 gevonden teksten
« 1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.