Zoekresultaat: 83 artikelen

x
Artikel

De shockschadevordering in het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2015
Trefwoorden shockschade, strafproces, voeging benadeelde partij
Auteurs Mr. E.S. Engelhard, Mr. M.R. Hebly en Mr. drs. I. van der Zalm
SamenvattingAuteursinformatie

    Naasten en nabestaanden van slachtoffers van ernstige misdrijven kunnen, indien zij door de confrontatie met de schokkende gebeurtenis psychische schade lijden, zich met hun vordering tot vergoeding van shockschade voegen in het strafproces. Hoe en in welke mate worden shockschadevorderingen in het strafproces inhoudelijk behandeld, gegeven het feit dat deze vorderingen snel een onevenredige belasting van het strafproces kunnen opleveren? Welke invloed en betekenis heeft de verruiming van het voegingscriterium per 1 januari 2011 hierin? Ter beantwoording van deze vragen hebben de auteurs uitvoerig jurisprudentieonderzoek uitgevoerd naar het ‘lot’ van shockschadevorderingen in het strafproces.


Mr. E.S. Engelhard
Mr. E.S. Engelhard is promovendus bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Mr. M.R. Hebly
Mr. M.R. Hebly is promovendus bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.

Mr. drs. I. van der Zalm
Mr. drs. I. van der Zalm is wetenschappelijk docent bij de sectie Burgerlijk Recht van Erasmus School of Law, Erasmus University Rotterdam.
Artikel

De koers van de Hoge Raad: (on)voorspelbaar?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 5 2015
Trefwoorden werkgeversaansprakelijkheid, art. 81 Wet RO, rechtseenheid, rechtsvorming, onvoorspelbaarheid
Auteurs Prof. mr. C.J.M. Klaassen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in op de taak van de Hoge Raad om de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling te bevorderen. Aan de hand van een aantal arresten op het terrein van het aansprakelijkheidsrecht stelt zij de vraag of de koers van de Hoge Raad wel voldoende voorspelbaar is en op welke wijze de Hoge Raad de voorspelbaarheid van zijn beslissingen kan verbeteren.


Prof. mr. C.J.M. Klaassen
Mw. prof. mr. C.J.M. Klaassen is hoogleraar burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Praktijk

Dadendrang

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2015
Auteurs Mr. Justus Candido
Auteursinformatie

Mr. Justus Candido
Mr. Justus Candido is rechter-commissaris in de Rechtbank Noord-Holland en als promovendus verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

De zaak Robert M. in cassatie. De ouders van de slachtoffers als benadeelde partij in het strafproces: hun verplaatste schade en proceskosten

HR 16 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2668, in cassatie op Hof Amsterdam 26 april 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Robert M., benadeelde partij, art. 592a Sv, verplaatste schade, slachtoffers
Auteurs Mr. A.H. Sas
Auteursinformatie

Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsadviseur juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Artikel

De niet-financiële impact van schadetoebrenging en hoe daaraan tegemoet te komen

Over excuses, actieve schadeafwikkeling en procedurele rechtvaardigheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden afwikkelingsproces, impact van schadetoebrenging, beleving van slachtoffer, emotionele bankrekening, communicatie, immateriële behoeften, excuses, procedurele rechtvaardigheid, actieve schadeafwikkeling
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en L. Hulst MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek dat in opdracht van het Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV) is verricht naar de baten, effectiviteit en methode van het bevorderen door verzekeraars van het aanbieden van excuses aan verkeersslachtoffers. Ingegaan wordt op de niet-financiële impact van schadetoebrenging en wat er voor mogelijkheden zijn om daaraan tegemoet te komen. Daarbij is niet alleen gekeken naar excuses door de veroorzaker van het verkeersongeval, maar ook naar wat verzekeraars zelf kunnen doen aan de omstandigheid dat verkeersslachtoffers door het ongeval en zijn gevolgen ook ‘rood staan op hun emotionele bankrekening’. In een volgende bijdrage zal verslag worden gedaan van door verzekeringsmaatschappijen in het kader van dit onderzoek uitgevoerde pilots.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.

L. Hulst MSc
Mw. mr. L. Hulst MSc is jurist en psycholoog bij de afdeling privaatrecht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam en verbonden aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law.
Artikel

Het Consultatievoorstel: goed, maar nog niet perfect

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, immateriële schade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade, affectieschade
Auteurs Mr. A.J. Van, Mr. A.H. Blok en Mr. J.L. van Schoonhoven
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. In deze bijdrage zullen met name de praktische kanttekeningen bij het conceptwetsvoorstel worden besproken die door de commissie Wetgeving van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade in hun advies aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de orde zijn gesteld.


Mr. A.J. Van
Mr. A.J. Van is advocaat bij Beer Advocaten en universitair docent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en lid van de commissie Wetgeving van de ASP.

Mr. A.H. Blok
Mr. A.H. Blok is advocaat bij Bouwman Van Dommelen advocaten en lid van de commissie Wetgeving van de ASP.

Mr. J.L. van Schoonhoven
Mw. mr. J.L. van Schoonhoven is advocaat bij Boer & Van Schoonhoven advocaten en lid van de commissie Wetgeving van de ASP.
Artikel

Het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade: een beschrijving

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, affectieschade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. Deze bijdrage geeft een beschrijving van het voorstel en vormt een inleiding op de bijdragen van Van, Blok en Van Schoonhoven (commissie Wetgeving van de Vereniging van Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade) en van Kremer (directeur Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars) in dit nummer.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Affectieschade en zorgschade; een (on)mogelijk duo?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, immateriële schade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade, affectieschade
Auteurs Mr. F.Th. Kremer
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. In deze bijdrage geeft de auteur een reactie op het conceptwetsvoorstel vanuit de kant van verzekeraars.


Mr. F.Th. Kremer
Mr. F.Th. Kremer is directeur van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV).
Artikel

Simulatie onder slachtoffers van schokkende gebeurtenissen

Een pleidooi voor onafhankelijk onderzoek naar de echtheid van psychische klachten in schadevergoedingsprocedures

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2014
Trefwoorden victims, compensation, malingering, detection
Auteurs Maarten Kunst
SamenvattingAuteursinformatie

    High-impact incidents, such as (natural) disasters, severe (traffic) accidents, and exposure to (war) violence, may have severe psychological consequences, both for direct and indirect victims. Such consequences may qualify for financial compensation. However, some victims malinger their psychological status to get compensated for damages they have not suffered. This type of fraudulent behavior costs insurance companies and publicly funded compensation services enormous amounts of money and may eventually make compensation unaffordable. To prevent this from occurring, it is argued that lawyers who need to decide upon victims’ claims for compensation should call in independent experts to evaluate the genuineness of victims’ reported psychological symptoms by administrating a malingering detection test. To enable correct interpretation of the outcome of such a test, the base rate problem is extensively discussed. In short, this problem means that correct test interpretation in individual cases depends on the prevalence of malingering in the population to which a victim belongs. Finally, several counter arguments for the standard assessment of malingering by independent experts are discussed.


Maarten Kunst
Maarten Kunst is werkzaam als universitair hoofddocent bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. In 2010 is hij in Tilburg gepromoveerd op de psychosociale gevolgen van slachtofferschap van interpersoonlijk geweld. Daarvoor was hij werkzaam als jurist bezwaar en beroep bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Hij studeerde Nederlands recht en psychologie aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Handhaving van EVRM-rechten via het aansprakelijkheidsrecht

Proefschrift van mr. J.M. Emaus

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2014
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, rechtsschending, EVRM
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de loop der tijd hebben fundamentele rechten neergelegd in de Grondwet of in verdragen, zoals het EVRM, hun weg gevonden naar de (horizontale) privaatrechtelijke rechtsverhouding. Het hier te bespreken proefschrift zet aan tot nadere reflectie over de verhouding tussen het EVRM en het Nederlandse (aansprakelijkheids)recht in het algemeen en de handhavende functie van het aansprakelijkheidsrecht voor het EVRM in het bijzonder.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Jurisprudentie

Over erfgenamen, nabestaanden, naasten en derden als direct gekwetsten

Rb. Zeeland-West-Brabant 30 januari 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:2618

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden overlijdensschade, nabestaanden, erfgenaam, artikel 6:108 BW
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In overlijdensschadezaken wordt veelal geprocedeerd over schadevergoeding op grond van artikel 6:108 BW. Dit artikel biedt een grondslag voor nabestaanden om een vergoeding voor de kosten veroorzaakt door het verlies van levensonderhoud en de kosten van lijkbezorging te vorderen. In deze zaak hebben de eisers geen vordering ingediend als ‘nabestaanden’, maar als ‘directe schadelijders’ jegens wie ‘direct’ of ‘autonoom’ een (‘tweede’) onrechtmatige daad zou zijn gepleegd. Er wordt dus een bijzonder pad gekozen voor schadeverhaal. In deze noot wordt aandacht besteed aan het vorderingsrecht van respectievelijk de erfgenaam en de zus van de overledene.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende artikel 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden EVRM, recht op leven, schadevergoeding, overlijdensschade, nabestaanden
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht onder het EVRM, zoals zich dat vormt in de rechtspraak van het EHRM, leidt tot inconsistenties in het Nederlandse schadevergoedingsrecht: een naaste van een persoon die slachtoffer is geworden van een schending van het recht op leven kan tegenwoordig immers alleen vergoeding van eigen immateriële schade vorderen als de schending is gepleegd door een overheidsorgaan. Deze inconsistentie verdient aandacht, maar men realisere zich dat we hier raken aan bredere problematiek. Wij menen daarom dat er in de discussie over de inconsistentie eerst aandacht moet zijn voor de bredere vragen: hoe werken fundamentele rechten door en welke derde verdient waarvan vergoeding? Centraal staan daarbij steeds de overkoepelende kernvragen: wie verdient rechtens een remedie en waarom?


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE).

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Smartengeld zonder bewuste smart

Rb. Utrecht 6 februari 2013, LJN BZ0813

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden smartengeld, immateriële schadevergoeding, bewustelozen, coma, functies aansprakelijkheidsrecht
Auteurs Mr. B.I. Bethlehem
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Coma-arrest bepaalde de Hoge Raad dat comateuze slachtoffers recht hebben op smartengeld. Er bleef echter onduidelijkheid bestaan over de vraag of dergelijke slachtoffers slechts vergoedbaar nadeel hebben geleden wanneer bij hen achteraf sprake is geweest van een zekere mate van bewustzijn (de ‘beperkte opvatting’), of dat zij levensvreugde derven ongeacht de vraag of zij zich ooit nog bewust zullen zijn van het feit dat zij in coma hebben gelegen (de ‘ruime opvatting’). De Rechtbank Utrecht toont zich in haar vonnis van 6 februari 2013 (LJN BZ0813) voorstander van de ruime opvatting door smartengeld toe te kennen aan een comateus slachtoffer dat zich niet (aantoonbaar) bewust is (geweest) van het feit dat hij in coma ligt. Deze uitspraak strookt niet met de functies die met het toekennen van smartengeld worden geacht te worden verwezenlijkt.


Mr. B.I. Bethlehem
Mr. B.I. Bethlehem is advocaat bij Houthoff Buruma.

Janny Dierx
Janny Dierx is mediator en ambassadeur van de Stichting Mediation in Strafzaken. Zij is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Discussie

Victimalisering van het strafproces

Een herstelrechtelijk commentaar

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden slachtofferrechten, procespartij, strafproces, herstelrecht
Auteurs John Blad
SamenvattingAuteursinformatie

    The author discusses the proposals done by Richard Korver, a Dutch victim-solicitor, with regard to the legal position of the victim in the Dutch penal procedure. They amount to making the victim a fully equipped party to the procedure with – as it were – the same arms as the offender and his solicitor has. These proposals include an autonomous right to appeal against the verdict in first instance, a right to make a victim statement of opinion, the right to rebuke the bench, and the right to be heard in almost every procedural and substantial decision of any authority in the penal process and in the execution of punishment. The authors comment is that these proposals, when realized, will imply an intensification of the polarized legal debate in the penal procedure, with more risks of secondary victimization. The problem is not that the defendant will oppose two prosecutors, but that the victim will find the public prosecutor not on his side when the latter does his job as he should: serving the interests of justice. The inquisitorial procedure does allow for participation of victims, but only in so far as this participation can serve the interests of establishing the truth of the matter and determining proportionate and equal punishment. Meanwhile the risk of instrumentalising the victim and his needs in interests in punitive strategies exists. Restorative practices offer a much better context for an assertive victim to defend his interests and satisfy his needs, staying out of a debate in which the measure of punishment functions as the yardstick of his suffering. Regular civil law procedures could be the second option and criminal procedures should be relegated again to their rightful place as ultima ratio.


John Blad
John Blad is hoofddocent strafrechtswetenschappen aan de Erasmus Law School Rotterdam, hoofdredacteur van dit tijdschrift en visiting fellow aan de Renmin University en de China University of Politics and Law, Beijing.
Artikel

Een ‘nieuwe’ weg naar volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden derden, schade, affectieschade, medische aansprakelijkheid, overlijdensschade
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof Den Bosch heeft een ‘nieuwe’ mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden in personenschadezaken toegevoegd aan het bestaande rijtje: de autonome vordering op grond van een toerekenbare niet-nakoming van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Die mogelijkheid tot volledige schadevergoeding voor derden wordt echter sterk beperkt door het hof: de feitelijk derde moet aantonen dat zijn schade is veroorzaakt door de medische fout en niet door het overlijden (of letsel) van de direct gekwetste. Deze beperking vloeit voort uit de exclusieve werking van het bijzondere systeem van de artikelen 6:107-108 BW. In deze bijdrage wordt gesuggereerd om die exclusieve werking te heroverwegen.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht (R.Rijnhout@uu.nl).
Artikel

Schending van een verkeers- of veiligheidsnorm; wel of niet een vereiste voor toekenning van shockschade?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2012
Trefwoorden shockschade, medische aansprakelijkheid, verkeers- of veiligheidsnorm, gewone zorgvuldigheidsnorm en art. 6:98 BW
Auteurs Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerechtshof Arnhem wijst in zijn arrest van 15 maart 2011, LJN BP8479, een vordering van shockschade af omdat geen sprake was van schending van een verkeers- of veiligheidsnorm. Naar aanleiding hiervan wordt in dit artikel ingegaan op de vraag of het in het Taxibus-arrest gegeven gezichtspunt dat voor vergoeding van shockschade sprake dient te zijn van een schending van een verkeers- of veiligheidsnorm wel een (hard) vereiste betreft. Hiervoor wordt onder andere het belang van verkeers- en veiligheidsnormen in het aansprakelijkheidsrecht besproken. Kan shockschade wellicht ook aan de laedens worden toegerekend indien sprake is van een schending van een ‘gewone’ zorgvuldigheidsnorm?


Mr. W.E. Noordhoorn Boelen
Mr. W.E. Noordhoorn Boelen is onlangs afgestudeerd aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De Nederlandse privaatrechtswetenschap en de wetgever (1992-2012)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Burgerlijk Wetboek, horizontale codificatie, sectorale wetgeving, privaatrecht, burgerlijk procesrecht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1992 werd het nieuwe vermogensrecht gecodificeerd in het nieuwe BW. Dat was een hoogtijdag in de verhouding tussen wetgever en privaatrechtswetenschappers. Maar hoe is het daarna gegaan? Hebben academici een rol van betekenis behouden in het wetgevingsproces? Het beeld is gemengd, zo is de indruk van de auteur. Het privaatrecht is om verschillende redenen een minder belangrijk object van wetgeving geworden. Zo is een aantal rechtsgebieden functioneel afgescheiden geraakt en veelal gereguleerd in sectorale regelingen. Bovendien is de rol van academici in het wetgevingsproces wisselend gebleken – dat heeft te maken met de dynamiek van wetgeving, maar ook met de ambivalenties van het wetenschapsbedrijf. De invloed van de privaatrechtswetenschap op het huidige wetgevingsgebeuren is veelal zeer indirect, zeker waar het grootse academische vergezichten en voorstellen voor radicale veranderingen betreft.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar recht aan de Durham Law School in Engeland.
Artikel

Strafrecht voor civilisten deel II: over de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven en nog enkele opmerkingen over schadeverhaal via het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Schadefonds geweldsmisdrijven, affectieschade, voeging in het strafproces, shockschade, voorschotregeling
Auteurs Mr. A.H. Sas
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2012 is de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking getreden. Hierdoor is met name de mogelijkheid voor nabestaanden om een uitkering te krijgen uitgebreid. Meest in het oog springend is dat zij een uitkering voor affectieschade van het fonds kunnen krijgen. Daarnaast bespreekt de auteur enkele ontwikkelingen omtrent de vordering benadeelde partij in het strafproces (de zogenoemde voeging). Dit mede in het licht van de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, die per 1 januari 2011 in werking is getreden. In dit verband wordt behandeld: het verruimde ontvankelijkheidscriterium, strafrechtelijke jurisprudentie omtrent shockschade en samenloop van de voeging met een civiele procedure.


Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Hoofdartikel

Grenzen aan de rechtsvormende taak van de rechter in het privaatrecht en het arbeidsrecht

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2012
Trefwoorden rechtsvormende taak, wetgever-plaatsvervanger, rechtszekerheid, privaatrechtelijke benadering
Auteurs Prof. mr. C.J.H. Jansen en Prof. mr. C.J. Loonstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Het lijkt een bijna uitgemaakte zaak dat de rechter een rechtsvormende taak heeft. De Hoge Raad heeft op het gebied van het algemene privaatrecht grenzen aan deze taak gesteld, bijvoorbeeld door te overwegen dat een bepaalde oplossing vanuit het oogpunt van rechtszekerheid onaanvaardbaar is of dat een bepaalde uitspraak de rechtsvormende taak van het college te boven gaat. Naar aanleiding van een drietal recente arbeidsrechtelijke uitspraken van de Hoge Raad onderzoeken de schrijvers de grenzen aan zijn rechtsvormende taak op het terrein van het arbeidsrecht. In het verleden ging het college op dit politiek gevoelige rechtsgebied wel erg ver in zijn optreden als wetgever-plaatsvervanger.


Prof. mr. C.J.H. Jansen
Prof. mr. C.J.H. Jansen is hoogleraar rechtsgeschiedenis en burgerlijk recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, en tevens bijzonder hoogleraar Romeins recht aan de UvA.

Prof. mr. C.J. Loonstra
Prof. mr. C.J. Loonstra is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en adviseur bij Boontje Advocaten Arbeidsrecht te Amsterdam.
Toont 21 - 40 van 83 gevonden teksten
« 1 2 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.