Zoekresultaat: 79 artikelen

x
Artikel

Digitaal verkeer met de overheid; verleden, heden en toekomst

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2019
Trefwoorden digitale overheid, toekomstbestendige wetgeving
Auteurs Mr. dr. B.M. Veltkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    De digitaal werkende overheid wordt steeds belangrijker. Dit gaat gepaard met een groeiende behoefte aan het regelen ervan en met de wens tot een zekere mate van toekomstbestendigheid van die regels. Barbera Veltkamp schetst de belangrijkste ontwikkelingen rond regelgeving over de digitale overheid, en gaat in op de vraag of er, gelet op de instrumentele en de waarborgfunctie van wetgeving, voldoende instrumentarium voorhanden is om de huidige en toekomstige ontwikkelingen vorm te geven. Hierbij wijst ze erop dat de vraag in hoeverre het überhaupt nodig en nuttig is om digitalisering van de overheid in regelgeving te vatten, genuanceerd beantwoord moet worden.


Mr. dr. B.M. Veltkamp
Mr. dr. B.M. (Barbera) Veltkamp is coördinerend wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Marnix Croes
Marnix Croes is als onderzoeker verbonden aan het WODC van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Marktsimulatie en het begroten van bedrijfsschade

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2018
Trefwoorden bedrijfsschade, marktsimulatie, regressieanalyse, checklist
Auteurs Prof. dr. W. Driehuis
SamenvattingAuteursinformatie

    In voorkomende gevallen kan de begroting van bedrijfsschade worden uitgevoerd op basis van marktsimulatie. Deze methode steunt sterk op het gebruik van regressieanalyse. Deze techniek wordt stapsgewijs behandeld aan de hand van een casus, inclusief haar voor- en nadelen. Vervolgens wordt een checklist gepresenteerd die voor advocaten en rechters behulpzaam kan zijn bij het beoordelen van marktsimulatie via regressieanalyse.


Prof. dr. W. Driehuis
Prof. dr. W. Driehuis is emeritus hoogleraar toegepaste economie aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het ACLE, Amsterdam Center for Law and Economics. Hij treedt incidenteel op als deskundige in rechtszaken.
Artikel

Toegankelijk wetgeven onder de Omgevingswet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Aanwijzingen, harmonisatie, wetgevingskwaliteit, stelselherziening, Omgevingswet
Auteurs Mr. dr. H.A. Oldenziel en Mr. H.W. de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    Er wordt op dit moment gewerkt aan een nieuw stelsel voor het omgevingsrecht. Een belangrijk verbeterdoel van deze grote wetgevingsoperatie is de vereenvoudiging en harmonisatie van regels. Om daarvoor te zorgen is een leidraad wetgevingskwaliteit opgesteld. Daarin zijn, in aanvulling op de Aanwijzingen voor de regelgeving, vuistregels opgenomen over de structuur en vormgeving van wetgeving en over modern taalgebruik. Enkele van deze vuistregels lenen zich voor bredere toepassing. Deze zouden een plek in de Aanwijzingen kunnen krijgen. Dit zou het harmoniserende effect van de Aanwijzingen kunnen vergroten. Belangrijker is nog dat het bevorderen van de eenheid en toegankelijkheid in de dagelijkse wetgevingspraktijk gestalte krijgt. Alleen dan kunnen concrete resultaten worden geboekt.


Mr. dr. H.A. Oldenziel
Mr. dr. H.A. (Harald) Oldenziel is als juridisch projectleider – thans bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en daarvoor bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu – betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht.

Mr. H.W. de Vos
Mr. H.W. (Wilco) de Vos is als juridisch projectleider – thans bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en daarvoor bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu – betrokken bij de totstandkoming van het nieuwe stelsel van het omgevingsrecht.
Artikel

Een internationale vergelijking van wetgevingstechnische aanwijzingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, Interpretation Act, Gemeenschappelijke Praktische Handleiding
Auteurs Mr. M.J.C. Stip
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat een rechtsvergelijkend onderzoek naar wetgevingstechnische aanwijzingen van Nederland, Duitsland, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, de Europese Unie, Canada en de Canadese provincie Brits-Columbia centraal. Hierbij wordt de vraag gesteld in hoeverre er overeenkomsten en verschillen zijn tussen de Nederlandse Aanwijzingen voor de regelgeving en de equivalenten daarvan van andere rechtsordes. Daartoe wordt allereerst beschreven welke instrumenten in de verschillende rechtsordes worden gebruikt, welke doelen daarmee worden nagestreefd, hoe de instrumenten zijn opgebouwd en de bindende kracht die van het instrument uitgaat. Daarna worden de instrumenten op twee punten met elkaar vergeleken, te weten beknoptheid en het voorkomen van dubbelzinnigheid. In alle besproken instrumenten zijn dit nastrevenswaardige zaken, hoewel de wijze waarop dat gebeurt, verschilt. Ook de doelstellingen van de instrumenten zelf verschillen, hoewel de onderzochte wetgevingstechnische principes veel gelijkenissen vertonen.


Mr. M.J.C. Stip
Mr. M.J.C. (Catharine) Stip is promovenda en docent staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Rein Wesseling
Prof. mr. R. Wesseling is advocaat bij Stibbe en hoogleraar Competition and Regulation Law aan de Universiteit van Amsterdam.

Marten Voulon
Marten Voulon is bedrijfsjurist bij ABN AMRO Bank N.V., Fellow aan de Universiteit Leiden en lid van de klachten- en geschillencommissie eHerkenning.

Michel Knapen
Diversen

Superdiversiteit als duizelingwekkend perspectief – maar niet onproblematisch

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 1 2017
Trefwoorden superdiversity, globalization, network society, integration
Auteurs Prof. dr. Hans Boutellier
SamenvattingAuteursinformatie

    The ‘condition of superdiversity’ creates a dazzling perspective that matches the image of a networking society without unambiguous collective entities. Society consists of a caleidoscopic set of identities, relationships, languages and gods in a context of permeable geographic areas. That brings many problems, but the country that is aware of this diversity does have ultimately the best papers for the future.


Prof. dr. Hans Boutellier
Prof. dr. Hans Boutellier is wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker Instituut; van 2003 tot 2014 was hij algemeen directeur. Vanuit deze functie is hij eerste woordvoerder van het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS). Sinds april 2016 is hij deeltijd hoogleraar Veiligheid & Veerkracht aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    In deze bijdrage wordt de stand van zaken van de stelselherziening van het omgevingsrecht gegeven tot de publicatie van de ontwerp-AMvB’s.


Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe omgevingswetgeving.
Jurisprudentie

Tegen de wet

HvJ EU 19 april 2016, C-441/14, ECLI:EU:C:2016:278, JAR 2016/132 (Ajos/Rasmussen)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Contra legem, Algemene beginselen
Auteurs Mr. Peter Vas Nunes
SamenvattingAuteursinformatie

    In april van dit jaar wees het Hof van Justitie van de Europese Unie arrest in de zaak Rasmussen. Hoewel het arrest is gewezen door de Grote Kamer, brengt het weinig dat echt nieuw is. Het arrest biedt wel een goede gelegenheid om in te gaan op een aantal leerstukken die van belang zijn voor beoefenaars van het arbeidsrecht, zoals die met betrekking tot de richtlijnconforme uitleg van nationaal recht en het buiten toepassing laten van dat recht op grond van algemene beginselen van Unierecht.


Mr. Peter Vas Nunes
Mr. P. Vas Nunes is als advocaat en partner verbonden aan BarentsKrans.
Diversen

Bankentoezicht en het Verdrag van Maastricht: het Nederlandse debat in perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Verdrag van Maastricht, bankentoezicht, bankenunie, ECB
Auteurs Dr. Bart van Riel en Marko Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds november 2014 is de Europese Centrale Bank de belangrijkste toezichthouder voor de banken in de eurozone. De overdracht van toezichtstaken aan de ECB is opmerkelijk omdat het Verdrag van Maastricht hiervoor – vooral onder Duitse druk – hoge drempels opwierp. Destijds werd overdracht van toezichtstaken ook niet nodig geacht vanwege de harmonisatie van de regulering van banken. De crisis in de eurozone heeft laten zien dat dit echter geen substituut vormde voor centralisatie van het bankentoezicht. Bovendien vertoonde deze regulering ernstige tekortkomingen. Een derde les uit de crisis is dat toezicht op afzonderlijke instellingen onvoldoende is voor het waarborgen van financiële stabiliteit: het geheel is meer dan de som der delen.


Dr. Bart van Riel
Dr. B. van Riel is senior beleidsmedewerker bij de SER.

Marko Bos
M. Bos is directeur Economische Zaken bij de SER.
Casus

Macht aus dem Rechtsstaat keinen Gurkensalat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden rechtsstaat, rechtsstatelijkheid, empirische data, bronnenonderzoek, rechtswetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel en Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op het artikel ‘De rechtsstaat: van sluitpost naar “Leitmotiv”’ van Zouridis, Wierenga en Niemeijer in het Nederlands Juristenblad, waarin kritiek wordt geleverd op het eerste hoofdstuk van het jaarverslag van de Raad van State. De Raad waarschuwt daarin voor het zien van rechtsstatelijke overwegingen in de politiek als een soort van sluitpost. Zouridis, Wierenga en Niemeijer vragen zich af op basis van welke empirische feiten de conclusies van de Raad van State zijn gebaseerd en of deze wel de juiste oorzaken voor het afkalven van de rechtsstaat in het vizier heeft. De auteurs van deze reactie vragen zich op hun beurt echter af of het betoog in dat artikel op zijn beurt wel op voldoende empirische onderbouwing steunt. Het gaat de auteurs daarbij met name om de onderbouwing van de stelling dat bestuur en wetgever ‘regelverslaafd’ zijn, de vraag wat het aantal wettelijke regels zegt over het rechtsstatelijke gehalte van de samenleving en welke rol overheidsjuristen vervullen bij het bewaken van rechtsstatelijke normen. Aan het slot van de bijdrage gaan de auteurs in op de vraag of er niet sprake is van een bredere trend, die twijfels oproept over de wijze waarop binnen het rechtswetenschappelijk onderzoek met empirische data en bronnenonderzoek wordt omgegaan.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Meer zeggenschap van burgers en organisaties over regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden zeggenschap, burgers, reguleringsstijlen, internetconsultatie
Auteurs Dr. A.M. Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in dit artikel is hoe de wetgever de zeggenschap van burgers, organisaties en belanghebbenden kan versterken en onbedoelde gevolgen van technocratie daarbij kan tegengaan. De inzet van alternatieve reguleringsstijlen, zoals beter reguleren, verbetert de kwaliteit van regelgeving. Zo maakt internetconsultatie het wetgevingsproces transparanter en responsiever, maar door het beperkte bereik neemt de collectieve zeggenschap van burgers er niet substantieel door toe. Dereguleren lijkt zoals beoogd de individuele zeggenschap van belanghebbenden te versterken. Maar niet iedereen waardeert die individuele zeggenschap evenzeer of kan er even goed mee omgaan. Om sociale zeggenschap van organisaties te versterken zet de overheid in op meer ruimte voor co- en zelfregulering. Het verschilt sterk per dossier in hoeverre de sociale zeggenschap is toegenomen. Als onbedoeld gevolg blijkt bij alternatieve reguleringsstijlen dat technocraten zoals toezichthouders in het gat springen dat de wetgever achterlaat. Vervolgens kan het parlement als medewetgever met een initiatiefwet proberen om de autonomie van burgers, organisaties en belanghebbenden te bewaken, zoals geïllustreerd wordt met de casus van de initiatiefwet Bisschop. Deze casus roept wel de vraag op of de regering en het parlement niet systematischer kunnen reflecteren op de (dis)balans tussen participatieve, technocratische en representatieve democratie.


Dr. A.M. Bokhorst
Dr. A.M. (Meike) Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en associate researcher bij Institutions for Open Societies van de Universiteit Utrecht. Ze werkte eerder als programmasecretaris Bruikbare rechtsorde bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

De Eerste Kamer had het laatste woord

Over het interactieve totstandkomingsproces van STROOM en de behandeling in de Staten-Generaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden STROOM, horizontale beleidsvorming, wetgevingsproces, wetsbehandeling
Auteurs mr. J.B. van Beuningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 22 december 2015 werd het wetsvoorstel STROOM verworpen door de Eerste Kamer. Het voorstel betrof een herziening van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998, gaf uitvoering aan het Energieakkoord en zou ondersteuning bieden aan de energietransitie. Dit artikel beschrijft het intensieve totstandkomingsproces van het wetsvoorstel dat werd ingericht met transparantie en interactie als uitgangspunten en beschrijft het parlementaire proces dat met STROOM doorlopen werd. Het doel van het totstandkomingsproces was om via horizontale beleidsvorming te komen tot een solide wetsvoorstel, dat door partijen gedragen werd en waarmee het noodzakelijk vertrouwen tussen partijen onderling en in hun verhouding tot de overheid werd hersteld. Uiteindelijk lag er een goed en gedragen wetsvoorstel in de Tweede Kamer, een fair deal, waarbij men op individuele punten had ingeleverd ten behoeve van een groter doel: de energietransitie. Het parlement had echter relatief weinig oog voor de nieuwe beleidsvoornemens, maar focuste zich op de splitsing van de energiebedrijven, een onderwerp dat geen onderdeel had uitgemaakt van het voorbereidingsproces, omdat over de splitsing rechtszaken werden gevoerd. Uiteindelijk is omwille van de splitsing het wetsvoorstel met één stem verschil verworpen. Een onbevredigende uitkomst: de energietransitie liep vertraging op en de splitsingsbepalingen bleven onverkort van toepassing. Hoe kon dat gebeuren?


mr. J.B. van Beuningen
Mr. J.B. (Jan) van Beuningen is werkzaam bij het ministerie van Economische Zaken als clusterleider Gasmarkt en Gasgebouw. Van 2011 tot mei 2015 was hij als projectleider vanuit de directie Wetgeving en Juridische Zaken betrokken bij STROOM.
Boekbespreking

Hoe ontstaan wetgevingsblunders?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2016
Trefwoorden wetgevingsblunders, boekbespreking, politiek-bestuurlijke context, wetgevingskwaliteit, bestendigheid van wetgeving
Auteurs Mr. ML M.M. Spiertz
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een samenvatting van en oordeel over het boek The Blunders of our Governments, waarin diverse casus worden geanalyseerd en factoren opgesomd die de Britse kabinetten vatbaarder maakten voor (wetgevings)blunders. Het gaat enerzijds om menselijke factoren, zoals groepsdenken, culturele wereldvreemdheid en een kloof tussen beleidsmakers en uitvoerders. Anderzijds betreft het systeemkenmerken van het Britse stelsel, waaronder een gebrek aan individuele afrekenbaarheid, de zwakke punten uit het parlementaire proces en een gebrek aan beraadslaging.


Mr. ML M.M. Spiertz
Mr. M.M. (Menno) Spiertz ML is wetgevingsjurist bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Toekomstbestendige wetgeving: duurzaam? wendbaar? duurzaam wendbaar?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden toekomstbestendige wetgeving, Right to Challenge, experimenteerbepaling, doelregulering
Auteurs Gert Jan Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Toekomstbestendigheid’ is in de mode, dat geldt ook voor het idee van de toekomstbestendige wetgeving. Van oorsprong betekent toekomstbestendig: duurzaam. Dat wordt geïllustreerd aan de hand van het materiaal waarop teksten vroeger werden vastgelegd en van ideeën over de aard en oorsprong van regels: een godheid, de natuur, het wezen van de mens. Empirisch gesproken, is wetgeving niet zo duurzaam, maar wordt zij aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden. Dat is in het algemeen zo, maar is ook vast te stellen voor de recente tijd. Een onderzoek naar wetten die de laatste tien jaar niet zijn gewijzigd, laat zien dat dergelijke wetgeving nauwelijks voorkomt en dat die zeer specifieke situaties betreft.
    In een recente brief van de Minister van Economische Zaken over ‘Toekomstbestendige wetgeving’ lijkt toekomstbestendigheid een andere inhoud te hebben gekregen. Wetgeving moet wendbaar zijn om innovatie te faciliteren. Om niettemin tegemoet te komen aan de bescherming van publieke belangen wordt van de wetgever gevraagd ‘duurzaam wendbare’ wetgeving te ontwerpen. Drie operationaliseringen worden gegeven van dergelijke structureel wendbare wetgeving: doelregulering, ‘Right to Challenge’ en experimenteerbepalingen. Nadere analyse leert dat sprake is van een conceptuele vergissing, dat een politieke belangenafweging wordt vermomd als een technisch-legislatieve, dat de drie operationaliseringen zo structureel niet zijn en de nodige nadelen hebben. Wetgeving is al wendbaar, wordt aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden en het daarvoor gewenste beleid. Zo worden (de) drie betekenissen van het concept van ‘toekomstbestendige wetgeving’ in het artikel ten grave gedragen.


Gert Jan Veerman
Mr. dr. Gert Jan Veerman was werkzaam bij het Kenniscentrum Wetgeving en is emeritus-hoogleraar Wetgeving en Wetgevingskwaliteit bij Maastricht University.
Artikel

Giften, schenkingen en schenkbelasting. Een rechtsvergelijking met België vanuit Nederlandse optiek

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden onherroepelijke schenking/gift, registratierecht, schenkingsrecht, reserve, Vlaams Gewest
Auteurs Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt een korte samenvatting gegeven van het proefschrift over de civiel- en fiscaalrechtelijke ontwikkeling van de schenking en de gift in Nederland en België, vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot begin 2015.


Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam als kandidaat-notaris bij Athena Advies en Praktijk te Maastricht.
Artikel

Het wetsvoorstel ter vergoeding van affectieschade: enkele gedachten en suggesties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2016
Trefwoorden wetsvoorstel ter vergoeding van affectieschade, smartengeld, affectieschade
Auteurs Mr. J.S. Overes
SamenvattingAuteursinformatie

    In juli 2015 is – na zo’n twaalf jaar wederom – een (nieuw) wetsvoorstel ter vergoeding van affectieschade ingediend bij de Tweede Kamer door de minister van Veiligheid en Justitie. De strekking van het huidige wetsvoorstel is de invoering van de mogelijkheid tot vergoeding van affectieschade in het Burgerlijk Wetboek alsook de verruiming om als derde schadevergoeding te kunnen krijgen in een strafproces en een wijziging van het recht omtrent beslag en overgang bij smartengeld. De auteur gaat in dit artikel in op de vraag of dit wetsvoorstel, zoals het nu voorligt, een goede regeling zou zijn.


Mr. J.S. Overes
Mr. J.S. Overes is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam, sectie Verzekering en Aansprakelijkheid.
Artikel

De Tweede Kamerbehandeling van het wetsvoorstel Omgevingsrecht: de politieke waardering van de stelselherziening

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Omgevingswet, Tweede Kamer, behandeling, stelselherziening
Auteurs Mr. drs. C.D. (Lidia) Palm en Mr. H.W. (Wilco) de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel blikken we terug op de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer. Eerst komen enkele belangrijke onderwerpen uit de schriftelijke en mondelinge behandeling aan de orde. Vervolgens wordt besproken welke gevolgen de behandeling heeft gehad voor de doelen, uitgangspunten en opbouw van het wettelijk systeem. Welke politieke accenten zijn gelegd en tot welke veranderingen heeft dat geleid? Is het een typisch liberaal, confessioneel of links wetsvoorstel geworden? De auteurs zoomen ook in op de wijze van behandeling en het samenspel tussen de Tweede Kamer en de regering. Dit betreft de manier waarop de Tweede Kamer het proces heeft georganiseerd, de wijze waarop zij invulling heeft gegeven aan de taak van medewetgever en hoe de regering daarop heeft gereageerd. Tot slot volgt een korte vooruitblik op het vervolg van de stelselherziening.


Mr. drs. C.D. (Lidia) Palm
Mr. drs. C.D. (Lidia) Palm is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingswet.

Mr. H.W. (Wilco) de Vos
Mr. H.W. (Wilco) de Vos is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is als juridisch projectleider betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingswet.
Toont 21 - 40 van 79 gevonden teksten
« 1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.