Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 166 artikelen

x
Artikel

Tweede kansen, stigma’s en de praktijk van het civielrechtelijk bestuursverbod

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2019
Trefwoorden civielrechtelijk bestuursverbod, bestuursverbod, faillissementsfraude, curator, Openbaar Ministerie
Auteurs Mr. M. Neekilappillai en Mr. dr. N.T. Pham
SamenvattingAuteursinformatie

    Het civielrechtelijk bestuursverbod biedt de curator en het Openbaar Ministerie een instrument om faillissementsfraude effectiever te bestrijden. Op basis van rechtspraakanalyse en interviews met betrokken curatoren wordt betoogd dat het civielrechtelijk bestuursverbod geen geschikt instrument is voor het aanpakken van onkundige maar bonafide bestuurders.


Mr. M. Neekilappillai
Mr. M. Neekilappillai is als promovenda verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, afdeling Burgerlijk recht, van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. N.T. Pham
Mr. dr. N.T. Pham is als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht, afdeling Ondernemingsrecht, van de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

De brandstichtende erfgenaam moet op de blaren zitten

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Trefwoorden onwaardigheid, artikel 4:3 lid 1 sub b BW, Misdrijf, opzet tegen de erflater
Auteurs Mr. M. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    X sticht brand in de woning van erflater en wordt daarvoor onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld. Volgens X heeft dit niet tot gevolg dat hij onwaardig is om van erflater te erven. Hij stelt dat geen sprake is van een opzettelijk tegen de erflater gepleegd misdrijf als bedoeld in artikel 4:3 lid 1 sub b BW. Verder doet X een beroep op ondubbelzinnige vergeving en kaart hij zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid aan. De rechtbank volgt X niet in zijn betoog en acht hem onwaardig. In deze bijdrage wordt deze uitspraak besproken waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan het onderscheid dat volgens de rechtbank moet worden gemaakt tussen een met opzet gepleegd misdrijf en een met opzet tegen de erflater gepleegd misdrijf. De auteur concludeert dat het opzet enkel betrekking heeft op het strafbare feit. Het vereiste dat het misdrijf tegen de erflater moet zijn gepleegd, is aan het opzet onttrokken.


Mr. M. de Vries
Mw. mr. M. de Vries is jurist erfrecht en buitenpromovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2019
Auteurs Mr. S.C. den Engelse
Auteursinformatie

Mr. S.C. den Engelse
Mw. mr. S.C. den Engelse is notarieel jurist en vakcoördinator familievermogensrecht bij Netwerk Notarissen.
Artikel

De invloed van het EU-recht op het Nederlandse consumentenkooprecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2019
Trefwoorden consumentenbescherming, contractenrecht, EU-recht, koop (op afstand), informatieplicht
Auteurs Mr. S. van Beek en Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt met een kritische blik een aantal belangrijke ontwikkelingen in het Nederlandse consumentenkooprecht geanalyseerd, die onder invloed van het EU-recht tot stand zijn gekomen. Hierbij passeren de regeling over de koop op afstand, de (remedies bij) non-conformiteit en de klachtplicht de revue.


Mr. S. van Beek
Mr. S. van Beek is als wetenschappelijk docent verbonden aan de afdeling Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en redacteur van dit blad.
Artikel

Access_open Samenloop bewind en insolventie deelgenoot bij de verdeling van een gemeenschap

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden bewind, aandeel in gemeenschap, deelgenoot gemeenschap, wijze van verdeling, failliet en saniet
Auteurs Prof. dr. S. Perrick
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel staat centraal aan wie bij de verdeling van een gemeenschap bevoegdheden toekomen indien over een aandeel in een gemeenschap een bewind is ingesteld en de deelgenoot een failliet of saniet is.
    Bij (de verdeling van) een gemeenschap waarvan een aandeel met testamentair bewind is belast, zal de curator in beginsel niet bevoegd zijn met bewind belaste goederen op te eisen. Dat betekent dat aan de curator, aan wie niet het recht toekomt een met bewind belast aandeel in een gemeenschap op te eisen, geen bevoegdheden toekomen bij de verdeling van de gemeenschap. Het met bewind belaste aandeel valt dan buiten de faillissementsboedel. Bij een bewind op de voet van titel 1.19 BW kan dat anders zijn.
    De auteur besteedt ook aandacht aan de wijze waarop artikel 3:183 BW in verschillende te onderscheiden gevallen dient te worden toegepast.


Prof. dr. S. Perrick
Prof. dr. S. Perrick is advocaat te Amsterdam.
Jurisprudentie

Artikel 4:36 BW en werkzaamheden verricht voor een bv

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden artikel 4:36 BW, salaire différé, uitgesteld loon, andere wettelijke rechten, vennootschap
Auteurs Mr. drs. M.R. Beuker
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op een aantal aspecten van artikel 4:36 BW. Dit wordt gedaan aan de hand van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam dat gewezen is op 12 februari 2019. Daarin kwam de vraag aan de orde of ook recht op een som ineens bestaat indien werkzaamheden zijn verricht voor een bv waarin de erflater gerechtigd was. De auteur analyseert de toepasselijkheid van artikel 4:36 BW bij werk dat verricht is voor kapitaalvennootschappen of personenvennootschappen. Ook wordt stilgestaan bij de rol van de verrichte werkzaamheden en de wenselijkheid van de huidige regeling. De conclusie luidt dat onvoldoende grond bestaat voor onderscheid tussen werkzaamheden die zijn verricht voor een kapitaalvennootschap dan wel voor de erflater zelf. Besloten wordt daarom met een oproep om de wet op dit punt aan te passen.


Mr. drs. M.R. Beuker
Mr. drs. M.R. Beuker is als NWO-promovendus verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Jurisprudentie

Boerenplaatsje revisited: de openheid van ons recht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Boerenplaatsje-arrest, vindicatielegaat, fideicommis, tweetrapsmaking, voorwaarde
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij herlezing van het Boerenplaatsje-arrest valt op dat de Hoge Raad de insteller van een fideicommissaire erfstelling de vrijheid geeft om een bepaald goed uit die nalatenschap te voorzien van een extra voorwaarde, waarmee dat goed aan het fideicommissair verband kan worden onttrokken. Daarmee lijkt de fideicommissaire erfstelling iets weg te hebben van een (universeel) vindicatielegaat. In dit artikel wordt een en ander nader onderzocht.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Access_open Artikel 4:74 BW: een erfrechtelijke bedrijfsopvolgingsfaciliteit

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2019
Trefwoorden legitieme portie, legaat in termijnen, betalingsregeling, bedrijfsopvolging, vereenzelviging
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de mogelijkheden die het erfrecht biedt om in het kader van een bedrijfsopvolging via het testament van de ondernemer de legitieme portie van de niet-bedrijfsopvolgers in termijnen te voldoen. Dit betreft met name artikel 4:74 BW, het legaat in termijnen aan de legitimaris ter waarborging van de continuïteit van de onderneming, en de algemene erfrechtelijke betalingsregeling van artikel 4:5 BW. De auteur gaat daarbij ook in op de vraag in hoeverre de juridische structurering van de onderneming van invloed is op de toepasselijkheid van de bedoelde erfrechtelijke faciliteiten.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is senior kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2018

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.
Samenvatting


Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Artikel

Risico’s op witwassen via virtuele valuta in Nederland geregeld?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Witwassen, Virtuele valuta (bitcoins), NRA witwassen, Wwft, Vijfde anti-witwasrichtlijn
Auteurs Mr. L.M. de Zeeuw en Drs. R. Bastiaan RA
SamenvattingAuteursinformatie

    Door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie is nieuwe wetgeving aangenomen om witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen ten aanzien van wisselplatforms voor virtuele valuta en aanbieders van bewaarportemonnees. De afspraken maken deel uit van een grotere set aan maatregelen tegen financiële criminaliteit en belastingontduiking.
    In dit artikel wordt besproken in hoeverre het risico op witwassen via virtuele valuta in Nederland adequaat wordt beheerst en of de aangenomen maatregelen van de EU hiervoor voldoende zijn.


Mr. L.M. de Zeeuw
Mr. L.M. de Zeeuw is accountmanager witwasbestrijding bij het Anti Money Laundering Centre (AMLC), FIOD.

Drs. R. Bastiaan RA
Drs. R. Bastiaan RA is projectleider witwasbestrijding bij het Anti Money Laundering Centre (AMLC), FIOD.
Artikel

Schulden van de nalatenschap bij vruchtgebruik en fideicommis

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden vruchtgebruik, algemeenheid van goederen, fideicommis, schulden, internationale nalatenschappen
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Wat is de positie van een hoofdgerechtigde of verwachter als deze te maken krijgt met schulden? Besproken wordt het verschil tussen zuivere en beneficiaire aanvaarding en tussen het al dan niet toepasselijk zijn van artikel 3:222 BW.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Access_open Een universeel rekenmodel voor bedrijfstak(cao- en pensioen)regelingen?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Bedrijfstak(cao- en pensioen)regelingen, Werkingssfeer, Landbouw, Metalektro, Metaal en Techniek
Auteurs mr. M.J.H. Halsema
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft een overzicht van alle bedrijfstak(cao- en pensioen)regelingen in Nederland. Binnen dat kader wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de systematiek van de werkingssfeer van de oudste verplicht gestelde bedrijfstakregelingen, te weten die binnen de Landbouw, de Metalektro en de Metaal en Techniek. Op basis van uitvoerig beschreven patronen en relaties binnen en tussen deze te onderscheiden bedrijfstakken wordt een rekenmodel geïntroduceerd voor de bepaling van de op een werkgever toepasselijke werkingssfeer. Dit rekenmodel is van belang voor de uitleg van de werkingssfeer van de overige in deze bijdrage vermelde bedrijfstakregelingen.


mr. M.J.H. Halsema
Mr. M.J.H. Halsema is advocaat te Rotterdam bij Loyens & Loeff N.V. (de praktijkgroep Employment & Benefits). Hij is als advocaat bij enkele van de in deze bijdrage behandelde zaken voor de Mt-fondsen betrokken geweest. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De dringende reden en ernstige verwijtbaarheid; twee afwegingen op basis van de omstandigheden van één geval

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Ernstige verwijtbaarheid, Transitievergoeding bij ontslag op staande voet, Dringende reden, Ontslag op staande voet, Bagateldelict
Auteurs prof. mr. Stefan Sagel en mr. Rik van Haeringen
Samenvatting

    In een uitspraak van 30 maart 2018 maakte de Hoge Raad een einde aan de discussie over de vraag of een terecht gegeven ontslag op staande voet onder de Wwz kan samengaan met de verschuldigdheid van een transitievergoeding. De cassatierechter besliste dat het wettelijke systeem zich niet verzet tegen zulke samenloop. In al die gevallen waarin de door de rechter aangenomen dringende reden niet als ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer kwalificeert, is de transitievergoeding verschuldigd. De vraag komt dan vervolgens wel op, wanneer van die ernstige verwijtbaarheid sprake is. Deze bijdrage beoogt de praktijk enige handvatten aan te reiken voor de beantwoording van die vraag. Net als bij de beoordeling of sprake is van een dringende reden, zullen ook hier de omstandigheden van het geval beslissend zijn. Maar hoewel er een grote mate van overlap is tussen de gezichtspunten die in aanmerking moeten worden genomen bij de afwegingen of sprake is van (i) een dringende reden en (ii) ernstige verwijtbaarheid, moeten de beide beoordelingen om verschillende redenen toch goed van elkaar worden onderscheiden. In de eerste plaats omdat bepaalde gezichtspunten in de beide wegingen voor verschillende partijen kunnen spreken. In de tweede plaats omdat aan bepaalde gezichtspunten die de Hoge Raad relevant acht in het kader van artikel 7:678 BW, geen gewicht toekomt in het kader van de op artikel 7:673 lid 7 onder c BW gestoelde weging van de ernstige verwijtbaarheid. Tot slot geldt bij weer andere van die gezichtspunten, dat het maar net van de omstandigheden van het geval afhangt, of zij ook van betekenis zijn voor de beoordeling of sprake is van ernstige verwijtbaarheid. Kortom: een genuanceerde benadering is vereist.


prof. mr. Stefan Sagel

mr. Rik van Haeringen
België

Access_open Belgisch erfrecht grondig herzien

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden Belgisch erfrecht, inbreng, erfovereenkomst, legitieme portie
Auteurs Prof. mr. W.D. Kolkman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Belgische erfrecht is per 1 september 2018 gewijzigd. Deze bijdrage gaat in op de belangrijkste veranderingen: de erfrechtelijke reserve, de inbreng van giften en de erfovereenkomsten.


Prof. mr. W.D. Kolkman
Prof. mr. W.D. Kolkman is hoogleraar Algemene Rechtswetenschap en Familievermogensrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij Elan Notarissen.
Artikel

Kroniek vermogensrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2018
Auteurs Coen Drion, Anna Zwalve, Bastiaan Kout e.a.

Coen Drion

Anna Zwalve

Bastiaan Kout

Sid Pepels
Artikel

Voertuigautomatisering en productaansprakelijkheid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden voertuigautomatisering, productaansprakelijkheid, zelfrijdende auto
Auteurs Dr. mr. K.A.P.C. van Wees
SamenvattingAuteursinformatie

    De invoering van de zelfrijdende auto lijkt nog maar een kwestie van jaren. Van automatisering van de rijtaak wordt veel verwacht in termen van verbetering van de verkeersveiligheid, rijcomfort en doorstroming. Maar de techniek brengt ook nieuwe risico’s en daaruit voortvloeiende aansprakelijkheidsvragen mee. Een van die vragen betreft de potentiële aansprakelijkheid van de producent. In deze bijdrage bespreekt de auteur de op de Europese richtlijn gebaseerde aansprakelijkheidsregeling van afdeling 6.3.3 BW.


Dr. mr. K.A.P.C. van Wees
Dr. mr. K.A.P.C. van Wees is universitair docent privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Redactioneel

Access_open De Dienstenrichtlijn: zoeken naar de balans tussen de markt en ruimtelijke ordening

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Europees recht, ruimtelijke ordening, bestemmingsplan
Auteurs Prof. mr. dr. J. (Jurian) Langer
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit gastredactioneel gaat de auteur in op de bijdragen van verschillende auteurs aan het symposium van de Universiteit Utrecht van 16 februari 2018, dat geheel gewijd was aan het arrest van het Hof van Justitie van de EU over de zaak Visser Vastgoed Beleggingen BV versus de raad van de gemeente Appingedam. Hij vat aan het einde van zijn bijdrage samen wat de toetsing aan artikel 15 van de Dienstenrichtlijn tot gevolg kan hebben.


Prof. mr. dr. J. (Jurian) Langer
Prof. mr. dr. J. Langer is ‘agent’ (procesgemachtigde) voor de Nederlandse regering in procedures bij het Hof van Justitie van de EU en hoofd van het Hofcluster bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. In zijn hoedanigheid als agent is hij betrokken geweest bij het in dit themanummer besproken arrest. Hij is ook als bijzonder hoogleraar Europees recht en de nationale rechtsorde verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Invulling van de norm waaraan een redelijk handelend en redelijk bekwaam notaris moet voldoen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden beroepsaansprakelijkheid, notaris, zorgplichten, bewijs
Auteurs Mr. H.J. Delhaas en Mr. L.C. Dufour
SamenvattingAuteursinformatie

    De norm waaraan een redelijk handelend en redelijk bekwaam notaris moet voldoen, wordt aan de hand van vijf zorgverplichtingen besproken: de onderzoeksplicht, de wilscontrole, de informatieplicht, de bijzondere waarschuwingsplicht en de zorgplicht ten opzichte van derden. Hoe worden deze normen in de rechtspraak toegepast?


Mr. H.J. Delhaas
Mr. H.J. Delhaas is advocaat bij WIJ advocaten te Amsterdam.

Mr. L.C. Dufour
Mr. L.C. Dufour is advocaat bij WIJ advocaten te Amsterdam.
Artikel

Access_open Witwassen en deelname aan een criminele organisatie als vangnet voor indirecte betrokkenheid van ondernemingen bij mensenrechtenschendingen

Een analyse van de aangifte tegen de Rabobank

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Rabobank, Mensenrechten, Witwassen, Criminele organisatie, Concernaansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Witwassen en deelname aan een criminele organisatie worden in de literatuur naar voren gebracht als mogelijke opties om indirecte betrokkenheid van Nederlandse ondernemingen bij ernstige mensenrechtenschendingen te redresseren. In deze bijdrage worden die mogelijkheden nader geanalyseerd aan de hand van een concrete casus: de vermeende betrokkenheid van de Rabobank bij witwasactiviteiten voor de Mexicaanse drugskartels in de VS. De aangifte die door SMX Collective is gedaan tegen de bank roept namelijk diverse juridisch interessante vragen op over toerekening in concernverhoudingen; een onderwerp dat tot op heden relatief onderbelicht is gebleven in literatuur en jurisprudentie en derhalve aandacht verdient.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Het fideicommis en fictieve erfbelastingrechtelijke verkrijgingen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden fideicommis, fictieve verkrijging, Successiewet, rente
Auteurs Mr. dr. R.E. Brinkman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel beschrijft de auteur hoe een fideicommissaire verkrijging zich verhoudt tot fictieve verkrijgingen in de Successiewet.


Mr. dr. R.E. Brinkman
Mr. dr. R.E. Brinkman is notaris te Hardenberg, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen en raadsheer-plaatsvervanger bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Toont 21 - 40 van 166 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.