Zoekresultaat: 44 artikelen

x
Artikel

Liefde met hindernissen

Over ongewenste relaties in het verleden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2015
Trefwoorden marriage, partner choice, incest, homosexuality, cohabitation
Auteurs Prof. dr. J. Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    This articles offers an overview of four centuries of ‘forbidden relations’ in The Netherlands. From the late sixteenth century onwards, the dominant Calvinist church tried to ‘purify’ the Dutch nation by persecuting all forms of fornication, adultery, incest, and sodomy. The French period (1795-1813) separated church and state, and removed several forms of forbidden relations from the penal code. But social control on relations remained intense. An ‘ideal’ marriage was based on equality of the spouses in terms of social background, religion and age. Parents as well as the local community made sure young people made the ‘right’ choice. Competition between religious groups intensified in the late nineteenth century and mixed marriages became even more problematic. In the 1960s and 1970s all this began to change, and many rules and norms regarding partner choice were relaxed. An example of the changes over time are unmarried cohabitations which transformed from a crime (sanctioned by banishment) to deviant behaviour (sanctions through withholding poor relief) to a more or less normative ‘trial marriage’.


Prof. dr. J. Kok
Prof. dr. Jan Kok is als hoogleraar Economische, Sociale en Demografische geschiedenis verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Artikel

Access_open Staat, kerk en individuele gelovige: strijd om de dominantie

De zaak Fernández Martínez in het licht van theorievorming over collectieve godsdienstvrijheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2015
Trefwoorden godsdienstvrijheid, EVRM, staatsrecht, rechtsfilosofie
Auteurs Mr. drs. Jaco van den Brink
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently the European Court of Human Rights issued its Grand Chamber judgment in the case of Fernández Martínez versus Spain. This case shows the importance of a sound and justified approach of the collective dimension of religious freedom. It is argued that a perspective from individual autonomy falls short. Instead, an account is proposed which reflects on the nature of religious collectivities, and on the proper place of the state within society. In some aspects of the said judgment, elements of such an approach can be found, while other aspects show more affinity with a contrary approach. The judgment therefore suffers from incoherence, as it is argued.


Mr. drs. Jaco van den Brink
Mr. drs. J. van den Brink studeerde rechtsgeleerdheid en geschiedenis (BA) in Utrecht en volgde een juridische en een filosofische master rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. Vanaf 2013 werkt hij als advocaat bij Bouwman Van Dommelen advocaten te Hardinxveld-Giessendam.

Mr. Jan de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.

    In its ruling of June 12, 2014, the European Court on Human Rights (Grand Chamber) concluded that no violation of the right to private life and family life under the European Convention of Human Rights had taken place in the case of the non-renewal of an employment contract of a Roman Catholic teacher of religion and ethics. The reason for this non-renewal was the withdrawal of the required ecclesiastical approval of the teacher. According to the European Court, church autonomy prevailed in this case over the right to private life and family life of the teacher, a married priest with five children and an active member of an organization promoting voluntary celibacy. This contribution analyses and discusses the ruling of the ECHR, also in the light of the main dissenting opinion. It supports the Court’s conclusion, but criticizes some of its reasoning. It also states that regardless of the extent of church autonomy, a clear and correct procedural approach to employment issues also does honour ecclesiastical authorities.


Prof. dr. Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg. Zij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Hoofdartikel

De binding van werkgevers aan collectieve arbeidsovereenkomsten

Enkele beschouwingen over juridische factoren die binding bevorderen of verzwakken

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2014
Trefwoorden cao, alternatieve binding, vakbonden, rechtsvergelijking, representativiteit
Auteurs Prof. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    De dekkingsgraad (vertaling van coverage) van cao's wordt gedefinieerd als de verhouding van het aantal werknemers dat gebonden is aan een cao tot het geheel van de werkende bevolking. In deze bijdrage beperk ik me tot een analyse van de juridische factoren die de binding van werkgevers bevorderen dan wel bemoeilijken. De volgende nationale rechtsordes worden in het onderzoek op systematische wijze betrokken: België, Nederland, Italië, Frankrijk en Duitsland. De problematiek van de binding aan (Europese) cao's wordt eveneens onderzocht binnen de rechtsorde van de Europese Unie.
    Het klassieke scenario van cao-binding (door een cao te sluiten dan wel door lidmaatschap van een ondertekenende werkgeversorganisaties) kan worden bevorderd door een verplichting voor werkgevers in te bouwen om tot onderhandelingen over te gaan. Omgekeerd kan de toegang tot de onderhandelingstafel worden belemmerd door aan werkgeversorganisaties representativiteitseisen op te leggen. Voor het klassieke bindingsscenario bestaan in een aantal nationale rechtsordes enkele ‘alternatieven’. Deze alternatieven leiden ertoe dat een werkgever die noch aan de onderhandelingen heeft deelgenomen, noch aangesloten is bij een onderhandelende organisatie alsnog verplicht wordt bepaalde cao-bepalingen toe te passen. De vraag of een gebondenheid (aan een sectorale of intersectorale cao) die niet op de wilsuiting van de werkgever berust per se strijdig is met de (negatieve) vakverenigingsvrijheid, komt aan bod. In de slotbeschouwingen wordt onderzocht welke 'alternatieven' dienstig kunnen zijn om de dekkingsgraad op te voeren.


Prof. F. Dorssemont
Prof. F. Dorssemont is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Universiteit catholique de Louvain (België)
Artikel

Uitgaansgeweld en de morele setting van het uitgaan in Amsterdam

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden nightlife, violence, morality, clubs, bars
Auteurs Marco van der Land, Ilse de Groot, Hans Boutellier e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Nightlife violence is gaining increasing attention and is a substantial part of all violent incidents. In this article we explore the assumption that going out in metropolitan clubs and bars creates a specific moral setting, where the aim is to let yourself go. The main question in this article is to what extent the moral setting of going out contributes to nightlife related violence. We explored this issue by analyzing the case of Amsterdam, in particular the two famous squares, Leidseplein and Rembrandtplein, and de Wallen (red light district). With regard to the moral setting we distinguish between physical, social, professional and normative aspects of the moral setting. Each of these aspects has been described in academic literature as potentially contributing to violence. On that basis a checklist has been developed that was used for observations in nightlife venues that are known for either a high or low disproportionate amount of violent incidents. By comparing the two categories we were able to identify elements of the moral setting which, supported by the literature, can be expected to contribute to the prevalence of nightlife violence. Elements which we discovered that occur more frequently in venues where many incidents occur are visitor density, the loudness of the music, the presence of smokers, the overall comfort, the opportunity to dance, the presence of drunken visitors and their degree of intoxication, overtly sexually charged behavior, opportunities for the staff to observe, security at the exit, the number of bouncers, and whether visitors were searched or not before they entered the venue. Whether situations actually developed into violent conflict depended on one of three possible causes, namely miscommunication, conflict with authority or unsolicited advances. Policymakers can use these insights in order to try to manipulate violence stimulating factors.


Marco van der Land
Marco van der Land is universitair docent bij de afdeling Bestuurswetenschappen en Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam en onderzoeker bij de Leerstoel Veiligheid en Burgerschap aldaar. Hij is tevens hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Veiligheid. E-mail: m.vander.land@vu.nl

Ilse de Groot
Ilse de Groot is als zelfstandig onderzoeker en trainer op het gebied van criminaliteit en veiligheid werkzaam bij Ratio Research. E-mail: ilsedegroot@ratioresearch.nl

Hans Boutellier
Hans Boutellier is bijzonder hoogleraar Veiligheid en Burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam en lid van de raad van bestuur van het Verwey-Jonker Instituut. E-mail: HBoutellier@verwey-jonker.nl

Rutger Visser
Rutger Visser is freelance onderzoeker en docent criminologie. Hij is gespecialiseerd op het gebied van geweldgebruik. Rutger is verbonden aan het Centrum voor Politiewetenschappen. E-mail: r.s.m.visser@vu.nl
Artikel

Vraag en aanbod binnen het Arubaanse forensisch-psychiatrische veld

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Therapeutische maatregelen, Terbeschikkingstelling (tbs), Strafrechtelijke opvang verslaafden (sov), Ondercuratelestelling met last tot plaatsing, Plaatsing psychiatrisch ziekenhuis
Auteurs Mr. R.S.T. Gaarthuis en Prof. dr. F. Koenraadt
SamenvattingAuteursinformatie

    In de loop van 2014 zal op Aruba een nieuw Wetboek van Strafrecht in werking treden. Dit wetboek voorziet onder andere in de introductie van een aantal nieuwe op therapeutische leest geschoeide beveiligingsmaatregelen, zoals tbs, SOV en de strafrechtelijke ondercuratelestelling. De auteurs inventariseren de beschikbaarheid van (bestaande en aanstaande) juridische titels binnen het Arubaanse recht ten behoeve van gedwongen opneming van psychisch gestoorde of verslaafde volwassenen die vanwege onaangepast, zelfdestructief en/of delinquent gedrag met politie of justitie in aanraking komen. Deze titels worden besproken en aan een kritische analyse onderworpen. Daarnaast wordt bezien in hoeverre het huidige aanbod van forensisch-psychiatrische voorzieningen op het eiland toereikend zal zijn in het licht van de behoefte die zal ontstaan zodra het nieuwe wetboek in volle omvang in werking treedt.


Mr. R.S.T. Gaarthuis
Mr. R.S.T. Gaarthuis is als wetenschappelijk medewerker straf- en strafprocesrecht werkzaam aan de Universiteit van Aruba.

Prof. dr. F. Koenraadt
Prof. dr. F. Koenraadt is hoogleraar forensische psychiatrie en psychologie aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij als wetenschappelijk adviseur verbonden aan het Pieter Baan Centrum (NIFP) te Utrecht en aan de Forensisch Psychiatrische Kliniek te Assen. Hij heeft een eigen praktijk voor forensische psychologie te Amsterdam en hij verzorgde afgelopen jaren tevens onderwijs aan de Universiteit van Aruba en de Universiteit van Curaçao.
Artikel

Over de bestrijding van politiële discriminatie

Kanttekeningen bij de beschuldiging van etnisch profileren

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2014
Trefwoorden etnisch profileren, politie, discriminatie, preventief fouilleren
Auteurs Dr. Guus Meershoek
SamenvattingAuteursinformatie

    Several reports and publications criticise the Dutch police for discriminating against minorities during stop-and-search actions. This article argues that discrimination can be found in the police but not to the extent that the critics suggest. Recent research on stop-and-search practices in a large Dutch city suggests that the police treat youth with a minority background differently but that they don’t treat them unequally. The article concludes with a warning against the use of the expression ethnic profiling, because it hinders correction of discrimination by the police.


Dr. Guus Meershoek
Dr. Guus Meershoek is lector Politiegeschiedenis aan de Politieacademie en universitair docent Bestuurskunde aan de Universiteit Twente.
Artikel

Access_open De staat als ‘neutral organiser of religions’?

Een analyse van de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (II)

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2013
Auteurs Sophie van Bijsterveld
SamenvattingAuteursinformatie

    This is the second part of an analysis of the use of the qualification of the state as ‘neutral and impartial organiser of religions’ by the European Court of Human Rights (ECtHR), the first part of which appeared in the previous issue of this Journal. This part sets off with a discussion of the use of the qualification of the state as ‘neutral and impartial organiser of religions’ in cases concerning the place of religion in education. Subsequently, a variety of cases is dealt with that challenge restrictions on religious liberty set by the state or restrictions by third parties tolerated by the state. Finally, this contribution offers an overarching reflection on the use by the ECtHR of the qualification of the state as ‘neutral and impartial organiser of religions’ in its case law. It concludes that this qualification, which has no explicit treaty basis, is an inadequate standard for use at the international level and that the ECtHR itself is hardly ‘neutral’ in its application of the standard.


Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg en redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid. s.c.vbijsterveld@uvt.nl.
Praktijk

Van ‘Wij Beatrix’ naar ‘Wij Willem-Alexander’: enkele beschouwingen bij het afkondigingsformulier

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2013
Trefwoorden afkondigingsformulier, aanhef van wetten en AMvB’s, troonswisseling, koningschap, ‘bij de gratie Gods’
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    Voor de tekst van het afkondigingsformulier van wetten geldt ingevolge additioneel artikel XIX Grondwet nog steeds het formulier uit de oude Grondwet: ‘Wij’ enz. ‘Koning der Nederlanden’ enz. Al sinds de vorming van ons Koninkrijk tweehonderd jaar geleden is de praktijk dat ter invulling van het eerste ‘enz.’ de formule ‘bij de gratie Gods’ wordt gebezigd. In deze bijdrage wordt stilgestaan bij enkele achtergronden van dit gedeelte van het afkondigingsformulier. Ingegaan wordt op de historie, met uitgebreide verwijzingen naar wetsgeschiedenis en literatuur. De bijdrage spitst zich toe op het uitblijven van de grondwettelijke opdracht om een regeling van het afkondigingsformulier te treffen en op de formule ‘bij de gratie Gods’. Bepleit wordt om na de troonswisseling tot een wettelijke regeling van het afkondigingsformulier te komen, zowel voor wetten als voor AMvB’s. Met de kwestie van het al dan niet opnemen van de formule ‘bij de gratie Gods’ zou dan pragmatisch te werk moeten worden gegaan. Het gebruik van de formule behoeft niet wettelijk te worden geregeld en kan net als nu aan de praktijk worden overgelaten. Wettelijke regeling van het afkondigingsformulier lost ook enkele kwesties op rond de vermelding van de advisering door de Raad van State in het afkondigingsformulier.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Veiligheid en Justitie. t.c.borman@minvenj.nl
Jurisprudentie

Vrijheid van meningsuiting op de werkplek in twee maten en gewichten: de werknemer mag blaffen, de ‘watchdog’ wordt gemuilkorfd

EHRM 21 juli 2011, Application nr. 28274/08 (Heinisch/Duitsland) en EHRM 12 september 2011, Application nr. 28955/06, 28957/06, 28959/06 en 28964/06 (Palomo Sanchez e.a./Spanje)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2011
Trefwoorden klokkenluiders, vrijheid van meningsuiting op de werkplek, private en publieke sector, vakverenigingsvrijheid, EVRM
Auteurs Prof. dr. F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    Tijdens de zomermaanden oordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over twee verzoekschriften waarin de vrijheid van meningsuiting van werknemers centraal stond. De eerste zaak (Heinisch/ Duitsland) betrof naar de woorden van het Hof een zaak van whistle-blowing (klokkenluiders). Een werkneemster maakte van haar vrijheid van meningsuiting gebruik om extern wantoestanden in de onderneming aan te klagen die een kwestie van algemeen belang raken. In de tweede zaak (Sanchez e.a./Spanje) onderzocht een Grote Kamer het ontslag op staande voet van enkele vakbondsleden wegens een naar de mening van de werkgever diffamerende cartoon in een interne vakbondspublicatie. Deze cartoon hield verband met een juridisch geschil tussen de vakbond en de werkgever dat in de Spaanse rechtbanken werd uitgevochten. In deze zaak wordt ook aan de vakverenigingsvrijheid getoetst. Een onderliggende vergelijking van beide zaken laat toe te appreciëren of werknemers in de uitoefening van een vertegenwoordigend mandaat dat zij van aangesloten vakbondsleden hebben gekregen, over een grotere dan wel een kleinere expressievrijheid beschikken dan geïsoleerde werknemers die ‘onrecht’ aanklagen. De relevantie van de aard van de ondernemingsactiviteit (publieke of private sector) en de arbeidsverhouding (ambtenaar/contractueel) wordt bekeken. Na een afzonderlijke analyse van beide zaken, een beschouwing over de tussenkomst van de vakbond in de zaak Heinisch en een beschouwing over de formele methodologie van het Hof worden beide arresten vanuit enkele kernvragen rond expressievrijheid op de werkplek op een meer vergelijkende wijze beschouwd.


Prof. dr. F. Dorssemont
Prof. dr. F. Dorssemont is als hoogleraar verbonden aan onderzoekscentrum Crides Jean Renauld van de Université catholique de Louvain.
Artikel

Symmetrie in homicide

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 0 2011
Trefwoorden social rank, honour, conflict, close social bonds, small communities
Auteurs Anton Blok
SamenvattingAuteursinformatie

    An analysis of about 2,200 cases of homicides in the Netherlands committed between 1992 and 2006 shows that lethal violence typically results from conflict in symmetric relations in which social rank is ambiguous. The settings of homicides are mostly well-integrated, small communities, including families, rural villages in tribal and agrarian societies, modern urban neighbourhoods, gettos, criminal organisations, and ethnic enclaves. The mechanism that drives antagonism between people in such places is their attachment, close-knit structure, and common features. Earlier, Simmel developed this insight in lethal conflict when saying ‘the more we have in common with another as whole persons, the more easily will our totality be involved in every single relationship to that person, hence the disproportionate violence to which normally well-controlled people can be moved within their relations to those closest to them.’ Contemporary sociologists, ethnographers, and historians amply corroborated this view of lethal violence. In his comparative work Gould shows a compelling connection between ambiguity of social rank and lethal conflict. Knauft investigated the high homicide rates in a New Guinea community and found that lethal violence resulting from sorcery attributions is not the anti-thesis of the ideal of ‘good company’ but its ultimate culmination.


Anton Blok
Prof. dr. Anton Blok is emeritus hoogleraar Culturele antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. E-mail: anton.blok@xs4all.nl.
Artikel

Vrijheid van discriminerende uitingen?

De zaak Wilders

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Autonomie, uitingsvrijheid, discriminatieverbod, schadebeginsel, aanstoot
Auteurs Prof. dr. C.W. Maris
SamenvattingAuteursinformatie

    In Vrijheid van discriminerende uitingen? De zaak Wilders bespreekt C.W. Maris het lopende strafproces tegen de Nederlandse politicus Geert Wilders vanuit het rechtsfilosofische schadebeginsel. Wilders is beschuldigd van beledigen en aanzetten tot discriminatie van moslims. Wilders zelf beroept zich op uitingsvrijheid. Volgens de auteur is Wilders’ beeld van de islam bezijden de waarheid. Niettemin verleent het schadebeginsel in dit geval voorrang aan de vrijheid van meningsuiting boven het recht om niet te worden gediscrimineerd. Aanstoot of belediging is onvoldoende reden voor een strafrechtelijk verbod. Voor zover er schade dreigt, kan die beter worden beperkt door tegenargumenten dan door een verbod.


Prof. dr. C.W. Maris
Prof. dr. C.W. Maris is hoogleraar rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Het smalle pad van Jan Donner

De ontstaansgeschiedenis van de Lex Donner 1932

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2011
Trefwoorden Jan Donner
Auteurs Ben Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    Provocative anti-religious articles and pictures in the communist newspaper De Tribune incited the Christian majority in the Netherlands’ Parliament in the early thirties of last century to penalizing blasphemy. Jan Donner, minister of Justice, convinced that legal proceedings in reference to blasphemy as such will not stand before court, introduced the crime of brutalizing believing people by mocking their God.


Ben Koolen
Dr. G.M.J.M. Koolen was tot zijn pensionering in 2003 ambtenaar van het ministerie van Justitie. Hij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.

    In the nineteenth century in the Netherlands, tramps and beggars were sent to Veenhuizen to work there as a form of punishment and rehabilitation. To investigate the background of these banished men, the authors drew a systematic 5% sample out of 6.000 men who were banished between 1896-1901. Using information from the so-called ‘signalements’-cards that were compiled, the authors found that the Veenhuizen men were not uneducated, unskilled workers, but on the contrary, often had some kind of (semi-)skilled profession. Many did not have a permanent abode, and only a few had (ever) been married. At on average 45 years of age, the Veenhuizen convicts were old for the era they lived in. As such these men lacked and had probably at some point in their lives lost societal as well as social ties, and had gone adrift.
    Recidivism was high. While the Veenhuizen measure may have been effective in delivering society from the blemishes that these men represented, but in general it didn't turn these men into fully participating citizens.


M. Weevers
Drs. Marian Weevers is historica en is werkzaam als beleidsadviseur bij de afdeling sociaal en economisch beleid van de gemeente Leiden.

C. Bijleveld
Prof. dr. mr. Catrien Bijleveld is hoogleraar Methoden en Technieken van Criminologisch Onderzoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving in Leiden.
Praktijk

Conflicthantering binnen de wettelijke vertegenwoordiging

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Drs. A. Leijssen is directeur van Leijssen Bewindvoeringen b.v.T. Tiebosch studeert rechten.Legal protection, Guardian, conflict management, strategic interaction
Auteurs drs. André Leijssen en Tineke Tiebosch
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the focus is on conflicts in the legal protection of incapable adults. First a short explanation is given of protection measurements in Dutch family law. Second is discussed in which cases judges appoint or should appoint professional guardians instead of a member of the family of the incapable adult. The central issue in this article is the role of the guardian as an ‘arbiter’ in conflicts. According to his task he cannot be independent, because his primary task is to care for the interests of the incapable person. This may bring him in conflict with other parties involved. Particularly the fact that the guardian himself can be a party in a conflict makes his position and role special. Therefore, some methods of possible strategic interaction from the perspective of the guardian are discussed.


drs. André Leijssen
André Leijssen is directeur van Leijssen Bewindvoeringen b.v.

Tineke Tiebosch
Tineke Tiebosch studeert rechten.
Jurisprudentie

2004/44 Huisarts (in opleiding); ondeskundig en onzorgvuldig handelen; gebrek aan respect voor patiënt en familieleden: ongegrond

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (mr. P. Neleman, voorzitter, mr. E.J. van Sandick, mr. M.J. Wurzer, leden-juristen; P.J. Schimmel, M.G.M. Smit-Oostendorp, leden-beroepsgenoten; mr. H.J. Walter-Ebbenhout, secretaris) d.d. 3 juni 2004.

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2004
Auteurs


Titel

De Bermuda-driehoek van de versnelde implementatie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 06 2005
Trefwoorden Regering, Lidstaat, Raad van state, Voorstel van wet, Wetgeving, Delegatie, Europese commissie, Ministeriële regeling, Model, Introductie
Auteurs Steunenberg, B. en Voermans, W.

Steunenberg, B.

Voermans, W.
Titel

Overleven in de marge. Illegale Latijns-Amerikaanse prostituees in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 06 2003
Trefwoorden Illegaal, Legaliteit, Politie, Schuld, Betaling, Exploitatie, Vergunning, Aanwijzing, Arbeid verrichten, Dwang
Auteurs Brants, S.

Brants, S.
Artikel

Radicalisering en radicale groepen in vogelvlucht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2009
Trefwoorden radicalisering, terrorisme, Deradicalisering, contraterrorisme
Auteurs Bob de Graaff, Christianne de Poot en Edward Kleemans
SamenvattingAuteursinformatie

    What do we know about radicalization and radical groups? This thematic issue focuses on these questions and this introduction sketches the outlines of the subject. Many researchers studied this subject from different angles, using various research techniques and sources of information.


Bob de Graaff
Prof. dr. B.G.J. de Graaff is hoogleraar aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Universiteit Leiden, bobdegraaff@yahoo.com.

Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is onderzoeker bij afdeling criminaliteit, rechtshandhaving en sancties, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), c.j.de.poot@minjus.nl.

Edward Kleemans
Prof. dr. E.R. Kleemans is waarnemend hoofd, afdeling criminaliteit, rechtshandhaving en sancties, Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving, Vrije Universiteit Amsterdam, e.r.kleemans@minjus.nl.
Toont 21 - 40 van 44 gevonden teksten
« 1 2
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.