Zoekresultaat: 68 artikelen

x
Artikel

De ervaren mogelijkheden om te re-integreren vanuit detentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 0304 2015
Trefwoorden Prison life, staff-prisoner relationships, correctional officers, rehabilitation, survey
Auteurs Toon Molleman en Karin Lasthuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we examine which factors are correlated to the rehabilitation of prisoners. Central is the prisoners’ willingness during their imprisonment to work on a successful return in society. Assumptions derived from the theory were statistically tested with data from the Dutch Detainee Survey 2014; a large-scale study, in which prisoners held in all Dutch penitentiary institutions (N = 29) were surveyed (n = 2120). The results are in line with the theory and show that detainees are more positive about their (potential for) rehabilitation when they are more satisfied with a) the way they are treated by correctional officers (staff orientation); b) active deployment of the so-called Detention and Re-integration Plan; c) their daily program and activities, and; d) the experienced autonomy and personal decision-making. These outcomes offer fruitful perspectives on how the prison system can promote a successful return of prisoners in our society.


Toon Molleman
Toon Molleman is strategisch management adviseur bij de divisie gevangeniswezen en vreemdelingenbewaring van de Dienst Justitiële Inrichtingen.

Karin Lasthuizen
Karin Lasthuizen is universitair hoofddocent Bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Tamar Fischer
Dr. T.F.C. Fischer is Universitair Docent Criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Thuiszorg; opzegging zorgovereenkomst; norm artikel 7:460 BW; gewichtige reden; KNMG-richtlijn

    Bestemmingsplan Buitengebied 2011, tussenuitspraak en aanvullen beroepsgronden, overgangsrecht, positief bestemmen of uitsterfregeling.


Daniëlle Roelands-Fransen
Artikel

Wederopsluiting na elektronische detentie en reguliere detentie in België

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2015
Trefwoorden electronic monitoring, incarceration, propensity score matching, re-imprisonment
Auteurs Prof. mr. dr. Arjan Blokland, Dr. Hilde Wermink, Drs. Luc Robert e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Electronic monitoring is increasingly used as an alternative to imprisonment. Compared to imprisonment, electronic monitoring presumably is less costly. Furthermore, compared to imprisonment electronic monitoring may have less collateral consequences, as detainees who are electronically monitored are able to keep their job, housing and social networks, which are in turn associated with reduced recidivism. On the other hand electronic monitoring may have less of a deterrent effect than imprisonment, and deviant networks also remain intact, which may increase the likelihood of future crime and with it the likelihood of re-imprisonment. Here we make use of data from the Belgian penitentiary register to compare re-imprisonment of those having served their sentence under electronic monitoring and those regularly imprisoned, and limit our analyses to offenders with a prison sentence between six months and three years. We use propensity score matching to control for pre-existing differences between these groups. Our findings show that detainees are less likely to be re-imprisoned after electronic monitoring than after regular imprisonment.


Prof. mr. dr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Hilde Wermink
Dr. H.T. Wermink is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Drs. Luc Robert
Drs. L. Robert is onderzoeker aan het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) te Brussel.

Dr. Eric Maes
E. Maes is onderzoeker bij het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) te Brussel.
Artikel

Effecten van detentie op het vinden van werk en een woning

Twee veldexperimenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2015
Trefwoorden experiment, imprisonment, employment, housing, reentry
Auteurs Dr. Anja Dirkzwager, Prof. dr. Arjan Blokland, Kimberley Nannes MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we examine to what extent a prison record negatively affects employment and accommodation outcomes after release from prison. Two randomized field experiments were conducted in which we had fictitious persons respond by email to online job openings and online advertisements for rented accommodations. In total, we responded to 384 job openings and to 231 advertisements for rented accommodations. Contrary to expectations, applicants with a prison record were not less likely to receive a positive response from employers than applicants without a prison record. Applicants with a non-western background, however, were less likely to receive a positive response. In the housing experiment, we did find a significant effect of having a prison record. Former prisoners were less likely to receive a positive response during their search for a place to live.


Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Arjan Blokland
Prof. dr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Kimberley Nannes MSc
K. Nannes, MSc was stagiair bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) ten tijde van het schrijven van dit artikel.

Marieke Vroonland MSc
M. Vroonland, MSc was stagiair bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) ten tijde van het schrijven van dit artikel
Artikel

Pre-auction agreement: mag dat? Ja, dat mag (onder voorwaarden)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2014
Trefwoorden art. 3:268 BW, hypotheek, executie, onderhandse verkoop, pre-auction agreement
Auteurs Mr. R.J. Philips
SamenvattingAuteursinformatie

    Als een geschikte koper is gevonden voor een te executeren onroerend goed, is het doorlopen van het wettelijke executietraject vaak nog nodig om het goed te bevrijden van rechten van derden of omdat de hypotheekgever weigert mee te werken. Een pre-auction agreement biedt dan uitkomst. De auteur beschrijft inhoud en toelaatbaarheid van een pre-auction agreement en pleit voor een regeling die onderhandse executoriale verkoop buiten het stramien van Rechtsvordering mogelijk maakt.


Mr. R.J. Philips
Mr. R.J. Philips is advocaat bij RESOR te Amsterdam.
Artikel

Het bestrijden van uitkeringsfraude: mogelijkheden en moeilijkheden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Trefwoorden social security fraud, social assistance benefits, detecting fraud, municipalities, local policies
Auteurs M. Fenger en W. Voorberg
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the role of local municipalities in detecting and sanctioning benefit fraud, specifically fraud with social assistance benefits. Since the early 2000's, the government's attention for benefit fraud has been increased, resulting in the strengthening of the tasks and responsibilities of local municipalities in combatting and detecting fraud. There are indications that this has been successful: there is an increase in detection and the number of people that claims to offend the rules is decreasing. However, there is a significant amount of variety between municipalities in their performance with this regard. The authors argue that these differences are related to the design and implementation of local policies concerning the detection of benefit fraud. They offer several recommendations for more effective policies at the local level. These recommendations include a better use of available data and knowledge about the background of offenders and social assistance recipients.


M. Fenger
Dr. Menno Fenger is universitair hoofddocent aan de opleiding Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

W. Voorberg
William Voorberg MSc is promovendus aan de opleiding Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Werk(kenmerken) en recidiverisico's na detentie in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2014
Trefwoorden reintegration, imprisonment, employment, recidivism, longitudinal research
Auteurs Dr. Anke Ramakers, Prof. dr. Paul Nieuwbeerta, Dr. Johan van Wilsem e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Employment is believed to function as a ‘turning point’ for released offenders. Several theories state that employment can diminish recidivism, and offer different mechanisms to connect employment and crime, such as job stability and job quality. This study examines the effect of employment and employment characteristics on recidivism among Dutch ex-prisoners. Although recidivism risks are high among this group, longitudinal research on the effect of employment on recidivism risks is scarce. We based our analyses on longitudinal data of the Prison Project (n=842) and found that job stability reduces the risk of recidivism. The results indicate that not the guidance to a job, or a high-quality job, but the guidance to stable employment could help to reduce crime rates among this high-risk offender group.


Dr. Anke Ramakers
Dr. A. Ramakers is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Johan van Wilsem
Dr. J. van Wilsem is universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Anja Dirkzwager
Dr. A.J.E. Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Joni Reef
Dr. J. Reef is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Een zo hoog mogelijke netto-opbrengst bij de executoriale verkoop van onroerende zaken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden hypotheekhouder, volmacht, onderhandse verkoop, toe-eigening, verbod
Auteurs Mr. dr. I. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage komt aan de orde in hoeverre de hypotheekhouder gebruik kan maken van alternatieve vormen van verkoop om zijn vordering te voldoen, indien de schuldenaar in verzuim is met zijn verplichtingen uit de hypotheekakte.


Mr. dr. I. Visser
Mr. dr. I. Visser is docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en senior jurist bij het Notarieel Kenniscentrum van Netwerk Notarissen.

    Victims of violent crime who suffer from posttraumatic stress disorder (PTSD) can request financial compensation from the Dutch Violent Offences Compensation Fund (VOCF). Problematic with this is that PTSD is amenable for malingering. Malingering involves the invention or exaggeration of psychological symptoms or the attribution of such symptoms to wrong causes. If malingered PTSD remains undetected, the VOCF will run the risk of compensating damages which do not exist. The literature suggests that malingering can be detected by focusing on extreme scores on symptom screeners. The results of the current study, however, seem to suggest that this may not be an adequate strategy.


Dr. Maarten Kunst
Dr. Maarten Kunst is universitair docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Dead or alive?

De invloed van incidentkenmerken en gedragingen van actoren op fatale versus niet-fatale uitkomsten van geweld

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2013
Trefwoorden violence, homicide, event characteristics, actors’ behaviour
Auteurs Soenita Ganpat MSc, Prof. dr. Joanne van der Leun en Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
SamenvattingAuteursinformatie

    Some serious events end lethally while others do not. This study examined to what extent a selected number of event characteristics and actors’ behaviour contributed to the escalation of an event into a lethal outcome. We examined Dutch court files of 267 serious events in which offenders were convicted for either lethal violence (homicide, N=126) or non-lethal violence (attempted homicide, N=141). Pronounced differences were found between lethal versus non-lethal events with respect to event characteristics and to actors’ behaviour during the incident in particular. In particular, the likelihood of a lethal outcome increased in events involving alcohol use by victims, firearm use by offenders, victim precipitation and the absence of third parties.


Soenita Ganpat MSc
S.M. Ganpat, MSc is promovendus bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie aan de Universiteit van Leiden.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is als hoogleraar Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar Sociologie aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Als de nood aan de man komt

Slachtofferschap van mannen bij eergerelateerd geweld

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2013
Trefwoorden honour-based violence, male victimisation, family pressure, homosexuality, adultery
Auteurs J. Janssen en R. Sanberg
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sheds light on an aspect of honour-based violence (HBV) that is rarely addressed: male victimisation. HBV is usually regarded as violence inflicted on women by men. Police cases of male victimisation of HBV and scarce literature on this subject illustrate the ways in which men can become victims of violence. Men can be victimised in the same way that women are, for example when they commit adultery, are openly homosexual, or through conflicts about the choice of a partner. A specific and contested form of male victimisation occurs when their families pressure them to commit violence in order to restore family honour. Men are less likely than women to claim victim status and their victimisation of HBV is therefore possibly underreported. The authors do not argue to neglect female victims, but to expand hegemonic images of HBV and gender roles to include male victimisation. More insight into these matters is necessary to ensure the right support for each victim of HBV and to enable men and women to resolve these conflicts together.


J. Janssen
Dr. Janine Janssen is hoofd onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eer Gerelateerd Geweld (LEC EGG) van de Nederlandse politie en tevens verbonden aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

R. Sanberg
Drs. Ruth Sanberg is als onderzoeker verbonden aan het LEC EGG.

Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade te Groningen; j.g.knot@rug.nl.

Mr. A. Mens
Mr. A. Mens is als promovenda verbonden aan de sectie Internationaal Privaatrecht van de Rijksuniversiteit Groningen en bezig met de voorbereiding van een proefschrift over de erkenning van buitenlandse adopties in Nederland; a.mens@rug.nl.
Artikel

Planning en sociale zekerheid De eigen bijdrage in de AWBZ Steekt verplichte vermogensintering (weer) de kop op? (VI)

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 14 2013
Trefwoorden levensverzekering, pensioen en sociale zekerheidhenking
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens

    Deze studie beoogt empirische inzichten te verschaffen in de socio-juridische context van Vlaamse echtscheidingsovereenkomsten. Meer specifiek: er is empirisch onderzoek verricht naar de determinanten van echtscheidingsakkoorden (ex ante context), alsook naar de effecten die deze regelingen sorteren (ex post context). Door toepassing van de sociaalwetenschappelijke methodologie binnen het familierecht voorziet deze empirische analyse in brede kwantitatieve gegevens die als basis kunnen dienen voor toekomstige beleidsmatige beslissingen. Daarnaast kunnen de empirische bevindingen bijdragen tot de optimalisatie van de redactie van echtscheidingsovereenkomsten.
    ---
    This research aims to provide empirical insights into the socio-legal context of mutual consent divorce agreements. More specifically, this empirical-legal study investigates the determinants of divorce arrangements (i.e. the ex ante context)  as well as the effects of these arrangements (i.e. the ex post context). By using statistical techniques of the social sciences (i.e. regression analysis), this empirical analysis provides in broad quantitative data that serve as a basis for future policy decisions. This article concludes that this empirical findings contribute to the optimization of divorce agreement drafting.


Dr. Ruben Hemelsoen
Ruben Hemelsoen has a doctorate in law, and master’s degrees in law and psychology. He is currently head of student affairs at University College Ghent. Alongside this, the author works as a voluntary researcher at the civil law department of the Faculty of Law of Ghent University.
Artikel

Het effect van werk op de criminele carrière van jeugdige zedendelinquenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden juvenile sex offender, life-course criminology, employment, fixed and random effects model, typologies
Auteurs MSc Chantal van den Berg, Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld, Prof. dr. Jan Hendriks e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper delinquent development from age 12 to 29 of 498 juvenile sex offenders is analyzed. Fixed and random effects models are used to determine the effect of employment and of the stability of employment on the criminal career. We first show that juvenile sex offenders have limited access to the labor market, with stagnating participation rates from age 25 on, many different and short contracts. In spite of this, employment reduces offending, and having stable employment has an additional reducing effect on crime. We also looked at three types of sex offenders (child abusers, peer abusers and group offenders), who have a different background and for whom therefore effects could differ. We found no difference for offender types in the effect of employment on offending. The effects of employment stability, however, were due to only child abusers experiencing significant effects of continuity. We conclude that for juvenile sex offenders employment impacts similarly on offending as was found in previous studies among high-risk groups.


MSc Chantal van den Berg
C.J.W. van den Berg, MSc is junior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld
Prof. dr. mr. C.C.J.H. Bijleveld is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar methoden & technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Jan Hendriks
Prof. dr. J. Hendriks is klinisch psycholoog bij De Waag in Den Haag, bijzonder hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en bijzonder hoogleraar forensische orthopedagogische diagnostiek en behandeling aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. Irma Mooi-Reçi
Dr. I. Mooi-Reçi universitair docent bij de afdeling Sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Over de effectiviteit van mediation in gevallen van geweld tussen partners

Resultaten van een empirisch onderzoek in Oostenrijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden herstelrecht, slachtoffer-daderbemiddeling, huiselijk geweld, geweld tegen vrouwen
Auteurs Christa Pelikan
SamenvattingAuteursinformatie

    The Austrian social historian Christa Pelikan wrote in 2009 an article with the following title: On the efficacy of Victim-Offender-Mediation in cases of partnership violence in Austria, or: Men don’t get better, but women get stronger: Is it still true?
    It contains outcomes of an empirical study which reads in short: The efficacy of VOM in cases partnership violence is to a large part due to the empowerment of the women victims, but partly, albeit to a smaller percentage, also due to an inner change, to insight and following from that a change of behaviour on the side of the male perpetrators. These achievements should be understood as part of a comprehensive societal change – a change of expectations regarding the use of violence in intimate partnerships. The research presented is to be perceived against the background of another study carried out 10 years before; its title was: ‘The efficacy of criminal law interventions in cases of partnership violence: Comparing The Criminal Trial and Victim-Offender Mediation (out of court offence compensation – ATA)’. Quantitaive and qualitative research is used, as well as a description of cases. In our journal a Dutch translation of this relevant (2009) article on RJ and domestic violence has been published.


Christa Pelikan
Christa Pelikan is senior onderzoeker aan het Institute for Sociology of Law and Criminology in Wenen. Zij is een van de oprichters van het European Forum for Restorative Justice.


Artikel

De feeks in het erfrecht

De magische werking van de redelijkheid en billijkheid

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 02 2012
Trefwoorden testament
Auteurs


Toont 21 - 40 van 68 gevonden teksten
« 1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.