Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 486 artikelen

x
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak rechten van de mens

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2018
Trefwoorden EVRM, EHRM, rechten van de mens, Schending
Auteurs Prof. mr. A.C. Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM of Hof) heeft in de periode januari 2017 tot en met augustus 2018 een groot aantal uitspraken gedaan die van belang zijn voor gezondheidsjuristen. Naast uitspraken over onderwerpen waarover het Hof zich in het verleden eerder heeft uitgesproken, zoals het recht op schadevergoeding na een medische fout, de omgang met medische persoonsgegevens en het waarborgen van toegang tot adequate medische zorg, liet het Hof zich uit over onderwerpen als het recht op patiëntveiligheid, het optreden van de autoriteiten jegens psychiatrische patiënten, het recht op cannabis en het voortzetten van levensverlengend handelen in situaties waarin de artsen dat niet langer zinvol achten.


Prof. mr. A.C. Hendriks
Aart Hendriks is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Leiden.
Forum

De wil van de wilsonbekwame patiënt

Commentaar op een uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2018
Auteurs Prof. dr. G.A. den Hartogh
SamenvattingAuteursinformatie

    Bespreking van een opmerkelijke zaak van het RTG in Den Haag van 24 juli 2018, waarin het Tuchtcollege een berisping heeft gegeven aan een arts die een euthanasie had uitgevoerd bij een diep-demente vrouw op basis van haar schriftelijke wilsverklaring. Daarin doet het Tuchtcollege een aantal verrassende uitspraken over de manier waarop met de actuele wil van de patiënt rekening moet worden gehouden..


Prof. dr. G.A. den Hartogh
Govert den Hartogh is emeritus hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam. Met dank aan mr. M. de Bontridder, mr. T.J. Matthijssen en dr. H.W.J.M. Wijsbek voor commentaar en discussie.
Artikel

De dringende reden en ernstige verwijtbaarheid; twee afwegingen op basis van de omstandigheden van één geval

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Ernstige verwijtbaarheid, Transitievergoeding bij ontslag op staande voet, Dringende reden, Ontslag op staande voet, Bagateldelict
Auteurs prof. mr. Stefan Sagel en mr. Rik van Haeringen
Samenvatting

    In een uitspraak van 30 maart 2018 maakte de Hoge Raad een einde aan de discussie over de vraag of een terecht gegeven ontslag op staande voet onder de Wwz kan samengaan met de verschuldigdheid van een transitievergoeding. De cassatierechter besliste dat het wettelijke systeem zich niet verzet tegen zulke samenloop. In al die gevallen waarin de door de rechter aangenomen dringende reden niet als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer kwalificeert, is de transitievergoeding verschuldigd. De vraag komt dan vervolgens wel op, wanneer van die ernstige verwijtbaarheid sprake is. Deze bijdrage beoogt de praktijk enige handvatten aan te reiken voor de beantwoording van die vraag. Net als bij de beoordeling of sprake is van een dringende reden, zullen ook hier de omstandigheden van het geval beslissend zijn. Maar hoewel er een grote mate van overlap is tussen de gezichtspunten die in aanmerking moeten worden genomen bij de afwegingen of sprake is van (i) een dringende reden en (ii) ernstige verwijtbaarheid, moeten de beide beoordelingen om verschillende redenen toch goed van elkaar worden onderscheiden. In de eerste plaats omdat bepaalde gezichtspunten in de beide wegingen voor verschillende partijen kunnen spreken. In de tweede plaats omdat aan bepaalde gezichtspunten die de Hoge Raad relevant acht in het kader van artikel 7:678 BW, geen gewicht toekomt in het kader van de op artikel 7:673 lid 7 onder c BW gestoelde weging van de ernstige verwijtbaarheid. Tot slot geldt bij weer andere van die gezichtspunten, dat het maar net van de omstandigheden van het geval afhangt, of zij ook van betekenis zijn voor de beoordeling of sprake is van ernstige verwijtbaarheid. Kortom: een genuanceerde benadering is vereist.


prof. mr. Stefan Sagel

mr. Rik van Haeringen
Artikel

Access_open Oververtegenwoordiging van jongeren met een migratieachtergrond in de strafrechtketen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden disproportionate minority contact, DMC, juvenile justice, ethnicity, adolescents
Auteurs Dr. Albert Boon, Melissa van Dorp MSc en Drs. Sjouk de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In the United States, the term disproportionate minority contact (DMC) is used to refer to the disproportionate number of minority youth who come into contact with the juvenile justice system. Statistics on DMC in the United States put the issue on the political agenda and measures have been taken to reduce the inequality. In the Netherlands, there are some studies on the representation of ethnic minority groups in suspect statistics, but data regarding all ethnic groups at various stages of the juvenile justice chain are lacking. Due to this lack of information, DMC is not mentioned in Dutch research literature and is not a political issue. Therefore, the purpose of this article was to explore whether DMC existed in the Netherlands and whether elements of the US policy could be applied to the Dutch situation. To investigate this, the likelihood (odds ratio (OR)) was calculated for young people with a migration background to be registered and held as a suspect, to participate in an alternative punishment program (Halt) and their likelihood of incarceration. It turned out that the OR for young people with a non-Western migration background to be registered as a suspect was more than three times as high, with an OR of 5 or higher for some ethnic groups. The chances of a Halt-settlement were much lower for young people with a non-Western background. The odds of ending up in a youth prison was over six times higher for youngsters with a non-Western background compared to their Dutch native peers. For young people of Caribbean and Moroccan origin the likelihood was more than ten times higher. These results showed that DMC is present at all examined stages in the Dutch juvenile justice chain. The large overrepresentation of young people with a migration background (especially of Moroccan and Caribbean origin) shows that further research is needed in order to develop programs to reduce DMC. To establish this, it is important to register the ethnic origin of the individuals at all stages of the juvenile justice chain.


Dr. Albert Boon
Dr. A.E. Boon is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij Curium-LUMC, de afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie Universiteit Leiden.

Melissa van Dorp MSc
M. van Dorp, MSc is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep) en bij de Academische Werkplaats Risicojeugd.

Drs. Sjouk de Boer
Drs. S.B.B. de Boer is psycholoog/onderzoeker bij Lucertis/De Jutters: kinder- en jeugdpsychiatrie (Parnassia Groep).
Artikel

Een bijzondere groep daders: vrouwelijke langgestraften na afloop van de Tweede Wereldoorlog in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden female, perpetrators, World War II, empirical study, criminal career
Auteurs Drs. Jantien Stuifbergen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Early literature on female perpetrators of World War II focused on labelling the accused as deranged psychopaths, thereby distinguishing the group of perpetrators from the vast subdued and ‘normal’ population. While this perception has changed over the past decades, the perception of female perpetrators has remained limited either way, women are denied having a lot of agency when perpetrating crimes in conflict. Similar to the ‘mad Nazi’-theory these narratives imply that female perpetrators are different from ‘ordinary’ women, as their actions collide with notions of ideal femininity. This empirical research has shown that in the case of female perpetrators of World War II in the Netherlands it seems that they can be seen as ordinary women operating in extraordinary circumstances. In this study, a special group of female war criminals is described. Against the background of early post-war imaging of such women and more recent research on female perpetration during wartime, an analysis of Dutch perpetrators who received severe punishments after the War, is made. Based on unique historical data, the criminal career of these women as World War II perpetrators is analysed. The outcomes show that a notable part already had a criminal record before the war and that the perception of who they were and why they acted the way they did needs reconsideration, since they were not psychologically weak and incompetent. They were generally young, unemployed and low educated and they planned and committed their crimes of treasons in order to create better living conditions for themselves. In fact, one can claim that these women are likely to be ordinary people influenced by dispositional and situational factors.


Drs. Jantien Stuifbergen MSc
Drs. J.A.M. Stuifbergen, MSc is programmacoördinator van de Master International Crimes, Conflict and Criminology en promovenda bij de sectie Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam,
PS van een redacteur

Tbs zonder diagnose?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2018
Auteurs Dr. Jaap van Vliet
Auteursinformatie

Dr. Jaap van Vliet
Dr. Jaap A. van Vliet is zelfstandig gevestigd onderzoeker en adviseur en lid van de redactie van PROCES.
Ten geleide

Aanhoudingsseks

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2018
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Auteursinformatie

Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van PROCES.
Artikel

Access_open Rechtstekorten in het gezondheidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden VGR, gezondheidsrecht, Henk Leenen-lezing, menselijke persoon
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    Lezing gehouden bij de gelegenheid van het 50-jarige bestaan van de Vereniging voor Gezondheidsrecht op 20 april 2018 in Rotterdam, met als onderwerp de ontwikkeling van het gezondheidsrecht in Nederland.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht AMC/Universiteit van Amsterdam, en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

De actualiteit en toekomst van de toepassing van whiplashjurisprudentie buiten whiplashzaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2018
Trefwoorden whiplash, niet-whiplashzaken, causaal verband, elektrocutie, hondenbeet
Auteurs Mr. S. Boer en Mr. C. van der Roest
SamenvattingAuteursinformatie

    Steeds vaker wordt in niet-whiplashzaken een beroep gedaan op de zogenaamde whiplashjurisprudentie. Met een beroep op de redeneringen uit deze jurisprudentie wordt door benadeelden getracht om het bestaan van veelal substraatloze klachten en het (juridisch) causaal verband tussen deze klachten en beperkingen en het incident aan te tonen. Is toepassing van de whiplashjurisprudentie in niet-whiplashzaken gerechtvaardigd, of is daarmee het spreekwoordelijke hek van de dam? Door middel van een analyse van de whiplashjurisprudentie en recente jurisprudentie in niet-whiplashzaken komen de auteurs tot de conclusie dat een juiste toepassing van de zogenoemde causaliteitsregels uit de whiplashjurisprudentie in niet-whiplashzaken tot rechtvaardige uitkomsten leidt, mits men daarbij de hoofdregel en de beginselen van het bewijsrecht niet uit het oog verliest.


Mr. S. Boer
Mr. S. Boer is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten.

Mr. C. van der Roest
Mr. C. van der Roest is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten.
Artikel

Vertrouwen in gelijkheid in de transitievergoeding

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Transitievergoeding, Gelijkheid, AOW, Arbeidsongeschikt, Overbruggingsregeling
Auteurs mr. Joanne Marijnissen en mr. Janine Weel
SamenvattingAuteursinformatie

    Het nieuwe kabinet wil door middel van een aantal wijzigingen meer balans brengen in de transitievergoeding. De auteurs behandelen verschillende (uitzonderings)regelingen en toetsen deze regelingen aan de doelstellingen van de transitievergoeding. Besproken wordt of de wetgever voor meer gelijkheid zou kunnen zorgen.


mr. Joanne Marijnissen
Onderzoeker bij ArbeidsmarktResearch UvA B.V (www.magontslag.nl)

mr. Janine Weel
Onderzoeker bij ArbeidsmarktResearch UvA B.V (www.magontslag.nl)
Redactioneel

Creatief met straffen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2018
Auteurs Mr. dr. Sigrid van Wingerden
Auteursinformatie

Mr. dr. Sigrid van Wingerden
Mr. dr. Sigrid van Wingerden is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij is tevens voorzitter van de redactie van PROCES.
Artikel

De afdoening van ernstige strafbare feiten waar dementerende justitiabelen bij betrokken zijn

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Dementie, ernstige strafbare feiten, Afdoening, gedwongen zorg
Auteurs Ing. Marijke te Hennepe-van Vulpen MSc LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    Persons who suffer from dementia could potentially commit serious crimes. By studying 22 casus of settlements in cases of serious crimes allegedly committed by a demented person, published on ‘rechtspraak.nl’, the mode of settlement in these cases was established and problems in that field were identified. The group of dementia sufferers proved to be heterogeneous which resulted in a great variety of settlements within the criminal proceedings. However, problems do occur and certain aspects of these problems are not resolvable within the current Dutch penal systems. Reflection on this issue is desirable, as the number of people who suffer from dementia will increase considerably in the near future.


Ing. Marijke te Hennepe-van Vulpen MSc LLB
Ing. Marijke te Hennepe-van Vulpen MSc LLB studeert rechtswetenschappen aan de Open Universiteit Nederland. Dit artikel is gebaseerd op haar bachelorscriptie.

Prof. dr. Joke Harte
Prof. dr. Joke Harte is hoogleraar bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en lid van de redactie van PROCES.
Artikel

Zelfredzaamheid in detentie

Kritische kanttekeningen bij het systeem van promoveren en degraderen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Zelfredzaamheid, Burgerschap, Gevangenis, Autonomie
Auteurs Dr. Esther van Ginneken
SamenvattingAuteursinformatie

    In the ‘participation society’ it is expected that citizens actively contribute to solving societal problems, including health care, immigration and security issues. A somewhat similar responsibilisation culture is visible in prisons, where prisoners are held responsible for their own rehabilitation. This article problematizes the way in which prisoners’ agency is promoted in Dutch prisons, considering prisoners’ constrained agency and the normative expectations that are tied to the approach. This critique is advanced through discussion of the promotion/demotion system that has been used in Dutch prisons since 2014. This system, comparable to the Incentives and Earned Privileges system in England and Wales, espouses both ‘hard’ and ‘soft’ behavioural norms. The soft behavioural norms reflect a citizenship ideal that extends beyond compliance with the law. It is argued that these normative expectations tied to agency have a limiting effect on prisoners’ autonomy. This article argues in favour of a shift from the citizenship ideal to an autonomy ideal, which applies the principle of minimum restrictions. Furthermore, access to education, reintegration courses and contact with family should be treated as a right, rather than a privilege, in order to maximise autonomy and minimise the harmful effects of imprisonment.


Dr. Esther van Ginneken
Dr. Esther van Ginneken is universitair docent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open A new interpretation of the modern two-pronged tests for insanity

Why legal insanity should not be a ‘status defense’

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2018
Trefwoorden substantive criminal law, excuses, insanity defense, status defense
Auteurs Johannes Bijlsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Michael Moore has argued that modern two-pronged tests for legal insanity are wrongheaded and that the insanity defense instead should be a ‘status defense’. If Moore is right, than the laws on insanity in most legal systems are wrong. This merits a critical examination of Moore’s critique and his alternative approach. In this paper I argue that Moore’s status approach to insanity is either under- or overinclusive. A new interpretation of the modern tests for insanity is elaborated that hinges on the existence of a legally relevant difference between the mentally disordered defendant and the ‘normal’ defendant. This interpretation avoids Moore’s criticism as well as the pitfalls of the status approach.


Johannes Bijlsma
Johannes Bijlsma is assistant professor of criminal law at the Vrije Universiteit Amsterdam.

Frans Douw
Frans Douw is voormalig gevangenisdirecteur en voorzitter bestuur Stichting Herstel en Terugkeer.
Artikel

Vaststellen van symptoomvaliditeit in neuropsychologisch expertiseonderzoek

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2018
Trefwoorden neuropsychologisch onderzoek (NPO), symptoomvaliditeit, validiteitstest
Auteurs Prof. dr. B.A. Schmand en Dr. J.F.M. de Jonghe
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelen de auteurs enkele meer technische aspecten van het vaststellen van symptoomvaliditeit. Het doel is de juridische en medische ‘eindgebruikers’ van neuropsychologische expertiseonderzoeken een beter inzicht te geven in de gehanteerde methoden. De auteurs hopen dat dit hen in staat stelt de conclusies die de neuropsycholoog trekt beter op hun waarde te schatten. Achtereenvolgens bespreken zij de belangrijkste methoden waarmee symptoomvaliditeit wordt onderzocht, de manier waarop specifieke detectiemethoden worden geconstrueerd, de sensitiviteit en specificiteit ervan, en de manier waarop deze worden toegepast in het neuropsychologisch onderzoek (NPO). De auteurs zullen ook stilstaan bij de vraag of kan worden aangetoond dat de onderzochte persoon moedwillig slecht presteert. Ten slotte noemen ze een aantal kwaliteitskenmerken van het NPO waar de eindgebruiker op zou moeten letten.


Prof. dr. B.A. Schmand
Prof. dr. B.A. Schmand is emeritus hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Dr. J.F.M. de Jonghe
Dr. J.F.M. de Jonghe is klinisch neuropsycholoog in het Noordwest Ziekenhuis in Alkmaar.
Toont 21 - 40 van 486 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6 7 8 9 24 25
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.