Zoekresultaat: 177 artikelen

x

Mr. Th. Veling
Mr. Th. Veling is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Benchmarkmanipulatie: het causaal verband tussen een geschonden gedragsnorm uit de BMR en manipulatieschade

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2019
Trefwoorden Benchmark Verordening, BMR, manipulatieschade, causaal verband, aansprakelijkheid
Auteurs Mr. N.A. Campuzano
SamenvattingAuteursinformatie

    De Benchmark Verordening (BMR) dient als preventief regelgevend kader ter voorkoming van de manipulatie van benchmarks. In deze bijdrage staat de aansprakelijkheid wegens schending van een gedragsnorm uit de BMR centraal. Meer specifiek spitst deze bijdrage zich toe op het aantonen van causaal verband tussen de schending van een gedragsnorm uit de BMR en schade door benchmarkmanipulatie.


Mr. N.A. Campuzano
Mr. N.A. Campuzano is als PhD-fellow verbonden aan de afdeling Financieel Recht van de Universiteit Leiden.

Mr. Th. Veling
Mr. Th. Veling is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

    In deze bijdrage wordt de betekenis van de duur van het lijden bij begroting van immateriële schade in verband met blijvend letsel en wegens dodelijk letsel geanalyseerd. Volgens de Hoge Raad is de duur van het lijden een omstandigheid die de rechter bij de begroting van het smartengeld in het bijzonder dient mee te wegen, maar in de literatuur wordt opgemerkt dat de betekenis van deze factor niet steeds duidelijk is. Deze bijdrage geeft de stand van zaken in de rechtspraak en in de Nederlandstalige literatuur weer en biedt een nadere analyse van de betekenis van de duur van het lijden.


Mr. dr. M.R. Hebly
Mr. dr. M.R. Hebly is als universitair docent verbonden aan de sectie Burgerlijk recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Schadeveroorzakende toestanden

Wanneer begint de lange verjaringstermijn van twintig jaar te lopen bij een vordering op grond van art. 6:174 BW?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden verjaring, rechtsvordering, aansprakelijkheid, schade, art. 3:310 BW
Auteurs Mr. B.T. Berends en Mr. P.W. den Hollander
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Zandvoortse muur oordeelt de Hoge Raad dat de objectieve verjaringstermijn in het geval van een schadeveroorzakende gebeurtenis met een voortdurend karakter begint te lopen zodra deze gebeurtenis is opgehouden te bestaan. Dat is een nuancering van zijn rechtspraak, waarvan de reikwijdte volgens de auteurs echter beperkt lijkt.


Mr. B.T. Berends
Mr. B.T. Berends is advocaat bij Stibbe in Amsterdam.

Mr. P.W. den Hollander
Mr. P.W. den Hollander is advocaat bij Stibbe in Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Access_open De informatieplicht voor de franchisegever naar Nederlands recht

Beschouwingen naar aanleiding van het Albert Heijn-arrest

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden franchising, informatieplicht, omzetprognose, franchise overeenkomst en Wer (Wetboek van economisch recht).
Auteurs Mr. dr. S.A. Kruisinga en Mr. M.I. Nijenhof-Wolters
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Albert Heijn-arrest heeft de Hoge Raad opnieuw bevestigd dat naar huidig Nederlands recht geen algemene regel geldt dat een franchisegever een (toekomstige) franchisenemer moet inlichten omtrent de te verwachten omzet of omtrent de winstverwachting. De bijzondere omstandigheden van het geval kunnen echter wel een zodanige verplichting meebrengen. De vraag rijst of in het voorontwerp van de Wet Franchise dat op 12 december 2018 werd gepubliceerd een andere benadering is gekozen. In dit voorontwerp wordt voorgesteld een – vrij ruim geformuleerde – informatieplicht voor de franchisegever te introduceren. In deze bijdrage wordt ingegaan op het Albert Heijn–arrest en wordt de uitkomst van deze procedure afgezet tegen het Nederlandse conceptwetsvoorstel en de Belgische regelgeving voor franchiseovereenkomsten.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mr. dr. S.A. Kruisinga is universitair hoofddocent bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en professional support lawyer bij Van Benthem & Keulen.

Mr. M.I. Nijenhof-Wolters
Mr. M.I. Nijenhof-Wolters is advocaat bij Van Benthem & Keulen.
Over de grens

Uitleg van overeenkomsten naar Engels recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Engels recht, Uitleg van overeenkomsten, Contractsuitleg, Haviltex
Auteurs Prof. mr. F.W. Grosheide
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. F.W. Grosheide
Prof. mr. F.W. Grosheide is emeritus hoogleraar Burgerlijk recht en intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Utrecht en juridisch adviseur te Amsterdam.
Artikel

De kerk als werkgever

De spanningsvolle relatie tussen kerkelijk recht en het arbeidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Kerkgenootschap, Grondrechten, Gelijke behandeling, Tendenswerkgever, Ontslagrecht
Auteurs Wijnand Zondag
SamenvattingAuteursinformatie

    As a special employer, the church has an interest in shaping its own personnel policy in order to achieve the mission and objective. In part, the legislator has met this need. After all, various laws in the field of appointment, terms of employment and dismissal take account of the specific interests of the church as described before. The external border consists of fundamental human rights that are included in the ECHR and the European Directive on equal treatment. It is not always clear where the external border is exactly. The Dutch legislation regarding the battle of ‘church law’ and fundamental rights is not consistent. Moreover, there we notice a tension between national law and the European directive.


Wijnand Zondag
Dr. W. Zondag was van 2003 tot 2015 hoogleraar Arbeidsecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 2015 is hij voorganger in een kerkelijke gemeente. Daarnaast publiceert hij op het terrein van het snijvlak religie en recht en verricht hij onder andere promotieonderzoek aan de Theologische Universiteit Apeldoorn.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheidsrecht dient ook emotionele belangen

Hof Arnhem-Leeuwarden 15 mei 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:4396

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2019
Trefwoorden verklaring voor recht, emotioneel belang, obductieverslag
Auteurs Mr. dr. M. Opdam
SamenvattingAuteursinformatie

    Een moeder heeft recht op inzage in het obductieverslag van haar overleden zoon. Het beroepsgeheim wordt doorbroken op grond van een zwaarwegend belang. Daarbij speelt ook het emotionele belang van de moeder om opheldering te krijgen over de doodsoorzaak een rol. Het aansprakelijkheidsrecht dient volgens het hof niet alleen een vergoedingsbelang, maar kan ook bijdragen aan de bevrediging van emotionele belangen. In deze annotatie wordt de waarde van een (zuiver) emotioneel belang in het aansprakelijkheidsrecht besproken.


Mr. dr. M. Opdam
Mr. dr. M. Opdam is Professional Support Lawyer bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam en tevens verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Impressies

De franchisenemersvereniging en de binding van franchisenemers

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2019
Trefwoorden franchiseovereenkomst, franchisenemer, franchisenemersvereniging, eenzijdige wijziging, collectieve actie
Auteurs Mr. A.W. Dolphijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de orde komt de vraag of een franchisenemer gebonden is aan afspraken die de franchisenemersvereniging met de franchisegever maakt, op grond van de franchiseovereenkomst.


Mr. A.W. Dolphijn
Mr. A.W. Dolphijn is advocaat bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.
Artikel

De opzetclausule (2000) uitgelegd door de Hoge Raad

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2018
Trefwoorden opzetclausule, AVP, geestesstoornis, categoriebenadering, maatschappelijke functie AVP
Auteurs Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland
SamenvattingAuteursinformatie

    Annotatie bij HR 13 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:601 (Shaken baby). In dit arrest geeft de Hoge Raad uitleg aan de opzetclausule die sinds 2000 in de AVP gehanteerd wordt. Gekeken wordt naar de invloed van de geestesstoornis op de toepassing van de opzetuitsluiting en er wordt een vergelijking getrokken met het strafrecht.


Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland
Mr. dr. J.C. van Eijk-Graveland is universitair docent bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Midden-Nederland.

Dr. R. Bonnevalle-Kok
Dr. R. Bonnevalle-Kok is associate professor of Criminal Law and Criminal Procedure aan de Universiteit van Aruba.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Scheidslijnen tussen kansschade, proportionele aansprakelijkheid en de omkeringsregel

Enkele praktische opmerkingen over verschillen tussen deze drie leerstukken naar aanleiding van HR 27 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2786

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden aansprakelijkheid, bewijs, kansschade, beroepsfout, schade
Auteurs Mr. J. den Hoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het hier te bespreken arrest, waarin aan de orde was of een ziekenhuis aansprakelijk is voor schade als gevolg van een te laat uitgevoerde operatie, geeft aanleiding voor enkele gedachten over en praktische wenken voor de afbakening van kansschade, proportionele aansprakelijkheid en de omkeringsregel ten opzichte van elkaar. De drie figuren komen hier samen. Getracht wordt de grenzen nader in kaart te brengen.


Mr. J. den Hoed
Mr. J. den Hoed is cassatieadvocaat bij Köster Advocaten te Haarlem.
Artikel

Loyaliteit en zorgvuldigheid in het financiële recht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden loyaliteitsverplichting, zorgplicht, klantbelang, belangenconflict
Auteurs Prof. mr. K.W.H. Broekhuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het financiële recht speelt het onderscheid tussen zorgvuldigheid en loyaliteit een rol van betekenis. Het onderscheid wordt echter niet altijd in voldoende mate onder ogen gezien. In deze bijdrage wordt uitvoerig ingegaan op beide begrippen en hun onderlinge samenhang.


Prof. mr. K.W.H. Broekhuizen
Prof. mr. K.W.H. Broekhuizen is hoogleraar Recht & Regulering Financiële Markten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Over frauderende slachtoffers en WAM-verzekeraars

En de vraag of civielrechtelijke sanctionering mogelijk, of zelfs gewenst is

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden WAM-verzekeraar, fraude, verval van uitkering, frauderende claimant
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek en Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij fraude door hun verzekerden kunnen verzekeraars ontkomen aan hun dekkingsplicht. Kan dat ook in de verhouding tussen WAM-verzekeraars en verkeersslachtoffers die ageren op grond van artikel 6 WAM? De kantonrechter te Amsterdam zag geen grond voor (analoge) toepassing van artikel 7:941 lid 5 BW of voor verval van het recht op uitkering via de band van de redelijkheid en billijkheid. Naar aanleiding van het kantonvonnis bespreken de auteurs in deze bijdrage of het verval van het recht op uitkering het door verzekeraars gewenste effect sorteert en of fraude in de aansprakelijkheidsverhouding kan derogeren aan het recht op schadevergoeding.


Mr. F.M. Ruitenbeek
Mr. F.M. Ruitenbeek is promovenda bij de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Mr. M. de Vries
Mr. M. de Vries is promovenda aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam, bij het Verzekeringsinstituut.

    Als een beleggingsdienstverlener zijn civielrechtelijke zorgplicht schendt, dan beïnvloedt dat feit vervolgens de toetsing van de overige vereisten van wanprestatie en onrechtmatige daad (relativiteit, causaal verband, schade en eigen schuld). In dit artikel komt aan de orde hoe die toetsing wordt beïnvloed en welke betekenis bij die toetsing aan de toezichtrechtelijke regels zou moeten toekomen.


Mr. I.P.M.J. Janssen
Mr. I.P.M.J. Janssen is bankjurist te Utrecht en fellow aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Onderzoekcentrum Onderneming & Recht.
Artikel

Industry Codes of Conduct in a Multi-Layered Dutch Private Law

Bespreking van het proefschrift van mr. M. Menting

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden gedragscodes, juridische relevantie
Auteurs Mr. D.P.C.M. Hellegers
SamenvattingAuteursinformatie

    Na systematisch onderzoek naar de functies van gedragscodes en de wijze waarop de Europese en Nederlandse wetgever en rechter omgaan met gedragscodes, concludeert Menting dat deze juridische relevantie verder gaat dan eerder werd aangenomen.


Mr. D.P.C.M. Hellegers
Mr. D.P.C.M. Hellegers is universitair docent privaatrecht bij de Open Universiteit, onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Insurance Studies van de UvA en voorzitter van de Geschillencommissies Private Lease, Rijopleidingen, Schadeherstelbedrijven, Tweewielers, Voertuigen en Voertuigverhuur.
Toont 21 - 40 van 177 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.