Zoekresultaat: 118 artikelen

x
Artikel

De toepassing van de Wet Bibob in de milieusector

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Wet Bibob, Milieu, Vergunning, Ernstig gevaar, Evenredigheid
Auteurs Mr. R. (Rutger) ten Ham en Mr. F. (Frederike) Ahlers
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren ziet ongeveer 10% van de circa 300 jaarlijkse adviesaanvragen aan het Landelijk Bibob Bureau op adviezen in verband met milieuactiviteiten. In onze praktijk zien we recentelijk een groeiende aandacht bij het bevoegd gezag en het OM voor de mogelijkheden die de Wet Bibob biedt om milieuovertredingen te voorkomen. Tegelijkertijd is het aantal milieuregels in de afgelopen jaren alleen maar groter geworden. Voor ondernemingen kan de Wet Bibob grote gevolgen hebben, want zonder vergunning geen activiteiten.
    In dit nummer van Strafblad dat geheel gewijd is aan het thema milieu staan wij dan ook graag stil bij de Wet Bibob toegespitst op de milieusector.


Mr. R. (Rutger) ten Ham
R. (Rutger) Ham is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.

Mr. F. (Frederike) Ahlers
F. (Frederike) Ahlers is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam.
Artikel

Het strafrecht en illegale gewasbeschermingsmiddelen in 2020

Tijdschrift Boom Strafblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Milieustrafrecht, Gewasbeschermingsmiddelen, Duaal sanctiestelsel, Europese sanctie-eis
Auteurs Mr. R.M.J. (Rob) de Rijck en Mr. F.M. (Floor) van den Bogart
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft een actueel overzicht van het strafrecht op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen. Er wordt een globaal overzicht gegeven van het EU-stelsel van toelating en het belang daarvan. Daarna wordt de strafrechtelijke handhaving in Nederland meer gedetailleerd beschreven. Dit is een jong strafrechtgebied dat aan Europese eisen moet voldoen en dat door de wetgever met het bestuursrecht in een duaal sanctiestelsel is geplaatst. Het strafrecht blijkt hier nog zoekende en twee fundamentele vragen staan open.


Mr. R.M.J. (Rob) de Rijck
Rob de Rijck is landelijk coördinerend officier van justitie milieu bij het Functioneel Parket. In de beschreven zaken die leidden tot de vonnissen van de Rechtbank Den Haag van 2012 en van de Rechtbank Rotterdam van 2014 en 2019 trad hij als officier ter zitting op.

Mr. F.M. (Floor) van den Bogart
Floor van den Bogart is commissiesecretaris milieu bij het Functioneel Parket. Zij was betrokken bij het genoemde EMPACT Operational Action Plan.
Artikel

Over hulp bij zelfdoding

Enkele gedachten naar aanleiding van de recente uitspraak van het Bundesverfassungsgericht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden hulp bij zelfdoding, euthanasiewetgeving, BVerfG, zelfbeschikkingsrecht, voltooid leven
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent heeft het Duitse constitutionele hof een baanbrekende uitspraak gedaan waarin een wettelijke bepaling die het verlenen van hulp bij zelfdoding aan banden legt, met een beroep op het zelfbeschikkingsrecht nietig wordt verklaard. Volgens het hof zijn de mogelijkheden voor de wetgever op dit gebied grenzen te stellen zeer beperkt. Naar aanleiding van de uitspraak wordt ingegaan op de rol van de rechter, het oprukkend zelfbeschikkingsrecht en de positie van hulp bij zelfdoding ten opzichte van euthanasie.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht, Amsterdam UMC/Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Poging middels voorwaardelijk opzet

Dient er in concreto sprake te zijn geweest van een aanmerkelijke kans?

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Trefwoorden poging, uiterlijke verschijningsvorm, aanmerkelijke kans, opzet, objectieve derde
Auteurs Mr. R. (Rob) ter Haar en Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke rol speelt de aanmerkelijke kans bij de vraag of er sprake is van een strafbare poging? De auteurs betogen dat voor de beantwoording van de vraag of een kans aanmerkelijk is aansluiting moet worden gezocht bij het perspectief van de objectieve derde die, direct voorafgaand aan het moment van handelen, meekijkt over de schouder van de dader en die alleen die feiten en omstandigheden kent die de dader kent. Bepalend is of deze objectieve, in de schoenen van de dader staande, derde op basis van die kennis zou oordelen dat de mogelijkheid dat het voorziene gevolg zal intreden reëel en niet onwaarschijnlijk is.


Mr. R. (Rob) ter Haar
Mr. R. ter Haar is docent strafrecht aan de Universiteit Utrecht.

Mr. dr. M.J. (Mark) Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is jurist/assistent-boetefunctionaris bij de AFM.
Actualiteiten rechtspraak

NTS 2020/62

HR 14 april 2020, 18/05085, ECLI:NL:HR:2020:619

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 3 2020
Artikel

Kroniek Tuchtrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 5 2020
Auteurs Tjitske Cieremans, Han Jahae, Maurice Mooibroek e.a.

Tjitske Cieremans

Han Jahae

Maurice Mooibroek

Robert Sanders
Actualiteiten rechtspraak

Access_open NTS 2020/43

HR 28 januari 2020, 18/05374, ECLI:NL:HR:2020:60

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Actualiteiten rechtspraak

Access_open NTS 2020/46

HR 28 januari 2020, 19/00182, ECLI:NL:HR:2020:121

Tijdschrift Nederlands Tijdschrift voor Strafrecht, Aflevering 2 2020
Jurisprudentie

Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2020
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. mr. M. Nelemans

mr. dr. I. Koopmans

mr. K.M.T. Helwegen

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Feitelijk leidinggeven in het milieustrafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2020
Trefwoorden milieustrafrecht, feitelijk leidinggeven, artikel 51 Sr, milieu, jurisprudentie
Auteurs Mr. T.W. Veenendaal en Mr. M. Velthuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel ‘Feitelijk leidinggeven in het milieustrafrecht’ geven Tara Veenendaal en Marleen Velthuis een overzicht van de belangwekkende jurisprudentie van de afgelopen twee jaar, waaruit kan worden afgeleid hoe het Openbaar Ministerie en de rechter in het milieustrafrecht omgaan met de vervolging van de vermeende feitelijk leidinggevers aan gedragingen door de rechtspersoon. De recente jurisprudentie komt aan de hand van een aantal thema’s aan de orde. Daarna wordt ingegaan op de gepubliceerde transacties van milieuovertredingen door ondernemingen en in hoeverre de rol van natuurlijke personen daarin terugkomt. Het artikel sluit af met een verwachting voor de toekomst.


Mr. T.W. Veenendaal
Mr. T.W. Veenendaal is advocaat bij NautaDutilh.

Mr. M. Velthuis
Mr. M. Velthuis is advocaat bij NautaDutilh.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2020
Trefwoorden jurisprudentie, strafrecht, strafbare feiten, medisch beroepsgeheim, euthanasie
Auteurs Prof. mr. P.A.M. Mevis en mr. drs. L. Postma
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek staan de belangrijkste ontwikkelingen van 31 augustus 2017 tot 1 november 2019 centraal. Ten eerste wordt aandacht besteed aan de gewijzigde strafbepalingen van de Wet BIG en het vervolg van de zaak tegen de Haagse borstendokter. Vervolgens wordt ingegaan op het medisch beroepsgeheim en vorderen van gegevens, fraude in de zorg, de strafrechtelijke vervolging van een zorginstelling, zedendelicten door hulpverleners en de strafbaarheid van afbreking van een zwangerschap door een huisarts. Voorts komen euthanasie en hulp bij zelfdoding aan bod. Ten slotte worden onder meer zaken besproken die betrekking hebben op dood door schuld, valsheid in geschrifte en het in hulpeloze toestand achterlaten van een hulpbehoevende.


Prof. mr. P.A.M. Mevis
Paul Mevis is hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

mr. drs. L. Postma
Liselotte Postma is wetenschappelijk docent strafrecht en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Kroniek Formeel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2019
Auteurs Max den Blanken, Maike Bouwman, Rachel Bruinen e.a.

Max den Blanken

Maike Bouwman

Rachel Bruinen

Chaimae Ihataren

Desiree de Jonge

Rick van Leusden

Patrick van der Meij

Michiel Olthof

Paul van Putten

Ben Polman

Melissa Slaghekke

Aimée Timorason

Paul Verweijen

Robert Malewicz

Linda Marsman
Artikel

Kroniek Materieel strafrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2019
Auteurs Frezia Aarts, Rachel Bruinen, Dirk Dammers e.a.

Frezia Aarts

Rachel Bruinen

Dirk Dammers

Alexandra Emsbroek

Robert Malewicz

Michiel Olthof

Ben Polman

Inge Raterman

Melissa Slaghekke

Paul Verweijen

Linda Marsman
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2019
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in de periode september 2018 tot en met augustus 2019 weer diverse uitspraken gedaan over gezondheidsrechtelijke vraagstukken. Naast uitspraken over de uitleg van ‘bekende’ rechten, zoals het recht op leven, het recht op toegang tot adequate zorg en de procedurele overheidsverplichtingen, waren er verschillende ‘nieuwe’ onderwerpen waarover het Hof zich moest buigen, waaronder de verplichting om een urinetest te ondergaan, de toegang tot een externe deskundige, het recht om te huwen van een onder curatele gestelde persoon en de rechten van naasten en nabestaanden. Het geheel geeft een beeld van de diverse tegen verdragsstaten ingediende klachten.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Kroniek Bestuursprocesrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 9 2019
Auteurs Jan Coen Binnerts, Marieke Dankbaar en Rachel Hoeneveld

Jan Coen Binnerts

Marieke Dankbaar

Rachel Hoeneveld
Jurisprudentie

Access_open Kroniek Ondernemingsstrafrecht

Eerste helft 2019

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, mr. A.C.M. Klaasse e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

mr. A.C.M. Klaasse

prof. mr. M. Nelemans

mr. K.M.T. Helwegen

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van der Vorm

mr. dr. J.S. Nan

Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok
Mr. dr. R. Bonnevalle-Kok is associate professor Criminal Law and Criminal Procedure.

    This article is part of a broader discussion about attaining a full-fledged child-friendly (criminal) justice. Attaining that goal is particularly challenging in cases of international parental abduction, due to the involvement of two branches of law. It is examined to what extent the current interaction guarantees a decision in the best interests of the child. More specifically, the implications of the adage le criminel tient le civil en état are scrutinised from a children’s rights perspective.
    The central research question reads: “to what extent can the adage le criminal tient le civil and état be upheld when further elaborating the best interests of the child in criminal law, more specifically in the interaction between civil and criminal law?” The research wants to contribute to the debate of the difficult triangular relationship between civil law, criminal law and children's rights law.
    In cases of child abduction, the link and interaction between the two procedures goes beyond the traditionally accepted scope of civil damages arising from a criminal offense. Nevertheless, both procedures following a parental abduction are based on the same facts and are inextricably linked, which means that they have to be assessed together, which means that they should be judged together. The question arises as to how the two parallel procedures can be coordinated better, now that it is clear that they may significantly influence each other.
    A full-fledged application of the adage means that a decision concerning the return of the child can only be handed down from the moment when the criminal proceeding (concerning the prosecution of the parent) is completed. It is immediately clear that this cannot be in the best interests of the child.
    It is argued that the adage must be abandoned or reversed to guarantee article 3 CRC. This statement is substantiated with arguments of both practical (referring to the time course) and fundamental (importance of the child best interets as a first consideration) nature. Thereby counterarguments are anticipated.
    ---
    Dit artikel kadert binnen de bredere discussie inzake het streven naar een kindvriendelijk (straf)rechtssysteem. In zaken van internationale parentale ontvoering, waarbij twee rechtstakken betrokken zijn, is dit bijzonder uitdagend. Er wordt onderzocht in welke mate de huidige interactie tussen beide rechtstakken het belang van het kind waarborgt. Concreet wordt het adagium le criminel tient le civil en état vanuit een kinderrechten-perspectief aan een kritische blik onderworpen.
    De centrale onderzoeksvraag luidt: “in welke mate is het adagium le criminel tient le civil and état houdbaar in de verdere uitwerking van het belang van het kind in het strafrecht, meer bepaald in de wisselwerking tussen burgerlijk en strafrecht?” Het artikel wil aan het belang van het kind een duidelijkere positie geven in de moeilijke driehoeksverhouding tussen burgerlijk recht, strafrecht en kinderrechten.
    In zaken van kinderontvoering gaat het de toepassing van het adagium verder dan de traditioneel aanvaarde reikwijdte van civielrechtelijke schadevergoedingen die voortvloeien uit een strafbaar feit. Niettemin zijn beide procedures, volgend op een parentale ontvoering, gebaseerd op dezelfde feiten en onlosmakelijk verbonden met elkaar, wat betekent dat ze samen moeten worden beoordeeld. De vraag rijst hoe de twee parallelle procedures beter gecoördineerd kunnen worden, nu duidelijk is dat ze elkaar op een significante manier kunnen beïnvloeden.
    Onverkorte toepassing van het adagium betekent dat de burgerlijke beslissing betreffende de terugkeer van het kind pas kan plaatsvinden vanaf het moment dat de strafrechtelijke procedure (betreffende de vervolging van de ouder) is voltooid. Het is meteen duidelijk dat dit niet in het belang van het kind kan zijn.
    Er wordt geargumenteerd dat het adagium moet worden verlaten dan wel omgedraaid om artikel 3 IVRK te garanderen. Argumenten van zowel praktische (verwijzend naar de tijdsverloop) als fundamentele (belang van het kind als eerste overweging) aard onderbouwen dit standpunt. Daarbij wordt geanticipeerd op tegenargumenten.


Elise Blondeel MSc
Doctoraal onderzoekster Strafrecht & Rechten van het Kind (BOF-mandaat). Onderzoeksdomein: Internationale Parentale Ontvoering. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).

prof. dr. Wendy De Bondt
Professor Strafrecht/Rechten van het Kind/Jeugdrecht aan Universiteit Gent. Onderzoeksdomein: (Europees) strafrecht(elijk beleid) & Rechten van het Kind. Lid van het IRCP (Institute for International Research on Criminal Policy) en het HRC (Human Rights Centre).
Toont 21 - 40 van 118 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.